SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
Twee Assenaren van 21 en 24 jaar hebben deze zomer via de datingapp Tinder meerdere mannen onder valse voorwendselen naar Assen gelokt. De slachtoffers zouden door bedreiging met geweld gedwongen zijn om geld te geven.?De Assenaren hadden een vals profiel gemaakt op Tinder. Ze deden zich voor als een jonge vrouw die Nina heet.?Op de afgesproken plek werd hij ingesloten door de verdachten. Volgens het Openbaar Miniserie werd het slachtoffer door de Assenaren gefilmd. De verdachten deden voorkomen alsof ze de man wilde ontmaskeren als iemand die contact zocht met minderjarige meisjes. Onder het filmen werd tegen hem geroepen: ?Volgens mij weet je wel waarom we hier zijn. Hoezo spreek je af met een 15-jarig meisje.??De verdachten dreigden het filmpje online te zetten als hij niet betaalde. Hij moest 1500 euro pinnen en zijn mobiele telefoon geven.
Grindr
In Dordrecht is een groep van dertien jongens veroordeeld voor openlijke geweldpleging en vernieling, omdat zij in maart van dit jaar twee mannen via datingapp Grindr naar een afspraak lokten om ze te mishandelen. Dat deden de jongens naar eigen zeggen om ?pedo?s een lesje te leren?. Maar al tijdens het proces tegen de dertien verdachten komt een ander beeld naar voren: een cynisch plan om geld te verdienen dat ontspoorde in een grimmig lolletje. En welke rol speelde homofobie? Een reconstructie.
Wilt u dit voorbeeld liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie:
?Je moet dat programma kijken van Alberto Stegeman over pedofielen.? Het is eind maart als Owen (16) Joeri (14) appt. Het WhatsApp-gesprek tussen de twee vrienden is een brainstorm over hoe ze geld kunnen verdienen. Joeri heeft eerder een voetbalmaatje gesproken die beweert af te spreken met mannen voor seks, om ze vervolgens te beroven. Zouden zij zich ook op die manier kunnen verrijken? Owen stelt voor dat Joeri een aflevering van het SBS6-programma?Undercover in Nederland?kijkt over jongensprostitutie. Daar kan Joeri zien hoe presentator Stegeman dat doet, mannen lokken via datingapps als Grindr. De slachtoffers kunnen toch geen aangifte doen, verzekert Owen. Ze zijn immers zelf strafbaar omdat ze met minderjarigen afspreken voor seks. De jongens tonen zich in het WhatsApp-gesprek bewust van hun gebruik van Grindr, een homo-datingapp. ?We moeten 30-plussers hebben ? pedo?s?, typt Owen. ?Anders komen we straks bekend te staan als homohaters.?
?Er komt een pedo aan, er komt een pedo aan.? Het is vrijdagavond 30 maart en ?Kleine Joeri? komt aanrennen op de hangplek van zijn vrienden, bij basisschool de Keerkring. Joeri heeft een man op Grindr gesproken die hem wil ontmoeten. ?Ben 15. Erg?? had Joeri geappt. Reacties van de groep op het nieuws van Joeri, verschillen. Sommigen zouden boos zijn dat de man ?vieze handelingen? met de jongen wil verrichten. Dat zou blijken uit het chatgesprek op Grindr dat later door zowel Joeri als de man is gewist. Kaydee J. (19) weet genoeg. Van kinderen blijf je af, vindt hij. Ze moeten deze pedo een lesje leren, is Leroy van der V. met hem eens (21).
Kankerhomo, jij wilde mij neuken!? ? zijn vrienden springen de bosjes uit. De jongens werken de man tegen de grond en slaan en schoppen hem. ?Pedo, je wist dat ik 15 was!?, roept Joeri, die later trots benadrukt dat hij de eerste klap uitdeelde.??Homo?, ?pedo?, ?flikker? klinkt het onder gejoel en geschreeuw.
Het slachtoffer, bulten op het hoofd en schrammen in het gezicht, weet naar de kantine van de voetbalclub te vluchten, waar op dat moment een darttoernooi gaande is.
Owen (16) en Marco K. (19) vernielen de buitenspiegels van de auto, terwijl ?Kleine Joeri? zijn autobanden lek steekt. Patrick W. (19) heeft uit kunnen halen. ?Ik heb last van mijn klauw door die pedo?, lacht hij.
Een lolletje
De volgende dag, op zaterdag 31 maart, staan nog twee afspraken op het programma, met dezelfde opzet. Dit keer voegen zich nog meer jongens bij de groep. ?We gaan weer pedo?s klappen?, klinkt het in de groepsapp van de jongens. ?We hebben er sowieso twee vanavond, drie als we er zin in hebben?, zegt Bert B. (18), in verwijzing naar de doelwitten. Patrick W. (19) stelt voor om een van de slachtoffers een Thunder (vuurwerk) in de kont te stoppen.
Oordeel rechtbank
?Dom?, ?nooit moeten doen?, ?je mag niet voor eigen rechter spelen?, zeggen de jongens tijdens ??n van de vier zittingsdagen in het proces tegen liefst dertien verdachten. Maar de verdenking van pedofilie rechtvaardigde hun handelen, vonden de verdachten toen. Zo zegt Kaydee J. over die eerste avond: ?Het was voor mij genoeg om te horen dat deze man seksuele handelingen met ?Kleine Joeri? wilde verrichten.?
Dat de incidenten plaatsvinden in de nasleep van een reeks geruchtmakende incidenten met Grindr, rekent het OM de jongens zwaar aan. Zo verdween in februari de Rotterdamse tiener Orlando Boldewijn na een date via de Grindr-app. Later werd zijn lichaam gevonden. De jongens hebben met hun acties de homogemeenschap angst aangejaagd, vindt justitie. ?Ik heb niets tegen homo?s?, zeggen de jongens in oktober bijna in koor tegen de rechters, alsof er een bezwerende werking van uitgaat. ?Maar?, reageert de Officier van Justitie, ?jullie maken het mij moeilijk dat te geloven?.
Op 1 november wordt de hele groep schuldig bevonden aan openlijke geweldpleging en vernieling. Slechts in ??n geval acht de rechtbank in Dordrecht bewezen dat er letsel werd toegebracht aan het eerste slachtoffer, dat met een bierflesje op het hoofd werd geslagen. De groep liet zich drijven door sensatiezucht en een fascinatie voor geweld, aldus de rechtbank. Dat, in combinatie met groepsdruk, mondde uit in een ?akelig spel?. Maar dat de groep homofoob handelde, gelooft de rechtbank niet. Die constateert dat de groep voor eigen rechter speelde met het tv-programma?Undercover in Nederland?als inspiratie. De vijf minderjarige daders krijgen werk- en leerstraffen en voorwaardelijke jeugddetentie tot drie maanden. De meerderjarige verdachten zijn veroordeeld tot voorwaardelijke celstraffen van ??n tot drie maanden en werkstraffen tot tweehonderd uur.
Bronnen: Dagblad van het Noorde (1, 2), Volkskrant
Een nieuwe app Gfendr, ontwikkeld in samenwerking met sekswerkers, noemt zich de Airbnb voor sekswerkers. Voorstanders zeggen dat de veiligheid van sekswerkers ermee verbeterd, maar vanwege de internationale juridische grijze gebieden rond sekswerk, is er bezorgdheid dat de politie het zou kunnen gebruiken als een hulpmiddel om sekswerkers juist lastig te vallen.
Gfendr is een gratis app ontwikkeld in Montreal en heeft 700 gebruikers sinds de lancering twee weken geleden. Met de app kunnen sekswerkers hun diensten aanbieden en klanten beoordelen. Op hun beurt kunnen klanten naar sekswerkers zoeken op basis van hun voorkeuren en chatten met hun gekozen serviceprovider over locatie en prijs van tevoren.
Sekswerkers kunnen moeilijke of gevaarlijke klanten aandragen in de app en anderen helpen om onveilige situaties in de toekomst te voorkomen.
De belangenbehartigingsgroep voor sekswerkers uit Vancouver PACE zei dat de oprichters van de app hen en andere groepen in het hele land voorafgaand hebben benadert en om feedback hadden gevraagd. “We dachten allemaal dat de app geweldig was, omdat het het sekswerkers helpt om veiliger te kunnen werken”, zegt Laura Dilley, Executive Director van PACE.
Mede-ontwikkelaar Melissa Desrochers zegt dat zij en haar partner de app zonder financiering hebben gebouwd. Zodra er meer gebruikers zijn, kunnen sekswerkers betalen om hun diensten in de zoekresultaten te promoten. “Dit is een moeilijk project, maar we denken echt dat dit initiatief hun veiligheid kan verbeteren,” zei ze.
Dilley pleit voor decriminalisering van sekswerk. Gezien de huidige wetten die zeggen dat het kopen van seks en het helpen adverteren illegaal zijn, maakt ze zich zorgen dat de politie de app mogelijk zou gebruiken om informatie te verzamelen over sekswerkers en klanten. “De app is eigenlijk een derde partij, die reclame maakt voor sekswerkers. Veel van de advocaten met wie we spraken, vonden niet dat de app echt legaal was, “zei ze.
Gfendr heeft alleen een telefoonnummer of e-mailadres nodig om zich te registreren, en Desrocher verzekert dat deze en alle andere identificerende informatie wordt gecodeerd door een extern bedrijf, zelfs zij heeft er geen toegang toe. “We proberen binnen de wet te blijven,” zei ze. Uiteindelijk is “het collectieve voordeel belangrijker dan het individuele risico dat we kunnen hebben (zoals de ontwikkelaars).”
WATCH Nederland, meldpunt en onderzoeksbureau inzake seksuele uitbuiting minderjarigen in Nederland, is opgezet vanuit een samenwerkingsverband tussen Terre des Hommes (een NGO die sinds een halve eeuw opkomt voor kinderrechten), FIER (expertise- en behandelcentrum voor slachtoffers van kinder- en mensenhandel) en CKM (Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel). Het team bestaat uit een oud-rechercheur, een jurist, criminologen, een data-analist en forensisch ict-specialisten. WATCH NL wordt gefinancierd uit particuliere giften, waaronder een substanti?le bijdrage van de Postcodeloterij.
WATCH NL is sinds een jaar actief met o.a. een 24/7 hotline voor het melden van vermoedens van loverboys/mensenhandel, en via de website?www.watchnederland.nl. WATCH NL ontving in haar eerste bestaansjaar 131 meldingen van vermoedelijke mensenhandel, met name over seksuele uitbuiting van minderjarigen in Nederland. 61 van die meldingen hebben geleid tot eigen onderzoek door WATCH NL.?Na bewijsveredeling en ?stapeling werden hiervan 53 zaken overgedragen aan de politie.
WATCH Nederland verricht ook proactief onderzoek. Met lokprofielen, lokadvertenties en onderzoek naar het online aanbod worden mensenhandelaren, loverboys, jongensprostitutiepooiers en hun klanten en kindersekstoeristen in kaart gebracht. Men vult de dossiers met online informatie uit openbare bronnen en door te rechercheren op straat. Terre des Hommes werd eerder bekend met de inzet van het virtuele Filipijnse lokmeisje Sweetie. Daarmee werden meer dan duizend online kindermisbruikers uit alle hoeken van de wereld opgespoord. Met Project WATCH speurt TdH naar kindersekstoeristen in Aziatische vakantieregio?s. WATCH ontwikkelt nu zelflerende robotprogramma?s die zelfstandig duizenden gesprekjes gaan aanknopen met mannen die reageren op dubieuze advertenties. Als ge?nteresseerde mannen na een overduidelijke waarschuwing van het ‘meisje’ over haar leeftijd doorzetten, krijgen ze een melding in hun beeldscherm. Op dit moment worden potenti?le klanten benaderd en daarna gewaarschuwd door middel van realistische nepadvertenties,?en informatie wordt met politie en justitie gedeeld.
Tot veroordelingen heeft het werk van Watch NL nog niet geleid. Wel zijn Nederlandse pedoseksuelen in het buitenland op heterdaad betrapt en aan de autoriteiten overgedragen, en zijn in Nederland in samenwerking met lokale hulpverleningsinstanties meerdere minderjarige slachtoffers uit onveilige situaties gehaald.
WATCH Nederland wil de vraag naar seks met kinderen stoppen en de personen die minderjarigen seksueel uitbuiten en misbruiken ontmoedigen en frustreren.?Dat doen ze?onder andere met?het uitpluizen van verdachte seksadvertenties, het inzetten van priv?detectives op locatie, online lokprofielen, interventies en publiciteitscampagnes. Ze onderscheppen potenti?le klanten en schrikken hen af met persoonlijke waarschuwingen.
Waarom is WATCH Nederland nodig? WATCH Nederland is in het leven geroepen omdat steeds meer minderjarigen, vooral pubers, slachtoffer worden van loverboypraktijken. Er zijn zelfs al zaken bekend van kinderen van elf jaar die gedwongen seks hebben tegen betaling. De digitalisering van onze samenleving heeft geleid tot een explosieve groei van de handel van loverboys. Loverboys plaatsen hun slachtoffers onder valse naam en leeftijd in sekscontactadvertenties.
Wanhopige vaders, moeders of voogden kunnen vaak bij niemand terecht. Wie hulp zoekt bij de politie komt soms niet, of niet op tijd, terecht bij de juiste rechercheurs, de mensenhandelspecialisten. De politie heeft bovendien niet altijd de mankracht, middelen en mogelijkheden om achter een loverboy aan te gaan of een slachtoffer op te sporen. Dat is waar WATCH Nederland inspringt. Door middel van online rechercheren en de inzet van priv?detectives gaan wij op zoek. De informatie die we vinden, delen wij altijd met de politie.
Hoe werkt WATCH Nederland? Bij WATCH Nederland kunnen ouders, verzorgers, familie, vrienden, kennissen en ieder ander die vermoedt dat een minderjarige slachtoffer is van een loverboy, hun signalen delen. De observatie- en actie-unit van WATCH Nederland volgt signalen op en doet zowel online als offline onderzoek naar loverboypraktijken. Forensische onderzoekers zoeken online?naar verdachte advertenties en?sporen met nepprofielen op?social media, fora en in chatrooms ronselende loverboys op.?WATCH Nederland onderhoudt?contacten met mensenhandelspecialisten bij de Nationale Politie en zoekt de samenwerking met regionale meldpunten. Als het signaal uiteindelijk voldoende aanknopingspunten biedt, draagt WATCH Nederland de zaak over aan de politie of het Openbaar Ministerie. WATCH Nederland is 24/7 bereikbaar per mail en telefoon.
Samenwerking met politie en justitie WATCH Nederland biedt met haar activiteiten ondersteuning aan de politie en het Openbaar Ministerie, met name als het aankomt op de inzet van middelen, bevoegdheden en/of mankracht. Denk hierbij aan het verifi?ren van meldingen en het online afschrikken van potenti?le klanten van minderjarigen. WATCH Nederland onderhoudt nauwe contacten met de mensenhandelspecialisten van politie en het openbaar ministerie en draagt onderzoeksdossiers aan hen over als er sprake is van strafbare feiten, gepleegd door loverboys of hun klanten. WATCH Nederland werkt altijd binnen de wettelijke kaders.
WATCH Nederland krijgt financi?le steun van enkele charitatieve fondsen, die zich richten op menselijke waardigheid, sociale rechtvaardigheid en het verbeteren en veiliger maken van onze samenleving. WATCH Nederland wordt ondersteund door onder meer de Nationale Postcode Loterij en Janivo Stichting.
Zelf stelt WATCH NL dat iedereen online nepprofielen mag aanmaken, ?zolang je je maar niet voordoet als een ander, werkelijk bestaand mens. WATCH Nederland zet profielen van niet-bestaande minderjarigen online. Daarmee lokken we loverboys en (potenti?le) klanten. Wanneer deze personen uit eigen beweging met het lokprofiel contact zoeken en blijk geven van seksuele interesse, doen zij iets wat zij al van plan waren. Wat niet mag is: iemand lokken en verleiden tot iets wat hij/zij anders nooit van plan zou zijn geweest. Onze lokprofielen mogen de ander dus bijvoorbeeld niet vragen of hij zin in seks heeft. Dat is uitlokken.?
Dilemma/bespreekpunt: Is dit een positieve ontwikkeling die getypeerd kan worden als ?preventie van kindermisbruik? of? ?informatie verzamelen t.b.v. politie?? Welke bijdrage kan deze ontwikkeling leveren ?aan opsporing en vervolging?
Benaderen van potenti?le kindermisbruikers ?
WATCH NL doet niet aan naming and shaming: ?WATCH Nederland nagelt kindermisbruikers in Nederland, zoals loverboys en hun klanten, niet publiekelijk aan de schandpaal door namen, foto?s of gegevens te publiceren. WATCH Nederland stuurt (potenti?le) kindermisbruikers, die online seksueel contact zoeken met minderjarigen, wel persoonlijk waarschuwingen?.
‘Internet zit vol viezeriken, daar willen we wat aan doen’.?Vijf jongens uit Apeldoorn ontmaskeren pedoseksuelen en filmen de confrontatie. De video’s posten ze op YouTube en worden door duizenden mensen bekeken. ,,We willen ze laten schrikken zodat ze hulp gaan zoeken.?
De jongens, in leeftijd tussen de 15 en de 24, maken via chatrooms seksafspraken met mannen, halen zogenaamd condooms en glijmiddel in huis, maar confronteren de webpedo vervolgens met zijn gedrag. ?Hoe kun je nu een seksafspraak maken met een 15-jarige?. De jongens filmen de ontmoeting en zetten die op hun YouTube-kanaal Betrapt.
De 15-jarige Pim uit Apeldoorn legt via een chatroom op internet contact met een man van een jaar of 45. In het chatgesprek zegt de man, ene Pieter, graag seks te willen met de jongen. Ze spreken af op een adres in Apeldoorn, zogenaamd de woning van de 15-jarige. Pieter geeft aan dat hij condooms, glijmiddel en een dildo meeneemt. Op verzoek van Pim koopt hij ook een pakje Marlboro.
Net als de man bij de woning wil aanbellen, stopt er een auto. Vijf jongens stappen uit, filmen Pieter en confronteren hem met zijn seksafspraak. ,,Ik had al zo?n vermoeden dat dit zou gebeuren??, hakkelt de man, volkomen overvallen. Op verzoek van Mike (24), die de vragen stelt, toont de man het pakje Marlboro en haalt hij een groene dildo uit zijn binnenzak. ,,Een seksafspraak met een 15-jarig kind kan ?cht niet?, zegt Mike. ,,Ja, ik weet het?, antwoordt Pieter schuldbewust. ,,Ik heb er heel veel spijt van. Ik had dit niet moeten doen.? Na een paar minuten laten de jongens hem gaan. Hij druipt af met het schaamrood op de kaken.
Youtubisering
Het filmpje zetten Mike en zijn vrienden op hun eigen YouTube-kanaal ?Betrapt?. Vier van dit soort video?s staan er inmiddels op. En ze worden door duizenden mensen bekeken. ,,Het internet zit vol met vieze oude mannen?, zegt Mike. ,,Dat is echt een probleem. We willen die kindermisbruikers ontmaskeren en ze zo laten schrikken dat ze zichzelf aangeven en hulp gaan zoeken. Dat zullen ze uit zichzelf nooit doen, daarvoor hebben ze een zetje nodig. Wij helpen ze dus eigenlijk.?
Het idee ontstond een paar maanden geleden. De vijf vrienden wilden een eigen YouTube-kanaal beginnen en zochten naar een mooie invalshoek voor hun video?s. ,,We dachten: waarom gaan we geen pedo?s ontmaskeren??, zegt Stefan (20). Het 15-jarige broertje van een van de jongens maakte een profiel aan op een sekschatsite en binnen tien minuten hadden er al 30 mannen gereageerd. ,,Als het zo snel gaat, is het een fucking groot probleem ? dachten we. En voor we het wisten, hadden we het eerste filmpje klaar.?
“We willen die kin?der?mis?brui?kers zo laten schrikken dat ze zichzelf aangeven en hulp gaan zoeken” – Makers van Betrapt
Risico’s
De jongens weten dat hun aanpak niet zonder risico?s is. Daarom nemen ze voorzorgsmaatregelen, zowel voor zichzelf als voor de vermeende pedoseksueel. Mike: ,,We blurren alle gezichten in de video. Ook noemen we geen achternamen. We willen voorkomen dat deze mannen herkenbaar zijn en problemen krijgen.?
Zelf zijn ze ook al eens bedreigd. Door de zoon van een oudere man die ze in een video ontmaskeren. ,,We gaven die man een paar dagen de tijd om het op te biechten aan zijn vrouw?, vertelt Mike. ,,Toen we erachter kwamen dat hij dat niet deed, zijn we naar zijn huis gegaan en hebben de beelden aan zijn vrouw laten zien. Die was in shock. Best zielig, maar we vonden dat we het moesten doen. Anders gaat die man door en maakt hij nieuwe slachtoffers. Toen de zoon erachter kwam, bedreigde hij ons.?
Die bewuste video staat nog niet op Youtube. Maar dat gaat binnenkort wel gebeuren, zeggen de jongens. Het is de bedoeling iedere vrijdagmiddag een nieuwe ?Betrapt?-video online te zetten. ,,We hebben nu acht filmpjes waarin we een viezerik ontmaskeren?, zegt Stefan. ,,Vier staan er al online, de rest volgt de komende weken. En we zijn voorlopig nog lang niet klaar, want de vijver waaruit we vissen is mega groot.?
Bekijk de EenVandaag rapportage:
Openbaar ministerie
Het Openbaar Ministerie in Oost-Nederland geeft aan deze vorm van burgeropsporing niet toe te juichen. ,,Opsporing is een taak van de politie?, zegt woordvoerder Barbara van Heerde. ,,Het is niet de bedoeling dat burgers dat zelf gaan doen. Het is voor iedereen veiliger als de politie het doet, die is hierin gespecialiseerd.?
Het OM gaat de video?s bestuderen. Van Heerde: ,,We kunnen op dit moment niet zeggen of het wel of niet mag wat die jongens doen. Dat hangt heel erg af van de omstandigheden. We gaan de video?s onderzoeken en bekijken of er sprake is van strafbare feiten.?
Ook al waren politie en OM niet zo blij met de actie van de ?pedojagers? uit Apeldoorn, er zijn inmiddels wel vier mannen aangehouden op verdenking van grooming. Bij ??n van deze opnames werd de politie erbij gehaald, drie andere mannen meldden zichzelf na publicatie van de filmpjes op het politiebureau. Ze zijn verhoord, hun telefoons en computers zijn in beslag genomen voor nader onderzoek. De politie zegt ook uitgebreid gesproken te hebben met de jonge pedojagers. Hen is ?dringend verzocht hun medewerking te verlenen zodat de politie goed uit kan zoeken wat er precies gebeurd is?.
Een groepje ouders heeft gezamenlijk?een?team opgericht, The Hunted One?, om online kinderlokkers aan te pakken. Op hun website staat: “Wij zijn The Hunted One, wij vinden je, we stellen je bloot…”?De groep heeft zelfs een app (alleen op?Android?want op iOS werden ze niet toegelaten door Apple).
Het is onbekend welke ouders allemaal precies in de groep zitten. Ze besloten hun eigen netwerk op te richten nadat ze een idee kregen “hoe veel pedofielen?online actief waren, die gewoon hun gang lijken te kunnen gaan?voor hun eigen seksuele bevrediging” in navolging van groepen als Dark Justice en OPIT. Het doel van de groep is online groomers te vinden en dan hun identiteit te achterhalen. Alle bewijzen worden verzameld en doorgestuurd naar de autoriteiten, om ze veroordeeld te krijgen. Z eplaatsen op de website video’s en foto’s van de daders en er is een deel op de website waar mensen kunnen zien of ze in de buurt wonen van een pedofiel. Ze hebben tot nu to al 43 mensen ontmaskert en de laatste vangst was kindermisbruiker Neil Prior. Nog niet iedereen is veroordeeld, sommigen zijn nog in afwachting van juridische procedures.?Mark McKenna werd veroordeeld tot vijf jaar nadat hij toegaf dat hij de intentie had om seksuele handelingen met een kind te verrichten. McKenna vertelde in de rechtzaal dat hij dacht dat hij met een?11-jarig meisje te maken had die vermoedelijk alleen thuis was, en hij stuurde haar een foto van een ongeopende condoom en een video van zichzelf waarin hij seksuele handelingen verrichtte.
E?n The Hunted One’s vertelt: “We gaan door met onze strijd om een positieve wending te geven, om kindermishandeling te bestrijden en deze?kinderen levenslange?pijn en trauma te besparen. We surveuilleren op?internet fora en social media, om deze “seksuele roofdieren” te verwijderen en alle benodigde gegevens?aan de politie door te spelen.?Helaas moeten we vulgaire en verachtelijke gesprekken voeren met ze, dat is het negatieve deel in het proces, maar we zijn er mentaal klaar voor, want we hebben het ultieme doel voor ogen met hopelijk positief resultaat, want we hebben liever dat deze mensen met ons praten dan met ons kind.”
Hoe kijkt de politie en het OM tegen deze?DIY Detectives aan?
Op de vraag waarom ze de politie niet eerder kunnen betrekken bij hun zoektocht zei deze pedojager groep: “De makkelijkste manier blijkt dat wij in gesprek raken en dan meteen de politie bellen, zodat we weten dat de politie onderweg is.” Een voormalig politieman zei dat de vrouwen die in de groep de gesprekken voeren ongetraind zijn en allerlei dingen zouden kunnen zeggen die niet helpen. Hij was het wel eens met de stelling dat er niet?genoeg agenten zijn om pedofielen te vangen, maar gaf als suggestie dat deze vrouwen en andere groepen bij de politie getraind kunnen worden.
Er is iets nogal onsmakelijke en scheef over aanwerven gebruikers van sociale media als ereleden van de politie.
Ook een artikel USA Today vanaf 2012 gedocumenteerd hoe meer dan 40 politie-afdelingen in de Verenigde Staten al naar YouTube en andere sociale sites had gedraaid, met de Philadelphia politie waaruit blijkt dat sociale media hen had geholpen oplossen 85 gevallen tussen februari 2011 en juni 2012 ( de datum van publicatie van het artikel). Een paar jaar later, de Internationale Vereniging van hoofden van politie kondigde aan dat 95 procent van de politiekorpsen in de Verenigde Staten gebruik maken van sociale media in een of andere hoedanigheid, en dat 82,3 procent van de krachten ondervraagden dienst dergelijke media met het oog op het nastreven van criminele onderzoeken.
Met andere woorden, social media gebruik is nu een gevestigde onderdeel van de dag-tot-dag politiewerk. In feite is een indicatie van hoe goed gevestigde deze praktijken zijn, en hoe geco?pteerd in de strijd tegen de misdaad de gebruikers van sociale media zijn geworden, kunnen worden glimp als je zoekt Twitter accounts voor “de politie.” Hier vindt u een lijst van bijna alle grote politie-afdelingen en organisaties in de Engels-sprekende wereld te zien: de Metropolitan Police (Groot-Brittanni?), de Politie van Toronto (Canada), de Mumbai politie (India), de Zuid-Afrikaanse politie , New South Wales Police (Australi?) en de Nigeria politie. Deze instellingen en nog veel meer zijn nu een bezoek aan social media sites dagelijks, tweeten over gaat en op ‘wilde’ mensen, het plaatsen van foto’s van vermiste personen en het delen van diverse mededelingen van de overheid.
De “Soft” Police State
Nog afgezien van de praktische gebreken en nadelen van de technologische ommekeer in policing (meer informatie over deze binnenkort), is er iets nogal onsmakelijke en scheef als een kwestie van principe over inhuren gebruikers van sociale media als ereleden van de politie. Gezien het feit dat ongeveer 72 procent van de online Amerikaanse bevolking gebruik van sociale media sites (en 62 procent van de hele volwassen bevolking van de VS gebruikt Facebook), dit komt neer op een vrij groot netwerk van slapende informanten, mogelijk – en soms onbewust – verraden op hun shifty- buren kijken.
Deze tactieken zijn onsmakelijke omdat ze ernstige gevolgen hebben voor de burgerlijke vrijheden. Omdat gebruikers van sociale media als een percentage van de totale bevolking zijn zo groot, en omdat social media zijn zo alomtegenwoordig, de integratie ervan in routine politie-operaties heeft de enorme capaciteit om de natie te vormen tot een “zachte” politiestaat, althans voor zover zij en de politie zullen genieten van de buurt-constante toegang tot elkaars. Binnen deze hypothetische toestand, zal de politie te kunnen verwerken en controleren online activiteiten van het publiek, zonder het verlaten van hun hoofdkantoor, terwijl het publiek een zeer onmiddellijke en moeiteloze manier van melden van “verdacht” gedrag of “nuttige” informatie aan de autoriteiten moeten. Als een dergelijk scenario gerealiseerd, dan zou de politie een constante, als zeer discreet, de aanwezigheid in ons leven, in staat om te waken over ons en maken het makkelijker voor ons om te waken over onszelf geworden.
Dat gezegd hebbende, of alle 72 procent van de online Amerikaanse bevolking zal worden part-time snitches zal uiteindelijk een kwestie van hoe effectief de politie in hen aan te moedigen maken de meeste van de nieuwe kanalen geopend door het internet, en dit op zijn beurt zal een zaak van de politie middelen en beleid. Toch, als er genoeg van de 72 procent ge?nteresseerd zijn, en als de politie verder verhogen van hun ingreep in de sociale media, dan kunnen we uiteindelijk het invoeren van een aantal al te echte parodie van 1984 (als de National Security Agency ons nog niet heeft gebracht er).
Uitgebreid gebruik van sociale media heeft de potentie om de gemarkeerde raciale ongelijkheid die al het strafrecht wrack verergeren.
De infiltratie door de politie van sociale media en daarmee “het sociale domein ‘in de abstracte vertegenwoordigt al iets van een schending van de privacy, een overtreding van de private-sociale domein door het publiek-politieke. Facebook’s missie, bijvoorbeeld, stelt dat de social media site is gewijd aan “mensen” en hun vermogen om “verbonden te blijven met vrienden en familie.” Het zegt niets over het verstrekken van de overheid met een directe toegang lijn naar zulke mensen, of de middelen van het aanboren van de netwerken en sociale ruimtes die ze hebben ontwikkeld als een bron van informatie over criminele activiteiten (nogmaals, het is al algemeen bekend dat Facebook heeft verraden zijn eigen zelfverklaarde missie in andere opzichten). Toch is dit precies wat Facebook en andere soortgelijke sites aan het doen zijn: waardoor sociale netwerken te bouwen, zodat ze direct kunnen worden gepenetreerd door de politie en de verschillende initiatieven.
Een dergelijke massale schaal opening van sociale groepen om de aanwezigheid van de politie is een ongekende ontwikkeling, en in zijn kielzog, kan het misschien wel stimuleren de proliferatie van gebruikers van sociale media die zich part-gewone civiele en part-vigilante overwegen. In Australi?, bijvoorbeeld, was er het geval van een bezorgde moeder die ten onrechte dacht een man die een foto van haar kinderen in een winkelcentrum als er in feite hij was gewoon het nemen van een selfie naast een beeld van Darth Vader. De moeder nam toen een foto van hem, gepost op Facebook en meldde hem aan de politie, die sprong naar de ongefundeerde conclusie dat hij een pedofiel was.
Nog meer alarmerend, is er de ontwikkeling van Facebook op basis van burgerwachten in landen vari?rend van het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, waar mensen elkaar nu zijn bemoedigend om potenti?le inbrekers en seksuele aan intimidatie begrijpen, vaak in toenemende mate gewelddadige manieren Peru.
Er is zelfs de mogelijkheid dat social-media-gebaseerde eigenrichting zelf fokken van een meer algemene, onvoorbereid cultuur van self-policing, waardoor mensen worden beschaamd en berispte zelfs voor meer persoonlijke peccadilloes. Bijvoorbeeld, in juli 2015, was er het verhaal van de twee zussen die beelden van een getrouwde vrouw sexting een andere man getweet zittend naast haar echtgenoot bij een honkbalwedstrijd. Het is waarschijnlijk dat de toegenomen zichtbaarheid en de activiteit van de politie op social media, dit soort toevallige internet activisme zal alleen worden aangemoedigd en verder gemotiveerd, wat resulteert in een klimaat waarin een groeiend aantal overijverige mensen zijn “policing” en intimiderend elkaar in de nastreven van voorkeuren en retweets.
Trigger-Gelukkig Identifications en Onrechtmatige Overtuigingen
Afgezien van de mogelijke effecten op de cultuur en de samenleving, zijn er verschillende juridische en technische problemen met de toenemende afhankelijkheid van de politie-instanties op social media. Ten eerste is er de mogelijkheid dat, verre van betrouwbare, ontvangen informatie van het publiek wordt gekweld onnauwkeurigheden en vervormingen. Door het openen van zichzelf tot miljoenen gebruikers op Facebook en Twitter, politie potentieel opent zich tot een grotere hoeveelheid verkeerde informatie en speculatie. Voorbeelden van dergelijke misleidende lawaai in overvloed als het gaat om het internet en sociale media, zoals de meeste schril onthuld door de Boston Marathon bombardementen en de initi?le verkeerde identificatie van de personen die verantwoordelijk zijn voor de gruweldaad. Er zijn vele soortgelijke episodes van mensen ten onrechte bestempeld als moordenaars via social media. Als gevolg daarvan moet de politie om extra middelen te besteden te ziften door middel van een uitgebreide massa van junk. Deze situatie werpt ook de verontrustende mogelijkheid dat onterechte veroordelingen kan toenemen in parallel.
Dat een toename van onrechtmatige overtuigingen te verwachten valt, wordt dag gelegd door het feit dat volgens het Innocence Project, 72 procent van de onterechte veroordelingen zijn het resultaat van ooggetuige verkeerde identificatie. Wat deze verkeerde identificatie, zij over het algemeen ontstaan doordat mensen gevoelig zijn voor het hebben van hun adviezen over wie zij zagen en die zichtbaar is in bewijskracht beeldspraak be?nvloed door in te grijpen suggesties, zoals in de goed gedocumenteerde 1984 verkrachting van Jennifer Thompson, die ten onrechte een onschuldige ge?dentificeerd man als haar aanvaller nadat ze foto’s getoond van bekende criminelen door de politie. Wat dit betekent is dat, met de toename van sociale media melden van misdaden door de politie en nieuws verkooppunten, ooggetuigen zijn waarschijnlijk op dezelfde manier worden be?nvloed door de ‘interveni?rende suggesties “Deze reportage biedt.
Een dergelijk geval van de slachtoffers worden be?nvloed door “tussenliggende suggesties” gebeurde in een onderzoek door de in Toronto gevestigde Neuberger & Partners LLP, die opmerkt dat de identificatie van haar belager van het slachtoffer in de rechtszaal werd bedorven door “haar het bekijken van [de verdachte] beeld op beschouwd Facebook een dag of twee na de overval. ” Hetzelfde artikel stelt ook vast dat een rechter gevraagd om minder gewicht worden gegeven aan de identificatie van een jonge persoon als de dader van een aanval op zijn neef een oom, aangezien dit de oom van de verdachte Facebook-profiel had gezien – vol met wapen en bende iconografie – v??r waardoor de identificatie.
In deze twee voorbeelden, de betrokken gerechten waren bang dat social media de betrokken richting van vals-positieve getuigenis getuigen kunnen zijn scheef. Net zoals ze zich zorgen over dit waren, zo moeten we bang dat het toenemende gebruik van social media de politie kan scheef in de richting van een vergelijkbaar resultaat. Dit houdt in dat het risico van sociale media niet alleen in de waarschijnlijkheid van valse identificaties van het publiek, zoals met het Australische model, die werd ondervraagd door de politie nadat ze ge?dentificeerd via social media als de dader van de bomaanslag 2015 Bangkok heeft wonen. Nee, het ligt dan ook in de manier waarop de politie actief mijnen en zoek social media sites zelf, preventief signaleren waarschijnlijk criminelen en teren hun online sociale netwerken als mogelijke co-samenzweerders.
In Fresno, Californi?, dit is voelbaar in de manier waarop de politie gebruik maken van nieuwe software die bekend staat als “Pas op” om de “dreiging score ‘van individuen te berekenen. Afhankelijk van hun “data punten, waaronder arrestatie rapporten, eigendom records, commerci?le databases, diepe zoekopdrachten Web en de [individuele] social-media postings, ‘verdachten en personen die van belang zijn ingedeeld op basis van een stoplicht systeem (dat wil zeggen rood, geel en groen), met rode aanwijzing van de grootste bedreiging en groen het laagst.
Dergelijke software kan dingen makkelijker te maken voor de politie toen zich klaarmaken voor een verzending, maar op hetzelfde moment dat vlaggen ??n van de meest ongezonde gevolgen van “social media policing.” Dat is, gezien het racisme al in de identificatie van embedded “verdachten” het is zeer waarschijnlijk dat “bedreiging scores” en social media profielen onevenredig zwarte mensen en andere mensen van kleur zal zich richten op. Als dat zo is, de “Beware” systeem en de uitgebreide sociale media te gebruiken het vertegenwoordigt hebben het potentieel om de gemarkeerde raciale ongelijkheid die al het strafrecht wrack verergeren.
Ook, zoals de American Civil Liberties Union al heeft beweerd, de Fresno politie brede kwast aanpak van personen die van belang kan ertoe leiden dat de politie aankomen op een sc?ne bereid zijn om wat onnodig hardhandige en oneerlijke actie te ondernemen. Hoewel haar innerlijke werking is een goed bewaard geheim, het Pas programma is waarschijnlijk niet in staat om onderscheid te maken tussen iemand die berichten echt crimineel materiaal op hun social media-accounts en iemand die, bijvoorbeeld, is kritisch over de politie en hun beleid (bijvoorbeeld Black Lives Matter). Als zodanig is het bestaan ervan is nog een indicatie van hoe het gebruik van sociale media eigenlijk kan uiteindelijk het verlagen van de kwaliteit van de politie, in plaats van te verbeteren.
Het verlies van de onschuld
Zoals andere commentatoren hebben opgemerkt, had de politie al trawlvisserij via social media lang voordat Pas op, en voor het grootste deel, is het gebruik van Facebook en Twitter duidelijk problematisch geweest. Vaak hebben ze het gebruiken om contouren van bendes stuk samen, met behulp van de beschikbare netwerken van vrienden, volgelingen en houdt ervan om af te leiden die strafrechtelijk kan worden geassocieerd met bekende outlaws. Het ding is, deze methode ontbreekt ook veel nuance en context, omdat het geen rekening houdt met de mogelijkheid dat “friending” een persoon die een misdaad of “smaak” een video van een misdrijf heeft gepleegd bijvoorbeeld, betekent niet noodzakelijk dat je bent eigenlijk in competitie met die persoon of dat de misdaad hebben begaan. In sommige high-profile gevallen heeft dit soort eenvoud leidde tot valse arrestaties en lasten, zoals met Jelani Henry, die in 2012 werd beschuldigd van poging tot moord na smaak berichten van een Harlem bende, die zijn broer als een van zijn leden geteld .
Henry was niet de enige persoon in de eerste plaats worden gearresteerd voor zijn of haar online activiteiten. In 2012, de New York City Police Department lanceerde Operation Crew Cut, een initiatief dat zich rond het monitoren van social media-activiteiten, en veel daarvan afkomstig van de zwarte bevolking. Sinds het begon, hebben talrijke invallen uitgevoerd door de afdeling, met de meest beruchte zijn een juni 2014 manoeuvre in Harlem, dat 103 arrestaties in verband gesaldeerd met twee moorden, in het proces onderbouwing van de vrees dat sociale media de politie zullen onevenredig afbreuk mensen van kleur . In de aanklachten machtiging van deze arrestaties, “Facebook” lijkt meer dan 300 keer, en hoewel veel of de meeste van de gearresteerde personen kunnen een zekere mate van schuld hebben uitgevoerd, naar het voorbeeld van Jelani Henry insinueert ten zeerste dat een aantal van de 103 onschuldige kan zijn geweest . Inderdaad, een City University of New York professor in de rechten gezegd net zo veel over het onderwerp, waarin staat dat de politie nu gebruik van sociale media om “te houden 50 kids verantwoordelijk” voor een enkele opname.
Deze gevallen tonen aan dat, net als bij vragen het publiek om te helpen bij het identificeren van verdachten en personen van belang, het gebruik van sociale media kan het opvoeren van de omvang en de snelheid van politie-onderzoeken, maar ten koste van het verliezen van subtiliteit en precisie. Afgezien van het gevangen zetten van af en toe een onschuldig, bestaat de vrees dat de strategie van pre-labeling individuen als ‘bendeleden’ of ‘bedreigingen’ een rol spelen in de rechtszaal kunnen spelen ook, ter vervanging van het vermoeden van onschuld – een van de fundamentele principes van het strafrecht – met het vermoeden van schuld.
Dit werd in 2015 een wet paper geschreven door onderzoekers van de Universiteit van Londen in het Verenigd Koninkrijk, die beweren dat het concept van de verdachte bevat nu een erkenning van schuld besproken. Ze vertellen een dronken rijden Twitter campagne uitgevoerd door Staffordshire politie in het Verenigd Koninkrijk, een campagne die publiekelijk ge?dentificeerde mensen dronken bestuurders, ondanks het feit dat deze mensen alleen maar meer is belast met (en niet veroordeeld voor) rijden onder invloed. Hoewel het niet als publieke, de praktijk van het gebouw databanken en netwerken van mensen die hebben beschuldigd van misdaden heeft een soortgelijk effect. Het labelt mensen als “niet ‘volledig onschuldige,’ ‘smeren ze in de ogen van de politie voordat ze zelfs de kans om te verschijnen in de rechtbank en hun naam te zuiveren.
Vechten eigenrichting Met eigenrichting
auteurs van het papier er rekening mee dat het gebruik van de technologie rondom social media kan de politie te misleiden door te denken dat hun onderzoek zijn navenant “wetenschappelijke” en “objectieve”. Omdat ze de gegevens van de wil van Facebook te vergaren in een min of meer systematische manier, kunnen zij een al te zelfverzekerd en overmoedig geloof in het bewijs van deze gegevens biedt cultiveren.
Misschien geeft dit een van de grootste gevaren van allemaal: dat de politie zal denken technologie maakt automatisch hen onfeilbaar. Hiermee misverstand kan een verhoging van de soorten fouten en onrechtvaardigheden hierboven beschreven zijn, en in het onvermogen om deze voor wat ze werkelijk zijn zien. De politie kan beginnen een steeds grotere hoeveelheid valse verklaringen te aanvaarden van het publiek, en ze kunnen beginnen met het arresteren van een steeds groter aantal onschuldige mensen, al die tijd van overtuigd dat hun zwaartekracht in de richting van social media en big data verzekert hen tegen dergelijke fouten. In sommige opzichten, zal de ontvangst van valse informatie en de arrestatie van onschuldige mensen niets nieuws voor hen, net zoals het bestaan van de burgerwacht subculturen en vooroordelen tegen mensen van kleur zijn ook niets nieuws.
Echter, gezien de enorme omvang wordt geboden door sociale media en het internet, deze ongelukkige verschijnselen kan heel goed vermenigvuldigen op het vergroten van grootheden, een combinatie van een toename van de sociale media vigilantism met een toename van vermoedens van schuld. Dergelijke een dodelijke combinatie zou leiden tot een stijging van de onrechtmatige arrestaties en veroordelingen, verpest leven en de verdere afbrokkeling van het vertrouwen in de politie op hetzelfde moment. Uiteindelijk is dit sombere mogelijkheid houdt in dat als we willen een dergelijke situatie ooit tot stand komen te voorkomen, moeten we – enigszins ironisch genoeg – uit te oefenen een zekere eigenrichting van ons eigen. Natuurlijk, dit betekent niet dat we moeten stoppen met het gebruik van sociale media in totaal, alleen dat we ons moeten stoppen met misbruiken, uit zodat het een instrument van onderwerping in plaats van ??n van ‘empowerment’ te worden.
————
The use of new digital technologies in policing, far from strengthening the balance of justice in the world, may only weaken it further. (Photo: Internet policing via Shutterstock)
The police are in your home. No, not quite literally, but almost. Just like the billion-plus people who log onto Facebook every day and the thousands of self-promoters who brag on Twitter about crimes they’ve committed, the cops have been flocking to social media for several years now. From the Wayne County Sheriff’s Office in Ohio to the New York City Police Department, they’ve been setting up social media accounts, all in a bid to communicate more effectively with the public and, ostensibly, to solve cases. From the perspective of the forces involved, this strategy has worked wonders, with a litany of people incriminating themselves via boastful Facebook posts, and the public obligingly responding to closed-circuit television footage with the names of suspects.
Yet despite the noticeable benefits to police departments of harnessing social media and big-data technology to transform thousands (if not millions) of people into unofficial police informants, there are numerous demonstrated and potential downsides to this change in police operations. Not only does it open the floodgates of official police channels to the slews of misinformation often associated with the dawn of the internet, but also it threatens to stimulate a growth in misguided internet vigilantism and increase wrongful convictions. If this happens on any considerable scale, then the use of new digital technologies in policing, far from strengthening the balance of justice in the world, may only weaken it further.
One of the Biggest Crime-Fighting Tools
For some departments, the use of these technologies is already prevalent. In San Jose, California, the police recently chalked a 75 percent reduction in burglarieslargely up to their systematic employment of social media and technology. According to a press release, they’ve begun exploiting a program that “almost immediately” posts images and surveillance video on their public portals. What’s more, these media postings have apparently witnessed an emphatic public response, with tips flooding in on most cases, and with six suspects being identified for the last 10 cases they’ve publicized. Whether these were reliable tips and identifications wasn’t disclosed by the department, but for the moment, that’s neither here nor there.
Similar social media boosts to police operations have been reported elsewhere. In Midwest City, Oklahoma, the police testified to social media having a comparable effect on their performance. Chief of Police Brandon Clabes declared that videos placed on social media were “helping the department solve more crimes,” and have become “one of our biggest crime fighting tools [the department has] in this day and age.”
There is something rather unsavory and askew about enlisting social media users as honorary members of the police.
Likewise, a USA Today article from 2012documented how more than 40 police departments across the United States had already turned to YouTube and other social sites, with the Philadelphia police stating that social media had helped them solve 85 cases between February 2011 and June 2012 (the date of the article’s publication). A couple of years later, the International Association of Chiefs of Police announcedthat 95 percent of police forces in the United States use social media in one capacity or another, and that 82.3 percent of the forces polled employ such media for the purposes of pursuing criminal investigations.
In other words, social media use is now a well-established component of day-to-day policing. In fact, an indication of just how well established these practices are, and just how co-opted in the fight against crime the users of social media have become, can be glimpsed if you search Twitter accounts for “police.” Here, you will see a list of almost all the major police departments and organizations in the English-speaking world: the Metropolitan Police (the UK), the Toronto Police (Canada), the Mumbai Police (India), the South African Police Service, New South Wales Police (Australia) and the Nigeria Police Force. These institutions and more are now visiting social media sites daily, tweeting about and at “wanted” persons, posting images of missing persons and sharing various public service announcements.
The “Soft” Police State
Quite apart from the practical defects and downsides to the technological turn in policing (more on these soon), there is something rather unsavory and askew as a matter of principle about enlisting social media users as honorary members of the police. Given that some 72 percent of the online US population use social media sites (and 62 percent of the entire adult US population use Facebook), this equates to quite a large network of dormant informers, potentially – and sometimes unwittingly – ratting on their shifty-looking neighbors.
These tactics are unsavory because they have grave implications for civil liberties. Because users of social media as a percentage of the total population are so considerable, and because social media are so ubiquitous, their incorporation into routine police operations has the sheer capacity to transform the nation into a “soft” police state, at least insofar as they and the police will enjoy near-constant access to each other. Within this hypothetical state, the police will be able to process and monitor the public’s online activity without leaving their headquarters, while the public will have a very immediate and effortless means of reporting any “suspicious” behavior or “useful” information to the authorities. If such a scenario were realized, then the police would become a constant, if very discreet, presence in our lives, able to watch over us and make it easier for us to watch over ourselves.
That said, whether all 72 percent of the online US population will become part-time snitches will ultimately be a matter of how effective the police are in encouraging them to make the most of the new channels opened up by the internet, and this in turn will be a matter of police resources and policy. Still, if enough of the 72 percent are interested, and if the police continue increasing their encroachment into social media, then we may end up entering some all-too-real parody of 1984 (if theNational Security Agency?hasn’t already brought us there).
Expanded social media use has the potential to exacerbate the marked racial disparities that already wrack the criminal legal system.
The infiltration by the police of social media and thereby “the social domain” in the abstract already represents something of a violation of privacy, a violation of the private-social realm by the public-political. Facebook’s mission, for example, states that the social media site is dedicated to “people” and their ability to “stay connected with friends and family.” It says nothing about providing the authorities with a direct access line to such people, or with the means of tapping the networks and social spaces they’ve developed as a source of information on criminal activity (then again, it’s already common knowledge that Facebook has betrayed its own self-declared mission in other respects). Even so, this is exactly what Facebook and other similar sites are doing: allowing social networks to be built so that they can be penetrated instantly by the police and their various initiatives.
Such a mass-scale opening of social groups to the presence of police is an unprecedented development, and in its wake, it may arguably spur the proliferation of social media users who consider themselves part-ordinary civilian and part-vigilante. In Australia, for example, there was the case of a concerned mother who mistakenly thought a man was taking a photo of her children in a shopping mall when in fact he was simply taking a selfie next to a picture of Darth Vader. The mother then took a photo of him, posted it on Facebook and reported him to the police, having jumped to the unfounded conclusion that he was a pedophile.
Even more alarmingly, there’s the development of Facebook-based vigilante groups in countries ranging from the UK and Germany to Peru, where people are now encouraging each other to apprehend potential burglars and sexual harassers, often in increasingly violent ways.
There’s even the possibility that social-media-based vigilantism is itself breeding a more generalized, offhand culture of self-policing, through which people are being shamed and chided even for more personal peccadilloes. For example, in July 2015, there was the story of the two sisters who tweeted footage of a married woman sexting another man while sitting beside her husband at a baseball game. It’s probable that with the increased visibility and activity of police on social media, this kind of haphazard internet activism will only be encouraged and motivated further, resulting in a climate where a growing number of overzealous people are “policing” and harassing each other in the pursuit of likes and retweets.
Trigger-Happy Identifications and Wrongful Convictions
Aside from its potential effects on culture and wider society, there are various legal and technical issues with the increasing reliance of police agencies on social media. For one, there is the potential that, far from being reliable, the information they receive from the public is racked with inaccuracies and distortions. By opening themselves up to millions of users on Facebook and Twitter, police potentially open themselves up to a greater quantity of misinformation and speculation. Examples of such misleading noise abound when it comes to the internet and social media, as is revealed most starkly by the Boston Marathon bombing and the initialmisidentification of the individuals responsible for the atrocity. There are many analogous episodes of people being wrongly labeled as murderers via social media. As a result, police need to expend extra resources to sift through an expanded mass of junk. This situation also raises the disturbing possibility that wrongful convictions may increase in parallel.
That an increase in wrongful convictions is likely is evinced by the fact that,according to the Innocence Project, 72 percent of wrongful convictions are the result of eyewitness misidentifications. As for these misidentifications, they generally occur because people are susceptible to having their opinions on who they saw and who is visible in evidential imagery influenced by intervening suggestions, such as in the well-documented 1984 rape of Jennifer Thompson, who wrongly identified aninnocent man as her assailant after being shown photos of known criminals by the police. What this means is that, with the increase of social media reporting of crimes by the police and news outlets, eyewitnesses are likely to be similarly swayed by the “intervening suggestions” this reportage provides.
Such a case of victims being influenced by “intervening suggestions” happened in a trial considered by the Toronto-based Neuberger & Partners LLP, who noted that the victim’s identification of her assailant in court was tainted by “her viewing [the suspect’s] picture on Facebook a day or two after the robbery.” The same article also notes that a judge asked that less weight be given to an uncle’s identification of a young person as the perpetrator of an assault on his nephew, since this uncle had seen the suspect’s Facebook profile – replete with weapon and gang iconography – before making the identification.
In these two examples, the courts involved were worried that social media may have skewed the witnesses concerned toward false-positive testimony. Just as they were worried about this, so too should we be worried that the growing use of social media may skew the police toward a similar outcome. This implies that the risk of social media doesn’t simply reside in the likelihood of false identifications from the public, such as with the Australian model who was questioned by police after being identified via social media as the culprit of the 2015 Bangkok bombing. No, it also resides in how the police actively mine and search social media sites themselves, preemptively flagging up likely criminals and tarring their online social networks as potential co-conspirators.
In Fresno, California, this is tangible in how police use new software known as “Beware” to calculate the “threat score” of individuals. Depending on their “data points, including arrest reports, property records, commercial databases, deep Web searches and the [individual’s] social-media postings,” suspects and persons of interest are classified according to a traffic-light system (i.e. red, yellow and green), with red designating the greatest threat and green the lowest.
Such software might make things easier for the police when readying themselves for a dispatch, yet at the same time it flags up one of the more unwholesome ramifications of “social media policing.” That is, given the racism already embeddedin the identification of “suspects,” it’s highly likely that “threat scores” and social media profiling will disproportionately target Black people and other people of color. If so, the “Beware” system and the expanded social media use it represents have the potential to exacerbate the marked racial disparities that already wrack the criminal legal system.
Also, as the American Civil Liberties Union has already asserted, the Fresno police’s broad-brush approach to persons of interest may result in the police arriving at a scene prepared to take some unnecessarily heavy-handed and unfair action. Even though its inner workings are a closely guarded secret, the Beware program is likely unable to distinguish between someone who posts genuinely criminal material on their social media accounts and someone who, for example, is critical of the police and their policies (e.g. Black Lives Matter). As such, its existence is one more indication of how the use of social media may actually end up lowering the quality of policing, rather than improving it.
The Loss of Innocence
As other commentators have observed, the police had been trawling through social media long before Beware, and for the most part, their use of Facebook and Twitter has been distinctly problematic. Often, they use it to piece together outlines of gangs, using the available networks of friends, followers and likes to deduce who might be criminally associated with known outlaws. The thing is, this method also lacks considerable nuance and context, as it disregards the possibility that “friending” a person who has committed a crime or “liking” a video of a crime, for instance, doesn’t necessarily mean you’re actually in league with that person or have perpetrated that crime. In certain high-profile cases, this kind of simplicity has led to false arrests and charges, such as with Jelani Henry, who in 2012 was charged with attempted murder after liking posts by a Harlem gang, which counted his brother as one of its members.
Henry wasn’t the only person to be arrested primarily for his or her online activity. In 2012, the New York City Police Department launched Operation Crew Cut, an initiative that based itself around the monitoring of social media activity, much of it coming from Black people. Since it began, numerous raids have been conducted by the department, with the most infamous being a June 2014 maneuver in Harlem that netted 103 arrests in connection with two homicides, in the process substantiating the fear that social media policing will disproportionately prejudice people of color. In the indictments authorizing these arrests, “Facebook” appears more than 300 times, and even though many or most of the arrested individuals may have carried some degree of guilt, the example of Jelani Henry strongly insinuates that some of the 103 may have been innocent. Indeed, a City University of New York law professor said just as much on the subject, stating that the police are now using social media to “hold 50 kids accountable” for a single shooting.
These cases show that, as with asking the public to help in identifying suspects and persons of interest, using social media may ramp up the scale and speed of police investigations, but at the cost of losing subtlety and precision. However, beyond jailing the occasional innocent, there are fears that the strategy of pre-labeling individuals as “gang members” or “threats” may play a role in the courtroom as well, replacing the presumption of innocence – one of the fundamental tenets of the criminal legal system – with the presumption of guilt.
This was discussed in a 2015 law paper written by researchers from the University of London in the UK, who argue that the concept of the suspect now contains a recognition of guilt. They recount a drunk-driving Twitter campaign conducted by Staffordshire Police in the UK, a campaign that publicly identified people as drunk drivers, despite the fact that these people had only been charged with (and not convicted for) driving under the influence. While it’s not as public, the practice of building databases and networks of people who’ve been charged with crimes has a similar effect. It tags people as “not ‘wholly innocent,'” smearing them in the eyes of the police before they even have the chance to appear in a court of law and clear their names.
Fighting Vigilantism With Vigilantism
The paper’s authors note that the use of the technology surrounding social media may deceive the police into thinking that their inquiries are correspondingly “scientific” and “objective.” Because they amass data from the likes of Facebook in a more-or-less systematic way, they may cultivate an overly confident and hubristic faith in the evidence this data provides.
Perhaps this presents one of the biggest dangers of them all: that the police will think technology automatically makes them infallible. With this misapprehension may come an increase in the kinds of errors and injustices outlined above, as well as in the inability to see the latter for what they truly are. The police may begin accepting an ever-greater quantity of spurious statements from the public, and they may begin arresting an ever-greater number of innocent people, all the while convinced that their gravitation toward social media and big data insures them against such mistakes. In some ways, the receipt of false information and the arrest of innocent people will be nothing new for them, just as the existence of vigilante subcultures and bias against people of color are also nothing new.
However, given the massive scale afforded by social media and the internet, these unfortunate phenomena may very well proliferate at increasing magnitudes, combining an increase in social media vigilantism with an increase in presumptions of guilt. Such a lethal combination would lead to a surge in wrongful arrests and convictions, ruining lives and further eroding trust in the police at the same time. Ultimately, this gloomy possibility entails that if we want to prevent such a situation from ever coming into being, we must – somewhat ironically – exercise a certain vigilantism of our own. Of course, this doesn’t mean we should stop using social media altogether, only that we should stop ourselves from misusing it, from allowing it to become an instrument of subjugation rather than one of empowerment.
Vraag Curtis Hart of hij zichzelf ziet als burgerwacht (‘vigilante’) en je krijgt een bot antwoord.?”Ik heb nog ergere namen gekregen,” zegt hij. Hoe ze ook heten, Curtis en vijf van zijn vrienden die zichzelf de Punisher Squad noemen, dienen volgens hen een belangrijk doel. Ze vangen wat ze in Amerika de?roofdieren van het internet noemen (online predators). Nog voordat ze de kans krijgen om toe te slaan grijpen zij in en plaatsen video’s van hun ontmoetingen op YouTube. Ze bellen pas?de politie als het tijd is voor een?arrestatie.
Hun eerste keer, dat als experiment begon,?was meteen een succes vertelt Curtis.?Het bewijs daarvan is de arrestatie van de 36-jarige Adam Olson uit Castle Rock die vervolgens achter de tralies verdween met een borgsom van $50.000.?”Hij dacht dat?hij seks kon hebben met een 13-jarig meisje” vertelt Curtis. “De hele zaak was net?een aflevering van ‘To Catch a Predator‘.”
In het politierapport van Kelso staat dat Curtis en een vriend een bericht plaatsten middels de app ‘Whisper‘. Ze deden zich voor als een 14-jarig meisje die ‘een leuke tijd wilde hebben met een oudere man.’?”Onmiddellijk kreeg ik 30 tot 40 reacties,” geeft?Curtis aan. Hij zegt dat hij zich toen richtte op Olson en ze wisselden Selfies uit. Curtis deed alsof hij een tienermeisje was en biechtte op dat ze eigenlijk maar 13 was. Al snel werd het gesprek seksueel getint.?”Het was absoluut walgelijk”, aldus Curtis. Hij zegt dat Olson aandrong op een ontmoeting dus hij vroeg wat vrienden, waarvan een van hen gewapend was, en ze koersten naar?Tom O’Shanter Park in Kelso waar de ontmoeting plaatsvond.
Onderstaande?YouTube-video (waarschuwing: expliciet taalgebruik) laat zien wat er daarna gebeurde.
De politie van Kelso wist van niets totdat Curtis en zijn vrienden het wel genoeg videomateriaal vonden voor een arrestatie. Die vond kort daarna?ook plaats. ?”We wilden het niet aan de politie laten weten, want je kunt toch niet op je handen gaan zitten en wachten op de overheid om alles maar in orde te maken?”, aldus Curtis. “Als je wacht tot de overheid eindelijk wat doet eindigt je stad net als Flint, Michigan” (Flint is al enige jaren een van de meest onveilige steden van de VS).
De groep gebruikt dezelfde methode als vele andere burgerspeurders en pedofielenjagers. En deze trend kreeg de naam “The Hunter Phenomenon”.
In andere steden zou de politie hebben geprobeerd dit fenomeen te stoppen, waarbij ze zouden aangeven?dat het levens kapot maakt (vaak ook van familieleden), burgers in gevaar brengt?en de kansen op vervolging be?nvloed.
De politie van Kelso wilde niet reageren op dit?voorval.?Een aantal inwoners wilden dat wel, zoals?David Willis. Hij heeft twee dochters, en hij is er helemaal voor.?”De politie is hierdoor overweldigd”, zegt hij. “Je wilt toch dat mensen uit?een gemeenschap voor elkaar opkomen.”?Anderen?waren minder enthousiast.?”Zij zijn geen politie”, aldus Bob Johnson. “Ze hebben geen ervaringen en weten niet wat ze doen. We hebben wetten om mensen die nog niets (bewezen) gedaan hebben te beschermen.” De aanklagers in Cowlitz County moeten de formele aanklacht tegen Olson nog indienen.?Hij wordt vervolgd voor een vermoedelijke poging tot verkrachting van een kind en seksueel getint online?contact?met een minderjarige.
Ook al heeft de man achter ‘Anxiety War‘ zich?aan het publiek?kenbaar?gemaakt in zijn YouTube video’s, het is duidelijk dat hij de?aandacht niet op zichzelf wil vestigen.
Zijn motivatie is wat onduidelijk, maar zijn behoefte om pedofielen te ontmaskeren laat niets aan de verbeelding over.
“Hij weet heel goed dat hij foute dingen doet, maar toch wil hij de ontmoeting aangaan. Dus gaan we dat doen, “zegt hij in een van de filmpjes.
Hij legt graag zijn werk als?undercover burgerrechercheur uit, als?hij toelicht dat hij met een online?tiener account de pedofielen uit de tent lokt en eindigt met een?verfilmde?confrontatie.
“Deze volgende pedofiel?heeft een pistool. Het is een 9mm Smith en Weston. En ik heb er een foto van gemaakt. Ik wordt hier niet door?ge?ntimideerd, “zegt hij in een van zijn video’s.
Zijn YouTube-video’s gaan niet alleen viral, maar ze leidden tot nu toe ook tot de arrestatie van zeven mannen.
Hij chat?soms weken of zelfs maanden met vreemden. En uiteindelijk komt het wel tot een afspraak. Tot hun verbazing komen deze vreemden dan oog in oog te staan met deze man.?Hoewel de meeste?mannen het eerst niet zien worden ze opgenomen. Die video’s worden later op het?YouTube-kanaal van “Anxiety War” gezet, een kanaal dat aan populariteit wint.
“Ik zal eerlijk zijn. Ik ben op zoek naar iemand zoals jij om mij een plezier te doen … Ik zoek seks. Ik kan je er wat compensatie?$ voor?bieden” schreef een man zoals te zien is in een van de video’s.?Een andere man schreef:?”Geen parfum ajb! En een rokje zonder slipje zou hot zijn.”?”Deze man schreef dat hij altijd al een?maagd heeft willen hebben en dat hij veel seksuele fantasie?n heeft die nog realiteit moeten geworden” vertelt de man achter de camera van een van de video’s die voorlopig niet van plan is te stoppen met zijn opsporingswerk.
Ook de leden van de Creep Catchers gebruiken?gefingeerde?social media accounts om?vermeende online pedofielen te ontmaskeren.?De politie in?Alberta (VS)?ontmoette?twee leden van de?”Creep Catchers” nadat ze een verdachte in beeld kregen.?Zij vertelden aan de agenten dat ze zich als een tienermeisje voordeden die deed alsof ze wel in was voor een afspraakje. Ze namen vervolgens alles op video op en dreigden de beelden op social media te publiceren als de verdachte zich niet zou aangeven bij de politie. De politie zei erover:?”Mensen?die zich bezighouden met burgeropsporingsactiviteiten lopen?een?aanzienlijk risico bij de mensen die ze confronteren”.?Creep Catchers zijn onderdeel van een?groeiende trend die zorgt voor hoofdpijn?bij de lokale autoriteiten, waaronder die van Calgary waar Dawson Raymond, die zich leider van de groep noemt, met een openbare naming & shaming campagne is begonnen.
Raymond legt uit dat ook hij zich?voordoet als een jong tienermeisje op diverse online dating sites. Daar beweert hij dat er al snel tientallen mannen zijn die hem benaderen, terwijl ze weten dat ze met een (weliswaar fictief) minderjarig meisje praten. Hij confronteert deze mensen vervolgens met video-opnames?die hij op zijn website plaatst.
Zijn?website?stelt dat Creep Catchers de uitbuiting van kinderen en jonge volwassenen helpt voorkomen. “We breiden onze groep?in Canada uit om pedofielen te identificeren en te vangen?en we werken ook aan andere online misstanden”, aldus de site.
De politie van Calgary geeft aan dat ze de tactieken van Raymond niet zomaar goedkeuren, maar ze hebben wel onderzoeken lopen op de opgenomen video’s die Raymond bij ze aanleverde. De politie waarschuwt dat burgeropsporingshandelingen het?politieonderzoek kunnen bemoeilijken en het verzamelen van bewijsmateriaal be?nvloeden waardoor verdachten mogelijk niet veroordeeld kunnen worden. De politie van Medicine Hat voegt daaraan toe dat burgers die mensen beschuldigen zonder bewijs het risico lopen dat ze zelf vervolgd kunnen worden voor laster of smaad omdat ze nog?onschuldige mensen reeds?veroordelen.?”Hoewel de meeste Creep Catchers binnen de wettelijke grenzen blijven, komen veel van de incidenten gevaarlijk dicht in de buurt van?strafbare feiten,” zei politie van Medicine Hat.
Ook het maken van valse online profielen op social media kan identiteitsdiefstal of fraudezaken tot gevolg hebben. Daarnaast kan?Creep Catchers worden beschuldigd van intimidatie of belemmering van de rechtsgang als ze hun inspanningen al te ver doorvoeren.”
“Als burgers?echt potenti?le slachtoffers willen beschermen en een?veilige buurt wensen, kunnen ze het beste vertrouwen op het rechtssysteem dat het?beste middel?is voor dit soort doeleinden”, aldus de politie.?”Onafhankelijke buurtwachtonderzoeken cre?ren complicaties voor rechtbanken en ondermijnen uiteindelijk de ware?gerechtigheid.”
Creep Catchers are warned to stop ambushing alleged pedophiles and shaming them online: https://t.co/bkegu9tqF3
Een oude en bekende social media case krijgt weer een nieuwe impuls, dit keer met een Nederlandse link. De Canadese tiener Amanda Todd, bijnaam ‘cutiielover’,?kwam in oktober 2012 in het nieuws omdat ze zelfmoord had gepleegd. Ze had een video van zichzelf op Facebook gezet waarin ze aangaf niet meer opgewassen te zijn tegen de pesterijen, ook op haar school. Het digitale stalken, door sommigen geduid als pesten, zou zijn begonnen nadat een compromitterende foto van haar op internet was verschenen. Ze raakte in de twee jaar die volgden verstrikt in een net van chantage en intimidatie van anonieme bewonderaar. Ze werd tot wanhoop gedreven met pesterijen over een naaktfoto die hij had bewaard nadat zij zich via haar webcam had getoond (‘Cappen’ heet dat, naar het Engelse woord capture; vangen, buitmaken). Vermoedelijk was hij een toeschouwer van Todd bij BlogTV, een site waar gebruikers kunnen livestreamen.?Hij verspreidde de foto daarna via het internet, onder andere op een pornosite. Links naar die site werden een jaar later via het sociale netwerk Facebook naar haar vrienden gestuurd.?Amanda?verhuisde meerdere malen naar diverse plaatsen, maar het mocht niet baten. Ze gaf haar digitale lifestyle er zelfs voor op, maar haar nieuwe klasgenoten lieten (misschien ook onbewust) op social media weer weten wie en waar ze was, waardoor haar belager(s) haar weer konden vinden. De ergste daarvan was vermoedelijk een 35-jarige Nederlandse man die haar mogelijk dwong tot deze fatale daad.
De zelfmoord van de 15-jarige Todd, en daarmee de problemen rond cyberpesten, kreeg wereldwijde aandacht.?Haar video?is in de tussentijd al meer dan 17 miljoen keer bekeken.
Al eerder werd een vermeende stalker van Amanda bedreigd.?In 2012 was Anonymous achter zijn naam gekomen en is deze met zijn adres op internet gezet. Volgens de hackersgroep is het een 32-jarige man die ook berichten plaatst op kinderpornosites. Deze man werd bedreigd op Facebook, Twitter en andere websites. Er wordt hem onder meer aangeraden om “met ??n oog open te slapen”.
“Wij zijn Anonymous. Wij zijn een legioen. Wij vergeven niet. Wij vergeten niet”, wordt er gewaarschuwd, om af te sluiten met ‘Verwacht ons’. Anonymous, door Time Magazine verkozen tot ‘meest invloedrijke mensen’ in 2012, staaft zijn claim door persoonlijke informatie van de verdachte te lekken met zowel zijn geboortedatum als adres op een pastebin.com-pagina.
Het lek linkt de digitale footprint van de man rechtstreeks aan Amanda Todd, met ook een Google map van zijn thuisadres, posts op een webforum over kinderpornografie en chataanvragen. Ondanks deze verdachtmakingen stelt de lokale politie dat er nog steeds geen harde bewijzen tegen de vermeende dader en dat geruchten het onderzoek doen vertragen. “We hebben al wel duizend tips binnengekregen”, aldus Sergeant Peter Thiessen van de Royal Canadian Mounted Police. “We raden mensen ook aan geen donaties te doen aan sites die zogezegd geld inzamelen ter nagedachtenis van Amanda. Er wordt op de kap van Amanda veel valse informatie de wereld ingestuurd”, besluit Thiessen, die het lek van Anonymous zeker niet wil afdoen als ongegrond.
Met hulp van de informatie van Anonymous, ging CTV News al op zoek naar de verdachte die eerder al terechtstond voor seksuele zedenfeiten met kinderen. Hij vertelde de zender dat hij inderdaad bevriend was met Amanda Todd, die hij online ontmoet had via video’s waarin ze zong, maar dat de beschuldingen aan zijn adres niet kloppen en dat niet hij Amanda pestte.?Volgens hem had hij Todd net zijn hulp aangeboden omdat hij een “bekende hacker is”, stelt de Vancouver Sun. Hij zou ook informatie aan de politie doorgespeeld hebben over de ware cyberpester van Amanda. Dat zou volgens hem een 26-jarige man zijn die in New York woont en wiens online alias ‘Viper’ luidt. Zijn moeder steunt hem, ook al staat hij terecht voor seksuele geweldpleging op een minderjarige. “Ja hij heeft zijn problemen, zoals we die allemaal hebben”, aldus de moeder aan Postmedia News. Maar mijn zoon is geen geschift straatjoch dat geweld pleegt.”
Nu is het de 35-jarige Aydin C. die wordt verdacht van afpersing van de Canadese tiener Amanda Todd, en hij zal zich verzetten tegen uitlevering aan Canada. Dat heeft zijn advocaat laten weten. Het Openbaar Ministerie in de Canadese staat British Columbia heeft om uitlevering gevraagd.?’Hij is een Nederlander en hij wil volgens het Nederlandse systeem worden berecht. Niemand zit te wachten op uitlevering naar een vreemd land’, zei zijn advocaat Christian van Dijk vandaag. ?Aydin C. zou de 15-jarige Canadese tot zelfmoord hebben gedreven door haar af te persen met beelden waarop ze uit de kleren ging. De Canadese Justitie verdenkt hem van afpersing, kinderlokken via internet, bedreiging of stalking; en het bezit van kinderporno met het doel die te verspreiden. Onder de naam Tyler Boo maakte hij, nadat Amanda weer was verhuisd, een Facebookpagina waarop hij zich uitgaf als een toekomstige leerling van Amanda. Hij bevriendde andere leerlingen – en veranderde vervolgens zijn profielfoto in de toplessfoto van Todd. Hij zette haar onder druk: voer meer ,,shows” op voor de webcam, of de naaktfoto gaat naar meer vrienden. ,,Ik kan die foto nooit meer terugkrijgen”, aldus Todd in haar video. ,,Hij gaat voor altijd rond.”
Keylogger
Justitie heeft in het strafonderzoek naar Aydin C., die ervan verdacht wordt de Canadese tiener Amanda Todd via internet te hebben gechanteerd, een zogeheten ?keylogger? ingezet. Dat meldt het programma Nieuwsuur, dat inzage kreeg in het strafdossier. Door het gebruik van de keylogger kon worden meegekeken op de computer van de verdachte.
De keylogger installeerde in dit geval software op de computer van C. die het mogelijk maakte alle aanslagen van het toetsenbord te registeren en screenshots te maken van onder meer chatgesprekken en webcambeelden. Maar het gebruik van deze technologie blijkt niet zonder risico.
Hoogleraar Computerbeveiliging Bart Jacobs zet in Nieuwsuur vraagtekens bij de wettigheid ervan in het strafonderzoek. ?Bij mijn weten is het de eerste keer dat het gebruik van een keylogger expliciet wordt genoemd. En ik vraag me af in hoeverre dit past binnen de huidige wetgeving, ik vind het op het randje.??Het plaatsen van een keylogger met software gaat volgens Jacobs verder dan een inkijkoperatie. Hij pleit voor strenger toezicht op het gebruik van hoogwaardige ICT-middelen door de politie. ?Als je dat hebt ge?nstalleerd kun je alles doen op die pc. Je kunt niet alleen toegang krijgen tot de computer, maar je zou ook gegevens kunnen manipuleren. De politie zou het verwijt kunnen krijgen dat de ze zelf materiaal op die pc heeft achtergelaten.?
Sextortion
Carol Todd, de moeder van Amanda, speelde de dreigementen destijds door aan de politie, maar die liet weten weinig te kunnen doen. Amanda werd aangeraden haar internetprofielen te sluiten. Carol Todd suggereerde daarop dat de politie de internetidentiteit van Amanda zou overnemen, om met de stalker in contact te komen. Dat is niet gebeurd.?Net zoals Amanda in haar na?viteit niet vermoedde dat haar bewonderaar kwade bedoelingen had en haar leven tot een hel zou kunnen maken, had de belager geen idee hoe bekend zijn slachtoffer zou worden. Todd verwierf roem in Canada en daarbuiten met haar video. De premier van British Columbia, Christy Clark, reageerde op haar dood met een eigen videobericht waarin ze pleitte voor een strengere aanpak van cyberbullying.
Justitie heeft grote moeite om de beveiligde harde schijf van Aydin C. te kraken. De Nederlander?zou tientallen meisjes van over de hele wereld via internet hebben gechanteerd om seksvideo’s op te nemen.?Zo stuit de politie op gesprekken van C. in chatprogramma?Habbo Hotel. In vijf minuten benadert hij meer dan zeventig jonge meisjes.?Op de computer van C. staan ook inloggegevens van 86 andere profielen en mail-accounts. Alles bij elkaar wordt C. verdacht van 72 verschillende feiten, waaronder het maken, hebben en verspreiden van kinderporno van in totaal 34 minderjarigen. Ook wordt hij verdacht van het oplichten en afpersen van 5 mannen uit Groot-Brittanni? en Australi?. Het dossier van het OM bestaat uit meer dan 25.000 pagina’s. Het afpersen van Amanda Todd is tijdens de zitting nog niet aan bod gekomen. Canada wil C. daarvoor berechten en?heeft om zijn uitlevering gevraagd.
De zaak tegen C. gaat gepaard met veel obstakels en oponthoud. Zijn advocaten zeggen dat het gebruik van het tapprogramma niet was toegestaan. Daarmee zou een groot deel van het verzamelde bewijs onrechtmatig zijn verkregen.?C. wisselt ook twee keer?van advocaat, wat de zaak vertraagt.
Webcamafperser Aydin C. krijgt in hoger beroep opnieuw bijna elf jaar cel Maximale straf voor dramatisch psychisch leed dat aangericht werd bij veel jonge meisjes. https://t.co/8pDEGkYRhU
Sexting ?is het verspreiden of delen van seksueel getinte foto’s of berichten via mobiele telefoons of andere mobiele media. De term komt van seks (dus met seksuele inhoud) en texting (sms). Social media hebben sexting nog makkelijker gemaakt. Een studie van Internet Watch Foundation heeft aangetoond dat 88% van de verspreide foto?s of video’s worden doorgestuurd of op andere websites worden gezet, soms zelfs op pornosites.
Van vier op de tien Nederlanders staan ?ongewenste foto?s op internet, blijkt uit onderzoek van Multiscope. De helft daarvan doet daar vervolgens niks mee, de andere helft vraagt of de foto er weer af kan. Het plaatsen van foto?s op internet vinden we heel normaal, zo blijkt. Driekwart van de ondervraagden doet dat wel eens, vooral facebook scoort heel hoog. Een kwart vraagt echter nooit toestemming aan anderen om die foto online te zetten.
Een bekende app voor sexting is Snapchat, een populair sociaal netwerk dat op 19% van alle iPhones is ge?nstalleerd en goed is voor meer dan vijftig miljoen zichzelf vernietigende fotoberichten. Maar dat was vroeger. De profielgegevens?in Snapchat laten immers zien met wie je allemaal communiceert en bovendien is er nu de app Snap Save?, zodat ontvanger de foto?s kunnen bewaren zonder dat de verzender hiervan op de hoogte is.
Jongeren die ongewenst pikante foto’s verspreiden van leefstijdsgenoten via internet, moeten vaker een taakstraf krijgen. Nu krijgen de daders vaak een straf van de rechter en dus ook een strafblad. De PvdA wil dit veranderen:
Voolichtingsfilm van het Zwitserse Pro Juventute?die op hun Facebooksite ook een online cyber risicocheck aanbieden.
Sexting komt op vrijwel alle scholen voor
Seksfilmpjes die op middelbare scholen circuleren is een stijgende trend. Dat zegt het landelijk Meldpunt Kinderporno. Donderdag werd bekend dat onder meer op het Pius X-College in Bladel en het Strafrecht College in Geldrop zulke filmpjes onder leerlingen rondgaan. Volgens het Meldpunt komt ‘sexting’, het versturen van naaktfoto’s of seksfilmpjes via de smartphone, inmiddels?op bijna alle scholen?voor. “Je kunt zeggen dat het inmiddels onderdeel is van de seksuele ontwikkeling van kinderen.’
“Ouders zijn vaak radeloos als ze ons bellen”, zegt Maaike Pekelharing. Ze wenden zich tot het Meldpunt als ze op de telefoon van hun zoon of dochter een?seksfilmpje?of naaktfoto’s vinden, soms gemaakt door hun eigen kind. “We adviseren altijd om aangifte te doen als iemand zo’n filmpje heeft doorgestuurd en de filmpjes meteen te verwijderen.”?Ook kinderen bellen het Meldpunt Kinderporno, met volgens Maaike Pekelharing, ‘sterk uiteenlopende reacties’. ” Sommige kinderen zijn in paniek en willen zichzelf om het leven brengen, terwijl anderen er totaal onverschillig onder blijven.”?Volgens Pekelharing kunnen ouders maar beter hun kinderen niet het gebruik van internet of smartphones verbieden. “Dat is precies de reden waarom kinderen er niet meer over willen praten.” Voorlichting op scholen is volgens haar het allerbelangrijkste. “En wacht niet tot een incident dat noodzakelijk maakt.”
Forse stijging van meldingen
Vorig jaar kwamen er bij het Meldpunt?honderden meldingen meer?binnen dan het jaar ervoor. “Maar die stijging kan ook te maken hebben met onze grotere bekendheid”, zegt Maaike Pekelharing van het Meldpunt. “Vooral ouders weten ons steeds beter te vinden.”
Beste ouders: Er circuleren #sexfilmpjes onder leerlingen van scholen in Brabant. Hiermee te maken? Lees meer (tips)! http://t.co/tFK8MSAZus
Als sexting beelden door anderen verspreid worden zijn de gevolgen niet te overzien. Precies op dit punt ontstaat de problematiek rondom sexting. Zolang de beelden binnen een gelijkwaardige relatie uitgewisseld worden en daar blijven, lopen verzender en ontvanger weinig risico en kan het zelfs ervaren worden als een meerwaarde voor de relatie. Het wordt een ander verhaal als die sexy foto of dat pikante filmpje van jou door anderen verspreid wordt via social media. Waarschijnlijk is dit beeldmateriaal in vertrouwen verstuurd en zonder toestemming openbaar gemaakt. Degene die te zien is op de sexting beelden verliest er de controle over. Dit kan grote gevolgen hebben. Denk maar aan (cyber)pesten, ernstig persoonlijk leed, schooluitval, schaamte, problemen bij het vinden van een baan, angst, onzekerheid en in sommige gevallen neiging tot zelfdoding. Daarnaast verkeer je als geportretteerde in een chantabele positie wat je nog kwetsbaarder maakt.
Jongeren en social media
Social media is erg belangrijk voor jongeren. Zo benoemt Prof. Dr. Leo Van Audenhove, Directeur Mediawijs.be, het belang van social media voor jongeren. Via social media communiceren ze, kunnen ze zich op een creatieve wijze uitdrukken en ontwikkelen ze hiermee een eigen online- en offline- identiteit. ?Het heeft weinig zin hier een verbiedende houding aan te nemen. Omgaan met sociale media leert jongeren immers op een speelse wijze omspringen met media in de brede zin van het woord. Bovendien werken ze op deze manier aan ruimere computer- en mediacompetenties die ze nodig hebben in hun opleiding, hun beroepstraject en hun sociale leven? (Walrave & Van Ouytsel, 2014, p.6). Begeleiding van jongeren door docenten, ouders, jeugdwerkers en andere opvoeders bij het ontdekken en gebruiken van social media is belangrijk. Zij hebben een belangrijke taak om jongeren mediawijs te maken.
A sexting ring of teens using photo vault apps. How to check if your teen is secretly sexting? https://t.co/9K5VjfP1YT