Tagarchief: wet

Handboek voor hulp bij opsporing

Opsporing is niet langer het exclusieve domein van de overheid. Iedereen die dat zou willen kan een bijdrage leveren. Maar hoe kunnen politie en burger(organisaties) samen onze veiligheid en rechtvaardigheid garanderen? En hoe worden wederzijdse verwachtingen in deze samenwerking waargemaakt? Het nieuwe TNO handboek ‘Eerste Hulp bij Opsporing – Handboek Burgerdetectives’ biedt hulp.

Overhandiging handboek hulp bij opsoring

v.l.n.r: Fred Westerbeke (politie), Shanna Wemmers (TNO) en Arnout de Vries (TNO)

De burgerdetectives

Is er sprake van een overheid die burgers betrekt (burgerparticipatie) of van burgers die de overheid betrekken bij misstanden (overheidsparticipatie)? Steeds meer burgers en organisaties onderzoeken misdrijven zoals bijvoorbeeld een fietsendiefstal, ondermijning of oorlogsmisdrijven in Oekraïne en Afghanistan. Deze ontwikkeling is niet te stoppen en wordt aangejaagd doordat data en informatie via sociale media en apps eenvoudig toegankelijk zijn.

Samenwerking essentieel?

TNO doet hier onderzoek naar. En wat blijkt? Burgers hebben niet alleen behoefte aan begeleiding maar men verwacht ook iets terug. Bijvoorbeeld bij een strafzaak. Daarnaast vragen politie en justitie zich af hoe men meer gebruik kan maken van de capaciteit, kennis en kunde vanuit de maatschappij? En hoe aan te sluiten op deze initiatieven? Wat zijn de kansen en wat zijn de risico’s? En hoe ga je daarmee om?

Praktisch toepasbaar

Al deze vragen komen aan bod in het handboek die hulporganisaties kunnen gebruiken om burgerinitiatieven te begeleiden en te ondersteunen. Hierbij gelden de wettelijke regels en politie en het Openbaar Ministerie kunnen aangeven wat de grenzen zijn in de samenwerking met opsporende burgers en het gebruik van informatie die van burgers afkomstig is. Eigenrichting dient te worden voorkomen, in dergelijke gevallen is vervolging van burgeropspoorders die strafbare feiten plegen of andere fundamentele belangen schenden die relevant zijn voor het strafproces, mogelijk. Zo zal de overheid burgers kunnen bekrachtigen waar dat kan, begrenzen waar dat moet en zich inzetten om de veiligheid van alle betrokkenen te beschermen.

In het handboek komen 24 onderzoeksmethodieken aan bod. Deze zijn vanuit de opsporingspraktijk van de politie vertaald naar de praktijk van de burgerrechercheur. De toelichtingen op de methodieken worden gegeven aan de hand van een voorbeeldmisdrijf.

Eerste Hulp bij Opsporing, Handboek Burgerdetectives

Het door TNO ontwikkelde handboek is een kennisbundel gericht op burgers, organisaties en beroepsgroepen die hulp bieden aan slachtoffers van misdrijven. Denk hierbij aan politie, gemeenten, verzekeraars, advocatuur, onderzoeksjournalisten, particuliere recherchebureaus of vrijwilligersorganisaties”.

Lees of download hier het gehele boek.

Bron: TNO

CopWatchers

copwatcher

Andrew Henderson, 31, draagt een blauw t-shirt waarop staat “Blijf kalm en film de politie”in een van zijn honderden?YouTube-video’s. In een andere heeft hij een hoodie aan met “COPWATCH”. “Verschillende organisaties doneren t-shirts en truien” vertelt Henderson. Na een wedstrijd over de vraag “Waarom ik de politie film?” georganiseerd?door CopBlock.org, kreeg hij weer een hele stapel.?Henderson doet al vijf jaar aan ‘ copwatching’, een fenomeen dat groeit na elk (schiet)incident waar opnames van gedeeld worden.

Het aantal apps om de politie te filmen groeit bijna net zo hard als het aantal incidenten. Velen worden door burgers zelf gemaakt, soms zijn het stichtingen en organisaties die opkomen voor bijvoorbeeld mensenrechten. Het bekendste voorbeeld is de ACLU Police Tape app, maar er zijn ook apps als Y-STOP, Hands-Up, Mobile Justice, SideKik en Five-O.

keep-calm
Henderson is lid van een?informele burgerorganisatie COPWATCH, die ooit in 1990 begon in Berkeley, Californi? nadat bewoners genoeg hadden van de?intimidatie van daklozen en jeugd. Vorige maand werd Henderson nationaal nieuws toen hij een hooggeplaatste agent in St. Paul bekritiseerde op Facebook nadat die commentaar op Black Lives Matter aanhangers had. De agent trok aan het kortste eind en kreeg verplicht verlof.

Een anonieme tipgever wees?Henderson op een Facebook-reactie op een verhaal geplaatst over een geplande Black Lives Matter protest. Hier is de volledige tekst van wat luitenant Jeff Rothecker van?St. Paul schreef op Facebook:
copwatchers1

Henderson legt uit dat het niet moeilijk was om de identiteit van de agent te bepalen. “Ik zocht wat verder op?Facebook en vond zijn vrouw. Daarna checkte ik hun?huwelijksakte. En daarna was het makkelijk”. Nog even zoeken op Google en Pipl en hij kwam erachter dat?Rothecker de 2e vice-president van de Minnesota Fraternal Order of Police?was, onderdeel van ’s werelds grootste politievakbond.

Zodra hij Rothecker’s identiteit had geverifieerd, belde Henderson de politie om een klacht in te dienen over deze?agent. Rothecker is naast zijn verlof inmiddels ook?teruggetreden uit zijn functie bij de vakbond en bood?zijn verontschuldigingen aan Black Lives Matter aan. De groep wees?zijn excuses af en eiste strafrechtelijke vervolging.

Na de klacht van Henderson werden al snel vergelijkbare Facebook berichten gevonden van de agent in kwestie. Burgemeester Chris Coleman veroordeelde het gedrag Rothecker. “Ik blijf verontwaardigd over dit?online commentaar,” zei hij. “Hoewel een verontschuldiging zeker op zijn plaats is, is het niet voldoende om het vertrouwen te herstellen,” vervolgde hij. “Ik kan helaas niet aangeven welke?disciplinaire maatregelen worden genomen, omdat de wet mij verbied erover te praten totdat de periode om er tegen?in?beroep te gaan voorbij is.”

Als je even een blik werpt op?The Drewks, het YouTube-kanaal van Henderson zie je in video na video dat?de politie van Minnesota zich misdraagt. In de eerste?video legt hij uit waarom hij?copwatcher is geworden: nadat hij getuige was van een heftige?woordenwisseling tussen een andere inwoner en?de politie. “Ik filmde hen en deelde het publiekelijk om de politie ter?verantwoording op te roepen. Ook al omdat de politie anders?niet ter?verantwoording wordt geroepen.”

Het filmen van de politie is geen rustige hobby. In mei 2015?werd?Henderson achter het hoofdbureau van St. Paul aangehouden, omdat hij op het priv?terrein van het politiebureau stond. Een andere keer werd hij aangehouden voor wanordelijk gedrag voor het filmen van de politie, maar al snel werd hij daarvoor weer vrijgelaten.

Het rassenconflict?is al?een lange tijd iets waar Henserson zich over verbaast. “Ik ben opgegroeid in de stad. Ik ben geen blanke jongen uit een?buitenwijk”, verklaart hij. Henderson groeide op in een volkswijk vol allochtonen. “Als kind kon het me niets?schelen, het was gewoon mijn buurt” herinnert hij zich. “Ik had zowel zwarte als Hmong vrienden.” Pas later toen hij verhuisde naar?een overwegend blanke buurt?werden de verschillen hem duidelijk. “Die mensen spraken me anders aan en behandelden me anders,” zegt hij.

Het is niet zoals Henderson de conflicten tussen burgers en de politie opzoekt, verzekerd hij.?Maar als hij het tegenkomt, zal de?camera altijd aangaan. Hij is vrijwel altijd wel aanwezig bij Black Lives Matter protesten, hoewel hij zich niet de organisatie ervan bezighoudt.

De overheid houdt zelf niet bij?hoeveel politieagenten ontslagen of veroordeeld zijn tot gevangenis voor mishandeling van burgers. Uit een onderzoek van de Washington Post blijkt dat in 10 jaar tijd, tussen 2005-2015, slechts 54 ambtenaren zijn veroordeeld, ondanks duizenden fatale politie schietpartijen. In de afgelopen jaren?hebben een aantal?high-profile gevallen van vermeend politiegeweld en moorden geen gevangenisstraf voor agenten opgeleverd.

In?Minnesota zijn er niet veel cop watchers. Volgens Henderson zijnde meeste leden actief in Californi?, New York en New Hampshire. Een stadje nabij New Hampshire zet een extreem voorbeeld met de website Free Keene, bijna een Mekka voor copwatchers.?De groep?cop watchers?houdt wel actief online?contact en organiseert ook meetups.?Vorig jaar woonde Henderson een cop watchers conferentie bij?in New York City. “We hebben veel geleerd over de beste tactieken om de politie te filmen”, zegt Henderson. “Zo moet je altijd eerst je eigen voeten filmen en vervolgens inzoomen op het incident. Op die manier kan een cop watcher altijd bewijzen hoe ver hij van een incident stond”.

Er komen ook?ethische dilemma’s kijken bij copwatching. “Bijvoorbeeld hoe je omgaat?met de mensen die je filmt” vertelt Henderson. Hij maakt zijn aanwezigheid altijd bekend, zegt waarom hij er is, en dat hij er is om te helpen. En soms is het niet ethisch om bericht video online te plaatsen als de persoon die in beeld is minderjarig is of als de politie er was voor medische hulpverlening.

Op de vraag of Andrew?Henderson zou overwegen om een baan bij de St. Paul politie aan te nemen als intern onderzoeker schrikt hij terug en zegt heel duidelijk NEE. “Ik denk dat het makkelijker is om dit werk te doen vanuit de?buitenwereld. Politie-afdelingen die zichzelf onderzoeken vinden zich vrijwel nooit ergens schuldig aan. En langs de buitenkant gaat het ook veel sneller en eenvoudiger.”

In de tussentijd blijft Henderson zijn best doen: filmen wat hij ziet en dit delen met de wereld.

 

Peaceful Streets Project

Een andere bekende activist tegen politiegeweld is Antonio Buehler die als 34 jarige veteraan de politie filmde terwijl die een vrouw mishandelden. Buehler werd zelf ook gearresteerd en richtte daarna de?Peaceful Streets Project op. Sindsdien is hij tientallen malen gearresteerd voor het filmen van de politie en hij strijd nog steeds tegen politiegeweld en misbruik van macht. Hieronder zijn verhaal:

Wil je meer weten of het filmen van de politie, ook in landen als Nederland? Of het filmen dat de politie zelf ook steeds vaker doet met bodycams? Lees dan deze blogs over filmen van de politie, de wet-en regelgeving erover?en het effect van inzetten van bodycams?of drones met camera’s.

Bronnen: Fusion, CopBlock, Film The Police

 

Zelf foto’s of filmpjes online plaatsen: mag dat?

fotosdelen

Mag je als burger eigenlijk wel foto’s of filmpjes online plaatsen, en mag een ander die weer delen?

Bij zeer ernstige misdrijven mogen burgers foto’s of filmpjes van verdachten op internet zetten. Althans als het de opsporing dient. Dat schrijft? politiechef Henk van Essen, destijds politiechef?van politie-eenheid Den Haag, in een opiniestuk in AD Haagsche Courant. Wel benadrukt hij dat de burger ‘de zorgvuldigheid in acht moet nemen.’? In dat geval is er sprake? ‘een gezonde vorm van burgerparticipatie’. ‘Wat mij betreft is het recht op privacy? geen absoluut recht’, stelt Van Essen. ‘Je hoeft het in Nederland niet te verdienen, maar je kunt het wel degelijk verliezen. Bijvoorbeeld wanneer je ernstig strafbare feiten pleegt en fors letsel toebrengt aan anderen. Dan loop je het risico dat het belang van het slachtoffer groter is dan je eigen belang.’

Geen eigenrichting
‘Natuurlijk moeten zulke filmpjes van verdachten op internet niet leiden tot eigenrichting’, schrijft de korpschef. ‘Maar volgens mij is dat ook helemaal niet het doel. De filmpjes moeten leiden tot herkenning, opsporing, aanhouding en vervolging van de verdachten’.?Met zijn uitspraken gaat Van Essen tegen de richtlijn van het College Bescherming Persoonsgegevens, dat in 2011 nog pleitte voor hoge boetes voor mensen die foto’s van verdachten verspreidden. Ook politie en Openbaar Ministerie gaan zeer terughoudend om met het verspreiden van beeldmateriaal van verdachten.
Intussen zijn er vele voorbeelden van mensen die het wel doen, van het slijterijmeisje tot aan pomphouder Tausch.?

Onderstaand stuk is van Roy Johannink, Eveline Heijna en Miranda Brummel?van VDMMP. Deze?tekst is eerder gepubliceerd in?Sociale media veranderen het Veiligheidsdomein en ook geplaatst in Digitale Dialoog, de sociale media almanak voor gemeenten.

Met de komst van sociale media zijn de meest pikante en aanvullende details over crisissituaties snel te vinden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan: foto?s, filmpjes, geluidsfragmenten, namen of andere persoonsgegevens van daders en slachtoffers. Via Twitter, Facebook of YouTube is alles bijna al bekend, voordat de overheid is ingelicht over het incident. Bij een incident verschijnen vaak binnen het half uur namen en foto?s van slachtoffer(s) en/of verdachte(n) op sociale media.

Met name het privacybelang speelt in deze zeer sterk. In het artikel ?Politie kiest steeds vaker opsporingsbelang boven privacy? van het Algemeen Dagblad van maandag 29 juli 2013 is te lezen dat de politie (in afstemming met justitie) steeds vaker het opsporingsbelang verkiest boven het privacybelang. ?De politie heeft voor de tweede keer in korte tijd een foto van een verdachte op internet geplaatst, enkele uren nadat hij een overval zou hebben gepleegd.? In het artikel komt advocaat Inez Weski aan het woord. Ze vindt het plaatsen van een foto buitenproportioneel, of het moet vallen binnen bepaalde voorwaarden: ?Iemand moet bijvoorbeeld een gevaar vormen voor het publiek. En er moeten weinig andere mogelijkheden zijn om iemand op te sporen.? Het zijn twee voorwaarden waar volgens het artikel steeds minder vaak rekening mee wordt gehouden. Of sociale media (lees: de snelheid en het bereik van deze middelen) hier de oorzaak van zijn, daar gaat het artikel niet op in. Maar het is voorstelbaar.

Een ander belang waar privacy soms voor moet wijken is nieuwswaarde, zo valt te lezen op www.websiteiusmentis.com van ICT-jurist Arnoud Engelfriet. Ook al mogen foto?s en filmmateriaal niet worden gepubliceerd zonder toestemming van de persoon die op de foto of film staat, Engelfriet zegt dat soms het privacybelang van de persoon op de foto door de rechter wordt afgewogen tegen de nieuwswaarde van de publicatie. Maar wanneer heeft iets nieuwswaarde? In het geval van incidenten is het voorstelbaar dat bijna alle foto?s en filmpjes nieuwswaarde hebben. Maar wat vinden nabestaanden daar van? Slachtofferhulp Nederland is daar duidelijk over in haar onderzoek ?Publiek bezit tegen wil en dank?, de privacy van slachtoffers en nabestaanden is in de praktijk slecht beschermd in de media.

Nu burgers besluiten zelf film- of fotobeelden van verdachten te delen via sociale media, betekent dit dat privacy nog slechter wordt beschermd in de sociale media? En wat voor betekenis hebben deze beelden voor de maatschappelijke impact. Zaken als het gefilmde geweldsincident rondom de bekende voorbeeld van de kopschoppers in Eindhoven roepen bij burgers veel reacties op. Dit lijkt zijn weerslag te hebben op het aantal meldingen van geweld bij Meld Misdaad Anoniem. Volgens de directeur van de anonieme meldlijn gaan de gesprekken steeds vaker over gewelddadige delicten die veel publieke verontwaardiging oproepen.

Maar met de snelheid en het bereik van sociale media zullen we steeds vaker de volledige beelden zien van slachtoffers en/of daders. Zonder balkjes. Of het nu gaat over de bestormers van het Maasgebouw bij De Kuip, of om Robert M. in de Amsterdamse Zedenzaak. Het privacybelang gaat steeds vaker ondergeschikt worden, door media ?n door de maatschappij. Of dit terecht of onterecht is, is aan de rechter om te bepalen.

In de uitzending van Hollandse Zaken van 13 juni 2013 is stil gestaan bij de gevolgen voor de verdachten. Hierbij is onder meer gesproken over de vraag: hoe heilzaam is internet bij het opsporen van overvallers en geweldplegers? En wat als er twijfels bestaan over de beschuldigingen? Vier jongens uit Krimpen aan den IJssel worden in april 2013 beschuldigd van de mishandeling en beroving van een meisje van 9 jaar oud. Ze worden binnen een paar dagen met naam en toenaam op internet gezet als ‘de helden van Krimpen’ en daarna in het dorp scheef aangekeken. De vader van ??n van de jongens uit Krimpen legt in Hollandse Zaken uit wat ‘vogelvrij op internet’ betekent voor zijn leven. Het is niet geheel vreemd dat familieleden van verdachten of slachtoffers de gevolgen ondervinden van een incident. De familie van een ?ponyplet-filmer? waarin pony?s door volwassenen worden bereden, heeft zelfs moeten onderduiken onder andere als gevolg van bedreigingen en inbraak. Kortom: zelfs mensen die niets te maken hebben met het incident, ervaren de vervelende gevolgen ervan.

Er zijn incidenten bekend waarbij mensen met toevallig dezelfde naam aan een incident werden gelinkt, waarna ze allerlei negatieve reacties inclusief bedreigingen ontvingen. Misschien wordt het tijd voor een maatschappelijke discussie: wat betekent het voor de maatschappij als we zelf gebruik maken van sociale media om verdachten op te sporen? En nog belangrijker is de vraag: wat is de impact op slachtoffers? Op de familie en andere betrokkenen? En op de daders? Wanneer worden bijvoorbeeld lagere straffen gegeven, omdat verdachten al voldoende zijn gestraft op de sociale media? In hoeverre is dat een straf die zich kan meten met reguliere strafmaatregelen? Alleen die vraag al is voer voor flinke discussie.

Maar ook de overheid gebruikt sociale media bij het opsporen van daders. Rijnmondveilig. nl informeert en alarmeert de bewoners uit de regio Rotterdam-Rijnmond bij incidenten, rampen en crises 24 uur per dag, 7 dagen per week. Behalve via de website, SMS, e-mail, Twitter en Facebook wordt ook informatie verspreid via reclamebeeldschermen in de openbare ruimte. De politie heeft ze al gebruikt voor de opsporing van hooligans en daders van berovingen. Dat had een grote impact op de daders, zodat enkelen zich direct hebben gemeld.

Ook diverse deelnemers van onze workshops blijken ervaringen te hebben met mensen die foto?s maken van bijvoorbeeld slachtoffers in opvanglocaties. Soms plaatsen ze deze ook op sociale media. Als Engelfriets uitleg wordt gevolgd, dan mag dit niet.

Immers: ?Elk opzettelijk filmen of fotograferen in woningen of niet-publieke plaatsen is verboden tenzij dit vooraf duidelijk is afgekondigd.? Hij baseert zich op artikel 139f Wetboek van strafrecht. Dit levert uiteindelijk maximaal zes maanden cel op. Tijd dus om in opvanglocaties bordjes te plaatsen met ?filmen en fotograferen verboden??

Hoe nu hier mee om te gaan?
Welke impact de gevolgen hebben, is nog niet duidelijk. Bijvoorbeeld bij het incident bij Baflo, waarbij een jonge vrouw en een politieagent om het leven kwamen, deed op een gegeven moment een foto van een verdachte de ronde en de afgebeelde persoon bleek de verdachte helemaal niet te zijn. Op sociale media ben je voor altijd gelinkt aan het incident door zo?n foto. Online haal je de onjuiste link nu eenmaal niet eenvoudig weg. Op welke wijze je daar last van hebt voor de rest van je leven, is nog onduidelijk.

Naar de effectiviteit en de gevolgen van het gebruik van sociale media bij vermissingen in Nederland is (nog) geen onderzoek gedaan. Op dit moment rond een studente criminologie in samenwerking met adviesbureau VDMMP en Stichting ZoekJeMee een onderzoek af. De centrale onderzoeksvraag luidt: ?Wat is het effect van het gebruik van sociale media door burgers bij vermissingen?? Onderzocht is op welke wijze burgers gebruik maken van sociale media bij vermissingen.

Volgens O?Keeffe en Clarke-Pearson (2011) zijn we ons niet bewust van de privacygevoelige informatie die op internet gezet wordt. Het kan zijn dat er te veel of zelfs valse informatie op sociale netwerken terechtkomt. Informatie die online komt, blijft online staan. Maar uitgebreid onderzoek is hier nog niet naar gedaan. Maar het is aannemelijk dat je er last van kunt hebben bij sollicitaties bijvoorbeeld. En als het aan Harm Brouwer ligt, tot 2011 voorzitter van het College van procureurs-generaal, komt er in Nederland alsnog een breed maatschappelijk debat over de actieve rol van burgers bij de opsporing van misdrijven en verdachten. ?We leven in een tijdperk van revolutionaire ontwikkelingen op het gebied van communicatie en informatisering en de digitalisering van de samenleving. Moderner is wat ik de ?YouTubisering? zou willen noemen. Burgers onderzoeken andere burgers en zetten hun bevindingen klakkeloos op het internet. Bijvoorbeeld filmpjes van hoe de buurman zwart aan het klussen zou zijn of weblogs van hobbyclubs over de vraag waarom toch niet de voor het feit veroordeelde persoon X, maar persoon Y de werkelijke dader is. Feitelijk gaat het niet alleen meer om burgeropsporing, maar meteen ook om burgervervolging.? (Uit: Social Media DNA). Wij volgen vanuit adviesbureau VDMMP Brouwer in deze: laat er maar een maatschappelijk debat komen.

Bronnen:?AD,?Hulpverleningsforum,?www.websiteiusmentis.com.?Deze?tekst is eerder gepubliceerd in?Sociale media veranderen het Veiligheidsdomein en ook geplaatst in Digitale Dialoog.

Online muziek: wanneer is het wettelijk bedreigend?

musicthreat
Wanneer zijn?(online) muziek of liedteksten zo bedreigend dat de wet wordt overtreden?

Het internet staat?bomvol met harde taal op blogs en fora en er zijn veel gewelddadige YouTube-kanalen gewijd aan de donkere en bijzondere fantasie?n. Maar wanneer moeten dreigingen serieus genomen worden?

Het Hogere gerechtshof in de Verenigde Staten heeft zich ook weer eens gebogen over die vraag.

Enige jurisprudentie was er wel, zoals?Anthony Elonis?uit Pennsylvania die in 2010 werd veroordeeld voor het bedreigen van zijn vrouw op Facebook (ontvoering en moord). Elonis kreeg 44-maanden en schreef tientallen berichten in de vorm van dichterlijke rapteksten, die hij nabootste van nummers van rapper Eminem. Die spreekt immers ook in zijn nummers over het verkrachten en doden van zijn, inmiddels ex-vrouw, Kim. Het gerechtsdossier beschrijft hoe gedetailleerd Elonis “iemand” zijn vrouw zou laten doden met een mortiergranaat en ermee wegkomt, en in een ander bericht op de?Facebook wall van zijn schoonzus praat hij over het gebruiken van zijn zoon die voor de “moedermoord” op Halloween een masker van haar zou dragen. Het gerecht zat niet alleen met?vragen over hoe serieus je deze online bedreigingen nu moet nemen, maar ook of deze bedreigingen gezien kunnen worden als kunstzinnige uitingen. Donkere en soms gewelddadige uitingingen zijn bovendien?een deel van de internetcultuur, waardoor het moeilijk is om onderscheid te maken tussen een onschuldige ziekeling, een creatieveling of?gevaarlijke dreiger.

Timothy Zick, hoogleraar aan de William & Mary Universiteit in Williamsburg, legt uit:?”Als de dreiging op muziek is gezet, of gerapt wordt, kan het nog steeds gestraft worden? Het antwoord is ja, zolang aan de norm is voldaan. Alleen het toevoegen van rijm,?muziek [of beweren dat het kunst is] is niet voldoende om je tegen vervolging te beschermen. “. Wel is het zo dat dit soort uitingen?zelden vervolgd worden als ze bijvoorbeeld in de muziek worden gebruikt, en echte bedreigingen zijn lastig te bewijzen. Bedreigingen hebben een nauwe?definitie, waarin het doelwit ernstige emotionele nood moet voelen of waarbij ernstige fysieke schade dreigt en deze persoon ook aangifte moet doen, waarbij aan de jury of rechtspraak wordt overgelaten of de opmerkingen volgens het recht?bedreigend kunnen zijn.

Online bedreigingen zijn vaak grimmiger. Bijvoorbeeld vrouwen en minderheden krijgen?bijvoorbeeld op Twitter?veel dreigingen over zich heen?online, maar boeken zelden resultaat als ze er aangifte van doen. Ook kinderen zijn gevoelig voor het groeiende probleem van cyberpesten, dat grote gevolgen kan hebben?voor hun leven, in sommige gevallen zelfs kan leiden tot zelfmoord (gepeste kinderen hebben een dubbele kans). Social media platformen worstelen nog steeds, getuige de Safety Centers?waarin ze een aanpak zoeken samen hun?eindgebruikers. Zelfs wanneer expliciet gewelddadige bedreigingen worden gemeld aan de politie, worden?ze vaak niet serieus genomen en afgedaan als grappen of loze dreigementen.

Online communicatie wordt nu eenmaal anders behandeld. Het is veel moeilijker om de intenties en emoties van een poster?vast te stellen. Zick legt uit: “De doctrines in de VS zoals in het First Amendment staan zijn ontwikkeld met de fysieke ruimte in het achterhoofd – de zender en ontvanger?is daarbij in dezelfde ruimte.?Deze fysieke nabijheid be?nvloedt de manier waarop zaken als het aanzetten tot geweld, bedreiging en intimidatie worden?ervaren, ook door getuigen, en ook hoe ze in het licht staan van doctrines over vrijheid van mening.” Er zijn in de VS drie federale wetten en tientallen staatswetten die toegepast kunnen worden op online berichten?en ze hebben grotendeels betrekking op cyberstalking, cyberbulling of cyberharassment. Maar die wetten verschillen per staat en zijn niet altijd expliciet genoeg over internet of andere digitale communicatie, en zien die vormen gewoon als een ander type straat, kroeg of klaslokaal waarin de communicatie?plaatsvindt.

Zick geeft toe dat het erg lastig is om kunst en bewuste gewelddadige intenties uit elkaar te trekken. Hij vroeg zijn studenten daarom om teksten te beoordelen uit liedjes die opgeschreven zijn op papier te vergelijken met uitgesproken teksten tijdens een optreden. “Die context maakt al verschil. Veel studenten waren minder zeker na het beluisteren en bekijken van de optredens,?zowel over de vraag of de artistieke elementen ertoe deden en over de vraag of de norm was overschreden,” zei hij.

Het Hooggerechtshof zou kunnen besluiten om het zekere voor het onzekere te nemen en de kant van de vrijheid van meningsuiting te kiezen. In dat geval moet bewezen worden dat de afzender van de boodschap echt?van plan is iemand wat aan te doen. Het alternatief is dat de dreiging een misdrijf is als, in het Amerikaanse rechtssysteem, een “‘redelijk persoon’ de berichten?als bedreigend zou?beschouwen.”. Zick zegt erover: “Aan de ene kant willen we kunstvormen als rap niet?in gevaar brengen. Aan de andere kant willen we niet te laat handelen als mensen hun bedreigingen als artistieke uitingen plaatsen”, zei Zick.

Bronnen: Thinkprogress.org

VKontakte en homolokkers

anti gay rights protester

Na de pedojagers zijn er sinds enige tijd?ook homolokkers in Rusland die social media gebruiken.?Het was?een nieuwe rage in Rusland: jonge homo?s via de sociale netwerken verleiden tot een afspraak en ze vervolgens vernederd aan de?schandpaal nagelen?op het internet. En dat onder het mom van bestrijding van pedofilie.?Het gaat zo: meestal neemt iemand via VKontakte, het Russische Facebook, contact op met het toekomstige slachtoffer. Vervolgens wordt er wat erotisch heen en weer gechat en dan volgt er een afspraak. De ene keer bij iemand thuis, de andere keer gewoon op straat.

Wat er dan gebeurt loopt uiteen. Soms wordt het slachtoffer ‘alleen maar’ uitgescholden. In andere gevallen dwingen de belagers, meestal in een groep, het slachtoffer zich uit te kleden en naakt in een badkuip te gaan zitten en een ‘bekentenis’ af te leggen, met een kunstpenis in de hand. Of hij krijgt urine over zich heen. Of hij wordt roze geschilderd.

Het slachtoffer wordt gedwongen te vertellen hoe hij heet en waar hij werkt of op school zit. En alles wordt gefilmd en op Youtube, op de site van?antipedofil.org?of op de pagina van de VKontakte-groep gezet. Hoewel de situatie steevast dreigend is, wordt er weinig rechtstreeks fysiek geweld gebruikt. Het gaat in de eerste plaats om de vernedering.?Er zijn maar weinig Russen die homoseksualiteit accepteren, dus de slachtoffers schamen zich dood.

Volgens sommige?bronnen?houden zich in Rusland inmiddels zo’n vijfhonderd groepen met zulke praktijken bezig. De bedenker ervan is Maksim Martsinkevitsj, een beruchte neo-nazi uit Moskou die luister naar de bijnaam Hakmes. Hij heeft laten weten met zijn actie de pedofilie in zijn land te willen bestrijden. Een merkwaardig argument. De slachtoffers zijn juist meestal jonge jongens, die door oudere mannen worden verleid tot seks, al dan niet tegen betaling.

De filmpjes zijn razend populair. De meeste worden tienduizenden keren bekeken.

Gelukkig worden ze wel aangepakt.?De politie heeft in de stad Kamensk-Oeralsky huiszoeking gedaan bij leden van Occupy Paedophilia. Bij de actie werd een flink aantal slag- en steekwapens in beslag genomen. De actie in de Oerol-stad is opmerkelijk: vaak treden de autoriteiten niet of nauwelijks op tegen dit soort verschijnselen. Leden van het Centrum voor Preventie van Extremisme en van de geheime dienst FSB deden invallen op drie adressen. Ze arresteerden elf mensen die worden verdacht van mishandeling. Op YouTube staan meer dan 30.000 filmpjes over?Occupy Paedophilia. Hieronder twee filmpjes die aantonen hoe heftig het kan zijn.?Let op! Onderstaande beelden bevatten schokkend materiaal:


Gelukkig zijn er ook dappere burgers die social media gebruiken. Zo is er?Kirill Maryin, een tiener uit Novosibirsk (een van de 3 grote steden uit Rusland) die vanaf zijn Twitter account (@ru_lgbt_teen) met de beschrijving “Gay Teen from Russia” die een oproep doet met de foto van een SOS logo en bio: ?World, help us! I plead you! History must not happen again!?. Vanaf zijn account vraagt hij aandacht voor de ontwikkelingen. Ook tijdens de aandacht ervoor tijdens de Olympische Spelen in Sochi met alle regenbogen na het aannamen van een wet die ‘gay propaganda’ verbiedt?(net als Uganda recent deed) en de zaak tegen Pussy Riot. Sommige landen zijn voor homoseksuelen die online erg actief zijn dan ook een risico, zoals dit artikel?duidelijk?uitlegt.

De online strijd woekert voort. Op VK is de groep children 404?een van de grootste bewegingen geworden. Het verwijst naar de internet foutmelding ?404 not found? omdat de Russische autoriteiten doen alsof homo’s niet bestaan.

elena_klimova

Lena Klimova?op bovenstaande foto is?oprichter van ‘Children 404’ en is recentelijk gearresteerd?voor homo propaganda. We zullen zien wat de wetgeving zegt over retweeters, likers en bloggers…

 

Bronnen: NOS, Guardian, BBC, Huffington Post, The Atlantic

Schaduwen of volgen op Twitter?

image

Interessant bericht?bij Ouders Online waar ?digitaal wijkagent??Boudewijn Mayeur ingaat op de vraag: Mag de politie jongeren volgen op Twitter?

Het lijkt een gekke vraag ? Twitter is bed?eld om mensen te volgen, dus wat maakt het beroep van de volger nu uit? Maar voor de politie is dit toch niet zo?n heel gekke vraag, aangezien het ?volgen of stelselmatig diens aanwezigheid of gedrag waarnemen? van een burger volgens de wet alleen mag bij verdenking van een misdrijf en op bevel van de officier van justitie. En dat is letterlijk wat je bij Twitter doet.

Ook Petra de Boevere, op internet ?het meisje van de slijterij?, startte vorige week een discussie op haar blog, omdat haar zoon op Twitter werd gevolgd door de jeugdagente. Had Twitter maar een andere term bedacht dan ?volgen?, denken we wel eens ? maar dat terzijde. De Boevere?beschrijft?hoe ze haar 15-jarige zoon, ?een onderzoekende avontuurlijke puber?, opvoedt en leert wat hij online mag en kan en moet. Maar toen ze in zijn volgerslijst de jeugdagente ontdekte, gaf ze hem opdracht haar te?blocken. ?Als er een probleem is moet ze bij mij zijn?. Ze vraagt zich af of er criteria zijn om minderjarigen te volgen. ?Zijn dat de jongeren die ooit in aanraking met de politie kwamen? Of verdacht zijn? Worden ze gevolgd om ze te intimideren?? De Boevere belde de politie met haar vragen maar kreeg geen bevredigend antwoord. Ze houdt het er op dat je als overheid ook te persoonlijk kunt zijn. ?Afgezien nog van het feit dat die jongeren zich de tering schrikken als ze ineens gevolgd worden, zich afvragen wat ze hebben gedaan en zich ge?ntimideerd voelen. Of niet eens durven?blocken?omdat ze bang zijn dat dat een negatief effect zal hebben?.

Bij de vraag over het verschil tussen volgen op Twitter en volgen in de zin van ?structureel in de gaten houden? zit volgens Mayeur de kern van de vraag in het doel van het volgen, in wat er met die informatie gedaan wordt. Het doel van Twitter, en dus van het?followen?van mensen, is contact leggen en onderhouden. ?Twitterende agenten doen daarmee precies hetzelfde als wat ze op straat ook doen, namelijk zichtbaar en aanspreekbaar aanwezig zijn. Participeren dus. Actief informatie brengen, en beschikbaar zijn voor burgers?. ?Anders is het wanneer de politie iemand gericht in de gaten gaat houden via Twitter, door nauwkeurig vast te leggen wat diegene zegt of doet, waar, wanneer, en met wie? .

Arnoud Engelfriet geeft op zijn?blog zijn interpretatie van deze wetgeving:

‘Het idee achter het wetsartikel (art.?126g Sv) is dat stelselmatig volgen, observeren of registeren van gedrag van burgers door de politie een ernstige inbreuk op de privacy is. Kernwoord is ?stelselmatig?: dat een agent vijf minuten achter je aanrijdt of toevallig ziet dat je een winkel in gaat, is niet verboden. Maar zou hij datzelfde de gehele dag doen, of met een opschrijfboekje voor je deur zitten om vast te leggen wanneer je naar binnen en buiten gaat, dan wordt het een ander verhaal.

Je kunt je echter afvragen of volgen op Twitter valt onder het soort volgen of ?gedrag waarnemen? waar dit artikel op doelt. Het artikel is immers geschreven voor fysiek volgen en fysiek waarnemen, hoewel ook het aanwenden van een technisch hulpmiddel wordt genoemd ?voor zover daarmee geen vertrouwelijke communicatie wordt opgenomen?. Dit zou een GPS-beacon kunnen zijn, maar volgens de letter is een browser met Twitter ook zo?n hulpmiddel. Het neemt immers geen?vertrouwelijke?communicatie op.

Het opnemen van telefoongesprekken of aanbrengen van afluisterapparatuur is elders geregeld, net als het vorderen van digitale communicatiegegevens of opgeslagen priv?gegevens bij de provider. Zo regelt?artikel 126m?het opnemen van ?niet voor het publiek bestemde communicatie die plaatsvindt met gebruikmaking van de diensten van een aanbieder van een communicatiedienst?. Dat lijkt?wetssystematisch beter te passen bij het opvragen van Twitterberichten ? hoewel daarbij natuurlijk sprake is van w?l voor het publiek bestemde communicatie, mits de twittercommunicatie niet op slot zit.

Maar eigenlijk is de vraag of het h??rt te mogen, interessanter dan of het wetstechnisch mag. Enerzijds lijkt er niets op tegen, want je vertelt vrijwillig de hele wereld wat je doet dus wat is het probleem dat een agent meeleest. Anderzijds heeft het wel degelijk z?n weerslag als je w??t dat een agent meeleest. Net zoals er niets op tegen is dat een agent aan het verkeer deelneemt maar je t?ch anders auto rijdt als er een politiewagen achter je zit. Zeker als dat tien minuten lang het geval is.

Maar goed, dat is de echte wereld. Een agent in je nek is een stuk indringender dan in je logfile of Twittervolgerlijst. Plus, het is niet zo dat je Twitter op m?et, terwijl je de straat w?l op moet als je iets te eten wil krijgen. En je kunt bij online media genoeg maatregelen nemen om oom agent te ontlopen.

Een sterker tegenargument vind ik dat het zo wel ?rg makkelijk wordt om massaal iedereen te volgen en te zien wat men uitspookt. Volg heel Nederland, hang er een leuke logging en keyworddetectie aan en je hebt een prachtig systeem ter bestrijding van allerlei misdrijven. Dat kan toch ook weer niet de bedoeling zijn. Of is het niet meer dan gewenning?’

Bronnen: blogbijdrage?van Arnoud Engelfriet , ?Cops in Cyberspace, Maxius?en OudersOnline

Juridische lacunes bij Project X tweet?

RTLNieuws
Hoorn wil de kosten die zijn gemaakt om een tweede ?Project X? te voorkomen, in rekening brengen bij de de jongen die het feest wilde organiseren. Het gaat ruwweg om 20.000 tot 30.000 euro.Een 16-jarige jongen uit Hoorn verspreidde via Twitter een oproep om naar een illegaal evenement in de stad te komen. Ook vroeg hij mensen met veel volgers het bericht te retweeten. Hierdoor bereikte het bericht duizenden mensen. De politie spoorde de jongen direct op en sprak hem aan op zijn actie. Ook werden zijn ouders op de hoogte gesteld. De jongen moest een bericht op Twitter plaatsen dat het feest niet door zou gaan, maar dat had niet een duidelijk zichtbaar positief effect.

Politie en ME paraat

Omdat onduidelijk was hoeveel mensen op de uitnodiging zouden ingaan, was de burgemeester genoodzaakt de Politie Noord-Holland Noord, de Mobiele Eenheid, de Spoorwegpolitie, bureau Stadstoezicht en diverse gemeentelijke diensten in paraatheid te brengen. Ook werden andere maatregelen getroffen, waaronder een algeheel samenscholingsverbod en de voorbereidingen voor een noodverordening.

De rekening

“Deze jongen heeft de uitnodiging willens en wetens verspreid, en ook nog anderen met veel volgers gevraagd om zijn bericht te retweeten”, aldus burgemeester Onno van Veldhuizen. “Dan ben je bij volle bewustzijn, zeker na Haren, verkeerd bezig. Wij kunnen niet achterover gaan zitten en eens kijken wat er van komt.”

“Er stonden op maandag meer dan 60 mensen paraat om ervoor te zorgen dat zijn stommiteit niet zou kunnen uitgroeien tot een herhaling van de rellen in Haren. Als je je illegale feestje op deze manier denkt te kunnen vieren, en dus ook dwingend aanspraak maakt op schaarse publieke middelen, dan is wat mij betreft de rekening voor jou.”

?Het was niet mijn bedoeling om te gaan rellen. Mijn tweet was een grap, meer niet.? Aan het woord is de 16-jarige Klaas* uit Hoorn.

Op 24 september twitterde hij: ?#ProjectX Hoorn Schouwburg 24/9 21:00 RTRTRT?. Een paar uur later haalde de politie hem uit de klas en liet hem zijn tweet herroepen. Hij wilde vooral weten hoeveel volgers hij had en eventueel met wat vrienden gaan chillen.

Een geintje, meer niet. Klaas heeft spijt, ook naar zijn ouders die mogelijk moeten opdraaien voor de 20 tot 30 duizend euro die de gemeente op de jongen wil verhalen. Klaas: ?Ik heb de schijn tegen. Het is zo stom, misschien zelfs ongeloofwaardig, maar ik wist niet eens dat het in Haren zo verschrikkelijk uit de hand was gelopen. Ik was het hele weekend bezig met allerlei activiteiten, waaronder voetbal, fluiten en werken.?

Klaas werd hard gestraft door zijn school en ouders. Zijn BlackBerry en laptop is hij kwijt. Vader Johan* van Klaas: ?Het is verschrikkelijk wat er in Haren is gebeurd en we hebben hem duidelijk gemaakt dat hij te ver is gegaan. Dat realiseert Klaas zich ook: ?Het spijt me echt dat ik mensen schrik of angst heb aangejaagd. Aan de samenleving bied ik mijn excuses aan voor de onrust die ik heb veroorzaakt. Dit was niet mijn bedoeling. Niet mijn ouders, maar ik moet hiervoor worden gestraft.? Zijn excuses-mail naar de gemeente is deze week verzonden.

Een dag na de tweet kreeg het gezin een grote klap te verwerken. Johan: ?Natuurlijk: wij moesten afwachten of het tot het vervolging zou komen. Dinsdagmiddag belde de gemeente Hoorn met de aankondiging dat de burgemeester een persbericht zou versturen. Daarin staat dat hij Klaas aansprakelijk houdt voor de kosten van de voorzorgsmaatregelen. Dat geld heeft hij natuurlijk niet en dat betekent dat wij er voor op moeten draaien. Waar moeten wij een bedrag van 20 tot 30 duizend euro vandaan halen? Dat staat in geen enkele verhouding tot de stommiteit die mijn zoon inderdaad heeft begaan. Zeker als je dat vergelijkt met de strafjes waarmee de echte reltrappers uit Haren wegkomen.?

De dreiging van de schadeclaim drukt hard op het gezin. ?We staan onder zware emotionele druk.? Grote moeite hebben zijn ouders met hoe ze worden behandeld door de gemeente Hoorn. Johan: ?We hebben een gesprek gehad met de burgemeester. Hij was woedend. Daar heb ik begrip voor gelet op zijn verantwoordelijkheid voor de openbare orde. Het stak de burgemeester zeer dat hij de ontvangst van buitenlandse gasten moest onderbreken door dit gedoe.? Klaas: ?Ik maakte mijn excuses, maar ik geloof niet dat de burgemeester dat hoorde. Hij bleef maar tieren.? Johan: ?Na het gesprek voelde ik me als volwassen man heel klein. Is dat nou de bedoeling??

Klaas is deze week gehoord door de politie. Hij wordt verdacht van opruiing, het is nog niet duidelijk of het OM hem hiervoor daadwerkelijk gaat vervolgen.

Gemeente Hoorn gaat kosten niet verhalen

Dat heeft burgemeester Onno van Veldhuizen van Hoorn donderdag in een gesprek met de NOS gezegd. De gemeente had de zaak laten uitzoeken door een advocaat. Volgens de burgemeester is daaruit gebleken dat er weliswaar sprake is van een onrechtmatige daad, maar ook dat er minder dan 50 procent kans is om via de rechter de kosten te verhalen op de jongen of zijn ouders. Volgens de burgemeester bestaat er geen speciale regeling voor de overheid om de schade te verhalen op de jongen. De slagingskans in een rechtszaak is daardoor minder dan 50 procent, zegt burgemeester Veldhuizen.

Rechter

Hij heeft een brief gestuurd naar het ministerie van Veiligheid en Justitie waarin hij ervoor pleit dat gemeenten de kosten in de toekomst wel met succes kunnen verhalen op opruiers.De jongen uit Hoorn is enorm geschrokken van de gevolgen van zijn tweet en vindt het ook niet eerlijk dat de gemeente nu voor alle kosten opdraait. Daarom geeft hij vrijwillig voorlichting op scholen in Hoorn.?’Daar heb ik veel respect voor. Hij hoeft dit niet te doen, maar vindt zelf dat hij de maatschappij iets verschuldigd is’, stelde Van Veldhuizen. ‘Maar hoe goed dit ook is, voor de consequenties wil ik in de toekomst niet afhankelijk zijn van de goede wil van een dader.’

Het ministerie van Veiligheid en Justitie vindt dat de gemeente pas echt kan weten of ze de schade kan verhalen als ze de kwestie voorlegt aan de rechter. De gemeente Hoorn voelt daar niets voor. Hoorn wil “geen proces aanspannen voor de b?hne”. Van Veldhuizen heeft minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) en de Tweede Kamer opgeroepen deze ‘juridische lacune’ recht te zetten. ‘Vandalen moeten betalen’, aldus de burgemeester.

Minister Opstelten

Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten, is het niet eens met burgemeester Van Veldhuizen van Hoorn dat er in de zaak rond de Project-X-tweeter sprake is van een juridische lacune. De minister vindt dat Hoorn wel een procedure had moeten aanspannen, maar die wilde dat niet omdat de kans van slagen klein zou zijn.

In antwoord op Tweede Kamer-vragen stelt Minister Opstelten: ?Het is echter prematuur om over een juridische lacune te spreken, zolang de rechter zich hier niet over heeft uitgelaten, en de vraag of er – in de woorden van de burgemeester van Hoorn – sprake is van een
juridische lacune, kan alleen beantwoord worden door een zaak als deze aan de rechter voor te leggen. Te bedenken valt daarbij dat er reeds civiele procedures gevoerd zijn waarbij met succes de kosten van politie-inzet zijn verhaald.?

Volgens de minister had de gemeente Hoorn de rechtszaak toch beter kunnen doorzetten teneinde duidelijkheid te verkrijgen omtrent het verhalen van schade in dit soort gevallen. Hoorn had de zaak aan het ministerie voorgelegd. Minister Opstelten daarover: ?Daaruit blijkt niet dat een eventuele gerechtelijke procedure kansloos zou zijn. De kans van slagen wordt in deze zaak geschat op minder dan 35%.?

De gemeente Hoorn meldde in december 2012 na onderzoek de 30.000 euro aan kosten die zouden zijn gemaakt na de oproep tot een Project X-feest niet te kunnen verhalen op een 16-jarige jongen. De jongen stuurde twee dagen na de Project X-rellen in Haren een tweet waarin hij opriep tot een Project X-feest in Hoorn. Uiteindelijk gebeurde er vrij weinig in Hoorn, maar de politie had wel opgeschaald om een scenario als in Haren te voorkomen. Deze operatie heeft de gemeente naar eigen zeggen 30.000 euro gekost en die kosten wilde burgemeester Onno Veldhuizen aanvankelijk verhalen op de 16-jarige jongen.

De minister meldt in zijn antwoord op de kamervragen verder: ?De inzet van de politie vond in dit geval aanleiding in een oproep tot een ?Project X-feest?. Te bedenken valt dat de inzet van de politie in heel veel gevallen aanleiding vindt in andere al of niet onrechtmatige gedragingen. Denk bijvoorbeeld aan de inzet van de politie naar aanleiding van verkeersovertredingen, familie- en burenruzies, vechtpartijen etc. De vraag of het verhaal van de kosten van politie-inzet vergemakkelijkt moet kunnen worden, heeft derhalve een veel breder bereik dan alleen de oproep van een ?Project Xfeest?. Die vraag is bij verschillende gelegenheden nadrukkelijk aan de orde geweest. De opvatting was toen steeds dat verhaal van dergelijke kosten niet mogelijk zou moeten zijn omdat het hier gaat om activiteiten die tot de kerntaak van de overheid moeten worden gerekend. Als uitgangspunt ben ik nog steeds van mening dat om die reden de kosten van handhaving van de openbare orde en veiligheid en de kosten van opsporing door de overheid worden gedragen. In bijzondere gevallen meen ik evenwel dat een uitzondering op dit uitgangspunt gerechtvaardigd is. De door de Hoge Raad ontwikkelde doorkruisingsleer staat ook uitzonderingen toe op dit uitgangspunt en er worden in de rechtspraak ook uitzonderingen aangenomen.?

Bron:?RTL,?Hoorngids,?Metro,?Volkskrant

K – Kindermisbruik

Kindermisbruiker VS moet crimineel verleden op Facebook zetten

Een nieuwe wet in de Amerikaanse staat Louisiana verplicht zedendelinquenten hun criminele verleden op hun Facebookpagina te zetten.

Dat meldt?CNN?in de nacht van woensdag op donderdag. Veroordeelde zedendelinquenten en kindermisbruikers moeten op hun pagina vermelden voor welke misdaad ze zijn veroordeeld, hoe ze eruit zien en waar ze wonen. De wet geldt voor iedere vorm van sociale media online. Wie zich er niet aan houdt, kan een gevangenisstraf krijgen tot 10 jaar.?Facebook zou de wet hebben toegejuicht, hoewel het ‘geen direct effect zal hebben op zijn werkwijze’, verklaart het bedrijf tegen CNN. Sociale netwerksites proberen profielen van zedendelinquenten te verwijderen. Maar autoriteiten zijn er niet van overtuigd dat dat effectief genoeg is.?Beleidsmakers in Louisiana hebben eerder geprobeerd zedendelinquenten te verbieden gebruik te maken van sociale media. Maar een wet hiertoe werd ongrondwettelijk geacht. Zedendelinquenten zijn al verplicht om buren en scholen in de buurt in te lichten over hun verleden.

Louisiana state rep. Jeff Thompson sponsored a new law requiring sex offenders to list their status on social media sites.

Lousiana staats representant Jeff Thomson staat achter deze nieuwe wet

Bronnen: Nu.nl,?de Volkskrant (18 jan 2012),?MijnKindOnline