SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
Het aantal pedojagers lijkt toe te nemen in ons land. Dat komt deels door het feit dat ouders door corona thuiszitten en meekijken met het online gedrag van de kinderen, door een gebrek aan online handhaving, complotdenkers én nieuwe wetgeving. Dat stelt onderzoeker Arnout de Vries van TNO. Hij doet al jaren onderzoek naar het fenomeen.
Ja, blijven staan!”, roept een groepje zelfbenoemde pedojagers in een filmpje op @pedohuntgooi op Instagram. Ze rennen op een oudere man af. „Wat kom je hier doen?”, schreeuwen ze terwijl twee mannen hem inmiddels stevig vasthouden aan zijn armen. „Wat moet je?”, schreeuwt de oudere man terug. De derde filmt: „Wij gaan even wat vragen stellen vriend.” „Ik ben alleen maar aan het lopen”, antwoordt de oudere man. „Nee, jij komt met een meisje van veertien afspreken.” De man ontkent. „Ik pak even de bewijzen erbij, we hebben ook een foto van je. Dit ben jij toch?” Ze laten een foto en berichtjes zien van hem naar een fictief meisje dat hij ’in haar blootje wil zien’.
Een typisch voorbeeld van de werkwijze van pedojagers, zegt TNO-onderzoeker Arnout de Vries. Hij constateert dat het fenomeen in ons land enorm groeit. „Er is op dit moment niet echt onderzoek naar waarom het groeit”, erkent hij. „Ik kan er wel een aantal redenen voor aandragen. Punt één: het is coronatijd. Ouders die zijn gaan meekijken bij hun kinderen hoe die af en toe worden benaderd. Ik zou het niemand aanraden, maar je hoeft maar een account aan te maken van een kind op bepaalde platformen en je wordt vrij snel belaagd met onzedelijke verzoeken. Ik
denk ook dat er wat ouders geschrokken zijn.” Nog een reden dat er meer pedojagers lijken te zijn, is de nieuwe wet Computercriminaliteit III. „Veel mensen weten het niet, maar tot een jaar geleden was het niet mogelijk om te pedojagen. Computercriminaliteit III maakt het nu strafbaar dat je als pedoseksueel uitingen doet en kinderen benadert, óók als blijkt dat je geen kind benadert maar een pedojager. Tot vorig jaar zei de politie: er is niets strafbaars gebeurd, want je hebt gepraat met een volwassen man. De wet zegt nu: ook al is er geen enkele indicatie dat je met een volwassen man hebt gesproken en je denkt dat het een kind is, is dat al strafbaar. Sterker nog; het is zelfs strafbaar als het een computer blijkt te zijn. Er is een chatbot van Terres des Hommes, die heet Sweetie, een virtueel Filipijns meisje van tien waarmee pedoseksuelen online worden opgespoord.”
Pedojagers zijn al zeker tien jaar actief in Nederland, stelt De Vries. Deze groepen bleven voorheen onder de radar en hadden geen contact met de politie. Zij namen in stilte contact op met pedoseksuelen en lieten geheimhouding afkopen op voorwaarde dat diegene nooit meer iets zou doen. „Een vorm van eigen rechter spelen die absoluut onwenselijk is en nooit bij de politie bekend wordt, want ook de vermeende dader zal nooit aangifte doen.” De werkwijze van pedojagers is tamelijk eenvoudig, schetst De Vries. De pedojager zoekt online op platforms waar kinderen actief
zijn. „Daar vind je ook pedoseksuelen. Denk aan MovieStarPlanet. Daar kan een kind zonder account gaan chatten. Maar ook Snapchat of Roblox.” Vervolgens maakt de jager een nepaccount aan.
„Daar zit wel een risico in. Je mag geen identiteitsfraude plegen. Dus je mag niet een account aannemen van een bestaand kind waar je geen toestemming voor hebt gevraagd. Dus je ziet dat pedojagers een foto van zichzelf gebruiken van vroeger of een oude foto van een vriendin of van een dochter die inmiddels 18-plus is en toestemming geeft.”
Uitlokking
Dan wordt er gevist. Uitlokking is verboden, dus het is wachten tot de pedoseksueel zelf een afspraakje met een minderjarig kind maakt. „Dat is het punt dat je moet zeggen: lever het dossier over aan de politie. Veel jagers zeggen dan: ik wil dat deze viezerik van het internet verdwijnt. Want die gaat morgen weer kinderen lastigvallen. Want elk slachtoffer dat er een minder is, is winst.”
Pedojagers zijn tegenwoordig veelal burgers die het aandurven gewoon voor de camera te verschijnen. „Ze zijn vaak niet bang uitgevallen. En ze acteren vaak in groepen. Omdat dan ook hun eigen veiligheid minder snel in gevaar komt”, weet De Vries. Naar schatting heeft 1% van de mannelijke populatie een pedofiele voorkeur. Dat zijn zo’n 85.000 mannen. Van hen handelt naar schatting
25% er ook naar. „De meest voorkomende quote op online pedojaaggroepen is: ’wie beschermt onze kinderen? De overheid is er niet voor ons, laat staan dat ze er op internet zijn met online handhaving.’ Ze willen het probleem zelf tackelen.” Als het eenmaal tot een afspraak komt, wordt het ingewikkeld. Er zijn jagers die met de politie willen samenwerken. Agenten wordt gevraagd
ook naar de afgesproken plek te komen. De Vries: „Helaas is daar geen goed proces voor bij de politie. Er is ook geen noodhulpverzoek. Dus zeggen ze: maak maar een afspraak. En als de pedoseksueel komt opdagen, dan moet je 112 bellen en wachten.” Dus gaan jagers over tot een burgerarrest. Ook daar is onduidelijke wetgeving over. Het is risicovol en er is nergens een instructie hoe je het mag uitvoeren. Proportioneel geweld is tot zekere hoogte toegestaan. „Maar het leidt ook regelmatig tot ’ongelukken’”, weet De Vries. „De dodelijke mishandeling in Arnhem is daar een
voorbeeld van.”
Hoeveel pedojagers er momenteel actief zijn in Nederland is niet bekend. Sommige accounts op Facebook en Instagram waarin informatie en filmpjes van confrontaties worden uitgewisseld, hebben duizenden volgers. „We leven in een tijd waarin onze kinderen niet veilig zijn”, staat op een plaatje gedeeld door @pedohunterznl op Instagram. „Wij zijn een ieder die de
wereld veilig wilt maken voor onze kinderen.” Pedojagers filmen vaak zelf de aanhouding. „Dat filmen wordt bemoedigd door politie. Die zeggen: laat maar zien dat het burgerarrest netjes is verlopen. Als je die beelden op internet zet, wordt het anders. Dan krijg je een publieke schandpaal. En dan ben je als pedo voor het leven getekend. Ik heb in het buitenland gezien dat dat tot zelfmoord kan leiden.”
Woordvoerder van politie Oost-Nederland Simen Klok is niet te spreken over deze vorm van eigenrichting: „Als mensen strafbare feiten plegen dan trekken we echt de grens, dat is onacceptabel.” Eerder deed de politie een statement uit: „Hoe nobel het doel in hun ogen mag lijken, deze ’jagers’ overtreden hiermee de wet. Speel niet voor eigen rechter, dit wordt niet getolereerd. Bij vermoedens van misbruik, zoek contact met de politie.” Een woordvoerder van minister Grapperhaus (Justitie) laat weten dat het niet de bedoeling kan zijn dat mensen zelf op
’pedojacht’ gaan.
Stop ermee!
Na minister Grapperhaus doen ook politie en het Openbaar Ministerie een dringende oproep aan zogenoemde pedojagers om onmiddellijk op te houden met het zoeken naar mensen die uit zouden zijn op seks met minderjarigen. De jacht op kindermisbruikers loopt compleet uit de hand, zeggen politie en justitie. Wie zijn de ‘pedojagers’ die het recht in eigen hand nemen en vermeende pedoseksuelen hard aanpakken? “Ze zijn onder te verdelen in verschillende groepen.” Burgers spelen steeds vaker voor eigen rechter bij het opsporen en najagen van vermeende kindermisbruikers. Ze maken er filmpjes van en plaatsen ze op internet. Deze ‘pedojagers’ zijn minister Grapperhaus van Justitie een doorn in het oog. “Hou ermee op”, zei hij vandaag.
Géén samenwerking met pedojagers
“We hebben een rechtsstaat; als je meent dat iemand iets strafbaars doet, ga je ermee naar de politie. We hebben professionals, die dit soort zaken behandelen”, aldus de minister.
Politie en OM hebben besloten elke vorm van samenwerking met pedojagers in de ban te doen. Ook de recente dood van een 73-jarige oud-leraar uit Arnhem zou het gevolg zijn van een particuliere opsporing. Zeven verdachte tieners zijn aangehouden, vier van hen zitten nog vast.
“We houden er pas mee op als de straffen voor pedofilie strenger worden”, zegt de 27-jarige ‘pedojager’ Bouke van der Vrugt.
Geld verdienen
De ‘pedojager’ is geen nieuw fenomeen, weet onderzoeker op het gebied van burgeropsporing Arnout de Vries. Hij doet al jaren onderzoek naar deze verschijning bij TNO en wilde weten wie deze mensen zijn die het recht in eigen hand nemen en vermeende pedoseksuelen hard aanpakken.
“In het begin zag je vooral mensen die rijk willen worden met het jagen op vermeende pedofielen en pedoseksuelen”, vertelt hij. “Ze zetten het op YouTube en vangen geld voor hun filmpjes. Ze schuwen het geweld niet, die types zie je ook meestal op tv. Binnen die groep zitten types bij die zelfs overgaan tot chantage. Als zij een pedoseksueel in het vizier hebben die bankier is, zeggen ze bijvoorbeeld: ‘We lichten de politie niet in als jij een bedrag overmaakt’.”
Er is niet één soort pedojager is. “Er zitten gradaties in. Er zijn voetbalhooligans bij die uit zijn op geweld. Maar ook bezorgde ouders, die zien dat hun kind online rare berichten krijgt. En daar zit nog een grote groep tussen.” De Vries denkt dat de oproep van politie en justitie beperkt effect zal hebben. “De werkwijze van de politie was tot nu toe: als je iemand confronteert, bel dan 112. Nu zeggen ze: stop ermee. Maar het zou beter zijn als politie en burgers juist meer samen zouden optrekken. Nu zie je dat het vaak mis gaat in de tijd dat mensen op de politie moeten wachten.”
Volgens De Vries kan de politie gebruikmaken van burgers die relatief netjes werken. “Dat zijn burgers met een goede bedoeling, die zich zorgen maken dat iemand slachtoffers gaat maken.”
Zo werken pedojagers
Pedojagers zoeken op internet naar mogelijke kindermisbruikers. Zij doen dit door zich op dating- en chatsites voor te doen als minderjarigen. Zo komen ze in contact met mannen die soms seksueel getinte berichten sturen. De pedojagers proberen dan een afspraak te maken om de man te confronteren. Die confrontaties lopen regelmatig uit de hand, waarbij de man door de pedojagers mishandeld wordt voor de politie arriveert. Pedojagers organiseren zich op sociale media als Facebook en Telegram. In chatgroepen met soms honderden leden worden namen, contactgegevens en foto’s van vermeende pedofielen uitgewisseld, zegt techjournalist Daniël Verlaan. “Er worden ook screenshots van chatgesprekken en video’s van mishandelingen gedeeld.” Verlaan: “In één van de chatgroepen is zelfs een chatbot te vinden die instructies geeft over hoe je mannen die willen afspreken met minderjarigen op het spoor komt”.
Pedoseksualiteit in coronatijd
Juist nu in coronatijd waarin de verveling toeslaat, lijkt het fenomeen toe te nemen. De onderzoeker ziet dat ook complotdenkers zich richten tot vermeende kindermisbruikers. “Zij zien dat pedo’s in alle lagen van de bevolking voorkomen, ook onder politici en artiesten. Deze groep maakt zich kwaad dat deze mensen er vaak mee wegkomen”, vertelt De Vries.
Maaike Blok van Reclassering Nederland benadrukt dat 50 tot 80 procent van het kindermisbruik niet wordt gepleegd door pedofielen. Vaak gaat het om een bekende van het slachtoffer die allerlei motieven kan hebben om zich op dat moment te vergrijpen aan een minderjarige. Bij mensen met een pedofiele geaardheid – naar schatting is 1 tot 3 procent van de mannelijke bevolking gericht op kinderen onder de 13 – is het volgens Blok essentieel dat zij met een hulpverlener over hun worsteling met die gevoelens kunnen praten. Dat is nodig om te accepteren dat zij nooit kunnen handelen naar hun voorkeur. “Driekwart van de pedofielen doet in de praktijk niets met zijn geaardheid”, benadrukt Blok.
Wie echter géén ruimte ziet om voor dit soort gevoelens uit te komen, loopt het risico in een sociaal isolement te komen waarbij de kans groter wordt dat hij in de fout gaat. Iets vergelijkbaars dreigt bij mensen die door bijvoorbeeld pedojagers worden ‘ontmaskerd’ als vermeend kindermisbruiker en als gevolg daarvan allerlei sociale contacten om zich heen zien wegvallen. Blok: “Wat er dan kan gebeuren, merken wij in de praktijk, is dat mensen het idee krijgen dat ze niets meer te verliezen hebben, met alle gevolgen van dien.”
Niet voor niets is het vormen van een ‘sociale cirkel’ rond een zedendelinquent een van de bewezen methodes om te voorkomen dat veroordeelden opnieuw in de fout gaan. In dat zogenoemde COSA-systeem (Cirkel van Ondersteuning, Samenwerking en Aanspreekbaarheid) helpen vrijwilligers zedendelinquenten een sociaal netwerk op te bouwen, het isolement te doorbreken en zijn ze beschikbaar om te praten over het seksueel delictgedrag.
Blok: “Iedereen vindt kindermisbruik iets afschuwelijks. Dat vinden wij allemaal: de zogenoemde pedojagers, maar geloof me: ook de mensen met een pedofiele seksuele voorkeur. Alleen: zij hebben die gevoelens nu eenmaal. Waar het dan om moet gaan is hoe je voorkomt dat zij daar daadwerkelijk iets mee doen. Wat hier dreigt, is dat goedbedoelde initiatieven juist bijdragen aan delictgedrag.”
Hoe zit het wettelijk?
Iemand die via internet seksueel getinte gesprekken voert met een minderjarige, is strafbaar. Maar vaak is het lastig te bewijzen dat de mannen die door pedojagers zijn opgespoord, ook daadwerkelijk de wet hebben overtreden. In veel gevallen is er namelijk sprake van uitlokking. Daardoor gelden de chatgesprekken niet als bewijs bij een rechtszaak, en kan het niet tot een veroordeling komen. Naar schatting heeft 1 procent van de mannen een pedofiele voorkeur. Dat zijn zo’n 85.000 mannen. Het grootste deel, ongeveer driekwart, handelt niet naar die gevoelens. Pedofilie is een seksuele voorkeur, en in Nederland niet strafbaar. Seksueel misbruik van kinderen is, samen met het bekijken en downloaden van kinderporno, wel strafbaar. Dat gebeurt lang niet altijd door pedofielen: een meerderheid van de kindermisbruikers heeft geen pedofiele gevoelens, maar kampt met antisociale en seksuele stoornissen.
Ouders kijken mee online
Maar de grootste ‘middengroep’ bestaat uit mensen die zich zorgen maken. “Dit zijn veelal ouders, moeders, die meekijken met hun kind op internet. Als zij zien dat hun kind wordt benaderd door een volwassene, willen ze het er niet bij laten zitten.” Deze groep wil volgens de onderzoeker juist een samenwerking met de politie. “Maar als politie te lang op zich laat wachten, gaan ze er niet zelf op af, maar sturen ze er liever een paar stoere mannen naartoe.”
Ook Bouke van der Vrugt jaagt op kindermisbruikers. Hij beheert een Facebookpagina waarmee hij naar eigen zeggen pedofielen wil ontmaskeren. Hij trekt zich niets aan van de oproep van minister Grapperhaus om ermee te stoppen. De 27-jarige rapper Bouke van der Vrugt beheert een FB-pagina waar hij pedofielen wil ontmaskeren.
‘30.000 Nederlanders kijken kinderporno’
Hoe groot de groep pedojagers is, is lastig te zeggen volgens Arnout de Vries van onderzoeksbureau TNO. “Er is een Facebookpagina met alleen al 40.000 volgers, en er zijn er nog veel meer met duizenden volgers.” Van de andere groep zijn er wél cijfers. “We weten uit onderzoek dat 30.000 Nederlanders kinderporno kijkt. Zo’n 1 procent van de mannen zou pedofiele gevoelens hebben. Dan hebben we het over 85.000 mannen, Van hen handelt naar schatting 25 procent er ook naar.”
Pedojagers lokken man naar ‘date met 12-jarig meisje’, passant schopt hem tegen het hoofd
Een groep zogenoemde ‘pedojagers’ uit Tilburg heeft een man naar een parkeerplaats in hun stad gelokt en hem vastgehouden totdat de politie kwam. De groep noemt zichzelf Madeguys. De mannen willen naar eigen zeggen zonder geweld pedofielen ‘arresteren’. Arnout de Vries, onderzoeker maatschappelijke veiligheid bij TNO, is kritisch op hun aanpak.
Een pedofiel opsporen, naar een openbare plek lokken en zonder geweld een ‘burgerarrestatie’ verrichten. Dat is wat de pedojagers van Madeguys uit Tilburg zeggen te doen. Jori is een van hen. Hij richtte de groep samen met drie vrienden op. Pedohunters Tilburg, noemen ze zichzelf ook wel. Ze vinden dat het rechtssysteem faalt. Pedofielen lopen te makkelijk vrij of weer vrij rond in Nederland, zeggen ze.
“We kregen informatie van iemand uit Breda over deze man”, verklaart Jori de actie van de pedojagers. “Hij zou daar al een keer veroordeeld en mishandeld zijn vanwege pedofiel gedrag. Nu zou hij dit in Tilburg doen. We hebben bewijs en alles. Screenshots van gesprekken met een meisje van 14 waar hij het over seks heeft en haar foto’s stuurt van zichzelf met zijn geslachtsdeel in zijn hand.”
Openbare plek
Jori en zijn vrienden legden contact met de man, deden zich voor als een 12-jarig meisje en spraken met hem af. Dit deden ze op een parkeerplaats bij winkelcentrum Westermarkt in Tilburg. “Bewust op zo’n openbare plek. Met camera’s en alles. Het is onze bedoeling om zo iemand te pakken zonder geweld. Als we iemand total loss zouden willen slaan, zouden we niet daar afspreken.”
De man confronteren en vervolgens vasthouden tot de politie komt. Dat was het plan. Maar toen een omstander vroeg waarom ze hem tegen de grond hielden, knapte er volgens Jori iets bij die man. “Hij begon te huilen en vertelde dat hij zelf ook seksueel misbruikt was. Hij heeft ‘m daarom tegen zijn kop geschopt.”
De pedojagers zouden de man die de schop gaf erop hebben gewezen dat ze geen geweld willen gebruiken. De politie heeft de omstander aangehouden. De man die Jori en zijn vrienden als pedofiel zien, is niet opgepakt.
“We zien steeds meer burgers die helpen in de opsporing. En het is op zich prima dat als burgers rare dingen op internet zien, ze informatie verzamelen, een dossier maken en aangifte doen. Wat niet oké is, is dat burgers ook tot vervolging overgaan”, meent De Vries.
De pedojagers deden zich voor als meisje van twaalf jaar. Ze spraken woensdagavond af bij een parkeerplaats bij winkelcentrum Westermarkt in Tilburg. Naar eigen zeggen wilden ze de man zonder geweld arresteren via een burgerarrestatie. Dat ging fout. Een omstander die hoorde wat de man gedaan zou hebben, schopte hem tegen zijn hoofd.
Herkenbaar op internet
Bovendien zetten de pedojagers beelden van de arrestatie op internet, waarbij de man herkenbaar was. “Zo’n man is beschadigd voor het leven, nog even los van de vraag of er daadwerkelijk wat aan de hand was. Hij staat voor de rest van zijn leven te boek als pedofiel”, zegt De Vries.
“Ik snap de motivatie van de burgers, je wilt niet dat er mensen aan je kinderen komen. Maar ze hadden beter het belastend beeldmateriaal en de chat die ze met de man hadden, kunnen inleveren bij de politie, zodat die in actie kon komen.”
Een burgerarrest is toegestaan als je iemand op heterdaad betrapt. De Vries: “Maar je mag geen geweld gebruiken. Ook zijn bij deze arrestatie te veel mensen betrokken.”
‘Smaad en laster’
De politie liet de man gaan, de omstander die hem getrapt had werd wel opgepakt. De pedojagers deden later aangifte op het politiebureau waarbij ze screenshots van een gesprek met een 14-jarige en ander materiaal aan de agenten gaven. Die doen onderzoek.
De Vries: “Als de man wel schuldig is aan pedoseksualiteit, is de kans groot dat hij een lagere straf krijgt, doordat de beelden op internet staan. En als hij niet schuldig is, kan hij de pedojagers aanklagen voor smaad en laster.”
Bekijk de uitzending van Omroep Brabant:
‘Spelen voor eigen rechter’
De politie bevestigt het verhaal over de arrestatie en de uitleg van de pedojagers. “Wij raden dit sterk af”, geeft een woordvoerder aan. “Er wordt al snel voor eigen rechter gespeeld. Dat merk je nu ook. Ook al is het een omstander die het heeft gedaan. De kans is gewoon groot dat er een strafbaar feit wordt gepleegd.”
Volgens de woordvoerder blijft het voorlopig alleen bij de aanhouding voor de mishandeling. “Ik ben echt ontzettend teleurgesteld”, zegt Jori. Hij en zijn vrienden zijn daarom naar het politiebureau gegaan om aangifte te doen. Het bewijs en materiaal dat ze hebben verzameld, hebben ze aan agenten gegeven. “Ze gaan ernaar kijken”, zegt hij. “Op dat moment pleegde hij geen strafbaar feit en daarom werd hij niet opgepakt.”
Jori en zijn vrienden zijn niet de enigen die op pedofielen jagen. Er zijn steeds meer groepen die ze willen ontmaskeren. In Arnhem werden zaterdag vijf pedojagers en hun doelwit opgepakt. In Groesbeek en Zwolle ontstonden heksenjachten naar aanleiding van filmpjes die werden geplaatst van confrontaties.
Twee Assenaren van 21 en 24 jaar hebben deze zomer via de datingapp Tinder meerdere mannen onder valse voorwendselen naar Assen gelokt. De slachtoffers zouden door bedreiging met geweld gedwongen zijn om geld te geven.?De Assenaren hadden een vals profiel gemaakt op Tinder. Ze deden zich voor als een jonge vrouw die Nina heet.?Op de afgesproken plek werd hij ingesloten door de verdachten. Volgens het Openbaar Miniserie werd het slachtoffer door de Assenaren gefilmd. De verdachten deden voorkomen alsof ze de man wilde ontmaskeren als iemand die contact zocht met minderjarige meisjes. Onder het filmen werd tegen hem geroepen: ?Volgens mij weet je wel waarom we hier zijn. Hoezo spreek je af met een 15-jarig meisje.??De verdachten dreigden het filmpje online te zetten als hij niet betaalde. Hij moest 1500 euro pinnen en zijn mobiele telefoon geven.
Grindr
In Dordrecht is een groep van dertien jongens veroordeeld voor openlijke geweldpleging en vernieling, omdat zij in maart van dit jaar twee mannen via datingapp Grindr naar een afspraak lokten om ze te mishandelen. Dat deden de jongens naar eigen zeggen om ?pedo?s een lesje te leren?. Maar al tijdens het proces tegen de dertien verdachten komt een ander beeld naar voren: een cynisch plan om geld te verdienen dat ontspoorde in een grimmig lolletje. En welke rol speelde homofobie? Een reconstructie.
Wilt u dit voorbeeld liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie:
?Je moet dat programma kijken van Alberto Stegeman over pedofielen.? Het is eind maart als Owen (16) Joeri (14) appt. Het WhatsApp-gesprek tussen de twee vrienden is een brainstorm over hoe ze geld kunnen verdienen. Joeri heeft eerder een voetbalmaatje gesproken die beweert af te spreken met mannen voor seks, om ze vervolgens te beroven. Zouden zij zich ook op die manier kunnen verrijken? Owen stelt voor dat Joeri een aflevering van het SBS6-programma?Undercover in Nederland?kijkt over jongensprostitutie. Daar kan Joeri zien hoe presentator Stegeman dat doet, mannen lokken via datingapps als Grindr. De slachtoffers kunnen toch geen aangifte doen, verzekert Owen. Ze zijn immers zelf strafbaar omdat ze met minderjarigen afspreken voor seks. De jongens tonen zich in het WhatsApp-gesprek bewust van hun gebruik van Grindr, een homo-datingapp. ?We moeten 30-plussers hebben ? pedo?s?, typt Owen. ?Anders komen we straks bekend te staan als homohaters.?
?Er komt een pedo aan, er komt een pedo aan.? Het is vrijdagavond 30 maart en ?Kleine Joeri? komt aanrennen op de hangplek van zijn vrienden, bij basisschool de Keerkring. Joeri heeft een man op Grindr gesproken die hem wil ontmoeten. ?Ben 15. Erg?? had Joeri geappt. Reacties van de groep op het nieuws van Joeri, verschillen. Sommigen zouden boos zijn dat de man ?vieze handelingen? met de jongen wil verrichten. Dat zou blijken uit het chatgesprek op Grindr dat later door zowel Joeri als de man is gewist. Kaydee J. (19) weet genoeg. Van kinderen blijf je af, vindt hij. Ze moeten deze pedo een lesje leren, is Leroy van der V. met hem eens (21).
Kankerhomo, jij wilde mij neuken!? ? zijn vrienden springen de bosjes uit. De jongens werken de man tegen de grond en slaan en schoppen hem. ?Pedo, je wist dat ik 15 was!?, roept Joeri, die later trots benadrukt dat hij de eerste klap uitdeelde.??Homo?, ?pedo?, ?flikker? klinkt het onder gejoel en geschreeuw.
Het slachtoffer, bulten op het hoofd en schrammen in het gezicht, weet naar de kantine van de voetbalclub te vluchten, waar op dat moment een darttoernooi gaande is.
Owen (16) en Marco K. (19) vernielen de buitenspiegels van de auto, terwijl ?Kleine Joeri? zijn autobanden lek steekt. Patrick W. (19) heeft uit kunnen halen. ?Ik heb last van mijn klauw door die pedo?, lacht hij.
Een lolletje
De volgende dag, op zaterdag 31 maart, staan nog twee afspraken op het programma, met dezelfde opzet. Dit keer voegen zich nog meer jongens bij de groep. ?We gaan weer pedo?s klappen?, klinkt het in de groepsapp van de jongens. ?We hebben er sowieso twee vanavond, drie als we er zin in hebben?, zegt Bert B. (18), in verwijzing naar de doelwitten. Patrick W. (19) stelt voor om een van de slachtoffers een Thunder (vuurwerk) in de kont te stoppen.
Oordeel rechtbank
?Dom?, ?nooit moeten doen?, ?je mag niet voor eigen rechter spelen?, zeggen de jongens tijdens ??n van de vier zittingsdagen in het proces tegen liefst dertien verdachten. Maar de verdenking van pedofilie rechtvaardigde hun handelen, vonden de verdachten toen. Zo zegt Kaydee J. over die eerste avond: ?Het was voor mij genoeg om te horen dat deze man seksuele handelingen met ?Kleine Joeri? wilde verrichten.?
Dat de incidenten plaatsvinden in de nasleep van een reeks geruchtmakende incidenten met Grindr, rekent het OM de jongens zwaar aan. Zo verdween in februari de Rotterdamse tiener Orlando Boldewijn na een date via de Grindr-app. Later werd zijn lichaam gevonden. De jongens hebben met hun acties de homogemeenschap angst aangejaagd, vindt justitie. ?Ik heb niets tegen homo?s?, zeggen de jongens in oktober bijna in koor tegen de rechters, alsof er een bezwerende werking van uitgaat. ?Maar?, reageert de Officier van Justitie, ?jullie maken het mij moeilijk dat te geloven?.
Op 1 november wordt de hele groep schuldig bevonden aan openlijke geweldpleging en vernieling. Slechts in ??n geval acht de rechtbank in Dordrecht bewezen dat er letsel werd toegebracht aan het eerste slachtoffer, dat met een bierflesje op het hoofd werd geslagen. De groep liet zich drijven door sensatiezucht en een fascinatie voor geweld, aldus de rechtbank. Dat, in combinatie met groepsdruk, mondde uit in een ?akelig spel?. Maar dat de groep homofoob handelde, gelooft de rechtbank niet. Die constateert dat de groep voor eigen rechter speelde met het tv-programma?Undercover in Nederland?als inspiratie. De vijf minderjarige daders krijgen werk- en leerstraffen en voorwaardelijke jeugddetentie tot drie maanden. De meerderjarige verdachten zijn veroordeeld tot voorwaardelijke celstraffen van ??n tot drie maanden en werkstraffen tot tweehonderd uur.
Bronnen: Dagblad van het Noorde (1, 2), Volkskrant
Volgens de politie in Kent, Engeland zijn zelfverklaarde pedojagers een gevaar voor hun omgeving. En voor de politie. De groepen ? er komen er steeds meer in Engeland ? belemmeren het politiewerk, doen aan eigenrichting en wijzen onschuldigen aan als kinderlokker. De waarschuwing komt na een incident in Bluewater waarbij leden van de (Facebook)groep The Hunted One een man mishandelden. Een groepslid werd aangehouden. Volgens Thomas Richards van de Kent Police zijn er ?significant concerns about people taking the law into their own hands and the methods they use?. Laat ze vooral de politie bellen als ze iemand verdenken, maar vooral niet zelf aan de slag gaan, zei Richards. ?The police have resources and expertise to protect the vulnerable and people with mental health issues?. De groep zegt zich niks van de waarschuwing aan te trekken en gewoon door te gaan maar dat hun acties niet meer live op YouTube zullen worden gestreamd. Opvallend is dat een Britse rechtbank nog geen maand geleden een andere groep, Dark Justice, toestemming gaf om door te gaan met hun undercoverwerk om kinderlokkers te ontmaskeren.
Na de?vermeende kindermishandelingen van Westminster en de schandalen van de?cover-ups?in het Verenigd Koninkrijk waar nog steeds verhalen over naar buiten komen, besloot?hackersgroep Anonymous om de strijd aan te gaan met internationale pedofielnetwerken. Ook zij willen?bewijs verzamelen en zijn een burgeropsporingsinitiatief gestart onder de?naam?’Operation Death Eaters‘ (naar Voldemort’s netwerk van kwade?volgelingen uit?de Harry Potter-reeks)?om daders voor de rechter te krijgen. Via social media roept de groep om opsporingshulp om deze netwerken te ontmaskeren.
Deze plannen komen kort?nadat Anonymous eerder al de oorlog verklaarde tegen Jihadisme waarin ze antwoord wilden geven op de aanslagen in Parijs en Brussel. In dit nieuwe initiatief?willen ze een database aanleggen van pedofielen om deze ‘ internationale cult’ van kindermisbruik en mensenhandel voorgoed te ontmaskeren. Er is veel controverse rondom het?onderwerp, want tegengeluiden zijn er ook, ?zoals in onderstaand filmpje duidelijk wordt:
Op Tumblr heeft Anonymous?alvast de campagne ingezet in allerlei landen:
?
Op de Britse versie van de Anonymous website staat: “Het?CSA onderzoek in het Verenigd Koninkrijk is een poging van deze machtige sekte om elk incident als ge?soleerde incidenten van “seksueel misbruik” te doen overkomen. ?De medeplichtige Britse media is bezig met een enorme propagandacampagne om marteling en moord te vervangen door?”pedofilie” en vraagt meer begrip voor het fenomeen?”pedofilie”. Dit betreft geen?trieste groep pedofielen die hulp en begrip nodig hebben. Dit is een cultgroep van?dood en verderf met een van de meest?krachtige wereldwijde mensenhandel netwerken”.
Het?Westminster pedofielen-netwerk is een van de vele zaken waar?Operation DeathEaters in zal duiken, omdat het volgens hen anders door de Britse elite onder de mat wordt geveegd. Ze?hopen informatie publiekelijk te kunnen delen?(voordat het verdonkeremaand wordt) zodat er een onafhankelijk onderzoek kan plaatsvinden waarin ook getuigenverklaringen kunnen komen en hulp voor slachtoffers wordt geboden waar nodig.
Uit cijfers van de EU Global Alliance tegen seksueel misbruik van kinderen online blijkt dat elk jaar opnieuw?50.000 nieuwe beelden van kindermisbruik online komen te staan (vooral ook op het?Dark Web), waarvan meer dan 70 procent beelden kinderen te zien zijn met een?leeftijd van onder de 10 jaar.
Heather Marsh, auteur van?Binding Chaos (zie hieronder), die samenwerkt met Anonymous zegt erover: ‘Ons doel is om onafhankelijk, internationaal onderzoek te doen voor slachtoffers en de medeplichtigen te ontmaskeren die de normale rechtsgang belemmeren en zorgen voor cover-ups in pedofilie en kinderhandel’.
De leden van Anonymous, beter bekend als?’Anons’, staan bekend als moderne digitale Robin Hoods die cyberterroristen maar ook bedrijven en overheden aanpakken waar en wanneer zij dat nodig achten. In 2008 pakten zij met?protesten en digitale acties de Scientology kerk aan in ‘ Project Chanology’ vanuit hun moederbasis 4Chan?na een uitgelekte video van Tom Cruise. ?Daarna kozen ze doelwitten zoals de overheden van de VS, Isra?l, Tunesi? en Uganda maar ook organisaties als de Westboro Baptist Church, Paypal, Mastercard, Visa en Sony. In 2013 verklaarden ze?de oorlog tegen diverse chatsites waar pedofielen foto’s verhandelden. ?En vorig jaar traden ze op tegen de Ku Klux Klan die het incident in?Ferguson aangrepen om hun punt te maken. Toch zijn er ook tientallen arrestaties geweest onder leden van Anonymous. Er zitten zgn white hat hackers bij, maar ook grey hat hackers die de randen opzoeken van de huidige wetgeving en ethiek.
Er is iets nogal onsmakelijke en scheef over aanwerven gebruikers van sociale media als ereleden van de politie.
Ook een artikel USA Today vanaf 2012 gedocumenteerd hoe meer dan 40 politie-afdelingen in de Verenigde Staten al naar YouTube en andere sociale sites had gedraaid, met de Philadelphia politie waaruit blijkt dat sociale media hen had geholpen oplossen 85 gevallen tussen februari 2011 en juni 2012 ( de datum van publicatie van het artikel). Een paar jaar later, de Internationale Vereniging van hoofden van politie kondigde aan dat 95 procent van de politiekorpsen in de Verenigde Staten gebruik maken van sociale media in een of andere hoedanigheid, en dat 82,3 procent van de krachten ondervraagden dienst dergelijke media met het oog op het nastreven van criminele onderzoeken.
Met andere woorden, social media gebruik is nu een gevestigde onderdeel van de dag-tot-dag politiewerk. In feite is een indicatie van hoe goed gevestigde deze praktijken zijn, en hoe geco?pteerd in de strijd tegen de misdaad de gebruikers van sociale media zijn geworden, kunnen worden glimp als je zoekt Twitter accounts voor “de politie.” Hier vindt u een lijst van bijna alle grote politie-afdelingen en organisaties in de Engels-sprekende wereld te zien: de Metropolitan Police (Groot-Brittanni?), de Politie van Toronto (Canada), de Mumbai politie (India), de Zuid-Afrikaanse politie , New South Wales Police (Australi?) en de Nigeria politie. Deze instellingen en nog veel meer zijn nu een bezoek aan social media sites dagelijks, tweeten over gaat en op ‘wilde’ mensen, het plaatsen van foto’s van vermiste personen en het delen van diverse mededelingen van de overheid.
De “Soft” Police State
Nog afgezien van de praktische gebreken en nadelen van de technologische ommekeer in policing (meer informatie over deze binnenkort), is er iets nogal onsmakelijke en scheef als een kwestie van principe over inhuren gebruikers van sociale media als ereleden van de politie. Gezien het feit dat ongeveer 72 procent van de online Amerikaanse bevolking gebruik van sociale media sites (en 62 procent van de hele volwassen bevolking van de VS gebruikt Facebook), dit komt neer op een vrij groot netwerk van slapende informanten, mogelijk – en soms onbewust – verraden op hun shifty- buren kijken.
Deze tactieken zijn onsmakelijke omdat ze ernstige gevolgen hebben voor de burgerlijke vrijheden. Omdat gebruikers van sociale media als een percentage van de totale bevolking zijn zo groot, en omdat social media zijn zo alomtegenwoordig, de integratie ervan in routine politie-operaties heeft de enorme capaciteit om de natie te vormen tot een “zachte” politiestaat, althans voor zover zij en de politie zullen genieten van de buurt-constante toegang tot elkaars. Binnen deze hypothetische toestand, zal de politie te kunnen verwerken en controleren online activiteiten van het publiek, zonder het verlaten van hun hoofdkantoor, terwijl het publiek een zeer onmiddellijke en moeiteloze manier van melden van “verdacht” gedrag of “nuttige” informatie aan de autoriteiten moeten. Als een dergelijk scenario gerealiseerd, dan zou de politie een constante, als zeer discreet, de aanwezigheid in ons leven, in staat om te waken over ons en maken het makkelijker voor ons om te waken over onszelf geworden.
Dat gezegd hebbende, of alle 72 procent van de online Amerikaanse bevolking zal worden part-time snitches zal uiteindelijk een kwestie van hoe effectief de politie in hen aan te moedigen maken de meeste van de nieuwe kanalen geopend door het internet, en dit op zijn beurt zal een zaak van de politie middelen en beleid. Toch, als er genoeg van de 72 procent ge?nteresseerd zijn, en als de politie verder verhogen van hun ingreep in de sociale media, dan kunnen we uiteindelijk het invoeren van een aantal al te echte parodie van 1984 (als de National Security Agency ons nog niet heeft gebracht er).
Uitgebreid gebruik van sociale media heeft de potentie om de gemarkeerde raciale ongelijkheid die al het strafrecht wrack verergeren.
De infiltratie door de politie van sociale media en daarmee “het sociale domein ‘in de abstracte vertegenwoordigt al iets van een schending van de privacy, een overtreding van de private-sociale domein door het publiek-politieke. Facebook’s missie, bijvoorbeeld, stelt dat de social media site is gewijd aan “mensen” en hun vermogen om “verbonden te blijven met vrienden en familie.” Het zegt niets over het verstrekken van de overheid met een directe toegang lijn naar zulke mensen, of de middelen van het aanboren van de netwerken en sociale ruimtes die ze hebben ontwikkeld als een bron van informatie over criminele activiteiten (nogmaals, het is al algemeen bekend dat Facebook heeft verraden zijn eigen zelfverklaarde missie in andere opzichten). Toch is dit precies wat Facebook en andere soortgelijke sites aan het doen zijn: waardoor sociale netwerken te bouwen, zodat ze direct kunnen worden gepenetreerd door de politie en de verschillende initiatieven.
Een dergelijke massale schaal opening van sociale groepen om de aanwezigheid van de politie is een ongekende ontwikkeling, en in zijn kielzog, kan het misschien wel stimuleren de proliferatie van gebruikers van sociale media die zich part-gewone civiele en part-vigilante overwegen. In Australi?, bijvoorbeeld, was er het geval van een bezorgde moeder die ten onrechte dacht een man die een foto van haar kinderen in een winkelcentrum als er in feite hij was gewoon het nemen van een selfie naast een beeld van Darth Vader. De moeder nam toen een foto van hem, gepost op Facebook en meldde hem aan de politie, die sprong naar de ongefundeerde conclusie dat hij een pedofiel was.
Nog meer alarmerend, is er de ontwikkeling van Facebook op basis van burgerwachten in landen vari?rend van het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, waar mensen elkaar nu zijn bemoedigend om potenti?le inbrekers en seksuele aan intimidatie begrijpen, vaak in toenemende mate gewelddadige manieren Peru.
Er is zelfs de mogelijkheid dat social-media-gebaseerde eigenrichting zelf fokken van een meer algemene, onvoorbereid cultuur van self-policing, waardoor mensen worden beschaamd en berispte zelfs voor meer persoonlijke peccadilloes. Bijvoorbeeld, in juli 2015, was er het verhaal van de twee zussen die beelden van een getrouwde vrouw sexting een andere man getweet zittend naast haar echtgenoot bij een honkbalwedstrijd. Het is waarschijnlijk dat de toegenomen zichtbaarheid en de activiteit van de politie op social media, dit soort toevallige internet activisme zal alleen worden aangemoedigd en verder gemotiveerd, wat resulteert in een klimaat waarin een groeiend aantal overijverige mensen zijn “policing” en intimiderend elkaar in de nastreven van voorkeuren en retweets.
Trigger-Gelukkig Identifications en Onrechtmatige Overtuigingen
Afgezien van de mogelijke effecten op de cultuur en de samenleving, zijn er verschillende juridische en technische problemen met de toenemende afhankelijkheid van de politie-instanties op social media. Ten eerste is er de mogelijkheid dat, verre van betrouwbare, ontvangen informatie van het publiek wordt gekweld onnauwkeurigheden en vervormingen. Door het openen van zichzelf tot miljoenen gebruikers op Facebook en Twitter, politie potentieel opent zich tot een grotere hoeveelheid verkeerde informatie en speculatie. Voorbeelden van dergelijke misleidende lawaai in overvloed als het gaat om het internet en sociale media, zoals de meeste schril onthuld door de Boston Marathon bombardementen en de initi?le verkeerde identificatie van de personen die verantwoordelijk zijn voor de gruweldaad. Er zijn vele soortgelijke episodes van mensen ten onrechte bestempeld als moordenaars via social media. Als gevolg daarvan moet de politie om extra middelen te besteden te ziften door middel van een uitgebreide massa van junk. Deze situatie werpt ook de verontrustende mogelijkheid dat onterechte veroordelingen kan toenemen in parallel.
Dat een toename van onrechtmatige overtuigingen te verwachten valt, wordt dag gelegd door het feit dat volgens het Innocence Project, 72 procent van de onterechte veroordelingen zijn het resultaat van ooggetuige verkeerde identificatie. Wat deze verkeerde identificatie, zij over het algemeen ontstaan doordat mensen gevoelig zijn voor het hebben van hun adviezen over wie zij zagen en die zichtbaar is in bewijskracht beeldspraak be?nvloed door in te grijpen suggesties, zoals in de goed gedocumenteerde 1984 verkrachting van Jennifer Thompson, die ten onrechte een onschuldige ge?dentificeerd man als haar aanvaller nadat ze foto’s getoond van bekende criminelen door de politie. Wat dit betekent is dat, met de toename van sociale media melden van misdaden door de politie en nieuws verkooppunten, ooggetuigen zijn waarschijnlijk op dezelfde manier worden be?nvloed door de ‘interveni?rende suggesties “Deze reportage biedt.
Een dergelijk geval van de slachtoffers worden be?nvloed door “tussenliggende suggesties” gebeurde in een onderzoek door de in Toronto gevestigde Neuberger & Partners LLP, die opmerkt dat de identificatie van haar belager van het slachtoffer in de rechtszaal werd bedorven door “haar het bekijken van [de verdachte] beeld op beschouwd Facebook een dag of twee na de overval. ” Hetzelfde artikel stelt ook vast dat een rechter gevraagd om minder gewicht worden gegeven aan de identificatie van een jonge persoon als de dader van een aanval op zijn neef een oom, aangezien dit de oom van de verdachte Facebook-profiel had gezien – vol met wapen en bende iconografie – v??r waardoor de identificatie.
In deze twee voorbeelden, de betrokken gerechten waren bang dat social media de betrokken richting van vals-positieve getuigenis getuigen kunnen zijn scheef. Net zoals ze zich zorgen over dit waren, zo moeten we bang dat het toenemende gebruik van social media de politie kan scheef in de richting van een vergelijkbaar resultaat. Dit houdt in dat het risico van sociale media niet alleen in de waarschijnlijkheid van valse identificaties van het publiek, zoals met het Australische model, die werd ondervraagd door de politie nadat ze ge?dentificeerd via social media als de dader van de bomaanslag 2015 Bangkok heeft wonen. Nee, het ligt dan ook in de manier waarop de politie actief mijnen en zoek social media sites zelf, preventief signaleren waarschijnlijk criminelen en teren hun online sociale netwerken als mogelijke co-samenzweerders.
In Fresno, Californi?, dit is voelbaar in de manier waarop de politie gebruik maken van nieuwe software die bekend staat als “Pas op” om de “dreiging score ‘van individuen te berekenen. Afhankelijk van hun “data punten, waaronder arrestatie rapporten, eigendom records, commerci?le databases, diepe zoekopdrachten Web en de [individuele] social-media postings, ‘verdachten en personen die van belang zijn ingedeeld op basis van een stoplicht systeem (dat wil zeggen rood, geel en groen), met rode aanwijzing van de grootste bedreiging en groen het laagst.
Dergelijke software kan dingen makkelijker te maken voor de politie toen zich klaarmaken voor een verzending, maar op hetzelfde moment dat vlaggen ??n van de meest ongezonde gevolgen van “social media policing.” Dat is, gezien het racisme al in de identificatie van embedded “verdachten” het is zeer waarschijnlijk dat “bedreiging scores” en social media profielen onevenredig zwarte mensen en andere mensen van kleur zal zich richten op. Als dat zo is, de “Beware” systeem en de uitgebreide sociale media te gebruiken het vertegenwoordigt hebben het potentieel om de gemarkeerde raciale ongelijkheid die al het strafrecht wrack verergeren.
Ook, zoals de American Civil Liberties Union al heeft beweerd, de Fresno politie brede kwast aanpak van personen die van belang kan ertoe leiden dat de politie aankomen op een sc?ne bereid zijn om wat onnodig hardhandige en oneerlijke actie te ondernemen. Hoewel haar innerlijke werking is een goed bewaard geheim, het Pas programma is waarschijnlijk niet in staat om onderscheid te maken tussen iemand die berichten echt crimineel materiaal op hun social media-accounts en iemand die, bijvoorbeeld, is kritisch over de politie en hun beleid (bijvoorbeeld Black Lives Matter). Als zodanig is het bestaan ervan is nog een indicatie van hoe het gebruik van sociale media eigenlijk kan uiteindelijk het verlagen van de kwaliteit van de politie, in plaats van te verbeteren.
Het verlies van de onschuld
Zoals andere commentatoren hebben opgemerkt, had de politie al trawlvisserij via social media lang voordat Pas op, en voor het grootste deel, is het gebruik van Facebook en Twitter duidelijk problematisch geweest. Vaak hebben ze het gebruiken om contouren van bendes stuk samen, met behulp van de beschikbare netwerken van vrienden, volgelingen en houdt ervan om af te leiden die strafrechtelijk kan worden geassocieerd met bekende outlaws. Het ding is, deze methode ontbreekt ook veel nuance en context, omdat het geen rekening houdt met de mogelijkheid dat “friending” een persoon die een misdaad of “smaak” een video van een misdrijf heeft gepleegd bijvoorbeeld, betekent niet noodzakelijk dat je bent eigenlijk in competitie met die persoon of dat de misdaad hebben begaan. In sommige high-profile gevallen heeft dit soort eenvoud leidde tot valse arrestaties en lasten, zoals met Jelani Henry, die in 2012 werd beschuldigd van poging tot moord na smaak berichten van een Harlem bende, die zijn broer als een van zijn leden geteld .
Henry was niet de enige persoon in de eerste plaats worden gearresteerd voor zijn of haar online activiteiten. In 2012, de New York City Police Department lanceerde Operation Crew Cut, een initiatief dat zich rond het monitoren van social media-activiteiten, en veel daarvan afkomstig van de zwarte bevolking. Sinds het begon, hebben talrijke invallen uitgevoerd door de afdeling, met de meest beruchte zijn een juni 2014 manoeuvre in Harlem, dat 103 arrestaties in verband gesaldeerd met twee moorden, in het proces onderbouwing van de vrees dat sociale media de politie zullen onevenredig afbreuk mensen van kleur . In de aanklachten machtiging van deze arrestaties, “Facebook” lijkt meer dan 300 keer, en hoewel veel of de meeste van de gearresteerde personen kunnen een zekere mate van schuld hebben uitgevoerd, naar het voorbeeld van Jelani Henry insinueert ten zeerste dat een aantal van de 103 onschuldige kan zijn geweest . Inderdaad, een City University of New York professor in de rechten gezegd net zo veel over het onderwerp, waarin staat dat de politie nu gebruik van sociale media om “te houden 50 kids verantwoordelijk” voor een enkele opname.
Deze gevallen tonen aan dat, net als bij vragen het publiek om te helpen bij het identificeren van verdachten en personen van belang, het gebruik van sociale media kan het opvoeren van de omvang en de snelheid van politie-onderzoeken, maar ten koste van het verliezen van subtiliteit en precisie. Afgezien van het gevangen zetten van af en toe een onschuldig, bestaat de vrees dat de strategie van pre-labeling individuen als ‘bendeleden’ of ‘bedreigingen’ een rol spelen in de rechtszaal kunnen spelen ook, ter vervanging van het vermoeden van onschuld – een van de fundamentele principes van het strafrecht – met het vermoeden van schuld.
Dit werd in 2015 een wet paper geschreven door onderzoekers van de Universiteit van Londen in het Verenigd Koninkrijk, die beweren dat het concept van de verdachte bevat nu een erkenning van schuld besproken. Ze vertellen een dronken rijden Twitter campagne uitgevoerd door Staffordshire politie in het Verenigd Koninkrijk, een campagne die publiekelijk ge?dentificeerde mensen dronken bestuurders, ondanks het feit dat deze mensen alleen maar meer is belast met (en niet veroordeeld voor) rijden onder invloed. Hoewel het niet als publieke, de praktijk van het gebouw databanken en netwerken van mensen die hebben beschuldigd van misdaden heeft een soortgelijk effect. Het labelt mensen als “niet ‘volledig onschuldige,’ ‘smeren ze in de ogen van de politie voordat ze zelfs de kans om te verschijnen in de rechtbank en hun naam te zuiveren.
Vechten eigenrichting Met eigenrichting
auteurs van het papier er rekening mee dat het gebruik van de technologie rondom social media kan de politie te misleiden door te denken dat hun onderzoek zijn navenant “wetenschappelijke” en “objectieve”. Omdat ze de gegevens van de wil van Facebook te vergaren in een min of meer systematische manier, kunnen zij een al te zelfverzekerd en overmoedig geloof in het bewijs van deze gegevens biedt cultiveren.
Misschien geeft dit een van de grootste gevaren van allemaal: dat de politie zal denken technologie maakt automatisch hen onfeilbaar. Hiermee misverstand kan een verhoging van de soorten fouten en onrechtvaardigheden hierboven beschreven zijn, en in het onvermogen om deze voor wat ze werkelijk zijn zien. De politie kan beginnen een steeds grotere hoeveelheid valse verklaringen te aanvaarden van het publiek, en ze kunnen beginnen met het arresteren van een steeds groter aantal onschuldige mensen, al die tijd van overtuigd dat hun zwaartekracht in de richting van social media en big data verzekert hen tegen dergelijke fouten. In sommige opzichten, zal de ontvangst van valse informatie en de arrestatie van onschuldige mensen niets nieuws voor hen, net zoals het bestaan van de burgerwacht subculturen en vooroordelen tegen mensen van kleur zijn ook niets nieuws.
Echter, gezien de enorme omvang wordt geboden door sociale media en het internet, deze ongelukkige verschijnselen kan heel goed vermenigvuldigen op het vergroten van grootheden, een combinatie van een toename van de sociale media vigilantism met een toename van vermoedens van schuld. Dergelijke een dodelijke combinatie zou leiden tot een stijging van de onrechtmatige arrestaties en veroordelingen, verpest leven en de verdere afbrokkeling van het vertrouwen in de politie op hetzelfde moment. Uiteindelijk is dit sombere mogelijkheid houdt in dat als we willen een dergelijke situatie ooit tot stand komen te voorkomen, moeten we – enigszins ironisch genoeg – uit te oefenen een zekere eigenrichting van ons eigen. Natuurlijk, dit betekent niet dat we moeten stoppen met het gebruik van sociale media in totaal, alleen dat we ons moeten stoppen met misbruiken, uit zodat het een instrument van onderwerping in plaats van ??n van ‘empowerment’ te worden.
————
The use of new digital technologies in policing, far from strengthening the balance of justice in the world, may only weaken it further. (Photo: Internet policing via Shutterstock)
The police are in your home. No, not quite literally, but almost. Just like the billion-plus people who log onto Facebook every day and the thousands of self-promoters who brag on Twitter about crimes they’ve committed, the cops have been flocking to social media for several years now. From the Wayne County Sheriff’s Office in Ohio to the New York City Police Department, they’ve been setting up social media accounts, all in a bid to communicate more effectively with the public and, ostensibly, to solve cases. From the perspective of the forces involved, this strategy has worked wonders, with a litany of people incriminating themselves via boastful Facebook posts, and the public obligingly responding to closed-circuit television footage with the names of suspects.
Yet despite the noticeable benefits to police departments of harnessing social media and big-data technology to transform thousands (if not millions) of people into unofficial police informants, there are numerous demonstrated and potential downsides to this change in police operations. Not only does it open the floodgates of official police channels to the slews of misinformation often associated with the dawn of the internet, but also it threatens to stimulate a growth in misguided internet vigilantism and increase wrongful convictions. If this happens on any considerable scale, then the use of new digital technologies in policing, far from strengthening the balance of justice in the world, may only weaken it further.
One of the Biggest Crime-Fighting Tools
For some departments, the use of these technologies is already prevalent. In San Jose, California, the police recently chalked a 75 percent reduction in burglarieslargely up to their systematic employment of social media and technology. According to a press release, they’ve begun exploiting a program that “almost immediately” posts images and surveillance video on their public portals. What’s more, these media postings have apparently witnessed an emphatic public response, with tips flooding in on most cases, and with six suspects being identified for the last 10 cases they’ve publicized. Whether these were reliable tips and identifications wasn’t disclosed by the department, but for the moment, that’s neither here nor there.
Similar social media boosts to police operations have been reported elsewhere. In Midwest City, Oklahoma, the police testified to social media having a comparable effect on their performance. Chief of Police Brandon Clabes declared that videos placed on social media were “helping the department solve more crimes,” and have become “one of our biggest crime fighting tools [the department has] in this day and age.”
There is something rather unsavory and askew about enlisting social media users as honorary members of the police.
Likewise, a USA Today article from 2012documented how more than 40 police departments across the United States had already turned to YouTube and other social sites, with the Philadelphia police stating that social media had helped them solve 85 cases between February 2011 and June 2012 (the date of the article’s publication). A couple of years later, the International Association of Chiefs of Police announcedthat 95 percent of police forces in the United States use social media in one capacity or another, and that 82.3 percent of the forces polled employ such media for the purposes of pursuing criminal investigations.
In other words, social media use is now a well-established component of day-to-day policing. In fact, an indication of just how well established these practices are, and just how co-opted in the fight against crime the users of social media have become, can be glimpsed if you search Twitter accounts for “police.” Here, you will see a list of almost all the major police departments and organizations in the English-speaking world: the Metropolitan Police (the UK), the Toronto Police (Canada), the Mumbai Police (India), the South African Police Service, New South Wales Police (Australia) and the Nigeria Police Force. These institutions and more are now visiting social media sites daily, tweeting about and at “wanted” persons, posting images of missing persons and sharing various public service announcements.
The “Soft” Police State
Quite apart from the practical defects and downsides to the technological turn in policing (more on these soon), there is something rather unsavory and askew as a matter of principle about enlisting social media users as honorary members of the police. Given that some 72 percent of the online US population use social media sites (and 62 percent of the entire adult US population use Facebook), this equates to quite a large network of dormant informers, potentially – and sometimes unwittingly – ratting on their shifty-looking neighbors.
These tactics are unsavory because they have grave implications for civil liberties. Because users of social media as a percentage of the total population are so considerable, and because social media are so ubiquitous, their incorporation into routine police operations has the sheer capacity to transform the nation into a “soft” police state, at least insofar as they and the police will enjoy near-constant access to each other. Within this hypothetical state, the police will be able to process and monitor the public’s online activity without leaving their headquarters, while the public will have a very immediate and effortless means of reporting any “suspicious” behavior or “useful” information to the authorities. If such a scenario were realized, then the police would become a constant, if very discreet, presence in our lives, able to watch over us and make it easier for us to watch over ourselves.
That said, whether all 72 percent of the online US population will become part-time snitches will ultimately be a matter of how effective the police are in encouraging them to make the most of the new channels opened up by the internet, and this in turn will be a matter of police resources and policy. Still, if enough of the 72 percent are interested, and if the police continue increasing their encroachment into social media, then we may end up entering some all-too-real parody of 1984 (if theNational Security Agency?hasn’t already brought us there).
Expanded social media use has the potential to exacerbate the marked racial disparities that already wrack the criminal legal system.
The infiltration by the police of social media and thereby “the social domain” in the abstract already represents something of a violation of privacy, a violation of the private-social realm by the public-political. Facebook’s mission, for example, states that the social media site is dedicated to “people” and their ability to “stay connected with friends and family.” It says nothing about providing the authorities with a direct access line to such people, or with the means of tapping the networks and social spaces they’ve developed as a source of information on criminal activity (then again, it’s already common knowledge that Facebook has betrayed its own self-declared mission in other respects). Even so, this is exactly what Facebook and other similar sites are doing: allowing social networks to be built so that they can be penetrated instantly by the police and their various initiatives.
Such a mass-scale opening of social groups to the presence of police is an unprecedented development, and in its wake, it may arguably spur the proliferation of social media users who consider themselves part-ordinary civilian and part-vigilante. In Australia, for example, there was the case of a concerned mother who mistakenly thought a man was taking a photo of her children in a shopping mall when in fact he was simply taking a selfie next to a picture of Darth Vader. The mother then took a photo of him, posted it on Facebook and reported him to the police, having jumped to the unfounded conclusion that he was a pedophile.
Even more alarmingly, there’s the development of Facebook-based vigilante groups in countries ranging from the UK and Germany to Peru, where people are now encouraging each other to apprehend potential burglars and sexual harassers, often in increasingly violent ways.
There’s even the possibility that social-media-based vigilantism is itself breeding a more generalized, offhand culture of self-policing, through which people are being shamed and chided even for more personal peccadilloes. For example, in July 2015, there was the story of the two sisters who tweeted footage of a married woman sexting another man while sitting beside her husband at a baseball game. It’s probable that with the increased visibility and activity of police on social media, this kind of haphazard internet activism will only be encouraged and motivated further, resulting in a climate where a growing number of overzealous people are “policing” and harassing each other in the pursuit of likes and retweets.
Trigger-Happy Identifications and Wrongful Convictions
Aside from its potential effects on culture and wider society, there are various legal and technical issues with the increasing reliance of police agencies on social media. For one, there is the potential that, far from being reliable, the information they receive from the public is racked with inaccuracies and distortions. By opening themselves up to millions of users on Facebook and Twitter, police potentially open themselves up to a greater quantity of misinformation and speculation. Examples of such misleading noise abound when it comes to the internet and social media, as is revealed most starkly by the Boston Marathon bombing and the initialmisidentification of the individuals responsible for the atrocity. There are many analogous episodes of people being wrongly labeled as murderers via social media. As a result, police need to expend extra resources to sift through an expanded mass of junk. This situation also raises the disturbing possibility that wrongful convictions may increase in parallel.
That an increase in wrongful convictions is likely is evinced by the fact that,according to the Innocence Project, 72 percent of wrongful convictions are the result of eyewitness misidentifications. As for these misidentifications, they generally occur because people are susceptible to having their opinions on who they saw and who is visible in evidential imagery influenced by intervening suggestions, such as in the well-documented 1984 rape of Jennifer Thompson, who wrongly identified aninnocent man as her assailant after being shown photos of known criminals by the police. What this means is that, with the increase of social media reporting of crimes by the police and news outlets, eyewitnesses are likely to be similarly swayed by the “intervening suggestions” this reportage provides.
Such a case of victims being influenced by “intervening suggestions” happened in a trial considered by the Toronto-based Neuberger & Partners LLP, who noted that the victim’s identification of her assailant in court was tainted by “her viewing [the suspect’s] picture on Facebook a day or two after the robbery.” The same article also notes that a judge asked that less weight be given to an uncle’s identification of a young person as the perpetrator of an assault on his nephew, since this uncle had seen the suspect’s Facebook profile – replete with weapon and gang iconography – before making the identification.
In these two examples, the courts involved were worried that social media may have skewed the witnesses concerned toward false-positive testimony. Just as they were worried about this, so too should we be worried that the growing use of social media may skew the police toward a similar outcome. This implies that the risk of social media doesn’t simply reside in the likelihood of false identifications from the public, such as with the Australian model who was questioned by police after being identified via social media as the culprit of the 2015 Bangkok bombing. No, it also resides in how the police actively mine and search social media sites themselves, preemptively flagging up likely criminals and tarring their online social networks as potential co-conspirators.
In Fresno, California, this is tangible in how police use new software known as “Beware” to calculate the “threat score” of individuals. Depending on their “data points, including arrest reports, property records, commercial databases, deep Web searches and the [individual’s] social-media postings,” suspects and persons of interest are classified according to a traffic-light system (i.e. red, yellow and green), with red designating the greatest threat and green the lowest.
Such software might make things easier for the police when readying themselves for a dispatch, yet at the same time it flags up one of the more unwholesome ramifications of “social media policing.” That is, given the racism already embeddedin the identification of “suspects,” it’s highly likely that “threat scores” and social media profiling will disproportionately target Black people and other people of color. If so, the “Beware” system and the expanded social media use it represents have the potential to exacerbate the marked racial disparities that already wrack the criminal legal system.
Also, as the American Civil Liberties Union has already asserted, the Fresno police’s broad-brush approach to persons of interest may result in the police arriving at a scene prepared to take some unnecessarily heavy-handed and unfair action. Even though its inner workings are a closely guarded secret, the Beware program is likely unable to distinguish between someone who posts genuinely criminal material on their social media accounts and someone who, for example, is critical of the police and their policies (e.g. Black Lives Matter). As such, its existence is one more indication of how the use of social media may actually end up lowering the quality of policing, rather than improving it.
The Loss of Innocence
As other commentators have observed, the police had been trawling through social media long before Beware, and for the most part, their use of Facebook and Twitter has been distinctly problematic. Often, they use it to piece together outlines of gangs, using the available networks of friends, followers and likes to deduce who might be criminally associated with known outlaws. The thing is, this method also lacks considerable nuance and context, as it disregards the possibility that “friending” a person who has committed a crime or “liking” a video of a crime, for instance, doesn’t necessarily mean you’re actually in league with that person or have perpetrated that crime. In certain high-profile cases, this kind of simplicity has led to false arrests and charges, such as with Jelani Henry, who in 2012 was charged with attempted murder after liking posts by a Harlem gang, which counted his brother as one of its members.
Henry wasn’t the only person to be arrested primarily for his or her online activity. In 2012, the New York City Police Department launched Operation Crew Cut, an initiative that based itself around the monitoring of social media activity, much of it coming from Black people. Since it began, numerous raids have been conducted by the department, with the most infamous being a June 2014 maneuver in Harlem that netted 103 arrests in connection with two homicides, in the process substantiating the fear that social media policing will disproportionately prejudice people of color. In the indictments authorizing these arrests, “Facebook” appears more than 300 times, and even though many or most of the arrested individuals may have carried some degree of guilt, the example of Jelani Henry strongly insinuates that some of the 103 may have been innocent. Indeed, a City University of New York law professor said just as much on the subject, stating that the police are now using social media to “hold 50 kids accountable” for a single shooting.
These cases show that, as with asking the public to help in identifying suspects and persons of interest, using social media may ramp up the scale and speed of police investigations, but at the cost of losing subtlety and precision. However, beyond jailing the occasional innocent, there are fears that the strategy of pre-labeling individuals as “gang members” or “threats” may play a role in the courtroom as well, replacing the presumption of innocence – one of the fundamental tenets of the criminal legal system – with the presumption of guilt.
This was discussed in a 2015 law paper written by researchers from the University of London in the UK, who argue that the concept of the suspect now contains a recognition of guilt. They recount a drunk-driving Twitter campaign conducted by Staffordshire Police in the UK, a campaign that publicly identified people as drunk drivers, despite the fact that these people had only been charged with (and not convicted for) driving under the influence. While it’s not as public, the practice of building databases and networks of people who’ve been charged with crimes has a similar effect. It tags people as “not ‘wholly innocent,'” smearing them in the eyes of the police before they even have the chance to appear in a court of law and clear their names.
Fighting Vigilantism With Vigilantism
The paper’s authors note that the use of the technology surrounding social media may deceive the police into thinking that their inquiries are correspondingly “scientific” and “objective.” Because they amass data from the likes of Facebook in a more-or-less systematic way, they may cultivate an overly confident and hubristic faith in the evidence this data provides.
Perhaps this presents one of the biggest dangers of them all: that the police will think technology automatically makes them infallible. With this misapprehension may come an increase in the kinds of errors and injustices outlined above, as well as in the inability to see the latter for what they truly are. The police may begin accepting an ever-greater quantity of spurious statements from the public, and they may begin arresting an ever-greater number of innocent people, all the while convinced that their gravitation toward social media and big data insures them against such mistakes. In some ways, the receipt of false information and the arrest of innocent people will be nothing new for them, just as the existence of vigilante subcultures and bias against people of color are also nothing new.
However, given the massive scale afforded by social media and the internet, these unfortunate phenomena may very well proliferate at increasing magnitudes, combining an increase in social media vigilantism with an increase in presumptions of guilt. Such a lethal combination would lead to a surge in wrongful arrests and convictions, ruining lives and further eroding trust in the police at the same time. Ultimately, this gloomy possibility entails that if we want to prevent such a situation from ever coming into being, we must – somewhat ironically – exercise a certain vigilantism of our own. Of course, this doesn’t mean we should stop using social media altogether, only that we should stop ourselves from misusing it, from allowing it to become an instrument of subjugation rather than one of empowerment.
Vraag Curtis Hart of hij zichzelf ziet als burgerwacht (‘vigilante’) en je krijgt een bot antwoord.?”Ik heb nog ergere namen gekregen,” zegt hij. Hoe ze ook heten, Curtis en vijf van zijn vrienden die zichzelf de Punisher Squad noemen, dienen volgens hen een belangrijk doel. Ze vangen wat ze in Amerika de?roofdieren van het internet noemen (online predators). Nog voordat ze de kans krijgen om toe te slaan grijpen zij in en plaatsen video’s van hun ontmoetingen op YouTube. Ze bellen pas?de politie als het tijd is voor een?arrestatie.
Hun eerste keer, dat als experiment begon,?was meteen een succes vertelt Curtis.?Het bewijs daarvan is de arrestatie van de 36-jarige Adam Olson uit Castle Rock die vervolgens achter de tralies verdween met een borgsom van $50.000.?”Hij dacht dat?hij seks kon hebben met een 13-jarig meisje” vertelt Curtis. “De hele zaak was net?een aflevering van ‘To Catch a Predator‘.”
In het politierapport van Kelso staat dat Curtis en een vriend een bericht plaatsten middels de app ‘Whisper‘. Ze deden zich voor als een 14-jarig meisje die ‘een leuke tijd wilde hebben met een oudere man.’?”Onmiddellijk kreeg ik 30 tot 40 reacties,” geeft?Curtis aan. Hij zegt dat hij zich toen richtte op Olson en ze wisselden Selfies uit. Curtis deed alsof hij een tienermeisje was en biechtte op dat ze eigenlijk maar 13 was. Al snel werd het gesprek seksueel getint.?”Het was absoluut walgelijk”, aldus Curtis. Hij zegt dat Olson aandrong op een ontmoeting dus hij vroeg wat vrienden, waarvan een van hen gewapend was, en ze koersten naar?Tom O’Shanter Park in Kelso waar de ontmoeting plaatsvond.
Onderstaande?YouTube-video (waarschuwing: expliciet taalgebruik) laat zien wat er daarna gebeurde.
De politie van Kelso wist van niets totdat Curtis en zijn vrienden het wel genoeg videomateriaal vonden voor een arrestatie. Die vond kort daarna?ook plaats. ?”We wilden het niet aan de politie laten weten, want je kunt toch niet op je handen gaan zitten en wachten op de overheid om alles maar in orde te maken?”, aldus Curtis. “Als je wacht tot de overheid eindelijk wat doet eindigt je stad net als Flint, Michigan” (Flint is al enige jaren een van de meest onveilige steden van de VS).
De groep gebruikt dezelfde methode als vele andere burgerspeurders en pedofielenjagers. En deze trend kreeg de naam “The Hunter Phenomenon”.
In andere steden zou de politie hebben geprobeerd dit fenomeen te stoppen, waarbij ze zouden aangeven?dat het levens kapot maakt (vaak ook van familieleden), burgers in gevaar brengt?en de kansen op vervolging be?nvloed.
De politie van Kelso wilde niet reageren op dit?voorval.?Een aantal inwoners wilden dat wel, zoals?David Willis. Hij heeft twee dochters, en hij is er helemaal voor.?”De politie is hierdoor overweldigd”, zegt hij. “Je wilt toch dat mensen uit?een gemeenschap voor elkaar opkomen.”?Anderen?waren minder enthousiast.?”Zij zijn geen politie”, aldus Bob Johnson. “Ze hebben geen ervaringen en weten niet wat ze doen. We hebben wetten om mensen die nog niets (bewezen) gedaan hebben te beschermen.” De aanklagers in Cowlitz County moeten de formele aanklacht tegen Olson nog indienen.?Hij wordt vervolgd voor een vermoedelijke poging tot verkrachting van een kind en seksueel getint online?contact?met een minderjarige.
Pedofielen op Facebook en gewone burgers?die ze opsporen, het is een groeiende trend. Wat ook groeit is online?kindermisbruik dat sinds 2010 is verviervoudigd, en zeker in het Verenigd Koninkrijk lijkt de deksel nu echt?van de beerput. Bijna dagelijks is er een geval in de kranten en soms komen er?zaken naar voren met grote namen, zoals?bekendheden in politiek, bedrijfsleven en entertainment industrie.
Maar hoe vind?je de pedofielen?eigenlijk die?verborgen zitten achter een social media profiel?
Nicci Astin scrolde door een?Facebook-groep over stoppen met roken toen ze iets vreemds zag. Tussen de?tips en anekdotes stond een foto?van een kind dat werd misbruikt en geplaatst was door een mannelijke Facebook gebruiker. “Ik dacht eerst dat hij gewoon een trol was. Maar dat?bleek niet zo te zijn. De man had nog meer?soortgelijke foto’s?op zijn profiel”, vertelt ze. Toen ze doorklikte op zijn “vrienden”-lijst zag ze nog veel meer?pagina’s die gevuld waren met dezelfde.
Astin kwam zo voor het eerst in aanraking met de sociale wereld van pedofielen en kindermisbruikers die niet alleen beelden uitwisselen, maar ook connecties aangaan met elkaar en zelfs kinderen op social media benaderen. Ze was niet de enige die dit opmerkte. Ook andere gewone mensen werden meegezogen in dit fenomeen dat vrij open aanwezig was. Katie Ivall?zocht online?pedofielen omdat haar eigen dochter werd benaderd. Ze vertelde de BBC: “Dit is de donkere kant van het internet”.
Allereerst klopte Astin aan bij de politie die haar alleen kon melden: “Het is op Facebook, wat wil je dat we doen?”.
Ze sprak vervolgens met anderen die soortgelijke?ervaringen hadden en ze vormden samen een groep met als?doel meer informatie over deze mensen te verzamelen. Om deze?dan vervolgens door te spelen?aan de politie. Meerdere leden van?de groep deden zich voor als?13 of 14 jarige meisjes en spraken met de mensen die hen benaderden totdat ze hun telefoonnummer onthulden of een ??ontmoetingsplaats hadden afgesproken.
Dit lijkt misschien een vreemde hobby, maar het werd vooral ingegeven door de wettelijke en technologische bureaucratie?waar burgers?die dit soort zaken melden mee worden afgescheept. Het?Facebook beleid stelt dat “seksueel materiaal, seksuele berichten?met minderjarigen, bedreigingen tot het delen van intieme foto’s en aanbiedingen van seksuele diensten worden verbannen van de site”. Toch kunnen?bekende actieve pedofielen de volgende dag met een?nieuw account weer aan de slag.
Oisin Sweeney, die ook een lid van de groep werd, schrijft in zijn boek Hackers on Steroids over deze duistere internet subculturen. In zijn boek beschrijft hij een zaak waarin een zekere?Paolo Ghelardini?als “topprioriteit” doelwit werd van?de groep. Toen de politie deze man?arresteerde, vonden ze 9.500 foto’s en 1.000 videobeelden van kinderen in zijn huis. Hij had ten minste 19 Facebook-accounts gehad in de periode tussen?januari 2010 en mei 2011.
De groep beweert ook?direct betrokken te zijn geweest bij?de arrestatie van een aantal andere individuen?die online actief waren en foto’s van kinderen bezaten van wie sommigen actief werden misbruikt. Ze gaven informatie door aan de?Internet Watch Foundation (IWF), een organisatie die samenwerkt met Facebook om kinderen online veilig te houden. De groep stuurde ook bewijsmateriaal aan de?Child Exploitation and Online Protection Agency (CEOP), onderdeel van?de National Crime Agency.
Astin geeft als voorbeeld een zaak?waarin een?aantal leden van de groep zich online voordeed als tiener en met?John Huitema afspraken, een Nederlandse man uit Glasgow. Oisin Sweeney gaf de gegevens vervolgens door?aan de CEOP (de CEOP zegt alleen dat zij blij zijn met tips van burgers, maar wil niet ingaan op individuele zaken).
Toen de politie hem arresteerde bleek dat meneer Huitema 7.333 illegale beelden had op zijn computer. Zoals de groep al dacht, had hij ook een twee jarig meisje misbruikt en er foto’s van online gezet. Hij werd in juli 2012 veroordeeld tot vier en een half jaar gevangenis, en zal na vrijlating worden uitgezet naar?Nederland.
Het Engelse?CEOP ontvangt tips meestal?niet van individuen, zoals Sweeney en Astin, maar van het National Centre for Missing and Exploited Children (NCMEC) uit?de VS, omdat volgens de Amerikaanse wet Facebook en andere social media platformen hun informatie aan hen moeten overdragen als het om?kinderporno gaat. In 2010 ontving CEOP 400 aanwijzingen per maand van de NCMEC. Nu, in 2016, ontvangen ze er elke maand rond de 1800! De toename heeft ook te maken met de eenvoudigere meldingsmogelijkheden, maar meer dan verviervoudiging betekent dat deze illegale activiteiten flink stijgen.
Deze gewone burgers, die het als hun?plicht zien om op pedofielen te jagen, zijn een beetje verworden tot clich? door?televisieprogramma’s als NBC’s To Catch a Predator. Toch zien mensen als Astin geen andere optie als ze?deze verdachten?aanmelden om ze?vervolgens de volgende dag weer verder te zien gaan via een ander account. Astin heeft al langer campagne gevoerd tegen kindermishandeling, zoals in de zaak van Daniel Pelka, die dodelijk verhongerde bij?zijn eigen ouders. Voor Astin?is het onmogelijk om gewoon de andere kant op te kijken, of de beelden simpel weg te klikken.
De IWF werkt rechtstreeks met Facebook om dit soort misbruik?tegen te gaan en zegt?erover: “Als IWF lid heeft Facebook zero tolerance voor seksueel misbruik van kinderen … Facebook is een van de leiders op het gebied van?nieuwe technologie om deze problemen te bestrijden. “?Een woordvoerder van Facebook vertelt dat ze onder andere Microsoft’s?PhotoDNA technologie gebruiken die pornografisch materiaal matcht met een register van bekend materiaal. Dit kan de verspreiding van bestaande beelden op?het web stoppen maar niet zomaar?nieuwe herkennen. Facebook heeft ook een “single point of contact” die hulp bij rechtshandhaving in bestaande onderzoeken mogelijk maakt.
Zowel Sweeney en Astin hebben?gevallen gemeld waarbij ze automatisch een antwoordbericht ontvingen waarin stond dat de beelden “de richtlijnen van Facebook niet hadden overtreden”. In een?BBC onderzoek naar pedofielen online?had de verslaggever exact dezelfde ervaring met Facebook.
Een deel van het probleem is dat de context van een foto doorslaggevend?kan zijn: de?BBC uitzending laat een foto zien van een “meisje van 10 of 11 in een vest” die onder de meeste omstandigheden niet verwijderd zou worden. Dit is een behoorlijke uitdaging voor Facebook, want het zou enorme resources vereisen?om mensen al deze?afzonderlijke berichten te laten bekijken.
Astin en Sweeney denken dat vooral?geheime groepen een groot probleem zijn. Deze zijn niet doorzoekbaar en je moet worden uitgenodigd om mee te doen en pas dan kun je de beelden?zien. “De?ergste dingen die ik ooit in mijn leven heb gezien waren in dergelijke?geheime groepen,” vertelt Astin.?De groepen zijn herkenbaar aan de namen en trefwoorden die deze gebruikers hebben ontwikkeld in deze groepen. In het boek van Sweeney legt hij uit hoe er een?hele pedofiele subcultuur met?eigen woorden, codes en symbolen en ook eigen helden zijn. Onderstaande symbolen zijn gelekt via een?FBI-document op Wikileaks:
“Pthc” of “Pre-teen harde kern” was een veel voorkomend acroniem dat nog steeds wordt gebruikt, ook al probeerde Facebook deze te blokkeren. Astin vertelt dat gebruikers gewoon “puntjes tussen de letters zetten” om de beperkingen te omzeilen. Een Facebook woordvoerder vertelt dat ze samenwerken met veel organisaties samenwerken en?de lijst van termen regelmatig aanpassen.
In 2011 vroeg?de politie Astin en Sweeney te stoppen met de pedojagersgroep, want wat ze deden viel in een juridisch grijs gebied. De groep had toegang tot illegaal materiaal en deed zich voor als kind, iets dat de politie liever in een gecontroleerde omgeving deed. In hetzelfde jaar werd een documentaire gemaakt door Mark Williams-Thomas (een ex-politieman die hielp in de ontmaskering van Jimmy Savile) die laat zien dat in Engeland de politie nu dezelfde tactiek gebruikt als de burgerspeurders om online misbruikers aan te pakken.
Toch blijkt uit de?cijfers van de CEOP, en ook uit Astin’s eigen ervaring, dat het probleem juist verslechterd is na 2011. “Ik ben natuurlijk niet meer met nepaccounts actie, maar kan nog wel avanf mijn eigen account kijken en zodra je ??n iemand vindt, vind je de een na de ander.?Er zijn er minstens duizenden, het is absoluut afschuwelijk. ”
Wat zou kunnen helpen? De Metropolitan Police geeft als antwoord:?”Het distributienet voor beeldmateriaal van kindermishandeling kan?worden gesloten als de productie van het materiaal effectief wordt gecontroleerd”. Dit is een mooi?doel, maar het wordt nog veel ingewikkelder als je bedenkt dat er heel veel sociale netwerken zijn waarin dit gebeurt: Facebook, Twitter,?Instagram of de app Kik waar veel jeugd gebruik van maakt:
Astin vindt?dat Facebook meer verantwoordelijkheid moet nemen over wat mensen online plaatsen. De real-name policy, het afdwingen van het gebruik van je eigen naam, ziet zij als een goede mogelijkheid. Aan de andere kant kunnen ze gewoon?verder op andere platformen waar dergelijke regels niet gelden. De beste weg lijkt in ieder geval om meer?samen te werken met de politie om de daders te pakken, in plaats van gewoon hun online accounts?te verwijderen.?Dit lijkt nu ook te gaan gebeuren op een schaal zoals we die niet gekend hebben, omdat politie in Engeland de zedenteams fors aan het uitbreiden is, wellicht zelfs met cyber volunteers als het aan Jim Gamble ligt. Hij is voormalig hoofd van CEOP en vindt dat de overheid bij lange na niet genoeg doet. En de Britse wet maakt het voor burgers steeds moeilijker om in de opsporing bij te dragen, omdat het klikken op of kijken naar?onzedelijke beelden strafbaar kan zijn en ook direct contact met pedofielen riskant is vanuit juridisch oogpunt.
Astin reageert nuchter: “Als de politie evenveel tijd zou hebben als wij zou het een oplossing kunnen zijn. Maar ik kom liever in dergelijke?problemen dan dat er een kind wordt misbruikt. Ik wil best de hele dag in de rechtbank zitten als dat betekent dat ik dergelijk misbruik kan voorkomen. ”
De strijd vanuit burgergroeperingen tegen pedofilie, kindermisbruik en kinderhandel wordt steeds heviger. Vooral vanuit Engeland zijn er steeds meer groepen actief. We blogden al eerder een?interview met OPIT (Online Predator Investigation Team), en ook Stinson, Letzgo Hunting en Deamon Hunters noemden we eerder. Recentelijk hebben een aantal?nieuwe burgergroepen, die zich pedojagers?noemen, succes behaald met een aantal veroordelingen. Zo was er de enige tijd geleden de groep?Dark Justice, die bijdroeg aan de veroordeling van een man die een 14 jarig meisje wilde ontmoeten om vervolgens sex met haar te hebben.
De pedojagers van Dark Justice deden zich voor als 14 jarig meisje en de pedofiel was bereid honderden kilometers te reizen om haar te ontmoeten. Hij vertelde in een chat dat hij al eerder een 12 jarig meisje zwanger had gemaakt. Hij stuurde naaktfoto’s van zichzelf en keek erg uit naar de ontmoeting. Het team van burgers dat klaar voor hem stond had als voornaamste?wapen een videocamera waarmee ze het bewijs vastlegden, maar ook hoopten ze op een verklaring tijdens de ontmoeting.
Volgens Metro?was de man al eerder veroordeeld voor sex met een 12-jarig meisje. Toen hij doorhad dat hij gepakt zou worden voor een soortgelijk vergrijp, dreigde hij met zelfmoord, iets dat de autoriteiten konden voorkomen door hem tijdige te arresteren.
De uitspraak van de rechter:
“U werd gepakt?door internet burgerwachten, dat is de beste manier om ze te beschrijven, die deden?alsof zij een meisje?waren waar jij op internet mee in gesprek kwam.?Het werd al snel duidelijk dat zij zich voordeden als een 14 jarig meisje. En u?ging er helemaal voor. Ik ben er stellig van overtuigd dat u een gevaar bent voor?jonge kinderen.”
De man kreeg twee jaar en 4 maanden gevangenisstraf.
Pedofielen zijn actief op velerlei platformen. Zo ook bijvoorbeeld op de app en dating platform Tinder. En ook daar vecht men terug in een poging deze daders te ontmaskeren. Op diverse social media platformen?zijn er al leraren, doctoren en zelfs politie agenten ontmaskerd als pedofiel. Een groep pedojagers uit?Gloucestershire?doet zich op dergelijke platformen voor als minderjarig meisje op zoek naar een date. De groep heeft een webpagina ‘ Pedofielen ontmaskerd’. De 37 jarige John ziet zich niet als burgerwacht. Wij geven alle informatie aan de politie en laten verdere afhandeling aan hen en uiteindelijk de rechter. Ze gebruiken accounts van meisjes tussen de 13 en 15 en geven altijd kun leeftijd aan in de gesprekken, zodat de mannen altijd nog kunnen terugkrabbelen. John: “De meeste mensen denken dat pedofielen vatzige mannen van 60 zijn. Maar het fenomeen is uit de hand gelopen, omdat iedereen ermee weg lijkt te komen. We zien mannen van alle leeftijden. De jongere mannen zijn misschien wat na?ef soms, maar ze horen de wet te kennen. Ze nemen bewust een enorm risico. Wij zijn niet op heksenjacht, dus we geven ze echt wel kansen om wat te doen met de informatie die we ze geven. Wij lokken ook niet uit, want wij zoeken ze niet op, we reageren alleen op verzoeken. Alles wat we doen overhandigen we aan de politie”. John heeft meer dan 150 gesprekken gevoerd en 15 mensen in het echt ontmoet in de afgelopen 6 maanden. “We kunnen niet overal achteraan. Als we dat zouden doen zouden we er minimaal twee op een avond vangen.” John doet het samen met een aantal anderen uit de buurt. Ze bekijken nu hoe ze hun werk kunnen financieren.
Hieronder zijn screenshots van delen van gesprekken op Tinder: