SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
Andrew Henderson, 31, draagt een blauw t-shirt waarop staat “Blijf kalm en film de politie”in een van zijn honderden?YouTube-video’s. In een andere heeft hij een hoodie aan met “COPWATCH”. “Verschillende organisaties doneren t-shirts en truien” vertelt Henderson. Na een wedstrijd over de vraag “Waarom ik de politie film?” georganiseerd?door CopBlock.org, kreeg hij weer een hele stapel.?Henderson doet al vijf jaar aan ‘ copwatching’, een fenomeen dat groeit na elk (schiet)incident waar opnames van gedeeld worden.
Het aantal apps om de politie te filmen groeit bijna net zo hard als het aantal incidenten. Velen worden door burgers zelf gemaakt, soms zijn het stichtingen en organisaties die opkomen voor bijvoorbeeld mensenrechten. Het bekendste voorbeeld is de ACLU Police Tape app, maar er zijn ook apps als Y-STOP, Hands-Up, Mobile Justice, SideKik en Five-O.
Henderson is lid van een?informele burgerorganisatie COPWATCH, die ooit in 1990 begon in Berkeley, Californi? nadat bewoners genoeg hadden van de?intimidatie van daklozen en jeugd. Vorige maand werd Henderson nationaal nieuws toen hij een hooggeplaatste agent in St. Paul bekritiseerde op Facebook nadat die commentaar op Black Lives Matter aanhangers had. De agent trok aan het kortste eind en kreeg verplicht verlof.
Een anonieme tipgever wees?Henderson op een Facebook-reactie op een verhaal geplaatst over een geplande Black Lives Matter protest. Hier is de volledige tekst van wat luitenant Jeff Rothecker van?St. Paul schreef op Facebook:
Henderson legt uit dat het niet moeilijk was om de identiteit van de agent te bepalen. “Ik zocht wat verder op?Facebook en vond zijn vrouw. Daarna checkte ik hun?huwelijksakte. En daarna was het makkelijk”. Nog even zoeken op Google en Pipl en hij kwam erachter dat?Rothecker de 2e vice-president van de Minnesota Fraternal Order of Police?was, onderdeel van ’s werelds grootste politievakbond.
Zodra hij Rothecker’s identiteit had geverifieerd, belde Henderson de politie om een klacht in te dienen over deze?agent. Rothecker is naast zijn verlof inmiddels ook?teruggetreden uit zijn functie bij de vakbond en bood?zijn verontschuldigingen aan Black Lives Matter aan. De groep wees?zijn excuses af en eiste strafrechtelijke vervolging.
Na de klacht van Henderson werden al snel vergelijkbare Facebook berichten gevonden van de agent in kwestie. Burgemeester Chris Coleman veroordeelde het gedrag Rothecker. “Ik blijf verontwaardigd over dit?online commentaar,” zei hij. “Hoewel een verontschuldiging zeker op zijn plaats is, is het niet voldoende om het vertrouwen te herstellen,” vervolgde hij. “Ik kan helaas niet aangeven welke?disciplinaire maatregelen worden genomen, omdat de wet mij verbied erover te praten totdat de periode om er tegen?in?beroep te gaan voorbij is.”
Als je even een blik werpt op?The Drewks, het YouTube-kanaal van Henderson zie je in video na video dat?de politie van Minnesota zich misdraagt. In de eerste?video legt hij uit waarom hij?copwatcher is geworden: nadat hij getuige was van een heftige?woordenwisseling tussen een andere inwoner en?de politie. “Ik filmde hen en deelde het publiekelijk om de politie ter?verantwoording op te roepen. Ook al omdat de politie anders?niet ter?verantwoording wordt geroepen.”
Het rassenconflict?is al?een lange tijd iets waar Henserson zich over verbaast. “Ik ben opgegroeid in de stad. Ik ben geen blanke jongen uit een?buitenwijk”, verklaart hij. Henderson groeide op in een volkswijk vol allochtonen. “Als kind kon het me niets?schelen, het was gewoon mijn buurt” herinnert hij zich. “Ik had zowel zwarte als Hmong vrienden.” Pas later toen hij verhuisde naar?een overwegend blanke buurt?werden de verschillen hem duidelijk. “Die mensen spraken me anders aan en behandelden me anders,” zegt hij.
Het is niet zoals Henderson de conflicten tussen burgers en de politie opzoekt, verzekerd hij.?Maar als hij het tegenkomt, zal de?camera altijd aangaan. Hij is vrijwel altijd wel aanwezig bij Black Lives Matter protesten, hoewel hij zich niet de organisatie ervan bezighoudt.
De overheid houdt zelf niet bij?hoeveel politieagenten ontslagen of veroordeeld zijn tot gevangenis voor mishandeling van burgers. Uit een onderzoek van de Washington Post blijkt dat in 10 jaar tijd, tussen 2005-2015, slechts 54 ambtenaren zijn veroordeeld, ondanks duizenden fatale politie schietpartijen. In de afgelopen jaren?hebben een aantal?high-profile gevallen van vermeend politiegeweld en moorden geen gevangenisstraf voor agenten opgeleverd.
In?Minnesota zijn er niet veel cop watchers. Volgens Henderson zijnde meeste leden actief in Californi?, New York en New Hampshire. Een stadje nabij New Hampshire zet een extreem voorbeeld met de website Free Keene, bijna een Mekka voor copwatchers.?De groep?cop watchers?houdt wel actief online?contact en organiseert ook meetups.?Vorig jaar woonde Henderson een cop watchers conferentie bij?in New York City. “We hebben veel geleerd over de beste tactieken om de politie te filmen”, zegt Henderson. “Zo moet je altijd eerst je eigen voeten filmen en vervolgens inzoomen op het incident. Op die manier kan een cop watcher altijd bewijzen hoe ver hij van een incident stond”.
Er komen ook?ethische dilemma’s kijken bij copwatching. “Bijvoorbeeld hoe je omgaat?met de mensen die je filmt” vertelt Henderson. Hij maakt zijn aanwezigheid altijd bekend, zegt waarom hij er is, en dat hij er is om te helpen. En soms is het niet ethisch om bericht video online te plaatsen als de persoon die in beeld is minderjarig is of als de politie er was voor medische hulpverlening.
Op de vraag of Andrew?Henderson zou overwegen om een baan bij de St. Paul politie aan te nemen als intern onderzoeker schrikt hij terug en zegt heel duidelijk NEE. “Ik denk dat het makkelijker is om dit werk te doen vanuit de?buitenwereld. Politie-afdelingen die zichzelf onderzoeken vinden zich vrijwel nooit ergens schuldig aan. En langs de buitenkant gaat het ook veel sneller en eenvoudiger.”
In de tussentijd blijft Henderson zijn best doen: filmen wat hij ziet en dit delen met de wereld.
Peaceful Streets Project
Een andere bekende activist tegen politiegeweld is Antonio Buehler die als 34 jarige veteraan de politie filmde terwijl die een vrouw mishandelden. Buehler werd zelf ook gearresteerd en richtte daarna de?Peaceful Streets Project op. Sindsdien is hij tientallen malen gearresteerd voor het filmen van de politie en hij strijd nog steeds tegen politiegeweld en misbruik van macht. Hieronder zijn verhaal:
Er is iets nogal onsmakelijke en scheef over aanwerven gebruikers van sociale media als ereleden van de politie.
Ook een artikel USA Today vanaf 2012 gedocumenteerd hoe meer dan 40 politie-afdelingen in de Verenigde Staten al naar YouTube en andere sociale sites had gedraaid, met de Philadelphia politie waaruit blijkt dat sociale media hen had geholpen oplossen 85 gevallen tussen februari 2011 en juni 2012 ( de datum van publicatie van het artikel). Een paar jaar later, de Internationale Vereniging van hoofden van politie kondigde aan dat 95 procent van de politiekorpsen in de Verenigde Staten gebruik maken van sociale media in een of andere hoedanigheid, en dat 82,3 procent van de krachten ondervraagden dienst dergelijke media met het oog op het nastreven van criminele onderzoeken.
Met andere woorden, social media gebruik is nu een gevestigde onderdeel van de dag-tot-dag politiewerk. In feite is een indicatie van hoe goed gevestigde deze praktijken zijn, en hoe geco?pteerd in de strijd tegen de misdaad de gebruikers van sociale media zijn geworden, kunnen worden glimp als je zoekt Twitter accounts voor “de politie.” Hier vindt u een lijst van bijna alle grote politie-afdelingen en organisaties in de Engels-sprekende wereld te zien: de Metropolitan Police (Groot-Brittanni?), de Politie van Toronto (Canada), de Mumbai politie (India), de Zuid-Afrikaanse politie , New South Wales Police (Australi?) en de Nigeria politie. Deze instellingen en nog veel meer zijn nu een bezoek aan social media sites dagelijks, tweeten over gaat en op ‘wilde’ mensen, het plaatsen van foto’s van vermiste personen en het delen van diverse mededelingen van de overheid.
De “Soft” Police State
Nog afgezien van de praktische gebreken en nadelen van de technologische ommekeer in policing (meer informatie over deze binnenkort), is er iets nogal onsmakelijke en scheef als een kwestie van principe over inhuren gebruikers van sociale media als ereleden van de politie. Gezien het feit dat ongeveer 72 procent van de online Amerikaanse bevolking gebruik van sociale media sites (en 62 procent van de hele volwassen bevolking van de VS gebruikt Facebook), dit komt neer op een vrij groot netwerk van slapende informanten, mogelijk – en soms onbewust – verraden op hun shifty- buren kijken.
Deze tactieken zijn onsmakelijke omdat ze ernstige gevolgen hebben voor de burgerlijke vrijheden. Omdat gebruikers van sociale media als een percentage van de totale bevolking zijn zo groot, en omdat social media zijn zo alomtegenwoordig, de integratie ervan in routine politie-operaties heeft de enorme capaciteit om de natie te vormen tot een “zachte” politiestaat, althans voor zover zij en de politie zullen genieten van de buurt-constante toegang tot elkaars. Binnen deze hypothetische toestand, zal de politie te kunnen verwerken en controleren online activiteiten van het publiek, zonder het verlaten van hun hoofdkantoor, terwijl het publiek een zeer onmiddellijke en moeiteloze manier van melden van “verdacht” gedrag of “nuttige” informatie aan de autoriteiten moeten. Als een dergelijk scenario gerealiseerd, dan zou de politie een constante, als zeer discreet, de aanwezigheid in ons leven, in staat om te waken over ons en maken het makkelijker voor ons om te waken over onszelf geworden.
Dat gezegd hebbende, of alle 72 procent van de online Amerikaanse bevolking zal worden part-time snitches zal uiteindelijk een kwestie van hoe effectief de politie in hen aan te moedigen maken de meeste van de nieuwe kanalen geopend door het internet, en dit op zijn beurt zal een zaak van de politie middelen en beleid. Toch, als er genoeg van de 72 procent ge?nteresseerd zijn, en als de politie verder verhogen van hun ingreep in de sociale media, dan kunnen we uiteindelijk het invoeren van een aantal al te echte parodie van 1984 (als de National Security Agency ons nog niet heeft gebracht er).
Uitgebreid gebruik van sociale media heeft de potentie om de gemarkeerde raciale ongelijkheid die al het strafrecht wrack verergeren.
De infiltratie door de politie van sociale media en daarmee “het sociale domein ‘in de abstracte vertegenwoordigt al iets van een schending van de privacy, een overtreding van de private-sociale domein door het publiek-politieke. Facebook’s missie, bijvoorbeeld, stelt dat de social media site is gewijd aan “mensen” en hun vermogen om “verbonden te blijven met vrienden en familie.” Het zegt niets over het verstrekken van de overheid met een directe toegang lijn naar zulke mensen, of de middelen van het aanboren van de netwerken en sociale ruimtes die ze hebben ontwikkeld als een bron van informatie over criminele activiteiten (nogmaals, het is al algemeen bekend dat Facebook heeft verraden zijn eigen zelfverklaarde missie in andere opzichten). Toch is dit precies wat Facebook en andere soortgelijke sites aan het doen zijn: waardoor sociale netwerken te bouwen, zodat ze direct kunnen worden gepenetreerd door de politie en de verschillende initiatieven.
Een dergelijke massale schaal opening van sociale groepen om de aanwezigheid van de politie is een ongekende ontwikkeling, en in zijn kielzog, kan het misschien wel stimuleren de proliferatie van gebruikers van sociale media die zich part-gewone civiele en part-vigilante overwegen. In Australi?, bijvoorbeeld, was er het geval van een bezorgde moeder die ten onrechte dacht een man die een foto van haar kinderen in een winkelcentrum als er in feite hij was gewoon het nemen van een selfie naast een beeld van Darth Vader. De moeder nam toen een foto van hem, gepost op Facebook en meldde hem aan de politie, die sprong naar de ongefundeerde conclusie dat hij een pedofiel was.
Nog meer alarmerend, is er de ontwikkeling van Facebook op basis van burgerwachten in landen vari?rend van het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, waar mensen elkaar nu zijn bemoedigend om potenti?le inbrekers en seksuele aan intimidatie begrijpen, vaak in toenemende mate gewelddadige manieren Peru.
Er is zelfs de mogelijkheid dat social-media-gebaseerde eigenrichting zelf fokken van een meer algemene, onvoorbereid cultuur van self-policing, waardoor mensen worden beschaamd en berispte zelfs voor meer persoonlijke peccadilloes. Bijvoorbeeld, in juli 2015, was er het verhaal van de twee zussen die beelden van een getrouwde vrouw sexting een andere man getweet zittend naast haar echtgenoot bij een honkbalwedstrijd. Het is waarschijnlijk dat de toegenomen zichtbaarheid en de activiteit van de politie op social media, dit soort toevallige internet activisme zal alleen worden aangemoedigd en verder gemotiveerd, wat resulteert in een klimaat waarin een groeiend aantal overijverige mensen zijn “policing” en intimiderend elkaar in de nastreven van voorkeuren en retweets.
Trigger-Gelukkig Identifications en Onrechtmatige Overtuigingen
Afgezien van de mogelijke effecten op de cultuur en de samenleving, zijn er verschillende juridische en technische problemen met de toenemende afhankelijkheid van de politie-instanties op social media. Ten eerste is er de mogelijkheid dat, verre van betrouwbare, ontvangen informatie van het publiek wordt gekweld onnauwkeurigheden en vervormingen. Door het openen van zichzelf tot miljoenen gebruikers op Facebook en Twitter, politie potentieel opent zich tot een grotere hoeveelheid verkeerde informatie en speculatie. Voorbeelden van dergelijke misleidende lawaai in overvloed als het gaat om het internet en sociale media, zoals de meeste schril onthuld door de Boston Marathon bombardementen en de initi?le verkeerde identificatie van de personen die verantwoordelijk zijn voor de gruweldaad. Er zijn vele soortgelijke episodes van mensen ten onrechte bestempeld als moordenaars via social media. Als gevolg daarvan moet de politie om extra middelen te besteden te ziften door middel van een uitgebreide massa van junk. Deze situatie werpt ook de verontrustende mogelijkheid dat onterechte veroordelingen kan toenemen in parallel.
Dat een toename van onrechtmatige overtuigingen te verwachten valt, wordt dag gelegd door het feit dat volgens het Innocence Project, 72 procent van de onterechte veroordelingen zijn het resultaat van ooggetuige verkeerde identificatie. Wat deze verkeerde identificatie, zij over het algemeen ontstaan doordat mensen gevoelig zijn voor het hebben van hun adviezen over wie zij zagen en die zichtbaar is in bewijskracht beeldspraak be?nvloed door in te grijpen suggesties, zoals in de goed gedocumenteerde 1984 verkrachting van Jennifer Thompson, die ten onrechte een onschuldige ge?dentificeerd man als haar aanvaller nadat ze foto’s getoond van bekende criminelen door de politie. Wat dit betekent is dat, met de toename van sociale media melden van misdaden door de politie en nieuws verkooppunten, ooggetuigen zijn waarschijnlijk op dezelfde manier worden be?nvloed door de ‘interveni?rende suggesties “Deze reportage biedt.
Een dergelijk geval van de slachtoffers worden be?nvloed door “tussenliggende suggesties” gebeurde in een onderzoek door de in Toronto gevestigde Neuberger & Partners LLP, die opmerkt dat de identificatie van haar belager van het slachtoffer in de rechtszaal werd bedorven door “haar het bekijken van [de verdachte] beeld op beschouwd Facebook een dag of twee na de overval. ” Hetzelfde artikel stelt ook vast dat een rechter gevraagd om minder gewicht worden gegeven aan de identificatie van een jonge persoon als de dader van een aanval op zijn neef een oom, aangezien dit de oom van de verdachte Facebook-profiel had gezien – vol met wapen en bende iconografie – v??r waardoor de identificatie.
In deze twee voorbeelden, de betrokken gerechten waren bang dat social media de betrokken richting van vals-positieve getuigenis getuigen kunnen zijn scheef. Net zoals ze zich zorgen over dit waren, zo moeten we bang dat het toenemende gebruik van social media de politie kan scheef in de richting van een vergelijkbaar resultaat. Dit houdt in dat het risico van sociale media niet alleen in de waarschijnlijkheid van valse identificaties van het publiek, zoals met het Australische model, die werd ondervraagd door de politie nadat ze ge?dentificeerd via social media als de dader van de bomaanslag 2015 Bangkok heeft wonen. Nee, het ligt dan ook in de manier waarop de politie actief mijnen en zoek social media sites zelf, preventief signaleren waarschijnlijk criminelen en teren hun online sociale netwerken als mogelijke co-samenzweerders.
In Fresno, Californi?, dit is voelbaar in de manier waarop de politie gebruik maken van nieuwe software die bekend staat als “Pas op” om de “dreiging score ‘van individuen te berekenen. Afhankelijk van hun “data punten, waaronder arrestatie rapporten, eigendom records, commerci?le databases, diepe zoekopdrachten Web en de [individuele] social-media postings, ‘verdachten en personen die van belang zijn ingedeeld op basis van een stoplicht systeem (dat wil zeggen rood, geel en groen), met rode aanwijzing van de grootste bedreiging en groen het laagst.
Dergelijke software kan dingen makkelijker te maken voor de politie toen zich klaarmaken voor een verzending, maar op hetzelfde moment dat vlaggen ??n van de meest ongezonde gevolgen van “social media policing.” Dat is, gezien het racisme al in de identificatie van embedded “verdachten” het is zeer waarschijnlijk dat “bedreiging scores” en social media profielen onevenredig zwarte mensen en andere mensen van kleur zal zich richten op. Als dat zo is, de “Beware” systeem en de uitgebreide sociale media te gebruiken het vertegenwoordigt hebben het potentieel om de gemarkeerde raciale ongelijkheid die al het strafrecht wrack verergeren.
Ook, zoals de American Civil Liberties Union al heeft beweerd, de Fresno politie brede kwast aanpak van personen die van belang kan ertoe leiden dat de politie aankomen op een sc?ne bereid zijn om wat onnodig hardhandige en oneerlijke actie te ondernemen. Hoewel haar innerlijke werking is een goed bewaard geheim, het Pas programma is waarschijnlijk niet in staat om onderscheid te maken tussen iemand die berichten echt crimineel materiaal op hun social media-accounts en iemand die, bijvoorbeeld, is kritisch over de politie en hun beleid (bijvoorbeeld Black Lives Matter). Als zodanig is het bestaan ervan is nog een indicatie van hoe het gebruik van sociale media eigenlijk kan uiteindelijk het verlagen van de kwaliteit van de politie, in plaats van te verbeteren.
Het verlies van de onschuld
Zoals andere commentatoren hebben opgemerkt, had de politie al trawlvisserij via social media lang voordat Pas op, en voor het grootste deel, is het gebruik van Facebook en Twitter duidelijk problematisch geweest. Vaak hebben ze het gebruiken om contouren van bendes stuk samen, met behulp van de beschikbare netwerken van vrienden, volgelingen en houdt ervan om af te leiden die strafrechtelijk kan worden geassocieerd met bekende outlaws. Het ding is, deze methode ontbreekt ook veel nuance en context, omdat het geen rekening houdt met de mogelijkheid dat “friending” een persoon die een misdaad of “smaak” een video van een misdrijf heeft gepleegd bijvoorbeeld, betekent niet noodzakelijk dat je bent eigenlijk in competitie met die persoon of dat de misdaad hebben begaan. In sommige high-profile gevallen heeft dit soort eenvoud leidde tot valse arrestaties en lasten, zoals met Jelani Henry, die in 2012 werd beschuldigd van poging tot moord na smaak berichten van een Harlem bende, die zijn broer als een van zijn leden geteld .
Henry was niet de enige persoon in de eerste plaats worden gearresteerd voor zijn of haar online activiteiten. In 2012, de New York City Police Department lanceerde Operation Crew Cut, een initiatief dat zich rond het monitoren van social media-activiteiten, en veel daarvan afkomstig van de zwarte bevolking. Sinds het begon, hebben talrijke invallen uitgevoerd door de afdeling, met de meest beruchte zijn een juni 2014 manoeuvre in Harlem, dat 103 arrestaties in verband gesaldeerd met twee moorden, in het proces onderbouwing van de vrees dat sociale media de politie zullen onevenredig afbreuk mensen van kleur . In de aanklachten machtiging van deze arrestaties, “Facebook” lijkt meer dan 300 keer, en hoewel veel of de meeste van de gearresteerde personen kunnen een zekere mate van schuld hebben uitgevoerd, naar het voorbeeld van Jelani Henry insinueert ten zeerste dat een aantal van de 103 onschuldige kan zijn geweest . Inderdaad, een City University of New York professor in de rechten gezegd net zo veel over het onderwerp, waarin staat dat de politie nu gebruik van sociale media om “te houden 50 kids verantwoordelijk” voor een enkele opname.
Deze gevallen tonen aan dat, net als bij vragen het publiek om te helpen bij het identificeren van verdachten en personen van belang, het gebruik van sociale media kan het opvoeren van de omvang en de snelheid van politie-onderzoeken, maar ten koste van het verliezen van subtiliteit en precisie. Afgezien van het gevangen zetten van af en toe een onschuldig, bestaat de vrees dat de strategie van pre-labeling individuen als ‘bendeleden’ of ‘bedreigingen’ een rol spelen in de rechtszaal kunnen spelen ook, ter vervanging van het vermoeden van onschuld – een van de fundamentele principes van het strafrecht – met het vermoeden van schuld.
Dit werd in 2015 een wet paper geschreven door onderzoekers van de Universiteit van Londen in het Verenigd Koninkrijk, die beweren dat het concept van de verdachte bevat nu een erkenning van schuld besproken. Ze vertellen een dronken rijden Twitter campagne uitgevoerd door Staffordshire politie in het Verenigd Koninkrijk, een campagne die publiekelijk ge?dentificeerde mensen dronken bestuurders, ondanks het feit dat deze mensen alleen maar meer is belast met (en niet veroordeeld voor) rijden onder invloed. Hoewel het niet als publieke, de praktijk van het gebouw databanken en netwerken van mensen die hebben beschuldigd van misdaden heeft een soortgelijk effect. Het labelt mensen als “niet ‘volledig onschuldige,’ ‘smeren ze in de ogen van de politie voordat ze zelfs de kans om te verschijnen in de rechtbank en hun naam te zuiveren.
Vechten eigenrichting Met eigenrichting
auteurs van het papier er rekening mee dat het gebruik van de technologie rondom social media kan de politie te misleiden door te denken dat hun onderzoek zijn navenant “wetenschappelijke” en “objectieve”. Omdat ze de gegevens van de wil van Facebook te vergaren in een min of meer systematische manier, kunnen zij een al te zelfverzekerd en overmoedig geloof in het bewijs van deze gegevens biedt cultiveren.
Misschien geeft dit een van de grootste gevaren van allemaal: dat de politie zal denken technologie maakt automatisch hen onfeilbaar. Hiermee misverstand kan een verhoging van de soorten fouten en onrechtvaardigheden hierboven beschreven zijn, en in het onvermogen om deze voor wat ze werkelijk zijn zien. De politie kan beginnen een steeds grotere hoeveelheid valse verklaringen te aanvaarden van het publiek, en ze kunnen beginnen met het arresteren van een steeds groter aantal onschuldige mensen, al die tijd van overtuigd dat hun zwaartekracht in de richting van social media en big data verzekert hen tegen dergelijke fouten. In sommige opzichten, zal de ontvangst van valse informatie en de arrestatie van onschuldige mensen niets nieuws voor hen, net zoals het bestaan van de burgerwacht subculturen en vooroordelen tegen mensen van kleur zijn ook niets nieuws.
Echter, gezien de enorme omvang wordt geboden door sociale media en het internet, deze ongelukkige verschijnselen kan heel goed vermenigvuldigen op het vergroten van grootheden, een combinatie van een toename van de sociale media vigilantism met een toename van vermoedens van schuld. Dergelijke een dodelijke combinatie zou leiden tot een stijging van de onrechtmatige arrestaties en veroordelingen, verpest leven en de verdere afbrokkeling van het vertrouwen in de politie op hetzelfde moment. Uiteindelijk is dit sombere mogelijkheid houdt in dat als we willen een dergelijke situatie ooit tot stand komen te voorkomen, moeten we – enigszins ironisch genoeg – uit te oefenen een zekere eigenrichting van ons eigen. Natuurlijk, dit betekent niet dat we moeten stoppen met het gebruik van sociale media in totaal, alleen dat we ons moeten stoppen met misbruiken, uit zodat het een instrument van onderwerping in plaats van ??n van ‘empowerment’ te worden.
————
The use of new digital technologies in policing, far from strengthening the balance of justice in the world, may only weaken it further. (Photo: Internet policing via Shutterstock)
The police are in your home. No, not quite literally, but almost. Just like the billion-plus people who log onto Facebook every day and the thousands of self-promoters who brag on Twitter about crimes they’ve committed, the cops have been flocking to social media for several years now. From the Wayne County Sheriff’s Office in Ohio to the New York City Police Department, they’ve been setting up social media accounts, all in a bid to communicate more effectively with the public and, ostensibly, to solve cases. From the perspective of the forces involved, this strategy has worked wonders, with a litany of people incriminating themselves via boastful Facebook posts, and the public obligingly responding to closed-circuit television footage with the names of suspects.
Yet despite the noticeable benefits to police departments of harnessing social media and big-data technology to transform thousands (if not millions) of people into unofficial police informants, there are numerous demonstrated and potential downsides to this change in police operations. Not only does it open the floodgates of official police channels to the slews of misinformation often associated with the dawn of the internet, but also it threatens to stimulate a growth in misguided internet vigilantism and increase wrongful convictions. If this happens on any considerable scale, then the use of new digital technologies in policing, far from strengthening the balance of justice in the world, may only weaken it further.
One of the Biggest Crime-Fighting Tools
For some departments, the use of these technologies is already prevalent. In San Jose, California, the police recently chalked a 75 percent reduction in burglarieslargely up to their systematic employment of social media and technology. According to a press release, they’ve begun exploiting a program that “almost immediately” posts images and surveillance video on their public portals. What’s more, these media postings have apparently witnessed an emphatic public response, with tips flooding in on most cases, and with six suspects being identified for the last 10 cases they’ve publicized. Whether these were reliable tips and identifications wasn’t disclosed by the department, but for the moment, that’s neither here nor there.
Similar social media boosts to police operations have been reported elsewhere. In Midwest City, Oklahoma, the police testified to social media having a comparable effect on their performance. Chief of Police Brandon Clabes declared that videos placed on social media were “helping the department solve more crimes,” and have become “one of our biggest crime fighting tools [the department has] in this day and age.”
There is something rather unsavory and askew about enlisting social media users as honorary members of the police.
Likewise, a USA Today article from 2012documented how more than 40 police departments across the United States had already turned to YouTube and other social sites, with the Philadelphia police stating that social media had helped them solve 85 cases between February 2011 and June 2012 (the date of the article’s publication). A couple of years later, the International Association of Chiefs of Police announcedthat 95 percent of police forces in the United States use social media in one capacity or another, and that 82.3 percent of the forces polled employ such media for the purposes of pursuing criminal investigations.
In other words, social media use is now a well-established component of day-to-day policing. In fact, an indication of just how well established these practices are, and just how co-opted in the fight against crime the users of social media have become, can be glimpsed if you search Twitter accounts for “police.” Here, you will see a list of almost all the major police departments and organizations in the English-speaking world: the Metropolitan Police (the UK), the Toronto Police (Canada), the Mumbai Police (India), the South African Police Service, New South Wales Police (Australia) and the Nigeria Police Force. These institutions and more are now visiting social media sites daily, tweeting about and at “wanted” persons, posting images of missing persons and sharing various public service announcements.
The “Soft” Police State
Quite apart from the practical defects and downsides to the technological turn in policing (more on these soon), there is something rather unsavory and askew as a matter of principle about enlisting social media users as honorary members of the police. Given that some 72 percent of the online US population use social media sites (and 62 percent of the entire adult US population use Facebook), this equates to quite a large network of dormant informers, potentially – and sometimes unwittingly – ratting on their shifty-looking neighbors.
These tactics are unsavory because they have grave implications for civil liberties. Because users of social media as a percentage of the total population are so considerable, and because social media are so ubiquitous, their incorporation into routine police operations has the sheer capacity to transform the nation into a “soft” police state, at least insofar as they and the police will enjoy near-constant access to each other. Within this hypothetical state, the police will be able to process and monitor the public’s online activity without leaving their headquarters, while the public will have a very immediate and effortless means of reporting any “suspicious” behavior or “useful” information to the authorities. If such a scenario were realized, then the police would become a constant, if very discreet, presence in our lives, able to watch over us and make it easier for us to watch over ourselves.
That said, whether all 72 percent of the online US population will become part-time snitches will ultimately be a matter of how effective the police are in encouraging them to make the most of the new channels opened up by the internet, and this in turn will be a matter of police resources and policy. Still, if enough of the 72 percent are interested, and if the police continue increasing their encroachment into social media, then we may end up entering some all-too-real parody of 1984 (if theNational Security Agency?hasn’t already brought us there).
Expanded social media use has the potential to exacerbate the marked racial disparities that already wrack the criminal legal system.
The infiltration by the police of social media and thereby “the social domain” in the abstract already represents something of a violation of privacy, a violation of the private-social realm by the public-political. Facebook’s mission, for example, states that the social media site is dedicated to “people” and their ability to “stay connected with friends and family.” It says nothing about providing the authorities with a direct access line to such people, or with the means of tapping the networks and social spaces they’ve developed as a source of information on criminal activity (then again, it’s already common knowledge that Facebook has betrayed its own self-declared mission in other respects). Even so, this is exactly what Facebook and other similar sites are doing: allowing social networks to be built so that they can be penetrated instantly by the police and their various initiatives.
Such a mass-scale opening of social groups to the presence of police is an unprecedented development, and in its wake, it may arguably spur the proliferation of social media users who consider themselves part-ordinary civilian and part-vigilante. In Australia, for example, there was the case of a concerned mother who mistakenly thought a man was taking a photo of her children in a shopping mall when in fact he was simply taking a selfie next to a picture of Darth Vader. The mother then took a photo of him, posted it on Facebook and reported him to the police, having jumped to the unfounded conclusion that he was a pedophile.
Even more alarmingly, there’s the development of Facebook-based vigilante groups in countries ranging from the UK and Germany to Peru, where people are now encouraging each other to apprehend potential burglars and sexual harassers, often in increasingly violent ways.
There’s even the possibility that social-media-based vigilantism is itself breeding a more generalized, offhand culture of self-policing, through which people are being shamed and chided even for more personal peccadilloes. For example, in July 2015, there was the story of the two sisters who tweeted footage of a married woman sexting another man while sitting beside her husband at a baseball game. It’s probable that with the increased visibility and activity of police on social media, this kind of haphazard internet activism will only be encouraged and motivated further, resulting in a climate where a growing number of overzealous people are “policing” and harassing each other in the pursuit of likes and retweets.
Trigger-Happy Identifications and Wrongful Convictions
Aside from its potential effects on culture and wider society, there are various legal and technical issues with the increasing reliance of police agencies on social media. For one, there is the potential that, far from being reliable, the information they receive from the public is racked with inaccuracies and distortions. By opening themselves up to millions of users on Facebook and Twitter, police potentially open themselves up to a greater quantity of misinformation and speculation. Examples of such misleading noise abound when it comes to the internet and social media, as is revealed most starkly by the Boston Marathon bombing and the initialmisidentification of the individuals responsible for the atrocity. There are many analogous episodes of people being wrongly labeled as murderers via social media. As a result, police need to expend extra resources to sift through an expanded mass of junk. This situation also raises the disturbing possibility that wrongful convictions may increase in parallel.
That an increase in wrongful convictions is likely is evinced by the fact that,according to the Innocence Project, 72 percent of wrongful convictions are the result of eyewitness misidentifications. As for these misidentifications, they generally occur because people are susceptible to having their opinions on who they saw and who is visible in evidential imagery influenced by intervening suggestions, such as in the well-documented 1984 rape of Jennifer Thompson, who wrongly identified aninnocent man as her assailant after being shown photos of known criminals by the police. What this means is that, with the increase of social media reporting of crimes by the police and news outlets, eyewitnesses are likely to be similarly swayed by the “intervening suggestions” this reportage provides.
Such a case of victims being influenced by “intervening suggestions” happened in a trial considered by the Toronto-based Neuberger & Partners LLP, who noted that the victim’s identification of her assailant in court was tainted by “her viewing [the suspect’s] picture on Facebook a day or two after the robbery.” The same article also notes that a judge asked that less weight be given to an uncle’s identification of a young person as the perpetrator of an assault on his nephew, since this uncle had seen the suspect’s Facebook profile – replete with weapon and gang iconography – before making the identification.
In these two examples, the courts involved were worried that social media may have skewed the witnesses concerned toward false-positive testimony. Just as they were worried about this, so too should we be worried that the growing use of social media may skew the police toward a similar outcome. This implies that the risk of social media doesn’t simply reside in the likelihood of false identifications from the public, such as with the Australian model who was questioned by police after being identified via social media as the culprit of the 2015 Bangkok bombing. No, it also resides in how the police actively mine and search social media sites themselves, preemptively flagging up likely criminals and tarring their online social networks as potential co-conspirators.
In Fresno, California, this is tangible in how police use new software known as “Beware” to calculate the “threat score” of individuals. Depending on their “data points, including arrest reports, property records, commercial databases, deep Web searches and the [individual’s] social-media postings,” suspects and persons of interest are classified according to a traffic-light system (i.e. red, yellow and green), with red designating the greatest threat and green the lowest.
Such software might make things easier for the police when readying themselves for a dispatch, yet at the same time it flags up one of the more unwholesome ramifications of “social media policing.” That is, given the racism already embeddedin the identification of “suspects,” it’s highly likely that “threat scores” and social media profiling will disproportionately target Black people and other people of color. If so, the “Beware” system and the expanded social media use it represents have the potential to exacerbate the marked racial disparities that already wrack the criminal legal system.
Also, as the American Civil Liberties Union has already asserted, the Fresno police’s broad-brush approach to persons of interest may result in the police arriving at a scene prepared to take some unnecessarily heavy-handed and unfair action. Even though its inner workings are a closely guarded secret, the Beware program is likely unable to distinguish between someone who posts genuinely criminal material on their social media accounts and someone who, for example, is critical of the police and their policies (e.g. Black Lives Matter). As such, its existence is one more indication of how the use of social media may actually end up lowering the quality of policing, rather than improving it.
The Loss of Innocence
As other commentators have observed, the police had been trawling through social media long before Beware, and for the most part, their use of Facebook and Twitter has been distinctly problematic. Often, they use it to piece together outlines of gangs, using the available networks of friends, followers and likes to deduce who might be criminally associated with known outlaws. The thing is, this method also lacks considerable nuance and context, as it disregards the possibility that “friending” a person who has committed a crime or “liking” a video of a crime, for instance, doesn’t necessarily mean you’re actually in league with that person or have perpetrated that crime. In certain high-profile cases, this kind of simplicity has led to false arrests and charges, such as with Jelani Henry, who in 2012 was charged with attempted murder after liking posts by a Harlem gang, which counted his brother as one of its members.
Henry wasn’t the only person to be arrested primarily for his or her online activity. In 2012, the New York City Police Department launched Operation Crew Cut, an initiative that based itself around the monitoring of social media activity, much of it coming from Black people. Since it began, numerous raids have been conducted by the department, with the most infamous being a June 2014 maneuver in Harlem that netted 103 arrests in connection with two homicides, in the process substantiating the fear that social media policing will disproportionately prejudice people of color. In the indictments authorizing these arrests, “Facebook” appears more than 300 times, and even though many or most of the arrested individuals may have carried some degree of guilt, the example of Jelani Henry strongly insinuates that some of the 103 may have been innocent. Indeed, a City University of New York law professor said just as much on the subject, stating that the police are now using social media to “hold 50 kids accountable” for a single shooting.
These cases show that, as with asking the public to help in identifying suspects and persons of interest, using social media may ramp up the scale and speed of police investigations, but at the cost of losing subtlety and precision. However, beyond jailing the occasional innocent, there are fears that the strategy of pre-labeling individuals as “gang members” or “threats” may play a role in the courtroom as well, replacing the presumption of innocence – one of the fundamental tenets of the criminal legal system – with the presumption of guilt.
This was discussed in a 2015 law paper written by researchers from the University of London in the UK, who argue that the concept of the suspect now contains a recognition of guilt. They recount a drunk-driving Twitter campaign conducted by Staffordshire Police in the UK, a campaign that publicly identified people as drunk drivers, despite the fact that these people had only been charged with (and not convicted for) driving under the influence. While it’s not as public, the practice of building databases and networks of people who’ve been charged with crimes has a similar effect. It tags people as “not ‘wholly innocent,'” smearing them in the eyes of the police before they even have the chance to appear in a court of law and clear their names.
Fighting Vigilantism With Vigilantism
The paper’s authors note that the use of the technology surrounding social media may deceive the police into thinking that their inquiries are correspondingly “scientific” and “objective.” Because they amass data from the likes of Facebook in a more-or-less systematic way, they may cultivate an overly confident and hubristic faith in the evidence this data provides.
Perhaps this presents one of the biggest dangers of them all: that the police will think technology automatically makes them infallible. With this misapprehension may come an increase in the kinds of errors and injustices outlined above, as well as in the inability to see the latter for what they truly are. The police may begin accepting an ever-greater quantity of spurious statements from the public, and they may begin arresting an ever-greater number of innocent people, all the while convinced that their gravitation toward social media and big data insures them against such mistakes. In some ways, the receipt of false information and the arrest of innocent people will be nothing new for them, just as the existence of vigilante subcultures and bias against people of color are also nothing new.
However, given the massive scale afforded by social media and the internet, these unfortunate phenomena may very well proliferate at increasing magnitudes, combining an increase in social media vigilantism with an increase in presumptions of guilt. Such a lethal combination would lead to a surge in wrongful arrests and convictions, ruining lives and further eroding trust in the police at the same time. Ultimately, this gloomy possibility entails that if we want to prevent such a situation from ever coming into being, we must – somewhat ironically – exercise a certain vigilantism of our own. Of course, this doesn’t mean we should stop using social media altogether, only that we should stop ourselves from misusing it, from allowing it to become an instrument of subjugation rather than one of empowerment.
Vraag Curtis Hart of hij zichzelf ziet als burgerwacht (‘vigilante’) en je krijgt een bot antwoord.?”Ik heb nog ergere namen gekregen,” zegt hij. Hoe ze ook heten, Curtis en vijf van zijn vrienden die zichzelf de Punisher Squad noemen, dienen volgens hen een belangrijk doel. Ze vangen wat ze in Amerika de?roofdieren van het internet noemen (online predators). Nog voordat ze de kans krijgen om toe te slaan grijpen zij in en plaatsen video’s van hun ontmoetingen op YouTube. Ze bellen pas?de politie als het tijd is voor een?arrestatie.
Hun eerste keer, dat als experiment begon,?was meteen een succes vertelt Curtis.?Het bewijs daarvan is de arrestatie van de 36-jarige Adam Olson uit Castle Rock die vervolgens achter de tralies verdween met een borgsom van $50.000.?”Hij dacht dat?hij seks kon hebben met een 13-jarig meisje” vertelt Curtis. “De hele zaak was net?een aflevering van ‘To Catch a Predator‘.”
In het politierapport van Kelso staat dat Curtis en een vriend een bericht plaatsten middels de app ‘Whisper‘. Ze deden zich voor als een 14-jarig meisje die ‘een leuke tijd wilde hebben met een oudere man.’?”Onmiddellijk kreeg ik 30 tot 40 reacties,” geeft?Curtis aan. Hij zegt dat hij zich toen richtte op Olson en ze wisselden Selfies uit. Curtis deed alsof hij een tienermeisje was en biechtte op dat ze eigenlijk maar 13 was. Al snel werd het gesprek seksueel getint.?”Het was absoluut walgelijk”, aldus Curtis. Hij zegt dat Olson aandrong op een ontmoeting dus hij vroeg wat vrienden, waarvan een van hen gewapend was, en ze koersten naar?Tom O’Shanter Park in Kelso waar de ontmoeting plaatsvond.
Onderstaande?YouTube-video (waarschuwing: expliciet taalgebruik) laat zien wat er daarna gebeurde.
De politie van Kelso wist van niets totdat Curtis en zijn vrienden het wel genoeg videomateriaal vonden voor een arrestatie. Die vond kort daarna?ook plaats. ?”We wilden het niet aan de politie laten weten, want je kunt toch niet op je handen gaan zitten en wachten op de overheid om alles maar in orde te maken?”, aldus Curtis. “Als je wacht tot de overheid eindelijk wat doet eindigt je stad net als Flint, Michigan” (Flint is al enige jaren een van de meest onveilige steden van de VS).
De groep gebruikt dezelfde methode als vele andere burgerspeurders en pedofielenjagers. En deze trend kreeg de naam “The Hunter Phenomenon”.
In andere steden zou de politie hebben geprobeerd dit fenomeen te stoppen, waarbij ze zouden aangeven?dat het levens kapot maakt (vaak ook van familieleden), burgers in gevaar brengt?en de kansen op vervolging be?nvloed.
De politie van Kelso wilde niet reageren op dit?voorval.?Een aantal inwoners wilden dat wel, zoals?David Willis. Hij heeft twee dochters, en hij is er helemaal voor.?”De politie is hierdoor overweldigd”, zegt hij. “Je wilt toch dat mensen uit?een gemeenschap voor elkaar opkomen.”?Anderen?waren minder enthousiast.?”Zij zijn geen politie”, aldus Bob Johnson. “Ze hebben geen ervaringen en weten niet wat ze doen. We hebben wetten om mensen die nog niets (bewezen) gedaan hebben te beschermen.” De aanklagers in Cowlitz County moeten de formele aanklacht tegen Olson nog indienen.?Hij wordt vervolgd voor een vermoedelijke poging tot verkrachting van een kind en seksueel getint online?contact?met een minderjarige.
Ook al heeft de man achter ‘Anxiety War‘ zich?aan het publiek?kenbaar?gemaakt in zijn YouTube video’s, het is duidelijk dat hij de?aandacht niet op zichzelf wil vestigen.
Zijn motivatie is wat onduidelijk, maar zijn behoefte om pedofielen te ontmaskeren laat niets aan de verbeelding over.
“Hij weet heel goed dat hij foute dingen doet, maar toch wil hij de ontmoeting aangaan. Dus gaan we dat doen, “zegt hij in een van de filmpjes.
Hij legt graag zijn werk als?undercover burgerrechercheur uit, als?hij toelicht dat hij met een online?tiener account de pedofielen uit de tent lokt en eindigt met een?verfilmde?confrontatie.
“Deze volgende pedofiel?heeft een pistool. Het is een 9mm Smith en Weston. En ik heb er een foto van gemaakt. Ik wordt hier niet door?ge?ntimideerd, “zegt hij in een van zijn video’s.
Zijn YouTube-video’s gaan niet alleen viral, maar ze leidden tot nu toe ook tot de arrestatie van zeven mannen.
Hij chat?soms weken of zelfs maanden met vreemden. En uiteindelijk komt het wel tot een afspraak. Tot hun verbazing komen deze vreemden dan oog in oog te staan met deze man.?Hoewel de meeste?mannen het eerst niet zien worden ze opgenomen. Die video’s worden later op het?YouTube-kanaal van “Anxiety War” gezet, een kanaal dat aan populariteit wint.
“Ik zal eerlijk zijn. Ik ben op zoek naar iemand zoals jij om mij een plezier te doen … Ik zoek seks. Ik kan je er wat compensatie?$ voor?bieden” schreef een man zoals te zien is in een van de video’s.?Een andere man schreef:?”Geen parfum ajb! En een rokje zonder slipje zou hot zijn.”?”Deze man schreef dat hij altijd al een?maagd heeft willen hebben en dat hij veel seksuele fantasie?n heeft die nog realiteit moeten geworden” vertelt de man achter de camera van een van de video’s die voorlopig niet van plan is te stoppen met zijn opsporingswerk.
Big Data-toepassingen bieden vele kansen voor opsporing en surveillance. Ze maken snelle en precieze reconstructies van misdaden mogelijk, evenals gerichte inspecties en het realtime volgen van ontwikkelingen bij crisissituaties. Tegelijkertijd ontstaan er nieuwe risico?s voor burgers, op het gebied van privacy, discriminatie en de vrije meningsuiting. Aan de horizon dreigt (semi-)automatische besluitvorming, waarbij de uitkomsten van data-analyses sturend zijn voor het handelen van veiligheidsorganisaties.
De WRR analyseert in dit rapport hoe de Nederlandse overheid Big Data kan gebruiken en richt zich daarbij specifiek op het veiligheidsdomein. Big Data kan volgens de raad uitsluitend vruchten afwerpen als de huidige wet-en regelgeving wordt versterkt om fundamentele rechten en vrijheden te waarborgen. Hiertoe moet de aandacht worden verlegd van het reguleren van het verzamelen van data ? het zwaartepunt in de huidige juridische kaders ? naar de regulering van en het toezicht op de fases van de analyse en het gebruik van Big Data. Voor de vrijheid en de veiligheid van de burgers doen zich in deze twee fasen van Big Data-processen de grootste kansen ?n de grootste risico?s voor.
Van twitterende wijkagenten tot getuigenoproepen op Facebook. De politie zet vol in op Social Media. En ook steeds vaker in beeld en geluid. Agenten met camera’s op de borst filmen opstootjes, arrestaties en invallen. En dat wordt allemaal op YouTube gezet. Het laat politiewerk in de breedte zien, Niet alleen maar mooi opgepoetste foto’s, maar een realistisch beeld. Maar mag dat ook zomaar?
Het antwoord is over het algemeen ja; je mag filmen in de publieke ruimte. En zolang er zorgvuldig met de beelden wordt omgegaan en er enige regie is op een duidelijke boodschap is er helemaal niets mis mee. De beelden van #Pro247 zijn daarvan een goed voorbeeld. Maar live streaming, zoals het gebruik van Periscope door de politie, ?is een stuk riskanter. Live filmen op een uitgaansavond of in andere operationele activiteiten?is riskant. De kans dat er een situatie ontstaat waar burgers onwenselijk in beeld komen is dan groot. Een aanhouding wil je niet zonder filters of regie online streamen. Burgers kunnen dat wel doen, en als politie kun je bodycams gebruiken, maar live als politie die beelden de digitale ether in slingeren is in zo’n geval een hevige inbreuk op de privacy.
De Rotterdamse politie heeft deze week een filmpje online gezet waarin agenten een dronken man arresteren. Ze probeerden de man te helpen, maar die is daar niet echt van gediend. Als ‘dank’ voor hun hulp krijgen de agenten nog een bak gevloek en gescheld over zich heen. Met dit filmpje hopen ze op iets meer respect.
De filmpjes van de politie Rotterdam zijn populair op hun Youtube-kanaal #PRO247. Doordat de camera op de borst van de agent is geplaatst, lijkt het net alsof de kijker er zelf bij is. Maar het laatste filmpje cre?ert veel ophef op Twitter. Want is het wel goed wat deze agenten doen?
Begrip kweken
“De politie wil laten zien hoe het werkt, onze betrokkenheid tonen, maar ook meer begrip kweken voor ons zware werk” zegt Gerrit van de Kamp, van de politievakbond ACP. “Zo begrijpt de burger beter hoe zwaar het werk van een agent is.”
Privacy
Wel brengt het een aantal privacyvragen met zich mee. De politie Tilburg ging begin deze maand haar ‘horecadienst’ livestreamen. Maar hoe zit het dan met de mensen die gewoon een biertje staan te drinken? Hun gezichten zullen gewoon te zien zijn op de livestream.
“Op zich is het goed dat de politie steeds meer en vaker een kijkje achter de schermen biedt. Wel moet er slim worden omgegaan met de beelden, want niet alles mag zomaar online worden gegooid”, zegt Arnout de Vries van TNO.
De filmpjes zijn te zien op het?Youtube-kanaal van de politie #PRO247
Tilburg
De politie in het centrum van Tilburg was?tijdens hun horecadienst virtueel te volgen op Facebook. Agenten plaatsen?de hele nacht?live updates over wat ze meemaken op straat.
Na succesvolle ‘politie-avonden’ op sociale media?in Eindhoven en Rotterdam vond agent Danny Nooijen dat het tijd was om dit ook in Tilburg in te voeren. Hij?startte woensdag?een Facebook-evenement, waar inmiddels al ruim 550 mensen zich voor hebben aangemeld. Doe je dat, dan krijg je de updates in je timeline te zien. ?Danny:?”we gaan vanavond met foto’s, video’s en tekst laten zien hoe een avondje stappen er vanuit?de politie uitziet.”
Meer begrip voor politie-ingrijpen
Op een normale zaterdagavond zijn er in Tilburg tussen de tien en vijftien agenten in touw om de straten veilig te houden. Ook vanavond is dat het geval, zegt de initiatiefnemer. “Er zijn een paar evenementen in kroegen vanavond, dus wij rekenen op een redelijk drukke avond. Er gebeurt van?alles – van mensen die klappen uitdelen tot wildplassers.”
Doel van de actie is om begrip te cre?ren bij het publiek. “Het respect voor de politie is soms ver te zoeken. Dat is met de komst van sociale media behoorlijk afgezwakt,” zegt?agent Danny. “Vaak zie je dat mensen het niet begrijpen als wij ergens actie ondernemen. We hopen dat dit ze een beeld geeft van onze manier van handelen.”
Wildplassend in beeld… en nu?
En als je nu als wildplasser gepakt wordt, ziet de halve stad dan?gelijk je foto of video op Facebook? “Nee, we blurren dat meteen.?Daar hebben we een app voor – zelfs voor video’s.?Als we iemand aanhouden zullen we er in de beschrijving in algemene termen over spreken. Geen achtergrond van degenen die we aanhouden dus.”
Op stapavonden worden niet alleen?flinke hoeveelheden drank gebruikt, ook?ziet agent?Danny steeds vaker drugs en verdovende middelen. “Mensen vergeten dan hoe ze zich hebben?gedragen. Het kan best goed werken om dat naderhand eens op?beeld te zien.”
In Tilburg is op diverse plekken al cameratoezicht aanwezig. Het in beeld vastleggen van incidenten tijdens uitgaansavonden werkt volgens Danny twee kanten op. “Het is goed voor onze veiligheid, en het kan voor uitgaanspubliek een geruststelling zijn dat ook ons handelen wordt vastgelegd.”
Meekijken in de politieauto tijdens een stapavond:?Video afspelen
Sociale media worden volgens Danny steeds vaker gebruikt in het politiewerk. Zo zetten zijn collega’s vanmorgen?nog een video van een achtervolging online, en worden vragen van Tilburgers via de Facebook beantwoord. “Het is een mooie manier om in contact te komen met de burger.?Op deze manier kunnen we Tilburgers snel bereiken, als we bijvoorbeeld een buurtonderzoek doen en op zoek zijn naar tips.”
Ook vanavond zijn de agenten in Tilburg rechtstreeks te bereiken via sociale media. “Als je in een situatie verzeild raakt?waarbij je ons nodig hebt, kun je ons?via sociale media vinden.?Bel dan?wel eerst even met de meldkamer – maar ons via Facebook of Twitter op de hoogte brengen kan daarna?natuurlijk altijd.”
Meer regie met Cameraad
Met?een dienst als Cameraad kun je op afstand de regie inrichten, zoals ook Nu.nl al doet met live video. Hieronder een filmpje erover:
De tool Cameraad is eigenlijk ontwikkeld voor ooggetuigen die livestreams willen maken, die vervolgens kunnen worden geselecteerd, geregisseerd en gebruikt door nieuwsmedia.?Burgers kunnen via de NU.nl app livestreams versturen naar de redactie. Via een directe audioverbinding met een redacteur worden gebruikers onderdeel van het journalistieke proces.
Met Cameraad kan de redactie door een druk op de knop burgers die zich binnen een bepaalde straal van een nieuwswaardig evenement bevinden (de Vierdaagse of politie-acties) vragen om te filmen met hun telefoon. Deze livestreams kunnen vervolgens, na minimale regie vanuit de redactie, worden toegevoegd aan nieuwsartikelen, maar ook rechtstreeks worden bekeken. Daarmee hoopt Nu.nl zijn nieuwsverslaggeving actueler, rijker en multimedialer te maken. Bij?Meerkat of Periscope zijn de mogelijkheden weliswaar verruimd, maar die zijn nog?niet goed te integreren met bestaande platforms, beide applicaties zijn vooral afgestemd op Twitter.
Voor informatie die burgers via social media naar buiten brengen bestaat vanuit opsporingsinstanties veel belangstelling. Het gebruik van deze informatie door de opsporing moet plaatsvinden binnen wettelijke kaders, en van het bestaande wettelijke kader is niet altijd duidelijk hoe het moet worden toegepast in een online-omgeving. Op grond van de taakomschrijving van de politie in art. 3 Politiewet mag de politie bepaalde opsporingshandelingen verrichten. De vraag is wanneer de inbreuk op de privacy die dat onderzoek veroorzaakt zodanig is dat een eigenstandige legitimering in de wet noodzakelijk is.
In dit onderzoek van Marnix Oosterhoff staat de vraag centraal of de bijzondere opsporingsbevoegdheden stelselmatige observatie en stelselmatige informatie-inwinning voldoende mogelijkheden bieden om binnen de grenzen van het strafvorderlijk legaliteitsbeginsel op rechtmatige en verantwoorde wijze online opsporingswerkzaamheden uit te voeren. Door empirisch onderzoek is nagegaan hoe de politie omgaat met opsporingsbevoegdheden op social media. O.b.v. literatuur en ontwikkelingen in de maatschappij is vastgesteld welke definitie van privacy gehanteerd kan worden in een online omgeving en hoe het recht op privacy is gecodificeerd. Van de bijzondere opsporingsbevoegdheden is aangetoond dat stelselmatige informatie-inwinning (126j) onder voorwaarden toepasbaar is op de opsporing op social media.?De auteur neemt het standpunt in?van een smalle definitie van stelselmatige observatie (126g) en dat dit artikel afvalt bij opsporing op social media omdat dit artikel gaat over?het waarnemen van gedrag en niet?de resultaten daarvan. Bij opsporing op social media gaat het over het verzamelen van informatie.
Gelet op verschillende knelpunten rondom de toepassing van artikel 126j en het feit dat niet volledig helder is op welke wijze dit artikel moet worden toegepast bij informatie-inwinning in een niet-fysieke omgeving verdient het aanbeveling om een aparte bevoegdheid voor online informatievergaring in het leven te beroepen, bijvoorbeeld als onderdeel van het lopende traject van herziening van het wetboek van strafvordering. Deze bevoegdheid zal dan wel technologie-onafhankelijk geformuleerd moeten worden.
Inbreuk op privacy?
Door een subjectief privacybegrip is het moeilijker om te bepalen wanneer er sprake is van een inbreuk op het recht op privacy. Immers, als de beoordeling van de inbreuk wordt overgelaten aan het subjectieve oordeel van de betrokken persoon, kan bij overigens gelijkblijvende omstandigheden een bepaalde handeling door de ene persoon wel en door een andere persoon niet als inbreuk op de privacy worden beschouwd. Toegepast op social media: de ene persoon zal er geen moeite mee hebben dat de politie zijn openbare berichten op Facebook leest, terwijl een andere persoon dat als ongepast zal beschouwen omdat hij het niet met dat doel op Facebook heeft geplaatst. De overheid zal in dat geval niet anders kunnen dan een voorzichtige houding aannemen en dan al snel het in het kader van de opsporing verzamelen van informatie op social media als inbreuk op het recht op privacy moeten beschouwen. Door middel van een voortdurende maatschappelijke discussie en eventuele proefprocessen zal moeten worden vastgesteld wat passend is en wat niet.
Op basis van haar algemene bevoegdheid mag de politie inbreuk maken op de rechten van burgers, dus ook op het recht op privacy. Echter, als die inbreuk meer dan gering is, vormt art. 3 PolW onvoldoende basis, en zijn aanvullende bevoegdheden noodzakelijk. De bevoegdheid kan gevonden worden in de BOB-wetgeving, maar dan moet wel aan de daarin opgenomen voorwaarden zijn voldaan.
Onderdeel van de eisen die art. 8 EVRM (Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden) stelt aan een inbreuk is dat deze voorzienbaar moet zijn. Ten aanzien van de opsporing op social media betekent dat, dat de burger op de hoogte moet zijn van het feit dat de politie ook op social media opsporingshandelingen uitvoert. Alleen dan kan de burger op een adequate manier afwegen of hij informatie op social media wil publiceren, welke informatie en op welke wijze. Dit gaat echter niet zo ver dat de politie moet aangeven op welke wijze die opsporing plaatsvindt. Dat zou een te grote beperking betekenen voor de uitvoering van de opsporingstaak.
De vraag wanneer de inbreuk op de privacy door bepaalde opsporingshandelingen meer dan gering is is niet exact te beantwoorden. In dit onderzoek zijn wel factoren ge?dentificeerd die de mate van inbreuk be?nvloeden. Dat zijn: de duur van de onderzoekshandeling, de plaats waar de informatie verzameld wordt, de intensiteit waarmee de informatieverzameling plaatsvindt, de gevoelige aard van de gegevens, het doel van de onderzoekshandeling, het al dan niet toepassen van een technisch hulpmiddel, het al of niet opslaan van de gevonden gegevens en de proportionaliteit. De uiteindelijke weging van deze factoren is geen exacte wetenschap: de professionele inschatting van de politieambtenaar en de uiteindelijke rechterlijke toetsing daarvan, blijfven, net als bij de toepassing van ?gewone? bevoegdheden, belangrijk gegevens.
Rechtmatigheid
Om de rechtmatigheid van de opsporingshandelingen op social media te kunnen beoordelen, is het noodzakelijk dat in het procesdossier wordt verantwoord op welke wijze dit onderzoek heeft plaatsgevonden. Uit het veldwerk is gebleken dat in de reguliere opsporing deze verantwoording vaak beperkt is tot zinnen als ?Uit onderzoek op social media is gebleken dat ?.?. Het is zeer de vraag of de rechter en de verdediging hierdoor in staat zijn te beoordelen of dit onderzoek op rechtmatige wijze heeft plaatsgevonden. Het zou daarom goed zijn als politie en Openbaar Ministerie hier meer aandacht voor zouden hebben en de uitgevoerde onderzoekshandelingen uitgebreider zouden verantwoorden.
Crystal werd vorig jaar in Amerika opgericht door Drew D’Agostino. Hij stelde zich als doel om communicatie via e-mail empathischer te maken. Je kunt inloggen via je LinkedIn-profiel, of je aanmelden op de website. Als je daarna een persoonlijkheidsprofiel opvraagt, krijg je te zien wat Crystal over diegene weet. Aan de hand van openbare informatie op internet stelt de app persoonlijkheidsprofielen van mensen op en geeft advies over hoe je die persoon het beste kunt benaderen. De app maakt hiervoor gebruik van open bronnen: van uitingen op sociale media tot blogs en recensies.
Aan de hand van die gegevens stopt Crystal je in ??n van zijn 64 communicatiehokjes. Die zijn overgenomen van erkende modellen voor persoonlijkheidsanalyse, bijvoorbeeld DISC, het model van Dr William Marston. Afhankelijk van de hoeveelheid informatie die deze persoon op internet heeft gezet, geeft de website een indicatie van de nauwkeurigheid van het profiel: van nul tot honderd procent. Het algoritme is zo ontwikkeld dat een lange tekst zwaarder weegt dan bijvoorbeeld een retweet. De persoonlijkheidsprofielen zijn gratis op te zoeken, voor extra functionaliteiten moet worden betaald.
We zetten de lijn van exponenti?le groei uit het vorige blog door, maar nu zoomen we in?op?de social media ontwikkelingen die Marc Goodman beschrijft in zijn nieuwe boek Future Crimes.
In 10 jaar tijd groeide het gebruik van Facebook van nul tot 1.3 milard mensen. Er zijn inmiddels op de planeet meer mobiele telefoons dan mensen en daarmee worden elke dag 350 miljoen foto’s naar Facebook geupload. De ‘Like’-knop wordt zo’n zes miljard keer per dag ingedrukt.?Tijdens de Arabische lente maakte een Google medewerker, Wael Ghonim, een Facebookpagina aan om aandacht te vragen voor de aanslag op een Egyptische activist. Binnen twee minuten had hij?300 ‘likes’ en na korte?tijd steunden 250.000 zijn oproep. Het doen van telefoontjes op de mobiel is volgens Brits onderzoek in ons dagelijks gebruik al?op de vijfde plaats gekomen: surfen op het web, social media, gamen en muziek staan op de eerste vier plekken!
Social Media Terms of Service (ToS)?
De groei van klanten voor social media aanbieders is fenomenaal. Maar over hoe deze partijen met hun klanten omgaan stelt Marc Goodman stevige vraagtekens. Bijvoorbeeld Google of Facebook komen met veel vreemde praktijken weg zo lijkt het, en het contract dat je als gebruiker met ze aangaat is op zijn minst asymmetrisch. Het antwoord van Google in een rechtszaak onder de hamer van?rechter Lucy Koh was letterlijk: “a person has no legitimate expectation of privacy in information he voluntarily turns over to third parties“. Met andere woorden: het versturen van een e-mail aan een Gmail gebruiker betekent dat Google mag doen met die data wat het wil. Neem ook Facebook die zich zou moeten houden aan de Children’s Online Privacy Protection Act,?een wet die bepaald dat er geen informatie van kinderen onder de dertien verzameld mag worden. Maar wie een beetje om zich heen kijkt op Facebook weet wel beter. Ook al zijn de regels dus beter, dan schiet de handhaving enorm tekort. Een treffende?quote uit het boek is dan ook: “Social media are the new public records“.
Marc wil zijn punt nog kracht bijzetten met wat cijfers.?De gemiddelde Amerikaan krijgt per jaar 1.462 gebruikersovereenkomsten?onder ogen, met gemiddeld 2.518 woorden per stuk. Als we die allemaal zouden moeten lezen, zou dat?76 volledige werkdagen?van ons leven kosten. Geen wonder dat de meeste mensen de Terms of Service (ToS) niet lezen.
Als voorbeeld schotelt Marc Goodman ons de user agreement?van LinkedIn even voor:
“You grant LinkedIn a nonexclusive, irrevocable, worldwide, perpetual, unlimited, assignable, sublicensable, fully paid up and royalty-free right to us to copy, prepare derivative works of, improve, distribute, publish, remove, retain, add, process, analyse, use and commercialize, in any way now known or in the future discovered, any information you provide, directly or indirectly to LinkedIn, including, but not limited to, any user generated content, ideas, concepts, techniques and/or data to the services, you submit to LinkedIn, without any further consent, notice and/or compensation to you or to any third parties. Any information you submit to us is at your own risk of loss.”
Daar kunt u het mee doen. Je kunt je data als eindgebruiker (of product) dus nooit meer terughalen, nooit een fout herstellen. Social Media partijen?kunnen je data in de meeste gevallen tot in lengte der dagen blijven gebruiken voor allerlei doeleinden. LinkedIn heeft zijn user agreement inmiddels iets aangepast, en maakte er na veel vragen zelfs onderstaand?filmpje over. Het filmpje doet overkomen alsof je zelf eigenaar bent (ben je in wettelijke zin ook), toch blijf?je onbeperkte toestemming (licenties) aan LinkedIn en derden geven over je persoonlijke gegevens?en zie die maar eens echt terug te halen. Dat is nu totaal nog?geen transparant proces, vandaar ook nieuwe Europese wetgeving?tav?het recht om vergeten te worden, maar ook de?interessante zaak die Max Schrems (na zijn eerdere ervaringen) nu samen met duizenden gebruikers?tegen?Facebook voert:
Om aan te tonen hoe belachelijk dit soort gebruikers overeenkomsten zijn, deed GameStation een experiment met een nog belachelijker statement:
“By placing an order via this GameStation Website on the first day of the fourth month of the year 2010 Anno Domini, you agree to grant us a non transferable option to claim, for now and for ever more, your immortal soul. Should we wish to exercise this option, you agree to surrender your immortal soul, and any claim you may have on it, within 5 (five) working days of receiving written notification from gamestation.co.uk or one of its duly authorisied minions.”?
7500 GameStation gebruikers verkochten op de dag van dit experiment hun ziel aan GameStation, terwijl ze er een product kochten. Terms of Service zijn echter geen geintje. Menige rechtszaak is door arme klanten verloren doordat de kleine lettertjes de social media partij -?of derden?- vrijwaarden van elke blaam. De privacy overeenkomst van Facebook verandert toch al elk half jaar en is inmiddels gegroeid van 1004 woorden (in 2005) tot 9300 woorden in 2014 (exclusief de links naar pagina’s met subvoorwaarden en overige condities). Facebook’s privacy overeenkomst is daarmee langer geworden dan de Amerikaanse grondwet! Toch spant Paypal de kroon met een gebruikersovereenkomst van 36.275 woorden… (langer dan Shakespeare’s Hamlet). Marc Goodman vergelijkt het wijzigen van deze voorwaarden met het (eenzijdig) wijzigen van de wetten, omdat deze datawetten bepalen wat ze met jouw data mogen doen en welke schamele rechten er dan voor jou overblijven.
En als je die gebruikersovereenkomst eenmaal gelezen hebt, ben je nog niet klaar. Op Facebook zijn maar liefst 170 privacy opties die je kunt instellen en tweaken, hoewel?de meeste mensen niet eens weten wat alles betekent. En al zou je uren besteden aan die instellingen, dan nog kan?een Facebook update van de Terms Of Service veel instellingen weer terugzetten op de?standaard instellingen; namelijk maximale openheid. Zo bepaalt je data dealer wat ze met jou kan doen. Jij bent immers allang verslaaft en zit vast?in hun web.
Ook Google heeft een vergaande terms of service overeenkomst. Als je bijvoorbeeld Google Docs of Google Drive gebruikt staat er?dat Google automatisch ook eigenaar wordt van die documenten. Lees maar:
“When you upload or otherwise submit content to our services, you give Google (and those we work with) a worldwide license to use, host, store, reproduce, modify, and create derivative works, such as those resulting from translations, adaptations or other changes and license to communicate, publish, publicly reform, publicly display and distribute such content.”
Het is maar goed?dat J.K. Rowling haar Harry Potter serie niet in Google Docs heeft geschreven! Anders waren haar wereldwijde rechten van het boek ook in handen van Google.
Jij bent het product
Gratis lijkt dus mooi, maar je betaald met je persoonsgegevens of je eigen content. Een treffende quote uit het boek is: “The most expensive things in life are free“. Dat is precies?waarom een gratis spelletje als Angry Birds?binnen korte tijd 9 miljard aan beurswaarde kan genereren. Apps zijn hele effectieve distributiesystemen voor persoonlijke gegevens aan adverteerders. Alleen al het downloaden van de Facebook app op een Android toestel (nog voor dat je je hebt aangemeld of de ToS hebt ondertekend) zorgt ervoor dat je mobiele telefoonnummer met Facebook is gedeeld. En de ‘Like’-knop (6 miljard clicks per dag)?werkt?net als internet cookies als een tracker die je gedrag ook op andere sites dan Facebook volgt. McAfee toonde aan dat 82% van de Android apps je internetverkeer volgen en maar liefst 80% je locatiegegevens doorgeven. Marc Goodman geeft voorbeeld na voorbeeld en verbaast zich over het feit dat deze markt zo ongereguleerd is. Hij vergelijkt het met de regulatie van nicotine (onze persoonsgegevens zijn de verslaving van big data brokers en adverteerders), en de grote waarschuwingen op sigarettenpakjes voor consumenten.
De 7 gouden W’s voor adverteerders
Hij haalt de 7 gouden W’s erbij (op een andere manier: ditmaal voor adverteerders) en stelt dat Google de strijd om de “Wat” vraag heeft gewonnen: zij weten “wat” mensen zoeken (Google Search die je zoekvraag zelfs aanvult omdat ze jou en anderen inmiddels al redelijk goed kennen). ?Facebook heeft nu de strijd gewonnen rondom de “Wie” vraag: het kent jou en je persoonlijke netwerk als geen ander. ?De “Waar” vraag is nu waar de strijd al een tijdje in is losgebarsten. Location based diensten (LBS) en bronnen via apps (oa ook Netflix), de smartphone en internetdingen maar ook infrastructuur (de Wifi bij de McDonald’s) zorgen voor veel nieuwe startups die hun drilboor al in de digitale goudmijn hebben gezet.
Voorbeelden van dergelijke nieuwe diensten zijn bijvoorbeeld dating apps als Tinder en Grindr, die miljoenen klanten op miljoenen locaties aan elkaar hebben verbonden. In 2012 lanceerde een Russische startup de app Girls Around Me?die gebruik maakte van Facebook en Foursquare check-ins. Als een digitale?radar kon je alle meisjes?in de buurt vinden en hun Facebook profielen checken. Met een druk op de knop kon je zien waar ze op school zaten, welke vakantie ze net hadden gehad en hun?voorkeuren (‘likes’) inzien. Met deze informatie zou je dus als wildvreemde op zo’n meisje af kunnen stappen en precies de juiste dingen kunnen zeggen. Handig, ook voor?mannen met minder fijne bedoelingen.
Een andere?datingapp?gaat nog verder. OkCupid?vraagt aanvullende gevoelige informatie, zoals hoeveel seksuele relaties je in het verleden hebt gehad, of je voor of juist tegen abortus bent, of je een vuurwapen hebt, of en hoe vaak je?alcohol of drugs gebruikt (legaal en ook illegaal). Allemaal om een zo goed mogelijke match voor je te vinden…
Social Media monitoring
Dat social media ook door andere partijen steeds beter in de gaten gehouden wordt, ontdekte Leigh Van Bryan toen hij vlak voor zijn reis vanuit Engeland naar de Verenigde Staten Twitterde:
Het woordje ‘destroy’?betekent onder zijn Britse vrienden iets anders dan wat DHS (Department of Homeland Security) ervan maakte. Toen hij op het vliegveld in Los Angeles aankwam werden hij en zijn 24 jarige reisgenote Emily Bunting door de bewapende douane in de boeien geslagen. Ze moesten 12 uur in een cel zitten met vermeende Mexicaanse drugsdealers. Hoewel ze hun Engelse slang nog probeerden uit?te leggen, mocht het niet baten en werd er door hun spullen gezocht, onder andere naar een schep. Een schep? Die schep zou te maken hebben met hun andere tweet die hun vakantieplannen weergaf en over ‘diggin’ Marylin Monroe up‘ ging (een verwijzing uit de serie Family Guy):
Na een nachtje in de cel werden ze op het vliegtuig per kerende?post naar Engeland teruggestuurd. Dag visas, dag vakantie…
Social media monitoring is allang niet?meer beperkt tot de DHS. In Amerika?zijn naast de inlichtingen ook de IRS (belastingdienst) en de immigratiedienst al in 2009 begonnen met social media monitoring programma’s. Onder andere om te zien wie er wel vaart bij uitkeringen en vermoedelijke fraudezaken. In dat jaar had telecomoperator Sprint een handig online politie portaal (website) gemaakt om de vele dataverzoeken?eenvoudiger af te handelen. Daarmee kon de politie zonder schriftelijk bevel alle telefoons van Sprint localiseren (‘pingen’). In dat jaar werd er 8 miljoen keer gebruik van gemaakt.?Ook scholen en overheden doen steeds vaker mee in het monitoren van social media data. UDiligencevolgt social media accounts van studenten om ervoor te zorgen dat “de lokale atletiekclub niet door het gedrag van atleten in een slecht daglicht komt te staan”. Sommige scholen stellen het zelfs verplicht om de Facebook accounts met wachtwoord en al in te leveren. Ouders kunnen dan rustiger slapen.
Social data dealers
Marc Goodman constateert dat er maar weinig industrie?n zijn die hun klanten gebruikers noemen. Eigenlijk kent hij er maar twee: drugsdealers en de ICT industrie. Marc ziet veel overeenkomsten.
Want hoewel men schokkend reageerde op wat de NSA aan data verzamelde wil Marc ons ook wijzen op de echte datadealers. En dan bedoelt hij geen?hackers, maar gewoon de legale handel in persoonsgegevens. Neem bijvoorbeeld?Acxiom , die van meer dan 700 miljoen klanten gegevens verzamelde (van 96% van de Amerikaanse inwoners?hebben ze gegevens) en hiermee 50 triljoen data transacties per jaar verwerkt. Elk gebruikersprofiel bevat 1500 eigenschappen, zoals je ras, geslacht, telefoonnummer, type auto, opleidingsniveau, aantal kinderen, formaat huis, recente aankopen, leeftijd, gewicht, lengte, huwelijke status, politieke voorkeur, gezondheidstoestand, beroep, en of je links-of rechtshandig bent tot aan je?huisdieren. ‘Behavioural analysis’,?‘predictive targeting‘ en ‘premium proprietary behavioural?insights’ zijn de zaken?waar dit soort bedrijven dagelijks in handelen. Oftewel: ze proberen je door gedragsanalyse echt te begrijpen?en die kennis aan de hoogste bieder te verkopen. Want luiers?aanbieden aan een student heeft niet zoveel zin, maar brengt?veel geld in het laatje als je dat aan een zwangere huisvrouw aanbiedt.?Acxiom geeft je een unieke 13-cijferige code en stopt je in een van hun 70 clusters op basis van je gedrag en je sociodemografische eigenschappen. Sommige?data brokers houden ook gegevens bij over je medische toestand (bijv. AIDS of dementie) en?MEDbase200verhandelde zelfs gegevens over slachtoffers van huiselijk geweld of verkrachtingen. OfficeMax stuurde een brief?naar een klant waarop?stond” Mike Seavy, dochter omgekomen in een auto-ongeluk”. Toen deze man (nog in rouw, want het feit klopte) het bedrijf om uitleg vroeg moest het bedrijf onder druk van NBC bekennen dat het het een foutje was. Die gegevens waren alleen?bedoeld voor derde partijen, niet voor klanten. Welke partij die gegevens kreeg wilde OfficeMax niet zeggen (bekijk het nieuwsitem).
Je?begint je misschien?af te vragen wat deze data brokers allemaal van je weten. Je komt het echter nooit te weten, daar heb je immers voor getekend in de gebruikersovereenkomst.?Er is nauwelijks?regulering van de markt van deze data dealers. Marc Goodman noemt het Kafkaiaans,?omdat het doet denken aan het?boek van Franz Kafka “Het proces” waarin een man veroordeeld wordt maar niet krijgt te horen wat er in het geheime dossier staat.?Deze?dataveillance maatschappij noemde voormalig vice-president Al Gore ook wel de “stalker economy” met verwijzingen naar diensten als SnapChat, die jongeren juist weer gebruiken om onder het toeziend oog van hun ouders weg te komen.
Van Big data wetenschap naar big data praktijk
Engelse onderzoekers bekeken de locaties van mobiele telefoongebruikers en kwamen erachter dat ze nauwkeurige voorspellingen konden doen: met twintig meter variatie voorspelden ze waar je de volgende dag (over 24 uur) zou zijn.
Het Gaydar onderzoek op Facebook gaf vervolgens goed weer dat je seksuele voorkeuren goed kunt voorspellen (78% betrouwbaar) op basis van je sociale netwerk. Bedenk daarbij wat dit betekent voor de 76 landen waar homoseksualiteit nog steeds onwettig is: Sudan. Iran, Yemen, Nigeria of Saudi Arabi? waar er zelfs de doodstraf op staat. Of denk aan Rusland die ook bekend staat om zijn homohaat, dat zichtbaar?via de?Russische Facebook variant?Vkontakte?gebeurt.
En een andere Facebook studie van 58.000 profielen?toonde aan dat je iemands IQ kan voorspellen, maar ook of ze emotioneel stabiel en misschien uit een gebroken gezin afkomstig waren. Predictive policing software maakt hier nu nog geen gebruik van, maar data brokers met?commerci?le doeleinden waarschijnlijk?al wel.
Zo zijn er al een aantal start-ups (zoals Lenddo) die je sociale netwerk informatie gebruiken om te bepalen of je kredietwaardig bent. Als je bevriend?bent met mensen die schulden hebben en je hebt er vaak contact mee verlies je punten. Want, zo zal men denken, als je vrienden op social media allemaal platzak zijn, zul jij niet veel beter zijn…
Big data bazen
Eric Schmidt (CEO van Google) heeft?zelf een van de beruchtste uitspraken gedaan: “If you have something that you don’t want anybody to know, maybe you shouldn’t be doing it in the first place” en kreeg bijval van Mark Zuckerberg die zei “privacy is no longer the social norm” .
Zelfs Wolfgang Schmidt, destijds?hoofd van de Oost-Duitse inlichtingendienst?Stasi, reageerde op de onthullingen van Edward Snowden: “Dit zou onze droom geweest zijn”, en deed uit de doeken?dat?de Stasi destijds 40 telefoonlijnen tegelijk kon tappen en was verbaasd te horen dat de technologie het blijkbaar nu mogelijk maakt om alle telefoonlijnen en internet data tegelijkertijd en continu af te tappen.
Marc Goodman somt de problemen van de data brokers op en legt uit hoe gemakkelijk criminelen, maar ook bonafide partijen erbij kunnen, en stelt: “Als je niet de controle hebt over je eigen data, heb je niet de controle over je eigen levenslot.” In het volgende blog wordt nog duidelijker hoe social media informatie tot allerlei onveilige situaties leiden, en ronden we af met wat je er volgens Marc Goodman tegen kunt doen.
Laten we dit blogje eindigen met een onthullende parodie die goed weergeeft in wat voor gekke wereld we nu leven “CIA owns Facebook”:
Facebook had de bloedige hakbijlmoord op de Engelse militair Lee Rigby door twee terroristen kunnen voorkomen als men het overduidelijk verdachte chatgedrag van een van de twee aanslagplegers had gemeld bij de autoriteiten en de geheime diensten.?Geheime diensten waren niet op de hoogte van terroristische chats.
Lee Rigby. ? reuters.Michael Adebolajo (l.) en Michael Adebowale. ? afp.Deze conclusie staat in een rapport van een Britse parlementaire commissie die de omstandigheden rond de moord onderzocht. Facebook wordt verweten te weinig te hebben gedaan om de ‘overduidelijk extremistische’ chats van een van de twee verdachten (Michael Adebowale) te melden aan de geheime diensten. Meer dan een half jaar voor de bloedige aanslag in mei 2013 maakte Adebowale zijn intenties om een soldaat te vermoorden al bekend, zo blijkt nu.
Chats
Adebowale’s account werd vanwege zijn chatgedrag wel verwijderd, maar de geheime diensten werden niet op de hoogte gesteld van de gewelddadige inhoud van de online gesprekken die de man voerde. Het Amerikaanse bedrijf Facebook verleent de Britse geheime diensten geen toegang tot de (historie van) deze gesprekken.
Het rapport wijst grote bedrijven als Facebook op hun verantwoordelijkheid: ,,Op dit moment zijn er te veel vrijplaatsen waar potenti?le terroristen ongestoord hun gang kunnen gaan. Bedrijven dienen een balans te vinden tussen de privacy van hun klanten en de openbare veiligheid.”
Privacy
Deze conclusie is dan weer tegen het zere been van de voorvechters van digitale privacy: ,,De Britse overheid zou de schandalige aanslag op Rigby niet mogen misbruiken om de privacyrechten van burgers verder in te dammen,” aldus Jim Killock van Open Right Group tegen The Huffington Post.
In een reactie op de aantijgingen zegt een woordvoerder van Facebook tegen The Guardian: ,,Zoals velen zijn ook wij geschokt door de bloedige aanslag op Lee Rigby. Wij geven geen commentaar op individuele gevallen, maar ons beleid is als volgt: We staan geen terroristische content toe op onze website en nemen alle mogelijke maatregelen om te voorkomen dat mensen Facebook misbruiken voor terroristische doeleinden.”
Incident
Rigby werd op 22 mei vorig jaar op klaarlichte dag aangevallen in de Londense wijk Woolwich. Adebowale en?Michael Adebolajo doodden hem met kapmessen. Na de slachtpartij bleven zij rondhangen. Ze zwaaiden met hun messen en een vuurwapen, filmden elkaar en vroegen omstanders zelfs foto’s van hen te nemen. Een van de omstanders maakte een video waarop een van de slachters met bebloede handen voor de camera een verklaring aflegt.
Zowel Adebowale als Adebolajo werden door de politie aangehouden nadat zij waren neergeschoten. In februari van dit jaar werden zij veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. De straf van Adebowale kan na minimaal 45 jaar eventueel worden verkort.
De brute moord zorgde voor grote opschudding in Groot-Brittanni? en daarbuiten.
Op 10 februari 2015 organiseert Reed Business Education samen met TNO een exclusieve seminar over online burgeropsporing. In deze afwisselende en inspirerende middag komen verschillende onderwerpen aan de orde, zoals dilemma?s in de burgeropsporing en het gebruik van sociale media binnen de?politie.?De onderwerpen komen vanuit meerdere invalshoeken; het OM, de politie, burgeropsporing en de rol van de media.
Diederik Greive van het Openbaar Ministerie?zal optreden als dagvoorzitter op deze middag en tot de sprekers behoren Maurice de Hond,?recherchebaas Henk Bril van de Nationale Politie en Johan Bac van het Openbaar Ministerie. Daarnaast is er een rol weggelegd voor diverse burgerinitiatieven, wetenschappers, maar ook andere overheidsinstanties zoals de rijksoverheid en gemeenten.
Het seminar vindt plaats in de PIT expo, een nieuw museum ontstaan uit een fusie van het Nederlands Politiemuseum en het Nationaal Brandweermuseum. Een museum vol innovaties voor veiligheid, maar ook de politie en brandweer van vroeger zijn er te vinden. Op deze inspirerende plek, goed passend bij het onderwerp, ontvangen wij u heel graag op 10 februari aanstaande.
U bent van harte welkom. De bijeenkomst is gratis. Meer informatie volgt later op deze pagina.
Wilt u zich alvast aanmelden? Ga dan naar bit.ly/demodernesherlock
Let op: het aantal plaatsen is beperkt, dus meld u snel aan!
Maurice de Hond geeft hieronder in het kader van de NFI themadagen digitale opsporing alvast een paar lessen mee die hij leerde uit de Deventer moordzaak:
Het PIT museum is een plek voor dialoog en ontmoeting voor professionals en het brede publiek over actuele en maatschappelijk relevante thema?s rond veiligheid. Het adres is?Schipperplein 4
Almere en er is voldoende parkeergelegenheid. Klik hier voor een Google Maps route of bekijk het hieronder:
Met het openbaar vervoer
Vanaf station Almere Centrum neem je bus 1 of 3 richting Almere Haven, bij de tweede halte (Bottelaarspassage) uitstappen. Busbaan oversteken en de Zoetelaarspassage inlopen. Na ongeveer vijf minuten rechtdoor lopen ga je aan het einde linksaf en loop je de trap naast de MediaMarkt af naar het Schipperplein. Sla direct rechtsaf en loop langs de gevel direct naar de ingang van PIT.
Vanaf station Almere Centrum is het ongeveer vijftien minuten lopen naar het Schipperplein. Door de Stationsstraat, Stadhuisplein, Stadhuisstraat, Grote Markt, Korte Promenade, Bottelaarspassage, busbaan oversteken en de Zoetelaarspassage uitlopen. Aan het einde rechtsaf en vervolgens loop je de trap naast de MediaMarkt af naar het Schipperplein. Sla direct rechtsaf en loop langs de gevel direct naar de ingang van PIT.
Met de auto
Vanaf de A6
Neem afrit 5: Almere-Stad Centrum. Onderaan de afrit ga je linksaf de Veluwedreef op richting Flevoziekenhuis.Let op: 50km! Zie verder bij *
Vanaf de A27
Neem de afrit Almere-Stad. Linksaf de Waterlandse weg richting Almere. Steeds rechtdoor (Waterlandse weg gaat over in Veluwedreef). Zie verder bij *
* Rijd de Veluwedreef af tot het kruispunt met de Cinemadreef/Parkwijklaan. Ga hier linksaf richting centrum. Bij de tweede verkeerslichten linksaf de Landdrostdreef op. Steek de busbaan over en ga bij de rotonde rechtsaf de Hospitaalweg op. Je passeert het Flevoziekenhuis aan je linkerhand en ga bij de rotonde rechtdoor onder de overkapping door. Neem de volgende rotonde, in de vorm van een krakeling, driekwart (twee keer de busbaan over) en ga dan rechtdoor. Je rijdt op de Schippergarage (Flevostraat) af waar je de auto kunt parkeren. Volg al lopend in de parkeergarage het zebrapad naar de linkeruitgang. Je loopt nu direct tegen de gevel van PIT aan. Volg deze gevel naar de ingang van PIT.
Parkeren
Betaald parkeren kan in de Flevogarage (Blekerstraat) of de Schippergarage (Flevostraat). Volg in deze garages de bewegwijzering naar PIT. De Schippergarage is direct naast PIT. Ga in de garage rechts naar achteren. De ingang van PIT is op hetzelfde niveau als de parkeergarage.