Tagarchief: politieparticipatie

Schouder aan schouder. Lessen over burger- en politieparticipatie uit de zaak Anne Faber

Bij de vermissing van Anne Faber hadden burgers veel expertise te bieden. Zelfs als dat niet zo is, moet de politie burgers serieus nemen, adviseert de Politieacademie. Nicolien Kop en Jerôme Lam deden onderzoek naar de rol van burgers bij de zoektocht naar Anne Faber. Zij adviseren om beter te inventariseren welke taken aan burgers uitbesteed kunnen worden.

Anne Faber werd in het najaar van 2017 twee weken vermist. Uiteindelijk bleek dat zedendelinquent en psychiatrisch patiënt Michael P. haar had misbruikt en gedood. Voor Schouder aan schouder: Burger- en politieparticipatie tijdens de vermissing van Anne Faber is onder meer aan veertien medewerkers van de politie gevraagd welke lessen ze trekken uit deze periode.

In het NRC valt te lezen:

„De zoektocht naar Anne Faber was een kantelpunt”, zegt Lam. Familieleden gingen voortvarend te werk: ze hadden contacten bij Defensie en vroegen gedetailleerde kaarten op van het gebied waar Anne voor het laatst was gezien. Ze organiseerden een tijdelijk hoofdkantoor en via appgroepen werden verschillende zoekgroepen aangestuurd.

In de eerste dagen van de vermissing vond het zoekproces van de politie en de burgers min of meer onafhankelijk van elkaar plaats, staat in Schouder aan schouder. De politie was in die dagen wel „ter ondersteuning” aanwezig in het gebied waar Anne Faber vermist is geraakt, maar gaf geen sturing omdat ze nog niet zeker wist of ze nog in het gebied was.

De aanwezigheid van de agenten schiep verwarring. „De houding van de politie tegenover de familie werd als storend ervaren”, zegt een van de politiemedewerkers in het onderzoek. Familieleden zagen de politie als een „black box”: de familie deelde al hun bevindingen maar de politie vertelde weinig over wat zij ontdekte.

De samenwerking werd steeds nauwer, onder meer omdat de politie zich aansloot bij het dagelijkse overleg van de familie. Op dag twaalf van de zoektocht liepen burgers en de Mobiele Eenheid van de politie in linie – schouder aan schouder – door het zoekgebied.

„Burgers bieden zich steeds vaker aan”, zegt Lam. „Als je samen kunt werken omdat er zoals bij de familie van Anne Faber veel expertise is, moet je dat doen, maar als je slecht kunt samenwerken moet je er ook iets mee zodat het onderzoek geen schade oploopt.”

Aanbevelingen voor politiepraktijk: ‘judo met burgers’
Burgerparticipatie is niet meer weg te denken uit de moderne samenleving. Burgers pakken steeds vaker gevraagd en ongevraagd hun rol op het gebied van veiligheid en criminaliteit. Dit vraagt om een cultuuromslag bij de politie: accepteer dat burgerparticipatie een onderdeel is van het moderne politiewerk. Dit betekent niet dat de politie alle burgerinitiatieven klakkeloos moet goedkeuren. Sommige burgeracties zijn waardevol, andere juist onwenselijk vanuit ethisch en/of juridisch perspectief of omdat ze een bedreiging vormen voor het opsporingsonderzoek. Beoordeel per onderzoek welke vormen van burgerinitiatief ontstaan, hoe en waar deze burgerparticipatie versterkt kan worden, of juist bijgestuurd of begrensd moet worden. De essentie voor de politie is om niet tegen burgerinitiatieven te ‘vechten’, maar deze te omarmen en samen de juiste kant op te bewegen: ‘participatie-judo’. Participatiejudo (zie figuur hieronder) voor de politieorganisatie is gebaseerd op drie principes, die hieronder worden toegelicht.

1. Maak contact
Leg in een vroeg stadium contact met betrokkenen, zoals familie of initiatiefnemers. De politie is een actief onderdeel van de samenleving. Wat de politie doet, heeft vaak direct invloed op burgers en omgekeerd. Burgerinitiatieven bij bijvoorbeeld een vermissing, hebben vaak een directe impact op het politiewerk, doordat mensen zelf gaan zoeken of informatie gaan verzamelen. De uitdaging is om hier als politieorganisatie goed op te anticiperen. Een deel van het moderne politiewerk is daarom zien waar burgers mee bezig zijn en daarover contact onderhouden.

Organiseer een duidelijke politiestructuur waarbij de juiste mensen worden geïnformeerd en in positie gebracht. Goed judo vraagt om balans en een basis om stevig te kunnen staan. Dit is te vergelijken met een goede interne organisatiestructuur, zoals bijvoorbeeld de inrichting van het opsporingsproces of het SGBO-structuur. Informatie is vervolgens de energie die door
deze structuur stroomt. Stevig staan houdt in dat de onderdelen van de interne structuur op elkaar afgestemd moeten zijn. Concreet betekent dit goede interne communicatie en duidelijke afstemming van taken, rollen en posities tussen organisatieonderdelen en processen, bijvoorbeeld de verhouding en afstemming tussen TGO en SGBO. Daarnaast vraagt judo om een goede grip, zodat beide partijen elkaar stevig beet kunnen pakken.
Zorg ervoor dat er stevige contactpunten zijn tussen de politieorganisatie en de burgers, bijvoorbeeld in de rollen van familieagent- en rechercheur.
• Ondersteun goede burgerinitiatieven zich zo sterk mogelijk te organiseren De essentie van judo is om gebruik te maken van de kracht en de structuur van de ander. Vergelijkbaar heeft de politie baat bij een duidelijke structuur bij burgerinitiatieven. Een sterke burgerpartner maakt namelijk dat het makkelijker is om contact te onderhouden en informatie te geven of te halen. Of om gezamenlijk afspraken te maken. Help daarom burgers die in staat zijn om zich te organiseren en om waar nodig een structuur op te zetten.

2. Beweeg mee
• Laat de juiste politiemensen aansluiten bij burgerinitiatieven
Hierdoor kan tussentijds worden beoordeeld of de initiatieven waarde hebben voor het zoekproces of het opsporingsonderzoek. Door bijvoorbeeld politiemensen in te zetten die het opsporingsproces goed kennen, kan de toegevoegde waarde of de opbrengsten van de burgerparticipatie beter worden ingeschat. Politiemensen kunnen burgers ook ondersteunen bij initiatieven, waardoor hun waarde wordt vergroot. Activiteiten kunnen gericht zijn op het fysieke zoekproces, alsook van belang zijn voor de intelligence of het opsporingsonderzoek.
• Wees voorbereid op de informatie die door burgers kan worden gegenereerd en worden gevraagd
Net als bij judo, zijn burgers voortdurend aan het duwen tegen en trekken aan de politieorganisatie. Vaak doen zij dit door informatie te geven (duwen) en informatie te vragen (trekken) Wanneer burgers betrokken raken bij een opsporingsonderzoek of een vermissing, kan de politie overspoeld raken met informatie. Tips die via verschillende kanalen binnenkomen, kunnen oplopen tot enkele duizenden. Daarnaast kan het gaan om zowel digitaal als fysiek bewijsmateriaal, bijvoorbeeld camerabeelden die worden veiliggesteld of mogelijke sporen die burgers vinden. Aan de ene kant is deze informatie onmisbaar voor het politieonderzoek, tegelijkertijd vormt het een belasting voor de organisatie. Bovendien vragen burgers, zoals familieleden, ook veel informatie en uitleg. Iets waar de politie niet altijd voldoende op voorbereid is. Zorg daarom dat het effectief en serieus omgaan met deze informatiestromen op de juiste wijze in de organisatiestructuur is ondervangen, zodat de politie kan meebewegen met de informatiebehoefte van burgers.
• Beoordeel informatie van burgers op de wijze waarop deze is verkregen en waar deze op is gebaseerd Burgers kunnen voor het onderzoek allerlei informatie aanleveren op basis van bronnen
die die politie (nog) niet heeft. Denk aan tips, hypotheses of scenario’s. Lang niet alle informatie zal waardevol zijn, sommige zaken echter wel. Een manier om het kaf van het koren te scheiden, is na te gaan hoe burgers tot hun bevindingen zijn gekomen. Dat vraagt van de politie een actieve en open houding in het aangaan van het gesprek: “Als een burger in een moordonderzoek naar je toekomt en zegt: ‘dat doe je echt niet goed, omdat…’. Dan kun je zeggen: ‘Wij zijn al honderd stappen verder’. Maar je kunt ook zeggen: ‘Wij gaan even zitten, want jij hebt een verhaal. Vertel eens’.”

3. Leid waar nodig
• Stel aan het begin van een onderzoek de vraag wat burgerparticipatie voor het onderzoek kan betekenen
Om een opsporingsonderzoek effectief te leiden, is het van belang dat de politieorganisatie een beeld heeft van het te behalen doel en hoe dat te bereiken. Op het moment dat dit doel scherp is, kan de vraag worden gesteld of burgerparticipatie hierin iets kan betekenen. Soms is dat niets, bijvoorbeeld vanwege de veiligheid van de betrokkenen bij een liquidatieonderzoek. n andere gevallen kunnen burgers met hun kennis en expertise mogelijk een waardevolle bijdrage leveren.
• Communiceer duidelijk over welke partij de regie heeft
Het is niet vanzelfsprekend dat de politie altijd de leidende rol op zich neemt. Soms is het wenselijk of noodzakelijk dat de politie een ondersteunende of faciliterende rol vervult. Bijvoorbeeld omdat de politie (nog) geen concrete aanwijzingen heeft om een onderzoek op te starten of een lopend onderzoek richting te geven. In dergelijke gevallen kan de politie wel informatie geven of op andere wijze ondersteuning bieden. De politieorganisatie moet zich goed bewust zijn van het gegeven dat burgers vaak ‘het uniform’ als autoriteit zien en de politie als expert. Dit maakt dat de burger impliciet of expliciet een leidende rol vanuit de politie verwacht. Om misverstanden en verkeerde verwachtingen te voorkomen, is het van belang om aan het begin de verschillende rollen en verantwoordelijkheden expliciet te benoemen.
• Informeer burgers en wees transparant in keuzes
Het effectief leiden van burgerparticipatie vraagt vaak om de juiste vragen stellen aan burgers. Dit betekent mogelijk dat de politie meer informatie aan burgers geeft dan zij gewend is. Immers, als je de helft geeft, krijg je ook maar de helft terug. Net als bij judo zal de politie soms moeten ‘duwen’, door burgers de informatie te geven en ze de juiste kant op te laten bewegen. Vanzelfsprekend kan de politie niet alle inhoudelijke informatie delen in een onderzoek. Maar daar waar keuzes het publiek raken of verontrusten, kunnen die uitgelegd worden. Bijvoorbeeld waarom de politie in het ene geval maximaal inzet en in een ander geval niet. Voor het behoud van haar legitimiteit en de relatie met burgers, heeft de politie namelijk niet alleen de verantwoordelijkheid om het goede te doen, maar ook om te verantwoorden wat het goede is.

Lees hier het volledige rapport:

[slideshare id=230327039&doc=19433191211defboekannefaberdi-200316092249]

Het artikel in Tijdschrift voor politie

[slideshare id=230326893&doc=001-048tvdp0819schouderaanschouder-200316091944&type=d]

De infographic:

[slideshare id=230326956&doc=infographicburgerparticipatie-200316092108&type=d]

Radio interview op NPO1 met Carlijn Plancken, Chef Opsporing Midden Nederland:

Bron: Politieacademie, Secondant, NRC, Tijdschrift voor Politie, Website voor politie

Crossing lines together: Waarom en hoe burgers meedoen in het politiedomein

In de afgelopen decennia wordt het sociale kapitaal steeds meer benut door zowel burgers en politieorganisaties bij het bestrijden van criminaliteit en wanorde. Dit is een zeer brede ontwikkeling, bestaande uit een groot scala aan activiteiten. Deze activiteiten kunnen zelfstandig uitgevoerd worden of in samenwerking met andere burgers (bijv. buren of omstanders) en/of in samenwerking met de politie. Activiteiten zijn bijvoorbeeld het melden van criminaliteit en het verstrekken van inlichtingen aan de politie, ingrijpen als getuige van een misdrijf en meedoen aan een (online) buurtwacht. Om te onderzoeken waarom en hoe burgers deelnemen en of burgerparticipatie kan worden versterkt, is inzicht nodig in wat voor gedrag burgers kunnen hebben en of er verschillende psychologische factoren zijn die verband houden met de verschillende vormen van participatie.

In dit proefschrift is onderzocht of participatiegedrag in het politiedomein kan worden geclassificeerd vanuit het perspectief van burgers op basis van daadwerkelijk gedrag. En er is onderzochtof een breed spectrum van individuele, gemeenschaps- en institutionele gerelateerde psychologische factoren ten grondslag liggen aan de verschillende vormen van burgerparticipatiegedrag.

De resultaten toonden aan dat vier soorten participatie konden worden onderscheiden: 1. sociale controle (bijvoorbeeld het bespreken van antisociaal gedrag met buren), 2. responsieve participatie (bijvoorbeeld het melden van een criminele daad bij de politie), 3. collaboratieve participatie (bijvoorbeeld het bijwonen van een vergadering met politieagenten ) en 4. detectie (bijvoorbeeld deelnemen aan een buurtwacht).

Dit onderzoekt toont het belang aan om onderscheid te maken tussen categorieën van participatiegedrag in het politiedomein. De onderzoeken tonen aan dat, afhankelijk van het type participatiegedrag, verschillende individuele, sociale en institutionele gerelateerde psychologische factoren een rol spelen. Wat betreft de psychologische factoren, werd bijvoorbeeld aangetoond dat twee categorieën participatiegedrag werden beïnvloed door emoties, terwijl andere typen niet werden beïnvloed door emoties. Morele emoties bleken geen invloed te hebben op collaboratieve participatie en detectie, terwijl het wel invloed had op sociale controle en responsieve participatie. Concluderend lijkt het erop dat intuïtieve besluitprocessen, zoals morele waarden en emoties, evenals de overtuigingen die mensen hebben over hun eigen en collectieve capaciteiten en het nut van het gedrag belangrijke drijfveren zijn.

Vanuit een praktisch perspectief geeft dit proefschrift professionals inzicht in wat burgers ertoe aanzet deel te nemen aan het politiedomein. In politiecommunicatie met burgers wordt over het algemeen aanbevolen om rekening te houden met wat burgers ertoe drijft om deel te nemen. Wanneer de politie participatiegedrag wil stimuleren, is het belangrijk om onderscheid te maken tussen de verschillende soorten participatiegedrag. Op welke manier en of burgerparticipatie kan worden beïnvloed, moet echter nader worden onderzocht.

[slideshare id=192771110&doc=proefschriftwendyschreurs-191112152449&type=d]

Bron: Universiteit Twente

Politie en actief burgerschap: een veilig verbond? Onderzoek naar samenwerking, controle en (neven)effecten

De politie werkt steeds vaker samen met burgers op het terrein van veiligheid, toezicht en openbare orde, maar dit heeft niet alleen maar positieve effecten. De ruimte die burgers claimen ? bijvoorbeeld via buurtpreventieteams en app-groepen ? kan leiden tot onrechtmatigheden en risico?s voor niet-actieve burgers. Dit blijkt uit een uitgebreid etnografisch onderzoek van socioloog Vasco Lub en criminoloog Tom de Leeuw. In het onderzoek zijn voor het eerst ook app-data tussen politie en burgers geanalyseerd.

Het onderzoek vond plaats in veilige en onveilige wijken in verschillende gemeenten aan de hand van observaties, interviews en analyse van buurtapp-communicatie. Het laat diverse vormen zien van effectieve samenwerking, bijvoorbeeld op het terrein van heling-aanpak, diefstal en inbraakpreventie. Maar het illustreert tegelijk dat de politie nog vaak op afstand opereert van actieve burgers. De politie is nog vooral gericht op urgente meldingen van actieve burgers, waardoor minder urgente maar waardevolle informatie, over bijvoorbeeld minder zichtbare ondermijnende criminaliteit, onbenut blijft.

Door de ruimte die actieve bewoners claimen ?n krijgen, wordt de sociale controle van burgers op straat bovendien steeds concurrerender ten opzichte van het toezicht van de politie. Het onderzoek laat zien dat dit tot onrechtmatigheden kan leiden, bijvoorbeeld actieve burgers die zelf tot opsporing overgaan, die jongeren of personen met een migratieachtergrond discrimineren of verdachte personen staande houden. De politie is wettelijk bevoegd voor taken rond opsporing, toezicht en handhaving, wordt geacht onpartijdig te zijn, en valt onder de controle van de overheid. Burgers hebben die bevoegdheden niet en handelen ? bewust of onbewust ? regelmatig ook uit eigen belang.

Als aanbeveling formuleren de onderzoekers dat de politie in de praktijk meer betrokken moet zijn om actief burgerschap op het terrein van veiligheid in goede banen te leiden (niet verslappen of verstoppen). Verder kan de politie zich in onveilige wijken beter richten op haar kerntaken dan op het werven van nieuwe vrijwilligers. Ook kan zij meer gebruik maken van burgerfora om aan gedeelde referentiekaders te werken en het informatiebeheer van digitale communicatiekanalen met burgers zoals buurtapps moet verbeteren.

[slideshare id=127772405&doc=politieenactiefburgerschap-190111150341&type=d]

Bronnen: Politie en Wetenschap, Nu.nl

Lansingerlanders willen z?lf politieonderzoek gaan doen

De buurtapp waarmee mensen de veiligheid in hun directe omgeving in de gaten kunnen houden, is al redelijk ingeburgerd en succesvol. Maar twee mannen uit Lansingerland willen nog een stap verder gaan. Zij willen de buurtapp gebruiken om ?cht buurtonderzoek te gaan doen en criminaliteit op te lossen.

Karel Neelis en Edwin Verlaat denken dat er veel meer uit zo’n buurt-whatsappgroep gehaald kan worden. “Nu is het nog van ‘ik hoor wat’ in zo’n groep. Dit gaat om wat er daarna gebeurt”, legt Neelis uit. “Met dit specifieke buurtonderzoek kijken we naar sporen, vragen we of mensen eerder iets hebben gezien of vinden we spullen die betrekking hebben op bijvoorbeeld een inbraak.” En dat moet uiteindelijk leiden tot een oplossing of aanhouding.

Neelis geeft meteen toe dat dit werk is dat eigenlijk bij de politie zou moeten liggen. “Maar wij hebben de afgelopen jaren vastgesteld dat ze daar nauwelijks capaciteit voor hebben. Bij een roofoverval vindt er nog een buurtonderzoek plaats, maar bij inbraken doen ze dat niet.”

Volgens Neelis kunnen mensen via Facebook of een appgroep makkelijk informatie delen. Die informatie wordt dan door deze groep gebundeld en dan met de politie gedeeld. Zelf ingrijpen is uit den boze. “Het gaat niet om mensen zwart te maken. De daadwerkelijke vervolging ligt nog steeds bij de politie en justitie.”

Om het werk wat makkelijker te maken komt er binnenkort een speciale politieapplicatie die alle informatie aan de politie meteen in een dossier plaatst. “De politie is dan ook erg positief over dit project”, beweert Edwin Verlaat. “En in sommige gevallen wordt er ook echt meteen opgetreden. Dat is fijn. Samen kunnen we het hier veel veiliger maken.”

Als het project een succes wordt, dan willen de heren het project ook uitbreiden naar de rest van het land. Dan moeten er wel landelijk afspraken gemaakt worden met de politie en de overheid, zo zeggen ze.

Neelis en Vervaat gaan op korte termijn met de politie om de tafel zitten over het initiatief.

Bron: Rijnmond.nl

Seminar Burgerparticipatie Politieacademie

Burgerparticipatie kent vele facetten. De overheid betrekt burgers bijvoorbeeld al jaren op diverse manieren bij beleidsvorming. Ook voor de politie is burgerparticipatie een belangrijk thema geworden. Burgers worden namelijk steeds actiever op het gebied van criminaliteitsbeheersing. Onder andere door technologische ontwikkelingen zijn burgers steeds beter in staat om zelfstandig veiligheid vorm te geven. Hierbij valt te denken aan de grootschalige zoektochten bij vermissingen, maar ook aan mensen die zelf gestolen goederen opsporen via internet of ?op jacht gaan? naar daders bij bijvoorbeeld een mishandeling of misbruik van minderjarigen.

Deze ontwikkeling brengt bepaalde risico?s met zich mee. Zo zijn er vaak heftige emoties in het spel en bestaat de dreiging van eigenrichting. Tegelijkertijd is de hulp van burgers een gegeven en biedt de samenwerking met burgers ook nieuwe kansen voor de politie. Burgers bieden naast ?extra ogen en oren? bijvoorbeeld ook kennis en expertise die de politie zelf mogelijk niet of onvoldoende in huis heeft. In ieder geval is burgerparticipatie inmiddels niet meer weg te denken uit de samenleving. De uitdaging voor de politie is dan ook om in verbinding te blijven met de burger.

Hoe de politie met deze risico?s, kansen en dilemma?s omgaat, werd duidelijk tijdens dit gevarieerde seminar, dat op 18 september op de politieacademie werd gehouden, Het bestond uit een plenair gedeelte, gevolgd door workshops. Alle onderdelen werden ge?llustreerd met praktijkvoorbeelden.

Wim van Amerongen, Programmadirecteur Opsporing, opende het seminar. In zijn verhaal over Burgeropsporing stonden onder andere ambities zoals flexibiliteit en de snelle aanpassing aan nieuwe veiligheidsvraagstukken centraal. Oebele Brouwer, de tweede plenaire spreker, behandelde vervolgens vanuit zijn rol als Officier van Justitie de juridische mogelijkheden van burgerinzet en de bewijswaarde hiervan in het strafrecht. Ook bespreekt hij aan de hand van casu?stiek het managen van emoties bij burgerparticipatie in relatie tot het strafproces. Tenslotte hield?Izanne de Wit, specialist vermiste personen van de regionale recherche van de politie Midden-Nederland een mooi pleidooi over nieuwe vormen van samenwerking met allerlei burgergroepen in vermissingszaken. In juni van dit jaar gaf zij nog een interessant interview in de Volkskrant?over de worsteling van de politie bij burgerhulp.

Vervolgens was er?een grote verscheidenheid aan workshops:

1. Runnen in de Bovenwereld?(Law Enforcement Only)
De TCI (Team Criminele Inlichtingen) maakt bij uitstek gebruik van burgers in het verkrijgen van informatie. Veelal zijn deze burgers criminelen die om verschillende motieven hun informatie met de TCI willen delen.
Daarnaast is het van belang om informatiepositie te krijgen bij burgers die zich niet in de traditionele criminele omgevingen bevinden, maar een sleutelpositie hebben binnen het maatschappelijke leven (de Bovenwereld).
Een inzicht in de wereld van Criminele Inlichtingen en Runnen in de Bovenwereld.
Coordinator TCI Landelijke Eenheid

2. “Maar even serieus, politieparticipatie?”?
Politieparticipatie? Een streven misschien maar (nog) geen werkelijkheid. Stan Duijf deed onderzoek naar? verschillende vormen van politieparticipatie. Aan de hand van casuistiek neemt deze workshop je mee in de wereld van burgers die zelf starten met opsporen en de wijze waarop de politie op deze burgers reageert. U krijgt in deze workshop antwoord op vragen zoals, hoe reageert de politie op deze opsporende burgers, welke dilemma’s worden er ervaren en kunnen deze zelfstartende burgers van betekenis zijn voor het opsporingsonderzoek?
Stan Duijf

3.?Hoe verbetert Opsporingscommunicatie de effectiviteit van de opsporing.
Tijdens deze workshop nemen we je mee in een van de meeste bekende vormen van burgerparticipatie in de opsporing, de inzet van Opsporingscommunicatie. We maken als politie al 35 jaar Opsporing Verzocht en met succes. Wekelijks trekt het programma gemiddeld 1,2 miljoen kijkers en in 43% van de zaken die oa hier worden gebracht worden aanhoudingen verricht. Maar Opsporingscommunicatie gaat inmiddels veel verder alleen een opsporingsprogramma. Tijdens deze workshop laten we jullie ervaren hoe je Opsporingscommunicatie kan inzetten als strategisch interventiemiddel en tonen we jullie toonaangevende praktijkvoorbeelden.
Linda Buitenweg

4. Vrijwillig, getraind en Ready2Help: Samen met de politie zoeken bij urgente vermissingen?
Ready@Help?is een burgernetwerk dat in 2014 door het Rode Kruis is opgezet. Het doel is om samen met aangesloten vrijwilligers tijdens grote incidenten een bijdrage te kunnen leveren aan hulpverlening en veiligheid. Inmiddels bestaat het netwerk uit bijna 40.000 mensen en is Ready2Help sinds 2014 al meer dan 300 keer in actie gekomen. Ongeveer een jaar geleden is er experiment gestart waarbij de politie Rotterdam Ready2Help traint in het zoeken bij vermissingszaken. Tijdens deze workshop wordt ingegaan op deze samenwerking met de Eenheid Rotterdam bij het zoeken naar urgent vermiste personen en wordt een verkenning gedaan naar mogelijke andere samenwerkingsvormen met de politie.
Petra Koster

5. ?oh oh ze denken mee!?. Burger internetrechercheurs in vermissingszaken.
De workshop zal gaan over het feit dat burgers hobbymatig steeds actiever met ons mee speuren in vermissingszaken. Als politie is het lastig handelen met de informatie die zij aanleveren. Welke werkwijze hebben zij gehanteerd die geleid heeft tot het verkrijgen van deze informatie?? Hoe gaan zij om met hypothese en scenario?s?? Maar wat nu als informatie die zij verstrekken klopt?
Izanne de Wit

6. Boeven vangen doen we samen! Lessen uit Kootwijkerbroek.
Burgers organiseren zichzelf via WhatsApp of speciale buurtapps en attenderen elkaar ?n ons op veiligheidszaken en verdachte situaties in de buurt. Als politie zijn we heel blij met deze betrokkenheid, want; met vele ogen zien we meer en dit vergroot de kans op heterdaad aanhoudingen! Maar wat doen we als een dergelijke groep uitgroeit tot een burgerwacht die 24/7 paraat staat om met eigen middelen de veiligheid in de wijk te bewaken?
Onderwerpen die in deze workshop aan bod komen zijn onder andere:
? Burgers organiseren zich zelf, maar wat verwachten ze van de overheid?
? Hoe kun je burgerparticipatie goed en slim organiseren?
? En wat zijn de do?s en don?ts voor een goede samenwerking?
Wilma Borren

7. Participeer! Kom je alleen info halen of doe je mee??
In deze workshop nemen twee politiekundigen u mee in hun afstudeeronderzoek naar burgerparticipatie. Zij deden onderzoek naar de kansen voor burgerparticipatie in het district Oost-Utrecht. Daarvoor spraken zij onder andere met burgerrechercheurs en buurtvaders over de samenwerking met de politie. Ook onderzochten zij welk beeld politiemedewerkers van? burgerparticipatie hebben en welke mogelijkheden collega’s zien om paticipatie meer te benutten. Naast het bespreken van de resultaten van het onderzoek gaan zij graag met u in gesprek om samen verder te leren.
Wilma Borren & Bas van der Hee

8. Verschil Maken. Het spanningsveld tussen burgerparticipatie en de waarden van de rechtstaat.
Anne Faber kent u waarschijnlijk wel. Edwin Takens waarschijnlijk niet. Beiden werden eind 2017 in de omgeving van Soest vermist. De zoektocht naar Anne Faber werd een nationale aangelegenheid met tal van burgerinitiatieven. Bij Edwin Takens gebeurde dat niet. Hoe gingen wij om met dat verschil?
We zijn nieuwsgierig naar waar de politie zich door laat leiden bij het bepalen van de inzet van schaarse capaciteit? In het maken van die keuze dienen wij de waarden van de rechtsstaat en staan wij voor gelijkheid. Maar het vermogen om zelf voor veiligheid te zorgen is ongelijk verdeeld in de samenleving. Die maatschappelijke ongelijkheid zouden wij kunnen negeren, nivelleren of juist uitvergroten. Negeren door in alle gevallen gelijke inzet te plegen, nivelleren door een stap terug doen waar burgers participerend en redzaam zijn en andersom. En uitvergroten door juist mee te bewegen met de publieke opinie en inzetten op die zaken die burgers in beweging brengen. Hoe gaan wij om met maatschappelijke ongelijkheid en deugt het wat wij doen? Tijdens deze workshop wordt het denkraam van een onderzoek naar de spanning tussen burgerparticipatie en de waarden van de rechtsstaat gepresenteerd. En willen we op een interactieve manier discussi?ren over dit spanningsveld.
Susanne Huijing & Machteld van den Bosch

9. De Landelijke Deskundigheidheidsmakelaar: Inzet van externe deskundigen
Er is een toenemende vraag naar externe deskundigen (burgers) die een bijdrage kunnen leveren aan het opsporings- en vervolgingsproces. Het kan echter moeilijk zijn om te bepalen wie en op welke wijze een burger/deskundige een bijdrage kan leveren? in een onderzoek. Onduidelijkheid hierover gaat soms ten koste van de kwaliteit van het onderzoek. Er zijn echter veel kwalitatief uitstekende en betrouwbare? externe deskundigen (burgers) die meer en vooral eerder ingezet kunnen worden dan nu het geval is. De Landelijke Deskundigheidsmakelaar (LDM) wil de politie, openbaar ministerie, bijzondere opsporingsdiensten en zittende magistratuur? hierbij graag ondersteunen en adviseren. De LDM heeft een register met daarin gescreende en getoetste externe deskundigen die geraadpleegd kunnen worden.
Mariska van Diepen & Jan Verkaik

10. Wanneer werk je wel of niet samen met burgers in opsporing?
Burgers hebben meer dan alleen ogen en oren, en willen in toenemende mate meedenken en doen in het opsporingsproces. Denk aan meezoeken bij vermissingzaken, of het speuren naar gestolen spullen op internet. Maar wanneer werk je nu als politie echt samen met burgers, en wanneer niet? Wanneer laat je burgers hun gang gaan, en wanneer moet je het in goede banen leiden? Of hoe kun je ingrijpen als het schadelijke gevolgen kent? In deze workshop willen we met jullie in discussie over benodigde instrumenten voor politie en burgers om deze processen in goede banen te leiden. Aan de hand van in ontwikkeling zijnde tools zoals het burgeropsporingsplatform Sherlock willen we interactief op zoek naar voorbeelden uit de praktijk en eindigen met voorlopige antwoorden op deze vragen. Sherlock: https://socialmediadna.nl/sherlock/
Sven Schultz & Arnout de Vries

11. Burgerparticipatie: de buurt en de agent (Veiligebuurt app)
Bewoners starten buurtpreventie initiatieven (m?t en z?nder de wijkagent) om hun buurt veiliger te maken. WhatsApp heeft zijn beperkingen voor bewoners ?n voor de wijkagent. Veiligebuurt.nl app is speciaal ontwikkeld en wordt nu door politie eenheden gebruikt.
In deze workshop wordt de voorbeeldcase met Politie Bommelerwaard uitgediept en de succesfactoren en resultaten vanuit het Ministerie van J&V besproken.
Natuurlijk staan we ook stil bij uw ervaringen, tips en hoe u kunt genieten van de voordelen (zonder eventuele belemmeringen).
Tim van Belkom

12. Ondernemers Alert, ”Ondermijning met een hapje en een drankje”
En dan is het ineens je buurman ondernemer op het industrieterrein waar de hennep zit en waar een ripdeal plaatsvind. De wijkagent komt erachter dat die buurman best wel wat wist.. maar helaas vaak achteraf. We willen naar de voorkant komen, hoe ga je samenspannen met ondernemers en hen bewustmaken van de signalen en weer in verbinding komen met de overheid. We zijn het gewoon gaan doen met ons publiek private netwerk ondermijners, zo’n 2 jaar geleden is het Platform Veilig ondernemen,? MKB- VNO, Politie, gemeenten, ondernemersverenigingen, samen voorlichtingen gaan geven op industrieterrein, daar waar het gebeurd, zoals in de loods waar XTC geproduceerd werd. Met een hapje en een drankje in?informele bijeenkomsten waarbij de burger als ondernemer en 1overheid weer in gesprek komen. Inmiddels landelijk gevolgd, 1200 ondernemers verder een 30 tal lokale bijeenkomsten, Haagse politici tot en met de minister die deze bijeenkomsten ook aanschuiven. In deze workshop vertellen we ons persoonlijke story over hoe een schijnbaar kleine interventie lokale, soms onverwachte, mooie effecten kan hebben in het herstellen van de publiek private verbinding.
Petra van den Bergh

13. Sarea Samen Zoeken?
Jaarlijks worden meer dan 40.000 mensen als vermist opgegeven. Gelukkig zijn 70% van de personen binnen 24 uur teruggevonden. In sommige gevallen helaas niet. Burgers starten vaak zelf een zoekactie voordat de politie in beeld komt. Dat is goed, want juist de eerste 24 uur zijn cruciaal.
Burgers willen graag, maar weten niet altijd hoe ze een zoekactie moeten leiden. Hoe weet je wie waar zoekt? Hoe stuur je mensen aan? De vermissingsapp Sarea helpt door de zoekactie te structureren en te organiseren. Doordat Sarea een afgebakend zoekgebied bepaalt en doordat de co?rdinator overzicht behoudt van waar wel en niet gezocht is, zorgt Sarea voor cruciale afstemming en samenwerking tussen alle partijen die betrokken zijn bij het zoeken naar een vermiste persoon. Wat komt erbij kijken als je met een app met burgers wil gaan samenwerken op het gebied van zoekacties? Van idee naar uitvoer, daar gaat de workshop over.
Ronnie Hessels & Henk-Jan Kazemir

14. Als je normale vragen stelt, krijg je ook normale antwoorden. Over de rol van de burger in de opsporing
? Wie vertrouwt zijn DNA toe aan de overheid?
? Wie durft te getuigen over een hennepplantage in de buurt, of over een moord?
? Wat doet de politie als de burger iets van de overheid wil in ruil voor zijn bijdrage?
? Wat mag is de prijs van de vooruitgang?
In deze workshop gaat Maarten Bollen in op de rol van de burger in de opsporing. Welke overeenkomsten hebben de burgers die in Friesland DNA afstonden voor het verwantschapsonderzoek naar de moord op Marianne Vaatstra met de dealende criminelen die hun celgenoot erbij lapt in ruil voor minder straf? Maarten Bollen was betrokken bij het onderzoek 3D waarin verwantschapsonderzoek voor het eerst werd ingezet. Hij is op dit moment projectleider Bijzondere Getuigen in de regio Oost.
Maarten Bollen

Bron: Politieacademie

Politieparticipatie? De attitude van de politie moet echt veranderen!

Politieparticipatie? De attitude van de politie moet echt veranderen!?Een artikel over doe-het-zelf burgeropsporing & politieparticipatie.

Gastauteur: Stan Duijf

Steeds vaker verrassen burgers, vriend en vijand door in de rol van de politie te kruipen. Nadat ze zijn geconfronteerd met een strafbaar feit starten ze op eigen initiatief met opsporen. Er wordt vaak gesteld dat de rol van de politie hierbij meer participerend zou moeten zijn, ook wel politieparticipatie in de (politionele) volksmond. Maar even serieus, politieparticipatie? Een streven misschien, maar zeker nog geen werkelijkheid!

Weet u nog? Een vrouw uit Hoorn heeft de man die haar aanrandde zelf opgespoord. De aanrander nam haar iPhone mee en dat bracht haar na een zoektocht uiteindelijk zelf bij de dader. Ze gaf haar informatie door aan de politie. Het duurde vervolgens twee maanden voordat de politie de man wist te pakken. De man bekende en werd door de rechtbank veroordeeld. Een spraakmakend voorbeeld uit 2017 en zeker niet het enige. Met hoge regelmaat duiken er in de media voorbeelden op van burgers die zelf aan het opsporen gaan. De aandacht voor dit fenomeen groeit al jaren levendig, net zoals het aantal burgers dat zelf start met opsporen gestaagd lijkt toe te nemen. Helemaal nieuw is het niet, burgers hebben vaak als slachtoffer of getuige een traditionele rol in het opsporingsonderzoek. Toch lijkt deze rol aan verandering onderhevig, maar het is nu niet de politie die dit initieert. Omdat de politie hun verwachtingen vaak niet waarmaakt nemen burgers het initiatief en starten zelf het opsporingsonderzoek (1). Soms volledig autonoom en onafhankelijk, bij gelegenheid in wereldwijde (virtuele) netwerken en soms in samenwerking met de politie. De vari?teit van initiatieven is groot, de ene post zijn gestolen fiets op Instagram en de ander spant samen om via een online community pedofielen of oorlogsmisdadigers te ontmaskeren. De integratie van technologie en internet in ons dagelijks leven lijkt zeer prominent bij te dragen aan het opsporend vermogen van deze initiatiefrijke burgers.

Noemenswaardig is dat er voornamelijk aandacht is voor het romantiserende mediagenieke Sherlock Holmes gehalte van dit fenomeen. De (wetenschappelijke) onderzoekswereld heeft tot op heden opvallend weinig gedegen belangstelling getoond voor de wijze waarop de politie reageert op deze zelfstartende opsporende burger. Deze filosofeert namelijk graag over de wenselijkheid van een participerende politie, waarbij vaak een scherp oog voor de huidige realiteit ontbreekt. Vergezichten en overtuigingen van ?hoe het zou moeten? zijn niet genoeg en lijken te worstelen met de werkelijkheid. Want wanneer de attitude van de politie ten opzichte van deze zelfstartende opsporende burgers niet verandert, komt de legitimiteit van de politionele opsporing nog verder onder druk te staan. In werkelijkheid neemt de politie namelijk nauwelijks deel aan het opsporingsonderzoek waarin burgers leidend zijn.

Werkelijkheden: de wijze waarop de politie reageert

De politie zit niet te wachten op inmenging van zelfstartende burgers in het opsporingsonderzoek. Voor velen is opsporen toch echt alleen de taak van de politie. Er is in werkelijkheid meer sprake van politie-power dan van politieparticipatie. Ondanks dat de politie terughoudend en wantrouwend is, beseffen ze zich dat ze beter kunnen samenwerken. Dit geeft de politie, geredeneerd vanuit eigen belang, de kans om meer invloed en controle te hebben op de opsporingsactiviteiten van deze burgers. Merkwaardig is dat de behoefte aan invloed die de politie wil hebben op deze initiatiefrijke burgers, toeneemt bij omvangrijke, gevoelige opsporingsonderzoeken met significante impact. Deze behoefte van invloed is vele proporties meer dan bij veelvoorkomende criminaliteit zoals diefstal van een fiets of telefoon. Bij dit soort veelvoorkomende criminaliteit is de politie zelfs in staat om een kwetsbare burgers zelf op onderzoek uit te sturen, met alle risico?s van dien. Het lijkt er op een of ander manier minder toe te doen.

Ondanks dat de politie moeite heeft om deze zelfstartende burger te omarmen in het opsporingsonderzoek, zijn er zo links en rechts wel enige beginnende vormen van participatie waarneembaar in de praktijk. Er wordt onder andere vaak (nuttige) informatie uitgewisseld tussen opsporende burgers en politie. Hierbij is er wel sprake van eenrichtingsverkeer, want voor de politie is het vaak complex door regelgeving om informatie uit te wisselen. Daarnaast geeft de politie, gedreven door o.a. manipulatieve redenen, ook voorlichting en training aan initiatiefrijke burgers. Hiermee hoopt de politie dat zij hetgeen gaan doen wat in het politionele straatje past en het liefst maakt de politie hier op voorhand afspraken over. Past het niet in het politionele straatje en worden volgens de politie ethische en juridische grenzen overtreden, dan is de politie niet te beroerd om burgers tot stoppen te dwingen. Het is overigens ook de flexibiliteit van de politieorganisatie die echte participatie in de weg staat. De politie organiseert zich immers niet zo snel dan een flu?de burgerinitiatief dat zojuist is ontstaan op bijvoorbeeld Twitter. Dit kan simpelweg resulteren in tienduizend burgers die samen klaar staan om te zoeken naar een vermiste man, waar de politie nog bezig is om alles in haar systeem vast te leggen. Daarnaast wordt informatie online vliegensvlug gedeeld door burgers. Deze informatie wordt ook met de politie gedeeld, die door de hoeveelheid en snelheid vaker dan eens wordt overwelmd.

Dat er de komende tijd gesleuteld moet worden aan wijze waarop de politie reageert op deze opsporende burgers is duidelijk. De huidige attitude resulteert onvoldoende in voortuitgang en dat is toch waar de opsporing naar verlangd. Niet structureel, maar incidenteel is zichtbaar geworden wat we met vooruitgang bedoelen wanneer de politie in staat is om opsporende activiteiten van burgers te omarmen in het politionele opsporingsonderzoek. Het opsporend vermogen neemt namelijk significant toe. De politie kan gebruik maken van meer ogen, oren en specifieke kennis en vaardigheden van burgers. Daarnaast ontstaat er meer gelegenheid om van elkaar te leren en de tevredenheid over de politie neemt toe wanneer ze in staat zijn om burgers te erkennen als serieuze partner in crime.

Verlangen naar vooruitgang: wat helpt?

Het begint bij het erkennen van de realiteit. De politie neemt nauwelijks deel aan opsporingsactiviteiten die ge?nitieerd zijn en geleid worden door burgers. Zoals Arnout de Vries en Jose Kerstholt (2) al eerder in dit tijdschrift schreven is alleen het vertrouwen van burgers in de politie onvoldoende. De politie mag wat minder angstig zijn en haar keuzes wat minder baseren op potenti?le risico?s. Handel naar werkelijkheid. Waarheidsvinding en rechtspreking, daar gaat het toch om. Stel dat voorop in het opsporingsonderzoek, omarm de goedwillende opsporende burger en sta toe om meer te vertrouwen. Pas dan komt er echte experimenteerruimte, wordt het wederzijds lerend vermogen benut en kan er weer positief verrast worden in de opsporing. Hiervoor zijn richtinggevende kaders voor opsporende burgers en politieagenten nodig. Ze weten namelijk vaak beiden niet hoe ze met elkaar moeten dealen en wat simpelweg wel en niet legitiem is. Let wel op, kaders impliceren ook ruimte. Metsel deze potenti?le kans voor voortuitgang niet dicht. De politie moet namelijk nog echt beginnen met participeren. Ervaringen in de werkelijkheid kunnen later bijdragen aan het verfijnen van deze kaders.

Afsluitend, kunnen wij een afspraak maken? De eerstvolgende goedwillende burger die zelf start met opsporen krijgt een aantal politieagenten ter ondersteuning. Deze initiatiefrijke burger is en blijft de leider van het onderzoek, ongeacht of het nu gaat om ondermijning, een fietsendiefstal of een ramkraak. Wie doet? Het is namelijk nodig!

Lees of download hieronder het hele onderzoek:

[slideshare id=111131528&doc=modernsherlockholmes-180823110121&type=d]

Stan Duijf werkt als teamchef van het basisteam ?s-Hertogenbosch en deed afgelopen jaar onder begeleiding van het lectoraat Criminaliteitsbeheersing en Recherchekunde van de politieacademie, kwalitatief empirisch onderzoek (3) naar de wijze waarop de politie reageert op zelfstartende opsporende burgers. Op basis van een multiple case studie onderzocht hij zeven eigentijdse cases in diepte waarin burgers zelf het initiatief namen om te starten met opsporen.

Referenties

  1. Bervoets, E., van Ham, T., & Ferwerda, H. (2016). Samen signaleren, burgerparticipatie bij sociale veiligheid. Den Haag: Platform31; Meijer, A. (2012). New Media and the Coproduction of Safety: An Emperical Analysis of Dutch Practices. American Review of Public Adiminstration , 17-34; Rotmans, J. (2014). Verandering van tijdperk. Boxtel: Aeneas uitgever vakinformatie
  2. Kerstholt, J. & de Vries, A. (2018) Agent in burger. Tijdschrift voor de politie, 80 (6).
  3. Duijf, S (2018). Modern Sherlock Holmes. How will the police respond?. Canterbury-Apeldoorn.

Doe-het-zelf burgeropsporing en politieparticipatie. Hoe reageert de politie?

Politieparticipatie? De attitude van de politie moet echt veranderen!?Een artikel over doe-het-zelf burgeropsporing & politieparticipatie.

Door gastauteur: Stan Duijf.

Burgers kruipen steeds meer in de rol van de politie. Ze worden geconfronteerd met een strafbaar feit en starten op eigen initiatief met opsporen. Met regelmaat wordt gesteld dat de rol van de politie hierbij meer participerend zou moeten zijn, ook wel politieparticipatie in de (politionele) volksmond. Maar even serieus, politieparticipatie? Een streven misschien, maar (nog) geen werkelijkheid. Burgers die zelf een opsporingsonderzoek starten worden niet toegejuicht. Als het over opsporing gaat wil de politie vooral zelf veel invloed en controle hebben. Hoe reageert de politie op deze opsporende burgers, welke dilemma?s worden er ervaren en kunnen deze zelfstartende burgers van betekenis zijn in het opsporingsonderzoek? In dit artikel worden deze en andere vragen beantwoord.? ?

Weet u nog? De vrouw uit Hoorn die nadat ze misbruikt was zelf via haar iPhone de dader opspoorde en de honderden burgers die zochten naar de vermiste Anne Faber. De aandacht voor dit fenomeen groeit al jaren levendig, net zoals het lijkt dat het aantal burgers dat zelf start met opsporen gestaag lijkt toe te nemen. Noemenswaardig is dat de aandacht voornamelijk is uitgegaan naar de opsporende burger en het romantiserende mediagenieke Sherlock Holmes gehalte van dit fenomeen. Tot op heden heeft de (wetenschappelijke) onderzoekswereld opvallend weinig gedegen belangstelling getoond voor de wijze waarop de politie reageert op deze zelfstartende opsporende burger. Wellicht kunnen opgedane ervaringen ons iets leren voor de toekomst? Hoog tijd om vanuit dit perspectief op basis van onderzoek een aantal inzichten toe te voegen!

De zelfstartende opsporende burger

Burgers hebben vaak als slachtoffer of getuige een traditionele rol in het opsporingsonderzoek. Hun informatie is vaak beslissend voor waarheidsvinding. De laatste jaren is op initiatief van de politie in de opsporing ge?xperimenteerd met een meer prominente rol voor participerende burgers. De rol van burgers in het opsporingsonderzoek is blijkbaar aan verandering onderhevig, maar het is nu niet de politie die dit initieert. Als moderne Sherlock Holmes nemen burgers het initiatief en starten, nadat ze zijn geconfronteerd met een strafbaar feit, zelf een opsporingsonderzoek. Dit doen ze regelmatig volledig autonoom en onafhankelijk, bij gelegenheid in wereldwijde (virtuele) netwerken en soms in samenwerking met de politie. De vari?teit van initiatieven is groot, de ene post zijn gestolen fiets op facebook en de ander spant samen om via een online community pedofielen of oorlogsmisdadigers te ontmaskeren. In veel gevallen wordt de zelfstartendheid ingegeven door een tekortkomende politie (1). Burgers weten dat de politie hun verwachting vaak niet waarmaakt en besluiten zelf op zoek te gaan naar waarheidsvinding en rechtspreking. Abstracte ontwikkelingen zoals globalisering en individualisering dragen volgens velen bij aan deze ontwikkeling,maar de integratie van technologie en internet in het dagelijks leven lijkt veel prominenter bij te dragen aan het opsporend vermogen van deze zelfstartende Sherlocks. Denk hierbij aan de opmars van open bronnen onderzoek. Oprichter van onderzoekscollectief Bellingcat Elliot Higgens (2) noemde open bronnen onderzoek door burgers zelfs een vreedzame revolutie die waarheidsvinding bevorderd. Op basis van literatuuronderzoek zijn in deze studie de burgers die zelf het initiatief nemen om op te sporen gedefinieerd als: ??n of meer burgers die onafhankelijk activiteiten initi?ren om informatie te verzamelen in relatie tot een gepleegd strafbaar feit met als doel om de waarheid te vinden en om recht te spreken.

Op welke wijze is het onderzoek uitgevoerd?

Het kwalitatief empirisch onderzoek, ge?nspireerd op Yin?s case studie methode (3), is uitgevoerd in drie fasen. In de eerste fase werd voornamelijk op basis van een literatuurstudie het theoretisch kader bepaald. De tweede fase bestond uit een meervoudige casestudy, waarin zeven cases individueel zijn onderzocht en uitgewerkt op basis van document analyse en interviews. In de derde fase zijn de uitkomsten van de individuele casestudies cross case geanalyseerd en ter validatie aangeboden aan een groep experts.

De zeven cases

  1. Overval tankstation Weert, eigenaar publiceerde de beveiligingsbeeld dezelfde dag nog op YouTube (2010).
  2. Vermissing van broertjes Julian en Ruben, honderden burgers kwamen na een Facebook bericht samen om te zoeken (2013)
  3. MH17, onderzoekscollectief Bellingcat doet open bronnen onderzoek naar de aanleiding van de ramp (2014).
  4. Glanerbrug burgerwacht, de inwoners van het grensdorp komen in actie tegen de drugscriminaliteit (2016).
  5. Gestolen telefoon, slachtoffer start zelf online onderzoek naar locatie en verkoper van de telefoon (2017).
  6. YouTube kanaal Betrapt, vijf jongens openen de jacht op online pedofielen en publiceren de confrontaties online (2017).
  7. Fiets gestolen, nadat haar fiets werd gestolen ging ze zowel online als in de wijk op zoek naar haar fiets.

Politieparticipatie, wat wordt ermee bedoeld?

Een traditionele monopoliepositie in de opsporing, daar is al lang geen sprake meer van. De politie realiseert zich dat anderen nodig zijn om de opsporing fundamenteel te verbeteren. In haar koersdocument (5) laat de politie dit ook duidelijk blijken en staat samenwerken met anderen die opsporen niet meer aan de zijlijn, maar in het speelveld. Echter worden er in de praktijk nog dagelijks dilemma?s ervaren wanneer politieagenten worden geconfronteerd met de opsporende burger. Binnen ?de politie zijn momenteel meerdere bewegingen zichtbaar om politionele opsporing en opsporing door zelfstartende burgers meer richting te geven. Het woord politieparticipatie, wordt steeds vaker gebruikt, zowel te pas als te onpas. Maar let op, voordat we het weten is er sprake van een modewoord en verliest het aan kracht en betekenis. Maar wat betekent politieparticipatie eigenlijk? Een halve eeuw geleden ontwikkelde Arnstein (5) de ladder van participatie. Met acht participatietreden helpt het model om gradaties van participatie te analyseren en te categoriseren. In de kern verschillen de treden in mate van inspraak, invloed en besluitvorming, van pure manipulatie door de overheid tot en met volledige controle van burgers. Smilda en de Vries (8) positioneerde politiepartiparticipatie tussen burgerparticipatie, waar de burger gevraagd meedoet met de politie en burgeractiviteiten, waar de burger zelfgereid zonder enige betrokkenheid van overheden opspoort. Op basis van literatuuronderzoek is in deze studie gesteld dat er sprake is van politieparticipatie wanneer de politie deelneemt aan opsporingsactiviteiten die ge?nitieerd zijn door burgers en waarin burgers de leiding hebben.?

Participatieladder van Arnstein (5)?????????????? ?

Participatieschaal van De Vries en Smilda (6)

Inzichten om toe te voegen, de conclusies

Hoe reageert de politie op deze opsporende burgers? Welke dilemma?s worden er ervaren? Kunnen zelfstartende burgers van betekenis zijn in het opsporingsonderzoek? De resultaten van het onderzoek geven onder andere antwoord op deze vragen.

De politie reageert primair terughoudend en met voorzichtigheid op burgers die, nadat ze met een strafbaar feit werden geconfronteerd, zelf het initiatief namen om te gaan opsporen. De politie wil eigenlijk niet dat burgers op eigen initiatief? zich mengen in het opsporingsproces. Door onbekendheid en wantrouwen weet de politie niet echt hoe ze hier mee om moeten gaan en willen ze zo veel mogelijk zelf controle houden in het opsporingsonderzoek. Echter realiseert de politie zich ook dat deze zelfstartende burgers niet makkelijk te stoppen zijn en dat ze mogelijk ook van positieve betekenis kunnen zijn voor het politionele onderzoek door bijvoorbeeld informatie aan te leveren. Daarnaast realiseert de politie zich ook dat enige mate van samenwerking hun invloed op het burgerinitiatief kan vergroten. Om deze reden ontstaat er dikwijls wel enige verbinding tussen de initiatief nemende burgers en de politie. Om het bewustzijn bij burgers te vergroten is het vaak de politie die aanstuurt op een gesprek over potenti?le risico?s en consequenties van het burgerinitiatief. De politie probeert ook afspraken te maken over de wijze waarop de burgers hun opsporende activiteiten uitvoeren. Menigmaal staat bij het maken van deze afspraken het eigenbelang van de politie voorop, ze willen namelijk graag zo veel mogelijk invloed hebben op de opsporende burger. Merkwaardig is dat de mate van invloed die de politie wil hebben op de zelfstartende burgers toeneemt bij omvangrijke, gevoelige opsporingsonderzoeken met significante impact. Deze mate van behoefte van invloed is vele mate meer dan bij veel voorkomende criminaliteit zoals diefstal van een fiets of telefoon. Hierbij adviseert de politie burgers om zelf op onderzoek uit te gaan, met alle risico?s van dien.

Dezelfde avond nog ontdekte het meisje dat haar zojuist gestolen fiets online te koop werd aangeboden. Ze belde 0900-8844 om aangifte te doen. Ze kreeg het advies van de politie om online aangifte te doen en een afspraak te maken met de verkoper om te controleren of het ook echt haar fiets was. Wanneer ze haar eigen fiets zou aantreffen, kon ze de politie terugbellen. Het meisje werd door de politie niet gewezen op eventuele risico?s.

Vanuit het perspectief van Arnstein?s (5) theorie kan er meer gesproken worden van police-power dan van politieparticipatie. In uitzonderlijke gevallen krijgen burgers van de politie een eigenstandig onderzoekende verantwoordelijkheid in een opsporingsonderzoek zoals in enige mate in de case van de vermiste broertjes. De politie wil voornamelijk in belang van hun opsporingsonderzoek en gezaghebbende positie, zelfstartende burgers be?nvloeden door manipulatie en educatie. Burgers mogen een geluid hebben en deze laten horen in een opsporingsonderzoek, maar het is de politie die probeert hun besluiten te be?nvloeden. Vanuit de theorie van Arnstein (7), reageert de politie voornamelijk op een tokenisme / non-participatie wijze.

Er kunnen diverse praktische vormen van ?de wijze waarop de politie reageert? onderscheiden worden. Een van de meest primaire vormen wanneer burgers opsporende intiatieven nemen is informatiedeling. Vaak is dit eenrichtingsverkeer, van burgers naar de politie. De politie heeft in de onderzochte cases waardevolle informatie gekregen wat ook daadwerkelijk heeft bijgedragen aan waarheidsvinding. De politie wil frequent burgers betrokken houden, maar doordat ze hun opsporingsinformatie dikwijls niet mogen delen haakt de betrokken burger wel eens af. Daarnaast moet de politie er zeker rekening mee houden dat informatie gemanipuleerd kan zijn. Tegenwoordig is namelijk veel informatie afkomstig van open bronnen. Hierdoor mag vanzelfsprekend niet de betrouwbaarheid van het strafrechtelijk onderzoek in het geding komen.

Het Openbaar Ministerie twitterde op 3 januari 2016 dat de informatie van Bellingcat over MH17 serieus zal worden beoordeeld op bruikbaarheid voor het strafrechtelijk onderzoek. Informatie afkomstig uit open bronnen onderzoek kan namelijk gemanipuleerd zijn. Het Internet is voor iedereen toegankelijk. Om te voorkomen dat dit het onderzoek ongewenst be?nvloed wordt, gebruikt het onderzoeksteam Bellingcats bevindingen als deze gevalideerd kunnen worden.

Een andere praktische vorm die voorkomt is dat de politie burgers training geeft in bijvoorbeeld observeren. Dikwijls is de politie hierbij gedreven door educatieve en manipulatieve redenen. Op verzoek van de politie is het bij gelegenheid ook voorgekomen dat burgers hun vaardigheden laten zien aan de politie. De politie is dan vaak gedreven door nieuwsgierigheid en vraagt zich af ?hoe doen zij dat??. Zo nu en dan komt het ook voor dat burgers worden gedwongen om te stoppen met opsporen, zoals in de case van het YouTube kanaal Betrapt. Het overtreden van ethisch en juridische grenzen ligt ten grondslag aan deze dwingende reactie van de politie.

Het wordt door de politie als erg moeilijk ervaren om te anticiperen op opsporingsactiviteiten door zelfstartende burgers. Deze burgers organiseren zichzelf razendsnel. Dit vraagt van de politie een grote mate van flexibiliteit, een mate die ze absoluut niet gewend zijn. De politie organiseert zich immers niet zo snel dan een flu?de burgerinitiatief wat zojuist is ontstaan op bijvoorbeeld Twitter. Dit kan simpelweg resulteren in tienduizend burgers die samen klaar staan om te zoeken naar de vermiste man, waar de politie nog bezig is om alles in haar systeem vast te leggen. Daarnaast wordt informatie online vliegensvlug gedeeld door burgers. Deze informatie wordt ook met de politie gedeeld die door de hoeveelheid en snelheid vaker dan eens wordt overwelmd.

Na de overval op het tankstation publiceerde de eigenaar nog dezelfde dag de beveiligingsbeelden op internet waarop de dader te zien was. De politie probeerde de eigenaar op andere gedachten te brengen, maar hij was vastberaden. De politie wilde namelijk controle houden in het onderzoek en ze hadden daarnaast weinig ervaring met zelfstartende burgers. De politie wilde niet dat de eigenaar zelf de dader ging zoeken. Daarom maakte de politie de afspraak met de eigenaar dat alle informatie die hij zou krijgen na publicatie van de beelden, direct met de politie zou worden gedeeld. De dader werd snel herkend op basis van de gepubliceerde beelden en kon binnen 48 uur worden aangehouden door de politie.

Het omarmen van opsporende activiteiten van burgers in het politionele opsporingsonderzoek, resulteerde meer dan eens in een significante toename van het opsporend vermogen. De politie kon gebruik maken van meer oren, ogen en specifieke kennis en vaardigheden van burgers. Daarnaast stelt het politie en burgers ook in de gelegenheid om van elkaar te leren. In enige mate samen optrekken in het opsporingsonderzoek (het serieus nemen van de burger), geeft burgers het gevoel dat ze van betekenis zijn en dat stelt ze tevreden over de politie.

– Luister naar Stan Duijf op BNR?-

Wat kan er worden aanbevolen?

Op basis van de onderzoeksresultaten en suggesties van respondenten en experts konden een viertal aanbevelingen worden gedaan.

  • De politie zou meer kunnen leren (learning by doing) door zelfstartende opsporende burgers met vertrouwen te omarmen in het politionele opsporingsonderzoek. Hierdoor doet de politie meer ervaring op met dit fenomeen, kunnen ze ontdekken hoe burgers het beste betrokken kunnen worden, leren ze welke flexibiliteit vereist is en hoe hiermee het opsporingsonderzoek verbeterd kan worden.
  • Er is meer empirisch onderzoek nodig op dit domein om te documenteren hoe burgers en de politie samen participeren in opsporingsonderzoek. Het wetenschappelijk onderzoek zou voornamelijk gericht moeten zijn op de praktische effecten van een meer participerende rol van de politie en een meer onafhankelijke rol voor zelfstartende opsporende burgers in het opsporingsonderzoek.
  • Het zou politieagenten helpen om richtinggevende kaders te ontwikkelen. Veel politieagenten weten niet hoe ze moeten reageren op burgers die op eigen initiatief starten met opsporen. Richtinggevende kaders kunnen politieagenten in de praktijk ondersteunen en voorziet daarnaast mogelijk ook in een meer eenduidige politionele attitude op dit domein.
  • Het zou helpen om richtinggevende kaders te ontwikkelen voor doe-het-zelf-burgeropsporing. Hierdoor kan mogelijk gedeeltelijk worden voorkomen dat burgers wettelijke en ethische grenzen overtreden. Daarnaast kan het burgers ook gidsen en ondersteunen in de wijze waarop ze hun opsporende activiteiten uitvoeren.

Het volledige onderzoeksrapport: Modern Sherlock Holmes. How will the police respond? is hieronder te lezen of te downloaden:

Stan Duijf werkt als lokale politiechef ?van het basisteam ?s-Hertogenbosch en deed afgelopen jaar onder begeleiding van het lectoraat Criminaliteitsbeheersing en Recherchekunde van de politieacademie, kwalitatief empirisch onderzoek (3) naar de wijze waarop de politie reageert op zelfstartende opsporende burgers. Op basis van een multiple case studie onderzocht hij zeven eigentijdse cases in diepte waarin burgers zelf het initiatief namen om te starten met opsporen.?

Referenties

  1. Bervoets, E., van Ham, T., & Ferwerda, H. (2016). Samen signaleren, burgerparticipatie bij sociale veiligheid. Den Haag: Platform31. Meijer, A. (2012). New Media and the Coproduction of Safety: An Emperical Analysis of Dutch Practices. American Review of Public Adiminstration , 17-34. Rotmans, J. (2014). Verandering van tijdperk. Boxtel: Aeneas uitgever vakinformatie
  1. Higgins, E. (2016, November 18). Eliot Higgins. Retrieved April 11, 2017, from TEDxAmsterdam: tedx.amsterdam/speakers/elliot-higgens/
  2. Yin, R. (2003). Case Study Research (Vol. 5). Thousand Oaks: Sage.
  3. Politie & OM. (2017). Naar een toekomstbestendige opsporing en vervolging, Koersdocument. Den Haag,: Politie & OM.
  4. Arnstein,S. (1969). A ladder of citizen participation. Journal of the American Institute of Planners, 34 (4), 216-224.
  5. de Vries, A., & Smilda, F. (2014). In Social Media: het nieuwe DNA. Amsterdam: Reed Business Education.

Agent in burger

De politie maakt steeds meer gebruik van de capaciteit, kennis en kunde van burgers, vooral in de context van Gebiedsgebonden Politiewerk (GGP). Sociale media en nieuwe technologie spelen hierbij een belangrijke rol, omdat ze nieuwe mogelijkheden cre?ren voor verdergaande samenwerking. Daarnaast is er een trend dat burgers meer initiatieven gaan nemen, wat (nog) meer eisen stelt aan de co?rdinatie van verschillende activiteiten. Om goed in te kunnen spelen op het brede scala aan burgerhulp is meer inzicht nodig in de mechanismen die hieraan ten grondslag liggen.

Een artikel van Jos? Kerstholt, hoogleraar psychologische besliskunde aan de Universiteit Twente en Arnout de Vries, senior onderzoeker op het gebied van veiligheid en internet. Beiden zijn werkzaam bij TNO.

Binnen het concept van GGP is er een breed scala aan mogelijkheden om burgers te betrekken bij politietaken en zo samen te werken aan het verhogen van de veiligheid in de buurt. Op basis van
een categorisatie van Van der Land, Van Stokkom en Boutellier (2014) stelden Kerstholt et al. (2015) een indeling langs twee dimensies voor: betrokkenheid van burgers en veiligheidsdomein (zie tabel 1).

Burgerparticipatie: altijd een ?agent? in de buurt
Voor de mate van betrokkenheid van burgers bij een activiteit werd de volgende driedeling gehanteerd: informeren en consulteren; adviseren; en coproduceren/meebeslissen. Bij informeren en consulteren is de betrokkenheid van burgers het laagst, omdat de controle en beslisbevoegdheid geheel bij de politie liggen. Dat is anders op het hoogste niveau van participatie, waar sprake is van een gelijkwaardige samenwerking en burgers en politie gezamenlijk het probleem aanpakken. Daarnaast kan burgerparticipatie plaatsvinden in verschillende veiligheidsdomeinen: preventie, handhaving, opsporing en ?kwaliteit van leven?. In de tabel staan typische voorbeelden van initiatieven waarin burgers en politie in bepaalde mate samenwerken op elk veiligheidsdomein.

De rol van social media is voor alle vormen van burgerinitiatieven toegenomen. Daarbij is het van belang om op te merken dat online en offline participatie niet los staan van elkaar. Online participatie moet gezien worden als een aanvulling op offline participatie in plaats van een vervanging. Een voorbeeld van online communicatie ten behoeve van offline contactmomenten is het concept van de mobiele wijktafel en later het ?pop-uppolitiebureau? dat door de Rotterdamse wijkagent Wilco Berenschot landelijke bekendheid kreeg en daarna in diverse andere eenheden,
maar ook bij andere veiligheidspartners opvolging zag. Over het algemeen is er een verschuiving waarneembaar naar ?hogere? vormen van burgerparticipatie en een verspreiding
naar meer politietaken, waaronder ook opsporing. Deze verschuiving brengt echter ook de nodige risico?s met zich mee. Burgers die bijvoorbeeld actiever worden in handhaving of opsporing maken steeds vaker inbreuk op privacy van anderen en eigenrichting ligt op de loer. Om deze initiatieven in goede banen te leiden, is het van belang beter te begrijpen wat burgers motiveert om mee te doen aan activiteiten in het veiligheidsdomein.

Menselijk gedrag
Menselijk gedrag wordt door verschillende factoren be?nvloed. Om als burger in actie te komen, moet je bijvoorbeeld weten dat er ?berhaupt een probleem is. Mensen be?nvloeden elkaar bij het detecteren en oplossen van allerlei problemen en ook hoe burgers de politie zien speelt een rol bij de bereidheid om zelf in actie te komen. Op alle niveaus (individueel, groep en institutioneel) spelen verschillende mechanismen een rol. Inzicht in deze mechanismen biedt aangrijpingspunten voor meer effectieve interventies (Lub, 2013).

Individueel niveau
Bewustwording De eerste voorwaarde om in actie te komen, is dat burgers zich ervan bewust zijn dat er ?berhaupt een probleem of risico is en dat zij iets kunnen bijdragen aan de oplossing
daarvan. Binnen de handhaving wordt dit vaak al op een?goede manier gecommuniceerd. Een bericht dat bijvoorbeeld via Burgernet wordt verspreid, geeft duidelijk aan wat er aan de hand is (bijvoorbeeld een vermissing) en wat er van burgers wordt verwacht (geef het door als je iemand ziet die aan dit signalement voldoet).

Samenwerking met burgers vindt steeds meer plaats op het snijvlak van offline en online communicatie. Zo werkt de politie momenteel aan webcare voor modern contact met burgers. Via sociale media kunnen vragen van burgers worden beantwoord en kan gerichter advies worden gegeven. Dit draagt niet alleen bij aan een grotere bewustwording onder burgers, maar zal ook invloed hebben op de zichtbaarheid en legitimiteit van de politie.

Efficacy
Verder is van belang dat mensen zichzelf in staat achten om het aangeboden handelingsperspectief ook daadwerkelijk uit te voeren (in het Engels self-efficacy genoemd). Een heel simpel voorbeeld is dat mensen misschien niet weten waar zij een bericht naartoe moeten sturen als zij een voorval in hun buurt willen melden. En wat complexer voorbeeld is dat voor conflictbemiddeling specifieke competenties nodig zijn waarover niet iedereen beschikt. En ook niet iedereen zal zichzelf in staat achten om bij te dragen aan toezicht via een buurtpreventieteam.

Naast self-efficacy wordt response efficacy onderscheiden: de inschatting van mensen dat hun actie ook daadwerkelijk bijdraagt aan het oplossen van het probleem. Bij fietsendiefstal bijvoorbeeld is de response efficacy doorgaans laag. Mensen kunnen wellicht wel aangifte doen, maar omdat ze inschatten dat het effect van hun handeling laag zal zijn, doen ze dat misschien toch niet. Van een
gebrek aan response efficacy is eveneens sprake bij de toenemende cybercrime, waarbij de verwachtingen van burgers na aangifte over opvolging op gespannen voet staan
met het huidige gebrek aan kennis op dit gebied bij de politie en de lage pakkans.

Een voor de hand liggende manier om self-efficacy te versterken, is burgers feedback te geven over hoe hun activiteiten hebben bijgedragen aan het oplossen van bepaalde problemen. In het voorbeeld van aangifte bij fietsdiefstal kan de response efficacy verhoogd worden door meer feedback te geven over wat er is gebeurd met de aangifte, zodat de inschatting van mensen over het nut van aangifte zal toenemen.

?The police are the public and the public are the police?

Sir Robert Peel (188-1850), voormalig premier van het Verenigd Koninkrijk en oprichter van de Metropolitan Police in Londen in 1829.

Emoties
Behalve voor bewustwording en kennis is er de laatste jaren ook meer aandacht gekomen voor de invloed van emoties op de motivatie van burgers om in actie te komen. Emoties zijn een belangrijke trigger voor gedrag. Onderzoek van Schreurs et al. (2018) laat bijvoorbeeld zien dat directe reacties van burgers op misstanden, zoals mensen aanspreken op hun gedrag of de politie bellen, sterk worden gestuurd door morele emoties als schuld, verwarring of boosheid.

Emoties worden steeds vaker via sociale media gedeeld, waardoor een vonk kan overslaan op anderen (Kramer, Guillory & Hancock, 2014; De Vries et al., 2018). Zo werden heftige emoties losgemaakt door de opsporingsvideo van de ?kopschoppers Eindhoven?. Hoewel de daders dankzij de hulp van een grote groep burgers in ??n dag werden opgespoord, kregen zij strafvermindering omdat hun privacy was geschaad. Hoewel de burgers waarschijnlijk in actie kwamen door de verspreide beelden, laat dit voorbeeld dus ook zien dat politie en Openbaar Ministerie in het contact met burgers een goede balans moeten zoeken tussen informatiewaarde en de rol van emoties. Inspelen op emoties vereist een andere manier van communiceren dan alleen maar informeren en is ook lastiger omdat emoties niet overeen hoeven te komen met wat er feitelijk gaande is.

Groep

Trekkers en volgers
Mensen leven niet in een sociaal vacu?m, maar worden sterk be?nvloed door hun sociale omgeving. Bij initiatieven die burgers zelf nemen kan een onderscheid worden gemaakt tussen trekkers en volgers. Trekkers nemen een bepaald initiatief, bijvoorbeeld het opzetten van een zoekactie als iemand wordt vermist. Zij zijn vaak mensen die iets voor hun omgeving willen betekenen en bij meerdere initiatieven betrokken zijn. In de praktijk is er echter een veel grotere groep volgers: mensen die met het initiatief gaan meedoen. Dit komt niet door gebrek aan motivatie, maar simpelweg omdat menselijk gedrag nu eenmaal redelijk associatief tot stand komt. Bij de vermissingszaken van Ruben en Julian en later ook Anne Faber ontstond, aangewakkerd door (sociale)
media, een ongekende betrokkenheid die al snel leidde tot grootschalige mobilisatie onder burgers om te gaan zoeken. In de zaak van Anne Faber richtte de familie zelfs een soort eigen TGO (Team Grootschalige Opsporing) op naast het TGO van de politie. Enerzijds kon de politie hier baat bij hebben, omdat burgers de belangrijkste succesfactor zijn in de opsporing (Kop, 2016), maar anderzijds kon het onderzoek hiervan schade ondervinden doordat bijvoorbeeld sporen vernield werden. In dit soort situaties is het lastig om een balans te vinden tussen de belangen van effectieve opsporing en die van de helpers en de nationale aandacht die dit soort situaties nu eenmaal oproept.

Een recente innovatieve ontwikkeling is de co?rdinatie van zoekacties van burgers naast die van de politie in goede banen leiden via apps als ?Samen zoeken? (zie kader). Hierin is aandacht voor overdracht van informatie over bijvoorbeeld gebieden waar men geweest is, maar wordt ook vermeld wanneer de politie een zoekactie van burgers overneemt.

“De familie richtte zelfs een soort eigen TGO op naast dat van de politie”

De zoektocht naar Anne Faber
?Als een van de ME?ers het commando ?voorwaarts, n?? roept, stapt het legertje burgers als lijn het bos in; rustig lopen de zoekers voorwaarts, soms gehinderd door dicht struikgewas en stekelige braamstruiken. Opeens klinkt het commando ?Halt houden, n?? door de bosschages als de linie uiteen dreigt te vallen. Snel wordt de rij hersteld? (Penris, 2017). Of massale zoektochten door burgers veel zin heeft, wordt door deskundigen betwijfeld. Maar als ze dan toch gaan zoeken, dan kun je dat maar beter in goede banen leiden. Helemaal zinloos zijn de massale zoekacties zeker niet, want je houdt de mensenmassa ermee in de hand. De politie kan op deze manier bovendien veel effici?nter zoeken op de plekken waar het er echt toe doet, zoals in het water. Sinds de
vermissingszaak van Ruben en Julian in 2013 heeft de politie volgens Petra Blankwaard van het burgerinitiatief ?Zoek Je Mee? grote stappen voorwaarts gemaakt. ?Ze zijn heel actief op sociale media, delen veel informatie met de burger, geven antwoord op vragen en reageren heel serieus op tips, hoe waardeloos die ook kunnen zijn.?

Samen zoeken
?Samen zoeken? is een app die burgers helpt in de co?rdinatie van het (mee)zoeken naar een vermiste en geeft tips hoe en waar te zoeken. De app is nog in ontwikkeling en is in eerste instantie een zelfhulptool om een zoekactie op te starten, waarna mensen die willen meezoeken zich kunnen aansluiten. Via gps wordt op een kaartje bijgehouden waar men gezocht heeft. Deelnemers kunnen onder meer foto?s toevoegen en chatten met de co?rdinator en zodra de politie aansluit, kan alle informatie over de zoektocht overdragen worden. Dit initiatief getuigt van een wezenlijk andere kijk op burgerparticipatie: de politie vraagt burgers niet om te helpen bij opsporing, maar helpt burgers bij hun zoektocht.

Sociale samenhang
Burgers die in buurten wonen met een grote mate van sociale samenhang komen eerder in actie dan burgers in buurten waarin men zich minder met elkaar bemoeit. Daarnaast komen burgers die al actief zijn in de buurt eerder in actie dan burgers die dat niet zijn (Penris, 2017). Een mogelijke verklaring hiervoor is dat actieve burgers grotere netwerken hebben, waardoor zij eerder informatie krijgen over een bepaald initiatief (zie de paragraaf over bewustwording hiervoor).

Een voorbeeld van activiteiten op groepsniveau zijn de duizenden BuurtWhatsAppgroepen. Hoewel dergelijke platformen nuttig zijn voor het delen van allerlei aan veiligheid gerelateerde informatie, verloopt het contact tussen de politie en de BuurtWhatsAppgroepen op veel plaatsen nog moeizaam door allerlei belemmeringen. Zo is er privacy- en politiewetgeving die het de politie lastig maakt om lid te worden van deze groepen en met gemiddeld ??n wijkagent per vijfduizend inwoners is het onhaalbaar om goed contact te onderhouden met alle deelnemers.
Overal in het land zoekt men naar betere werkvormen, zoals WhatsAppgroepsbeheerders die met elkaar een escalatiegroep vormen over de buurtgroepen heen en als intermediairs contact houden met elkaar en met overheidsinstanties, waaronder de politie.

BuurtWhatsApp
De duizenden BuurtWhatsAppgroepen in Nederland hebben steeds vaker een kort lijntje met de politie, en dat helpt. Koppen als ?Dieven aangehouden dankzij BuurtWhatsApp? zijn te vinden in veel lokale media en daarmee lijkt WhatsApp een mooi wapen tegen criminelen. Ook worden hiermee verloren voorwerpen en huisdieren teruggevonden ? minder spannend misschien, maar voor de eigenaars wel heel fijn. De kans op escalatie is via WhatsApp minder groot dan bijvoorbeeld op Facebook, waar andere mensen zich nog wel eens in gesprekken voegen. En in de meeste spelregels staat duidelijk dat burgers geen vervanging zijn van de politie. Een belangrijke spelregel is dan ook: eerst waarnemen, vervolgens alarmeren via 112 en dan gaan appen. BuurtWhatsAppgroepen zijn daarmee geen vervanging van, maar een belangrijke aanvulling op bestaande politiekanalen.

Instituties

Van burgerparticipatie naar politieparticipatie
Naarmate burgers zelf meer initiatieven nemen (verschuiving op de participatieladder) en ook het pakket van veiligheidstaken breder wordt (van handhaving naar preventie en opsporing), verandert de rol van de politie. Over het algemeen is een omschakeling vereist van een organisatie die top-down stuurt naar een organisatie die initiatieven van burgers omarmt en faciliteert. In deze context wordt wel gesproken van de verschuiving van burgerparticipatie naar politieparticipatie.

Vertrouwen
Vertrouwen is een noodzakelijke voorwaarde voor een succesvolle samenwerking tussen burgers en politie. Lokale zichtbaarheid en rechtvaardigheid zijn kernwaarden om het vertrouwen van burgers en de legitimiteit van de politie te bevorderen (Beunders et al., 2011; Flight, Van den Andel & Hulshof, 2006). Uit de Veiligheidsmonitor van 2017 (CBS, 2017), die opnieuw dalende criminaliteitscijfers laat zien, blijkt dat vanaf?2005 de tevredenheid over het contact met de politie met?15?procent is toegenomen en dat de tevredenheid over het functioneren van de politie in de buurt en in het algemeen niet is veranderd in vergelijking met?2016, maar iets is toegenomen in vergelijking met?2012. Slechts 20 procent van de burgers is het echter eens met de stelling dat
de politie contact heeft met bewoners in de buurt en zaken effici?nt aanpakt. Mensen zijn het meest negatief (47 procent) over de zichtbaarheid van de politie, waarbij 40 procent vindt dat de politie ?te weinig uit de auto komt?. De Commissie-Kuijken, die uitgebreid onderzoek deed naar de stand van zaken binnen de politieorganisatie, constateerde: ?Dankzij beyond the call of duty inzet en improvisatievermogen in alle geledingen van het korps bleven ondanks alle interne turbulentie de operaties en de voor de burger direct zichtbare dienstverlening goeddeels doordraaien? (Kuijken, 2017).

Empowerment
Om burgers in actie te laten komen, is het niet alleen vertrouwen van burgers in de politie nodig, maar ook vertrouwen van de politie in burgers. Paton (2013) spreekt in dit verband van empowerment. Burgers die het gevoel hebben dat zij controle hebben over de situatie en door professionals serieus genomen worden, zijn actiever en zullen meer doen voor het gemeenschappelijke belang.

Zowel in het faciliteren als het stimuleren van burgerinitiatieven is goede communicatie van groot belang. Dat lijkt simpel, maar is het niet. Communicatie wordt sterk be?nvloed door de verwachtingen die partijen van elkaar hebben. Tonkens en De Wilde (2013) constateren op basis van casestudies bijvoorbeeld dat burgers zich vaak niet serieus genomen voelen in de communicatie met instituties. Mogelijk spelen emotionele factoren (zoals erkenning, respect en gezien worden) hierbij een grotere rol dan de inhoud.

Conclusies
Burgers kruipen individueel of als groep steeds meer in de rol van de politie en zij doen dat met betrekking tot steeds meer politietaken: preventie en toezicht, handhaving, opsporing en hulpverlening. Er is een verschuiving gaande naar ?hogere? vormen van burgerparticipatie en een verspreiding naar een toenemend aantal domeinen van politiewerk. De rol van de politie verschuift daarmee steeds meer naar politieparticipatie.

De rol van de politie kan vari?ren van het faciliteren van processen om zaken in goede banen te leiden tot het overnemen van taken van burgers als dat nodig is. De politie dient daarom meer in de huid te kruipen van burgers, want alleen als zij de onderliggende psychologische mechanismen begrijpt, kunnen de interventies worden gekozen die hierbij goed aansluiten. Daarnaast kunnen professionals de burgeramateurs helpen met advies over hoe zij bepaalde zaken kunnen aanpakken. Een voorbeeld is de app ?Samen zoeken?, die burgers helpt met advies en hulpmiddelen om
zelfstandig een zoekactie op te zetten en wanneer nodig de samenwerking met de politie op te zoeken, zeker bij complexe en risicovolle zaken.

Er dient meer aandacht te zijn voor de rol van (sociale) media als het om zaken gaat die sterke emoties oproepen. Wijzen op (zelf)hulpmiddelen en advies op inhoud volstaat dan niet meer. Interventies die gericht zijn op het kanaliseren van emoties worden belangrijker en lokale webcare, maar ook nieuwe vormen van samenwerking kunnen hierin een belangrijke rol spelen. In alle gevallen zal de reactie op maat moeten zijn, toegesneden op de lokale context. Dit betekent dat basisteams en wijkagenten discretionaire ruimte nodig hebben: zij moeten de ruimte hebben om
binnen algemene kaders zelf beslissingen te nemen op basis van hun inschatting van de lokale situatie.

Vertrouwen in elkaar en een samenwerkingsbasis in de ?koude fase? zijn noodzakelijke voorwaarden voor een succesvolle samenwerking tussen burgers en politie op het moment dat het er (ineens) toe doet. Lokale zichtbaarheid en rechtvaardigheid zijn noodzakelijk om het vertrouwen van burgers in de politie te bevorderen. Sociale media en webcare kunnen een goede bijdrage leveren aan zichtbaarheid en herkenbaarheid als aanvulling op de fysieke aanwezigheid van agenten in de wijk. Door snelle en directe communicatie kunnen burgers beter betrokken worden en wordt het enorme potentieel aan capaciteit, kennis en kunde van burgers verbeterd en beter benut. ?

Dit onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het Europese project INSPEC2T (Inspiring CitizeNS Participation for Enhanced Community PoliCing AcTions).

Literatuur

  • Beunders, H.J.G., Abraham, M.D., Dijk, A.G. van & Hoek, A.J.E. van (2011) Politie en publiek. Een onderzoek naar de communicatievormen tussen burgers en blauw. Amsterdam: Reed Business.
  • Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) (2017). Afname criminaliteit in alle delen van Nederland. Geraadpleegd op 7 mei 2018 via?https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/09/afname-criminaliteit-in-alledelen-nederland
  • Flight, S., van den Andel, A. & Hulshof, P. (2006) Vertrouwen in de politie. Een verkennend onderzoek. Amsterdam: DSP-Groep.
  • Kerstholt, J.H., Vries, A. de, Mente, R. & Huis in ?t Veld, M. (2015). Politie en burgers. Van informatie delen naar volwaardige samenwerking. Tijdschrift voor Veiligheid, 14, 78-88.
  • Kop, N. (2016). Burgerparticipatie in de opsporing. Kunnen we een treetje hoger? Tijdschrift voor de Politie, 78(7), 27-30.
  • Kramer, A., Guillory, J.E. & Hancock, J.T. (2014). Experimental evidence of massive-scale emotional contagion through social networks. Proceedings of the National Academy of Sciences,?111(24),8788-8790.
  • Kuijken, W.J., (2017). Evaluatie Politiewet 2012. Doorontwikkelen en verbeteren. Den Haag: Commissie Evaluatie Politiewet 2012.
  • Land, M. van der, Stokkom, B. van & Boutellier, H. (2014). Burgers in veiligheid. Een inventarisatie van burgerparticipatie op het domein van de sociale veiligheid. Den Haag: WODC.
  • Lub, V. (2013). Schoon, heel en werkzaam? Sociale interventies op het terrein van leefbaarheid wetenschappelijk beoordeeld. Den Haag: Boom Lemma.
  • Paton, D. (2013). Disaster Resilient Communities. Developing and testing an all-hazards theory. IDRiM Journal, 3(1) 1?17.
  • Penris, I. (2017). Publiek zoekt massaal mee. Maar heeft dat zin? Algemeen Dagblad, 6 oktober.
  • Schreurs, W., Kerstholt, J. Giebels, E. & Vries, P. de (2018). Citizen participation in the police domain. The role of citizens? attitude and morality. Journal of Community Psychology (doi: 10.1002/jcop.21972).
  • Tonkens. E. & Wilde, M. de (2013). Op zoek naar erkenning. Verhitte verhoudingen tussen bewoners en instituties. In: E. Tonkens & M. de Wilde (red.), Als meedoen pijn doet. Affectief burgerschap in de wijk. Amsterdam: Van Gennep.
  • Vries, A. de, Menkhorst, M., Vliet van, H., Stavleu, H., Bonte, C. & Schilder, C. (2018). Wie kijkt er mee?? Het Nieuwe Melden. De impact van beeld. Den Haag: TNO

Bron: Tijdschrift voor de politie

[slideshare id=102812278&doc=1805tvdplowres-180622110139&type=d]

App: Sarea – Samen Zoeken

Een app die burgers helpt bij het meezoeken naar een vermiste. Dat is het idee achter de app Samen Zoeken. De app is nog in ontwikkeling en wordt binnenkort getest door een burgerpanel.

Politiemedewerker Ronnie Hessels kwam op het idee voor de app Samen Zoeken door zijn eigen ervaring met vermissingen in de Eenheid Noord-Nederland. ?Bij een vermissing van een man, die was vertrokken in zijn auto, was me opgevallen dat er vanuit zijn omgeving verschillende zoekacties werden opgezet. Het overzicht was al snel zoek, het zoekgebied werd steeds groter. Ik vroeg me af of je niet beter zou kunnen voorspellen waar iemand zich zou kunnen bevinden en hoe je de zoekactie beter kan co?rdineren.?

Wat Hessels ook opviel, is dat de animo bij burgers om mee te zoeken groot is en dat zij vaak eerder kunnen gaan zoeken dan de politie. De politie moet namelijk vaak eerst een aantal juridische procedures doorlopen die bijvoorbeeld betrekking hebben op de privacy van een vermiste. De app stelt burgers in staat om naar iemand te zoeken, totdat de politie het onderzoek overneemt.

Andere kijk op burgerparticipatie

De app helpt burgers om de zoekactie te co?rdineren en geeft tips hoe en waar te zoeken. Iemand downloadt de app en start een zoekactie. Daarna kunnen mensen die willen meezoeken zich aanmelden. Via gps wordt bijgehouden waar ze zoeken. In de app kunnen deelnemers onder meer foto?s toevoegen en chatten met de co?rdinator. ?Zodra de politie aansluit, kan de co?rdinator de informatie over de zoektocht overdragen. Hessels: ?Het is een wezenlijk andere kijk op burgerparticipatie. Je vraagt burgers niet om de politie te helpen bij opsporing, maar wij helpen burgers bij hun zoektocht.?

De juridische en ethische kanten van dit innovatieve idee worden nog onderzocht. Hessels: ?Er zitten natuurlijk allerlei juridische en ethische kanten aan de app, die ik met een aantal collega?s en andere partners aan het onderzoeken ben. Als iemand bijvoorbeeld op zoek gaat naar zijn bejaarde moeder, mag daar dan bij worden aangegeven dat ze dement is??

Test burgerpanel

Het onderzoek naar de haalbaarheid van de app is dus nog in volle gang. Het zou kunnen dat er in de praktijk nog haken en ogen aan kleven. Intussen is er al wel een prototype gemaakt dat door een burgerpanel van dertig betrokken burgers gaat worden getest. Zij gaan met verschillende realistische scenario?s aan de slag. Hun ervaringen worden meegenomen in verdere bouw van de app.

Oproep zoekactie explodeerde

“Goed nieuws”, zegt Tiko van de Groep. Hij organiseerde een zoektocht naar Savannah. “Er kwamen honderden mensen op af, het was ongelooflijk.”?Het meisje Savannah?was een paar dagen vermist toen Tiko?de zoektocht organiseerde. “Ik wilde iets vinden, dat meisje moest terug”, zegt Tiko. “We wilden een spoor vinden, een telefoon die weggegooid was.”

De dorpsgenoot van Savannah plaatste een oproep op Facebook om te gaan zoeken naar het vermiste meisje. “Ik rekende op een mannetje of 20, 25. Maar het explodeerde.” Tiko zocht contact met de politie. Hij wilde weten wat hij mocht en kon doen als burger. Maar hij kreeg niemand te pakken.

De dag na de oproep bleek pas hoeveel vrijwilligers er waren. “Het waren er honderden”, zegt Tiko. “Het was gigantisch. Dan sta je daar met het team, het leek wel een golf die op ons afkwam. Dat is ongelofelijk. De schattingen gaan tot 800, 900 mensen. Complete verbazing, daar had niemand op gerekend. Het was warm, maar je kreeg er ook een warm gevoel van. Het deed ons heel veel goed.”

Het?Co?rdinatieplatform Vermisten, een vrijwilligersorganisatie die zoekacties begeleidt, had zich ook aangemeld. En dat was maar goed ook, zegt Tiko. “Ze namen de leiding in handen. Wij hadden dat zelf niet aangekund. Er stonden wachtrijen bij de tafels om je aan te melden, het hield niet op. Het platform had alle?zoekteams?een A4’tje met instructies meegegeven. Daarop stond wat je moest doen als je iets had gevonden. Zij hadden ook lijntjes om eventueel de politie in te schakelen.”

Maar echte samenwerking met de politie was er niet, zegt Tiko. “Er zijn twee agenten even langs komen rijden om te kijken hoe het ging. Maar die waren ook zo weer weg. Ik begrijp dat de politie niet in zo’n korte tijd even 900 mensen neer kan zetten, maar ik had meer verwacht van de politie.”

Mensen compleet geschokt

Dat het vinden van sporen, laat staan een lichaam, een grote impact kan hebben op de vrijwilligers heeft Tiko van dichtbij meegemaakt. “Er kwam een helikopter over. Er kwamen busjes met recherche met gillende sirenes vanuit Amersfoort. Toen zag je al mensen compleet geschokt reageren. ‘Het zal toch niet?’ Later bleek toch dat Savannah gevonden was. Ik heb gezien dat mensen geshockeerd waren en overstuur raakten.”

Met de?app moet het zoeken naar vermisten soepeler verlopen.?Tiko ziet dat wel zitten. “In 2017 hebben we diverse zoekacties in de landelijke pers gehad. Als dat gestructureerd kan worden via een?app?is dat fantastisch.”

Zo zal de app werken:

  • Een familielid of vriend van de verdwenen persoon meldt zich aan;
  • Van de vermiste worden gegevens ingevoerd, zoals de leeftijd, geslacht, de laatst bekende locatie, moment van verdwijnen, vervoersmiddel en een foto;
  • De app geeft vervolgens zoekadvies: waar en in welke straal kan worden gezocht;
  • Er kunnen vrijwilligers worden uitgenodigd om mee te zoeken;
  • De?app houdt bij waar er wordt gezocht;
  • Foto’s van gevonden spullen kunnen worden gedeeld;
  • Je kan als co?rdinator aanwijzingen geven aan de vrijwilligers die zoeken;

Vlog over vermissingen om kennis te delen

Irma Schijf start een themavlog Vermissingen. Zij gaat onder andere vloggen over de oorzaken van een vermissing, Wanneer je de politie in kunt schakelen, Waarom en hoe kinderen vermist kunnen raken en hoe je ze het beste kunt zoeken, Hoe je vermissingen kunt voorkomen, de inzet van Social Media bij vermissingen en nog veel meer. Ze streeft ernaar om eens per week een vlog te posten. Je kunt haar volgen via LinkedIn, Twitter en YouTube gewoon onder mijn eigen naam: Irma Schijf. Waarom ze gaat vloggen, vertelt ze haar eerste vlog:

Aanmoedigingsprijs

De Samen Zoeken app van Ronnie Hessels kreeg vandaag de innovatie aanmoedigingsprijs. Deze interne politieprijs is in het leven geroepen om vernieuwende idee?n van politiemedewerkers te ondersteunen en faciliteren. ?Het idee voor de Samen Zoeken app is goed doordacht?, benadrukte korpschef Erik Akerboom bij de uitreiking van de prijs. ?De applicatie heeft groot maatschappelijk nut en kan veel zorgen wegnemen bij burgers. Maar liefst 40.000 mensen raken elk jaar vermist. Zoekacties verlopen niet altijd vlekkeloos, terwijl de emoties oplaaien en de urgentie om iemand te vinden met het uur stijgt. Dan is het cruciaal dat alle partijen elkaar feilloos weten te vinden. Dat bespaart kostbare tijd.?

Bronnen:?Politie, One More Thing, Leeuwarder Courant, RTV Drenthe, RTL Nieuws

Jaarcongres: Participerende Politie

Burgers en private partijen?actief?in politiewerk

Technologische en digitale ontwikkelingen gaan zo snel dat het noodzakelijk is om de informatiepositie van de overheid te versterken door de ?buitenwereld? hierin een actieve rol te laten spelen.

Burgers en bedrijven zijn al volop bezig met opsporen en handhaven niet alleen op terreinen als woninginbraken of verstoring van de openbare orde, maar ook op het gebied van cybercrime, terrorisme, kinderporno, financieel-economische fraude.

Tot hoe ver kan worden gegaan met inzet van loktieners, ethische hackers, sleutelpersonen i.v.m. radicalisering en cybercrime? Waar stop de burgerplicht en begint eigenrichting?

Tijdens dit congres schetsen private organisaties als bijvoorbeeld?Bellingcat?en deskundigen vanuit politie, Openbaar Ministerie en gemeenten kansen en risico?s als het gaat om:

  • Welke informatie kan met wie worden gedeeld?
  • Hoe om te gaan met screening en beveiliging van data?
  • Voldoet het stelsel van strafvordering nog wel?
  • Wat moet verbeteren in de samenwerking binnen de lokale driehoek?

Leer?tijdens deze dag maximaal te profiteren van een actieve samenwerking met burgers en bedrijven en beperk de eventuele risico?s en ?last? die participatie met zich mee kan brengen.

 

Het programma:?

09.00u – Registratie en ontvangst met koffie en thee

09.30u -?Opening en inleiding door de dagvoorzitter?Greetje Bos -?Officier van Justitie

09.50u -?Woord van Welkom?Paul van Musscher, Politiechef Eenheid Den Haag?

10.00u -?Niet werken v??r maar m?t burgers en bedrijven -?Hans Sch?nfeld – Persoonlijk Strategisch Adviseur van de Korpschef en Portefeuillehouder Innovatie

  • Profiel van de nieuwe politie
  • Alle plannen, broedplaatsen en innovatieve projecten op een rij
  • Experimenterend leren

10.30u -?Netwerkpauze

10.50u -?Do it yourself policing -?een overzicht van stand van zaken, toekomst en internationale ontwikkelingen van participerende vormen van policing. -?Arnout de Vries – Senior innovator, TNO

Na deze lezing kunnen er vragen worden gesteld vanuit de zaal.

11.20u -?Terrorisme en actieve inzet van burgers en private partijen -?Pieter van Huis – Medewerker, Bellingcat

Na deze lezing is er gelegenheid om vragen te stellen vanuit de zaal.

12.00u -?Doorloop naar workshops

12.10u -?Van driehoek naar vierhoek – Leren participeren

Workshopronde 1 – Maak uw keuze uit een van deze sessies

Aan de hand van praktijkvoorbeelden gaan deelnemers in kleinere setting met elkaar in gesprek over:

  • Hoe zorgen we voor maximaal profijt van een actieve samenwerking met burgers en bedrijven en zo min mogelijk ?last? en risico?s?
  • Wat moet er veranderen en verbeteren in termen van juridische kaders, capaciteit in uitvoering en cultuur?

1.1?Samenwerking tussen politie en bedrijfsleven in geval van een digitale dreiging / afpersing

Rob van Bree, Hoofd regionale recherche Noord-Holland, Politie
Maike Borst, Operationeel Specialist Digitale Expertise, Team Internet Opsporen (TIO)

  • Hoe kan samenwerking er in de praktijk uit zien?
  • Wat betekent dit voor gegevensuitwisseling en communicatie?
  • Samen werken of samenwerken?

NB Deze workshop is alleen toegankelijk voor mensen werkzaam bij Politie of Openbaar Ministerie

1.2 Misdaadbestrijding door burgers: praktijkcasus burgerpreventie initiatief Glanerbrug

Wendy Schreurs – Promovenda Burgerparticipatie in het Politiedomein, Universiteit Twente
Jeroen Sluik, Initiatiefnemer burgerpreventie initiatief Glanerbrug

Dennis Baaijens, Wijkagent Glanerbrug

Inzicht in motieven en voorkomen van eigenrichting

  • Wat motiveert burgers om zelf in actie te komen en zelfs over te gaan tot geweld of het overschrijden van de wet?
  • Hoe bewaak je de grens tussen participatie en eigenrichting?
  • Hoe begeleid je / werk je als politie en gemeente samen met burgers?

1.3 Samen zoeken naar vermiste personen, hoe doe je dat goed?

Irma Schijf – Mede-Auteur Handboek Vermiste Personen, Programma Manager Social Media, Politie

Achterblijvers of betrokken burgers ondernemen zoekacties naar vermiste personen. Soms gaat het om relatief kleine acties en in andere gevallen is er sprake van zoeken op grotere schaal en soms ook door derden in georganiseerd verband. De politie staat positief tegenover de participatie van de burger. Soms worden burgers zelfs al door de politie gevraagd om mee te zoeken. Maar?:

  • Hoe zorg je dat deze samenwerking vlekkeloos verloopt?
  • Welke informatie kan en mag je extra delen?
  • Wanneer kun je samen zoeken en wanneer niet?
  • Wie leidt de zoekactie?
  • Wat als er een schokkende vondst wordt gedaan?

13.00u -?Lunch

13.45u -?Van driehoek naar vierhoek – Leren participeren?

Workshopronde 2 – Maak uw keuze uit een van de sessies?

2.1 Sociale media en opsporing
Ron de Milde – Directeur Nieuwe Media en Digitale Dienstverlening, Politie

De politie heeft de samenleving nodig om misdrijven op te lossen. De rol van social media daarin is cruciaal en onmisbaar. Digitale ontwikkelingen gaan echter razendsnel. Blijven zitten in het warme bad van vandaag betekent dat je de koude douche van morgen krijgt.

Ron de Milde neemt u mee in de mogelijkheden die social media biedt om burgers een actieve rol in politiewerk te geven. Wat is ervoor nodig om hiervan optimaal gebruik te maken, wat zijn randvoorwaarden en waar moeten we vandaag mee aan de slag om die koude douche te voorkomen?

2.2?Samenwerken aan maatwerk voor complexe problematiek
Esther Jongeneel, Manager Veiligheidshuis Rotterdam-Rijnmond

Het Veiligheidshuis Rotterdam-Rijnmond is een samenwerkingsverband waar partners uit de bestuurlijke-, straf-, civiele- en zorgketen onder ??n dak samenwerken aan de persoonsgerichte aanpak van overlastgevende personen en/of verdachten van strafbare feiten. Het Veiligheidshuis is gericht op de aanpak van complexe problematiek. Hierbij moet domeinoverstijgend samengewerkt worden om een goede aanpak tot stand te brengen en zo het verschil te kunnen maken. De focus ligt steeds meer op een gebiedsgebonden aanpak om zo nauw samen te werken met het lokale veld.

Hierbij maakt het Veiligheidshuis onderscheid tussen kwetsbare personen en het cluster High Impact Crimes. Om verdachten al in een vroeg stadium goed en compleet in beeld te krijgen, zodat de juiste aanpak kan worden opgezet, is sinds kort het Regionaal Informatie- en Kennis Knooppunt (RIKK) opgericht.

In deze workshop zal Esther Jongeneel uitleg geven over het RIKK en alles wat hierbij komt kijken. Daarnaast zal zij inzoomen op het gebiedsgebonden werken aan de hand van een pilot gebiedsgericht werken die op dit moment loopt in Rotterdam. Ook zal zij dieper ingaan op de samenwerking tussen sleutelfiguren in de aanpak Radicalisering.

2.3 Autoverhuurbedrijf: hoe een publiek-private samenwerking veelbelovend begon en leerzaam afliep
Kevin van der Made, Financieel Expert, Dienst Landelijke Recherche
Joost Heijn, Teamleider Finec 3, Dienst Landelijke Recherche

Publiek-private samenwerking is niet nieuw. Het zou wellicht tot het standaard repertoire van de politie moeten behoren. De praktijk, zoals de zoektocht naar een gemeenschappelijk belang, blijkt weerbarstig. Toch kan de sleutel tot succes uit onverwachte hoek komen. Het is dan de vraag of het nog nodig is om tot het (strafrechtelijke) gaatje te gaan. Hoe denk jij hierover?

  • Een praktijkvoorbeeld van een publiek-private samenwerking
  • Hoe een veelbelovende samenwerking en de zoektocht naar een gemeenschappelijk belang toch anders uitpakte
  • Lessons learned

NB Deze workshop is alleen toegankelijk voor mensen werkzaam bij Politie of Openbaar Ministerie

14.35u -?Netwerkpauze

15.00u -?Participerende gemeenten

?Crimineel gespuis kan het Veluwse dorp Kootwijkerbroek maar beter links laten liggen. Een 50 man sterke burgerwacht jaagt met honden en helikopters op inbrekers?

https://youtu.be/PitB2F2co3U

?Vijf jongens uit Apeldoorn plaatsen sinds kort filmpjes op YouTube waarin ze pedofielen ontmaskeren?

Interview door de dagvoorzitter over onder meer de vraag hoe maximaal te profiteren van een actieve samenwerking met burgers en bedrijven en zo min mogelijk ?last? en risico?s? -?Asje van Dijk – Burgemeester van Barneveld

15.30u -?Informatie delen met en controle op ‘amateur speurhonden’ -?Oebele Brouwer – Officier van Justitie, Landelijk Parket Rotterdam

  • Mogelijkheden en risico?s van burgers in opsporing en handhaving in relatie tot privacy, informatiedelen etc?
  • Is het stelsel van strafvordering voldoende ingesteld op de nieuwe, steeds groter wordende rol van burgers en private organisaties in de opsporing van strafbare feiten?
  • Waar stopt de burgerplicht en begint eigenrichting?

16.00u -?Cruciale inzichten en conclusie -?Bob Hoogenboom -?Hoogleraar forensic business studies Nyenrode en bijzonder hoogleraar politiestudies en veiligheidsvraagstukken aan de Vrije Universiteit

  • Welke inzichten zijn opgedaan?
  • Wat zijn de laatste brandende vragen?
  • En wat valt op, als we de dag overzien?

16.30u -?Uitreiking Piet van Reenen Prijs?(beste artikel Tijdschrift voor de Politie)

16.45u -?Netwerkborrel

Overzicht van de sprekers:

?

Datum en locatie: 10 november?2017, Hoofdbureau Politie Den Haag

Bronnen: Gemeente.nu