Tagarchief: Gerard Blonk

‘Social Media: Het Nieuwe DNA’ bijzonder goed ontvangen

Onlangs verscheen bij uitgeverij Reed Business Education ‘Social media: het nieuwe DNA’. In dit boek van Arnout de Vries (TNO) en Frank Smilda (Nationale Politie) laten de auteurs zien hoe social media de opsporing fundamenteel verandert, een revolutie in opsporing. Een ontwikkeling die zich politiebreed zal doen voelen.

Recensent Gerard Blonk, voormalig officier van justitie, strafrechter en directeur van de rechercheschool, is nu forensisch consultant en directeur van ForensicPlaza BV. Hij traint en adviseert (semi)publieke en private instanties in de organisatie en effectuering van besluitvorming in (complexe) intelligence- en onderzoeksprojecten. Zijn indruk: een overrompelend en intrigerend boek dat bovendien zeer toegankelijk is geschreven. Een topper dus. Dat komt mede doordat de auteurs gebruik hebben gemaakt van recente voorbeelden, zoals de Facebook-moord en de Kopschoppers van Eindhoven. Ze laten overtuigend zien hoe web 1.0 plaats maakt voor web 2.0 en burgerparticipatie meer en meer opschuift richting burgeropsporing. De burger is niet langer slechts consument van informatie, maar verlangt een actieve rol. De politie zal hierop moeten inspelen, omdat het gevaar van eigen richting bestaat. Bovendien is het lang niet altijd zo dat de opsporing gemakkelijker wordt als iedere burger alles via social media te weten komt.

Praktisch handboek

Naast de 8 Gouden W?s (wie, wat, waar, wanneer, welke wijze, waarom, waarmee, wetenschap) van opsporing gekoppeld aan social media schetsen de auteurs tevens een helder beeld van de dilemma?s waar iedere opsporingsambtenaar mee te maken krijgt zodra hij of zij besluit social media in de eigen portfolio op te nemen. Daarmee is het boek een praktische leidraad geworden voor de politie als het gaat om het gebruik van social media. Een social media-ABC en een misdaad-ABC besluiten het boek. Lezers die zowel de in het boek beschreven zaken als nog actuelere gebeurtenissen willen volgen kunnen dit doen op het blog van de auteurs van het boek, dat hierop voortbouwt: socialmediadna.nl.?U kunt het boek vinden bij uitgeverij Reed Business Education.

leestips

Secondant van het CCV geeft ook 4 leestips waarin het boek is opgenomen:

Sociale media voor veiligheid

De digitale rechercheur is de nieuwe Sherlock Holmes. En dat komt door de groeiende invloed van sociale media op de opsporingspraktijk, zeggen Arnout de Vries en Frank Smilda. Want in de virtuele werelden van Twitter, Facebook, YouTube en andere sociale media ontstaan nieuwe mogelijkheden voor misdaadbestrijding ? en voor burgerparticipatie.

Social media. Het nieuwe DNA?laat zien hoe sociale media zich hebben ontwikkeld, wat dit betekent voor de politie en haar veiligheidspartners, en welke ontwikkelingen nog te verwachten zijn. Daarbij stellen de auteurs dat de sociale media nu ? net als het DNA-onderzoek 30 jaar geleden ? een revolutie in de opsporing veroorzaken. De open, interactieve, laagdrempelige internettechnologie biedt nieuwe gelegenheden voor criminaliteit. Maar ook voor informatievergaring en voor samenwerking tussen veiligheidsprofessionals en burgers. En daarmee kunnen de pakkans en heterdaadkracht verbeteren.

“Als het gaat om twitterende wijkagenten, loopt Nederland internationaal voorop”

De Vries en Smilda geven voorbeelden uit de dagelijkse praktijk en delen kennis uit de wetenschap. Lezers krijgen uitleg over bijvoorbeeld prosourcing, grid computing, profiling, misdaadkaarten en de Wet van Zuckerberg. Ook misdaadfenomenen zoals bezemen, sexting?en Pleaserobme.com komen aan bod. Daarnaast bespreekt Social media. Het nieuwe DNA?10 dilemma?s over het gebruik van sociale media in de lokale veiligheidspraktijk. En een stappenplan helpt politiemedewerkers en burgers om sociale media in te zetten om Nederland veiliger te maken.

Waarom lezen?

Als het gaat om twitterende wijkagenten, loopt Nederland internationaal voorop. Omdat dit soort ontwikkelingen niet stilstaat, is Social media. Het nieuwe DNA?gekoppeld aan een Twitter-account en blog. Op Socialmediadna.nl staan recente voorbeelden die zijn voorzien van achtergrondfilms, rapporten, en analyses van experts. Zodat iedereen kan volgen of de voorspelde opmars van Google Glass en predictive policing?nabij is.

Seminar

Om over de onderwerpen?uit het boek verder te discussi?ren?wordt op 10 februari 2015 het seminar ‘De Moderne Sherlock’ gehouden over (online) burgeropsporing. Dit vindt plaats in het Veiligheidsmuseum P!T te Almere.

Bronnen: TNO, Secondant

Dynamiek door digitale interactie

dynamic

In een tijd waarin jihadisten met elkaar via Facebook communiceren, werknemers en ambtenaren in problemen komen door ongewenste uitlatingen op onder meer Twitter, en de vakliteratuur schrijft over ?sociale-mediaonrust? (zie het Tijdschrift voor de Politie, 2013, nr. 7, pag. 6 e.v.), verschijnt Social media: het nieuwe DNA van Arnout de Vries en Frank Smilda. Het overkomt mij niet vaak dat een boek mij overrompelt. Dat je door een publicatie zodanig ge?ntrigeerd wordt dat je steeds meer wilt weten van wat de auteurs met de lezer willen delen. Dit keer is dat wel het geval! Niet alleen vanwege zijn timing, vooral door de veelomvattende inhoud en de professionele en eigentijdse vormgeving mag deze uitgave voor mij ?een topper? worden genoemd.

Burgeropsporing

In een zevental hoofdstukken wordt op een prettige wijze de omvang, impact en gevolgen van social media voor de opsporingspraktijk beschreven. Uiteenlopende onderwerpen passeren daarbij de revue, gelardeerd met vele recente praktijkvoorbeelden. In de eerste hoofdstukken beschrijven de auteurs in feite de essentie van hun uitgave. De overgang ? en de daaruit voortvloeiende gevolgen ? van burgerparticipatie naar burgeropsporing als gevolg van de digitale revolutie. Social-mediagebruik niet alleen om ? in een eenrichtingsverkeer ? informatie te verspreiden aan een groot publiek, het web 1.0, waarbij het consumeren van informatie centraal staat. Neen, social media worden in toenemende mate in een tweerichtingsverkeer gebruikt om met diezelfde burger de dialoog aan te gaan over de opsporing en hem daar actief bij te betrekken; de interactie van web 2.0, waarbij afnemer en producent van informatie in elkaar overgaan.

Natuurlijk zijn de auteurs daarbij niet blind voor risico?s en dilemma?s die ? naast de voordelen ? onderkend kunnen worden bij onder meer ?user generated content?, het werken met de ?long tail?, het gebruiken van ?the wisdom of the crowd? of het raadplegen van experts met ?prosourcing?: (te vroege) transparantie is immers niet altijd gunstig voor de opsporing. En de praktijk heeft eerder in een aantal geruchtmakende zaken aangetoond hoe ongebreidelde ?burgerparticipatie? onder omstandigheden kan ontaarden en de voortgang van een opsporingsonderzoek ernstig kan belemmeren. Ook hiervan in het boek vele voorbeelden.

Diversiteit

Veel beschreven onderwerpen zijn het lezen zeker waard. Of het nu gaat over de toepassing van de 8 Gouden W?s op social media, hun invloed op de keuze, timing en gebruik van reguliere recherchetactieken, het opsporen met behulp van social media of de 10 dilemma?s waarmee iedere professional geconfronteerd wordt zodra deze bereid is zichzelf t.a.v. het gebruik van social media enkele kritische vragen te stellen. Wat dat betreft had het voor mij zeker meerwaarde om na de meer informatieve hoofdstukken uiteindelijk ook tot deze reflectie geprikkeld te worden.

Aanvullende verdieping noodzakelijk

Het is de grote verdienste van dit boek dat het de lezer niet alleen informeert, maar daarbij ook scherper en alerter maakt op een aantal fundamentele vraagstukken die met de omschreven problematiek samenhangen. Zo realiseerde ik mij tijdens het lezen steeds meer de essenti?le rol van de informatieco?rdinatie in lopende onderzoeken, al is het alleen al om bij het gebruiken en waarderen van opsporingsgegevens het (juridisch relevante) onderscheid tussen sturings- en bewijsinformatie scherp te hanteren. Informatie, verkregen via social media, dient immers tegen deze achtergrond gekwalificeerd en gebruikt te worden. Zo ook de absolute noodzaak om in een steeds meer hybride wordende informatie-omgeving van de hedendaagse opsporingspraktijk nadrukkelijk aandacht te schenken aan het verifi?ren en falsificeren van bronnen en informatieresultaten. Want hoe anders om te gaan met de situatie waarin data deels direct en deels via derden (lees: social media) in de beeldvorming van de onderzoekers een rol gaan spelen? En in hoeverre kan, mag en moet daarop actief gestuurd worden, bv. door in een interactieve opsporingsstrategie actief en bewust van de (door)werking van social media gebruik te maken? Vragen waarop in deze uitgave ? begrijpelijkerwijs ? geen duidelijk antwoord wordt gegeven, maar waarvan het belang juist door dit boek extra onder de aandacht wordt gebracht.

State of the art

Zoals gezegd, dit boek leest bijzonder prettig en makkelijk. Het taalgebruik in combinatie met vormgeving en recente praktijkvoorbeelden bevorderen een goed zicht op ?the state of the art? ten aanzien van het social-mediagebruik in de opsporing. Doordat noten en referenties per hoofdstuk keurig worden aangegeven, is het verder zoeken op relevante onderdelen goed te doen. Met het social-media-ABC en een misdaad-ABC wordt de uitgave afgesloten: een tweetal alfabetisch opgezette overzichten van veelvoorkomende begrippen en praktijkgevallen met verwijzing naar relevante internetsites. Een stukje naslagwerk als afsluiter van een uitstekend boek, dat ik iedereen wil aanbevelen die ? belast met opsporing ? met social media te maken heeft. En wie is dat niet?

A. de Vries, F. Smilda (2014), Social media: het nieuwe DNA. Een revolutie in opsporing, uitgeverij Reed Business Education, 247 pagina?s, ISBN 978 90 352 4702 4.

Recensent Gerard Blonk is forensisch consultant en directeur van ForensicPlaza BV. Hij traint en adviseert (semi-)publieke en private instanties in de organisatie en effectuering van besluitvorming in (complexe) intelligence- en onderzoeksprojecten.

Bronnen: Tijdschrift voor de politie (2013, nr. 7, pag. 6 e.v.)