SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
Het gebeurde de afgelopen dagen al regelmatig en ook vandaag zijn er weer verschillende jongeren opgepakt die via social media een oproep deden om te komen rellen. En dat is precies het probleem waar de politie voor staat. De jongeren vormen geen vaste groep uit een bepaalde wijk maar het zijn hybride groepen die elkaar online vinden. Hoe moet de politie hiermee omgaan? Nieuwsuur sprak met Arnout de Vries van TNO.Hij onderzoekt hoe politie en gemeenten meer gebruik kunnen maken van social media om de openbare orde te verbeteren.
Oproepen om te rellen via sociale media. Ook vandaag gebeurde het weer. Hoe moet de politie omgaan met deze steeds wisselende groep jongeren die de confrontatie zoeken? We vragen het TNO-onderzoeker Arnout de Vries. #Nieuwsuurpic.twitter.com/oypGh7Oj1X
In Nederland worden in toenemende mate sensoren, zoals camera’s of trackers die je beweging volgen en vastleggen, ingezet om leefbaarheid en veiligheid te bevorderen:
burgers en bedrijven bezitten circa 1,5 miljoen beveiligingscamera’s;
gemeenten hebben ruim 3.000 toezichtcamera’s;
de politie heeft ongeveer 500 tot 1.000 toezichtcamera’s.
Doordat nieuwe technologie steeds kleiner, mobieler en goedkoper wordt, kunnen ze gemakkelijker worden ingebouwd, zoals bij camera’s in smartphones. Verder worden verzameling en verwerking van data steeds gemakkelijker, zoals met slimme algoritmen in apps. Hierdoor is een uitgebreid netwerk van sensoren ontstaan dat een grote hoeveelheid data produceert. Dit netwerk bestaat niet alleen uit nieuwe sensoren, maar ook uit nieuwe actoren en toezichtsvormen:
burgers worden gemonitord door de overheid en bedrijven (surveillance);
burgers gebruiken sensoren om elkaar te monitoren (horizontale surveillance);
burgers gebruiken sensoren om de overheid en bedrijven in de gaten te houden (sousveillance).
We schetsen in dit rapport verschillende trends, die laten zien hoe toezicht verandert:
We zien bij de politie steeds meer gebruik van sensoren en sensordata.
We zien automatisering van kernactiviteiten van de politie zoals getuigen opsporen en handhaven door middel van slimme sensortechnologie.
We zien burgers, bedrijven en gemeenten steeds meer sensordata verzamelen.
We zien nieuwe vormen van samenwerking tussen de politie en andere actoren uit de samenleving om sensoren te gebruiken voor leefbaarheid en veiligheid.
We zien private partijen die zelf speurwerk en handhaving doen met sensoren en sensordata.
Welke factoren bepalen hoe burgers denken over sensoren?
Om inzicht te krijgen in de mening van burgers over het inzetten van sensoren voor veiligheid en leefbaarheid, ontwikkelden we een begrippenkader (zie figuur 1). Hierin onderscheiden we drie dimensies van burgers (linkerkolom, vetgedrukt) en drie dimensies van sensortoepassingen (rechterkolom, vetgedrukt) die invloed hebben op hoe burgers denken over de inzet van sensoren voor leefbaarheid en veiligheid.
De literatuur laat zien dat persoonskenmerken, algemene houdingen en de directe sociale omgeving een rol spelen bij de meningsvorming van burgers. Zo blijkt dat dat oudere mensen meer geneigd zijn om sensortechnologie te accepteren dan jongere mensen. Verder blijkt dat mannen de partij die de sensor inzet (zoals de politie of een beveiligingsbedrijf) belangrijker vinden dan vrouwen, terwijl vrouwen meer waarde hechten aan het doel van de opsporing. Ook blijkt dat een positieve houding ten opzichte van technologie in het algemeen bijdraagt aan het vertrouwen van burgers in sensoren.
Met betrekking tot sensortoepassingen onderscheiden we ook drie dimensies die de kijk op sensoren beïnvloeden. Bij sensortechnologie gaat het over het type sensor en de mate waarin in het ontwerp van de technologie al rekening is gehouden met privacy (privacy-by-design) zijn genomen. Bij sociale praktijk en actoren gaat het om de context waarin de technologie wordt toegepast en de personen of organisaties die hierbij een rol spelen. Tot slot is de maatschappelijke, institutionele context, zoals de wettelijke regels voor cameratoezicht, of het maatschappelijke vertrouwen in autoriteiten, van belang. Om meer te weten te komen over de perspectieven van Nederlanders op sensortechnologie organiseerden we verschillende focusgroepen.
Hoe denken Nederlandse burgers over de inzet van sensoren?
Uit de focusgroepen komt een genuanceerd beeld naar voren van de inzet van sensortoepassingen. Het is niet mogelijk om los van de context te spreken over de acceptatie van bepaalde sensoren of technologieën. Burgers zijn niet voor of tegen bepaalde technologie, zoals bodycams of wifitrackers. Er is bij de inzet van technologie discussie nodig over:
de technologische eigenschappen;
het doel van de technologie;
de effectiviteit van de technologie;
de soort criminaliteit die begaan wordt door middel van de technologie; en
de context waarin de technologie wordt toegepast (waar, wanneer, hoe, door wie).
Uit de gesprekken blijkt dat twee factoren in het bijzonder van belang zijn: het type leefomgeving waarbinnen sensortechnologie wordt toegepast en de mate van veiligheid die burgers ervaren.
Invloed van de mate van veiligheid en type leefomgeving op de acceptatie van sensoren voor leefbaarheid en veiligheid door burgers.
We zien dat de acceptatie van sensorinzet afhankelijk is van de mate van veiligheid: hoe onveiliger burgers een situatie inschatten, des te meer ze het geoorloofd vinden om sensoren toe te passen om de veiligheid en leefbaarheid te vergroten.
De acceptatie is daarnaast afhankelijk van het type leefomgeving: de inzet van sensoren in de privéruimte is minder acceptabel dan de toepassing in de openbare ruimte, met name als de drukte daar groot is.
Aan de ene kant zeggen burgers dus ‘ja’ tegen de inzet van sensoren in zeer onveilige situaties en drukke openbare ruimtes, ‘mits’ voldaan wordt aan belangrijke randvoorwaarden. Aan de andere kant zeggen burgers ‘nee’ tegen de inzet van sensoren in thuissituaties, en in de rustige openbare ruimte als die veilig of licht onveilig is of aanvoelt, ‘tenzij’ het de veiligheid en leefbaarheid duidelijk verhoogt en voldaan wordt aan belangrijke randvoorwaarden, zoals privacy en persoonlijke vrijheid.
Figuur 2 Invloed van de mate van veiligheid en type leefomgeving op de acceptatie van sensoren voor leefbaarheid en veiligheid door burgers
Uit de focusgroepen bleek dat ook waarden richting geven aan de mening van burgers. Zo werd de discussie over de toepassing van sensortechnologie veelal geframed als een afweging tussen veiligheid en privacy. Tegelijkertijd blijkt uit de gesprekken duidelijk dat burgers bij de inzet van sensoren een breder palet aan waarden belangrijk vinden. Naast veiligheid en privacy gaat het daarbij om waarden zoals democratische rechten, efficiëntie, effectiviteit, innovatievermogen, transparantie, leefbaarheid en menselijk contact.
Acht spelregels voor de toepassing van sensoren
Bij het inzetten van sensoren en sensordata wordt van de politie verwacht dat ze zich bewust is van het belang van de genoemde publieke waarden en dat deze daadwerkelijk worden toegepast. In de praktijk kunnen bovengenoemde waarden op gespannen voet met elkaar komen te staan. Burgers verwachten dat de politie, in overleg met de samenleving, een goede balans vindt tussen verschillende waarden.
Op basis van de resultaten van het literatuuronderzoek en het focusgroepenonderzoek hebben we daarom spelregels geformuleerd, die handvatten geven voor de vertaling van waarden naar praktijk. Deze spelregels zijn toegespitst op de politie. Ons onderzoek laat echter zien dat burgers deze spelregels ook belangrijk vinden voor andere overheidsdiensten, bedrijven en medeburgers.
Bij de inzet van sensoren dient de politie zo te handelen dat het vertrouwen wekt bij burgers.
Burgers willen graag helder en transparant geïnformeerd worden over de inzet van sensoren.
Burgers vinden dat privacy-by-design moet worden toegepast bij de inzet van sensoren.
Burgers willen niet dat de inzet van sensoren ten koste gaat van de aanwezigheid van en het contact met politieagenten.
Burgers willen dat het innovatievermogen van de politie op orde is en dat de inzet van sensoren effectief gebeurt.
De inzet van sensoren mag niet leiden tot discriminatie.
Om de persoonlijke vrijheid te waarborgen is het belangrijk om de inzet van sensoren voor veiligheidsdoeleinden te beperken tot onveilige situaties en drukke publieke ruimtes.
Bovengenoemde spelregels gelden ook voor de samenwerking van de politie met andere partijen.
Dankzij algoritmes kan men tegenwoordig criminaliteit voorspellen en hierop anticiperen. Politieorganisaties onderzoeken de mogelijkheden om big data en kunstmatige intelligentie in te zetten. Kunnen computers nauwkeuriger en veiliger voorspellen of criminaliteit gaat plaatsvinden dan getrainde agenten? Hoe bestrijden we effectief nieuwe vormen van criminaliteit zonder?onevenredige?inbreuk?op grondrechten??Aan de hand van voorbeelden uit de praktijk verkennen we de toekomst van big data en AI bij de opsporing van criminaliteit.
Deze avond over Big Data en kunstmatige intelligentie is de derde in de programmareeks ?Opsporing & Vervolging in de toekomst?. In samenwerking met de politie en het OM maakt De Balie een serie over de herpositionering van politie en burger in het digitale tijdperk. Hoe kunnen alle partijen het best gezamenlijk anticiperen op technologische en maatschappelijke ontwikkelingen in relatie tot politiewerk en criminaliteit? Hoe kan daarbij de rechtstaat worden gewaarborgd? Brengen technologische ontwikkelingen ons het ultieme veiligheidsklimaat, of zullen we kennismaken met de donkere kanten van nieuwe technologie ? la hitserie Black Mirror? De eerste aflevering in deze serie ging over toenemende burgeropsporing, kijk het programma?hier?terug.
Sprekers:?
Fred Westerbeke, Hoofd Officier Landelijk Parket
Reinder Doeleman, sectorhoofd Dienst Regionale Informatie organisatie, die ingaat op het Criminaliteits Anticipatie Systeem waarover we eerder al veel artikelen en publicaties plaatsten.
Vincent Bohre van Privacy First, een onafhankelijke stichting met als doel het behoud en de bevordering van het recht op privacy. Hij benoemt oa het?@MIGO-BORAS project.
Marc Schuilenburg, docent Strafrecht en Criminologie van de VU. Hij publiceerde meerdere boeken over veiligheid, filosofie, strafrecht en populaire cultuur waaronder Orde in veiligheid (2012), waarvoor hij de driejaarlijkse Willem Nagelprijs won. Dit jaar kwam zijn boek Hysterie. Een cultuurdiagnose uit, met daarin een groot hoofdstuk over algoritmen en predictive policing. Hij benoemt het Big Data project uit Roermond.
Jacqueline Bonnes, Cyber Officier Arrondissement parket Rotterdam
Rapport met enige achtergrond over de huidige state of the art van AI in predictive policing, een aantal dilemma’s en een blik op de toekomst:
Van predictive policing naar prescriptive policing – Verder dan vakjes voorspellen
[slideshare id=61354641&doc=104tnorpredictivepolicingweb-160426065651&type=d]
Het blijven indrukwekkende cijfers. Jaarlijks krijgt de politie niet minder dan 40.000 meldingen van verdwijningen. Dat zijn er dus niet minder dan 100 per dag. De meeste vermiste personen vinden we gelukkig gezond weer terug. Maar soms gebeurt dat helaas niet. Dat zijn de verhalen die het nieuws halen, waar mensen over praten, die nog jaren in het geheugen blijven hangen. Het lijkt heel mooi dat bij elke verdwijning iedereen in actie komt. Zoals vroeger het hele dorp meezocht als er een kind verdween, is er nu de huidige global village, een hele digitale gemeenschap die tot leven komt: Whatsapp, Facebook, Reddit, gps-tracker, enzovoort, enzovoort.
Maar is het verstandig dat burgers de politie een handje helpen bij het oplossen van misdaad, bijvoorbeeld rond de vermissing van de 25-jarige Anne Faber? Ir. Arnout de Vries, gespecialiseerd
in dit onderwerp, over de plussen en minnen van burgeropsporing. Burgers die speuren naar Anne Faber en een kaartendeskundige die een scenario over haar fietsbewegingen op Facebook zet.
De vermissing van de jonge vrouw uit Utrecht zet menigeen aan tot actie. Mensen willen de mysterieuze zaak ontrafelen. Googelend op hun zolderkamer. Spiedend tussen de struiken.
?Dat mensen in zo?n vermissingszaak meezoeken met de politie, is nauwelijks te voorkomen?, reageert ir. Arnout de Vries, gespecialiseerd in burgeropsporing. Hij is verbonden aan onderzoeksinstituut TNO, waar hij onderzoek doet op het terrein van maatschappelijke veiligheid?en nieuwe media. ?Burgers willen helpen. De meesten doen dat met de beste bedoelingen. En de politie kan veel baat hebben bij hun hulp.?
Rare bijbedoelingen
Toch kunnen er wel adders onder het gras schuilen als burgers hun diensten aanbieden. ?Mensen kunnen rare bijbedoelingen hebben. Toen in 2013 de broertjes Julian van 7 en Ruben van 9 uit
Zeist waren vermist, zocht ook een soort pedofielenclubje mee. Misschien vanuit goede intenties, maar menigeen fronste toch de wenkbrauwen. Mensen kunnen een slaatje slaan uit een? vermissing, door bijvoorbeeld op internet geld in te zamelen voor een zoekactie, maar dat geld voor zichzelf?houden. Of denk aan firma?s die na een misdrijf zelfverdedigingscursussen aanbieden. Dergelijke aanbiedingen worden toch vaak als onethisch gezien.?
Een ander risico van burgeropsporing is dat burgers het recht in eigen hand nemen, zet de TNO-deskundige uiteen. ?Zoals wanneer mensen een vermeende pedofiel op het spoor komen en
die te grazen nemen.? Zeker zo bedenkelijk is als mensen zo?n kennelijke misdadiger chanteren. ?Kwaadwillenden proberen dan bijvoorbeeld online contact te maken met een bankier van wie ze
vermoeden dat hij pedofiel is. Ze doen zich voor als jong meisje en proberen onzedelijke foto?s los te krijgen. Vervolgens eisen ze geld van de bankier. Gaat die daar niet op in, dan dreigen ze de beelden openbaar te maken.?
Kistje
Als goedwillende burgers de sterke arm willen helpen, is het zaak dat de politie zo?n burgeractie in goede banen leidt, benadrukt De Vries. ?Neem de zoektocht naar Anne Faber. De politie moet
mensen dan duidelijk maken dat een bos in linie, dus systematisch, moet worden uitgekamd. Toen in 2013 complete families op zoek wilden naar de vermiste broertjes Julian en Ruben, is een van de rechercheurs toch maar even op een kistje gaan staan om de helpers toe te spreken. ?Weet u waar u aan begint? Beseft u dat u een kinderlichaampje in het bos kunt aantreffen?? Toen hebben
sommige ouders toch maar wijselijk hun kinderen, die mee wilden helpen zoeken, naar oma gestuurd.? Burgers moeten beseffen dat bij hun opsporingsacties voorzichtigheid geboden is, zegt De Vries. ?Zo moeten ze oppassen om, onbedoeld, sporen uit te wissen. In een bos kunnen zich sporen van een verdachte of slachtoffer bevinden. Zoals bloed-, schoen- of bandensporen. Daar moeten burgers tijdens een zoektocht naar het slachtoffer niet overheen banjeren.?
Ook eigen en andermans veiligheid verdienen aandacht. ?Burgers kunnen na?ef te werk gaan. Ooit lag een vermist persoon vermoedelijk in een gracht. Een burger trok zijn duikpak aan en
verdween onder water. Op de bodem trof hij een vat aan. Hij trok dat open; het bleek vol chemisch afval te zitten. Voor je het weet veroorzaak je dan een milieuramp.?
Volgens mij heeft politie juist laten weten dat er voor nu genoeg vrijwilligers zijn, morgen zet @WABPBAARN een grote zoekactie op.
Burgers helpen de politie meer dan eens een misdrijf op te lossen. Drie voorbeelden.
In oktober 2016 probeert een 28-jarige Somalische man in Hoorn een vrouw te verkrachten. Hij steelt haar telefoon. De vrouw weet via een digitale opsporingstechniek het toestel ?n de man te traceren. De rechtbank in Alkmaar veroordeelt de Somali?r in juni tot een celstraf van anderhalfjaar, waarvan een halfjaar voorwaardelijk.
Op zondag 4 juni 2017 zoeken tal van Bunschotenaren naar de vermiste Savannah. Het lichaam van het 14-jarige meisje wordt op een industrieterrein in het dorp gevonden, al is dat niet direct het resultaat van de door burgers georganiseerde speurtocht. Ze is slachtoffer van een misdrijf.
In Amsterdam schoppen en slaan twee jongens in maart 2017 een meisje dat op de grond ligt. Een omstander filmt de mishandeling en zet de beelden op Facebook. De jongens melden zich
daarop bij de politie.
Doos
Tot op heden beschikt de politie nauwelijks over deugdelijk voorlichtingsmateriaal voor burgers die willen meehelpen met de opsporing, zegt De Vries. Samen met
vertegenwoordigers van justitie en politie werkt de TNO?er aan een informatiepakket (?met tips en trucs?) ?n een app die burgers op dit terrein meer zekerheid moeten bieden. ?Noem het een handboek ?Eerste hulp bij opsporing?, een Zwitsers zakmes.? Medio volgend jaar moet dat pakket beschikbaar komen. Binnenkort wordt een pilot gestart.
Goed zou zijn als de politie burgers duidelijker voorschrijft hoe om te springen met bewijsmateriaal of opsporingsmethodieken, geeft de TNO?er aan. ?Burgers moeten weten dat ze iets verdachts niet meteen moeten oprapen. Of dat het handig kan zijn om een schoenspoor in de achtertuin af te schermen met een doos, zodat regen het spoor niet zomaar kan wegspoelen.
Een andere mogelijkheid is om het spoor te fotograferen met je smartphone.?
Spoedcursus
De politie kan dankbaar gebruik maken van buurt-WhatsAppgroepen, weet De Vries. ?Nu gaat de recherche na een misdrijf vaak deur aan deur langs bij omwonenden. Maar de helft is vaak niet thuis. Dan kan het handig zijn dat de politie mensen achter een buurt-WhatsAppgroep inschakelt om zo snel meer informatie te krijgen over bijvoorbeeld een woninginbraak in de buurt. Daarbij is het wel zaak dat beheerders van zo?n WhatsAppgroep?buurtgenoten de juiste vragen stellen. Daar zou de politie dus beheerders meer in moeten trainen. Een soort spoedcursus buurtonderzoek.?
Voor burgeropsporing op digitaal gebied bestaan er nauwelijks voorschriften, schetst De Vries. Hij neemt onderzoekscollectief Bellingcat als voorbeeld. Dat is een groep amateurs die via digitaal speurwerk op internet nauwkeurig in beeld bracht hoe (hoogstwaarschijnlijk) het transport verliep van de Buk-raket waarmee vlucht MH17 in 2014 is neergehaald. ?In dat onderzoekscollectief zitten ook een paar Nederlandse jongens. Al kort na de ramp publiceerden ze op internet gevonden selfies van pro-Russische militairen die bij de Buk-raket poseerden.
Op het moment van hun vondst moest het offici?le, internationale justitieteam eigenlijk nog aan zijn opsporingswerk beginnen. Maar kort na deze vondst van Bellingcat hebben de pro-Russische
soldaten in allerijl hun selfies van internet gehaald. De vraag is of justitie er nog wel in zal slagen om wettig en overtuigend te bewijzen dat die selfies daadwerkelijk op internet hebben gestaan.?
Nodig is daarom dat burgers duidelijke voorschriften krijgen voor hoe ze op internet gevonden bewijsmateriaal ergens deugdelijk kunnen opslaan, benadrukt De Vries. ?Burgers worden, zeker op
internet, steeds meer de oren en ogen van de politie. Daarom is het zaak dat mensen belastend fotomateriaal goed veilig kunnen stellen, zodat dat later in de rechtszaal ook gebruikt kan worden.?
Volgens onze informatie komen mensen naar Zeewolde om te helpen zoeken. Dat is attent maar niet nodig. We zetten nu alleen specialisten in.
Drugsverslaafde
Duidelijke richtlijnen voor digitaal speurwerk naar gestolen spullen zijn er amper, constateert De Vries. ?Mensen van wie de smartphone is gestolen, kunnen achterhalen waar dat toestel is. Vervolgens is de vraag: wie haalt die op? Mijn advies: schakel de politie in.
Na aangifte van diefstal van een kostbaar horloge horen burgers nogal eens van de politie dat die geen tijd heeft om die zaak op te pakken. De gedupeerde krijgt dan min of meer het advies toegefluisterd om op Marktplaats te gaan zoeken. Ook dan is weer de vraag: stel dat de gedupeerde de dief traceert, wie gaat het horloge dan ophalen? Weer zeg ik: laat de politie dat doen. Breng je zelf niet onnodig in gevaar. Je kunt zomaar bijvoorbeeld een gevaarlijke drugsverslaafde tegen het lijf lopen.?
In de nesten
Bestaat het gevaar dat burgers die achter criminelen aan zitten?zichzelf in de nesten werken???Daar moeten mensen zeker op bedacht zijn. En de politie moet burgers daarop wijzen?, reageert
De Vries. ?Zeker in sommige stadswijken, waar jeugdbendes actief zijn, heerst onder burgers angst voor represailles. Je moet goed weten wat je bijvoorbeeld via de buurt-WhatsApp-groep deelt
over een verdachte in de buurt. Zo?n verdachte kan via via achter je 06-nummer komen en je gaan bedreigen.?
In hun enthousiasme om een vermist persoon terug te krijgen, kunnen mensen brokken maken. ?Per jaar worden 40.000 mensen vermist. Het overgrote deel van hen is na een dag weer terug.
Familie moet oppassen om te snel foto?s van een vermiste op internet te plaatsen. Die beelden komen het web niet meer af. Iemand die na een dag weer opduikt, kan daar later in zijn leven veel last van krijgen. Denk aan vervelende vragen over je jeugd tijdens een sollicitatiegesprek.?
?Politie schakelt burgers te weinig in?
De politie neemt weliswaar af en toe burgers in de arm om de misdaad te bestrijden, maar ze zou veel vaker een beroep kunnen doen op hun kennis en kunde. Dat vindt dr. Nicolien Kop, lector criminaliteitsbeheersing en recherchekunde aan de Politieacademie. Ze schreef vorig jaar in het Tijdschrift voor de Politie een essay over de thematiek.
Zo zou de politie vaker een beroep kunnen doen op burgers die handig zijn met computers. Kop wijst op een project in Engeland en Wales waarbij vrijwilligers worden ingezet in de strijd tegen internetcriminaliteit. Ook kan de politie bijvoorbeeld gebruikmaken van de stichting Signi Zoekhonden in vermissingszaken, betoogt Kop.
Nuttig kan zijn dat de politie burgers actief oproept om mee te denken over een scenario rond een misdrijf, schrijft Kop. Een voorbeeld daarvan is de zogenaamde Jumbozaak in 2015. De Groningse politie deelde informatie uit een opsporingsonderzoek met burgers, in de hoop zo de afpersers van de supermarktketen te pakken. De afpersers werden opgespoord.
“Er is iets wat we regelmatig niet zo goed doen: en dat is samenwerken. Te vaak zijn politie en betrokken familieleden en/of vrienden nog los van elkaar bezig. Dat terwijl het juist belangrijk is om bij een vermissing vanaf het allereerst begin goed samen te werken (de ervaring leert dat de eerste 24 uur cruciaal zijn). Het zoeken wordt zoveel effectiever als er informatie wordt uitgewisseld, bijvoorbeeld over in welk gebied het beste gezocht kan worden. Of als er real-time inzicht is waar door politie, bezorgde familie en betrokkenen en andere instanties op dat moment wordt gezocht.
Als politie moeten we op het gebied van samenwerking met burgers een grote sprong voorwaarts maken. We zitten immers in een grote transitie, waarbij mensen steeds meer zelf het heft in handen nemen. Het is een ontwikkeling die je niet alleen in ?ons? veiligheidsdomein ziet, maar ook in het onderwijs, de sociale zekerheid en de huisvesting. Als je erover nadenkt is het vreemd dat we in onze opleiding veel leren, maar nauwelijks hoe je samenwerkt met de mensen voor wie we ons werk uiteindelijk doen.
Wat bij de transitie hoort is het ontwikkelen van heel nieuwe tools. Al eerder schreef ik?een column over de opsporingsapp?die het mogelijk maakt dat mensen met politie gaan samenwerken? en?over een in de VS ontwikkelde vigilante-app?waarbij burgers en politie bij dreigende situaties elkaar informeren en sturen.? Bij de tools hoort ook de app die binnenkort wordt gelanceerd.
Met deze app kan je bij een vermissing niet alleen je netwerk inschakelen, maar ook de politie. Met een enkele klik worden de sociale media bereikt. De app helpt verder het zoekgebied te verkleinen en geeft tips en tricks bij het zoeken naar vermiste personen. Zo zorgt het ervoor dat al in een vroeg stadium structuur en richting aan een zoekactie wordt gegeven. De app heet trouwens ?Samen Zoeken?. Dat is precies wat bezorgde ouders, familieleden, collega?s, buurtgenoten ?n professionals willen een moeten doen als iemand wordt vermist.”
Bronnen: Reformatorisch Dagblad, 11 oktober 2017, Politieacademie
Volgens de politie in Kent, Engeland zijn zelfverklaarde pedojagers een gevaar voor hun omgeving. En voor de politie. De groepen ? er komen er steeds meer in Engeland ? belemmeren het politiewerk, doen aan eigenrichting en wijzen onschuldigen aan als kinderlokker. De waarschuwing komt na een incident in Bluewater waarbij leden van de (Facebook)groep The Hunted One een man mishandelden. Een groepslid werd aangehouden. Volgens Thomas Richards van de Kent Police zijn er ?significant concerns about people taking the law into their own hands and the methods they use?. Laat ze vooral de politie bellen als ze iemand verdenken, maar vooral niet zelf aan de slag gaan, zei Richards. ?The police have resources and expertise to protect the vulnerable and people with mental health issues?. De groep zegt zich niks van de waarschuwing aan te trekken en gewoon door te gaan maar dat hun acties niet meer live op YouTube zullen worden gestreamd. Opvallend is dat een Britse rechtbank nog geen maand geleden een andere groep, Dark Justice, toestemming gaf om door te gaan met hun undercoverwerk om kinderlokkers te ontmaskeren.
Je kunt de politie anoniem een melding geven per app?om te helpen misdaden op te lossen, terwijl je je privacy beschermt. De politie in de VS gebruikt al op diverse plaatsen de?app Tip411 (iOS, Android) waarbij een tussenpartij (vergelijkbaar met Meld Misdaad Anoniem) je gegevens afschermt voor de politie.
Burgers hebben inmiddels wel een idee over?hoe mobiele telefoons kunnen worden opgespoord of gevolgd. En dat zorgt ervoor dat sommige mensen hun slimme telefoon liever niet gebruiken om een misdaad te melden. Tip 411 probeert een oplossing te bieden. De politie van Leander zegt dat de app onlangs weer geholpen heeft om een dief te vangen.
Omdat Facebook zo veel mensen kan bereiken, waarschuwt de politie tegen het plaatsen van gevoelige informatie die beter discreet gemeld kan worden. De politie adviseert in de VS op veel plaatsen daarom om berichten niet?op Facebook te zetten, maar de Tip 411 app te gebruiken waarin maar een heel beperkt aantal mensen toegang heeft tot dit systeem waar ze de tip kunnen inzien. Tip 411 is een gratis app waarmee tips in vertrouwen gedeeld kunnen worden.
De Tip 411 app ondersteund het delen van tekst, maar je kunt er ook?foto’s mee uploaden en delen met de?politie.
De politie staat met informatiegestuurd werken op een keerpunt: van informatiegestuurd politiewerk naar politiewerk in een informatie(gestuurde) maatschappij. De afgelopen jaren is er veel tot ontwikkeling gekomen. Wie had bijvoorbeeld bij de start van het lectoraat intelligence, zeven jaar geleden, voor mogelijk gehouden dat de politie op straat real-time toegang heeft tot gegevens uit verschillende systemen? Wie kon toen vermoeden dat de politie met een druk op de knop alle incidenten in de wijk van de afgelopen week op een kaart te zien krijgt? Wie had gedacht dat de politie de kans op veelvoorkomende criminaliteit redelijk kan berekenen? Hoewel er nog verbeteringen mogelijk en nodig zijn, is de politie er de afgelopen jaren in geslaagd het politiewerk meer informatiegestuurd te maken. Tegelijkertijd is dit slechts een eerste stap, de basis, op weg naar een effectieve en effici?nte politie in de informatiemaatschappij. Politiewerk in een informatiemaatschappij stelt andere eisen. Alles en iedereen genereert informatie, mensen en objecten hebben sensoren die voortdurend met internet verbonden zijn. Alles en iedereen is dus ook met elkaar verbonden. De genetwerkte samenleving is daardoor meer dan partners die samenwerken. Net zo goed als dat we zeven jaar geleden niet voor mogelijk konden houden waar we nu staan, kunnen we dat nu niet voor de komende zeven jaar. We kunnen wel, en moeten ook wel, net zoals zeven jaar geleden, stappen zetten met de kennis die we nu hebben over politiewerk en over de maatschappij.
Seminar politieacademie
Op woensdag 22 maart jl. werd een seminar georganiseerd waarin dit keerpunt in informatiegestuurd politiewerk centraal stond. Het keerpunt is beschreven in het boek ?Informatiegestuurd politiewerk in de praktijk? (zie hieronder). Dit boek werd tijdens het seminar gepresenteerd en aan alle deelnemers uitgereikt. Pieter-Jaap Aalbersberg, politiechef Eenheid Amsterdam en portefeuillehouder Intelligence, gaf?tijdens het seminar een beschouwing hierop. Mari?lle den Hengst, lector Intelligence aan de Politieacademie, gaf een overzicht van het keerpunt door de lessen uit zeven jaar onderzoek samen te vatten en te vertalen naar wat dat betekent voor informatiegestuurd politiewerk in de toekomst. Daarmee nam zij tevens afscheid als lector Intelligence. Hiermee markeert het seminar niet alleen een inhoudelijk keerpunt, maar ook een persoonlijk keerpunt voor haar.
Wat zou jij er van vinden als je tijdens je werkt wordt gefilmd? En waarbij je (niet zeker) weet of een deel van de video online komt. Verschillende professionals hebben dit al eens meegemaakt. En, het lijkt steeds vaker te gebeuren. Wat is het effect van het opnemen en online plaatsen van beelden van publieke handelingen op sociale media, voor publieke professionals en organisaties? Het eerste verkennende studie over dit thema, uitgevoerd door Stichting Impact met mijn medewerking staat nu online. Deze verkenning biedt voldoende stof om over door te praten en voldoende onderwerpen om verder te (laten) onderzoeken. .
Een intrigerende vraag uit dit?onderzoek is de vraag: waarom doen mensen dit? Helaas is er (nog) geen onderzoek gedaan onder de filmers en diegene die het materiaal online plaatsen. De verschillende professionals geven vier motieven waarom mensen mogelijk filmen (en al dan niet plaatsen):Als een video online verschijnt dan is het proces dat volgt redelijk ongrijpbaar. Als het binnen korte tijd vaak gedeeld of geliked wordt, en al dan niet door andere (sociale) media wordt opgepikt, dan kan een olievlek ontstaan. Het is lastig om op dat moment de verspreiding in te perken. Het is moeilijk om een filmpje volledig van het internet te verwijderen, wanneer het zo vaak wordt gedeeld. Organisaties worden bij vergaande verspreiding van (video)materiaal gedwongen om te reageren. Want: of het nu waar is of niet, als organisatie moet je wel reageren als het breed is verspreid. Al was het maar voor diegene die op de video negatief wordt neergezet.
het uiting geven aan onmacht en frustratie.
het be?nvloeden van het proces van de organisatie (dossiervorming).
sensatiezucht (inclusief persoonlijk gewin).
verveling.
Het is essentieel om deze motivaties te weten, zodat passende reacties zijn te geven. Aanvullend onderzoek op filmers en plaatsers is zeer zeker nodig.
Vanuit persoonlijke ervaring weet een van de onderzoekers Roy Johannink dat een opvallend filmpje miljoenen views kan genereren. Dit kan de plaatser ? wat niet de filmer hoeft te zijn ? ook een bron van inkomsten betekenen. Het wegnemen van deze bron van inkomsten maakt het voor sommige plaatsers, denk aan de treitervloggers, al een stuk minder interessant om (video)materiaal online te plaatsen. Want: als je er geen geld mee verdiend, waarom zou je het dan nog doen?
Maar aan de hand van welke criteria bepalen we of een video al dan niet negatief is. Wat is de rol van YouTube ?n Facebook? Beide kunnen natuurlijk de advertenties weglaten rondom de video?s. Ze kunnen plaatsers ook (tijdelijk) blokkeren. Maar ze gaan dan ook zelf advertentie-inkomsten mislopen van dergelijke succesvolle video?s.
Het is dus allemaal niet zo eenvoudig. De problematiek en de oplossing(en) zijn complex. Dat maakt dit eerste onderzoek inzichtelijk. Er moet wel nog wat veranderen, dat is duidelijk. Alleen wat dan? Suggesties voor vervolgonderzoek en oplossingen zijn zeer welkom, reageer hieronder of laat je idee achter bij Roy Johannink.
Het onderzoek is hier te vinden: Getagd voor het leven; een verkennende studie naar de effecten op professionals van het filmen en online plaatsen van (beeld)materiaal van professioneel handelen, Jurriaan Jacobs, MSc Merel van Herpen, MA Dr. Hans te Brake mmv Drs. Roy Johannink MCDm, Stichting Impact Diemen, december 2016.
Een nachtelijke moord in de Amerikaanse staat Arkansas wordt mogelijk opgelost met hulp van een excentrieke getuige: een slimme AI assistent met de naam Alexa. De politie denkt dat het apparaatje Echo van Amazon – dat normaliter vragen over het weer en de files beantwoordt – per abuis heeft opgenomen hoe verdachte James Bates zijn Walmartcollega Victor Collins heeft vermoord.
Amazon Echo deed twee jaar geleden als eerste grote speler zijn intrede met een stemassistent voor in de huiskamer. Aan de?slimme speaker Echo?kan alles worden gevraagd; hij zoekt het allemaal op. Verder kan hij muziek afspelen, afspraken verzetten en, natuurlijk, spullen kopen via Amazon. Na Amazon volgde onder andere?Google met de Home, een vrijwel identieke speaker. Tegenwoordig kost een Echo Dot minder dan 50 dollar en kun je zelfs in een six pack of twelve pack kopen. In elke kamer dus een persoonlijke assistent is het idee.
De kritiek op Echo en soortgenoten is dat de microfoon altijd aan staat en dus in principe de hele tijd mee kan luisteren. Welke gevolgen dit kan hebben, blijkt nu bij het onderzoek naar een moordzaak in Arkansas.
Alexa, Siri, Cortana
Alexa van Amazon wordt vaak in combinatie met een zogeheten Echo-speaker gebruikt, en beantwoordt hetzelfde soort vragen als spraakassistentes Siri (Apple) en Cortana (Microsoft). Daarnaast kan ze op verzoek muziek afspelen. In principe neemt het apparaatje alleen geluid op als het eerst ‘Alexa’ hoort, maar eerder bleek al dat de assistent bij andere geluiden toch per ongeluk aan gaat. Opnames worden overigens niet op het apparaat zelf bewaard, maar wel op de servers van Amazon. Die servers kunnen de definitieve schuld van Bates bewijzen, zo denkt de politie in Arkansas, maar Amazon geeft vooralsnog geen enkele sjoege.
Met Siri is ook al eerder een moord opgelost, toen een Amerikaan na het plegen van een moord aan Siri vroeg waar hij het lichaam het best kon dumpen.?Letterlijk zei de man: ?Ik moet mijn huisgenoot verstoppen.? Waarna Siri antwoordde met: ?Wat voor plek zoek je? Een moeras, waterreservoir, staalfabriek of een vuilnisbelt???Het antwoord komt voort uit een ingebouwde grap van Apple die inmiddels niet meer beschikbaar is?in Siri. Als je de spraakassistent letterlijk vroeg: ?Wat is de beste plek om een lichaam te verbergen?? kreeg je tot voor kort bovenstaand antwoord.
Internet of Things en Artificial Intelligence
Eerder werd Bates al verraden door zijn slimme watermeter. Dat apparaat liet zien dat de Amerikaan rond het tijdstip van Collins overlijden ruim 500 liter water heeft verbruikt, volgens politie om bloed met een tuinslang van het terras te spoelen. Het lichaam van Collins werd in Bates’ jacuzzi gevonden.
James A. Bates had de bewuste nacht nog samen met enkele collega’s naar American football gekeken met wat biertjes. Bates liet twee vrienden in zijn huis overnachten en ging dan slapen, zo vertelde hij aan de politie. Maar toen hij wakker werd, lag Collins in de jacuzzi te drijven. De politie zag vrij snel dat er kwaad opzet in het spel was.
Gebroken flessen en enkele bloedvlekken rond de jacuzzi deden vermoeden dat er zich een gevecht had voorgedaan. En enkele dagen later werd dat ook bevestigd: de autopsie wees uit de Collins was vermoord. De politie voerde onmiddellijk een huiszoeking uit in het huis van James A. Bates.
In het huis trof de politie tal van ‘smarthome’-toestellen aan, waaronder een slimme thermometer, een slim alarmsysteem, een draadloze monitor voor het weer en… een Amazon Echo.
Amazon?weigert
Volgens?The Information?heeft de politie Amazon opdracht gegeven om alle opnames van verdachte James Andrew Bates over te dragen. Hij gebruikte namelijk de slimme speaker in zijn huis. De politie hoopt in de opnames aanwijzingen te vinden voor de moord.
Aan?Engadget?laat Amazon weten niet mee te willen werken aan het verzoek. “Amazon zal informatie over klanten niet vrijgeven zonder een geldig en bindend juridisch verzoek.” Wel was al bekend dat het bedrijf metadata van de speaker aan de politie heeft overgedragen. Amazon zegt verder niets te registreren zonder dat het wake-up woord ‘Alexa’ wordt gehoord.
De zaak doet denken aan de vergrendelingszaak waarin Apple in 2015 was verwikkeld. Toen vroeg de FBI of Apple toegang wou verlenen tot de iPhone van een terroristenkoppel dat 14 mensen had doodgeschoten in San Bernardino in Californi?. Het kostte de FBI toen veel moeite om de iPhone op eigen kracht te hacken.
Amazon ging toen samen met enkele andere techgiganten achter Apple staan. Amazon-CEO Jeff Bezos liet optekenen dat hij technologie omarmt die moeilijk te hacken is door de overheid, zelfs wanneer die overheid een bevelschrift heeft. Het is dus weinig verwonderlijk dat Bezos nu niet wil meewerken aan deze nieuwe vergrendelingszaak.
Recherchebureaus die door verzekeraars worden ingezet om te kijken of letselschade daadwerkelijk is ontstaan door een ongeluk of dat er sprake is van fraude. Hoe ver gaan deze bureaus in hun werkwijze? Wat is geoorloofd en wanneer gaat het te ver?
Naar aanleiding van de uitzending over letselschade melden zich nieuwe tipgevers bij De Monitor. Zij zeggen allen te maken hebben gehad met recherchebureaus die door verzekeraars zijn ingezet om fraude aan te tonen. Het gaat om verzekeraars van de tegenpartij. Alle tipgevers zijn buiten hun eigen schuld om slachtoffer geworden van een ongeluk en hebben daar blijvend letsel aan overgehouden. Pijnlijk is dat deze mensen daardoor ook minder goed kunnen functioneren in hun banen. En die schade willen ze uiteraard verhalen op de verzekering van de partij die het ongeluk heeft veroorzaakt. Dat kan soms leiden tot een jarenlange strijd tussen beide partijen. Vooral als het gaat om letsel als een whiplash. Dan lijkt het extra moeilijk om te bewijzen dat het letsel is ontstaan door het ongeluk. De verzekering zet bij verdenking van fraude recherchebureaus in om te kijken in hoeverre er aanleiding is om aan het verhaal van het slachtoffer te twijfelen. Op zich geen rare gedachte, gezien het aantal keer dat er jaarlijks wordt gefraudeerd bij verzekeringen. Maar in het geval van letselschade valt dat verhoudingsgewijs juist mee. En er melden zich mensen bij De Monitor die zeggen dat er nauwgezet onderzoek is gedaan naar hun priv?-leven en zij vragen zich af hoever er gegraven mag worden in je verleden. Wanneer wordt de privacy te veel aangetast om een vermoeden van fraude te onderzoeken? Hoe ver gaan verzekeringen bij privacy-onderzoeken die moeten aantonen dat het letsel minder zwaar is dan slachtoffers claimen?
1.Moet je dit willen als (ver)huurder 2. Ik mag hopen dat software&mens nr de conclusies kijken. https://t.co/JRYWq1mr05