Tagarchief: boek

Dark Net: de achterbuurt van het internet

9200000046267442 jamie bartlett

De Britse journalist Jamie Bartlett trok voor zijn boek The Dark Net naar de verborgen zelfkant van internet: wapens, drugs, porno, neonazi’s en anorexiafans. En? ‘Niets was zoals ik het verwachtte.’

Wat als je harddrugs zou kunnen kopen in een keurige winkel, met de ecstasy, marihuana en coca?ne netjes ge?taleerd in de schappen? Tegen schappelijke prijzen en zonder de angst dat de narcoticabrigade op de loer ligt? Op een plek waar je een praatje kunt aanknopen met andere shoppers, die je graag helpen bij je keuze? ‘Heb je de aanbieding van de week gezien? Dat is puike hero?ne! Zou ik zeker 20 gram van meenemen.’

Die winkels bestaan, zegt de Britse researcher en journalist Jamie Bartlett: online. Op hetzelfde wereldwijde computernetwerk waar we terechtkunnen voor boeken, dvd’s, smartphones en hotelkamers kunnen we terecht voor GHB, LSA, poppers, speed, 2C-B, kanna, iboga?ne, kratom, DMT en andere drugs. Op websites die in vorm en opzet niet veel afwijken van een Marktplaats of eBay. De drugshandelaren houden zich op het dark net op, een deel van internet dat alleen met een speciale webbrowser valt te ontdekken.

Bartlett schreef er een boek over, dat in een Nederlandse vertaling is verschenen. The Dark Net gaat niet alleen over de drugshandel online, maar over een heel parallel universum op internet bevolkt door neonazi’s, cyberpesters, pornografen, anorexiafans en pedofielen. Een apart hoofdstuk wijdt Bartlett aan de cypherpunks, die in technologie het middel zien om zich te bevrijden van de staat. Uit hun kringen kwam de bitcoin voort, de virtuele munt die anonieme, elektronische betalingen mogelijk maakt. De bitcoin is het smeermiddel voor schimmige zaakjes online.

Vier jaar dompelde Bartlett zich onder in de zelfkant van het internet. Je zou denken dat hij door genoeg digitale drek waadde om er een depressie aan over te houden. Maar in een gesprek via Skype – om in stijl te blijven – blijkt Bartlett (36) een montere, laconieke Brit, die zijn geloof in de mensheid nog niet heeft verloren. ‘Dat is het gekke. Veel mensen die online de vreselijkste dingen doen en zeggen blijken als je ze persoonlijk ontmoet heel aardig. Dat levert ook weer een probleem op. Je kunt ze zo sympathiek gaan vinden dat je uit het oog verliest wat voor ergs ze op internet uitspoken.’

-0-0-820-540

Een wereld vol pedofielen, cyberpesters en neonazi’s. Het beeld dat je schetst van internet in The Dark Net stemt wel somber.

‘Het boek bestrijkt niet het hele internet. Ik heb geprobeerd een accuraat beeld te geven van de duistere plekken, niet een perfect gebalanceerd verhaal met ook de mooie dingen. Ik had van mezelf verwacht dat ik meer geschokt zou zijn over wat ik online heb aangetroffen, maar ik ben eerder minder bezorgd en juist meer relaxt. Het is vaak niet zo beroerd als je denkt.

‘Niets was zoals ik het verwachtte, op basis van wat ik er in de media over had gelezen. Neem Silk Road, de verborgen marktplaats waar je drugs en wapens kon kopen. Ik dacht dat het een schimmige boel zou zijn, net als de drugsdeals op straat. Het bleek een professionele, concurrerende markt, die kwalitatief geweldige producten bood met een uitstekende klantenservice. Het is net als eBay.

‘Ik had ook een heel ander beeld van de websites waarop mensen die aan anorexia lijden elkaar ontmoeten en tips geven over hoe je nog verder kunt vermageren. Ik verwachtte dat die pro-ana-sites sinistere ontmoetingsplekken zouden zijn, donker en boosaardig. Maar de gebruikers zijn juist heel meelevend, zorgzaam en aardig voor elkaar. Dat is misschien wel gevaarlijker. Want mensen die deze stoornis hebben, vinden daar een sympathiek oor. Ze kunnen verslingerd raken aan die positieve reacties en nog extremer worden in hun gedrag.’

Je hebt de mensen achter antimoslim-forums, sekscams en pedofielenwebsites opgezocht. Was dat moeilijk?

‘Als wetenschapper en journalist heb je dankzij internet meer mogelijkheden dan tien jaar terug. Ik kan in een paar muisklikken aan de praat raken met iemand die een pro-anorexia-website beheert in de Verenigde Staten. Iedereen wil met je praten, maar vooral online, anoniem. Je weet dan niet of ze de hele waarheid spreken, en of ze zijn wie ze zeggen te zijn.

‘Het meeste werk is gaan zitten in mensen zover te krijgen dat ze je face-to-face willen ontmoeten. Als je ze als journalist weet te overtuigen dat je eerlijk over hen zult schrijven, kun je hun vertrouwen winnen. De ander kan op internet checken of je wel deugt. Aan de andere kant: veel van deze groepen voelen zich onbegrepen. Ze willen dolgraag hun verhaal kwijt.’

Bartlett zegt dat hij zijn gesprekspartners nog eens heeft benaderd nadat The Dark Net was verschenen. Alleen Paul, een werkloze dertiger in het noorden van Groot-Brittanni? die in blogs en forums de superioriteit van het blanke ras propageert, had achteraf iets te klagen. ‘Misschien niet eens omdat ik hem als een neonazi wegzet. Paul heeft er meer moeite mee dat ik hem omschrijf als een goedlachse, beleefde en attente man in het echte leven, terwijl hij zich op internet gedraagt als een racistische fanaticus. Hij ziet geen verschil tussen zijn offline- en onlinekarakter.’

E?n keer in het boek valt Bartlett uit zijn rol als toeschouwer, onbedoeld. De journalist woont een ‘live-optreden’ bij van Vex, Auryn en Blath, drie meiden die seks met elkaar hebben voor een webcam terwijl duizenden mannen toekijken. De mannen zijn bezoekers van de website Chaturbate en ze kunnen tegen betaling de meiden extra handelingen laten verrichten. De tarieven voor ’tepels kussen’ en ‘vibratorgebruik’ staan keurig vermeld op het scherm.

pistool

‘We hebben vandaag een schrijver te gast, mensen’, zegt Vex opeens tegen de camera. Ik begin met mijn hoofd te schudden. Heftig. ‘En als jullie de komende minuut duizend tokens fooi geven, komt hij even in beeld.’ Ping! Ping! Ping! Vex springt van het bed en trekt me mee, in beeld.

‘Hallo allemaal’, zeg ik.

‘Hallo’, antwoorden een stuk of tien licht- en donkerblauwe namen op het computerscherm.

‘Ik schrijf ook een “boek”‘, typt iemand.

‘Ik betaal tienduizend tokens als je hem pijpt’, zegt een ander.

‘Jongens! Niet doen! Hoe zullen we hem op Chaturbate noemen?’

‘De Pen Is Machtiger!’

Ik trek me haastig terug.

Opmerkelijk aan The Dark Net is dat sommige ontluisterende verschijnselen die pas onlangs lijken te zijn ontstaan al een hele tijd meegaan. Neem het fenomeen trolling, waarbij internetters de grofste middelen inzetten om een ander online tot op het bot te vernederen, om die voor het oog van de hele wereld voor schut te zetten. Anoniem.

In Nederland maakten we in 2003 kennis met het verschijnsel reaguurder (‘Ga nou es deaud’) toen de website GeenStijl werd opgericht. Maar al bijna dertig jaar eerder, toen de voorganger van het internet nog het speeltje was van een handvol academici, klotste het vitriool tegen de virtuele plinten.

Een chatgroep die in 1976 werd opgericht om te debatteren over technische vernieuwingen op dat Arpanet ontaarde binnen de kortste keren in een wedstrijd moddergooien. Vooral nieuwkomers die de etiquette nog niet kenden en de cultuur niet begrepen kregen de volle laag. Oprichter Ken Harrenstein zou de deelnemers van de chatgroep later omschrijven als ‘een stel bevlogen vechtjassen die een paardenkadaver aan gruzelementen beukten’.

Sommigen hebben het online kwetsen tot ‘kunst’ verheven, zo blijkt uit The Dark Net. Bartlett spoorde een van de trollen op, Zack. Hij is begin 30 en haalt al tien jaar anderen op internet het bloed onder de nagels vandaan door elk debat met gestrekt been in te gaan en dat vol te houden tot de tegenpartij in de touwen hangt. Zack laat zien hoe hij op een obscuur forum een slachtoffer ‘binnenhengelt’ met een ogenschijnlijk onschuldig politiek commentaar. Als het doelwit hapt, overlaadt Zack hem met een stortvloed aan vileine opmerkingen, citaten van Cervantes en Shakespeare en video’s van zijn penis in diverse standjes.

‘Wat heeft dat nou voor zin’, vraagt Bartlett aan de trol.

Na een korte stilte zegt Zack: ‘Weet ik niet, maar het was wel leuk. Het doet er eigenlijk niet toe dat het verder zinloos was.’

Wat maakt dat mensen zich op internet zo gemakkelijk laten gaan?

‘Mensen wanen zich achter een computerscherm onbespied, zeker als ze anoniem reageren. Er is niemand die weet wie je bent. Er is geen sociale controle, er is geen repercussie voor als je je misdraagt. Je mist ook de aanwijzingen die je in een gewoon gesprek oppikt, de lichaamstaal, dus je reageert misschien feller. Het medium lijkt onbeschoftheid in de hand te werken.

‘Vroeger schreeuwden we tegen de televisie als we daar iemand zagen met wie we het niet eens waren. Als we indertijd in elke huiskamer microfoons hadden opgehangen en al die uitbarstingen hadden verzameld en geturfd, hadden we toen al geconstateerd dat het land ontspoort. Zoals we nu denken dat het mis is met de wereld omdat iedereen op Facebook en Twitter zo tekeergaat. Het probleem van internet is dat een kleine groep mensen zo’n grote stem krijgt. Het ongenoegen is beter zichtbaar.’

We willen kennelijk gehoord worden – ook als er niemand luistert. We leveren commentaar, ook al is het de 423ste reactie onder een bericht. Waarom?

‘Om dezelfde reden als waarom mensen hele lemma’s volschrijven op Wikipedia, zonder daar de credits voor te krijgen. Het is een natuurlijke aandrang tot zelfexpressie. Het is een manier om stoom af te blazen. Er wordt nooit over gesproken, maar volgens mij is een van de drijvende krachten achter negatief gedrag verveling. Je hebt niks te doen, dus ga je maar online. Internet is een oneindige bron van vermaak.’

In een lezing die op YouTube is te zien, stel je dat het dark net mainstream gaat. Hoe zie je dat?

‘Het zal niet zo zijn dat iedereen de technologie gaat gebruiken om zijn mail onleesbaar te maken of anoniem te surfen. Maar je ziet wel dat mensen zich zorgen maken over hun privacy, dat elk aspect van het leven in data wordt gevangen. Waardoor je bijvoorbeeld advertenties ziet over zaken waar je zes maanden geleden naar hebt gekeken. Dus als er alternatieven komen waarin dat niet gebeurt worden die populairder. Hoe meer ze worden gebruikt, hoe meer mensen zich zullen aansluiten. Zie de apps als Whatsapp en Telegram die je berichten versleutelen. Daar had twee jaar geleden nog niemand van gehoord. Nu hebben ze honderden miljoenen gebruikers.’

Assassination Market: een premie op het hoofd van Obama, Wilders en Ayaan Hirsi Ali.?

Van alle vijanden die Barack Obama dood wensen, zijn er een paar die werkelijk een premie hebben gezet op het hoofd van de Amerikaanse president. Ze zijn te vinden op de Assassination Market, een website waarop de deelnemers geld inzetten op de datum waarop iemand komt te overlijden. Hoeveel mensen hebben gegokt op het overlijden van Obama is niet bekend. Wel hoeveel ze gezamenlijk hebben ingezet: rond de 40 bitcoin, een virtuele munteenheid. De huidige koers van een bitcoin is 335 euro.

De Assassination Market is alleen te bezoeken met een Tor-webbrowser. Tor staat voor een netwerk dat onafhankelijk opereert van het zichtbare internet en waarop gebruikers kunnen surfen zonder dat ze te traceren zijn. De technologie achter Tor werd ontwikkeld door computerwetenschappers in dienst van de Amerikaanse marine, dat de blauwdrukken in 2004 vrijgaf. Met Tor kunnen mensen in landen met een zware internetcensuur toch vrijuit communiceren, maar de technologie wordt ook gebruikt door criminelen, verspreiders van kinderporno en terroristen.

De Assassination Market is gebaseerd op idee?n die de Amerikaan Jim Bell in 1995 in een essay vastlegde. Volgens Bell zouden politici zich correcter gedragen als ze weten dat er een premie op hun hoofd staat, of kan komen te staan. Er zit een adder onder het gras, signaleert Bartlett in The Dark Net: als er maar genoeg mensen kwaad worden op een gezagsdrager zal het prijzengeld zo hoog worden dat iemand een voorspelling doet om die vervolgens te laten uitkomen en zo zeker te zijn van de beloning.

Vandaar dat de laatste instructie op de Assassination Market luidt: ‘Of je je voorspelling wilt laten uitkomen is helemaal aan jou.’

KLEIN LEXICON VAN HET ‘DARK NET’

De duistere kanten van internet hebben hun eigen jargon voortgebracht. Hier een greep uit termen die aan de orde komen in het boek van Jamie Bartlett.

Doxing ?-?priv?gegevens van een gebruiker achterhalen en op internet publiceren

Trolling -?opzettelijk online discussies saboteren, puur voor de lol

Flaming -?oudere term voor trolling

Crap-flooding -?nieuwsgroepen of forums overladen met onzincontent

Click bait -?‘lokaaslink’, verwijzing die bezoeker moet verleiden tot klikken, leidt vaak naar webpagina die boodschap in verwijzing helemaal niet waarmaakt

Screenie -?synoniem voor screendump, schermafbeelding

Cryptograaf -?specialist in digitale versleuteling of geheimcode

Crypto-currency -?virtuele munt, niet te traceren, niet uitgegeven door een land, bijvoorbeeld de bitcoin. Betalingen zijn versleuteld.

Cypherpunk -?anarchist die in encryptie een middel ziet tot sociale en politieke omwentelingen

Hash -?digitale handtekening uniek voor een enkel bestand

Tor Hidden Services -?websites die alleen zijn te bezoeken met TOR-browser

Tor -?afkorting van The Onion Router, netwerk dat communicatie tussen computers zodanig versleutelt (de originele boodschap krijgt steeds meer lagen eromheen, zoals een ui lagen heeft) en omleidt dat bron niet meer valt te achterhalen

Hidden Wiki -?index van Tor Hidden Services

Camshow -?videokanaal waarop live seks wordt bedreven voor een webcam

Thread -?lopende discussie van deelnemers op een forum

Pro-ana -?aanduiding voor website waarop lijders aan anorexia nervosa onder andere tips uitwisselen om er nog magerder uit te zien

Rickrolling -?internetters onder valse voorwendselen lokken naar videoclip van Rick Astley, met de song Never Gonna Give You Up uit 1987

Bronnen: De Volkskrant

Future Crimes – Dark cloud crime sourcing

The_Dark_Web_thumb

In dit vierde en laatste deel van de boekbespreking Future Crimes?van Marc Goodman?behandelen we nog wat cybercrime fenomenen?die vandaag de dag al voorkomen, maar?zich exponentieel zullen doorontwikkelen (de rode draad van zijn hele boek).?

Cloud crime

Technologie?blijft maar schalen.?Neem?bijvoorbeeld de opslag van data. In 2014 kostte een harde schijf van 6 TB op Amazon.com zo’n $300 dollar. Dat is genoeg om alle muziek die ooit door de mens is uitgebracht op te slaan! Marc vraagt zich vervolgens af: Als data werkelijk de nieuwe olie is, waarom beschermen we die dan niet net zo? We laten toch ook niet 100 miljoen olievaten gewoon op straat staan? Toch is dat wel wat we doen met onze data.

Opslag en rekenkracht heb je tegenwoordig niet meer thuis staan, maar ‘in de cloud’ en met 1 muisklik toegankelijk gemaakt.?Cloud crime en bijvoorbeeld cloud cracking wordt daarmee ook prominenter. Met een dienst als CloudCraker kun je een wachtwoord met ‘brute force‘ technieken kraken: 300 miljoen variaties uitproberen in 20 minuten servertijd op Amazon kost je $17 dollar. Aangezien?90% van alle passwords in de wereld binnen enkele uren te kraken zijn kan dit lucratieve business zijn. De gemiddelde versleuteling van bijvoorbeeld een WiFi netwerk valt binnen 6 minuten te kraken wat je omgerekend $1.68 dollar in de cloud kost. Met krachtige machines in de cloud kunnen inbrekers vandaag de dag hun slijptol of zwaarder materiaal dus thuislaten. Marc Goodman noemt dit Crime as a Service (CaaS, als variant op SaaS, Software as a Service).

En testen hoe goed?je nieuwe crimeware?is kan ook in de cloud. Bijvoorbeeld op?avcheck.ru of Scan4You.net, waarmee je kunt zien of je?de 18 populairste virusscanners verslaat. Er is zelfs een RankMyHack.com awards site waarin de ware helden zich kunnen onderscheiden van de wannabes. Wedstrijdjes doen het ook goed. Zoals iemand van de Chaos Computer Club die in 1 dag een peperdure?innovatie van Apple (de Touch ID) hackte toen er $20.000 dollar werd uitgeloofd op IsTouchIDHackedYet.com.

Micro misdaad

De long tail van Chris Anderson is ook ontdekt door criminelen. Als je op heel veel plekken tegelijk?een heel klein beetje schade aanricht, blijf je onder de radar. Minder stelen van meer mensen zorgt voor een stabiele rustige stroom van inkomsten, iedereen vindt zijn eigen niche wel op de wereldwijde marktplaats.

longtail

Deep Web en Dark Web

Volgens Nature ziet Google?maar 16% van het web en mist het alles van het Deep Web. Het Deep Web is 500 keer groter dan het internet van Google waar je elke dag in zoekt. Elke Google zoekopdracht mist zelfs zo’n 99 procent van wat het hele internet bevat. Logisch ook want veel is beschikbaar?in verborgen databases die niet eenvoudig ontsloten worden en bijvoorbeeld achter een wachtwoord staan.

Diep verborgen in de spelonken van het Deep Web, of zoals je wilt, als een Russisch Matroesjka poppetje, is het Dark Web?een onderdeel van het Deep Web met plekken die soms moeilijk vindbaar zijn. Ze komen en gaan of zijn in P2P netwerken verweven en soms moeilijker te vinden. Zo is de DarkMarket een volledig decentrale marktplaats zonder ??n centrale beheerder en vaak is iedereen anoniem door gebruik van?TOR technologie. Moeilijk om op te rollen dus, want je kunt geen leider of eigenaar arresteren (als je al zou weten wie het is). Op het Dark Web staan vele marktplaatsen als Agora, Evolution, CarderPlanet?en een heuse IAACA (International Association for the Advancement of Criminal Activity). Maar ook specialistische sites waar je bijvoorbeeld huurmoordenaars kunt vinden, elk met hun eigen mores met bijvoorbeeld de wervende tekst “permanent solutions to common problems“. De ??n?heeft een strikt “geen minderjarigen” beleid, en de ander doet geen politieke aanslagen. Natuurlijk zijn er wel aanbieders, zoals bijvoorbeeld het gecrowdfunde Assassination Market, waar Geert Wilders jaren op stond, maar ook? Charb,?het voornaamste doelwit uit?de Charlie Hebdo aanslag in Parijs.

Prijzen starten van?$20.000 tot $100.000 voor een politieagent. De diensten vragen om een?recente foto, adresgegevens, en andere relevante?informatie. Bitcoin is het betaalmiddel en bewijs van de klus zit bij de prijs inbegrepen.

Op het Dark Web kun je ook hackers inschakelen voor diverse digitale diensten, maar je vindt er ook diverse onzedelijke diensten, waarin zelfs live gestreamd wordt op verzoek van de klantengroepen. Er zijn marktplaatsen waar wapens, organen en zelfs mensen worden verhandeld. Maar ook radicaliserende groepen als al-Mujahideen?maken YouTube filmpjes waarin ze uitleggen hoe je met TOR in deze online onderwereld terecht kunt komen.

silk-road1

De?(eerste) Silk Road?marktplaats is een bekend voorbeeld. Het groeide exponentieel en in de ruim 2 jaar?dat deze marktplaats?actief was had het zo’n 950.000 accounts met 600.000 berichten per maand. Van aanbieders als?DealioInThe312 kon je zien dat deze al 6400 coca?ne verkopen op hun naam had staan tot 97% tevredenheid van de klanten. Het Dark Web is namelijk volledig anoniem. Als je handelt en je er ook als crimineel niet achter kunt komen met wie je van doen hebt, is een reputatiesysteem zoals eBay dat ook gebruikt handig. Je verscheept eerst een kleine zending en als zowel koper als verkoper tevreden is wordt de handel uitgebreid. Dat principe is onveranderd gebleven. Tot het oprollen van deze eerste?Silk Road?werd er voor 1.2 miljard verhandeld wat de beheerder?van deze marktplaats, de 29 jarige Ross Ulbricht (beter bekend als Dread Pirate Roberts), zo’n 80 miljoen opleverde. Niet slecht voor een criminele start-up. Volgens het blad Addiction?verkreeg?zo’n 20% van alle drugsgebruikers in de VS zijn spul onder andere via Silk Road. Silk Road kreeg nog een opvolger Silk Road 2?(die ook werd opgedoekt) en binnen een dag was er?alweer?een Silk Road 3. Er zijn?een inmiddels een aantal films gemaakt van het verhaal van Ross Ulbricht en is er een interessante?discussie ontstaan over de?jurisprudentie van?de zaak:

Er staan op het Dark Web hele wikipedia’s vol met informatie, zoals handleidingen om allerlei narigheid uit te halen. Noem het een?Penozepedia. Omdat Google er niet wil zoeken, hebben criminelen er zelf eentje gemaakt: Grams. In Grams is ook het Ad Words model overgenomen, dus er zijn ook handige jongens?die hun geld?verdienen met de advertenties van andere criminelen. Grams heeft zelfs een “I’m Feeling Lucky” knop. Sommige marktplaatsen kennen hogere toegangseisen, zoals anderen die voor je in moeten staan en je als lid voordragen. Ook zijn er marktplaatsen waar je eerst criminele handelingen moet verrichten om lid te worden (zoals het inbrengen van kinderporno). De meeste Dark Web marktplaatsen bevatten alles wat we in de moderne wereld gewend zijn: winkelkarretjes, kassa’s, coupons, geld-terug garanties, klantenservice chats, pandjesbazen?en wat al niet meer zij.

Op het Dark Web besteed men alle onderdelen van de handel uit aan specialisten. Zo zijn er mensen die handig zijn om de douane te omzeilen, en zijn er mensen die ideale verstopplekken weten om de goederen op af te leveren (zgn. dead drops). Van deze?plekken krijgen?kopers na succesvolle transactie dan een GPS co?rdinaat.

sholmes-a

Mobiele spion

Marc Goodman noemt onze smartphones “snitches in our pockets“, hij quote ook schrijver?Evgeny Morozov:?”Mobile phones are one of the most insecure devices that were ever available, so they’re very easy to trace and they’re very easy to tap.” en security expert Raj Goel noemde de?smartphone het beste spionagemiddel?dat ooit is uitgevonden.

milly

Een interessant voorbeeld van spionage via een mobieltje is de vermissingszaak van de 13 jarige?Milly Dowler?uit 2002. Milly?belde haar vader om door te geven dat ze wat later zou komen. Ze kwam helaas niet meer thuis die dag en al snel volgde een massale zoekactie. Het lukte?de Britse politie van Surrey via het telecombedrijf om haar voicemail af te luisteren, naarstig op zoek naar sporen. Ze kwamen erachter dat haar voicemail 5 dagen na de vermissing nog was uitgeluisterd, waardoor men sterk vermoedde dat ze nog in leven kon zijn. Terwijl het onderzoek die weken erna flink werd opgeschaald, zag men dat ook nieuwe voicemails uitgeluisterd bleven worden. Een scenario dat waarschijnlijker werd, was dat ze misschien toch gewoon was weggelopen…

Helaas voor de familie bleek dat?ze niet was weggelopen maar was ontvoerd. Haar lichaam werd 6 maanden later zo’n 25 kilometer verderop gevonden. De recherche vervolgde het onderzoek in deze zaak, wat nu een?moordzaak was, en maakte meer werk van de voicemails. Was het misschien de dader die de berichten had afgeluisterd? Was het een jaloers vriendje? Haar eigen ouders? Het zou bijna?10 jaar duren voordat men daar achter kwam…

In een uitgebreid artikel in Guardian viel te lezen hoe de telefoon van Milly niet door een crimineel was uitgelezen, maar dat dit was gebeurd in opdracht van journalisten. De krant?News of the World (eigendom van?miljardair Rupert Murdoch) was de schuldige en dit werd?bekend als een van de grootste schandalen in de Brits pers ooit: Hackgate. Vooral voor de familie Dowler was dit natuurlijk zuur nieuws, en ook de politie realiseerde zich hoeveel mankracht ze hadden verspild.

Er werd bekend dat de krant?priv?-detectives had ingehuurd, en niet alleen bij Milly Dowler. Ook veel bekende Britse kopstukken waren vermoedelijk slachtoffer van dergelijke praktijken. Zelfs de communicatie van slachtoffers van de Londense aanslag?uit 2005 en ook?familieleden van?gesneuvelde Britse soldaten werden op deze manier afgeluisterd. News of the World kon na haar 168 jaar bestaan de tent sluiten, gepaard met?vele arrestaties op de redactie.

Onze mobieltjes zijn al jaren kwetsbaar gebleken. Begin 2014 bleek hoe Snapchat miljoenen iPhone gebruikers in gevaar kon brengen.?Door de hack waren?tienduizenden foto’s (waarvan vele pikante), waarvan de gebruikers dachten dat ze vluchtig waren, ineens over het internet verspreid, zoals op?Instagram en wraakporno sites als MyEx.com. Onderzoek?uit 2013 toonde al aan?dat?82% van de iPhone gebruikers na 5 maanden wel een update gedaan had naar de nieuwste iOS versie, maar bij Android gebruikers bleef dit ver achter met?zo’n 4% van de gebruikers die de laatste versie draaide. Terwijl het onderzoek er op wees dat 77% van alle ellende niet zou plaatsvinden met de?laatste update van het besturingssysteem.

Updates of niet, met social media op je mobieltje is het uitkijken. Het Social Media handboek van het Amerikaanse leger vraagt niet voor niets aan hun soldaten: “Is een badge of check-in op Foursquare echt je leven waard?”.?De protestgroepen in Kiev?gericht tegen voormalig president Viktor Yanukovich van Oekra?ne?keken verbaasd op toen hun mobieltjes ineens piepten en er een waarschuwing op stond:?”Dear subscriber, you are registered as a participant in a mass disturbance.” Of de protestgangers in HongKong. Die dachten slim te zijn en maakten gebruik van de?app FireChat,?die op een?p2p netwerk via Wifi draait om zo de Chinese telecomgiganten te omzeilen. Ze konden berichten uitwisselen over hun plannen zonder dat de staat meekeek. Dachten ze… Later bleek dat veel van hun telefoontjes malware hadden ontvangen, waardoor de staat alsnog?mee kon kijken.

Swatting

Verveelde hackers?of?internet trollen vinden het leuk om grote bedrijven of de overheid te testen en pesten. Zo is bijvoorbeeld het fenomeen swatting in zwang geraakt dat misbruik maakt van de noodhulpdiensten. En dat zal het nog wel even blijven met aankomende nieuwe technologie?n. Het is niet heel moeilijk gebleken (onder andere via gehackte mobieltjes en middels?spoofing) om anonieme valse meldingen te doen van incidenten en criminaliteit. Een geintje is nog tot daaraan toe (hoewel dat ook strafbaar is), maar het kan zelfs levensgevaarlijk zijn. Marc geeft een voorbeeldscenario van een 911 melding waarna een vrouw schreeuwend is te horen in de meldkamer (via een bandje dat wordt afgespeeld): “My husband shot my mother and baby, and now’s he’s holding me hostage… PLEASE come quick…. He’s got a shotgun and an AK-47…. Hurry… he’s crazy!” Met daarna wat schoten op de achtergrond voor een geloofwaardig?effect. Stel je nu voor dat jij rustig met je gezinnetje TV zit te kijken, en er is een SWAT team onderweg naar je huis met deze melding. Of erger: je ligt in bed te slapen, het SWAT team heeft inmiddels positie ingenomen rond je huis en je hoort ze buiten niet roepen met een ultimatum. Je wordt misschien wel half wakker omdat je stemmen hoort, denkt aan inbrekers en besluit met je eigen schietwapen een kijkje te gaan nemen. Zo’n scenario kan in de VS bijzonder slecht eindigen leert de ervaring.

Vroeger gingen?deze geintjes hooguit over pizza’s die op je huisadres door anderen besteld werden. Tegenwoordig zijn deze grappen heftiger geworden, onder andere omdat?de pakkans zeer klein is en je in volledige anonimiteit kan blijven bij dergelijke acties.

Grote hoeveelheden smartphone gebruikers in de maling nemen kan natuurlijk ook. Zo hackten studenten uit Isra?l?de veel gebruikte?navigatie app?Waze (nu eigendom van?Google) om een niet bestaande file te cre?ren (met GPS spoofing). Zo kun je eenvoudig een hele groep mensen letterlijk om de tuin leiden. En mobiele diensten hoef je niet eens te hacken. Creatief gebruik volstaat ook. Zo bleek dat?Nicole Gibson een real-time ‘text a getaway driver‘ toepassing van Uber?had gemaakt om inbrekers?snel weg te laten komen. Ook het populaire?AirBnB wordt graag door escort services en prostitutie gebruikt, omdat ze dan niet op de beveiligingscamera’s voorkomen die bij hotels staan. Het is volgens deze?sector nog een stuk goedkoper ook.

Internetdingen

De ontwikkeling van het ‘internet der dingen’ is een goed voorbeeld van de exponenti?le dreiging die er aan komt. Marc Goodman?houdt in zijn hele boek erg van?parafraseren en?leent een uitspraak van?Notorious B.I.G. om duidelijk te maken dat wij ons altijd via onze beeldschermen laten foppen: “Mo’ Screens, Mo’ ?Problems” (afgeleid van Mo’ Money, Mo’ Problems).

Exponentieel meer dingen online (volgens Cisco zo’n 50 miljard in 2020) betekent ook meer digitale?adressen. Toen men doorkreeg dat het aantal internetadressen voor computers en randapparatuur opraakte (IPv4) moest men iets nieuws uitvinden.?IPv6 is inmiddels?een feit en maakt 2 tot de macht 128 apparaten mogelijk. Moeilijk voor te stellen hoeveel dat is, maar het biedt meer aansluitingen?dan alle zandkorrels van alle stranden op aarde tezamen.?Zelfs elk atoom op onze aarde zou een uniek IP adres kunnen krijgen, met genoeg plek voor de maan en andere planeten. Tel daarbij op dat een webserver nu op een chip ter grootte van een vingertopje past (en minder dan $1 dollar kost) en niets is meer te gek.?Dingen, mensen, dieren, planten: alles komt online, gewoon een kwestie van tijd.?In Australi? zijn er al?twitterende haaien, die de mensen kunnen waarschuwen als ze te dichtbij komen. Maar ook?PetLink?koppelt baasje en huisdier online?aan elkaar, zodat ze elkaar nooit meer kwijt kunnen raken. Voorbeelden zijn er te over en criminele mogelijkheden zijn er dus ook:

Auto’s bijvoorbeeld hebben vandaag de dag al gemiddeld honderd boordcomputers en 100 miljoen regels code waar ze op rijden. Dat groeit met Tesla of Google auto’s alleen nog maar exponentieel door. In je huis verlopen die ontwikkelingen niet anders: je thermostaat, slimme energiemeter en een bulk aan andere sensoren en actuatoren (bijv. alle knopjes in je huis) worden binnen afzienbare tijd?allemaal aangesloten. En?daarna is je lichaam aan de beurt. Er zijn al mensen met een microchip in hun lijf of een computer als pacemaker. Biotechnologie, volgens sommigen de nieuwe grote revolutie na internet, groeit (nu nog wat onder de radar) intussen ook exponentieel snel.

De bionische mens of de huidige exoskeletten maakt van ons halve robots (cyborgs) en medische implantaten vervangen of verbeteren ons lichaam, of houden het simpelweg in de gaten. Deze biometrische sensoren en ook biotechnologie kennen ons als geen ander en dat zal onze nieuwe unieke online identiteit ook worden; weer een nieuwe DNA revolutie! Maar misschien leven we dan nauwelijks?meer in de fysieke wereld, want die singularity wereld zal ook voor een deel door robots worden ingevuld voor het harde fysieke werk. Misschien leven we vrijwel volledig in een?immersieve virtual reality die al onze zintuigen optimaal bedient, zoals in de film The Matrix. De Oculus Rift is er al een kleine voorbode van. En in?die virtuele wereld doen smart agents, slimme zelflerende algorimes (artificial intelligence) ook nog eens het meeste denkwerk. Dat betekent dat het criminele brein ook alleen maar krachtiger wordt. Marc Goodman gaat zelfs nog verder door over nano en quantum technologie, inclusief replicators uit Star Trek dat verder gaat dan 3D printers, dus er is nog ruim?genoeg over na dit vierde artikel om verder te lezen?in dit geweldige?boek. Een musthave voor iedereen die zich met veiligheid bezig houdt.

Crime busters

De georganiseerde misdaad is?nu al goed?voor 15 tot 20% van het Bruto Nationaal Product (BNP/GDP). Bestaande georganiseerde criminele netwerken als de Italiaanse Cosa Nostra, Japanse Yakuza, Chinese Triads of Russische of Nigeriaanse maffia hebben allemaal groeiende cybercrime afdelingen. De pakkans is laag, echte veroordelingen zeldzaam. Waar de meeste cybercriminelen vroeger nog freelancers waren, maakt?80% nu onderdeel uit van georganiseerde misdaad. De fysieke en online wereld kruisen elkaar en dat geeft (nu nog af en toe) vuurwerk. Marc Goodman vergelijkt het met een sc?ne?uit Ghostbusters waarin de hoofdrolspelers bewapend met “proton packs” spoken aanvallen en een van hen de anderen waarschuwt: “There’s something very important I forgot to tell you… Don’t cross the streams of your weapons… It would be bad.“, waarop Bill Murray vraagt: “How bad?” en als antwoord krijgt “Try to imagine all life as you know it stopping instantaneously and every molecule in your body exploding at the speed of light.“, waarop Bill Murray reageert: “Okay, that’s bad. Thanks for the important safety tip.

Vroeger reden agenten nog op paarden, terwijl gangsters uit bijvoorbeeld Chicago?allang auto’s hadden ontdekt om mee weg te komen. Toen elke agent een revolver kreeg, gebruikte George “Machine Gun” Kelly allang automatische vuurwapens. Drugsdealers waren (na artsen) de eersten om pagers te adopteren, en?hadden allang mobiele telefoons voordat politiemensen die ontdekten.?Criminelen zijn altijd early adopters geweest. Met een smartphone in de hand kunnen ze nu ter plaatse hun inlichtingen inwinnen (net als de terroristen al in 2008 in Mumbai deden). Een simpel voorbeeldje. Op een willekeurige luchthaven staat?een chauffeur met het naambordje van Mr. Jackson van Goldman Sachs in de hand staat te wachten. Even Googlen of LinkedIn checken en de crimineel kiest het bordje met de grootste afpersingsmogelijkheden (de grootste dollartekens). Hij intimideert?de chauffeur en neemt?zijn nietsvermoedende doelwit mee. Het enige dat hij hoefde te ‘hacken’ is het ophouden van een?kartonnen bordje: ‘Mo screens, mo problems‘.

Crime sourcing

Het gebruik van een flash rob?(als variant op?een flash mob) was een aantal jaren geleden al?een?creatieve manier van crime sourcing. In Washington D.C. raasden 30 overvallers een G-Star Raw winkel binnen en liepen naar buiten met $20.000 dollar. Ze hadden zich georganiseerd?via social media. Het nadeel voor?de politie was dat de meesten?elkaar niet kenden, zodat ze ook niet over elkaar konden klikken. Of neem de bankovervaller die in Seattle de Bank of America beroofde met een listige crime sourcing methode. Hij riep via een online marktplaats (Craigslist) werklui op om aan de weg te komen werken en vroeg mensen specifieke kleding aan te doen: een geel vestje, blauw short, stofkapje en veiligheidsbril. Zo’n 300 mensen kwamen op de?afgesproken plek en tijd opdraven, want ze wilden graag zo’n betaalde klus,?maar tot hun verbazing werden ze niet aan het werk gezet. De bank werd op dat moment overvallen en alle werkers voldeden vervolgens aan het signalement van de dader. Niemand had enig idee wie de dader?kon zijn, de hadden alleen een online alias van hem.

Hackersgroep LulzSec?had crime sourcing ook ontdekt en vroeg op Twitter aan de massa wat hun volgende target zou moeten zijn. Ze hadden zelfs een telefoonlijn waarop het antwoordapparaat met Frans accent zei: “We are not available right now as we are busy raping the Internet” om vervolgens na de piep de mogelijkheid te geven een leuk kraakidee?in te spreken.

En sommige criminelen zijn ronduit lui. Om illegaal in te loggen op diverse sites moeten ze vaak eerst langs die lastige Captcha’s. Om dat handwerk te omzeilen hebben ze scriptjes geschreven die zo’n captcha plaatje kopieert en op een andere site aan onschuldige mensen aanbiedt die dan gewillig de juiste karakters voor ze?intikken. Meestal bieden ze die captcha kopie?n aan op de vele pornosites die ze in beheer hebben, waardoor het voor die bezoekers best logisch lijkt dat ze een?captcha moeten oplossen om aan te tonen dat ze ouder dan 18 zijn. En captcha’s kunnen breder ingezet worden. Criminelen zouden net als Google het gebruikt voor tekstherkenning van ingescande boeken, mensen fragmenten van bijvoorbeeld?gezellige dinerfoto’s met daarop zichtbare?creditcards laten ontcijferen.

Crowdsourcing Law enforcement

Het crowdsourcen van politiewerk blijft volgems Marc?alleen?gigantisch achter. In 1865 stond John Wilkes Booth als eerste op een Wanted poster nadat hij president Lincoln vermoorde.?Nu, zo’n 150 jaar later, is er niet heel veel verandert in de manier waarop de politie een opsporingsbericht naar buiten brengt. We benaderen nu weliswaar via nieuwe kanalen als TV zenders en internet, maar doen het op precies dezelfde manier: “Heb je iets gezien? Contacteer?ons”.?Clay Shirky bijvoorbeeld schreef over ‘cognitive surplus‘ (sociale overwaarde) dat beschrijft hoe honderden, duizenden mensen vrijwillig samenwerken (zelfs op wereldschaal) om problemen op te lossen. In de crisisbeheersing zien we het al wel (zie onze?blogs over Digital Humanitarians), waarom?crowdsourced de politie de aanpak van misdaad niet als criminelen het andersom wel doen? Kleine voorbeelden zijn er?wel. Zo liet een professor op de Alabama universiteit zijn klas meedenken in een FBI cybercrime zaak waar zo’n $70 miljoen mee gemoeid was. De ‘crowdvestigation‘ van deze studenten leverde vele verdachten op die een Zeus Trojan in de bancaire sector hadden losgelaten. Mensen maken namelijk altijd wel fouten en zijn dus vindbaar. Volgens een IBM onderzoek is 95% van alle security incidenten te wijten aan een menselijke fout. Zo zijn wij kwetsbaar, maar criminelen?dus ook. De?crowdvestigation?was een leuk initiatief, maar van geborgde en continue samenwerking is absoluut geen?sprake. In 2011 heeft de Britse politie wel een poging daartoe gedaan, en ook schreven we eerder over?Jim Gamble,?voormalig directeur van het Britse Child Exploitation and Online Protection Centre (CEOP), die een klein legertje cyber volunteers wilde inzetten op een fenomeen als online pedofilie. En sinds kort is ook?DHS?er voorzichtig mee begonnen.

Marc vraagt zich ook af of gamification heen oplossing kan bieden. Waarom benutten we de 3 miljard uren aan gaming tijd niet met het oplossen van zaken? MalariaSpot en Foldit zijn goede voorbeelden uit de medische hoek. In Nederland ligt de recherchegame?hiervoor nog?op de plank. En als criminelen een rad van fortuin hebben, waarom is dat andersom dan niet vaker zo? Marc Goodman stelt een XPRIZE Challenge?of zelfs een Manhattan project?nodig hebben voor cyber security om snel een grote inhaalslag te kunnen maken. Een?treffende quote hierover: “Our public safety and security are just too important to leave to the professionals“. Dus wanneer beginnen we?

Big data, big hairy problems

Vele landen hebben niet eens cyber-crime wetten, en als ze er zijn staat effectieve toepassing ervan nog in de kinderschoenen. Cybercrime is een wereldwijd probleem, maar?met een totaalbudget van $90 miljoen dat Interpol nu heeft (voor alle misdaadsoorten)?wordt het erg moeilijk om veel meer te kunnen doen. Ter vergelijk: alleen al de NYPD heeft een budget van $4.9 miljard dollar, maar zij kunnen alleen gebiedsgebonden opereren (jurisdictie). Zet daar de Mexicaanse?drugsbaron?’El Chapo‘ tegenover die 200 miljoen aan cash had liggen toen de politie zijn huis binnenviel, en je vermoed al?waar de grootste exponenti?le groei momenteel plaatsvindt. Want waar moderne criminele hun algoritmes laten werken, reageert de politie op misdaad met een heleboel handwerk. Marc Goodman roept dan ook op om bij de FBI een groep ‘Mad Scientists‘ toe te voegen, white hat hackers en cyber volunteers. Met nieuwe werkmodellen zoals die van Google om 20% van je tijd aan nieuwe dingen te besteden, zoals een nieuwe vorm van aanpak of nieuwe community policing programma’s in cyberspace.

Maar hoeveel we ook besteden aan de politie, daar gaan we het lang niet mee redden. Vint Cerf?vraagt zich bijvoorbeeld af waar de cyber brandweer is, en?waar is eigenlijk de World Cyber Health Organisation? De problemen van de 21e?eeuw kunnen we niet met organisaties uit de vorige eeuw oplossen. En oplossingen moeten natuurlijk uit de bredere?maatschappij komen. Ook bedrijfsleven zou, vergelijkbaar met Alcoholics Anonymous, veel vaker taboe’s moeten doorbreken en met elkaar moeten praten over hun cyberproblemen. Iets dat in een aantal sectoren gelukkig steeds vaker gebeurt. En het is nu ook weer niet zo dat onze overheid onmachtig is, want wie bracht er het internet? Wie bracht ons naar de maan? Of wie hielp in het ontcijferen van het menselijk genoom? Gelukkig zijn er in onder andere de VS al?organisaties ontstaan zoals ‘Code for America‘, GovLab, of het OS Fund onder leiding van Bryan Johnson dat?zelfs nadenkt over een nieuw ‘OS’ voor onze maatschappij. Maar het is lang niet genoeg: dus hoe kun jij bijdragen?

Dit is deel 4 en daarmee het laatste deel van de boekbespreking van Future Crimes van Marc Goodman. Heb je artikel 1,?2?en 3 al gelezen, of heb je het boek zelf gelezen? Misschien wil je dan je idee?n erover?hieronder delen?

Future Crimes – Social Media bovenwereld

marc Goodman

We zetten de lijn van exponenti?le groei uit het vorige blog door, maar nu zoomen we in?op?de social media ontwikkelingen die Marc Goodman beschrijft in zijn nieuwe boek Future Crimes.

In 10 jaar tijd groeide het gebruik van Facebook van nul tot 1.3 milard mensen. Er zijn inmiddels op de planeet meer mobiele telefoons dan mensen en daarmee worden elke dag 350 miljoen foto’s naar Facebook geupload. De ‘Like’-knop wordt zo’n zes miljard keer per dag ingedrukt.?Tijdens de Arabische lente maakte een Google medewerker, Wael Ghonim, een Facebookpagina aan om aandacht te vragen voor de aanslag op een Egyptische activist. Binnen twee minuten had hij?300 ‘likes’ en na korte?tijd steunden 250.000 zijn oproep. Het doen van telefoontjes op de mobiel is volgens Brits onderzoek in ons dagelijks gebruik al?op de vijfde plaats gekomen: surfen op het web, social media, gamen en muziek staan op de eerste vier plekken!

Social Media Terms of Service (ToS)?

De groei van klanten voor social media aanbieders is fenomenaal. Maar over hoe deze partijen met hun klanten omgaan stelt Marc Goodman stevige vraagtekens. Bijvoorbeeld Google of Facebook komen met veel vreemde praktijken weg zo lijkt het, en het contract dat je als gebruiker met ze aangaat is op zijn minst asymmetrisch. Het antwoord van Google in een rechtszaak onder de hamer van?rechter Lucy Koh was letterlijk: “a person has no legitimate expectation of privacy in information he voluntarily turns over to third parties“. Met andere woorden: het versturen van een e-mail aan een Gmail gebruiker betekent dat Google mag doen met die data wat het wil. Neem ook Facebook die zich zou moeten houden aan de Children’s Online Privacy Protection Act,?een wet die bepaald dat er geen informatie van kinderen onder de dertien verzameld mag worden. Maar wie een beetje om zich heen kijkt op Facebook weet wel beter. Ook al zijn de regels dus beter, dan schiet de handhaving enorm tekort. Een treffende?quote uit het boek is dan ook: “Social media are the new public records“.

Marc wil zijn punt nog kracht bijzetten met wat cijfers.?De gemiddelde Amerikaan krijgt per jaar 1.462 gebruikersovereenkomsten?onder ogen, met gemiddeld 2.518 woorden per stuk. Als we die allemaal zouden moeten lezen, zou dat?76 volledige werkdagen?van ons leven kosten. Geen wonder dat de meeste mensen de Terms of Service (ToS) niet lezen.

Als voorbeeld schotelt Marc Goodman ons de user agreement?van LinkedIn even voor:

“You grant LinkedIn a nonexclusive, irrevocable, worldwide, perpetual, unlimited, assignable, sublicensable, fully paid up and royalty-free right to us to copy, prepare derivative works of, improve, distribute, publish, remove, retain, add, process, analyse, use and commercialize, in any way now known or in the future discovered, any information you provide, directly or indirectly to LinkedIn, including, but not limited to, any user generated content, ideas, concepts, techniques and/or data to the services, you submit to LinkedIn, without any further consent, notice and/or compensation to you or to any third parties. Any information you submit to us is at your own risk of loss.”

Daar kunt u het mee doen. Je kunt je data als eindgebruiker (of product) dus nooit meer terughalen, nooit een fout herstellen. Social Media partijen?kunnen je data in de meeste gevallen tot in lengte der dagen blijven gebruiken voor allerlei doeleinden. LinkedIn heeft zijn user agreement inmiddels iets aangepast, en maakte er na veel vragen zelfs onderstaand?filmpje over. Het filmpje doet overkomen alsof je zelf eigenaar bent (ben je in wettelijke zin ook), toch blijf?je onbeperkte toestemming (licenties) aan LinkedIn en derden geven over je persoonlijke gegevens?en zie die maar eens echt terug te halen. Dat is nu totaal nog?geen transparant proces, vandaar ook nieuwe Europese wetgeving?tav?het recht om vergeten te worden, maar ook de?interessante zaak die Max Schrems (na zijn eerdere ervaringen) nu samen met duizenden gebruikers?tegen?Facebook voert:

Om aan te tonen hoe belachelijk dit soort gebruikers overeenkomsten zijn, deed GameStation een experiment met een nog belachelijker statement:

“By placing an order via this GameStation Website on the first day of the fourth month of the year 2010 Anno Domini, you agree to grant us a non transferable option to claim, for now and for ever more, your immortal soul. Should we wish to exercise this option, you agree to surrender your immortal soul, and any claim you may have on it, within 5 (five) working days of receiving written notification from gamestation.co.uk or one of its duly authorisied minions.”?

7500 GameStation gebruikers verkochten op de dag van dit experiment hun ziel aan GameStation, terwijl ze er een product kochten. Terms of Service zijn echter geen geintje. Menige rechtszaak is door arme klanten verloren doordat de kleine lettertjes de social media partij -?of derden?- vrijwaarden van elke blaam. De privacy overeenkomst van Facebook verandert toch al elk half jaar en is inmiddels gegroeid van 1004 woorden (in 2005) tot 9300 woorden in 2014 (exclusief de links naar pagina’s met subvoorwaarden en overige condities). Facebook’s privacy overeenkomst is daarmee langer geworden dan de Amerikaanse grondwet! Toch spant Paypal de kroon met een gebruikersovereenkomst van 36.275 woorden… (langer dan Shakespeare’s Hamlet). Marc Goodman vergelijkt het wijzigen van deze voorwaarden met het (eenzijdig) wijzigen van de wetten, omdat deze datawetten bepalen wat ze met jouw data mogen doen en welke schamele rechten er dan voor jou overblijven.

En als je die gebruikersovereenkomst eenmaal gelezen hebt, ben je nog niet klaar. Op Facebook zijn maar liefst 170 privacy opties die je kunt instellen en tweaken, hoewel?de meeste mensen niet eens weten wat alles betekent. En al zou je uren besteden aan die instellingen, dan nog kan?een Facebook update van de Terms Of Service veel instellingen weer terugzetten op de?standaard instellingen; namelijk maximale openheid. Zo bepaalt je data dealer wat ze met jou kan doen. Jij bent immers allang verslaaft en zit vast?in hun web.

Ook Google heeft een vergaande terms of service overeenkomst. Als je bijvoorbeeld Google Docs of Google Drive gebruikt staat er?dat Google automatisch ook eigenaar wordt van die documenten. Lees maar:

“When you upload or otherwise submit content to our services, you give Google (and those we work with) a worldwide license to use, host, store, reproduce, modify, and create derivative works, such as those resulting from translations, adaptations or other changes and license to communicate, publish, publicly reform, publicly display and distribute such content.”

Het is maar goed?dat J.K. Rowling haar Harry Potter serie niet in Google Docs heeft geschreven! Anders waren haar wereldwijde rechten van het boek ook in handen van Google.

Jij bent het product

Gratis lijkt dus mooi, maar je betaald met je persoonsgegevens of je eigen content. Een treffende quote uit het boek is: “The most expensive things in life are free“. Dat is precies?waarom een gratis spelletje als Angry Birds?binnen korte tijd 9 miljard aan beurswaarde kan genereren. Apps zijn hele effectieve distributiesystemen voor persoonlijke gegevens aan adverteerders. Alleen al het downloaden van de Facebook app op een Android toestel (nog voor dat je je hebt aangemeld of de ToS hebt ondertekend) zorgt ervoor dat je mobiele telefoonnummer met Facebook is gedeeld. En de ‘Like’-knop (6 miljard clicks per dag)?werkt?net als internet cookies als een tracker die je gedrag ook op andere sites dan Facebook volgt. McAfee toonde aan dat 82% van de Android apps je internetverkeer volgen en maar liefst 80% je locatiegegevens doorgeven. Marc Goodman geeft voorbeeld na voorbeeld en verbaast zich over het feit dat deze markt zo ongereguleerd is. Hij vergelijkt het met de regulatie van nicotine (onze persoonsgegevens zijn de verslaving van big data brokers en adverteerders), en de grote waarschuwingen op sigarettenpakjes voor consumenten.

De 7 gouden W’s voor adverteerders

Hij haalt de 7 gouden W’s erbij (op een andere manier: ditmaal voor adverteerders) en stelt dat Google de strijd om de “Wat” vraag heeft gewonnen: zij weten “wat” mensen zoeken (Google Search die je zoekvraag zelfs aanvult omdat ze jou en anderen inmiddels al redelijk goed kennen). ?Facebook heeft nu de strijd gewonnen rondom de “Wie” vraag: het kent jou en je persoonlijke netwerk als geen ander. ?De “Waar” vraag is nu waar de strijd al een tijdje in is losgebarsten. Location based diensten (LBS) en bronnen via apps (oa ook Netflix), de smartphone en internetdingen maar ook infrastructuur (de Wifi bij de McDonald’s) zorgen voor veel nieuwe startups die hun drilboor al in de digitale goudmijn hebben gezet.

Voorbeelden van dergelijke nieuwe diensten zijn bijvoorbeeld dating apps als Tinder en Grindr, die miljoenen klanten op miljoenen locaties aan elkaar hebben verbonden. In 2012 lanceerde een Russische startup de app Girls Around Me?die gebruik maakte van Facebook en Foursquare check-ins. Als een digitale?radar kon je alle meisjes?in de buurt vinden en hun Facebook profielen checken. Met een druk op de knop kon je zien waar ze op school zaten, welke vakantie ze net hadden gehad en hun?voorkeuren (‘likes’) inzien. Met deze informatie zou je dus als wildvreemde op zo’n meisje af kunnen stappen en precies de juiste dingen kunnen zeggen. Handig, ook voor?mannen met minder fijne bedoelingen.

Een andere?datingapp?gaat nog verder. OkCupid?vraagt aanvullende gevoelige informatie, zoals hoeveel seksuele relaties je in het verleden hebt gehad, of je voor of juist tegen abortus bent, of je een vuurwapen hebt, of en hoe vaak je?alcohol of drugs gebruikt (legaal en ook illegaal). Allemaal om een zo goed mogelijke match voor je te vinden…

Social Media monitoring

leigh

Dat social media ook door andere partijen steeds beter in de gaten gehouden wordt, ontdekte Leigh Van Bryan toen hij vlak voor zijn reis vanuit Engeland naar de Verenigde Staten Twitterde:

destroy-america

Het woordje ‘destroy’?betekent onder zijn Britse vrienden iets anders dan wat DHS (Department of Homeland Security) ervan maakte. Toen hij op het vliegveld in Los Angeles aankwam werden hij en zijn 24 jarige reisgenote Emily Bunting door de bewapende douane in de boeien geslagen. Ze moesten 12 uur in een cel zitten met vermeende Mexicaanse drugsdealers. Hoewel ze hun Engelse slang nog probeerden uit?te leggen, mocht het niet baten en werd er door hun spullen gezocht, onder andere naar een schep. Een schep? Die schep zou te maken hebben met hun andere tweet die hun vakantieplannen weergaf en over ‘diggin’ Marylin Monroe up‘ ging (een verwijzing uit de serie Family Guy):

article-2093796-11859F7D000005DC-112_468x89

Na een nachtje in de cel werden ze op het vliegtuig per kerende?post naar Engeland teruggestuurd. Dag visas, dag vakantie…

Social media monitoring is allang niet?meer beperkt tot de DHS. In Amerika?zijn naast de inlichtingen ook de IRS (belastingdienst) en de immigratiedienst al in 2009 begonnen met social media monitoring programma’s. Onder andere om te zien wie er wel vaart bij uitkeringen en vermoedelijke fraudezaken. In dat jaar had telecomoperator Sprint een handig online politie portaal (website) gemaakt om de vele dataverzoeken?eenvoudiger af te handelen. Daarmee kon de politie zonder schriftelijk bevel alle telefoons van Sprint localiseren (‘pingen’). In dat jaar werd er 8 miljoen keer gebruik van gemaakt.?Ook scholen en overheden doen steeds vaker mee in het monitoren van social media data. UDiligence volgt social media accounts van studenten om ervoor te zorgen dat “de lokale atletiekclub niet door het gedrag van atleten in een slecht daglicht komt te staan”. Sommige scholen stellen het zelfs verplicht om de Facebook accounts met wachtwoord en al in te leveren. Ouders kunnen dan rustiger slapen.

Social data dealers

Marc Goodman constateert dat er maar weinig industrie?n zijn die hun klanten gebruikers noemen. Eigenlijk kent hij er maar twee: drugsdealers en de ICT industrie. Marc ziet veel overeenkomsten.

Want hoewel men schokkend reageerde op wat de NSA aan data verzamelde wil Marc ons ook wijzen op de echte datadealers. En dan bedoelt hij geen?hackers, maar gewoon de legale handel in persoonsgegevens. Neem bijvoorbeeld?Acxiom , die van meer dan 700 miljoen klanten gegevens verzamelde (van 96% van de Amerikaanse inwoners?hebben ze gegevens) en hiermee 50 triljoen data transacties per jaar verwerkt. Elk gebruikersprofiel bevat 1500 eigenschappen, zoals je ras, geslacht, telefoonnummer, type auto, opleidingsniveau, aantal kinderen, formaat huis, recente aankopen, leeftijd, gewicht, lengte, huwelijke status, politieke voorkeur, gezondheidstoestand, beroep, en of je links-of rechtshandig bent tot aan je?huisdieren. ‘Behavioural analysis’,?predictive targeting‘ en ‘premium proprietary behavioural?insights’ zijn de zaken?waar dit soort bedrijven dagelijks in handelen. Oftewel: ze proberen je door gedragsanalyse echt te begrijpen?en die kennis aan de hoogste bieder te verkopen. Want luiers?aanbieden aan een student heeft niet zoveel zin, maar brengt?veel geld in het laatje als je dat aan een zwangere huisvrouw aanbiedt.?Acxiom geeft je een unieke 13-cijferige code en stopt je in een van hun 70 clusters op basis van je gedrag en je sociodemografische eigenschappen. Sommige?data brokers houden ook gegevens bij over je medische toestand (bijv. AIDS of dementie) en?MEDbase200 verhandelde zelfs gegevens over slachtoffers van huiselijk geweld of verkrachtingen. OfficeMax stuurde een brief?naar een klant waarop?stond” Mike Seavy, dochter omgekomen in een auto-ongeluk”. Toen deze man (nog in rouw, want het feit klopte) het bedrijf om uitleg vroeg moest het bedrijf onder druk van NBC bekennen dat het het een foutje was. Die gegevens waren alleen?bedoeld voor derde partijen, niet voor klanten. Welke partij die gegevens kreeg wilde OfficeMax niet zeggen (bekijk het nieuwsitem).

Je?begint je misschien?af te vragen wat deze data brokers allemaal van je weten. Je komt het echter nooit te weten, daar heb je immers voor getekend in de gebruikersovereenkomst.?Er is nauwelijks?regulering van de markt van deze data dealers. Marc Goodman noemt het Kafkaiaans,?omdat het doet denken aan het?boek van Franz Kafka “Het proces” waarin een man veroordeeld wordt maar niet krijgt te horen wat er in het geheime dossier staat.?Deze?dataveillance maatschappij noemde voormalig vice-president Al Gore ook wel de “stalker economy” met verwijzingen naar diensten als SnapChat, die jongeren juist weer gebruiken om onder het toeziend oog van hun ouders weg te komen.

Van Big data wetenschap naar big data praktijk

Engelse onderzoekers bekeken de locaties van mobiele telefoongebruikers en kwamen erachter dat ze nauwkeurige voorspellingen konden doen: met twintig meter variatie voorspelden ze waar je de volgende dag (over 24 uur) zou zijn.

Het Gaydar onderzoek op Facebook gaf vervolgens goed weer dat je seksuele voorkeuren goed kunt voorspellen (78% betrouwbaar) op basis van je sociale netwerk. Bedenk daarbij wat dit betekent voor de 76 landen waar homoseksualiteit nog steeds onwettig is: Sudan. Iran, Yemen, Nigeria of Saudi Arabi? waar er zelfs de doodstraf op staat. Of denk aan Rusland die ook bekend staat om zijn homohaat, dat zichtbaar?via de?Russische Facebook variant?Vkontakte?gebeurt.

En een andere Facebook studie van 58.000 profielen?toonde aan dat je iemands IQ kan voorspellen, maar ook of ze emotioneel stabiel en misschien uit een gebroken gezin afkomstig waren. Predictive policing software maakt hier nu nog geen gebruik van, maar data brokers met?commerci?le doeleinden waarschijnlijk?al wel.

Zo zijn er al een aantal start-ups (zoals Lenddo) die je sociale netwerk informatie gebruiken om te bepalen of je kredietwaardig bent. Als je bevriend?bent met mensen die schulden hebben en je hebt er vaak contact mee verlies je punten. Want, zo zal men denken, als je vrienden op social media allemaal platzak zijn, zul jij niet veel beter zijn…

Big data bazen

Eric Schmidt (CEO van Google) heeft?zelf een van de beruchtste uitspraken gedaan: “If you have something that you don’t want anybody to know, maybe you shouldn’t be doing it in the first place” en kreeg bijval van Mark Zuckerberg die zeiprivacy is no longer the social norm” .

Zelfs Wolfgang Schmidt, destijds?hoofd van de Oost-Duitse inlichtingendienst?Stasi, reageerde op de onthullingen van Edward Snowden: “Dit zou onze droom geweest zijn”, en deed uit de doeken?dat?de Stasi destijds 40 telefoonlijnen tegelijk kon tappen en was verbaasd te horen dat de technologie het blijkbaar nu mogelijk maakt om alle telefoonlijnen en internet data tegelijkertijd en continu af te tappen.

Marc Goodman somt de problemen van de data brokers op en legt uit hoe gemakkelijk criminelen, maar ook bonafide partijen erbij kunnen, en stelt: “Als je niet de controle hebt over je eigen data, heb je niet de controle over je eigen levenslot.” In het volgende blog wordt nog duidelijker hoe social media informatie tot allerlei onveilige situaties leiden, en ronden we af met wat je er volgens Marc Goodman tegen kunt doen.

Laten we dit blogje eindigen met een onthullende parodie die goed weergeeft in wat voor gekke wereld we nu leven “CIA owns Facebook”:

 

‘Social Media: Het Nieuwe DNA’ bijzonder goed ontvangen

Onlangs verscheen bij uitgeverij Reed Business Education ‘Social media: het nieuwe DNA’. In dit boek van Arnout de Vries (TNO) en Frank Smilda (Nationale Politie) laten de auteurs zien hoe social media de opsporing fundamenteel verandert, een revolutie in opsporing. Een ontwikkeling die zich politiebreed zal doen voelen.

Recensent Gerard Blonk, voormalig officier van justitie, strafrechter en directeur van de rechercheschool, is nu forensisch consultant en directeur van ForensicPlaza BV. Hij traint en adviseert (semi)publieke en private instanties in de organisatie en effectuering van besluitvorming in (complexe) intelligence- en onderzoeksprojecten. Zijn indruk: een overrompelend en intrigerend boek dat bovendien zeer toegankelijk is geschreven. Een topper dus. Dat komt mede doordat de auteurs gebruik hebben gemaakt van recente voorbeelden, zoals de Facebook-moord en de Kopschoppers van Eindhoven. Ze laten overtuigend zien hoe web 1.0 plaats maakt voor web 2.0 en burgerparticipatie meer en meer opschuift richting burgeropsporing. De burger is niet langer slechts consument van informatie, maar verlangt een actieve rol. De politie zal hierop moeten inspelen, omdat het gevaar van eigen richting bestaat. Bovendien is het lang niet altijd zo dat de opsporing gemakkelijker wordt als iedere burger alles via social media te weten komt.

Praktisch handboek

Naast de 8 Gouden W?s (wie, wat, waar, wanneer, welke wijze, waarom, waarmee, wetenschap) van opsporing gekoppeld aan social media schetsen de auteurs tevens een helder beeld van de dilemma?s waar iedere opsporingsambtenaar mee te maken krijgt zodra hij of zij besluit social media in de eigen portfolio op te nemen. Daarmee is het boek een praktische leidraad geworden voor de politie als het gaat om het gebruik van social media. Een social media-ABC en een misdaad-ABC besluiten het boek. Lezers die zowel de in het boek beschreven zaken als nog actuelere gebeurtenissen willen volgen kunnen dit doen op het blog van de auteurs van het boek, dat hierop voortbouwt: socialmediadna.nl.?U kunt het boek vinden bij uitgeverij Reed Business Education.

leestips

Secondant van het CCV geeft ook 4 leestips waarin het boek is opgenomen:

Sociale media voor veiligheid

De digitale rechercheur is de nieuwe Sherlock Holmes. En dat komt door de groeiende invloed van sociale media op de opsporingspraktijk, zeggen Arnout de Vries en Frank Smilda. Want in de virtuele werelden van Twitter, Facebook, YouTube en andere sociale media ontstaan nieuwe mogelijkheden voor misdaadbestrijding ? en voor burgerparticipatie.

Social media. Het nieuwe DNA?laat zien hoe sociale media zich hebben ontwikkeld, wat dit betekent voor de politie en haar veiligheidspartners, en welke ontwikkelingen nog te verwachten zijn. Daarbij stellen de auteurs dat de sociale media nu ? net als het DNA-onderzoek 30 jaar geleden ? een revolutie in de opsporing veroorzaken. De open, interactieve, laagdrempelige internettechnologie biedt nieuwe gelegenheden voor criminaliteit. Maar ook voor informatievergaring en voor samenwerking tussen veiligheidsprofessionals en burgers. En daarmee kunnen de pakkans en heterdaadkracht verbeteren.

“Als het gaat om twitterende wijkagenten, loopt Nederland internationaal voorop”

De Vries en Smilda geven voorbeelden uit de dagelijkse praktijk en delen kennis uit de wetenschap. Lezers krijgen uitleg over bijvoorbeeld prosourcing, grid computing, profiling, misdaadkaarten en de Wet van Zuckerberg. Ook misdaadfenomenen zoals bezemen, sexting?en Pleaserobme.com komen aan bod. Daarnaast bespreekt Social media. Het nieuwe DNA?10 dilemma?s over het gebruik van sociale media in de lokale veiligheidspraktijk. En een stappenplan helpt politiemedewerkers en burgers om sociale media in te zetten om Nederland veiliger te maken.

Waarom lezen?

Als het gaat om twitterende wijkagenten, loopt Nederland internationaal voorop. Omdat dit soort ontwikkelingen niet stilstaat, is Social media. Het nieuwe DNA?gekoppeld aan een Twitter-account en blog. Op Socialmediadna.nl staan recente voorbeelden die zijn voorzien van achtergrondfilms, rapporten, en analyses van experts. Zodat iedereen kan volgen of de voorspelde opmars van Google Glass en predictive policing?nabij is.

Seminar

Om over de onderwerpen?uit het boek verder te discussi?ren?wordt op 10 februari 2015 het seminar ‘De Moderne Sherlock’ gehouden over (online) burgeropsporing. Dit vindt plaats in het Veiligheidsmuseum P!T te Almere.

Bronnen: TNO, Secondant

The Skeleton Crew

Boek Web Sleuths

 

Recentelijk is er een boek verschenen over (online) communities voor?burgeropsporing?en hoe deze “Do-It-Yourself?Detectives”?zich storten op ‘cold cases’.

“The Skeleton Crew” gaat?over online (burger) opsporingscommunities. Het gaat ook zowel de successen als problemen van deze groepen. Want?vrijwel elke?online community krijgt in haar bestaan met wisselende leden kritiek en zgn. “flame wars“. Het is zoals met veel vrijwillige groepen: het is soms een soap of drama en online wordt dat soms versterkt.?Dus er?waren er vetes, verbanningen van leden (sommige mensen bleken echt ‘freaks’, een beetje eng of gek) en groepen die zich afsplitsten omdat ze vonden dat het anders moet, en?ook waren er?grepen naar macht of roem. Communities met?naamloze onderzoekers hadden minder van deze?persoonlijke conflicten, maar elke groep kampte met ethische dilemma’s en uitdagingen voor hun werkwijzen, zoals bijvoorbeeld de vraag hoe om te gaan?met de rechtshandhaving en de families van de slachtoffers.

Deborah Halber, wetenschappelijk schrijfster voor MIT, onderscheid twee groepen burgerrechercheurs: de “buitenbeentjes” (Mavericks), die de voorkeur geven om snel en naar eigen goeddunken voor oplossingen te gaan, en de?”vertrouwen bouwers” (Trust Builders) die liever eerst?als groep zorgvuldig willen beraadzamen voordat ze de autoriteiten of nabestaanden benaderen. De ‘Mavericks’ klagen dat de Trust Builders te langzaam en te bureaucratisch handelen, terwijl Trust Builders?liever een band van?geloofwaardigheid op willen bouwen naar de gemeenschap en politie en (te) snelle tips meestal zinloos of waanzin zijn.

Zo gaat het boek in op zaken die het Doe network heeft opgelost (oa de zaak van het “tent meisje” waarover we blogden) en ook op andere burgeropspoorders die genetwerkt samenwerken aan zaken, soms decennia lang. Het Doe network weet dat er zeker meer dan 13.000 onge?dentificeerde lichamen zijn in de Verenigde Staten, maar anderen denken dat het er drie keer zoveel zijn. De groepen worden vaak bespot door de lokale politie of soms totaal genegeerd. Toch heeft deze ” Skeleton Crew” eigenhandig een hele reeks cold cases opgelost. Daaronder waren onder andere moorden in Missouri, zwervers in Las Vegas en ook zaken in Canada.

Hieronder een stukje uit het boek:

PROLOGUE

I?m looking around a Cracker Barrel in Georgetown, Kentucky, wondering if I?ll recognize him. The only photos I?ve seen of Wilbur J. Riddle were taken four decades ago, when he stumbled on the corpse wrapped in the carnival tent.

He was forty years old then; with his tousled dark hair and strong jaw, he resembled Joaquin Phoenix with sideburns. Even in black-and-white, Riddle looked tanned, a shadow accentuating the taut plane of his cheek. His short-sleeved shirt unbuttoned jauntily at the neck, he stood slightly apart from three pasty, grim, steely men with buzz cuts, dark suits, and narrow ties. They seemed preoccupied, dealing with a body where a body had no right to be.

Throwing the photographer a sidelong glance and a faint smirk, Riddle alone seemed cocksure and unfazed. In time, he would end up just as invested as the Scott County sheriff and state police, if not more so. He would become the father of sixteen and grandfather of forty and would still be escorting people out to the shoulder of Route 25?X marks the spot?where he found her. Somebody might have been tempted to charge admission.

He?s thought about asking the state of Kentucky to put up a marker along the guardrail: the Tent Girl memorial plaque. She?s a local legend. Parents invoke her?an unidentified murder victim whose face is carved onto her gravestone?as the fear factor that has hurried two generations of children to bed on time.

But she?s more than that.

Tent Girl drew me in. As I delved into the world of the missing and the unidenti?ed, her story would transform the shopworn whodunit into something altogether di?erent?the whowuzit, I?ll call it?in which the identity of the victim, not the culprit, is the conundrum. Her story supplanted the tweedy private eye or world-weary gumshoe of my expectations with a quirky crew of armchair sleuths who frequented the Web?s inner sanctums instead of smoke-?lled cigar bars. Her story was rags to (relative) riches, triumph of the underdog, and revenge of the nerds all rolled into one. Tent Girl, by becoming separated from her name, also invoked a murky psychological morass of death and identity where?judging from my companions? faces whenever I brought it up?most people would rather not go, but that I felt perversely compelled to explore.

The Skeleton Crew by Deborah Halber (Excerpt) by Simon and Schuster

Bronnen: Salon, The Skeleton Crew

Dynamiek door digitale interactie

dynamic

In een tijd waarin jihadisten met elkaar via Facebook communiceren, werknemers en ambtenaren in problemen komen door ongewenste uitlatingen op onder meer Twitter, en de vakliteratuur schrijft over ?sociale-mediaonrust? (zie het Tijdschrift voor de Politie, 2013, nr. 7, pag. 6 e.v.), verschijnt Social media: het nieuwe DNA van Arnout de Vries en Frank Smilda. Het overkomt mij niet vaak dat een boek mij overrompelt. Dat je door een publicatie zodanig ge?ntrigeerd wordt dat je steeds meer wilt weten van wat de auteurs met de lezer willen delen. Dit keer is dat wel het geval! Niet alleen vanwege zijn timing, vooral door de veelomvattende inhoud en de professionele en eigentijdse vormgeving mag deze uitgave voor mij ?een topper? worden genoemd.

Burgeropsporing

In een zevental hoofdstukken wordt op een prettige wijze de omvang, impact en gevolgen van social media voor de opsporingspraktijk beschreven. Uiteenlopende onderwerpen passeren daarbij de revue, gelardeerd met vele recente praktijkvoorbeelden. In de eerste hoofdstukken beschrijven de auteurs in feite de essentie van hun uitgave. De overgang ? en de daaruit voortvloeiende gevolgen ? van burgerparticipatie naar burgeropsporing als gevolg van de digitale revolutie. Social-mediagebruik niet alleen om ? in een eenrichtingsverkeer ? informatie te verspreiden aan een groot publiek, het web 1.0, waarbij het consumeren van informatie centraal staat. Neen, social media worden in toenemende mate in een tweerichtingsverkeer gebruikt om met diezelfde burger de dialoog aan te gaan over de opsporing en hem daar actief bij te betrekken; de interactie van web 2.0, waarbij afnemer en producent van informatie in elkaar overgaan.

Natuurlijk zijn de auteurs daarbij niet blind voor risico?s en dilemma?s die ? naast de voordelen ? onderkend kunnen worden bij onder meer ?user generated content?, het werken met de ?long tail?, het gebruiken van ?the wisdom of the crowd? of het raadplegen van experts met ?prosourcing?: (te vroege) transparantie is immers niet altijd gunstig voor de opsporing. En de praktijk heeft eerder in een aantal geruchtmakende zaken aangetoond hoe ongebreidelde ?burgerparticipatie? onder omstandigheden kan ontaarden en de voortgang van een opsporingsonderzoek ernstig kan belemmeren. Ook hiervan in het boek vele voorbeelden.

Diversiteit

Veel beschreven onderwerpen zijn het lezen zeker waard. Of het nu gaat over de toepassing van de 8 Gouden W?s op social media, hun invloed op de keuze, timing en gebruik van reguliere recherchetactieken, het opsporen met behulp van social media of de 10 dilemma?s waarmee iedere professional geconfronteerd wordt zodra deze bereid is zichzelf t.a.v. het gebruik van social media enkele kritische vragen te stellen. Wat dat betreft had het voor mij zeker meerwaarde om na de meer informatieve hoofdstukken uiteindelijk ook tot deze reflectie geprikkeld te worden.

Aanvullende verdieping noodzakelijk

Het is de grote verdienste van dit boek dat het de lezer niet alleen informeert, maar daarbij ook scherper en alerter maakt op een aantal fundamentele vraagstukken die met de omschreven problematiek samenhangen. Zo realiseerde ik mij tijdens het lezen steeds meer de essenti?le rol van de informatieco?rdinatie in lopende onderzoeken, al is het alleen al om bij het gebruiken en waarderen van opsporingsgegevens het (juridisch relevante) onderscheid tussen sturings- en bewijsinformatie scherp te hanteren. Informatie, verkregen via social media, dient immers tegen deze achtergrond gekwalificeerd en gebruikt te worden. Zo ook de absolute noodzaak om in een steeds meer hybride wordende informatie-omgeving van de hedendaagse opsporingspraktijk nadrukkelijk aandacht te schenken aan het verifi?ren en falsificeren van bronnen en informatieresultaten. Want hoe anders om te gaan met de situatie waarin data deels direct en deels via derden (lees: social media) in de beeldvorming van de onderzoekers een rol gaan spelen? En in hoeverre kan, mag en moet daarop actief gestuurd worden, bv. door in een interactieve opsporingsstrategie actief en bewust van de (door)werking van social media gebruik te maken? Vragen waarop in deze uitgave ? begrijpelijkerwijs ? geen duidelijk antwoord wordt gegeven, maar waarvan het belang juist door dit boek extra onder de aandacht wordt gebracht.

State of the art

Zoals gezegd, dit boek leest bijzonder prettig en makkelijk. Het taalgebruik in combinatie met vormgeving en recente praktijkvoorbeelden bevorderen een goed zicht op ?the state of the art? ten aanzien van het social-mediagebruik in de opsporing. Doordat noten en referenties per hoofdstuk keurig worden aangegeven, is het verder zoeken op relevante onderdelen goed te doen. Met het social-media-ABC en een misdaad-ABC wordt de uitgave afgesloten: een tweetal alfabetisch opgezette overzichten van veelvoorkomende begrippen en praktijkgevallen met verwijzing naar relevante internetsites. Een stukje naslagwerk als afsluiter van een uitstekend boek, dat ik iedereen wil aanbevelen die ? belast met opsporing ? met social media te maken heeft. En wie is dat niet?

A. de Vries, F. Smilda (2014), Social media: het nieuwe DNA. Een revolutie in opsporing, uitgeverij Reed Business Education, 247 pagina?s, ISBN 978 90 352 4702 4.

Recensent Gerard Blonk is forensisch consultant en directeur van ForensicPlaza BV. Hij traint en adviseert (semi-)publieke en private instanties in de organisatie en effectuering van besluitvorming in (complexe) intelligence- en onderzoeksprojecten.

Bronnen: Tijdschrift voor de politie (2013, nr. 7, pag. 6 e.v.)

De smartphone is het beste spionagemiddel dat ooit is uitgevonden

16 februari 2013 was in de Volkskrant een interessant stuk te lezen “Gevaren op het web – vrees de little sisters” met daarin?Raj Goel, ICT expert, waarin de gevaren van social media duidelijk worden, en waarbij je ook als Nederlander moet nadenken of je geen dingen doet die in andere landen ten strengste verboden zijn. Hieronder de meest interessante quotes en voorbeelden uit dat stuk:

Thai American Joe Gordon Sentenced to Prison for Insulting KingEen Amerikaan die op Facebook een Thais boek in het Engels vertaalde, werd gearresteerd toen hij zijn familie in Bangkok bezocht. Het boek was kritisch over de Thaise koning en dat is volgens de Thaise wet verboden. Het aanbod van de politie: zeg dat je schuldig bent, dan hoef je maar een paar jaar te zitten; pleit je onschuldig dan geven we je 20 jaar. De man zit nu een straf van 2,5 jaar cel uit. Alle Facebookvrienden die de vertaling konden lezen, zijn volgens de Thaise wet medeschuldig aan majesteitsschennis. Voor hen zit een vakantie naar Thailand er niet meer in.?ICT-expert Raj Goel zegt: ‘Maar wat men zich niet realiseert, is dat je blogs, mails, tweets en foto’s als bewijs tegen je kunnen worden gebruikt. En dat tekstjes die in een westerse democratie op internet worden geplaatst, in andere landen soms strafbaar zijn. Internet kent geen grenzen.’

Sir John Sawers pictured on his wife's Facebook pageZo zette de echtgenote van John Sawer, hoofd van de Britse geheime inlichtingendienst MI 6, drie jaar geleden foto’s van haar gezin op Facebook tijdens een vakantie in Zuid-Frankrijk. Facebookvrienden konden niet alleen de Sawers in hun zwembroek bewonderen, maar via de metadata in de digitale foto’s ook hun – geheime – locatie achterhalen. Het gevolg: het verblijfadres en alle bodyguards op de foto’s moesten worden vervangen, gefotografeerde vrienden kregen beveiliging aangeboden. De operatie heeft de Britse overheid miljoenen aan belastinggeld gekost.

John McAfee Arrested in Guatemala (ABC News)Een andere computermagnaat, John McAfee, oprichter van het gelijknamige antivirussoftwarebedrijf, werd begin januari in Guatemala gearresteerd. Hij was al enkele weken op de vlucht na de verdenking dat hij zijn buurman in Belize zou hebben vermoord. De journalist die McAfee heimelijk in Guatemala interviewde, had foto’s van hem op zijn website geplaatst. Binnen een dag klopte de politie op de deur van McAfees schuilplaats.

De New York Police Department ontdekte in de computer van een pedofiel het complete profiel van een 12-jarig meisje in Pennsylvania, honderden kilometers verderop. Via social media kende hij haar vrienden, klasgenoten, hobby’s, huisdier, cheerleadingteam en favoriete kledingmerk. Hij was onder een alias digitaal niet alleen met het meisje bevriend, maar ook met sommige van haar vrienden. ‘Hij wist meer van haar dan haar ouders en leraar’, zegt Goel. Volgens de recherche had de man een gijzeling en misbruik van de 12-jarige op het oog; in zijn computer was heel nauwkeurig de route in kaart gebracht die ze naar en van school reisde, met details over de plekken en tijdstippen waarop ze onderweg stopte. ‘Hij had dit kunnen vaststellen zonder ook maar ??n keer in haar nabijheid te zijn geweest.’

Afgelopen jaar werd de FBI door een rechtbank teruggefloten wegens het plaatsen van gps-trackers onder voertuigen van verdachten; een ongeoorloofde inbreuk op de privacy, oordeelde de rechter. Toen de FBI vervolgens de gps-gegevens van de mobiele telefoons aan het dossier toevoegde, werd dit w?l als legitiem bewijs geaccepteerd. Waarom? ‘Omdat je zelf niet de beheerder bent van de locatiedata van je telefoon’, zegt Goel. ‘Omdat je provider daarvan de rechtmatige eigenaar is, hoeft de recherche niet eens een rechterlijk bevel te laten zien bij het opvragen ervan. Het wapperen met een insigne is voldoende.’

Hetzelfde gold voor de ontdekking van liefdesbrieven die CIA-voorman David Petraeus in zijn Gmail-account had opgeslagen. Als hij de brieven van zijn minnares via de post had ontvangen, hadden FBI-agenten een doorzoekingsbevel van een rechter-commissaris nodig gehad om ze te vinden, stelt Goel. Nu kostte de toevallige ontdekking van die brieven Petraeus zijn functie.

Paula Broadwell en Generaal David Petraeus die via gmail hun relatie onderhielden.

Goel vindt juist dat de soevereiniteit van de individuele burger al te zeer is aangetast. De Amerikaanse Patriot Act, die na de aanslagen op het World Trade Centre in 2001 van kracht werd, schrijft voor dat elke provider en webwinkel alle data van een computergebruiker aan de politie moet verstrekken als die daarom vraagt. De verstrekker mag de klant daarover vervolgens niet informeren. Google heeft bekendgemaakt dat de zoekmachine annex Gmail-beheerder in 2012 van ruim 54 duizend gebruikers (uit verschillende landen, ook Nederland) gegevens of de personalia achter een IP-adres aan opsporingsdiensten heeft moeten afstaan. Andere social media, als Twitter, Facebook en LinkedIn, en webwinkels als Amazon publiceren die gegevens niet, maar het totale aantal verstrekte gegevens aan de politie zal daarvan een veelvoud zijn.

Niet Big Brother, maar een samenleving vol?Little Sisters?moeten we vrezen‘, stelt Goel. ‘Als ergens iets gebeurt, staat het via smartphonecamera’s en social media onmiddellijk voor de eeuwigheid online. We leven niet in een maatschappij waarin ??n oog iedereen in de gaten houdt, maar waarin miljarden ogen elkaar in toenemende mate bespioneren. Dat is een controlesysteem dat zelfs George Orwell niet had kunnen bedenken.’

Bron: De Volkskrant

De C2B revolutie

Meer, R. van, & T. Meuleman (2012). De C2B Revolutie – 7 stappen & 19 praktijkvoorbeelden van crowdsourcing’. C2B Publishing, Amsterdam. http://socialmediadna.nl/c2brevolutie

Een organisatie kan twee karakteristieken hebben. Of de organisatie richt zich op consumenten (B2C) of de organisatie richt zich op andere organisaties (B2B). Maar tegenwoordig wil de klant meedenken, en is er een nieuw soort markt ontstaan waar de klant zich op organisaties richt (C2B: Consumer-to-Business).

De economie is aan het veranderen en een nieuwe markt is ontstaan: de C2B markt. Hier is het de consument die meedenkt, meeproduceert en zelfs de marktetingmix van elke organisatie omgooit, op manieren die traditioneel gezien onmogelijk lijken. Steeds meer organisaties ondervinden de kracht van deze beweging, van het ontwerpen van logo’s tot het oplossen van de wereldwijde hongersnood. De verdere potentie lijkt eindeloos.

Crowdsourcing maakt deel uit van deze revolutionaire beweging en dit handboek legt in 7 concrete stappen uit hoe je gebruik maakt van de ‘power of the crowd’. Met inspirerende cases van: Lay’s, KLM, Lego, Pickwick, Nestl?, Rabobank, maar ook bijvoorbeeld Rita Verdonk en verschillende professoren.

Auteur(s):Robert van Meer en Tim Meuleman, met bijdrage van TNO’ers Arnout de Vries en Christiaan van den Berg

Publicatiedatum: juli 2011

Een leuk artikel in Marketingfacts met een mooi TEDx filmpje van de auteurs: