SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
We nemen steeds vaker zélf het initiatief bij de opsporing van criminaliteit. Daar zitten voordelen maar ook haken en ogen aan. Op 2 mei organiseren RTL Z en Open Universiteit een online seminar over dit thema, Sven Brinkhoff van Open Universiteit licht vast een tipje van de sluier op.
Een Whatsappgroep waar buurtbewoners elkaar waarschuwen als ze tussen de vitrage iets verdachts zien. Bezorgde burgers die in linie door een bos trekken, op zoek naar de verdwenen Anne Faber. Astrid Holleeder die de ruzies met haar broer opneemt. “Steeds vaker doen burgers opsporingswerk dat gewoonlijk was voorbehouden aan politie en recherche.”, zegt Sven Brinkhoff, universitair hoofddocent strafrecht en strafprocesrecht aan de faculteit Cultuur- en rechtswetenschappen van de Open Universiteit. “Een onmiskenbare trend.”
Volgens Brinkhoff komt burgeropsporing voort uit toenemende onvrede bij burgers over het functioneren van de politie. Met name kleine zaken die blijven liggen zorgen voor veel onvrede. Daarnaast is er de beschikbaarheid van digitale apparatuur, zoals smartphones. “Dat maakt het verzamelen van bewijsmateriaal niet alleen makkelijker, het is ook steeds eenvoudiger om die gegevens snel bij de politie aan te leveren.”
Brinkhoff geeft als voorbeeld de app Sherlock van TNO die de burger helpt bij het aanmaken van een opsporingsdossier. Daarin kunnen gegevens zoals locatie en het mogelijke motief worden genoteerd, maar ook zichtbare sporen en een lijst van gestolen goederen. “Heel handig, want zo’n kant-en-klaar dossier neemt de politie veel werk uit handen.”
Sven Brinkhoff van Open Universiteit
Dat politie en justitie meer medewerking vragen van burgers bij de bestrijding en opsporing van criminaliteit begrijpt hij dan ook wel. Ook in het smartphoneloze tijdperk werden burgers al gevraagd om te getuigen, tips te delen of aangifte te doen.
Maar aan de ontwikkeling van burgerparticipatie zitten ook minder rooskleurige kanten. Brinkhoff noemt de Amerikaanse app Vigilante die oproepen stuurde naar burgers om actief mee te zoeken naar daders in de buurt op het moment dat bijvoorbeeld een overval gaande was. “Daar is een stokje voor gestoken. Niet alleen breng je burgers zo in gevaar, je schaadt ook het geweldsmonopolie van de staat.”
Burgers zijn nu eenmaal burgers en geen getrainde opsporingsambtenaren. Ze weten niet hoe ze een plaats delict veilig moeten stellen. Daardoor kunnen sporen verloren gaan of raakt materiaal ‘vervuild’. Ook met al te actieve opsporing van ‘verdachte personen’ in een buurt kan veel mis gaan, benadrukt Brinkhoff: “Dat werkt eigenrichting of racisme in de hand, waarbij de participerende burger misschien wel een paar tikken verkoopt aan een onschuldige.”
Naast de alertheid die een BuurtWhatsapp-groep opwekt en het snel delen van beeldmateriaal en andere informatie is, zitten er echter ook nog andere nadelen aan burgerparticipatie, aldus Brinkhoff. Een valkuil is de juridische houdbaarheid van door burgers verzameld bewijsmateriaal. “De advocaat van de verdachte schiet daar onmiddellijk gaten in. Met als risico dat al het werk voor niks is geweest.”
Steeds vaker ziet Brinkhoff dat door de opkomst van particuliere recherchebureaus en eigenrichting de route langs politie en OM maar helemaal overgeslagen wordt. Volgens hem is dat een groot probleem omdat burgers die het heft in eigen hand nemen, het geweldsmonopolie van de staat ondermijnen. “Dat is echt een glijdende schaal.”
Brinkhoff waarschuwt dan ook voor te grote verwachtingen van de burger die voor politieagent gaat spelen. Burgerparticipatie mag dan wel een reactie zijn op de permanente onderbezetting bij de politie, het uit handen willen nemen van de opsporing hoeft niet tot minder politiewerk te leiden, zegt Brinkhoff: “Als het digitaal steeds makkelijker wordt om een dossier aan te leveren, dan verwacht de meewerkende burger wel dat daar iets mee gedaan wordt. Als dat vervolgens door capaciteitsproblemen niet gebeurt, dan vergroot je de kloof alleen maar.”
Politie en het OM die gebruik willen maken van burgeropsporing, zullen hoe dan ook moeten voorkomen dat ze hun eigen betrouwbaarheid en rechtvaardigheid op het spel zetten door te veel taken naar de burger door te schuiven, aldus Brinkhoff. Ook al is dat vanwege de permanente bezuinigingen wel verleidelijk.
Brinkhoff verwacht dat de rol van burgers bij opsporingswerk hoe dan ook zal toenemen de komende jaren. Dat heeft niet alleen met capaciteit maar ook met kennis te maken, zegt hij. “Kijk maar naar een collectief als Bellingcat. Dat heeft wel de middelen om hoogopgeleide digitale speurneuzen in te zetten, waar de politie geen geld voor heeft. Die expertise van buitenaf, die blijft natuurlijk welkom.”
Kijk en discussieer mee over dit thema
Op 2 mei gingen Sven Brinkhoff (universitair hoofddocent strafrecht) en Emile Kolthoff (hoogleraar criminologie) van Open Universiteit verder in op dit thema tijdens een online seminar bij RTL Z. Ze bespreken recente voorbeelden van burgerparticipatie bij opsporing en belichten de kansen en bedreigingen voor de politie en het OM. Bekijk het online seminar hier terug.
Op sociale media is een enorme heksenjacht gaande op tientallen mensen die grappen plaatsen over de slachtoffertjes van het spoorongeluk in Oss. Sommigen van hen voelen zich zo bedreigd dat ze hun account verwijderen. De politie roept de ‘jagers’ op om niet voor eigen rechter te spelen.
Dat laatste gebeurt echter al op grote schaal. Er zijn al zeker tien pagina’s op Facebook waarop massaal persoonsgegevens, foto’s en namen van werkgevers worden gedeeld. Honderden mensen doen hier aan mee.
Sommigen van hen gaan nog verder en nemen op eigen initiatief contact op met de werkgevers van de daders met als doel hen te laten ontslaan, zo blijkt uit een rondgang van deze krant.
‘Toon wordt harder’
De kwetsende reacties, die vooral over de slachtoffertjes gaan, zijn ook onder de ogen van politiewoordvoerder Manon van der Heijden gekomen. Volgens haar denken veel social media-gebruikers dat ze op Facebook of Twitter ‘veilig kunnen reageren’ en zomaar ‘alles kunnen en mogen zeggen’.
,,De toon waarmee dit gebeurt, wordt ook steeds harder”, vertelt Van der Heijden.?Ze roept iedereen op ‘na te denken wat je als reactie post op social media’.
Tekst gaat verder onder deze foto
Een voorbeeld van een heksenjacht op een openbaar Facebook-profiel?? Facebook
‘Middeleeuwse toestanden’
Mediahoogleraar Jan van Dijk van Universiteit Twente schrikt van de omvang van de heksenjacht en heeft het over ‘middeleeuwse toestanden’. ,,Deze mensen stoken elkaar op en geven elkaar het gevoel alsof zo’n jacht gerechtvaardigd is. Dat ze hiermee het juiste doen. Er zit geen rem op deze jacht, dat is gevaarlijk.”
Van Dijk doelt met dat laatste op de bedrijven die nu in een kwaad daglicht worden gezet. Zo ligt een Eindhovens metaalbedrijf onder vuur omdat een medewerker zeer ongepaste grappen maakte over de slachtoffertjes van het drama. De directeur is woest op de werknemer en vreest door alle ophef klanten kwijt te raken.
Bedreigingen
,,Ik kan er ook niets aan doen dat hij zo oliedom is”, laat hij aangeslagen aan deze krant weten. ,,Geloof mij dat wij deze jongen hard gaan aanpakken.?Hij heeft er heel veel spijt van. Maar ja, nu is het al te laat. Wij ondervinden hier heel veel last van.”
Volgens de directeur wordt de medewerker overstelpt met ernstige bedreigingen. ,,De impact van zijn opmerkingen heeft hij compleet onderschat. Hij voelt zich niet veilig”, zegt hij. Het bedrijf overweegt aangifte te doen tegen de persoon die de naam van het bedrijf in verband heeft gebracht met de opmerkingen. ,,Onze reputatie staat nu op het spel.”
Tekst gaat verder onder deze foto
Een voorbeeld van een heksenjacht op Facebook?? Facebook
Ontslag?
Het bedrijf staat hierin niet alleen. Op Facebook circuleren tal van namen van bedrijven die volgens de initiatiefnemers moeten ingrijpen. Ook Viva Zorggroep ligt onder het vergrootglas, nadat een leerling-verzorgende veel te ver ging in haar reactie over het drama.
,,We hebben hier kennis van genomen, we gaan dit intern oplossen”, laat een woordvoerder weten.?Of ze wordt weggestuurd wilde de voorlichter niet zeggen.?Een Haagse basisschooljuf werd onlangs w?l ontslagen na haar kwetsende uitlatingen op social media. Zij haalde hierop haar Facebook en Twitter offline.
Ontslag vanwege social media
Maar mag dat eigenlijk wel: ontslagen worden om iets wat je op Facebook plaatst? In 10 procent van de ontslagen op staande voet is er social media in het spel, blijkt uit onderzoek. Maar wanneer is zo?n ontslag nu gerechtvaardigd? ,,Dat is moeilijk te zeggen,? legde advocaat arbeidsrecht Sharieffa Jbiri eerder uit in een interview. ,,Dat is het lastige van het arbeidsrecht: alles is altijd afhankelijk van de omstandigheden.?
Om in algemeenheden te spreken: Jbiri stelt dat je het als werknemer behoorlijk bont moet hebben gemaakt op je Facebook- of Twitter-tijdlijn om ontslagen te worden. ,,Bij de meeste zaken waar zo?n ontslag w?l lukt, zijn werknemers al een keer gewaarschuwd over hun social media-uitingen. Ze plaatsten meerdere malen berichten met de verschrikkelijkste scheldparades en verwensingen.?
Toch zegt de directeur van het Eindhovense bedrijf dat hij juridisch gezien geen poot heeft om op te staan. ,,Natuurlijk hebben we onderzocht of we hem kunnen wegsturen, maar hij beroept zich op vrijheid van meningsuiting. Hij deed die uitspraken vanuit de eigen persoon, en niet namens ons bedrijf.”
Tekst gaat verder onder deze foto
Een voorbeeld van een heksenjacht op een openbaar Facebook-profiel?? Facebook
Omstandigheden
Als het tussen een werknemer en bedrijf tot een rechtszaak komt, zal de rechter altijd kijken naar de gegeven omstandigheden. Zo speelt mee of een bedrijf een social mediaprotocol hanteert of niet. Vakcentrale CNV heeft een standaard protocol op haar site staan, dat werkgevers kunnen downloaden en gebruiken.
Waarom zo?n protocol belangrijk is? ,,Het schept duidelijkheid”, zegt Jasper Konijnenbelt van CNV. ,,Social media is een ingewikkeld terrein dat zich tussen het openbare en het priv?domein afspeelt. Mocht het tot een arbeidsconflict komen, dan heb je iets om op terug te grijpen.?
Advies van politie
Terug naar de heksenjacht.?De politie spoort social media-gebruikers aan om goed na te denken voordat ze een reactie achterlaten. ,,Dit kan een enorme impact op slachtoffers, familie, bekenden of nabestaanden hebben. Denk na over wat je als reactie post op social media. Het kan enorm kwetsend zijn. Hoe zou je het zelf vinden als er zo zou worden gereageerd op een ongeval waarbij je broertje, zusje, vader of moeder slachtoffer is geworden?”
Wat moet je doen als je een nare reactie tegenkomt? ,,Meld het bij de politie of bij je wijkagent als iemand te ver gaat, mogelijk dat we met de mensen achter het account in gesprek kunnen gaan. Dit zal echter niet altijd mogelijk zijn omdat vaak vanuit fake accounts of nepnamen wordt gereageerd.”
De naam van het Eindhovense bedrijf en de directeur zijn bij de redactie bekend. Om de heksenjacht op dit bedrijf niet verder uit de hand te laten lopen, heeft de redactie ervoor gekozen de naam niet te noemen.
Het blijven indrukwekkende cijfers. Jaarlijks krijgt de politie niet minder dan 40.000 meldingen van verdwijningen. Dat zijn er dus niet minder dan 100 per dag. De meeste vermiste personen vinden we gelukkig gezond weer terug. Maar soms gebeurt dat helaas niet. Dat zijn de verhalen die het nieuws halen, waar mensen over praten, die nog jaren in het geheugen blijven hangen. Het lijkt heel mooi dat bij elke verdwijning iedereen in actie komt. Zoals vroeger het hele dorp meezocht als er een kind verdween, is er nu de huidige global village, een hele digitale gemeenschap die tot leven komt: Whatsapp, Facebook, Reddit, gps-tracker, enzovoort, enzovoort.
Maar is het verstandig dat burgers de politie een handje helpen bij het oplossen van misdaad, bijvoorbeeld rond de vermissing van de 25-jarige Anne Faber? Ir. Arnout de Vries, gespecialiseerd
in dit onderwerp, over de plussen en minnen van burgeropsporing. Burgers die speuren naar Anne Faber en een kaartendeskundige die een scenario over haar fietsbewegingen op Facebook zet.
De vermissing van de jonge vrouw uit Utrecht zet menigeen aan tot actie. Mensen willen de mysterieuze zaak ontrafelen. Googelend op hun zolderkamer. Spiedend tussen de struiken.
?Dat mensen in zo?n vermissingszaak meezoeken met de politie, is nauwelijks te voorkomen?, reageert ir. Arnout de Vries, gespecialiseerd in burgeropsporing. Hij is verbonden aan onderzoeksinstituut TNO, waar hij onderzoek doet op het terrein van maatschappelijke veiligheid?en nieuwe media. ?Burgers willen helpen. De meesten doen dat met de beste bedoelingen. En de politie kan veel baat hebben bij hun hulp.?
Rare bijbedoelingen
Toch kunnen er wel adders onder het gras schuilen als burgers hun diensten aanbieden. ?Mensen kunnen rare bijbedoelingen hebben. Toen in 2013 de broertjes Julian van 7 en Ruben van 9 uit
Zeist waren vermist, zocht ook een soort pedofielenclubje mee. Misschien vanuit goede intenties, maar menigeen fronste toch de wenkbrauwen. Mensen kunnen een slaatje slaan uit een? vermissing, door bijvoorbeeld op internet geld in te zamelen voor een zoekactie, maar dat geld voor zichzelf?houden. Of denk aan firma?s die na een misdrijf zelfverdedigingscursussen aanbieden. Dergelijke aanbiedingen worden toch vaak als onethisch gezien.?
Een ander risico van burgeropsporing is dat burgers het recht in eigen hand nemen, zet de TNO-deskundige uiteen. ?Zoals wanneer mensen een vermeende pedofiel op het spoor komen en
die te grazen nemen.? Zeker zo bedenkelijk is als mensen zo?n kennelijke misdadiger chanteren. ?Kwaadwillenden proberen dan bijvoorbeeld online contact te maken met een bankier van wie ze
vermoeden dat hij pedofiel is. Ze doen zich voor als jong meisje en proberen onzedelijke foto?s los te krijgen. Vervolgens eisen ze geld van de bankier. Gaat die daar niet op in, dan dreigen ze de beelden openbaar te maken.?
Kistje
Als goedwillende burgers de sterke arm willen helpen, is het zaak dat de politie zo?n burgeractie in goede banen leidt, benadrukt De Vries. ?Neem de zoektocht naar Anne Faber. De politie moet
mensen dan duidelijk maken dat een bos in linie, dus systematisch, moet worden uitgekamd. Toen in 2013 complete families op zoek wilden naar de vermiste broertjes Julian en Ruben, is een van de rechercheurs toch maar even op een kistje gaan staan om de helpers toe te spreken. ?Weet u waar u aan begint? Beseft u dat u een kinderlichaampje in het bos kunt aantreffen?? Toen hebben
sommige ouders toch maar wijselijk hun kinderen, die mee wilden helpen zoeken, naar oma gestuurd.? Burgers moeten beseffen dat bij hun opsporingsacties voorzichtigheid geboden is, zegt De Vries. ?Zo moeten ze oppassen om, onbedoeld, sporen uit te wissen. In een bos kunnen zich sporen van een verdachte of slachtoffer bevinden. Zoals bloed-, schoen- of bandensporen. Daar moeten burgers tijdens een zoektocht naar het slachtoffer niet overheen banjeren.?
Ook eigen en andermans veiligheid verdienen aandacht. ?Burgers kunnen na?ef te werk gaan. Ooit lag een vermist persoon vermoedelijk in een gracht. Een burger trok zijn duikpak aan en
verdween onder water. Op de bodem trof hij een vat aan. Hij trok dat open; het bleek vol chemisch afval te zitten. Voor je het weet veroorzaak je dan een milieuramp.?
Volgens mij heeft politie juist laten weten dat er voor nu genoeg vrijwilligers zijn, morgen zet @WABPBAARN een grote zoekactie op.
Burgers helpen de politie meer dan eens een misdrijf op te lossen. Drie voorbeelden.
In oktober 2016 probeert een 28-jarige Somalische man in Hoorn een vrouw te verkrachten. Hij steelt haar telefoon. De vrouw weet via een digitale opsporingstechniek het toestel ?n de man te traceren. De rechtbank in Alkmaar veroordeelt de Somali?r in juni tot een celstraf van anderhalfjaar, waarvan een halfjaar voorwaardelijk.
Op zondag 4 juni 2017 zoeken tal van Bunschotenaren naar de vermiste Savannah. Het lichaam van het 14-jarige meisje wordt op een industrieterrein in het dorp gevonden, al is dat niet direct het resultaat van de door burgers georganiseerde speurtocht. Ze is slachtoffer van een misdrijf.
In Amsterdam schoppen en slaan twee jongens in maart 2017 een meisje dat op de grond ligt. Een omstander filmt de mishandeling en zet de beelden op Facebook. De jongens melden zich
daarop bij de politie.
Doos
Tot op heden beschikt de politie nauwelijks over deugdelijk voorlichtingsmateriaal voor burgers die willen meehelpen met de opsporing, zegt De Vries. Samen met
vertegenwoordigers van justitie en politie werkt de TNO?er aan een informatiepakket (?met tips en trucs?) ?n een app die burgers op dit terrein meer zekerheid moeten bieden. ?Noem het een handboek ?Eerste hulp bij opsporing?, een Zwitsers zakmes.? Medio volgend jaar moet dat pakket beschikbaar komen. Binnenkort wordt een pilot gestart.
Goed zou zijn als de politie burgers duidelijker voorschrijft hoe om te springen met bewijsmateriaal of opsporingsmethodieken, geeft de TNO?er aan. ?Burgers moeten weten dat ze iets verdachts niet meteen moeten oprapen. Of dat het handig kan zijn om een schoenspoor in de achtertuin af te schermen met een doos, zodat regen het spoor niet zomaar kan wegspoelen.
Een andere mogelijkheid is om het spoor te fotograferen met je smartphone.?
Spoedcursus
De politie kan dankbaar gebruik maken van buurt-WhatsAppgroepen, weet De Vries. ?Nu gaat de recherche na een misdrijf vaak deur aan deur langs bij omwonenden. Maar de helft is vaak niet thuis. Dan kan het handig zijn dat de politie mensen achter een buurt-WhatsAppgroep inschakelt om zo snel meer informatie te krijgen over bijvoorbeeld een woninginbraak in de buurt. Daarbij is het wel zaak dat beheerders van zo?n WhatsAppgroep?buurtgenoten de juiste vragen stellen. Daar zou de politie dus beheerders meer in moeten trainen. Een soort spoedcursus buurtonderzoek.?
Voor burgeropsporing op digitaal gebied bestaan er nauwelijks voorschriften, schetst De Vries. Hij neemt onderzoekscollectief Bellingcat als voorbeeld. Dat is een groep amateurs die via digitaal speurwerk op internet nauwkeurig in beeld bracht hoe (hoogstwaarschijnlijk) het transport verliep van de Buk-raket waarmee vlucht MH17 in 2014 is neergehaald. ?In dat onderzoekscollectief zitten ook een paar Nederlandse jongens. Al kort na de ramp publiceerden ze op internet gevonden selfies van pro-Russische militairen die bij de Buk-raket poseerden.
Op het moment van hun vondst moest het offici?le, internationale justitieteam eigenlijk nog aan zijn opsporingswerk beginnen. Maar kort na deze vondst van Bellingcat hebben de pro-Russische
soldaten in allerijl hun selfies van internet gehaald. De vraag is of justitie er nog wel in zal slagen om wettig en overtuigend te bewijzen dat die selfies daadwerkelijk op internet hebben gestaan.?
Nodig is daarom dat burgers duidelijke voorschriften krijgen voor hoe ze op internet gevonden bewijsmateriaal ergens deugdelijk kunnen opslaan, benadrukt De Vries. ?Burgers worden, zeker op
internet, steeds meer de oren en ogen van de politie. Daarom is het zaak dat mensen belastend fotomateriaal goed veilig kunnen stellen, zodat dat later in de rechtszaal ook gebruikt kan worden.?
Volgens onze informatie komen mensen naar Zeewolde om te helpen zoeken. Dat is attent maar niet nodig. We zetten nu alleen specialisten in.
Drugsverslaafde
Duidelijke richtlijnen voor digitaal speurwerk naar gestolen spullen zijn er amper, constateert De Vries. ?Mensen van wie de smartphone is gestolen, kunnen achterhalen waar dat toestel is. Vervolgens is de vraag: wie haalt die op? Mijn advies: schakel de politie in.
Na aangifte van diefstal van een kostbaar horloge horen burgers nogal eens van de politie dat die geen tijd heeft om die zaak op te pakken. De gedupeerde krijgt dan min of meer het advies toegefluisterd om op Marktplaats te gaan zoeken. Ook dan is weer de vraag: stel dat de gedupeerde de dief traceert, wie gaat het horloge dan ophalen? Weer zeg ik: laat de politie dat doen. Breng je zelf niet onnodig in gevaar. Je kunt zomaar bijvoorbeeld een gevaarlijke drugsverslaafde tegen het lijf lopen.?
In de nesten
Bestaat het gevaar dat burgers die achter criminelen aan zitten?zichzelf in de nesten werken???Daar moeten mensen zeker op bedacht zijn. En de politie moet burgers daarop wijzen?, reageert
De Vries. ?Zeker in sommige stadswijken, waar jeugdbendes actief zijn, heerst onder burgers angst voor represailles. Je moet goed weten wat je bijvoorbeeld via de buurt-WhatsApp-groep deelt
over een verdachte in de buurt. Zo?n verdachte kan via via achter je 06-nummer komen en je gaan bedreigen.?
In hun enthousiasme om een vermist persoon terug te krijgen, kunnen mensen brokken maken. ?Per jaar worden 40.000 mensen vermist. Het overgrote deel van hen is na een dag weer terug.
Familie moet oppassen om te snel foto?s van een vermiste op internet te plaatsen. Die beelden komen het web niet meer af. Iemand die na een dag weer opduikt, kan daar later in zijn leven veel last van krijgen. Denk aan vervelende vragen over je jeugd tijdens een sollicitatiegesprek.?
?Politie schakelt burgers te weinig in?
De politie neemt weliswaar af en toe burgers in de arm om de misdaad te bestrijden, maar ze zou veel vaker een beroep kunnen doen op hun kennis en kunde. Dat vindt dr. Nicolien Kop, lector criminaliteitsbeheersing en recherchekunde aan de Politieacademie. Ze schreef vorig jaar in het Tijdschrift voor de Politie een essay over de thematiek.
Zo zou de politie vaker een beroep kunnen doen op burgers die handig zijn met computers. Kop wijst op een project in Engeland en Wales waarbij vrijwilligers worden ingezet in de strijd tegen internetcriminaliteit. Ook kan de politie bijvoorbeeld gebruikmaken van de stichting Signi Zoekhonden in vermissingszaken, betoogt Kop.
Nuttig kan zijn dat de politie burgers actief oproept om mee te denken over een scenario rond een misdrijf, schrijft Kop. Een voorbeeld daarvan is de zogenaamde Jumbozaak in 2015. De Groningse politie deelde informatie uit een opsporingsonderzoek met burgers, in de hoop zo de afpersers van de supermarktketen te pakken. De afpersers werden opgespoord.
“Er is iets wat we regelmatig niet zo goed doen: en dat is samenwerken. Te vaak zijn politie en betrokken familieleden en/of vrienden nog los van elkaar bezig. Dat terwijl het juist belangrijk is om bij een vermissing vanaf het allereerst begin goed samen te werken (de ervaring leert dat de eerste 24 uur cruciaal zijn). Het zoeken wordt zoveel effectiever als er informatie wordt uitgewisseld, bijvoorbeeld over in welk gebied het beste gezocht kan worden. Of als er real-time inzicht is waar door politie, bezorgde familie en betrokkenen en andere instanties op dat moment wordt gezocht.
Als politie moeten we op het gebied van samenwerking met burgers een grote sprong voorwaarts maken. We zitten immers in een grote transitie, waarbij mensen steeds meer zelf het heft in handen nemen. Het is een ontwikkeling die je niet alleen in ?ons? veiligheidsdomein ziet, maar ook in het onderwijs, de sociale zekerheid en de huisvesting. Als je erover nadenkt is het vreemd dat we in onze opleiding veel leren, maar nauwelijks hoe je samenwerkt met de mensen voor wie we ons werk uiteindelijk doen.
Wat bij de transitie hoort is het ontwikkelen van heel nieuwe tools. Al eerder schreef ik?een column over de opsporingsapp?die het mogelijk maakt dat mensen met politie gaan samenwerken? en?over een in de VS ontwikkelde vigilante-app?waarbij burgers en politie bij dreigende situaties elkaar informeren en sturen.? Bij de tools hoort ook de app die binnenkort wordt gelanceerd.
Met deze app kan je bij een vermissing niet alleen je netwerk inschakelen, maar ook de politie. Met een enkele klik worden de sociale media bereikt. De app helpt verder het zoekgebied te verkleinen en geeft tips en tricks bij het zoeken naar vermiste personen. Zo zorgt het ervoor dat al in een vroeg stadium structuur en richting aan een zoekactie wordt gegeven. De app heet trouwens ?Samen Zoeken?. Dat is precies wat bezorgde ouders, familieleden, collega?s, buurtgenoten ?n professionals willen een moeten doen als iemand wordt vermist.”
Bronnen: Reformatorisch Dagblad, 11 oktober 2017, Politieacademie
Crimineel gespuis kan het Veluwse dorp Kootwijkerbroek maar beter links laten liggen. Een 50 man sterke burgerwacht jaagt met honden en helikopters op inbrekers.
Criminelen die het hazenpad kiezen, komen niet ver. Al snel voelen ze de hete adem van de burgerwacht in hun nek, die de achtervolging heeft ingezet per helikopter. Foto’s van de burgerwacht uit Kootwijkerbroek tonen hoe een ronkende heli enkele meters boven twee sidderende verdachten hangt. Ook is te zien hoe groepsleden de verdachten stevig tegen de grond drukken. Ze kunnen geen kant meer op.
Deze burgerwacht is professioneel uitgerust. Volgens een anonieme ingewijde staan er drie helikopters klaar die direct kunnen opstijgen zodra er een melding komt. Die zijn eigendom van bedrijven uit de omgeving. Tijdens acties dragen leden van de groep kogelvrije vesten, portofoons en zaklampen die ook te gebruiken zijn als slagwapen. De motieven van deze groep zijn meerledig. Zo was er?een tijd lang sprake van diefstallen van grote bedragen bij een aantal ondernemers uit de buurt en men had veel inbraken op zondag tijdens de kerkdienst waar veel bewoners uit dit gebied heen gaan wat een groot onveiligheidsgevoel gaf. De relatief lange aanrijtijden van de politie (een burgergroep kan binnen 2-3 minuten op bestemming zijn) en het negatieve beeld dat ontstond van het effect van de politie leidde tot de oprichting van deze groep. Inmiddels bestaat de groep uit zo’n 50 personen.
De burgerwacht is erg succesvol. Dankzij hen heeft Henk van de Kamp, eigenaar van G. van de Kamp Transport in Stroe, geen last meer van brandstofdieven. ,,Twee Poolse dieven hebben twaalf keer brandstof van mijn vrachtwagens afgetapt. De laatste keer waren ze het haasje. De dieven waren nog niet op mijn terrein of ze hadden veertig man achter zich aan rennen. Toen we ze hadden gepakt, stonden ze te beven op hun benen. We hebben ze overgedragen aan de politie. Ik heb nooit meer last van ze gehad.”
De leden van de groep willen zelf onder geen beding vertellen over hun ervaringen. Wel traden ze op in een videoreportage over Kootwijkerbroek. Daarin vertelt ??n van de initiatiefnemers over het succes. ,,Door onze snelheid hebben we al heel wat boeven gevangen. We overmeesteren ze, leggen ze plat op de grond en wachten tot de politie er is.”
Betrokkenen willen niet zeggen of aanhoudingen gepaard gaan met geweld. ,,Daar moet je niet te veel over lullen”, zegt een 19-jarige inwoner van Stroe, die ??n van de brandstofdieven bij Van de Kamp in de kladden greep. ,,Maar een groep boze boeren schrikt meer af dan de politie. Gepakte inbrekers komen hier niet meer terug.”
Bij onraad krijgen leden van de groep meteen een whatsappje. Dan springen ze in hun auto en scheuren met gierende banden en knipperende alarmlichten door het dorp. ,,Bij een melding staan binnen een paar minuten de eerste leden op je erf”, zegt een inwoner van Kootwijkerbroek. ,,Terwijl het een halfuur duurt voor de politie er is.
De gemeente Barneveld en de politie werken samen met de burgerwacht, die nu vier jaar bestaat. ,,Als er tegelijkertijd een incident is aan de andere kant van de gemeente, is de politie niet vaak niet in staat om op tijd te komen”, zegt gemeentewoordvoerder Bertil Rebel.
De ploeg draagt kogelwerende vesten.?
?Agressieve mensen en doetjes? worden uit de groep geweerd en de groep is zeer professioneel opgezet. Ze gebruiken een eigen alarmnummer, beschikken over wagens, helikopters, en hebben al meerdere zelfverdedigingstrainingen gevolgd.
Hij zegt niet bang te zijn voor geweldsexcessen. ,,Natuurlijk kan het staande houden van een inbreker weleens gepaard gaan met geweld. Dat gebeurt soms in het heetst van de strijd.” Socioloog en expert op het gebied van burgerwachten Vasco Lub ziet meer haken en ogen. ,,De politie is er om zijn burgers te beschermen. Ze moet voorkomen dat burgers het heft in eigen handen nemen.”?De afgelopen jaren is het aantal inbraken flink afgenomen, zegt een inwoner van Kootwijkerbroek. ,,Criminelen geven natuurlijk ook aan elkaar door wat hier gebeurt. Ze weten dat ze zich hier beter niet meer kunnen vertonen.”
Ontwikkelpleinbijeenkomst
Burgers organiseren zichzelf via WhatsApp of speciale buurtapps en attenderen elkaar en de politie of gemeente op veiligheidszaken en verdachte situaties in de buurt. In Nederland zijn er naar schatting nu al meer dan 7000 groepen. Er zijn enkele incidenten waarbij geweld is gebruikt door burgers, maar die worden over-gerepresenteerd in de media. Over het algemeen is het een positive ontwikkeling, met vaak een daling van inbraken, daders die eerder gepakt worden, of soms een vermist personen die eerder wordt teruggevonden. De politie is heel blij met deze betrokkenheid, want; met vele ogen zien we meer en dit vergroot de kans op heterdaad aanhoudingen. Maar wat moet de politie of het lokale bestuur doen als een dergelijke groep uitgroeit tot een burgerwacht die 24/7 paraat staat om met eigen middelen de veiligheid in de wijk te bewaken? Andere burgers kunnen zich ge?ntimideerd voelen en in het uiterste geval wordt zelfs geweld niet geschuwd, met als gevolg een strafrechtelijk onderzoek. Het inspiratiepunt Eenheid Oost organiseerde een ontwikkelpleinbijeenkomst op 23 mei waar een aantal wijkagenten hun ervaringen en dilemma?s over dit onderwerp deelden en gaan we samen met collega?s, partners, experts ?n (niet te vergeten) met burgers zelf op zoek naar oplossingen voor vragen als: Hoe verhoudt de politie en het lokaal bestuur zich in relatie tot dergelijke groepen? Wat is het effect op ons imago en het vertrouwen in de politie? Wat zijn de do?s en don?ts? Waar ligt de grens van wat wel en niet mag? Hoe blijf je in verbinding en kom je tot goede afspraken met buurtpreventiegroepen? Het doel is dat we komen tot praktische oplossingen voor een toch wel complex vraagstuk en van dit ?probleem? weer ?de bedoeling? maken.
Naast een aantal hele goede punten, zoals over informatie uitwisseling, waren er ook een aantal leerpunten voor zowel politie, gemeente als de WhatsApp groep.?De communicatie tussen politie en leden whatsappgroep is erg belangrijk en kan verbeterd worden:
Wijkagent zou op periodieke momenten bij de groep aan moeten schuiven
Negatieve beelden van elkaar zouden moeten worden ontkracht door met elkaar te praten
Begrip van de processen en protocollen waar de politie zich aan moet houden zou vergroot moeten worden bij de burgers door deze aan hen uit te leggen
Duidelijke afspraken maken wat burgers strafrechtelijk wel of niet mogen doen (alleen persoon aanhouden op heterdaad)
Initiatief moet hier bij alle drie de partijen liggen (burgerinitiatieven, politie en gemeente)
Volgens de politie in Kent, Engeland zijn zelfverklaarde pedojagers een gevaar voor hun omgeving. En voor de politie. De groepen ? er komen er steeds meer in Engeland ? belemmeren het politiewerk, doen aan eigenrichting en wijzen onschuldigen aan als kinderlokker. De waarschuwing komt na een incident in Bluewater waarbij leden van de (Facebook)groep The Hunted One een man mishandelden. Een groepslid werd aangehouden. Volgens Thomas Richards van de Kent Police zijn er ?significant concerns about people taking the law into their own hands and the methods they use?. Laat ze vooral de politie bellen als ze iemand verdenken, maar vooral niet zelf aan de slag gaan, zei Richards. ?The police have resources and expertise to protect the vulnerable and people with mental health issues?. De groep zegt zich niks van de waarschuwing aan te trekken en gewoon door te gaan maar dat hun acties niet meer live op YouTube zullen worden gestreamd. Opvallend is dat een Britse rechtbank nog geen maand geleden een andere groep, Dark Justice, toestemming gaf om door te gaan met hun undercoverwerk om kinderlokkers te ontmaskeren.
Wanhopig was hij, omdat de politie maar niet in actie kwam. Dus spoorde bezorgde vader Mario H. de vermeende online belager, Jack S., van zijn dochter zelf op. Daar heeft hij nu spijt van. Eenmaal oog in oog met de man die het voorzien zou hebben op zijn kind escaleert de situatie volledig.
Mario heeft Jack S. een ?pak rammel? willen geven, zegt zijn advocaat Jan Hein Kuijpers aan EenVandaag.?Het Openbaar Ministerie vervolgt Mario voor poging tot moord op die vermeende belager, de zaak komt donderdag voor. Mario zou Jack op 19 januari ernstig toegetakeld hebben met een sneeuwschep. Het is de climax van een periode van bijna twee weken waarin Mario actief naar Jack heeft gezocht.
Maar volgens de advocaat van Jack S., Sophie Stassen, heeft haar cli?nt nooit de intentie gehad om de dochter van Mario H. echt iets aan te doen: “Er heeft inderdaad chatcontact plaats gevonden. Maar zonder kwade bedoelingen. Het OM heeft onderzoek gedaan en vervolgt Jack S. alleen voor?erfvredebreuk. Er zijn geen andere aanwijzingen in het dossier waardoor men ongerust zou moeten worden.?
Instragramtiener Jessie blijkt ex-TBS?er
Begin januari 2017 wordt duidelijk dat de internetliefde van de 14-jarige dochter des huizes niet de tiener Jessie is, maar de 46-jarige ex-TBS?er Jack S. die zijn behandeling er net op heeft zitten. De man stuurt als Jessie rozen en chocolade naar de woning van het meisje. De ouders vertrouwen het niet en gaan op onderzoek uit, waaruit blijkt dat Jack achter de cadeautjes zit. Ze doen aangifte.
Via Facebook start vader Mario ook een online zoektocht naar Jack S. Mario?s oproep wordt breed opgepakt. Regionale media schrijven erover en ook landelijke media hebben er aandacht voor. Tips op basis van de de oproep ?gezocht pedofiel? waarin foto en een kenteken worden getoond, stromen binnen. Het zijn er wel 800.
?Ik doe het niet alleen voor mijn dochters, maar voor alle meiden. Iedereen moet gewaarschuwd zijn.? zegt Mario in een van de verhoren tegen de politie.?S. zou niet alleen zijn dochter online lastigvallen, maar ook andere meisjes, zo hoort hij.?Mario rijdt zelf ook op meldingen af met het idee dat wanneer hij Jack ziet hij de politie kan inschakelen zodat zij in actie komen. ?Ik heb diverse keren gebeld?, zegt hij.
Mario heeft spijt, ?had niet voor eigen rechter mogen spelen”?
De spanningen lopen steeds verder op. Vader Mario en dochter doen ook aangifte van bedreiging. Drie dagen na die aangifte, op 18 januari, krijgt Mario opnieuw een tip over de locatie van Jack. Hij rijdt er naar toe en ziet bij een flat de auto van Jack S. staan. Hij stuurt de wijkagent in Helmond een whatsapp bericht met de boodschap dat hij de auto heeft gevonden. Hij post de hele dag en nacht tot in de middag van de 19e Jack de woning uitkomt. Mario staat dan al bijna 12 uur in de straat te wachten.
Mario achtervolgt Jack met de auto. Op het terrein van een Eindhovense GGZ instelling komt het tot een confrontatie tussen Mario en Jack. Mario verklaart bij de politie bang te zijn voor Jack die vuurwapengevaarlijk is volgens hem.??Ik ga daar niet met blote handen op af. Ik heb die sneeuwschep dus ter verdediging meegenomen, voor mijn veiligheid.? Volgens advocaat Kuijpers van H. slaat Mario Jack S. vier keer met??de platte kant van de bats?.
In een brief aan EenVandaag?schrijft advocaat Jan Hein Kuijpers:?”Uiteraard heeft mijn cli?nt spijt van hetgeen hij deed. Dat heeft hij ook meerdere malen, op emotionele wijze geuit jegens zijn verhoorders. Hij had niet voor eigen rechter mogen spelen. Dat weet hij en hij zal zijn verantwoordelijkheid en de consequenties dragen.?Mijn cli?nt hoop echter dat zijn daad wel heeft geleid tot het voorkomen van nieuwe lokpogingen en bedreigingen door dhr S. in de richting van andere jonge meisjes.”
Advocaat Jack S.: ?Als we dit goedkeuren is het einde zoek?
Advocaat Sophie Sassen van Jack S. vertelt EenVandaag dat haar cli?nt??zeer ernstig toegetakeld is?. Hij ligt al drie maanden in het ziekenhuis. Hij had meerdere armbreuken, een bot is verbrijzeld en heeft een hoofdwond. Volgens Sassen heeft hij de aanval ervaren als??zeer traumatisch?. Ze noemt het zeer?kwalijk dat het zo is gegaan.??Meneer H. had het aan de politie moeten overlaten.?
Justitie vervolgt Jack S. in de zaak van dochter H. voor erfvredebreuk, het neerleggen van de bloemen en chocolade, wat volgens Sassen gezien moet worden als??afscheidscadeautje?.?Op 9 juni moet Jack voor de rechter komen voor deze zaak, maar ook voor smaad en laster van een ander meisje uit Valkenswaard. Een zaak die volgens advocaat Sassen losstaat van deze zaak maar waar ook op internet??onaangename berichten? over zijn verschenen.
Do it yourself- policing
Mario is niet de enige die zelf in actie komt. Ook andere burgers kwamen in actie om daders op te sporen met als doel ze achter slot en grendel te krijgen. Zo startte de vader van een 17-jarig meisje een zoektocht naar de daders die zijn dochter toetakelden met een wijnfles op de TT-Assen. Twee meisjes die getuige waren van een mishandeling, leverden bij de politie een pasklaar Facebook-dossier af wat resulteerde in de veroordeling van de daders.
De politie zou dit soort initiatieven veel serieuzer moeten nemen, stelt Arnout de Vries die onderzoek doet naar het fenomeen burgeropsporing. Hij schreef een boek over het fenomeen ?do it your self policing?. ‘Social media: het nieuwe DNA?. De reflex is nu vooral ?wegduwen?, de politie moet de opsporing doen. ?Sommigen zien het zelfs als broodroof?, zegt De Vries.
Hoe moet de politie omgaan met vaders als Mario, die wanhopig wachten wanneer de politie in actie gaat met hun informatie? We spreken erover met onder andere Arnout de Vries. In EenVandaag ook een interview met de advocaat van Jack S., Sophie Sassen, over de rechtszaak tegen Mario H.
Luister het radio interview op Omroep Brabant vanaf minuut 19:
‘Wraakvader’ krijgt tien maanden cel voor mishandelen internetoplichter https://t.co/jMKdN5joEo
En bekijk de uitzending van Pauw waarin de ex van Mario en advocaat toelichting geven.
Hij handelde in overtuiging dat hij goede deed. Hij had niet het plan om te doden, maar om op te sporen: 'Wraakvader' Haazen tuigde man af die zijn dochter lastigviel en krijgt 4,5 jaar cel. OM pakt eigenrichting aan en noemt deze burgeropsporing 'jacht' https://t.co/y0jjfxfX3e
Zanger Dean Saunders startte vorig jaar crowdfundingsactie voor de 'wraakvader', die hij Super Mario noemde. Het opgehaalde geld kon H. gebruiken voor het betalen van een schadevergoeding aan de man die hij heeft geslagen: https://t.co/pjAx2TEDJX
Er is iets nogal onsmakelijke en scheef over aanwerven gebruikers van sociale media als ereleden van de politie.
Ook een artikel USA Today vanaf 2012 gedocumenteerd hoe meer dan 40 politie-afdelingen in de Verenigde Staten al naar YouTube en andere sociale sites had gedraaid, met de Philadelphia politie waaruit blijkt dat sociale media hen had geholpen oplossen 85 gevallen tussen februari 2011 en juni 2012 ( de datum van publicatie van het artikel). Een paar jaar later, de Internationale Vereniging van hoofden van politie kondigde aan dat 95 procent van de politiekorpsen in de Verenigde Staten gebruik maken van sociale media in een of andere hoedanigheid, en dat 82,3 procent van de krachten ondervraagden dienst dergelijke media met het oog op het nastreven van criminele onderzoeken.
Met andere woorden, social media gebruik is nu een gevestigde onderdeel van de dag-tot-dag politiewerk. In feite is een indicatie van hoe goed gevestigde deze praktijken zijn, en hoe geco?pteerd in de strijd tegen de misdaad de gebruikers van sociale media zijn geworden, kunnen worden glimp als je zoekt Twitter accounts voor “de politie.” Hier vindt u een lijst van bijna alle grote politie-afdelingen en organisaties in de Engels-sprekende wereld te zien: de Metropolitan Police (Groot-Brittanni?), de Politie van Toronto (Canada), de Mumbai politie (India), de Zuid-Afrikaanse politie , New South Wales Police (Australi?) en de Nigeria politie. Deze instellingen en nog veel meer zijn nu een bezoek aan social media sites dagelijks, tweeten over gaat en op ‘wilde’ mensen, het plaatsen van foto’s van vermiste personen en het delen van diverse mededelingen van de overheid.
De “Soft” Police State
Nog afgezien van de praktische gebreken en nadelen van de technologische ommekeer in policing (meer informatie over deze binnenkort), is er iets nogal onsmakelijke en scheef als een kwestie van principe over inhuren gebruikers van sociale media als ereleden van de politie. Gezien het feit dat ongeveer 72 procent van de online Amerikaanse bevolking gebruik van sociale media sites (en 62 procent van de hele volwassen bevolking van de VS gebruikt Facebook), dit komt neer op een vrij groot netwerk van slapende informanten, mogelijk – en soms onbewust – verraden op hun shifty- buren kijken.
Deze tactieken zijn onsmakelijke omdat ze ernstige gevolgen hebben voor de burgerlijke vrijheden. Omdat gebruikers van sociale media als een percentage van de totale bevolking zijn zo groot, en omdat social media zijn zo alomtegenwoordig, de integratie ervan in routine politie-operaties heeft de enorme capaciteit om de natie te vormen tot een “zachte” politiestaat, althans voor zover zij en de politie zullen genieten van de buurt-constante toegang tot elkaars. Binnen deze hypothetische toestand, zal de politie te kunnen verwerken en controleren online activiteiten van het publiek, zonder het verlaten van hun hoofdkantoor, terwijl het publiek een zeer onmiddellijke en moeiteloze manier van melden van “verdacht” gedrag of “nuttige” informatie aan de autoriteiten moeten. Als een dergelijk scenario gerealiseerd, dan zou de politie een constante, als zeer discreet, de aanwezigheid in ons leven, in staat om te waken over ons en maken het makkelijker voor ons om te waken over onszelf geworden.
Dat gezegd hebbende, of alle 72 procent van de online Amerikaanse bevolking zal worden part-time snitches zal uiteindelijk een kwestie van hoe effectief de politie in hen aan te moedigen maken de meeste van de nieuwe kanalen geopend door het internet, en dit op zijn beurt zal een zaak van de politie middelen en beleid. Toch, als er genoeg van de 72 procent ge?nteresseerd zijn, en als de politie verder verhogen van hun ingreep in de sociale media, dan kunnen we uiteindelijk het invoeren van een aantal al te echte parodie van 1984 (als de National Security Agency ons nog niet heeft gebracht er).
Uitgebreid gebruik van sociale media heeft de potentie om de gemarkeerde raciale ongelijkheid die al het strafrecht wrack verergeren.
De infiltratie door de politie van sociale media en daarmee “het sociale domein ‘in de abstracte vertegenwoordigt al iets van een schending van de privacy, een overtreding van de private-sociale domein door het publiek-politieke. Facebook’s missie, bijvoorbeeld, stelt dat de social media site is gewijd aan “mensen” en hun vermogen om “verbonden te blijven met vrienden en familie.” Het zegt niets over het verstrekken van de overheid met een directe toegang lijn naar zulke mensen, of de middelen van het aanboren van de netwerken en sociale ruimtes die ze hebben ontwikkeld als een bron van informatie over criminele activiteiten (nogmaals, het is al algemeen bekend dat Facebook heeft verraden zijn eigen zelfverklaarde missie in andere opzichten). Toch is dit precies wat Facebook en andere soortgelijke sites aan het doen zijn: waardoor sociale netwerken te bouwen, zodat ze direct kunnen worden gepenetreerd door de politie en de verschillende initiatieven.
Een dergelijke massale schaal opening van sociale groepen om de aanwezigheid van de politie is een ongekende ontwikkeling, en in zijn kielzog, kan het misschien wel stimuleren de proliferatie van gebruikers van sociale media die zich part-gewone civiele en part-vigilante overwegen. In Australi?, bijvoorbeeld, was er het geval van een bezorgde moeder die ten onrechte dacht een man die een foto van haar kinderen in een winkelcentrum als er in feite hij was gewoon het nemen van een selfie naast een beeld van Darth Vader. De moeder nam toen een foto van hem, gepost op Facebook en meldde hem aan de politie, die sprong naar de ongefundeerde conclusie dat hij een pedofiel was.
Nog meer alarmerend, is er de ontwikkeling van Facebook op basis van burgerwachten in landen vari?rend van het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, waar mensen elkaar nu zijn bemoedigend om potenti?le inbrekers en seksuele aan intimidatie begrijpen, vaak in toenemende mate gewelddadige manieren Peru.
Er is zelfs de mogelijkheid dat social-media-gebaseerde eigenrichting zelf fokken van een meer algemene, onvoorbereid cultuur van self-policing, waardoor mensen worden beschaamd en berispte zelfs voor meer persoonlijke peccadilloes. Bijvoorbeeld, in juli 2015, was er het verhaal van de twee zussen die beelden van een getrouwde vrouw sexting een andere man getweet zittend naast haar echtgenoot bij een honkbalwedstrijd. Het is waarschijnlijk dat de toegenomen zichtbaarheid en de activiteit van de politie op social media, dit soort toevallige internet activisme zal alleen worden aangemoedigd en verder gemotiveerd, wat resulteert in een klimaat waarin een groeiend aantal overijverige mensen zijn “policing” en intimiderend elkaar in de nastreven van voorkeuren en retweets.
Trigger-Gelukkig Identifications en Onrechtmatige Overtuigingen
Afgezien van de mogelijke effecten op de cultuur en de samenleving, zijn er verschillende juridische en technische problemen met de toenemende afhankelijkheid van de politie-instanties op social media. Ten eerste is er de mogelijkheid dat, verre van betrouwbare, ontvangen informatie van het publiek wordt gekweld onnauwkeurigheden en vervormingen. Door het openen van zichzelf tot miljoenen gebruikers op Facebook en Twitter, politie potentieel opent zich tot een grotere hoeveelheid verkeerde informatie en speculatie. Voorbeelden van dergelijke misleidende lawaai in overvloed als het gaat om het internet en sociale media, zoals de meeste schril onthuld door de Boston Marathon bombardementen en de initi?le verkeerde identificatie van de personen die verantwoordelijk zijn voor de gruweldaad. Er zijn vele soortgelijke episodes van mensen ten onrechte bestempeld als moordenaars via social media. Als gevolg daarvan moet de politie om extra middelen te besteden te ziften door middel van een uitgebreide massa van junk. Deze situatie werpt ook de verontrustende mogelijkheid dat onterechte veroordelingen kan toenemen in parallel.
Dat een toename van onrechtmatige overtuigingen te verwachten valt, wordt dag gelegd door het feit dat volgens het Innocence Project, 72 procent van de onterechte veroordelingen zijn het resultaat van ooggetuige verkeerde identificatie. Wat deze verkeerde identificatie, zij over het algemeen ontstaan doordat mensen gevoelig zijn voor het hebben van hun adviezen over wie zij zagen en die zichtbaar is in bewijskracht beeldspraak be?nvloed door in te grijpen suggesties, zoals in de goed gedocumenteerde 1984 verkrachting van Jennifer Thompson, die ten onrechte een onschuldige ge?dentificeerd man als haar aanvaller nadat ze foto’s getoond van bekende criminelen door de politie. Wat dit betekent is dat, met de toename van sociale media melden van misdaden door de politie en nieuws verkooppunten, ooggetuigen zijn waarschijnlijk op dezelfde manier worden be?nvloed door de ‘interveni?rende suggesties “Deze reportage biedt.
Een dergelijk geval van de slachtoffers worden be?nvloed door “tussenliggende suggesties” gebeurde in een onderzoek door de in Toronto gevestigde Neuberger & Partners LLP, die opmerkt dat de identificatie van haar belager van het slachtoffer in de rechtszaal werd bedorven door “haar het bekijken van [de verdachte] beeld op beschouwd Facebook een dag of twee na de overval. ” Hetzelfde artikel stelt ook vast dat een rechter gevraagd om minder gewicht worden gegeven aan de identificatie van een jonge persoon als de dader van een aanval op zijn neef een oom, aangezien dit de oom van de verdachte Facebook-profiel had gezien – vol met wapen en bende iconografie – v??r waardoor de identificatie.
In deze twee voorbeelden, de betrokken gerechten waren bang dat social media de betrokken richting van vals-positieve getuigenis getuigen kunnen zijn scheef. Net zoals ze zich zorgen over dit waren, zo moeten we bang dat het toenemende gebruik van social media de politie kan scheef in de richting van een vergelijkbaar resultaat. Dit houdt in dat het risico van sociale media niet alleen in de waarschijnlijkheid van valse identificaties van het publiek, zoals met het Australische model, die werd ondervraagd door de politie nadat ze ge?dentificeerd via social media als de dader van de bomaanslag 2015 Bangkok heeft wonen. Nee, het ligt dan ook in de manier waarop de politie actief mijnen en zoek social media sites zelf, preventief signaleren waarschijnlijk criminelen en teren hun online sociale netwerken als mogelijke co-samenzweerders.
In Fresno, Californi?, dit is voelbaar in de manier waarop de politie gebruik maken van nieuwe software die bekend staat als “Pas op” om de “dreiging score ‘van individuen te berekenen. Afhankelijk van hun “data punten, waaronder arrestatie rapporten, eigendom records, commerci?le databases, diepe zoekopdrachten Web en de [individuele] social-media postings, ‘verdachten en personen die van belang zijn ingedeeld op basis van een stoplicht systeem (dat wil zeggen rood, geel en groen), met rode aanwijzing van de grootste bedreiging en groen het laagst.
Dergelijke software kan dingen makkelijker te maken voor de politie toen zich klaarmaken voor een verzending, maar op hetzelfde moment dat vlaggen ??n van de meest ongezonde gevolgen van “social media policing.” Dat is, gezien het racisme al in de identificatie van embedded “verdachten” het is zeer waarschijnlijk dat “bedreiging scores” en social media profielen onevenredig zwarte mensen en andere mensen van kleur zal zich richten op. Als dat zo is, de “Beware” systeem en de uitgebreide sociale media te gebruiken het vertegenwoordigt hebben het potentieel om de gemarkeerde raciale ongelijkheid die al het strafrecht wrack verergeren.
Ook, zoals de American Civil Liberties Union al heeft beweerd, de Fresno politie brede kwast aanpak van personen die van belang kan ertoe leiden dat de politie aankomen op een sc?ne bereid zijn om wat onnodig hardhandige en oneerlijke actie te ondernemen. Hoewel haar innerlijke werking is een goed bewaard geheim, het Pas programma is waarschijnlijk niet in staat om onderscheid te maken tussen iemand die berichten echt crimineel materiaal op hun social media-accounts en iemand die, bijvoorbeeld, is kritisch over de politie en hun beleid (bijvoorbeeld Black Lives Matter). Als zodanig is het bestaan ervan is nog een indicatie van hoe het gebruik van sociale media eigenlijk kan uiteindelijk het verlagen van de kwaliteit van de politie, in plaats van te verbeteren.
Het verlies van de onschuld
Zoals andere commentatoren hebben opgemerkt, had de politie al trawlvisserij via social media lang voordat Pas op, en voor het grootste deel, is het gebruik van Facebook en Twitter duidelijk problematisch geweest. Vaak hebben ze het gebruiken om contouren van bendes stuk samen, met behulp van de beschikbare netwerken van vrienden, volgelingen en houdt ervan om af te leiden die strafrechtelijk kan worden geassocieerd met bekende outlaws. Het ding is, deze methode ontbreekt ook veel nuance en context, omdat het geen rekening houdt met de mogelijkheid dat “friending” een persoon die een misdaad of “smaak” een video van een misdrijf heeft gepleegd bijvoorbeeld, betekent niet noodzakelijk dat je bent eigenlijk in competitie met die persoon of dat de misdaad hebben begaan. In sommige high-profile gevallen heeft dit soort eenvoud leidde tot valse arrestaties en lasten, zoals met Jelani Henry, die in 2012 werd beschuldigd van poging tot moord na smaak berichten van een Harlem bende, die zijn broer als een van zijn leden geteld .
Henry was niet de enige persoon in de eerste plaats worden gearresteerd voor zijn of haar online activiteiten. In 2012, de New York City Police Department lanceerde Operation Crew Cut, een initiatief dat zich rond het monitoren van social media-activiteiten, en veel daarvan afkomstig van de zwarte bevolking. Sinds het begon, hebben talrijke invallen uitgevoerd door de afdeling, met de meest beruchte zijn een juni 2014 manoeuvre in Harlem, dat 103 arrestaties in verband gesaldeerd met twee moorden, in het proces onderbouwing van de vrees dat sociale media de politie zullen onevenredig afbreuk mensen van kleur . In de aanklachten machtiging van deze arrestaties, “Facebook” lijkt meer dan 300 keer, en hoewel veel of de meeste van de gearresteerde personen kunnen een zekere mate van schuld hebben uitgevoerd, naar het voorbeeld van Jelani Henry insinueert ten zeerste dat een aantal van de 103 onschuldige kan zijn geweest . Inderdaad, een City University of New York professor in de rechten gezegd net zo veel over het onderwerp, waarin staat dat de politie nu gebruik van sociale media om “te houden 50 kids verantwoordelijk” voor een enkele opname.
Deze gevallen tonen aan dat, net als bij vragen het publiek om te helpen bij het identificeren van verdachten en personen van belang, het gebruik van sociale media kan het opvoeren van de omvang en de snelheid van politie-onderzoeken, maar ten koste van het verliezen van subtiliteit en precisie. Afgezien van het gevangen zetten van af en toe een onschuldig, bestaat de vrees dat de strategie van pre-labeling individuen als ‘bendeleden’ of ‘bedreigingen’ een rol spelen in de rechtszaal kunnen spelen ook, ter vervanging van het vermoeden van onschuld – een van de fundamentele principes van het strafrecht – met het vermoeden van schuld.
Dit werd in 2015 een wet paper geschreven door onderzoekers van de Universiteit van Londen in het Verenigd Koninkrijk, die beweren dat het concept van de verdachte bevat nu een erkenning van schuld besproken. Ze vertellen een dronken rijden Twitter campagne uitgevoerd door Staffordshire politie in het Verenigd Koninkrijk, een campagne die publiekelijk ge?dentificeerde mensen dronken bestuurders, ondanks het feit dat deze mensen alleen maar meer is belast met (en niet veroordeeld voor) rijden onder invloed. Hoewel het niet als publieke, de praktijk van het gebouw databanken en netwerken van mensen die hebben beschuldigd van misdaden heeft een soortgelijk effect. Het labelt mensen als “niet ‘volledig onschuldige,’ ‘smeren ze in de ogen van de politie voordat ze zelfs de kans om te verschijnen in de rechtbank en hun naam te zuiveren.
Vechten eigenrichting Met eigenrichting
auteurs van het papier er rekening mee dat het gebruik van de technologie rondom social media kan de politie te misleiden door te denken dat hun onderzoek zijn navenant “wetenschappelijke” en “objectieve”. Omdat ze de gegevens van de wil van Facebook te vergaren in een min of meer systematische manier, kunnen zij een al te zelfverzekerd en overmoedig geloof in het bewijs van deze gegevens biedt cultiveren.
Misschien geeft dit een van de grootste gevaren van allemaal: dat de politie zal denken technologie maakt automatisch hen onfeilbaar. Hiermee misverstand kan een verhoging van de soorten fouten en onrechtvaardigheden hierboven beschreven zijn, en in het onvermogen om deze voor wat ze werkelijk zijn zien. De politie kan beginnen een steeds grotere hoeveelheid valse verklaringen te aanvaarden van het publiek, en ze kunnen beginnen met het arresteren van een steeds groter aantal onschuldige mensen, al die tijd van overtuigd dat hun zwaartekracht in de richting van social media en big data verzekert hen tegen dergelijke fouten. In sommige opzichten, zal de ontvangst van valse informatie en de arrestatie van onschuldige mensen niets nieuws voor hen, net zoals het bestaan van de burgerwacht subculturen en vooroordelen tegen mensen van kleur zijn ook niets nieuws.
Echter, gezien de enorme omvang wordt geboden door sociale media en het internet, deze ongelukkige verschijnselen kan heel goed vermenigvuldigen op het vergroten van grootheden, een combinatie van een toename van de sociale media vigilantism met een toename van vermoedens van schuld. Dergelijke een dodelijke combinatie zou leiden tot een stijging van de onrechtmatige arrestaties en veroordelingen, verpest leven en de verdere afbrokkeling van het vertrouwen in de politie op hetzelfde moment. Uiteindelijk is dit sombere mogelijkheid houdt in dat als we willen een dergelijke situatie ooit tot stand komen te voorkomen, moeten we – enigszins ironisch genoeg – uit te oefenen een zekere eigenrichting van ons eigen. Natuurlijk, dit betekent niet dat we moeten stoppen met het gebruik van sociale media in totaal, alleen dat we ons moeten stoppen met misbruiken, uit zodat het een instrument van onderwerping in plaats van ??n van ‘empowerment’ te worden.
————
The use of new digital technologies in policing, far from strengthening the balance of justice in the world, may only weaken it further. (Photo: Internet policing via Shutterstock)
The police are in your home. No, not quite literally, but almost. Just like the billion-plus people who log onto Facebook every day and the thousands of self-promoters who brag on Twitter about crimes they’ve committed, the cops have been flocking to social media for several years now. From the Wayne County Sheriff’s Office in Ohio to the New York City Police Department, they’ve been setting up social media accounts, all in a bid to communicate more effectively with the public and, ostensibly, to solve cases. From the perspective of the forces involved, this strategy has worked wonders, with a litany of people incriminating themselves via boastful Facebook posts, and the public obligingly responding to closed-circuit television footage with the names of suspects.
Yet despite the noticeable benefits to police departments of harnessing social media and big-data technology to transform thousands (if not millions) of people into unofficial police informants, there are numerous demonstrated and potential downsides to this change in police operations. Not only does it open the floodgates of official police channels to the slews of misinformation often associated with the dawn of the internet, but also it threatens to stimulate a growth in misguided internet vigilantism and increase wrongful convictions. If this happens on any considerable scale, then the use of new digital technologies in policing, far from strengthening the balance of justice in the world, may only weaken it further.
One of the Biggest Crime-Fighting Tools
For some departments, the use of these technologies is already prevalent. In San Jose, California, the police recently chalked a 75 percent reduction in burglarieslargely up to their systematic employment of social media and technology. According to a press release, they’ve begun exploiting a program that “almost immediately” posts images and surveillance video on their public portals. What’s more, these media postings have apparently witnessed an emphatic public response, with tips flooding in on most cases, and with six suspects being identified for the last 10 cases they’ve publicized. Whether these were reliable tips and identifications wasn’t disclosed by the department, but for the moment, that’s neither here nor there.
Similar social media boosts to police operations have been reported elsewhere. In Midwest City, Oklahoma, the police testified to social media having a comparable effect on their performance. Chief of Police Brandon Clabes declared that videos placed on social media were “helping the department solve more crimes,” and have become “one of our biggest crime fighting tools [the department has] in this day and age.”
There is something rather unsavory and askew about enlisting social media users as honorary members of the police.
Likewise, a USA Today article from 2012documented how more than 40 police departments across the United States had already turned to YouTube and other social sites, with the Philadelphia police stating that social media had helped them solve 85 cases between February 2011 and June 2012 (the date of the article’s publication). A couple of years later, the International Association of Chiefs of Police announcedthat 95 percent of police forces in the United States use social media in one capacity or another, and that 82.3 percent of the forces polled employ such media for the purposes of pursuing criminal investigations.
In other words, social media use is now a well-established component of day-to-day policing. In fact, an indication of just how well established these practices are, and just how co-opted in the fight against crime the users of social media have become, can be glimpsed if you search Twitter accounts for “police.” Here, you will see a list of almost all the major police departments and organizations in the English-speaking world: the Metropolitan Police (the UK), the Toronto Police (Canada), the Mumbai Police (India), the South African Police Service, New South Wales Police (Australia) and the Nigeria Police Force. These institutions and more are now visiting social media sites daily, tweeting about and at “wanted” persons, posting images of missing persons and sharing various public service announcements.
The “Soft” Police State
Quite apart from the practical defects and downsides to the technological turn in policing (more on these soon), there is something rather unsavory and askew as a matter of principle about enlisting social media users as honorary members of the police. Given that some 72 percent of the online US population use social media sites (and 62 percent of the entire adult US population use Facebook), this equates to quite a large network of dormant informers, potentially – and sometimes unwittingly – ratting on their shifty-looking neighbors.
These tactics are unsavory because they have grave implications for civil liberties. Because users of social media as a percentage of the total population are so considerable, and because social media are so ubiquitous, their incorporation into routine police operations has the sheer capacity to transform the nation into a “soft” police state, at least insofar as they and the police will enjoy near-constant access to each other. Within this hypothetical state, the police will be able to process and monitor the public’s online activity without leaving their headquarters, while the public will have a very immediate and effortless means of reporting any “suspicious” behavior or “useful” information to the authorities. If such a scenario were realized, then the police would become a constant, if very discreet, presence in our lives, able to watch over us and make it easier for us to watch over ourselves.
That said, whether all 72 percent of the online US population will become part-time snitches will ultimately be a matter of how effective the police are in encouraging them to make the most of the new channels opened up by the internet, and this in turn will be a matter of police resources and policy. Still, if enough of the 72 percent are interested, and if the police continue increasing their encroachment into social media, then we may end up entering some all-too-real parody of 1984 (if theNational Security Agency?hasn’t already brought us there).
Expanded social media use has the potential to exacerbate the marked racial disparities that already wrack the criminal legal system.
The infiltration by the police of social media and thereby “the social domain” in the abstract already represents something of a violation of privacy, a violation of the private-social realm by the public-political. Facebook’s mission, for example, states that the social media site is dedicated to “people” and their ability to “stay connected with friends and family.” It says nothing about providing the authorities with a direct access line to such people, or with the means of tapping the networks and social spaces they’ve developed as a source of information on criminal activity (then again, it’s already common knowledge that Facebook has betrayed its own self-declared mission in other respects). Even so, this is exactly what Facebook and other similar sites are doing: allowing social networks to be built so that they can be penetrated instantly by the police and their various initiatives.
Such a mass-scale opening of social groups to the presence of police is an unprecedented development, and in its wake, it may arguably spur the proliferation of social media users who consider themselves part-ordinary civilian and part-vigilante. In Australia, for example, there was the case of a concerned mother who mistakenly thought a man was taking a photo of her children in a shopping mall when in fact he was simply taking a selfie next to a picture of Darth Vader. The mother then took a photo of him, posted it on Facebook and reported him to the police, having jumped to the unfounded conclusion that he was a pedophile.
Even more alarmingly, there’s the development of Facebook-based vigilante groups in countries ranging from the UK and Germany to Peru, where people are now encouraging each other to apprehend potential burglars and sexual harassers, often in increasingly violent ways.
There’s even the possibility that social-media-based vigilantism is itself breeding a more generalized, offhand culture of self-policing, through which people are being shamed and chided even for more personal peccadilloes. For example, in July 2015, there was the story of the two sisters who tweeted footage of a married woman sexting another man while sitting beside her husband at a baseball game. It’s probable that with the increased visibility and activity of police on social media, this kind of haphazard internet activism will only be encouraged and motivated further, resulting in a climate where a growing number of overzealous people are “policing” and harassing each other in the pursuit of likes and retweets.
Trigger-Happy Identifications and Wrongful Convictions
Aside from its potential effects on culture and wider society, there are various legal and technical issues with the increasing reliance of police agencies on social media. For one, there is the potential that, far from being reliable, the information they receive from the public is racked with inaccuracies and distortions. By opening themselves up to millions of users on Facebook and Twitter, police potentially open themselves up to a greater quantity of misinformation and speculation. Examples of such misleading noise abound when it comes to the internet and social media, as is revealed most starkly by the Boston Marathon bombing and the initialmisidentification of the individuals responsible for the atrocity. There are many analogous episodes of people being wrongly labeled as murderers via social media. As a result, police need to expend extra resources to sift through an expanded mass of junk. This situation also raises the disturbing possibility that wrongful convictions may increase in parallel.
That an increase in wrongful convictions is likely is evinced by the fact that,according to the Innocence Project, 72 percent of wrongful convictions are the result of eyewitness misidentifications. As for these misidentifications, they generally occur because people are susceptible to having their opinions on who they saw and who is visible in evidential imagery influenced by intervening suggestions, such as in the well-documented 1984 rape of Jennifer Thompson, who wrongly identified aninnocent man as her assailant after being shown photos of known criminals by the police. What this means is that, with the increase of social media reporting of crimes by the police and news outlets, eyewitnesses are likely to be similarly swayed by the “intervening suggestions” this reportage provides.
Such a case of victims being influenced by “intervening suggestions” happened in a trial considered by the Toronto-based Neuberger & Partners LLP, who noted that the victim’s identification of her assailant in court was tainted by “her viewing [the suspect’s] picture on Facebook a day or two after the robbery.” The same article also notes that a judge asked that less weight be given to an uncle’s identification of a young person as the perpetrator of an assault on his nephew, since this uncle had seen the suspect’s Facebook profile – replete with weapon and gang iconography – before making the identification.
In these two examples, the courts involved were worried that social media may have skewed the witnesses concerned toward false-positive testimony. Just as they were worried about this, so too should we be worried that the growing use of social media may skew the police toward a similar outcome. This implies that the risk of social media doesn’t simply reside in the likelihood of false identifications from the public, such as with the Australian model who was questioned by police after being identified via social media as the culprit of the 2015 Bangkok bombing. No, it also resides in how the police actively mine and search social media sites themselves, preemptively flagging up likely criminals and tarring their online social networks as potential co-conspirators.
In Fresno, California, this is tangible in how police use new software known as “Beware” to calculate the “threat score” of individuals. Depending on their “data points, including arrest reports, property records, commercial databases, deep Web searches and the [individual’s] social-media postings,” suspects and persons of interest are classified according to a traffic-light system (i.e. red, yellow and green), with red designating the greatest threat and green the lowest.
Such software might make things easier for the police when readying themselves for a dispatch, yet at the same time it flags up one of the more unwholesome ramifications of “social media policing.” That is, given the racism already embeddedin the identification of “suspects,” it’s highly likely that “threat scores” and social media profiling will disproportionately target Black people and other people of color. If so, the “Beware” system and the expanded social media use it represents have the potential to exacerbate the marked racial disparities that already wrack the criminal legal system.
Also, as the American Civil Liberties Union has already asserted, the Fresno police’s broad-brush approach to persons of interest may result in the police arriving at a scene prepared to take some unnecessarily heavy-handed and unfair action. Even though its inner workings are a closely guarded secret, the Beware program is likely unable to distinguish between someone who posts genuinely criminal material on their social media accounts and someone who, for example, is critical of the police and their policies (e.g. Black Lives Matter). As such, its existence is one more indication of how the use of social media may actually end up lowering the quality of policing, rather than improving it.
The Loss of Innocence
As other commentators have observed, the police had been trawling through social media long before Beware, and for the most part, their use of Facebook and Twitter has been distinctly problematic. Often, they use it to piece together outlines of gangs, using the available networks of friends, followers and likes to deduce who might be criminally associated with known outlaws. The thing is, this method also lacks considerable nuance and context, as it disregards the possibility that “friending” a person who has committed a crime or “liking” a video of a crime, for instance, doesn’t necessarily mean you’re actually in league with that person or have perpetrated that crime. In certain high-profile cases, this kind of simplicity has led to false arrests and charges, such as with Jelani Henry, who in 2012 was charged with attempted murder after liking posts by a Harlem gang, which counted his brother as one of its members.
Henry wasn’t the only person to be arrested primarily for his or her online activity. In 2012, the New York City Police Department launched Operation Crew Cut, an initiative that based itself around the monitoring of social media activity, much of it coming from Black people. Since it began, numerous raids have been conducted by the department, with the most infamous being a June 2014 maneuver in Harlem that netted 103 arrests in connection with two homicides, in the process substantiating the fear that social media policing will disproportionately prejudice people of color. In the indictments authorizing these arrests, “Facebook” appears more than 300 times, and even though many or most of the arrested individuals may have carried some degree of guilt, the example of Jelani Henry strongly insinuates that some of the 103 may have been innocent. Indeed, a City University of New York law professor said just as much on the subject, stating that the police are now using social media to “hold 50 kids accountable” for a single shooting.
These cases show that, as with asking the public to help in identifying suspects and persons of interest, using social media may ramp up the scale and speed of police investigations, but at the cost of losing subtlety and precision. However, beyond jailing the occasional innocent, there are fears that the strategy of pre-labeling individuals as “gang members” or “threats” may play a role in the courtroom as well, replacing the presumption of innocence – one of the fundamental tenets of the criminal legal system – with the presumption of guilt.
This was discussed in a 2015 law paper written by researchers from the University of London in the UK, who argue that the concept of the suspect now contains a recognition of guilt. They recount a drunk-driving Twitter campaign conducted by Staffordshire Police in the UK, a campaign that publicly identified people as drunk drivers, despite the fact that these people had only been charged with (and not convicted for) driving under the influence. While it’s not as public, the practice of building databases and networks of people who’ve been charged with crimes has a similar effect. It tags people as “not ‘wholly innocent,'” smearing them in the eyes of the police before they even have the chance to appear in a court of law and clear their names.
Fighting Vigilantism With Vigilantism
The paper’s authors note that the use of the technology surrounding social media may deceive the police into thinking that their inquiries are correspondingly “scientific” and “objective.” Because they amass data from the likes of Facebook in a more-or-less systematic way, they may cultivate an overly confident and hubristic faith in the evidence this data provides.
Perhaps this presents one of the biggest dangers of them all: that the police will think technology automatically makes them infallible. With this misapprehension may come an increase in the kinds of errors and injustices outlined above, as well as in the inability to see the latter for what they truly are. The police may begin accepting an ever-greater quantity of spurious statements from the public, and they may begin arresting an ever-greater number of innocent people, all the while convinced that their gravitation toward social media and big data insures them against such mistakes. In some ways, the receipt of false information and the arrest of innocent people will be nothing new for them, just as the existence of vigilante subcultures and bias against people of color are also nothing new.
However, given the massive scale afforded by social media and the internet, these unfortunate phenomena may very well proliferate at increasing magnitudes, combining an increase in social media vigilantism with an increase in presumptions of guilt. Such a lethal combination would lead to a surge in wrongful arrests and convictions, ruining lives and further eroding trust in the police at the same time. Ultimately, this gloomy possibility entails that if we want to prevent such a situation from ever coming into being, we must – somewhat ironically – exercise a certain vigilantism of our own. Of course, this doesn’t mean we should stop using social media altogether, only that we should stop ourselves from misusing it, from allowing it to become an instrument of subjugation rather than one of empowerment.
Vraag Curtis Hart of hij zichzelf ziet als burgerwacht (‘vigilante’) en je krijgt een bot antwoord.?”Ik heb nog ergere namen gekregen,” zegt hij. Hoe ze ook heten, Curtis en vijf van zijn vrienden die zichzelf de Punisher Squad noemen, dienen volgens hen een belangrijk doel. Ze vangen wat ze in Amerika de?roofdieren van het internet noemen (online predators). Nog voordat ze de kans krijgen om toe te slaan grijpen zij in en plaatsen video’s van hun ontmoetingen op YouTube. Ze bellen pas?de politie als het tijd is voor een?arrestatie.
Hun eerste keer, dat als experiment begon,?was meteen een succes vertelt Curtis.?Het bewijs daarvan is de arrestatie van de 36-jarige Adam Olson uit Castle Rock die vervolgens achter de tralies verdween met een borgsom van $50.000.?”Hij dacht dat?hij seks kon hebben met een 13-jarig meisje” vertelt Curtis. “De hele zaak was net?een aflevering van ‘To Catch a Predator‘.”
In het politierapport van Kelso staat dat Curtis en een vriend een bericht plaatsten middels de app ‘Whisper‘. Ze deden zich voor als een 14-jarig meisje die ‘een leuke tijd wilde hebben met een oudere man.’?”Onmiddellijk kreeg ik 30 tot 40 reacties,” geeft?Curtis aan. Hij zegt dat hij zich toen richtte op Olson en ze wisselden Selfies uit. Curtis deed alsof hij een tienermeisje was en biechtte op dat ze eigenlijk maar 13 was. Al snel werd het gesprek seksueel getint.?”Het was absoluut walgelijk”, aldus Curtis. Hij zegt dat Olson aandrong op een ontmoeting dus hij vroeg wat vrienden, waarvan een van hen gewapend was, en ze koersten naar?Tom O’Shanter Park in Kelso waar de ontmoeting plaatsvond.
Onderstaande?YouTube-video (waarschuwing: expliciet taalgebruik) laat zien wat er daarna gebeurde.
De politie van Kelso wist van niets totdat Curtis en zijn vrienden het wel genoeg videomateriaal vonden voor een arrestatie. Die vond kort daarna?ook plaats. ?”We wilden het niet aan de politie laten weten, want je kunt toch niet op je handen gaan zitten en wachten op de overheid om alles maar in orde te maken?”, aldus Curtis. “Als je wacht tot de overheid eindelijk wat doet eindigt je stad net als Flint, Michigan” (Flint is al enige jaren een van de meest onveilige steden van de VS).
De groep gebruikt dezelfde methode als vele andere burgerspeurders en pedofielenjagers. En deze trend kreeg de naam “The Hunter Phenomenon”.
In andere steden zou de politie hebben geprobeerd dit fenomeen te stoppen, waarbij ze zouden aangeven?dat het levens kapot maakt (vaak ook van familieleden), burgers in gevaar brengt?en de kansen op vervolging be?nvloed.
De politie van Kelso wilde niet reageren op dit?voorval.?Een aantal inwoners wilden dat wel, zoals?David Willis. Hij heeft twee dochters, en hij is er helemaal voor.?”De politie is hierdoor overweldigd”, zegt hij. “Je wilt toch dat mensen uit?een gemeenschap voor elkaar opkomen.”?Anderen?waren minder enthousiast.?”Zij zijn geen politie”, aldus Bob Johnson. “Ze hebben geen ervaringen en weten niet wat ze doen. We hebben wetten om mensen die nog niets (bewezen) gedaan hebben te beschermen.” De aanklagers in Cowlitz County moeten de formele aanklacht tegen Olson nog indienen.?Hij wordt vervolgd voor een vermoedelijke poging tot verkrachting van een kind en seksueel getint online?contact?met een minderjarige.
Ook al heeft de man achter ‘Anxiety War‘ zich?aan het publiek?kenbaar?gemaakt in zijn YouTube video’s, het is duidelijk dat hij de?aandacht niet op zichzelf wil vestigen.
Zijn motivatie is wat onduidelijk, maar zijn behoefte om pedofielen te ontmaskeren laat niets aan de verbeelding over.
“Hij weet heel goed dat hij foute dingen doet, maar toch wil hij de ontmoeting aangaan. Dus gaan we dat doen, “zegt hij in een van de filmpjes.
Hij legt graag zijn werk als?undercover burgerrechercheur uit, als?hij toelicht dat hij met een online?tiener account de pedofielen uit de tent lokt en eindigt met een?verfilmde?confrontatie.
“Deze volgende pedofiel?heeft een pistool. Het is een 9mm Smith en Weston. En ik heb er een foto van gemaakt. Ik wordt hier niet door?ge?ntimideerd, “zegt hij in een van zijn video’s.
Zijn YouTube-video’s gaan niet alleen viral, maar ze leidden tot nu toe ook tot de arrestatie van zeven mannen.
Hij chat?soms weken of zelfs maanden met vreemden. En uiteindelijk komt het wel tot een afspraak. Tot hun verbazing komen deze vreemden dan oog in oog te staan met deze man.?Hoewel de meeste?mannen het eerst niet zien worden ze opgenomen. Die video’s worden later op het?YouTube-kanaal van “Anxiety War” gezet, een kanaal dat aan populariteit wint.
“Ik zal eerlijk zijn. Ik ben op zoek naar iemand zoals jij om mij een plezier te doen … Ik zoek seks. Ik kan je er wat compensatie?$ voor?bieden” schreef een man zoals te zien is in een van de video’s.?Een andere man schreef:?”Geen parfum ajb! En een rokje zonder slipje zou hot zijn.”?”Deze man schreef dat hij altijd al een?maagd heeft willen hebben en dat hij veel seksuele fantasie?n heeft die nog realiteit moeten geworden” vertelt de man achter de camera van een van de video’s die voorlopig niet van plan is te stoppen met zijn opsporingswerk.
De politie staat aan het begin van een grote digitale revolutie. Dat voorspellen onderzoeker Arnout de Vries van TNO en politiechef Frank Smilda van de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland in hun boek ?Social media: het nieuwe DNA?, dat dit voorjaar verscheen. Onderstaand artikel van Jolein de Rooij (ComputerIdee, #7 van 2014) gaat over de online rechercheur van de toekomst en geeft weer wat ons te wachten staat. Het wordt aangevuld met opinies die onlangs verschenen in een AD artikel over burgeropsporing en burgervervolging.
Recherchewerk met sociale media
Onderzoeker Arnout de Vries en politiechef Frank Smilda schreven een boek over het gebruik van sociale media in de opsporing. Arnout de Vries is onderzoeker en adviseur op het gebied van sociale media en maatschappelijke veiligheid bij TNO. Frank Smilda is politiechef bij de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland. Samen schreven ze een boek waarin ze uitleggen hoe burgers en politie het beste kunnen samenwerken bij recherchewerk op sociale media als Twitter en Facebook.
Want politie, advocaten en experts op het gebied van sociale media maken zich zorgen bij burgeropsporing: eigenrichting dreigt omdat burgeropsporing kan omslaan in burgervervolging.
Doorgaans is de politie blij met tips, maar Facebookacties zijn een doodlopende weg, stelt Frank Smilda in het AD artikel. Burgers gaan volgens hem veel minder zorgvuldig te werk dan echte agenten bij een verdenking. Als een betrokkene toch niet de dader blijkt te zijn, zullen de gevolgen niet te overzien zijn, zegt Smilda: ‘Iemands naam is dan voorgoed beschadigd.’
Ook hoogleraar publieke innovatie Albert Meijer is geen voorstander van het voor eigen rechter spelen via het internet. De politie weegt zorgvuldig af wat wel en niet naar buiten wordt gebracht. ‘Maar burgers hebben daar geen boodschap aan’, aldus de hoogleraar. Er ontstaat volgens Meijer te snel ‘een gevoel van wij tegen de boeven’. ‘De slachtoffers denken dat ze alles mogen doen om de daders te pakken. Elke nuance is verdwenen. Dat ondermijnt de rechtsstaat.’
Precieze cijfers zijn niet bekend, maar ‘doe-het-zelf-justitie’ zit duidelijk in de lift. Tegen de Facebookacties is wettelijk niet veel te doen. Het is niet strafbaar om tips te vragen op internet. De advocaten Gerard Spong en Frank van Ardenne plaatsen grote juridische vraagtekens bij de internet-initiatieven, omdat het gevonden bewijs bruikbaar is in strafprocessen. Spong heeft daar principi?le bezwaren tegen. Volgens hem werkt dat het illegaal handelen van particulieren in de hand. ‘Het is een vorm van bewijs witwassen. De overheid maakt hiermee in feite ook vuile handen’, aldus Spong. Van Ardenne vindt dat de overheid moet ingrijpen als er publiekelijk jacht wordt gemaakt op een vermoedelijke verdachte. ‘Vragen om tips kan iedereen zich nog voorstellen, maar publiekelijk zelf iemand opsporen kan enorm uit de hand lopen. Dat kan uiteindelijk een rol spelen bij een veroordeling’, aldus Van Ardenne.
Het Openbaar Ministerie (OM) is er geen voorstander van dat mensen zelf op zoek gaan naar daders, maar wijst het ook niet af. Volgens OM-woordvoerder Wim de Bruin is het ‘ieders verantwoordelijkheid’ zorgvuldig met de privacy van anderen om te gaan. ‘Het is aan de rechter om te beoordelen in hoeverre het schenden van iemands privacy rechtmatig is geweest.’
Hoe kunnen burgers helpen?
Arnout de Vries: “Dat kan in de eerste plaats door zelf ooggetuigenverslagen te maken. Daar bestaan zelfs speciale apps voor. Met de Britse ‘Self Evident’ app kun je bijvoorbeeld als slachtoffer of getuige een behoorlijk compleet verslag maken, inclusief eigen foto’s en films van de plaats delict en een Google Maps-kaartje. En er bestaat ook een app waarmee je zelf een compositietekening kunt maken van de dader. Behalve door foto’s en filmpjes te maken, kunnen burgers helpen bij het signaleren van online delicten, zoals doodsbedreigingen via Twitter of identiteitsfraude. Veel mensen zien internet als een vrijplaats om zich te misdragen, maar het zo zou het niet moeten zijn. Het is goed als mensen ook online op hun gedrag worden aangesproken. Wanneer de politie in Haren bijvoorbeeld door meer mensen op Project X was gewezen, was de situatie daar misschien minder uit de hand gelopen.”
Hoe gebruik de politie sociale media?
“Politieagenten twitteren en gebruiken Facebook. Bijvoorbeeld bij evenementen, om burgers te informeren en instructies te geven, of om signalementen te verspreiden van vermiste personen. Daarnaast zijn er wijkagenten die aangesloten zijn bij WhatsApp-groepen van burgerwachten in bepaalde wijken, om zo beter ge?nformeerd te zijn. Daarbij is het wel zaak dat ze de juiste verwachtingen scheppen, zodat burgers bijvoorbeeld niet denken dat wanneer ze een berichtje op WhatsApp zetten binnen zo’n groep, de politie dus automatisch op de hoogte is. Daarnaast is ‘crowdsourcing‘ een veelbelovende mogelijkheid. Wanneer de politie opsporingsdossiers online zou zetten, inclusief foto’s, video’s, kaarten en reconstructies, kan dat veel creatieve idee?n en expertinformatie opleveren. Dat deed Maurice de Hond bijvoorbeeld, in de Deventer moordzaak, met de website GeenOnschuldigeVast. Dankzij de inzet van burgerexperts is volgens De Hond in die zaak veel relevante informatie bijeen gebracht.”
Hoe moet het niet?
“Wanneer overenthousiaste burgers heksenjachten ontketenen, wanneer ze de privacy schenden van medeburgers of wanneer ze waardevolle aanwijzingen weggeven. De politie schrikt zich regelmatig een hoedje doordat familieleden van een slachtoffer bijvoorbeeld op Facebook allerlei opsporingsinformatie weggeven, terwijl de zaak nog loopt. Tijdens de jacht op de daders van de dubbele bomaanslag van de Boston-marathon?waren er mensen die de politiescanner afluisterden en elke beweging van de politie live uittikten. Dat wil je niet, want de voortvluchtigen kunnen dat ook lezen. Die aanslag is een perfect voorbeeld van een zaak waarbij burgers op grote schaal meedachten. Je zag toen ook meteen de gevaren daarvan: op een bepaald moment was iedereen ervan overtuigd dat een bepaalde jongen met een rugzak de dader was. Achteraf bleek dat niet zo te zijn. Ik ben er daarom voorstander van dat de politie zoveel mogelijk van dit soort crowdsourcing zelf in handen houdt, door tools beschikbaar te stellen en speciale Facebook-pagina’s of samenwerkingsplatformen in te richten. Nu plaatsen burgers steeds vaker, in de hoop dat daders zo sneller gepakt worden, zelf opsporingsdata online. Het is beter wanneer dat gebeurt in overleg met de politie. Die kan beter beoordelen welke informatie wel en niet online kan, in het belang van het onderzoek en met het oog op de privacybescherming.”
App om getuigeverslag te maken
Met de Britse ?Self Evident?-app kan een slachtoffer of getuige zelf een verslag maken van een incident, inclusief eigen foto?s en films van de plaats delict en een Google Maps-kaartje. Wanneer de gebruiker een video, foto of geluidsopname maakt met de app wordt het tijdstip waarop dat gebeurde en de locatie waarvandaan automatisch opgeslagen op de server van Just Evidence, de ide?le organisatie die de app maakte. Die organisatie kan dus getuigen dat uw smartphone echt op dat moment op die plek aanwezig was. U kunt een link naar uw online verslag in een mailtje verzenden, bijvoorbeeld naar een vriend of naar uw verzekeraar of de politie. Wanneer de ontvanger het rapport downloadt, zendt Just Evidence u daarvan bericht. Het grote voordeel van de app is dat getuigen of slachtoffers niet hoeven te wachten met getuigen tot de politie arriveert of anderszins gehoor geeft. Ze kunnen zo snel mogelijk zelf beschrijven wat er is gebeurd, waardoor het verslag gedetailleerder zal zijn en meer correct. Ook heeft de politie de informatie eerder in handen, waardoor de kans toeneemt dat daders op heterdaad kunnen worden betrapt.
App om compositietekening dader maken
Het is erg lastig om het gezicht te beschrijven van iemand anders. Ook vervaagt de herinnering aan een gezicht snel. Daarom is het belangrijk dat compositietekeningen zo snel mogelijk na een misdrijf worden gemaakt. Dat kan met de PhotoFitMe app. Getuigen of slachtoffers kunnen daarmee zelf een gezicht samenstellen uit een bibliotheek van ogen, neuzen, monden, kinnen, haar, enzovoort. Elk ?onderdeel? kun je ook nog eens verbreden, versmallen, uitrekken of juist gedrongener maken. De iPhone app is ontwikkeld door forensisch psycholoog Graham Pike van de Britse Open Universiteit. Het blijkt behoorlijk lastig om met de app een accurate tekening te maken van iemand die we kennen. Dat is logisch, aldus Pike. We houden gezichten als geheel en niet als een verzameling onderdelen. Zelf ook eens proberen? Dat kan hier.
Social media: het nieuwe DNA
?Social media: het nieuwe DNA? verscheen dit voorjaar en gaat over ?de revolutie? die social media in de opsporing veroorzaakt. Het boek is geschreven door onderzoeker Arnout de Vries van TNO en politiechef Frank Smilda van de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland.
Eigenrichting na een (online) klopjacht. Als het gaat over burgeropsporing, welke in toenemende mate via social media gaat, is dit het grootste bezwaar waarover we in de kranten lezen. Maar wat is eigenrichting eigenlijk en waarom kan het onwenselijk of gevaarlijk zijn?
Eigenrichting
Het (voor) eigen rechter spelen,?eigenhandig optreden?of?vigilantisme?is het eigenhandig vereffenen van een al dan niet vermeend geschil in het?civiele recht?en in strafrechtelijke kwesties bestraffen van (vermeende) daders van?misdrijven?zonder dat hier een (straf)rechterlijke procedure aan te pas komt.
Eigenrechter
Iemand die zich bedient van eigenrichting en het?normale?rechtssysteem?van een land negeert en neemt het recht in eigen hand. De burger treedt bij daden van eigenrichting eigenhandig op als?rechter?en uitvoerder en schendt hiermee veelal het?geweldsmonopolie?van de?overheid.
Eigenrichting wordt in een?rechtsstaat?als onwenselijk beschouwd. Men kan bijvoorbeeld bij een?heksenjacht?op?pedofielen?ook gemakkelijk de buurman met wie men ruzie heeft beschuldigen. Dit geldt ook bij het eigenhandig corrigeren van?civielrechtelijke?geschillen: het leidt gemakkelijk tot misbruik, want als je bij de verschuldigde 1000 euro kan pakken, kan je misschien ook wel 10.000 pakken.
Eigenrichting wordt gezien als een misdaad in veel landen, vooral omdat het soms crimineel gedrag uitlokt bij de vigilantes in kwestie. Veelal worden bij eigenrichting?strafbare handelingen?gepleegd zoals?bedreiging,?mishandeling,?diefstal,?doodslag,?huisvredebreuk?en?wederrechtelijke vrijheidsberoving.
Vigilantes
De strafbare of onwenselijke handelingen kunnen individueel gepleegd worden (zoals het oneigenlijk innen van civiele vorderingen), maar ook collectief, met een?volksgericht?of?lynchpartij.?Dit vinden we vaak terug bij heksenjachten op vermeende misdadigers zoals dierenmishandelaars, pedoseksuelen,?terroristen, en in tijd van oorlog?landverraders. Men noemt dit wel?vigilantisme?(van?vigilante, oorspronkelijk?Spaans?en?Portugees?voor “wachtpost” of “wachter”, afgeleid van het Latijnse woord “vigilans”).?Mensen van wie men vermoedt dat ze hun straf ontlopen, zijn soms doelwit.?Ook personen en organisaties betrokken bij illegale activiteiten kunnen doelwit zijn. Soms is zelfs de gehele overheid van een land doelwit van een vigilantistische groep, zoals een hackergroep die een aanval doet op een strategisch overheidssysteem.
Het gedrag van ‘burgerwachten’ kan sterk verschillen. Soms blijft het enkel bij een verbale confrontatie om het doelwit te intimideren of angst aan te jagen, maar soms komt het ook tot lichamelijk geweld.
In Hollywoodfilms en stripboeken zijn superhelden vaak ook vigilantes zoals Batman of Robin Hood, of de rauwe politieagent Dirty Harry. In diverse Amerikaanse steden waren er kort na het uitkomen van de Kick-Ass film burgers die de straat opgingen als buurtwacht superheld.
Burgerarrest
Burgers die een persoon die een?misdaad?of een?overtreding?begaat op?heterdaad?betrappen, mogen deze persoon aanhouden zonder daarbij onnodig geweld of wapens gebruiken. Als niet aan die voorwaarde wordt voldaan, dan maken zij zich schuldig aan?eigenrichting, wat wel strafbaar is. Het zogeheten burgerarrest volgt uit artikel 53 van het Wetboek van Strafvordering.
Een voorbeeld van eigenrichting:
Harderwijk alert op eigenrichting tegen pedofiel
De gemeente Harderwijk is extra alert op mensen die eigen rechter willen spelen tegen een vermeende pedoseksueel die in de stad actief zou zijn. De man zou via Facebook een 8-jarig meisje hebben benaderd.?De familie van het meisje heeft vervolgens een foto van de man op Facebook geplaatst met een waarschuwing. Dit bericht is binnen korte tijd duizenden keren gedeeld en er kwamen veel reacties op. Nadat iemand een adres postte waar de vermoedelijke pedo zou wonen, vielen afgelopen zondagavond vier mannen de woning binnen. De deur werd ingetrapt en de bewoners werden bedreigd. Het ging om een onschuldige familie met dezelfde achternaam als de vermoedelijke pedoseksueel.
Burgemeester van Van Schaik van Harderwijk heeft de bewuste familie inmiddels bezocht. Hij vertelde op radio Gelderland dat de politie extra gaat surveilleren door de straat van de gedupeerde familie om herhaling te voorkomen. Ook de politie laat via Facebook weten dat er een foutief adres rondgaat van de vermeende pedoseksueel.
De familie van het 8-jarige meisje laat weten dat het niet de bedoeling was dat het Facebook-bericht over de vermeende pedoseksueel zo uit de hand zou lopen.
Eigenrichting in andere landen
Iets heftiger gaat eigenrichting eraan toe in bijvoorbeeld Zambia. Roep je daar “dief” in de straat dan volgt een lynchpartij met mogelijk de dood tot gevolg:
De motivatie is vaak dat men het lokale rechtssysteem niet goed genoeg of te laks vindt. Een andere reden is een vervelende persoonlijke ervaring met (bijvoorbeeld) een overheidsinstelling.