Tagarchief: geweld

App: CopStop

De app COPStop is ontwikkeld door de 17 jarige George Hofstetter, die probeert het actuele probleem van politiegeweeld en de justiti?le kloof in de VS met de samenleving te verkleinen.

Net als veel andere scholieren die hun middelbare school bijna afronden is Hofstetter op zoek naar een felbegeerde plek op een top universiteit. Maar in tegenstelling tot andere scholieren is hij al een succesvol zakenman en heeft hij al 2 jaar een eigen bedrijfje:?George Hofstetter Technologies Inc?en werd hij eerder al geprezen door de Equal Justice Society. Op zijn website staat de slogan:?”We make?social?justice & technology merge & are changing?the world’s perspective!”

De tiener werkt momenteel aan CopStop, een app om politiegeweld te voorkomen.

Hofstetter vertelt dat zijn belangstelling voor technologie begon bij zijn eerste hackathon op 13-jarige leeftijd. Daar maakte Hofstetter met een vriend een app om studenten met een andere huidskleur elkaar te steunen op overwegend witte priv?scholen. “Ik zat toen op een priv?school en had te maken met veel ge?nstitutionaliseerd racisme,” vertelde hij Black Enterprise. “We hadden een goede manier gevonden om andere studenten te helpen.” Daarna wilde hij zich volledig storten op de vraag hoe technologie rassenproblemen kan helpen voorkomen of verhelpen.

Hij wil nu kunstmatige intelligentie bij UCLA gaan studeren, waar hij computerwetenschappen met psychologie wil combineren.

Bbronnen: NewsOne,?Black Enterprise,?The Huffington Post

App: I?ve-Been-Violated

KolnHauptbahnhof

De gebeurtenissen in Keulen waar?tijdens de jaarwisseling enkele groepen van honderden, veelal jonge mannen een aantal vrouwen omsingelden, staan nog vers in ons geheugen. Het?gebeurde op het drukke plein gelegen tussen het centraal station en de beroemde Dom van Keulen. De vrouwen werden vervolgens op grote schaal beroofd en aangerand. Meerdere daders zouden dronken zijn geweest.?Het aantal vrouwen dat daar aangifte heeft gedaan van aanranding en/of diefstal tijdens Oud en Nieuw liep op tot enkele honderden. Het aantal slachtoffers was vermoedelijk meer dan duizend.

Is het toeval dat er nu net een nieuwe (gratis) app gelanceerd wordt met de naam “I?ve-Been-Violated” (iOS)?

De app is gericht op slachtoffers van seksueel geweld en met de app kun je?opnames maken (video en/of audio) die je later als bewijs kunt?opsturen en opslaan in een beveiligde cloudomgeving, maar ook beveiligd off-line opgeslagen. De opnames worden van geo-codering voorzien, zodat duidelijk is waar het materiaal?is opgenomen.?Volgens de app bouwer tonen onderzoeken aan dat?85% van seksuele geweldsincidenten niet worden gemeld aan bevoegde autoriteiten. De app ondersteund de gebruiker ook met vragen over wat er gebeurd is, en de gebruiker van de app kan dit inspreken of middels de video opname verklaren.

De makers?We-Consent LLC? hebben samengewerkt met het?Amerikaanse?Affirmative Consent Division of ISCE.edu, en schrijven erover:

Dit is de?eerste app in zijn soort om een slachtoffer van seksueel geweld bewijsmateriaal (met video en audio) van een incident vertrouwelijk te laten opnemen. Het bewijs is dubbel gecodeerd en wordt ook offline opgeslagen. Het kan als?juridische bewijs?worden, en de video-opname die de gebruiker maakt is dan alleen ontsloten via een bevoegde instanties (dwz juridische instantie of een gezondheidszorg instantie of eventueel een school) of beschikbaar via een gerechtelijk bevel, maar in ieder geval niet direct beschikbaar voor derden.

violated

We-Consent LLC also provides?The No App, which is described as an ?anti-bullying, anti-harassment, protection app for a child or anyone that wants to deliver a strong, clear NO message. It also functions as a panic button for the user by sending an alert to a parent or other designated person when he or she feels endangered.? It ?repeats a NO video message delivered by a police officer and records a video of the person being told no (which might be used as evidence against that person).?

We-Consent LLC biedt ook De “No” App, een bekende?”anti-pest” app die we eerder op dit blog beschreven. Daarin kon je al voorvallen van intimidatie melden, dus dit is een logische vervolgstap. Ook zat daar een paniek knop in voor gebruikers waarmee ze een waarschuwing kunnen sturen naar een ouder of een andere aangewezen persoon:

 

Bronnen: Breitbart

 

Bodycams leiden tot daling geweld: tegen en door politie

bodycam-pet

Sander Flight schrijft op Slim bekeken een interessant blog over een experiment van onderzoekers van Cambridge UK dat maar liefst?een jaar duurde. Na 50.000 uur beeldmateriaal komen deze onderzoekers tot de conclusie dat bodycams gedragen door de politie tot een daling van geweld leiden. Geweldsgebruik door de politie daalde met 59% en geweld tegen de politie daalde zelfs met 87%.

De onderzoekers hebben een wetenschappelijk artikel gepubliceerd over hun onderzoek naar bodycams gedragen door politie in Rialto, Californi?. De resultaten zijn gebaseerd op een groot experiment dat al in 2012 is gehouden. Zelfs voordat het artikel verscheen werd het al aangehaald als onderbouwing voor het grootschalig uitrusten van politiemensen met bodycams, waartoe?Obama onlangs besloot na de onrusten van Ferguson en andere incidenten.

Het experiment liet zien dat het opnemen van bewijsmateriaal maar een opbrengst van de bodycams is. De technologie is misschien wel het meest effectief doordat het escalatie voorkomt in de interactie tussen politie en publiek. Dat geldt zowel voor agressie richting de politie als voor excessief machtsvertoon door de politie. Een andere toepassing?die we eerder?op dit?blog lieten zien gaat over het gebruik van beelden in de opsporing of rechtzaal.

Wanneer?mensen realiseren dat er een opname wordt gemaakt cre?ert dat zelfbewustzijn bij alle aanwezigen. Dat is het cruciale effect waardoor de bodycams als preventief middel worden beschouwd: mensen gedragen zich beter omdat ze het gevoel hebben dat er ‘iemand’ mee kan kijken.

Het gebruik van geweld door de politie nam in twaalf maanden tijd af met 59 procent. Geweld tegen de politie daalde met 87 procent vergeleken met het voorgaande jaar.

De onderzoekers geven aan dat het experiment slechts de eerste stap is en dat er nog een lange weg is te gaan voordat we weten wat het effect is van bodycams. Zij wijzen bijvoorbeeld op het risico dat het rechtssysteem er op gaat rekenen dat er beelden zijn van elk incident. Ook geven ze aan dat er enorme opslagcapaciteit nodig zal zijn om alle beelden te kunnen bewaren.

President Obama heeft toegezegd 75 miljoen dollar te zullen besteden aan bodycams om de legitimiteit van de politie te verbeteren na de moorden op zwarte ongewapende mannen en de protesten waar dat toe leidde. Overigens gaan er ook stemmen op die het belang van camerabeelden relativeren: de dood van Eric Garner die stikte na een wurggreep van een politieman werd immers gefilmd. De beelden lieten een niet toegestane ‘chokehold’ zien en een medisch onderzoeker sprak daarom van moord. De agent werd vrijgesproken.

De onderzoekers van het experiment in Rialto laten weten te hopen dat het dragen van bodycams door de politie zelf ertoe zal leiden dat dit soort excessief geweld niet meer wordt toegepast door de politie. Omdat ze weten dat er wordt gefilmd gebruiken agenten minder geweld – zo bleek. Dat er bij de dood van Garner niet zo’n effect uit ging van de camera komt volgens de onderzoekers doordat de politie zich niet realiseerde dat er gefilmd werd. Als het standaard is dat elke interactie wordt gefilmd weet elke agent dat. En ze moeten de burgers die in beeld komen ook altijd mondeling waarschuwen dat er beelden worden gemaakt. Dat heeft invloed op de gemoedstoestand van alle aanwezigen: een eenvoudige boodschap dat we allemaal worden bekeken, gefilmd en ons dus aan de regels moeten houden.

De camera’s in Rialto maakten high-definition beelden. Alleen beelden die relevant waren of konden worden voor een zaak werden opgeslagen. Het experiment in Rialto was volgens de regelen der kunst opgesteld: de helft van de politiemensen werd toevallig aangewezen om die dag met camera de straat op te gaan en de andere helft niet. Er werd in totaal 50.000 uur beeldmateriaal van interactie tussen politie en publiek opgenomen. Het onderzoek wordt momenteel herhaald in dertig politie-eenheden over de hele wereld. De eerste resultaten lijken de uitkomsten in Rialto te bevestigen.

Bron: University of Cambridge, Slimbekeken.

Bedreigende, discriminerende en beledigende uitingen op social media

We publiceerden al eerder een blog over Veilige Publieke Taken met handreikingen over wat te doen tegen agressie en geweld via social media. Bedreigingen via social media worden in de meeste gevallen in principe op hetzelfde wijze behandeld als alle andere bedreigingen. Toch kan de dynamiek en impact heel anders zijn. Recentelijk publiceerden Roy Johannink, Eveline Heijna en Miranda Brummel van VDMMP. Onderstaande tekst van hen is?eerder gepubliceerd in?Sociale media veranderen het Veiligheidsdomein en ook geplaatst in Digitale Dialoog, de sociale media almanak voor gemeenten.

VPT2

Wat is de impact van bedreigende, discriminerende en beledigende uitingen op social media vanuit juridische optiek??Er leven veel vragen over de strafbaarheid van agressie via sociale media. In principe?geldt dat alles wat niet-digitaal strafbaar is, ook strafbaar is als het via social?media gebeurt.

Agressie via sociale media is veelal direct tegen een persoon of organisatie gericht. Daarom zal de agressie veelal op persoonlijke pagina?s van werknemers en organisaties plaatsvinden, zoals een Twitter- of Facebook- account. Dan weet de afzender immers dat de boodschap ook wordt gelezen. Agressie en bedreigingen via sociale media zijn, net als ?offline? agressie strafbaar. De bedreiging moet in dat geval van dien aard zijn en onder zodanige omstandigheden zijn geschied, dat bij de bedreigde persoon de redelijke vrees kon ontstaan dat de bedreiging ook uitgevoerd zou worden.

Het maakt hierbij niet uit als een bedreiging via sociale media op een indirecte manier plaatsvindt. Zo vormde het plaatsen van een tekst op internet waarin werd gesuggereerd dat liquidatie van onze premier verstandig zou zijn, een strafbare bedreiging. Agressie en bedreigingen via sociale media kunnen altijd plaatsvinden. Of een dergelijk bericht binnen of buiten werktijd wordt geplaatst, doet er hierbij niet toe. Het gaat om de relatie van de bedreiging tot de functie en werkzaamheden van de werknemer of de organisatie. Agressie en bedreiging die direct gerelateerd kunnen worden aan de functie en werkzaamheden?van de werknemer of organisatie valt als risico onder psychosociale arbeidsbelasting van de werknemer. Een organisatie dient zich hierop voor te bereiden.

Het Burgerlijk Wetboek (BW) schrijft in artikel 7:611 voor dat een werkgever zich moet houden aan ?het beginsel van goed werkgeverschap?. En artikel 7:658 BW stelt dat de werkgever een zorgplicht heeft voor zijn medewerkers. Deze bepalingen zijn verduidelijkt door jurisprudentie waarbij een werkgever aansprakelijk is gesteld voor geleden schade. Op basis daarvan is gesteld dat bij agressie via sociale media een werkgever erop moet letten dat:

  • Onderzocht is welke schadeveroorzakende gebeurtenissen zich zouden kunnen voordoen (risicoanalyse).
  • Op basis van deze risicoanalyse zorgvuldig afgewogen preventieve maatregelen zijn getroffen.
  • Er goede opvang en nazorg geboden is.

De gemeente is als werkgever daarmee wettelijk verplicht risico?s op psychosociale arbeidsbelasting zoveel mogelijk te beperken. Hieronder vallen ook het beperken van de gevolgen van uitingen van agressie via sociale media. Meer informatie over de verantwoordelijkheid van de werkgever is opgenomen in het handboek Sociale media veranderen het veiligheidsdomein.

geweldsbanner

Hoe nu om te gaan met bedreigingen via sociale media?
Belangrijk is om met medewerkers in gesprek te gaan over de vraag welke typen agressie er via sociale media voorkomen, op welke sociale media dit gebeurt, welke gevolgen dit heeft, et cetera. Werkgevers kunnen ook met andere organisaties spreken over agressie via sociale media en zo ervaringen en best practices uitwisselen. De volgende stappen zijn te doorlopen om te voldoen aan de Arbowet als het gaat om agressie via sociale media:

1. Risicoanalyse – Inventariseer de risico?s van agressie via sociale media door met medewerkers in gesprek te gaan.

2. Visie – Maak op basis van de risicoanalyse uit stap 1 een plan van aanpak met daarin een visie over de aanpak van agressie via sociale media. Belangrijk is om dit in gesprek met de werkvloer te doen. Het gebruik (zowel type, aard als frequentie) van sociale media verschilt namelijk per medewerker.

3. Normen – Wat medewerkers ervaren als agressie en wat ze aan maatregelen nodig hebben of achten, verschilt. Het vaststellen van normen helpt daarbij. Wat is
acceptabel via sociale media en wat niet? En wat moet en mag een medewerker doen bij overschrijding van de norm? Mag hij of zij direct reageren of dient dit
eerst met de leidinggevende te worden besproken?

4. Gedragscode – De houding en het gedrag van werknemers kan ook leiden tot escalatie van agressie via sociale media. Een gedragscode over hoe je je gedraagt
op sociale media is daarmee eveneens een onderdeel van preventief beleid.

5. Werkafspraken – Vervolgens is belangrijk dat teams en leidinggevenden goed samenwerken als het gaat om het voorkomen van agressie via sociale media. Er
dienen concrete werkafspraken over omgang met sociale media gemaakt te worden; alleen dan wordt beleid effectief.
Enkele suggesties voor de invulling hiervan:
a. Leidinggevenden besteden minimaal ??n keer per jaar aandacht aan het gebruik van sociale media en agressie.
b. Teams maken gezamenlijk afspraken over gebruik van sociale media en reactie op agressie.
c. De teamafspraken worden vastgelegd en jaarlijks ge?valueerd.

6. Actief aanpakken – Wijs medewerkers aan die verantwoordelijk zijn om agressie via sociale media aan te pakken: dit gaat over het bespreekbaar maken, stimuleren en het melden van agressie en het bieden van nazorg. Dit kan een communicatiemedewerker zijn, maar ook een preventiemedewerker of een Arboco?rdinator.

7. Opvang – Agressie via sociale media is ondanks allerlei voorzorgsmaatregelen niet zomaar te voorkomen. Het is daarom van belang dat de impact van de
agressie of bedreiging beperkt wordt door een juiste reactie. Opvang nadat agressie via sociale media heeft plaatsgevonden, is ook belangrijk. Het kan ingrijpend zijn om bedreigd te zijn via sociale media. Bedrijfsopvangteams kunnen bij deze opvang een belangrijke rol spelen. De juiste opvang kan worden geboden door vooraf na te denken over de volgende zaken:
a. Welke zorg heeft de agressief bejegende of bedreigde werknemer nodig?
b. Welke reactie kan en moet richting dader gegeven worden?
c. Wat is nodig om de situatie veilig te stellen? Is bijvoorbeeld beveiliging nodig?
d. Wie dienen ingeschakeld te worden (bijvoorbeeld politie) en hoe wordt met hun samengewerkt?

8. Actie ondernemen – Ook niet onbelangrijk is het geven van een daadkrachtige reactie naar de afzender van het bedreigende of agressieve bericht. Dit is niet
concreet in de Arbowet opgenomen. Wel zijn de Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA) opgesteld. De ministers van Justitie en Veiligheid en Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties en vertegenwoordigers van veertien verschillende sectoren hebben zich door ondertekening van deze afspraken gecommitteerd aan
verschillende aspecten van afhandelen, zoals melden, registreren en schade verhalen.

Als werkgever kunt u hier op verschillende manieren invulling aan geven:
a. Melden en registreren van incidenten bevorderen. Dit is extra belangrijk bij sociale media, omdat lang niet altijd duidelijk is dat agressieve uitingen op
sociale media ook een vorm van agressie is en dus gemeld en geregistreerd moet worden. Alleen zo krijgt een organisatie zicht op de omvang van agressie via sociale media, kan een incident afgehandeld worden en het organisatiebeleid bijgesteld worden.
b. Reactie richting afzender geven. Er dienen afspraken gemaakt te worden over hoe gereageerd wordt naar een afzender van agressieve of bedreigende uitingen via sociale media. Dit kan een verzoek tot stoppen zijn, maar bij ernstigere uitingen, zoals een doodsbedreiging, kan dit ook een contact- of pandverbod zijn. De werkgever dient bij een strafbaar feit aangifte of melding bij de politie te doen, net als bij niet-digitale agressie. Bedenk hierbij dat wanneer de gedraging niet digitaal gepleegd zou zijn, het dan ook als strafbaar feit beschouwd wordt. Als dit het geval is, doe dan aangifte! De politie verzorgt dan, in overleg met het Openbaar Ministerie, de opsporing. De politie heeft niet onbeperkt mogelijkheden om een anonieme dader, bijvoorbeeld via het IP-adres, op te sporen. Hiervoor hebben zij toestemming nodig van de Officier van Justitie.

Het verhalen van schade gaat via dezelfde procedure als bij niet-digitale delicten. Slachtoffers kunnen immateri?le schade vorderen voor de angst en het leed
die hen door het strafbare feit is aangedaan.

9. Training en Voorlichting – Een laatste punt is training en voorlichting. Laat sociale media een integraal onderdeel worden van de agressiehanteringstraining, training in de-escalatie, voorlichting en instructie. Bespreek wat gepaste reacties zijn op agressief gedrag via sociale media. Ga ook bij de training over het beperken van agressie in op agressie via sociale media.

Bronnen: Deze?tekst is eerder gepubliceerd in?Digitale Dialoog en hoofdstuk 11 van Sociale media veranderen het Veiligheidsdomein.?Dit handboek is een verdieping van de eerder uitgegeven?kennispublicaties ?Veilig omgaan met sociale media? van 2011, 2012 en?2013.

Bekijk het volledige document van expertisecentrum Veilige Publieke Taak (VPT)

Veilige Publieke Taak: wat doe je tegen agressie en geweld via social media?

VPTheader

Social media is een onderdeel geworden van de samenleving. Het is een steeds belangrijker middel voor contact met cli?nten, burgers, en pati?nten. Vanwege de opkomst van social media verplaatst een deel van de agressie tegen werknemers met een publieke taak zich daar naartoe. Dit is niet te voorkomen door social media uit te bannen in de organisatie. Wel dien je als organisatie aandacht te schenken aan het voorkomen en beperken en juist afhandelen van agressie tegen medewerkers. De aanpak van ?digitale? agressie komt grotendeels overeen met de aanpak tegen niet-digitale agressie. Maar er zijn ook specifieke invalshoeken die agressie via social media met zich meebrengen.

Aard en omvang
Er is weinig onderzoek gedaan naar agressie en geweld tegen medewerkers met een publieke taak via social media. In de monitor Agressie en Geweld Openbaar Bestuur is gevraagd of het laatste voorval via internet heeft plaatsgevonden. Hier gaf 6% van de volksvertegenwoordigers en bestuurders aan dat dit het geval was. In de VPT-monitor van 2011 is ook gevraagd of het laatste voorval via internet heeft plaatsgevonden, maar dan alleen in het geval van agressie buiten werktijd. Alleen in het onderwijs en waren er respondenten die dit hadden meegemaakt: zowel in het voortgezet als primair onderwijs iets meer dan een half procent van de slachtoffers.

Typen agressie
Agressie en geweld tegen medewerkers met een publieke taak via social media kan op verschillende plaatsvinden. De handreiking Agressie en Geweld biedt een overzicht van vormen van. gedragingen die je ook tegen kan komen via social media zijn bedreiging, belediging, intimidatie, schelden, vernederen, pesten, chanteren, dwingend gedrag, stalken, discriminatie, chantage, smaad/laster en een bommelding via twitter, facebook et cetera.

Medewerkers en organisaties kunnen bijvoorbeeld bedreigd worden met het toebrengen van (zwaar) lichamelijk letsel, met de dood of andere ernstige bedreigingen. Belediging kan de vorm aannemen van uitschelden of bijvoorbeeld pesten. De agressie kan een eenmalig zijn, enkele keren of langdurig aanhouden. Als het stelselmatig aanhoudt, is dit stalking. Agressie kan plaatsvinden op accounts van de medewerker, van organisaties, op internetfora, of op eigen accounts. Ook kunnen fake-accounts medewerkers of organisaties aangemaakt worden waarop agressie tegen de medewerker of organisatie wordt gericht. Al deze gedragingen kunnen ernstige gevolgen hebben voor medewerkers, net als bij niet-digitale agressie en geweld. Het is daarom belangrijk op een juiste manier te handelen bij agressie en geweld via social media.

VPT2

Het belangrijkste bij de-escalatie is bewustwording en training van werknemers hoe met social media om te gaan. De praktische invulling van het de-escaleren bestaat uit twee onderdelen: signaleren en afhandelen.

Signaleren
De belangrijkste voorwaarde voor het beperken van agressie en geweld via social media is dat agressie en geweld gesignaleerd worden. Medewerkers hebben een belangrijke signaalfunctie. Samen met hen wordt een norm afgesproken: bij welke uitingen via social media wordt melding gemaakt binnen de organisatie? Leg de lat hierbij laag. Hoe eerder ook lichte incidenten, zoals schelden gemeld worden, hoe beter deze afgehandeld kunnen worden. De meldingsbereidheid kan bevordert worden via verschillende wegen. Daarnaast kan een organisatie via verschillende manieren agressie en geweld tegen medewerkers of de organisatie signaleren, onder andere door social media te monitoren.

Afhandelen
Belangrijk in het beperken van de agressie en van de gevolgen is de afhandeling van een bericht. De?werkgever, of in overleg, de werknemer, kan zelf de agressie afhandelen door te reageren naar de?afzender. De werkgever dient bij een strafbaar feit aangifte of melding bij de politie te doen, net als bij niet-digitale agressie. Bedenk hierbij dat wanneer de gedraging niet digitaal gepleegd zou zijn, of het dan als strafbaar feit beschouw wordt. Zo ja, doe dan aangifte. De politie verzorgt de opsporing, in overleg met het Openbaar Ministerie. De politie heeft niet zelf onbeperkt mogelijkheden om een anonieme dader, bijvoorbeeld via het IP-adres, op te sporen. Hiervoor hebben zij toestemming nodig van de Officier van Justitie.

Strafbaarheid
Er leven veel vragen over de strafbaarheid van agressie via sociale media. In principe geldt dat alles wat niet-digitaal strafbaar is, ook strafbaar is als het via sociale media gebeurt. Bij bedreiging is het?van belang dat de bedreigde zelf daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging. Ook moet de bedreiging van dien aard zijn en onder zodanige omstandigheden zijn geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat de bedreiging uitgevoerd zou worden. Het maakt hierbij niet uit als een bedreiging via sociale media op een indirecte manier plaatsvindt. Zo vormde het plaatsen van een tekst op internet waarin werd gesuggereerd dat liquidatie van de premier verstandig zou zijn, een strafbare bedreiging. En online kennen we vrijwel alle vormen die in de fysieke wereld ook voorkomen, zoals: bedreigen, beledigen, vernederen, treiteren, dwingend gedrag, chanteren, stalken, sexting (seksuele chantage), discriminatie (sekse, leeftijd, huidskleur, geloofsovertuiging, geaardheid, etc), smaad en laster.
In onderstaande bijlage staat een tabel met de wetsartikelen of jurisprudentie.

Onlangs is ook een interview gepubliceerd van?Mischa Coster, mediapsycholoog, die zich bezig houdt met het effect van media-uitingen op het gedrag van mensen en hoe je als organisatie media kunt inzetten om de doelgroep te be?nvloeden. Hij heeft het over het?psychologische?effect dat consensus (sociale normering) heet. Het nadelige gevolg van het feit dat bepaalde gedragingen steeds vaker online voorkomen en worden gedeeld via social media kanalen maar ook via de televisie, zorgt ervoor dat mensen die zo?n idee hadden maar het niet hebben uitgevoerd, denken ?als iedereen het doet, dan doe ik dat?ook?. Op dat moment wordt het een soort norm dat, wanneer je bijvoorbeeld iemand in elkaar slaat, je het dan online gaat zetten. Ook wordt vaak geweld gebruikt onder jongeren, of wordt geweld online gezet om het aan te kaarten.

Bronnen: Infopuntveiligheid.nl, eVPT.nl, CCV Geweld op School, WouterKleinsman blog

Bekijk het volledige document van expertisecentrum Veilige Publieke Taak (VPT)

Bekijk ook H10 uit onderstaande handreiking over de juridische kanten als je te maken krijgt met agressie:

Of lees ook het?onderzoek ?Professioneel Samenspel?, biedt nieuw inzicht en aanknopingspunten voor beleid.Het onderzoek is in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uitgevoerd door stichting Impact en de Utrechtse School voor Bestuur- en Organisatiewetenschap. In drie gemeenten is een groot aantal gesprekken gevoerd met bestuurders, managers en uitvoerders.
Het onderzoek laat zien dat er grote verschillen bestaan in hoe vaak en hoe krachtig er opgetreden wordt naar aanleiding van incidenten. Vaak wordt er ook, bewust of onbewust, helemaal geen actie ondernomen. Toch is volgens de onderzoekers geen sprake van structurele ?bestuurlijke berusting?. Bestuurders en managers weten lang niet altijd dat er een incident is voorgevallen, laat staan dat ze een systematisch beeld hebben van alle incidenten en trends. Of en hoe wordt opgetreden hangt samen met de manier waarop de problematiek van agressie en geweld in de organisatie wordt ?geframed?: als bedrijfsvoeringsthema, als politiek-bestuurlijk thema of als moreel thema.
Het rapport pleit voor professioneel samenspel van alle betrokken bestuurders en managers. Belangrijke elementen van dit samenspel zijn een gezamenlijke visie en duidelijke spelregels en verantwoordelijkheden. De gemeentesecretaris zou hier meer dan nu het geval is een regierol in kunnen vervullen.

App: One Love My Plan

One Love My Plan?(iTunes,?Android)?werd gelanceerd?door Mongoose Projects, en is gericht?op het melden en vinden?van huiselijk geweld.

De app is ontworpen voor studentes en vrienden/vriendinnen om misstanden in relaties die ze waarnemen te kunnen melden. De app biedt gebruikers informatie over de verschillende vormen van huiselijk geweld en contactgegevens over?waar ze?hulp kunnen krijgen.

De app beschikt over een live chat functie waarmee gebruikers 24 uur per dag toegang hebben tot getrainde One Love My Plan hulpverleners.

Het is onderdeel van een bredere campagne die er aandacht voor vraagt: “Zie je iets, deel het dan en doorbreek de stilte!’:

Vrouwen tussen de 18 en 24 zijn de kwetsbaarste groep voor geweld bij dating en huiselijk geweld, zeggen de Centers for Disease Control and Prevention. Maar?deze vrouwen zijn minder geneigd hulp in te schakelen en als de dat al doen zijn ze eerder geneigd naar moderne middelen als het internet te kijken. Onderzoekers van de?Universiteit van Missouri hebben samen met?de Johns Hopkins University en de One Love Stichting?de “One Love My Plan” smartphone applicatie gerealiseerd.

“Op een gegeven moment kent bijna iedereen wel iemand die in een ongezonde relatie zit”, zei Tina Bloom, assistent-professor aan de MU Sinclair School voor verpleegkundigen. “Het doel van de app is om snel en vertrouwelijk vrouwen en bezorgde vrienden informatie en beschikbare hulplijnen aan te bieden. Ons doel is niet om bestaande diensten te vervangen, maar om een betere verbinding met studenten te maken.”

Focusgroepen wezen uit dat de app een goed idee was: “Studenten gaven aan dat telefoons zeer priv? voelen, en ze hebben altijd hun telefoons bij zich” zei Bloom. “Een student vertelde dat ze de app handig vond, omdat ze hiermee adviezen?meteen kon gebruiken om zichzelf of een vriend te helpen. Dit soort zaken zijn vaak complexer, en er zijn veel factoren die een rol spelen. De app geeft studenten hulpmiddelen?om de relatie nader te beschouwen, helpt hen prioriteiten te stellen en als het nodig is toegang tot hulpkanalen. ”

One Love My Plan (Prevent Domestic Abuse)

Onderzoek toonde aan dat bij alle sociaal-economische achtergronden de ‘Millennials’ de juiste doelgroep was voor deze app.

De app heeft een aantal?features, zoals:

  • Informatie over wat gezonde relaties zijn, mythes en hoe je mogelijke gedragsproblemen kunt herkennen.
  • Voorbeelden van hoe je er met vrienden over kunt praten.
  • Gepersonaliseerde plannen om te zorgen voor veiligheid, ondersteund door wetenschappelijk onderzoek waarvan bekend is dat het kan werken.
  • Links naar lokale en nationale hulpkanalen, waaronder het live chatten?met getrainde professionals van?LoveisRespect.org.
  • De privacy van gebruikers wordt gewaarborgd en er zit wachtwoordbeveiliging op
  • Tips voor het beschermen van persoonlijke zaken op je smartphone en sociale media.

De App heeft een ‘overlevings’ feature?en ‘vriend’ feature, die worden uitgelegd in de video hieronder:

Bronnen: Buzzfeed, One Love Foundation

Politie kan social media meer inzetten voor toezicht in openbare ruimte

De overheid anticipeert te weinig op de rol van de sociale media in regulering en handhaving in de publieke ruimte. Dat stelt Tjerk Timan als reactie op de Almelose politie die een Poolse veelpleger op de trein zette en de video daarvan op Facebook plaatste. Timan (onderzoeksinstituut CTIT) is gepromoveerd aan de Universiteit Twente. In zijn proefschrift?Changing Landscapes of Surveillance?behandelt hij (camera) toezicht in steden, sociale media en de rol van publiek en overheid daarin.

?Van CCTV ligt niemand meer wakker, maar smartphonecamera?s en sociale media brengen een nieuwe vorm van (on)veiligheid met zich mee?, zegt Tjerk Timan. ?De rol van zowel burgers als overheid wordt complexer. Politie is soms na?ef in gebruik van sociale media en weet niet altijd hoe daarmee om te gaan. Bij rellen in Eindhoven zagen we dat mensen publiekelijk aan de schandpaal genageld werden. Tegelijkertijd ben je als burger ook snel betrokken. Film je een overval, dan ben je onderdeel van de zaak. Wat we zien is dat nieuwe media door veel mensen niet voldoende begrepen wordt. Priv?- en zakelijk gebruik worden door elkaar gehaald en verantwoordelijkheden zijn soms vaag.?

Participatieve surveillance
Tjerk Timan (30) behandelt in zijn proefschrift, dat november 2013 verdedigd werd, veel aspecten van toezichttechnologie?n in Nederlandse steden. Hij richt zich daarbij vooral op de nachtelijke uitgaanscentra en deed praktijkonderzoek in Rotterdam, Utrecht, Groningen en Enschede. Hij beschrijft de maatschappelijke relevantie en schetst de situatie sinds de aanslagen van 11 september. Sinds die tijd ontstond er een wildgroei aan toezichtmaatregelen zoals cameratoezicht. Bovendien heeft tegenwoordig vrijwel iedereen een camera op zak. Burgers hebben smartphones en een trend onder toezichthouders is het gebruik van?bodycams, camera?s die op het lichaam gedragen worden.


Politie zet Poolse veelpleger op trein naar… door Zoomin_Nederland

Volgens Timan is het incident in Almelo niet het eerste, maar ook zeker niet het laatste op dit vlak. ?Een paar jaar geleden zag ik een video op YouTube van een agent die door het lint ging omdat hij werd gefilmd. Dat vond ik interessant en daarom ben ik binnen mijn promotieonderzoek die richting ingegaan. De veranderende privacy, verwachtingen en veiligheid scheppen nieuwe problemen. De overheid kijkt mee bij alles wat je doet (participatieve surveillance) en is zelf erg actief op de sociale media. In grote steden zijn er continu rechercheurs die via de sociale media monitoren wat we doen, maar een duidelijk beleid over waar de grenzen liggen en wat wel en niet mag is er lang niet altijd.?

Aanbevelingen
Timan zegt in zijn proefschrift dat beleidsmakers en technologie-ontwikkelaars van surveillance meer moeten kijken naar de rol van de eindgebruiker. Dat kunnen politieagenten zijn, maar ook burgers die bijvoorbeeld een avond gaan stappen. Zowel mens als technologie vormen de praktijk in surveillance en hun verantwoordelijkheden zijn niet altijd duidelijk.??Er moeten betere methodes komen om social media in te zetten in innovaties bij surveillance. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een app op je smartphone.??

Lees de Nederlandstalige samenvatting:

Bekijk de presentatie:

Of lees de hele dissertatie:

Meer informatie
Zijn onderzoek deed hij binnen de vakgroep Science, Technology and Policy Studies (STEPS) van het onderzoeksinstituut CTIT en de faculteit Management en Bestuur (MB). Zijn promotor is Prof. dr. N.E.J. Oudshoorn. Een digitale versie van zijn proefschrift is te downloaden via de?eigen website?van Tjerk Timan.

Bronnen: TjerkTiman, UTwente

L – Loverboys 2.0

Loverboy 2.0

Dat is de naam van een campagne van de gemeente Rotterdam, Stichting Humanitas en de politie. De naam verwijst naar de aanduiding ?web 2.0? voor ?het sociale web?: alle plekken waar mensen intensief met elkaar communiceren. De eerste fase van de verleiding gaat tegenwoordig helemaal via internet.

Groeiend probleem
Seksuele uitbuiting van tieners is geen randverschijnsel.?In bijna de helft van de gevallen van jeugdprostitutie blijkt sprake te zijn van loverboyproblematiek. En in de helft van de loverboy-gevallen blijkt het slachtoffer te zijn?geworven via internet. Reden genoeg voor een voorlichtingsactie.

Rotterdam doet dat nu via scholen, en heeft daarbij de Rotterdamse rapster Reshmay ingezet. En dat werkt goed. Haar song ?Laffe Boyz? en de bijgehorende YouTube-clip kreeg ik zelfs al vele malen doorgestuurd, door mensen helemaal niet wisten dat het bij een campagne hoorde. Het nummer sluit enorm goed aan bij de manier waarop jongeren zelf het verschijnsel ?loverboy? kennen en benoemen, en kan dus bij uitstek in voorlichting voor jonge tieners worden ingezet. Laten we hopen dat het werkt.

Verleiding via internet
Vooral de eerste fase gaat steeds vaker helemaal via internet. De verleidingstactieken van een loverboy worden net als bij pedoseksuele acties ook wel?grooming?genoemd. Het is?fase 1: de vleierij, de aandacht, het geven van cadeautjes, en indruk maken met macht en status. Vooral voor deze fase is internet heel geschikt. Meisjes die gevoelig zijn voor die aandacht, zijn er niet op bedacht dat het wel eens om iemand zou kunnen gaan met de vooropgezette bedoeling misbruik van haar te maken. Via internet is het natuurlijk ook moeilijk om na te gaan of iemand integer is of niet.

Fase 2 is het?inlijven: ze zien elkaar en en gaan een relatie aan, waarin de man het meisje langzaam losweekt uit haar sociale omgeving. Hij werpt zich op als haar beschermer en spiegelt haar een mooie, maar dure toekomst voor. In hun seksuele relatie probeert hij langzaam haar grenzen te laten verleggen, door haar te?chanteren met haar liefdevoor hem. Hij ?leent? haar uit aan vrienden: het begin van prostitutie. Soms is er meer nodig dan een beroep te doen op haar liefde, en komt er geweld aan te pas.

Met fase 3 is het doel bereikt en wordt gewerkt aan de?instandhouding?van de lucratieve relatie: met geld, dwang, bedrog en machtsmisbruik wordt het meisje seksueel uitgebuit. Soms wordt ze ook gedwongen tot diefstal, het koerieren van drugs, en het op haar naam zetten van leningen, telefoonabonnementen of auto?s.

Uit onderzoek blijkt dat tieners niet onbekend zijn met die eerste fase van de loverboy-tactiek: het aantal tieners dat ermee in aanraking komt via internet toeneemt enorm toe. Los daarvan heeft een toenemend aantal tieners ervaring met seksuele handelingen voor de webcam: dat wordt ook steeds normaler gevonden.?De plaats waar loverboys hun slachtoffers rekruteren lijkt te zijn verschoven van het schoolplein naar sociale netwerksites en andere sites waar jongeren komen.

Campagne?
De campagne Loverboy 2.0 richt zich op meisjes van 12 tot 18 jaar. Op zo’n 100 Rotterdamse scholen is inmiddels een pakket afgeleverd met lesmateriaal waarmee de leraren in hun lessen aan de slag kunnen gaan. Voor ouders is er informatie op?www.rotterdam.nl/loverboys. Daar staat ook een filmpje waarin een inspecteur van de Rotterdamse politie inzicht geeft in de gevallen die hij onderzocht heeft. Het filmpje is veel te lang voor een campagne voor ouders (ruim 16 min.) maar als je het gezien hebt, ben je wel helemaal bijgepraat. Hieronder staat een verkorte versie (ruim 4 min.)

Er is afgelopen jaren veel aandacht geweest voor vrouwenhandel en loverboys. De vraag dringt zich op: wie trapt daar nog in? Stellig: ‘Iedereen. Het gaat om aandacht. Ik zeg altijd tegen mensen:kijk naar je eigen leven; waar loopt het over rozen en waar niet. Je hebt geluk als je op een kwetsbaar moment niet de verkeerde tegenkomt. Want d?t gebeurt bij de meeste van die meiden; als je in de shit zit, slaat zo’n mensenhandelaar toe. Het begint met verleiding en misleiding. Daarna volgt chantage, de ronselaar dreigt naaktfoto’s of seksfilmpjes op internet te zetten. Met al die social media heb je tegenwoordig heel veel technieken om iemand te chanteren. Excessief geweld, wat we vooral in het begin zagen, gaat steeds vaker over in psychisch geweld.’

Internet als werkterrein

Kijk eens over de schouder van je kind mee op laptop, computer of mobiel. Die suggestie doet Elizabeth Hamelinck, preventiemedewerker GGD. Loverboys hangen niet langer op het schoolplein, maar zijn heel actief via sociale media.

Loverboys steeds vaker actief via sociale media

Tot enkele jaren terug was het signalement van een loverboy een jongen die met een dure wagen voor een school of instelling stond en pochte met geld. Nu blijken veel loverboys hun slachtoffers via internet te werven. ,,Zo kan, wat onschuldig chatten of MSN en lijkt, ontaarden in chantagepraktijken, bedreigingen en heel veel ellende, zegt preventiemedewerkster Elizabeth Hamelinck. Zij heeft samen met GGD-collega s en de politie de zogeheten signalenkaart voor loverboys aangepast. Deze kaart is een soort handleiding voor scholen, jongerencentra, sportclubs maar ook ouders om in de gaten te krijgen of een meisje in de ban is van een kwaadwillende man. Die handleiding is overigens te downloaden via www.huiselijkgeweldhollandsmidden.nl.

GGD Midden Nederland, actief in de Woerdense regio, heeft een lesprogramma voor het voortgezet onderwijs ontwikkeld. Preventiemedewerkers bezoeken regelmatig scholen om jongeren attent te maken op signalen. Bij het lesprogramma horen boekjes, dvd’s, een lespakket, een spel en achtergrondinformatie over loverboys.?Net als de GGD ziet ook de politie een duidelijke tendens dat loverboys zich meer en meer via internet manifesteren. Aantallen heeft de politie naar eigen zeggen daarentegen nog niet. Ouders zouden nog alerter kunnen zijn op signalen die wijzen op contacten tussen hun kind en een loverboy, zegt Hamelinck. De meisjes zelf nemen, volgens haar, over het algemeen niet het initiatief om aangifte te doen.

Hamelinck heeft een hele praktische tip voor ouders. ,,Laat je kind in de huiskamer chatten. Je kunt dan als ouder makkelijker meekijken, je ziet bovendien meteen reacties bij je kind. De eigen slaapkamer van je zoon of dochter lijkt misschien een veilige plek maar is dat eigenlijk helemaal niet. Met de laptop op schoot in de huiskamer vormt wellicht ook een extra drempel voor jongeren om te chatten met wildvreemden. Haar collega David Keers vult aan: ,,Een loverboy is een ondernemer. Die gaat met zijn tijd mee om zijn zaken – het exploiteren van een meisje – zo onzichtbaar mogelijk voort te zetten.

Weerbaarheid

Als een meisje eenmaal werkzaam is voor een loverboy, is het volgens Keers enorm lastig haar uit dat circuit te krijgen. ,,De meldingen die bij ons binnenkomen, zijn meestal afkomstig van de professionele omgeving: de school, de hulpverlening, een enkele keer een vriendin of ouder, zegt hij. ,,We nemen dan contact op met een meisje, trachten een voet tussen de deur te krijgen, haar door te verwijzen naar maatschappelijk werk en te trainen op weerbaarheid. Maar het komt voor dat ze zelf niet wil.

Jongeren kunnen anoniem bij politie te rade over loverboys

Korps Rotterdam chat met jeugd op speciale internetsite

Bezoeker 285289 heeft een vraag: “Ik denk dat mijn beste vriendin verkering heeft met een loverboy. Wat moet ik doen?” Rechercheur Amber antwoordt: “Je kunt het beste je verhaal doen bij een vertrouwenspersoon op school, of je kunt naar de politie gaan om te vertellen waarom je dit vermoeden hebt.”

Amber en haar collega Maurice, die om ‘veiligheidsredenen’ alleen bij hun voornaam willen worden genoemd, werken bij de politie Rotterdam-Rijnmond. Deze middag leiden ze een chatsessie op de site http://Vraaghetdepolitie.nl, die dit keer specifiek gaat over loverboys. “We weten dat onder jongeren veel vragen leven over dit onderwerp”, zegt politiewoordvoerder Renate van der Burg. “Ze kunnen op deze manier anoniem met rechercheurs praten.” Het is de eerste chat op deze landelijke politiesite, bedoeld om op een laagdrempelige manier met jongeren in contact te komen. De volgende sessies gaan over andere onderwerpen, zoals drugs en wapens.

Bezoeker 337843 zegt dat haar dochter in juni is aangerand door een loverboy. Het meisje wil geen aangifte doen omdat ze bang is bedreigd te worden. Amber wijst haar op Meld Misdaad Anoniem. Bezoeker 920092 schrijft: “Is het normaal dat als je aangifte doet tegen zo’n jongen het wordt weggestopt in de doofpot?” Rechercheur Maurice voelt instinctief dat dit een serieuze zaak kan zijn en biedt het meisje een priv?gesprek aan. Zo kan hij haar zonder pottenkijkers ondervragen.

Het is niet toevallig dat deze chat vanuit het hoofdbureau van de politie Rotterdam-Rijnmond wordt geleid. Dit korps heeft sinds anderhalf jaar speciale aandacht voor de problematiek rond loverboys. De politie werkt nauw samen met de gemeente, jeugdzorg, het OM en de GGD. Rechercheurs richten zich in toenemende mate op internet en sociale media. Het ‘Loverboy-team’ van de politie Rotterdam-Rijnmond is actief op Twitter, Facebook en Hyves.?Ook op het bureau van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel in Den Haag heerst het besef ‘dat je moet zijn waar de jeugd is’. “We leven in een wereld die steeds verder opgaat in een virtuele”, zegt onderzoeker Hannes Snijder. Sociale media bieden volgens hem nieuwe kansen op preventie.?Zo maakte de nationaal rapporteur mensenhandel Corinne Dettmeijer begin dit jaar een virtueel uitstapje naar het bij kinderen razend populaire Habbo Hotel op internet. Iedereen kon haar in de digitale bibliotheek vragen stellen over mensenhandel, en loverboys in het bijzonder. De belangstelling was ‘enorm’.?Op de politiechat zegt bezoeker 318353 dat ze op internet een jongen heeft ontmoet, “met mooie complimenten en gladde praatjes”, die vraagt “of je gouden of zilveren spullen mooier vindt enzo. Wat moet ik doen?” Maurice: “Probeer elk contact te verbreken.”?Aan het einde van de chatsessie heeft de politie met drie meisjes afgesproken om later deze week, in alle rust, verder te praten. “Dat is zonder meer een goed resultaat”, vindt Maurice.?De dochter van bezoeker 337843 is aangerand door een loverboy

Lesmethode tegen loverboys

Amsterdam Dit najaar komt de allereerste lesmethode voor scholen beschikbaar waarmee ze hun leerlingen kunnen voorbereiden op de gevaren van loverboys. Het lespakket is ontworpen door schrijfster Merel van Groningen, zelf slachtoffer van een loverboy.?Dit was echt nodig , zegt de auteur die vanwege haar verleden en haar gezin onder een pseudoniem werkt. Voorlichting was er wel, maar te weinig en wat er was, sloot niet echt aan op de belevingswereld van die meisjes. Zo is er in het lespakket aandacht voor sociale media en wat je kan doen om te voorkomen dat je in handen valt van een loverboy.?Ik zie bijvoorbeeld dat meisjes gechanteerd worden met naaktfoto s die via Ping worden verstuurd. Meisjes hebben in dat soort situaties het idee dat ze alleen staan. Ik wil hen leren dat ze naar hun ouders en de politie kunnen.?De methode is ook geschikt voor jongens, zegt Van Groningen. Jongens die ik hierover spreek zeggen vaak dat ze niet iemand zouden verraden als ze wisten dat hij een loverboy was. Maar als je hen vertelt dat hun zusje ook slachtoffer kan worden zonder dat ze het door hebben, denken ze er vaak heel anders over.?Uitgever Ricardo Eshuis van Edu Actief is blij met de lesmethode. Deze methode haakt wel aan bij waar mensen van die leeftijd mee bezig zijn.?Het lespakket bestaat uit een werkboek, filmpjes en een interactieve website. Van Groningen vindt het een bekroning op haar werk. Afgelopen jaar mocht ze nog de eervolle vermelding bij de Joke Smit-prijs in ontvangst nemen namens alle slachtoffers van mensenhandel en loverboys, die de moed hebben gehad om naar buiten te treden met hun ervaringen . Maar dit is nog beter: Ik wil het liefst voorkomen dat die meisjes slachtoffer worden.

Bescherm jongeren tegen sociale media

Graag wil ik reageren op het artikel ‘In de ban van twitter’ (Ten eerste, 27 april). Ik ben de vader van een dochter van 13 die ook twittert. Ik vroeg haar enkele weken geleden: ‘Wat is eigenlijk jouw twitteraccount.’ Die gaf zij mij gewoon. Toen ze naar haar moeder terug was, want daar woont zij, heb ik maar eens even gekeken. Ik schrok me kapot! Tweets als : ‘Ooit wil ik sex in een kerk’, ‘ijsje pijpen’, ‘nu eindelijk mijn beroep gevonden: pornoactrice’ en honderden tweets meer van dit kaliber.?Verontrust belde ik die avond de moeder van mijn dochter om haar op de hoogte te stellen. Na te zijn geconfronteerd met haar ‘sociale mediagedrag’ twitterde mijn dochter onder meer: ‘kutouders’, ‘ik wil dood, ik wil dood, pas dan zullen mijn ouders weten wat ze mij aandoen’, ‘ik wil weg van huis, maar naar wie’. Daarop kreeg ze reacties te over van mogelijke loverboys die hun domein aanbieden, zoals: ‘kom maar naar mij dan kan je afkicken’, ‘ach schatje, wat hebben ze je aangedaan’ et cetera.?In een gesprek zei mijn dochter: ‘maar het is niet serieus hoor wat ik schrijf’. Mijn reactie was: ‘Maar weten degenen die jouw berichten lezen dat ook, hoe moeten zij dat zien, zonder emotie?’?Toen bleek ineens haar spaarpot geplunderd. Enkele maanden daarvoor had ze ook al eens van huis willen weglopen, met de trein naar Den Haag. Naar een ‘vriend’. ‘Wie is die vriend dan’, vroeg ik haar na dat voorval. ‘Van Hyves’, zei ze. Ze was verliefd op hem. ‘Maar ken je hem dan, heb je hem wel eens ontmoet.’ ‘Nee’, was haar antwoord. Zij kende hem via zijn zus. En die zus had zij ook nog nooit gezien, die kende zij van Hyves. ‘Vrienden’ worden dergelijke contacten genoemd. Maak een kind maar eens duidelijk dat echte vrienden op de vingers van een hand zijn te tellen en dat het er echt geen 500 zijn.?Zij begrijpt niet dat Twitter voor iedereen zichtbaar is. Ik googelde haar op haar voor- en achternaam en meteen kwam ik van alles tegen, onuitwisbaar. Het lijkt wel een sport voor deze jongeren om zo veel mogelijk tweets de wereld in te sturen, in zo grof mogelijk taalgebruik. Waarom doen ze dit? Om aandacht schreeuwen, lijkt de kern.?Op Twitter zie ik een totaal andere dochter dan in werkelijkheid. Eerder al had zij nogal sexy foto’s geplaatst op Hyves en Facebook. Toen hebben we ervoor gezorgd dat zij dit in ieder geval publiek afsluit. Wat blijkt: zij heeft de jongens op Twitter haar telefoonnummers en account gegeven van Facebook en Hyves. Kan het nog erger? Ik zag een goed tv-programma over loverboys waarin mijn angst precies werd geschetst: dat ik mijn dochter verlies aan het soort eikels die de hele toekomst van een meisje kunnen verwoesten.?Zou mijn dochter bij mij wonen dan zou ik haar verbieden de komende maanden op internet te gaan. Ook haar mobiel kon ze inleveren. Maar brengt het soelaas? Wat mij betreft mag Neelie Kroes doorgaan met haar agenda en snel stappen ondernemen om de privacy van jongeren adequaat en automatisch te beschermen op internet. De jongeren beseffen niet wat de consequenties zijn van hun handelingen. Ook voor Twitter, Hyves en Facebook liggen er verantwoordelijkheden. Ook zij zijn aansprakelijk.

Bronnen: de Volkskrant (18 jan 2012),?MijnKindOnline,?de Volkskrant (14 mei 2011),?AD/Groene Hart,?Spits, Trouw.