Tagarchief: discriminatie

Internettrollen vervuilen het web met gevaarlijk gedrag

Op het internet duiken steeds meer spookaccounts op, die nepnieuws verspreiden. Deze internettrollen zijn ook verantwoordelijk voor online haatmisdrijven en kunnen de rechtsorde bedreigen. Hoe kunnen online veiligheid en leefbaarheid gewaarborgd worden in de 21ste eeuw?

– Een artikel van Arnout de Vries geplaatst in Secondant

Sociale media zijn breed beschikbaar en worden door jong en oud en onschuldige maar soms ook kwaadwillende personen gebruikt. We kennen sociale media vooral als een geweldig middel om met elkaar verbonden te raken via chat en door (vakantie)foto?s te delen. Toch kan je niet alleen je hart luchten met andere gebruikers, maar ook mensen isoleren, van anderen vervreemden en vernederen. Dit varieert van kleine pesterijen tot regelrechte oorlogsvoering. Want kinderen?gamen online, maar in dezelfde spelletjes zitten vaak ook neonazi?s, zoals in het online oorlogsspel Clash of Clans. Soms zitten zij in eenzelfde chatsessie met jonge, zeer be?nvloedbare kinderen. Toezicht op de online normoverschrijdingen is beperkt, of afwezig.

Het zogeheten trollen als vorm van normoverschrijdend gedrag online neemt toe. Trollen kan beginnen met pesten, maar verergeren tot intimideren en stalken. Het kan slachtoffers zelfs tot zelfmoord drijven. Als dit online gedrag de veiligheid en leefbaarheid schaadt, komt het als verschijnsel in beeld bij de overheid.

Veiligheidsconferentie

In mei dit jaar werd in Londen een internationale veiligheidsconferentie gehouden over ?trolling?. Onderzoekers en specialisten uit bedrijfsleven en overheden vanuit meer dan 15 Europese landen kwamen bijeen om de kansen voor een vernieuwde aanpak te bespreken. Ook de bedreigingen van deze ontwikkelingen kwamen aan bod. Al deze partijen uit de veiligheidssector hebben als doel om het internet veiliger en leefbaarder te maken.*

De techniek heeft zich in de afgelopen jaren zodanig ontwikkeld dat internet een vanzelfsprekendheid is voor veel mensen. Echter, ook anonimiteit door encryptietechnieken en het gebruik van kunstmatige intelligentie worden steeds normaler. De internetgedragscodes veranderen sinds het ontstaan ervan mee, maar: Wat is acceptabel en wat niet? Wat staan we met moderne technologie toe en wat niet? Nieuwe ontwikkelingen bieden nieuwe kansen, maar vormen ook nieuwe bedreigingen. Op het wereldwijde web zijn de meningen verdeeld over hoe ver vrijheid van meningsuiting mag gaan en elk socialemediaplatform hanteert hierbij zijn eigen huisregels. Socialemediaplatforms dulden bijvoorbeeld alleen echte mensen en toch duiken steeds meer valse en machinegestuurde accounts op om te trollen.

Dilemma?s in moeizame aanpak trollen

De conferentie focuste op preventie en interventies in handhaving en vervolging met aandacht voor sociale en technologische innovaties.?Best practices?werden gedeeld, zoals die van John Donovan, werkzaam bij?The Online Hate Crime Hub?van de Metropolitan Police. Sinds 2017 pakken de speciaal getrainde politieagenten online misstanden aan. De Hub onderzoekt meldingen van online haatmisdrijven, waaronder racisme en discriminatie gericht op beperking, religie, of geaardheid en acteren hierop, voor zover mogelijk. Donovan benoemde diverse juridische obstakels bij het trollen, zoals onduidelijke wettelijke kaders die de vervolging van trollen bemoeilijken. Ondersteuning van het slachtoffer staat dan wel centraal bij de Hub, maar als slachtoffers niet willen meewerken aan verdere actie blijven trollen vaak anoniem en ongestraft. Daarmee gaat dan weer geen afschrikkende werking uit tegen herhaling.

Normloosheid van gamingplatforms

Gamingplatforms werden expliciet uitgelicht, omdat het normoverschrijdende gedrag hierin n?g prominenter lijkt. Cybercriminoloog Thomas-Gabriel R?diger vergeleek online games met een fysieke speeltuin: rond de spelende kinderen zien we borden met simpele gedragsregels en ouders die vanaf een bankje wat toezicht houden. Online houdt niemand zo toezicht. Via online??speeltuinen??zoals Minecraft, Roblox en MovieStarPlanet worden steeds meer kinderen het slachtoffer van?grooming, terwijl ouders denken dat ze een onschuldig spelletje spelen.

Online zijn gedragsregels op zijn minst anders te noemen, maar eigenlijk vaak afwezig. Wat vinden we van deze normloosheid? R?diger liet zien hoeveel online groepen met nazinamen in de game Clash of Clans te vinden zijn, hoe die gesprekken verlopen en ook met welk gebrek aan online normen het spel soms gespeeld wordt. Naast dit spel zijn er vele games waarin gecommuniceerd wordt, via tekst, maar ook via spraak, zoals bijvoorbeeld het populaire schietspel Fortnite: 100 spelers strijden tot de laatste overblijft. Een spel waarin de norm lijkt dat online alles geoorloofd is om maar die laatste te zijn.

Sterkte-zwakteanalyse

De conferentie resulteerde op grond van de vele voorbeelden in een sterkte-zwakteanalyse, waarbij kansen en bedreigingen werden benoemd voor een effectievere aanpak voor veiligheidspartijen die trollen willen aanpakken: *

Figuur 1> SWOT-analyse van aanpak trollen door veiligheidsdiensten

Trollen bedreigen de rechtsorde

Trollen vindt niet alleen plaats op individueel niveau. Uit?onderzoek?van?NRC?bleek dat Russische internettrollen op Twitter probeerden anti-islamsentimenten in Nederland aan te wakkeren. Dit gebeurde vanuit een??trollenfabriek? in Sint-Petersburg, het beruchte Internet Research Agency (IRA). Dat beheerde zeker 3841 trol-accounts. Sommige tweets zijn door de nepaccounts verstuurd op de dag van de aanslagen in Brussel, 22 maart 2016, andere ten tijde van de Nederlandse verkiezingen.

Volgens Facebook is 2 tot 3 procent van hun accounts vals, maar experts schatten dat het eerder 10 procent is. Ook Twitter heeft last van miljoenen spookaccounts. Bij de grote zomerschoonmaak verwijderde Twitter?70 miljoen nepaccounts. Facebook blokkeerde zelfs?1.3 miljard accounts.

Internettechnologie

Twitter-directeur Jack Dorsey beklaagde zich er onlangs over hoe fictieve accounts zijn berichtendienst misbruiken. Hij wil weer een gezond debat met echte mensen, maar heeft geen idee hoe de klok terug te draaien. Internettechnologie ontwikkelt zich intussen verder. Volgens sommige trendwatchers is 2018 het jaar van de??social bot??(online robotaccounts die communiceren). Veel omarmen dat in hun klantgerichte dienstverlening. Nu al kan een computer kunstmatig aangemaakte portretfoto?s genereren en voorzien van namen. Accounts aangedreven door kunstmatige intelligentie worden dan een?chatbot. Je kunt nu al een bot maken die praat als president Trump en nieuwe ?Trump-uitspraken? doet op basis van oude uitspraken.

Onder kinderen zijn social bots enorm populair. Opeens kunnen ze chatten met Minions, die precies praten zoals in de film. Minion-bots bieden ook producten aan: ?Heb je al aan papa en mama verteld dat een nieuwe Minion-film uitkomt?? Chinese kinderen vertrouwen hun diepste geheimen toe aan dit soort?bots, terwijl kinderen vaak erg be?nvloedbaar zijn. Papa en mama weten ondertussen niet welke informatie hun kinderen delen en welke informatie gedeeld wordt.

Nederlandse trollen hadden in 2012 al een aantal keren flinke impact. Een jongen twitterde bijvoorbeeld tijdens Project X dat een meisje was overleden. Hij deed dit voor de lol en noemde zich ?hoax creator?, maar dat wisten hulpdiensten, media en maatschappij niet, met alle gevolgen van dien. De jongen werd niet vervolgd, omdat wat hij deed dan wel niet ethisch, maar ook niet ?zomaar? strafbaar was.

Offline en online maatschappij

We stevenen af op een kantelpunt waarin het onderscheid tussen echt of nep steeds lastiger wordt. De jeugd praat graag online met Justin Bieber, ook al weten ze ergens wel dat hij niet echt is. Vele partijen spelen, goed en kwaad, in op deze ontwikkelingen. Alleen met bewustzijn en verantwoordelijkheid, ook onder technologieaanbieders en overheden, kunnen online leefbaarheid en veiligheid in de 21ste eeuw geborgd worden. Samenwerking, juist internationaal, moet hierom volwassener worden. Passende wet- en regelgeving moet die samenwerking ondersteunen.

Door gebrekkige kennis van sociale media en gamen wordt de kloof tussen de offline en online maatschappij alleen maar verder vergroot, zolang hier niks mee gedaan wordt. Die kloof kan kleiner worden door relaties te versterken tussen specifieke groepen en veiligheidsinstanties. Wat staan we toe en waar ligt de grens? Er bestaan al genoeg voorbeelden van bedreigingen die de leefbaarheid verminderen en die de grens al ver gepasseerd zijn. Gelukkig bestaan ook genoeg kansen. Als we deze samen aangrijpen hoeft het niet van kwaad tot nog erger te gaan. <<

Europees project

Het onderzoeksproject MEDI@4SEC brengt de kansen en bedreigingen in kaart die nieuwe communicatietechnologie?n teweegbrengen voor de veiligheid en veiligheidsinstanties. Dit artikel is het derde van een serie artikelen over specifieke thema’s binnen dit onderwerp als: Do It Yourself (DIY) Policing; Rellen en massabijeenkomsten; Dagelijks politiewerk; Dark Web; Trolling en; Innovatieve marktoplossingen. Lees ook het inleidende artikel in Secondant over de kansen van nieuwe communicatietechnieken voor justitie en politie.

Meer informatie over MEDI@4SEC is te vinden op de projectwebsite. Hier zijn ook de volledige onderzoeksrapporten te downloaden zodra deze openbaar zijn.

Bron: Secondant

Veilige Publieke Taak: wat doe je tegen agressie en geweld via social media?

VPTheader

Social media is een onderdeel geworden van de samenleving. Het is een steeds belangrijker middel voor contact met cli?nten, burgers, en pati?nten. Vanwege de opkomst van social media verplaatst een deel van de agressie tegen werknemers met een publieke taak zich daar naartoe. Dit is niet te voorkomen door social media uit te bannen in de organisatie. Wel dien je als organisatie aandacht te schenken aan het voorkomen en beperken en juist afhandelen van agressie tegen medewerkers. De aanpak van ?digitale? agressie komt grotendeels overeen met de aanpak tegen niet-digitale agressie. Maar er zijn ook specifieke invalshoeken die agressie via social media met zich meebrengen.

Aard en omvang
Er is weinig onderzoek gedaan naar agressie en geweld tegen medewerkers met een publieke taak via social media. In de monitor Agressie en Geweld Openbaar Bestuur is gevraagd of het laatste voorval via internet heeft plaatsgevonden. Hier gaf 6% van de volksvertegenwoordigers en bestuurders aan dat dit het geval was. In de VPT-monitor van 2011 is ook gevraagd of het laatste voorval via internet heeft plaatsgevonden, maar dan alleen in het geval van agressie buiten werktijd. Alleen in het onderwijs en waren er respondenten die dit hadden meegemaakt: zowel in het voortgezet als primair onderwijs iets meer dan een half procent van de slachtoffers.

Typen agressie
Agressie en geweld tegen medewerkers met een publieke taak via social media kan op verschillende plaatsvinden. De handreiking Agressie en Geweld biedt een overzicht van vormen van. gedragingen die je ook tegen kan komen via social media zijn bedreiging, belediging, intimidatie, schelden, vernederen, pesten, chanteren, dwingend gedrag, stalken, discriminatie, chantage, smaad/laster en een bommelding via twitter, facebook et cetera.

Medewerkers en organisaties kunnen bijvoorbeeld bedreigd worden met het toebrengen van (zwaar) lichamelijk letsel, met de dood of andere ernstige bedreigingen. Belediging kan de vorm aannemen van uitschelden of bijvoorbeeld pesten. De agressie kan een eenmalig zijn, enkele keren of langdurig aanhouden. Als het stelselmatig aanhoudt, is dit stalking. Agressie kan plaatsvinden op accounts van de medewerker, van organisaties, op internetfora, of op eigen accounts. Ook kunnen fake-accounts medewerkers of organisaties aangemaakt worden waarop agressie tegen de medewerker of organisatie wordt gericht. Al deze gedragingen kunnen ernstige gevolgen hebben voor medewerkers, net als bij niet-digitale agressie en geweld. Het is daarom belangrijk op een juiste manier te handelen bij agressie en geweld via social media.

VPT2

Het belangrijkste bij de-escalatie is bewustwording en training van werknemers hoe met social media om te gaan. De praktische invulling van het de-escaleren bestaat uit twee onderdelen: signaleren en afhandelen.

Signaleren
De belangrijkste voorwaarde voor het beperken van agressie en geweld via social media is dat agressie en geweld gesignaleerd worden. Medewerkers hebben een belangrijke signaalfunctie. Samen met hen wordt een norm afgesproken: bij welke uitingen via social media wordt melding gemaakt binnen de organisatie? Leg de lat hierbij laag. Hoe eerder ook lichte incidenten, zoals schelden gemeld worden, hoe beter deze afgehandeld kunnen worden. De meldingsbereidheid kan bevordert worden via verschillende wegen. Daarnaast kan een organisatie via verschillende manieren agressie en geweld tegen medewerkers of de organisatie signaleren, onder andere door social media te monitoren.

Afhandelen
Belangrijk in het beperken van de agressie en van de gevolgen is de afhandeling van een bericht. De?werkgever, of in overleg, de werknemer, kan zelf de agressie afhandelen door te reageren naar de?afzender. De werkgever dient bij een strafbaar feit aangifte of melding bij de politie te doen, net als bij niet-digitale agressie. Bedenk hierbij dat wanneer de gedraging niet digitaal gepleegd zou zijn, of het dan als strafbaar feit beschouw wordt. Zo ja, doe dan aangifte. De politie verzorgt de opsporing, in overleg met het Openbaar Ministerie. De politie heeft niet zelf onbeperkt mogelijkheden om een anonieme dader, bijvoorbeeld via het IP-adres, op te sporen. Hiervoor hebben zij toestemming nodig van de Officier van Justitie.

Strafbaarheid
Er leven veel vragen over de strafbaarheid van agressie via sociale media. In principe geldt dat alles wat niet-digitaal strafbaar is, ook strafbaar is als het via sociale media gebeurt. Bij bedreiging is het?van belang dat de bedreigde zelf daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging. Ook moet de bedreiging van dien aard zijn en onder zodanige omstandigheden zijn geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat de bedreiging uitgevoerd zou worden. Het maakt hierbij niet uit als een bedreiging via sociale media op een indirecte manier plaatsvindt. Zo vormde het plaatsen van een tekst op internet waarin werd gesuggereerd dat liquidatie van de premier verstandig zou zijn, een strafbare bedreiging. En online kennen we vrijwel alle vormen die in de fysieke wereld ook voorkomen, zoals: bedreigen, beledigen, vernederen, treiteren, dwingend gedrag, chanteren, stalken, sexting (seksuele chantage), discriminatie (sekse, leeftijd, huidskleur, geloofsovertuiging, geaardheid, etc), smaad en laster.
In onderstaande bijlage staat een tabel met de wetsartikelen of jurisprudentie.

Onlangs is ook een interview gepubliceerd van?Mischa Coster, mediapsycholoog, die zich bezig houdt met het effect van media-uitingen op het gedrag van mensen en hoe je als organisatie media kunt inzetten om de doelgroep te be?nvloeden. Hij heeft het over het?psychologische?effect dat consensus (sociale normering) heet. Het nadelige gevolg van het feit dat bepaalde gedragingen steeds vaker online voorkomen en worden gedeeld via social media kanalen maar ook via de televisie, zorgt ervoor dat mensen die zo?n idee hadden maar het niet hebben uitgevoerd, denken ?als iedereen het doet, dan doe ik dat?ook?. Op dat moment wordt het een soort norm dat, wanneer je bijvoorbeeld iemand in elkaar slaat, je het dan online gaat zetten. Ook wordt vaak geweld gebruikt onder jongeren, of wordt geweld online gezet om het aan te kaarten.

Bronnen: Infopuntveiligheid.nl, eVPT.nl, CCV Geweld op School, WouterKleinsman blog

Bekijk het volledige document van expertisecentrum Veilige Publieke Taak (VPT)

Bekijk ook H10 uit onderstaande handreiking over de juridische kanten als je te maken krijgt met agressie:

Of lees ook het?onderzoek ?Professioneel Samenspel?, biedt nieuw inzicht en aanknopingspunten voor beleid.Het onderzoek is in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uitgevoerd door stichting Impact en de Utrechtse School voor Bestuur- en Organisatiewetenschap. In drie gemeenten is een groot aantal gesprekken gevoerd met bestuurders, managers en uitvoerders.
Het onderzoek laat zien dat er grote verschillen bestaan in hoe vaak en hoe krachtig er opgetreden wordt naar aanleiding van incidenten. Vaak wordt er ook, bewust of onbewust, helemaal geen actie ondernomen. Toch is volgens de onderzoekers geen sprake van structurele ?bestuurlijke berusting?. Bestuurders en managers weten lang niet altijd dat er een incident is voorgevallen, laat staan dat ze een systematisch beeld hebben van alle incidenten en trends. Of en hoe wordt opgetreden hangt samen met de manier waarop de problematiek van agressie en geweld in de organisatie wordt ?geframed?: als bedrijfsvoeringsthema, als politiek-bestuurlijk thema of als moreel thema.
Het rapport pleit voor professioneel samenspel van alle betrokken bestuurders en managers. Belangrijke elementen van dit samenspel zijn een gezamenlijke visie en duidelijke spelregels en verantwoordelijkheden. De gemeentesecretaris zou hier meer dan nu het geval is een regierol in kunnen vervullen.