Tagarchief: UTwente

Crossing lines together: Waarom en hoe burgers meedoen in het politiedomein

In de afgelopen decennia wordt het sociale kapitaal steeds meer benut door zowel burgers en politieorganisaties bij het bestrijden van criminaliteit en wanorde. Dit is een zeer brede ontwikkeling, bestaande uit een groot scala aan activiteiten. Deze activiteiten kunnen zelfstandig uitgevoerd worden of in samenwerking met andere burgers (bijv. buren of omstanders) en/of in samenwerking met de politie. Activiteiten zijn bijvoorbeeld het melden van criminaliteit en het verstrekken van inlichtingen aan de politie, ingrijpen als getuige van een misdrijf en meedoen aan een (online) buurtwacht. Om te onderzoeken waarom en hoe burgers deelnemen en of burgerparticipatie kan worden versterkt, is inzicht nodig in wat voor gedrag burgers kunnen hebben en of er verschillende psychologische factoren zijn die verband houden met de verschillende vormen van participatie.

In dit proefschrift is onderzocht of participatiegedrag in het politiedomein kan worden geclassificeerd vanuit het perspectief van burgers op basis van daadwerkelijk gedrag. En er is onderzochtof een breed spectrum van individuele, gemeenschaps- en institutionele gerelateerde psychologische factoren ten grondslag liggen aan de verschillende vormen van burgerparticipatiegedrag.

De resultaten toonden aan dat vier soorten participatie konden worden onderscheiden: 1. sociale controle (bijvoorbeeld het bespreken van antisociaal gedrag met buren), 2. responsieve participatie (bijvoorbeeld het melden van een criminele daad bij de politie), 3. collaboratieve participatie (bijvoorbeeld het bijwonen van een vergadering met politieagenten ) en 4. detectie (bijvoorbeeld deelnemen aan een buurtwacht).

Dit onderzoekt toont het belang aan om onderscheid te maken tussen categorieën van participatiegedrag in het politiedomein. De onderzoeken tonen aan dat, afhankelijk van het type participatiegedrag, verschillende individuele, sociale en institutionele gerelateerde psychologische factoren een rol spelen. Wat betreft de psychologische factoren, werd bijvoorbeeld aangetoond dat twee categorieën participatiegedrag werden beïnvloed door emoties, terwijl andere typen niet werden beïnvloed door emoties. Morele emoties bleken geen invloed te hebben op collaboratieve participatie en detectie, terwijl het wel invloed had op sociale controle en responsieve participatie. Concluderend lijkt het erop dat intuïtieve besluitprocessen, zoals morele waarden en emoties, evenals de overtuigingen die mensen hebben over hun eigen en collectieve capaciteiten en het nut van het gedrag belangrijke drijfveren zijn.

Vanuit een praktisch perspectief geeft dit proefschrift professionals inzicht in wat burgers ertoe aanzet deel te nemen aan het politiedomein. In politiecommunicatie met burgers wordt over het algemeen aanbevolen om rekening te houden met wat burgers ertoe drijft om deel te nemen. Wanneer de politie participatiegedrag wil stimuleren, is het belangrijk om onderscheid te maken tussen de verschillende soorten participatiegedrag. Op welke manier en of burgerparticipatie kan worden beïnvloed, moet echter nader worden onderzocht.

[slideshare id=192771110&doc=proefschriftwendyschreurs-191112152449&type=d]

Bron: Universiteit Twente

Laboratorium voor Sociale Machines

MIT-Lab-Social-01

Twitter heeft onlangs?aan?MIT’s Media Lab?een bedrag van $10 miljoen dollar beloofd om de komende vijf jaar alle openbare tweets die ooit geproduceerd zijn te gaan analyseren. Allemaal voor een?goed doel: de wetenschap. En uiteindelijk toegepast in de praktijk natuurlijk, want voor veel doeleinden?zal meer kennis over het ‘Social Media DNA’ tot nieuwe doorbraken kunnen leiden. Het nieuwe?MIT project heet ‘Laboratory for Social Machines‘ (LSM) en zal diverse communicatiepatronen op social media bestuderen en Big Data Analytics voor diverse doeleinden gaan inzetten.

De onderzoekers willen voor?de gegevens diverse data visualisatie tools ontwikkelen en deze ook via apps ontsluiten voor het publiek, zodat iedereen diverse patronen inzichtelijk krijgt en ermee kan gaan?spelen. Een?van de belangrijkste onderzoeksvragen?van het project is om te kijken naar de krachten op sociale media die zorgen voor ‘negatieve energie’, ten opzichte van de ‘positieve energie’ op Twitter. Interessant als het gaat om diverse conficten en incidenten uit de wereld die we ook op dit blog hebben beschreven, maar ook om te kijken naar vroegsignalering van risico’s of hoe de teneur van communiceren ineens kan omslaan en?be?nvloed wordt.

Dit is niet de eerste keer dat Twitter heeft de inhoud van haar gebruikers aan onderzoekers aangeboden. In februari lanceerde Twitter het?Data Grants-program, waarin wetenschappers ook al gratis toegang kregen tot de data van Twitter. Wereldwijd zijn slechts zes onderzoeksinstellingen geselecteerd die aan de slag gaan met deze data, die alle tweets omvatten die ooit zijn verstuurd.?Bij TNO heeft Tijs van den Broek?zo’n plan ingediend en gegund gekregen. Twitter kreeg 1300 voorstellen binnen uit 60 landen. De gehonoreerde voorstellen zijn, naast dat van Twente, afkomstig van onderzoeksinstellingen in de Verenigde Staten, Groot-Brittanni?, Japan en Australi?.?Tijs?promoveert momenteel aan?de Universiteit Twente en werd een van de gelukkigen om?aan de slag met zijn onderzoek naar voorlichtingscampagnes over kanker.?Denk hierbij aan de baarmoederhalscampagne, maar ook vergelijking met de ALS #IceBucketChallenge, #Movember waarbij mannen hun snor lieten staan, maar ook de recente #FeelingNuts campagne mbt?teeltbalkanker. Tijs zegt erover: “Twitter wordt vaak ingezet bij campagnes over vroegtijdige opsporing van kanker. Wat zijn de factoren die de verspreiding versnellen? Wat is het effect? Blijven mensen na afloop van een campagne erover praten?”

Onlangs was Tijs nog bij SocialMediaWeek om erover te praten.

Wil je meer weten over dit soort campagnes falen of succes hebben, kijk dan nog eens terug naar de negatieve teneur rondom de baarmoederhalscampagne die in april 2009 startte. Onderstaande documentaire gaat in op de twijfel die jonge meiden hadden bij de inentingen en de invloed die social media toen had (uit 2011).

En over waar RIVM naartoe moest: “RIVM 2.0”

Al langere tijd bedachten veel onderzoekers hun eigen methodes om tweets op te graven, zoals het volgen van aardbevingen te volgen of om erachter te komen welke?restaurants je beter kunt mijden omdat mensen er ziek worden. En als het niet wist, Twitter?verkoopt publieke tweets al een tijdje aan adverteerders en marketeers. Het verschil deze keer is dat Twitter?ook nog eens miljoenen investeert, iets waar MIT’s Media Lab uiteraard blij mee is en een mooie aanvulling is op hun operationele budget van 45 miljoen.

Bronnen: Engadget, MIT, Twitter,

 

Politie kan social media meer inzetten voor toezicht in openbare ruimte

De overheid anticipeert te weinig op de rol van de sociale media in regulering en handhaving in de publieke ruimte. Dat stelt Tjerk Timan als reactie op de Almelose politie die een Poolse veelpleger op de trein zette en de video daarvan op Facebook plaatste. Timan (onderzoeksinstituut CTIT) is gepromoveerd aan de Universiteit Twente. In zijn proefschrift?Changing Landscapes of Surveillance?behandelt hij (camera) toezicht in steden, sociale media en de rol van publiek en overheid daarin.

?Van CCTV ligt niemand meer wakker, maar smartphonecamera?s en sociale media brengen een nieuwe vorm van (on)veiligheid met zich mee?, zegt Tjerk Timan. ?De rol van zowel burgers als overheid wordt complexer. Politie is soms na?ef in gebruik van sociale media en weet niet altijd hoe daarmee om te gaan. Bij rellen in Eindhoven zagen we dat mensen publiekelijk aan de schandpaal genageld werden. Tegelijkertijd ben je als burger ook snel betrokken. Film je een overval, dan ben je onderdeel van de zaak. Wat we zien is dat nieuwe media door veel mensen niet voldoende begrepen wordt. Priv?- en zakelijk gebruik worden door elkaar gehaald en verantwoordelijkheden zijn soms vaag.?

Participatieve surveillance
Tjerk Timan (30) behandelt in zijn proefschrift, dat november 2013 verdedigd werd, veel aspecten van toezichttechnologie?n in Nederlandse steden. Hij richt zich daarbij vooral op de nachtelijke uitgaanscentra en deed praktijkonderzoek in Rotterdam, Utrecht, Groningen en Enschede. Hij beschrijft de maatschappelijke relevantie en schetst de situatie sinds de aanslagen van 11 september. Sinds die tijd ontstond er een wildgroei aan toezichtmaatregelen zoals cameratoezicht. Bovendien heeft tegenwoordig vrijwel iedereen een camera op zak. Burgers hebben smartphones en een trend onder toezichthouders is het gebruik van?bodycams, camera?s die op het lichaam gedragen worden.


Politie zet Poolse veelpleger op trein naar… door Zoomin_Nederland

Volgens Timan is het incident in Almelo niet het eerste, maar ook zeker niet het laatste op dit vlak. ?Een paar jaar geleden zag ik een video op YouTube van een agent die door het lint ging omdat hij werd gefilmd. Dat vond ik interessant en daarom ben ik binnen mijn promotieonderzoek die richting ingegaan. De veranderende privacy, verwachtingen en veiligheid scheppen nieuwe problemen. De overheid kijkt mee bij alles wat je doet (participatieve surveillance) en is zelf erg actief op de sociale media. In grote steden zijn er continu rechercheurs die via de sociale media monitoren wat we doen, maar een duidelijk beleid over waar de grenzen liggen en wat wel en niet mag is er lang niet altijd.?

Aanbevelingen
Timan zegt in zijn proefschrift dat beleidsmakers en technologie-ontwikkelaars van surveillance meer moeten kijken naar de rol van de eindgebruiker. Dat kunnen politieagenten zijn, maar ook burgers die bijvoorbeeld een avond gaan stappen. Zowel mens als technologie vormen de praktijk in surveillance en hun verantwoordelijkheden zijn niet altijd duidelijk.??Er moeten betere methodes komen om social media in te zetten in innovaties bij surveillance. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een app op je smartphone.??

Lees de Nederlandstalige samenvatting:

Bekijk de presentatie:

Of lees de hele dissertatie:

Meer informatie
Zijn onderzoek deed hij binnen de vakgroep Science, Technology and Policy Studies (STEPS) van het onderzoeksinstituut CTIT en de faculteit Management en Bestuur (MB). Zijn promotor is Prof. dr. N.E.J. Oudshoorn. Een digitale versie van zijn proefschrift is te downloaden via de?eigen website?van Tjerk Timan.

Bronnen: TjerkTiman, UTwente