Politieparticipatie? De attitude van de politie moet echt veranderen! Een artikel over doe-het-zelf burgeropsporing & politieparticipatie.

Door gastauteur: Stan Duijf.

Burgers kruipen steeds meer in de rol van de politie. Ze worden geconfronteerd met een strafbaar feit en starten op eigen initiatief met opsporen. Met regelmaat wordt gesteld dat de rol van de politie hierbij meer participerend zou moeten zijn, ook wel politieparticipatie in de (politionele) volksmond. Maar even serieus, politieparticipatie? Een streven misschien, maar (nog) geen werkelijkheid. Burgers die zelf een opsporingsonderzoek starten worden niet toegejuicht. Als het over opsporing gaat wil de politie vooral zelf veel invloed en controle hebben. Hoe reageert de politie op deze opsporende burgers, welke dilemma’s worden er ervaren en kunnen deze zelfstartende burgers van betekenis zijn in het opsporingsonderzoek? In dit artikel worden deze en andere vragen beantwoord.   

Weet u nog? De vrouw uit Hoorn die nadat ze misbruikt was zelf via haar iPhone de dader opspoorde en de honderden burgers die zochten naar de vermiste Anne Faber. De aandacht voor dit fenomeen groeit al jaren levendig, net zoals het lijkt dat het aantal burgers dat zelf start met opsporen gestaag lijkt toe te nemen. Noemenswaardig is dat de aandacht voornamelijk is uitgegaan naar de opsporende burger en het romantiserende mediagenieke Sherlock Holmes gehalte van dit fenomeen. Tot op heden heeft de (wetenschappelijke) onderzoekswereld opvallend weinig gedegen belangstelling getoond voor de wijze waarop de politie reageert op deze zelfstartende opsporende burger. Wellicht kunnen opgedane ervaringen ons iets leren voor de toekomst? Hoog tijd om vanuit dit perspectief op basis van onderzoek een aantal inzichten toe te voegen!

De zelfstartende opsporende burger

Burgers hebben vaak als slachtoffer of getuige een traditionele rol in het opsporingsonderzoek. Hun informatie is vaak beslissend voor waarheidsvinding. De laatste jaren is op initiatief van de politie in de opsporing geëxperimenteerd met een meer prominente rol voor participerende burgers. De rol van burgers in het opsporingsonderzoek is blijkbaar aan verandering onderhevig, maar het is nu niet de politie die dit initieert. Als moderne Sherlock Holmes nemen burgers het initiatief en starten, nadat ze zijn geconfronteerd met een strafbaar feit, zelf een opsporingsonderzoek. Dit doen ze regelmatig volledig autonoom en onafhankelijk, bij gelegenheid in wereldwijde (virtuele) netwerken en soms in samenwerking met de politie. De variëteit van initiatieven is groot, de ene post zijn gestolen fiets op facebook en de ander spant samen om via een online community pedofielen of oorlogsmisdadigers te ontmaskeren. In veel gevallen wordt de zelfstartendheid ingegeven door een tekortkomende politie (1). Burgers weten dat de politie hun verwachting vaak niet waarmaakt en besluiten zelf op zoek te gaan naar waarheidsvinding en rechtspreking. Abstracte ontwikkelingen zoals globalisering en individualisering dragen volgens velen bij aan deze ontwikkeling,maar de integratie van technologie en internet in het dagelijks leven lijkt veel prominenter bij te dragen aan het opsporend vermogen van deze zelfstartende Sherlocks. Denk hierbij aan de opmars van open bronnen onderzoek. Oprichter van onderzoekscollectief Bellingcat Elliot Higgens (2) noemde open bronnen onderzoek door burgers zelfs een vreedzame revolutie die waarheidsvinding bevorderd. Op basis van literatuuronderzoek zijn in deze studie de burgers die zelf het initiatief nemen om op te sporen gedefinieerd als: één of meer burgers die onafhankelijk activiteiten initiëren om informatie te verzamelen in relatie tot een gepleegd strafbaar feit met als doel om de waarheid te vinden en om recht te spreken.

Op welke wijze is het onderzoek uitgevoerd?

Het kwalitatief empirisch onderzoek, geïnspireerd op Yin’s case studie methode (3), is uitgevoerd in drie fasen. In de eerste fase werd voornamelijk op basis van een literatuurstudie het theoretisch kader bepaald. De tweede fase bestond uit een meervoudige casestudy, waarin zeven cases individueel zijn onderzocht en uitgewerkt op basis van document analyse en interviews. In de derde fase zijn de uitkomsten van de individuele casestudies cross case geanalyseerd en ter validatie aangeboden aan een groep experts.

De zeven cases

  1. Overval tankstation Weert, eigenaar publiceerde de beveiligingsbeeld dezelfde dag nog op YouTube (2010).
  2. Vermissing van broertjes Julian en Ruben, honderden burgers kwamen na een Facebook bericht samen om te zoeken (2013)
  3. MH17, onderzoekscollectief Bellingcat doet open bronnen onderzoek naar de aanleiding van de ramp (2014).
  4. Glanerbrug burgerwacht, de inwoners van het grensdorp komen in actie tegen de drugscriminaliteit (2016).
  5. Gestolen telefoon, slachtoffer start zelf online onderzoek naar locatie en verkoper van de telefoon (2017).
  6. YouTube kanaal Betrapt, vijf jongens openen de jacht op online pedofielen en publiceren de confrontaties online (2017).
  7. Fiets gestolen, nadat haar fiets werd gestolen ging ze zowel online als in de wijk op zoek naar haar fiets.

Politieparticipatie, wat wordt ermee bedoeld?

Een traditionele monopoliepositie in de opsporing, daar is al lang geen sprake meer van. De politie realiseert zich dat anderen nodig zijn om de opsporing fundamenteel te verbeteren. In haar koersdocument (5) laat de politie dit ook duidelijk blijken en staat samenwerken met anderen die opsporen niet meer aan de zijlijn, maar in het speelveld. Echter worden er in de praktijk nog dagelijks dilemma’s ervaren wanneer politieagenten worden geconfronteerd met de opsporende burger. Binnen  de politie zijn momenteel meerdere bewegingen zichtbaar om politionele opsporing en opsporing door zelfstartende burgers meer richting te geven. Het woord politieparticipatie, wordt steeds vaker gebruikt, zowel te pas als te onpas. Maar let op, voordat we het weten is er sprake van een modewoord en verliest het aan kracht en betekenis. Maar wat betekent politieparticipatie eigenlijk? Een halve eeuw geleden ontwikkelde Arnstein (5) de ladder van participatie. Met acht participatietreden helpt het model om gradaties van participatie te analyseren en te categoriseren. In de kern verschillen de treden in mate van inspraak, invloed en besluitvorming, van pure manipulatie door de overheid tot en met volledige controle van burgers. Smilda en de Vries (8) positioneerde politiepartiparticipatie tussen burgerparticipatie, waar de burger gevraagd meedoet met de politie en burgeractiviteiten, waar de burger zelfgereid zonder enige betrokkenheid van overheden opspoort. Op basis van literatuuronderzoek is in deze studie gesteld dat er sprake is van politieparticipatie wanneer de politie deelneemt aan opsporingsactiviteiten die geïnitieerd zijn door burgers en waarin burgers de leiding hebben. 

Participatieladder van Arnstein (5)                

Participatieschaal van De Vries en Smilda (6)

Inzichten om toe te voegen, de conclusies

Hoe reageert de politie op deze opsporende burgers? Welke dilemma’s worden er ervaren? Kunnen zelfstartende burgers van betekenis zijn in het opsporingsonderzoek? De resultaten van het onderzoek geven onder andere antwoord op deze vragen.

De politie reageert primair terughoudend en met voorzichtigheid op burgers die, nadat ze met een strafbaar feit werden geconfronteerd, zelf het initiatief namen om te gaan opsporen. De politie wil eigenlijk niet dat burgers op eigen initiatief  zich mengen in het opsporingsproces. Door onbekendheid en wantrouwen weet de politie niet echt hoe ze hier mee om moeten gaan en willen ze zo veel mogelijk zelf controle houden in het opsporingsonderzoek. Echter realiseert de politie zich ook dat deze zelfstartende burgers niet makkelijk te stoppen zijn en dat ze mogelijk ook van positieve betekenis kunnen zijn voor het politionele onderzoek door bijvoorbeeld informatie aan te leveren. Daarnaast realiseert de politie zich ook dat enige mate van samenwerking hun invloed op het burgerinitiatief kan vergroten. Om deze reden ontstaat er dikwijls wel enige verbinding tussen de initiatief nemende burgers en de politie. Om het bewustzijn bij burgers te vergroten is het vaak de politie die aanstuurt op een gesprek over potentiële risico’s en consequenties van het burgerinitiatief. De politie probeert ook afspraken te maken over de wijze waarop de burgers hun opsporende activiteiten uitvoeren. Menigmaal staat bij het maken van deze afspraken het eigenbelang van de politie voorop, ze willen namelijk graag zo veel mogelijk invloed hebben op de opsporende burger. Merkwaardig is dat de mate van invloed die de politie wil hebben op de zelfstartende burgers toeneemt bij omvangrijke, gevoelige opsporingsonderzoeken met significante impact. Deze mate van behoefte van invloed is vele mate meer dan bij veel voorkomende criminaliteit zoals diefstal van een fiets of telefoon. Hierbij adviseert de politie burgers om zelf op onderzoek uit te gaan, met alle risico’s van dien.

Dezelfde avond nog ontdekte het meisje dat haar zojuist gestolen fiets online te koop werd aangeboden. Ze belde 0900-8844 om aangifte te doen. Ze kreeg het advies van de politie om online aangifte te doen en een afspraak te maken met de verkoper om te controleren of het ook echt haar fiets was. Wanneer ze haar eigen fiets zou aantreffen, kon ze de politie terugbellen. Het meisje werd door de politie niet gewezen op eventuele risico’s.

Vanuit het perspectief van Arnstein’s (5) theorie kan er meer gesproken worden van police-power dan van politieparticipatie. In uitzonderlijke gevallen krijgen burgers van de politie een eigenstandig onderzoekende verantwoordelijkheid in een opsporingsonderzoek zoals in enige mate in de case van de vermiste broertjes. De politie wil voornamelijk in belang van hun opsporingsonderzoek en gezaghebbende positie, zelfstartende burgers beïnvloeden door manipulatie en educatie. Burgers mogen een geluid hebben en deze laten horen in een opsporingsonderzoek, maar het is de politie die probeert hun besluiten te beïnvloeden. Vanuit de theorie van Arnstein (7), reageert de politie voornamelijk op een tokenisme / non-participatie wijze.

Er kunnen diverse praktische vormen van “de wijze waarop de politie reageert” onderscheiden worden. Een van de meest primaire vormen wanneer burgers opsporende intiatieven nemen is informatiedeling. Vaak is dit eenrichtingsverkeer, van burgers naar de politie. De politie heeft in de onderzochte cases waardevolle informatie gekregen wat ook daadwerkelijk heeft bijgedragen aan waarheidsvinding. De politie wil frequent burgers betrokken houden, maar doordat ze hun opsporingsinformatie dikwijls niet mogen delen haakt de betrokken burger wel eens af. Daarnaast moet de politie er zeker rekening mee houden dat informatie gemanipuleerd kan zijn. Tegenwoordig is namelijk veel informatie afkomstig van open bronnen. Hierdoor mag vanzelfsprekend niet de betrouwbaarheid van het strafrechtelijk onderzoek in het geding komen.

Het Openbaar Ministerie twitterde op 3 januari 2016 dat de informatie van Bellingcat over MH17 serieus zal worden beoordeeld op bruikbaarheid voor het strafrechtelijk onderzoek. Informatie afkomstig uit open bronnen onderzoek kan namelijk gemanipuleerd zijn. Het Internet is voor iedereen toegankelijk. Om te voorkomen dat dit het onderzoek ongewenst beïnvloed wordt, gebruikt het onderzoeksteam Bellingcats bevindingen als deze gevalideerd kunnen worden.

Een andere praktische vorm die voorkomt is dat de politie burgers training geeft in bijvoorbeeld observeren. Dikwijls is de politie hierbij gedreven door educatieve en manipulatieve redenen. Op verzoek van de politie is het bij gelegenheid ook voorgekomen dat burgers hun vaardigheden laten zien aan de politie. De politie is dan vaak gedreven door nieuwsgierigheid en vraagt zich af “hoe doen zij dat?”. Zo nu en dan komt het ook voor dat burgers worden gedwongen om te stoppen met opsporen, zoals in de case van het YouTube kanaal Betrapt. Het overtreden van ethisch en juridische grenzen ligt ten grondslag aan deze dwingende reactie van de politie.

Het wordt door de politie als erg moeilijk ervaren om te anticiperen op opsporingsactiviteiten door zelfstartende burgers. Deze burgers organiseren zichzelf razendsnel. Dit vraagt van de politie een grote mate van flexibiliteit, een mate die ze absoluut niet gewend zijn. De politie organiseert zich immers niet zo snel dan een fluïde burgerinitiatief wat zojuist is ontstaan op bijvoorbeeld Twitter. Dit kan simpelweg resulteren in tienduizend burgers die samen klaar staan om te zoeken naar de vermiste man, waar de politie nog bezig is om alles in haar systeem vast te leggen. Daarnaast wordt informatie online vliegensvlug gedeeld door burgers. Deze informatie wordt ook met de politie gedeeld die door de hoeveelheid en snelheid vaker dan eens wordt overwelmd.

Na de overval op het tankstation publiceerde de eigenaar nog dezelfde dag de beveiligingsbeelden op internet waarop de dader te zien was. De politie probeerde de eigenaar op andere gedachten te brengen, maar hij was vastberaden. De politie wilde namelijk controle houden in het onderzoek en ze hadden daarnaast weinig ervaring met zelfstartende burgers. De politie wilde niet dat de eigenaar zelf de dader ging zoeken. Daarom maakte de politie de afspraak met de eigenaar dat alle informatie die hij zou krijgen na publicatie van de beelden, direct met de politie zou worden gedeeld. De dader werd snel herkend op basis van de gepubliceerde beelden en kon binnen 48 uur worden aangehouden door de politie.

Het omarmen van opsporende activiteiten van burgers in het politionele opsporingsonderzoek, resulteerde meer dan eens in een significante toename van het opsporend vermogen. De politie kon gebruik maken van meer oren, ogen en specifieke kennis en vaardigheden van burgers. Daarnaast stelt het politie en burgers ook in de gelegenheid om van elkaar te leren. In enige mate samen optrekken in het opsporingsonderzoek (het serieus nemen van de burger), geeft burgers het gevoel dat ze van betekenis zijn en dat stelt ze tevreden over de politie.

– Luister naar Stan Duijf op BNR –

Wat kan er worden aanbevolen?

Op basis van de onderzoeksresultaten en suggesties van respondenten en experts konden een viertal aanbevelingen worden gedaan.

  • De politie zou meer kunnen leren (learning by doing) door zelfstartende opsporende burgers met vertrouwen te omarmen in het politionele opsporingsonderzoek. Hierdoor doet de politie meer ervaring op met dit fenomeen, kunnen ze ontdekken hoe burgers het beste betrokken kunnen worden, leren ze welke flexibiliteit vereist is en hoe hiermee het opsporingsonderzoek verbeterd kan worden.
  • Er is meer empirisch onderzoek nodig op dit domein om te documenteren hoe burgers en de politie samen participeren in opsporingsonderzoek. Het wetenschappelijk onderzoek zou voornamelijk gericht moeten zijn op de praktische effecten van een meer participerende rol van de politie en een meer onafhankelijke rol voor zelfstartende opsporende burgers in het opsporingsonderzoek.
  • Het zou politieagenten helpen om richtinggevende kaders te ontwikkelen. Veel politieagenten weten niet hoe ze moeten reageren op burgers die op eigen initiatief starten met opsporen. Richtinggevende kaders kunnen politieagenten in de praktijk ondersteunen en voorziet daarnaast mogelijk ook in een meer eenduidige politionele attitude op dit domein.
  • Het zou helpen om richtinggevende kaders te ontwikkelen voor doe-het-zelf-burgeropsporing. Hierdoor kan mogelijk gedeeltelijk worden voorkomen dat burgers wettelijke en ethische grenzen overtreden. Daarnaast kan het burgers ook gidsen en ondersteunen in de wijze waarop ze hun opsporende activiteiten uitvoeren.

Het volledige onderzoeksrapport: Modern Sherlock Holmes. How will the police respond? is hieronder te lezen of te downloaden:

Stan Duijf werkt als lokale politiechef  van het basisteam ’s-Hertogenbosch en deed afgelopen jaar onder begeleiding van het lectoraat Criminaliteitsbeheersing en Recherchekunde van de politieacademie, kwalitatief empirisch onderzoek (3) naar de wijze waarop de politie reageert op zelfstartende opsporende burgers. Op basis van een multiple case studie onderzocht hij zeven eigentijdse cases in diepte waarin burgers zelf het initiatief namen om te starten met opsporen. 

Referenties

  1. Bervoets, E., van Ham, T., & Ferwerda, H. (2016). Samen signaleren, burgerparticipatie bij sociale veiligheid. Den Haag: Platform31. Meijer, A. (2012). New Media and the Coproduction of Safety: An Emperical Analysis of Dutch Practices. American Review of Public Adiminstration , 17-34. Rotmans, J. (2014). Verandering van tijdperk. Boxtel: Aeneas uitgever vakinformatie
  1. Higgins, E. (2016, November 18). Eliot Higgins. Retrieved April 11, 2017, from TEDxAmsterdam: tedx.amsterdam/speakers/elliot-higgens/
  2. Yin, R. (2003). Case Study Research (Vol. 5). Thousand Oaks: Sage.
  3. Politie & OM. (2017). Naar een toekomstbestendige opsporing en vervolging, Koersdocument. Den Haag,: Politie & OM.
  4. Arnstein,S. (1969). A ladder of citizen participation. Journal of the American Institute of Planners, 34 (4), 216-224.
  5. de Vries, A., & Smilda, F. (2014). In Social Media: het nieuwe DNA. Amsterdam: Reed Business Education.

Gerelateerde berichten:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *