Tagarchief: juridisch

?Facebookvrienden worden met de verdachte.? Over online undercover operaties op internet

In het?themanummer?van Justiti?le Verkenningen over ?De digitalisering van georganiseerde misdaad? is een artikel van Jan-Jaap Oerlemans over online undercover operaties verschenen. In het?artikel?(.pdf) legt hij uit wat?online?undercover operaties zo uniek en aantrekkelijk maken voor de opsporing en welke regels gelden voor de politi?le undercover bevoegdheden.

In het kader van zijn proefschrift (?Investigating Cybercrime?) heeft hij zich al eerder met het onderwerp bezig gehouden. Door recente jurisprudentie over de?accountovername en de?breed uitgelichte online undercover operatie over de darknet market ?Hansa??vond hij het tijd hier nog een artikel over te schrijven. Het artikel is een uitvloeisel van een paper die hij had geschreven voor het NVC-congres van afgelopen zomer.

Wat online undercover operaties zo aantrekkelijk maakt voor de opsporing

In cybercrimezaken kunnen online undercoveroperaties een effectief opsporingsmiddel zijn om bewijs te verzamelen met een online handle als digitaal spoor, zoals een nickname, e-mailadres of profiel op sociale media. Onder de omstandigheid dat verdachten consistent gebruik maken van anonimiseringstechnieken die het IP-adres verhullen van het netwerk waar zij gebruik van maken, is de toepassing van online undercover opsporingsmethoden ??n van de weinige middelen om bewijs te verzamelen in opsporingsonderzoeken met betrekking tot cybercriminaliteit.

Een bijkomende voordeel van de?online?toepassing van undercover opsporingsbevoegdheden, is dat opsporingsambtenaren net zo anoniem kunnen communiceren als de betrokken van het opsporingsonderzoek, zonder (direct) lijflijk risico en zonder de bureaustoel te hoeven verlaten met een wereldwijd bereik van de opsporingsmethode. Bij een accountovername kunnen opsporingsambtenaren zelfs door de bril van een crimineel of een persoon met toegang tot besloten omgevingen meekijken en bewijs verzamelen voor een opsporingsonderzoek. In reguliere opsporingsonderzoeken (geen cybercrime) waarbij verdachten online actief zijn, biedt de toepassing van online undercoverbevoegdheden additionele mogelijkheden ten opzichte van de bevoegdheden die in de fysieke wereld kunnen worden toegepast.

?BOB? gaat digitaal

Dezelfde regels gelden voor de toepassing van undercover bevoegdheden als 20 jaar geleden, zoals die in de Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden (Wet BOB) zijn geformuleerd. Toch is de context waarbinnen de bevoegdheden worden toegepast stevig verandert. Dat levert de vraag op of de huidige regeling nieuwe toepassingen nog ?dekt?. In verband met het legaliteitsbeginsel staat namelijk in de wet welke indringende opsporingsmethoden opsporingsinstanties mogen gebruiken. Door de techniekonafhankelijke formulering van de bevoegdheden zijn de BOB-bevoegdheden prima toepasbaar in een online context. Mijn artikel laat zien aan welke toepassingen je in de hedendaagse gedigitaliseerde wereld moet denken.

Jurisdictie

Het wereldwijde bereik van online undercover opsporingsmethoden levert echter wel een flink jurisdictievraagstuk op. In het artikel ga ik daar kort op in. Daarbij herhaal ik het standpunt dat ik in mijn dissertatie heb ingenomen, namelijk dat unilaterale online opsporing onder dekmantel onder omstandigheden moet worden toegestaan. Daarbij denk ik in het bijzonder aan de situatie dat verdachten anonimiseringsmaatregelen nemen en de fysieke locatie van de verdachte redelijkerwijs niet kan worden vastgesteld. Het artikel sluit ik af met een betoog dat de stormachtige ontwikkeling van cybercriminaliteit en de noodzakelijke inzet van digitale opsporingsbevoegdheden om bewijs te verzamelen staten er toe dwingt om afspraken met elkaar te maken onder welke omstandigheden grensoverschrijdende online undercover operaties zijn toegestaan.

Lees het artikel hier:

[slideshare id=123392438&doc=j-181119091946&type=d]

Bron: OerlemansBlog

De virtuele wijkagent: haalbaar of niet?

image-5712455

Agenten die handhaven op de digitale straat. Is dat haalbaar of niet?

Burgemeester Paul Depla van Breda is van mening dat zijn stad een virtuele wijkagent nodig heeft om zo ook het leven dat zich online afspeelt in de gaten te houden. Maar hoe kan dat worden vormgegeven? Klopt het dat deze online wijkagent signalen kan oppikken die anders niet worden opgemerkt? Wordt de informatiepositie van de politie beter wanneer zij ook virtuele wijkagenten inzet?

bais politiezorg

Handhaving op internet

?Begin eens met de wet handhaven op dat vrije internet?, zo luidt de titel van een artikel uit het NRC. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) werden in 2014 een op de negen Nederlanders slachtoffer van cybercrime; 0,8% van de Nederlanders kreeg te maken met identiteitsfraude, 3,5% kreeg te maken met koop- en verkoopfraude en 5,2% kreeg te maken met een?hack?(inbraak) op computer, smartphone, e-mailaccount of website. Door de steeds beter wordende internetverbinding, het feit dat 98% van de huishoudens verbonden is met het internet, door het online gaan met smartphones en tablets (75% van de bevolking heeft een smartphone of tablet) en het gebruik van computers en laptops digitaliseert de samenleving. Doordat steeds meer mensen online zijn verspreiden de veiligheidsproblemen zich ook op het internet. Digitale apparatuur en informatie is kwetsbaar en kan worden misbruikt. ?Cybercrime neemt hand over hand toe‘. Het NCSC schrijft: ??Het aantal experts, de kennis en de middelen moeten dito toenemen, willen we het gevecht winnen en de ICT-veiligheid kunnen garanderen??. Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) heeft als taak Nederland weerbaarder te maken op internet. Maar wie doet de online handhaving van veiligheid?

Wat is de rol van de politie?

Henk van Essen, lid van de korpsleiding van de Nationale Politie, zei in het politiedebat van 18 november 2015 op de politieacademie: ??Wat is nou de rol van politie in de digitale wereld? Wat kan je van ons wel verwachten en wat kan je van ons niet verwachten. Het is fair om te zeggen dat we daar nog geen antwoord op hebben op dit moment.? Wanneer je zou zeggen dat die rol er wel is voor de politie en je je voorstelt dat deze rol handhaving betreft, dan kan dit onderzoek van pas komen. Diverse partijen, zowel de politie als private partijen, zien de noodzaak in tot het optreden op internet. De politie is aan het onderzoeken hoe zij meer en beter aanwezig kan zijn op het internet. Private partijen ontwikkelen software, geven beveiligingsadviezen en stellen middelen ter beschikking aan de politie. En eindgebruikers, zoals burgers, letten een beetje op elkaar.

Wanneer het gaat over online handhaving is het ook de vraag of de politie de aangewezen partij is om te handhaven op internet. De politie heeft diverse specialistische teams die zich op het internet begeven, maar de specialistische teams hebben veel minder kennis van wat zich op lokaal niveau afspeelt dan de basis politiezorg. Het internet kent vele spelers en eigenaren. Vrijwel iedereen in Nederland heeft toegang tot het internet, maar vrijwel alle websites staan op private servers van serviceproviders. Het internet is dus deels een publieke en deels een private ruimte. De politie is primair verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid. Om de specialistische teams te ondersteunen met, zoals voor dit onderzoek is gekozen, de online handhaving, wordt in dit onderzoek gefocust op de online handhaving in de basis politiezorg. Pieter Jaap Aalbersberg, korpschef van Amsterdam, heeft tegen de eerder genoemde Henk van Essen gezegd: ??ik heb in mijn organisatie 82 personen binnen de BPZ werken met een afgeronde HBO-opleiding?. Er zit veel kennis in de basis politiezorg van korps Amsterdam en zij hebben ook lokale kennis. Deze combinatie zou goed benut kunnen worden. De manier waarop dat kan plaatsvinden zou kunnen blijken uit dit onderzoek.

Onderzoek?handhaving van de openbare orde en veiligheid op internet

Het onderwerp van dit onderzoek is: ?handhaving op internet door de basis politiezorg?. Doordat steeds meer mensen online zijn verspreiden de veiligheidsproblemen zich ook naar het internet. In 2014 werden 1 op de 9 Nederlanders slachtoffer van cybercrime. Er is al veel bekend en onderzocht over (online) opsporing, maar het thema (online) handhaving wordt vaak vergeten. Wanneer het over online handhaving gaat is het de vraag of de politie de aangewezen partij is om te handhaven op internet. Aangezien er nog geen wetenschappelijke onderzoeken zijn die zich richten op deze preventieve kant van de basis politiezorg online,? richt dit onderzoek zich daarop. Het doel daarbij is om inzicht te bieden in de mate waarin agenten in de basis politiezorg in staat zijn om te handhaven op internet en welke mogelijkheden er zijn om de handhaving op internet te bevorderen. Het externe doel is daarbij om kaders te bieden waarbinnen deze handhaving kan plaatsvinden, voor zover het mogelijk is om die kaders te schetsen. De vragen die moeten bijdragen aan het bereiken van deze doelstelling gaan over: offline handhavingstaken en de vertaling daarvan naar online handhavingstaken, het juridische kader waarbinnen handhaving op internet zich kan afspelen, welke best practices en knelpunten er al bekend zijn, welke vaardigheden de agent moet hebben en welke kennis en middelen daar voor nodig zijn. Tot slot is bekeken in hoeverre private partijen een rol kunnen spelen in de handhaving op internet.

politie-twitter-150x150

Reguliere handhavingstaken

Onder de basis politiezorg vallen alle politietaken die niet apart zijn ondergebracht bij specialistische politieonderdelen. Een van de voornaamste taken van de basis politiezorg is het handhaven van de openbare orde onder het gezag van de burgemeester. De agenten in de basis politiezorg werken in verschillende functies. Het doel bij de dagelijkse werkzaamheden van de politie is het verbeteren van de informatiepositie, het de-escalerend optreden bij conflicten en het aangeven van kaders omtrent de openbare orde. De opsporing wijkt daar vanaf, aangezien de politie in dat kader onder het gezag van de officier van justitie valt en als doel heeft om strafvorderlijke beslissingen te ondersteunen. Handhaving is iedere actie die erop gericht is de naleving van het bij of krachtens wet- en regelgeving geldende recht te bevorderen en te bewerkstelligen. De offline handhavingstaken bestaan volgens respondenten uit het leefbaar houden van de wijk, het handhaven van de openbare orde en het bijsturen van gedrag of het uitdelen van boetes wanneer mensen zich niet aan de regels houden. Online kan dat mogelijk net zo plaatsvinden maar dan op digitale plekken. Echter, op het internet kan een agent zich niet net zo identificeren als op straat. Daarnaast kan worden afgevraagd of het internet onder de publieke ruimte valt. Online handhaving kan worden ingezet als instrument, maar kan daarnaast ook worden ingezet als middel tegen online overtredingen zonder dat deze gepaard gaat met een actie op de fysieke straat.

Bevoegdheden en wet- en regelgeving

Alle agenten moeten zich houden aan de politiewet. De politiewet is een aanvulling op het wetboek van strafvordering. In deze wetten is de opsporing strikter vastgelegd dan de handhaving. Opsporing mag alleen worden gedaan door een opsporingsambtenaar. Wettelijk gezien bedient de burgemeester zich bij het handhaven van de openbare orde van de politie. Dat is tevens vastgelegd in de politiewet en de gemeentewet. De burgemeester heeft hiervoor een aantal bevoegdheden. Of hij die online kan, mag en gaat gebruiken is nog veel discussie. Daarnaast is nog steeds onduidelijkheid over wat de agent wel en niet mag op het internet. Daarop heeft het Openbaar Ministerie een matrix opgesteld die in maart 2016 is verspreid binnen de politie. Daarin staat per actie aangegeven welke bevoegdheid de agent al heeft en/of moet vragen. De vraag is of de kaders online wel of niet anders zijn, of zouden moeten zijn, dan op straat. Kan de scope van het Wetboek van Strafvordering gezien de ontwikkelingen en de samenleving worden geprojecteerd op de digitale straat?

ruben1

Online handhaving binnen de politie

Binnen de politie zijn verschillende onderdelen die zich op het internet richten en betrekking hebben op handhaving. Deze onderdelen zijn het Crisis Communicatie Team, het Open Source Intelligence Team, het Real Time Intelligence Center en wijkagenten en jeugdagenten die actief zijn op social media. Daarnaast maakt het communicatieteam van iedere politie-eenheid ook gebruik van het internet. Deze onderdelen van de politie gebruiken internet met name voor berichtgeving en voor hun eigen informatievoorziening. Daarvoor gebruiken zij programma’s die het internet scannen op trefwoorden. Een overkoepelend onderdeel binnen de politie is de Dienst Regionale Informatie Organisatie. Daar komt vrijwel alle regionale informatie van alle politieonderdelen bijeen. Zij hebben ook de bevoegdheid om de informatie van de verschillende? politieonderdelen in te zien.

De politie heeft enkele goede ervaringen met het gebruik van internet in de vorm van handhaving. De politie in Groningen kreeg via een social media monitoringprogramma een twitterbericht te zien waarin stond dat iemand het aanstaande Sinterklaasfeest wilde verstoren. Daarop heeft de politie gereageerd. De persoon in kwestie had geen reactie verwacht en bood zijn excuses aan. Daarnaast blijkt het effect van het gebruik van social media bij evenementen groot. De informatie-inwinning, het managen van grote groepen mensen (crowd control) en het geven van voorlichting zijn daarbij erg belangrijk.

Tegenover goede ervaringen staan ook knelpunten. en slechte ervaringen, omdat een online actieve politie ook kwetsbaar is. De politie is nog terughoudend met het gebruik van internet. Online zijn is nieuw voor de oudere agenten en protocollen zijn onvoldoende aanwezig binnen de eenheid of de agent weet niet van het bestaan van de protocollen. Doordat er geen speciale internetpolitie is moeten agenten uit de basis politiezorg deze taken ook deels op zich nemen. Momenteel wordt dat nog niet gedaan volgens een vastomlijnd kader. De ene agent is erg actief op het internet en de andere agent maakt vrijwel geen gebruik van internet. Tot slot is de politie erg geori?nteerd op het zenden van informatie. Het ontvangen van informatie en het verwerken van informatie behoeft een grote verbeterslag. Daarbij gaat het zowel om informatie vanuit internet- en social media monitoring programma?s als om de algemene interactie met de burger.

Kennis, vaardigheden en middelen

Er zijn voor de politie cursussen en workshops beschikbaar die ondersteuning bieden aan agenten om actief te zijn op social media, zoals cursussen in het effectief zoeken op internet. Deze cursussen hebben tot doel om de agenten bekwamer te maken in het gebruik van internet als communicatiemiddel en handhavingsmiddel of gecombineerd. Deze cursussen en workshops zijn voor iedereen opgenomen in de politieopleiding, maar veel van de huidige agenten hebben die daarom nog niet gehad. Zij kunnen bijgeschoold worden na een aanvraag voor een cursus of workshop. Om goed met internet te kunnen werken is het belangrijk om expertise binnen de politiebureaus te hebben. Agenten worden steeds meer uitgerust met een smartphone waarmee zij veel zaken op en via internet kunnen regelen. Zo kunnen zij op social media, maar ook kunnen zij politiesystemen raadplegen en een bekeuring uitschrijven zonder dat zij daarvoor een computer nodig hebben. Er is op het intranet van de politie uitleg gegeven over het opzetten van een twitteraccount en waar het twitteraccount exact aan moet voldoen. Om kennis en middelen om te zetten naar vaardigheden en deze ook daadwerkelijk toe te passen is een goede scholing nodig. Aangezien nog niet iedere agent deze scholing heeft gehad en/of iets doet met de scholing op het gebied van social media bij het uitvoeren van de alledaagse werkzaamheden, is het lastig om handhaving op internet te bewerkstelligen.

Private partijen

De politie werkt op specialistisch niveau samen met private partijen zoals Facebook, Twitter, ICT bedrijven en internet service providers. Daarbij wordt zowel aan handhaving als aan de bestrijding en opsporing van cybercrime gedaan.? De handhaving die hier wordt uitgevoerd betreft het verwijderen van account wanneer personen zich niet aan de regels van de website houdt. Ook waarschuwt facebook een gebruiker wanneer deze zich niet houdt aan de door haar gestelde regels.

Bij evenementen wordt veel gebruik gemaakt van social media. Daarbij werken private partijen (organisatoren van evenementen) veel samen met de communicatieteams van de politie. Daar zijn voornamelijk bij de bevrijdingsfestivals van 2015 in Nederland goed successen mee geboekt.

Aanbevelingen

Het is aanbevolen om landelijk ??n beleid te voeren op het gebied van opleiding en gebruik van social media. Daarnaast is het belangrijk om de kennis van nieuw ingestroomde agenten op het gebied van social media te benutten en in te zetten om het kennisniveau van de oudere agenten te verhogen. Tot slot moet er meer samen worden gewerkt tussen private partijen en de politie, zonder dat de private partijen de handhaving uitvoeren in plaats van de politie. De daadwerkelijke uitvoering van de handhaving zou idealiter moeten plaatsvinden door de politie, waarbij de private partijen de informatie aanleveren voor de politie. Door samen te werken op het gebied van informatie vergaren en verwerken kan de politie effectiever zijn.

Aangezien dit onderzoek niet alle aspecten kan belichten van de handhaving op internet is het belangrijk om bepaalde aspecten nader te onderzoeken. Bijvoorbeeld of de agent zich online ook moet identificeren en zo ja, hoe hij dat moet doen. Tevens is het belangrijk om de wijzigingen die aanstaande zijn in het wetboek van strafvordering te volgen. Ook de resultaten van een onderzoek over de bestuurlijke bevoegdheden van de burgemeester op internet en een matrix/schema van het openbaar ministerie over de bevoegdheden van de agent op internet zijn waardevolle aanvullingen op dit onderzoek. Tot slot zou onderzoek moeten worden gedaan naar het opzetten van een social media team per robuust basisteam.

ruben2

Lees en/of download hieronder het hele rapport:

[slideshare id=63048046&doc=tno-2016-s10720-160614115614&type=d]

Bronnen: TNO

Online agent pesten, mag dat? En: wat doe je eraan?

Hij zet filmpjes op internet waarin hij politieagenten beledigt en uitlacht. Hoofdagent Said noemt deze politietreiteraar zich. Maar mag dat wel, politieagenten op die manier treiteren? Of gaat deze `hoofdagent’ Said te ver?

Dit is Said, alias Hoofdagent Said. Hij houdt van agentje pesten. Hij filmt politiemannen- en vrouwen, daagt ze uit en zet het resultaat online. Maar mag dat eigenlijk?

De man uit Lelystad noemt zich hoofdagent, maar hij is alles behalve dat. Met zijnInstagramaccount?’hoofdagent said’ treitert hij de politie. Met meer dan 16.000 volgers heeft hij een groot bereik.

Said?(hij wil z’n achternaam niet noemen om zijn familie te beschermen) draagt op foto’s soms een?politiejasje. Hij noemt zich ‘de hoofdagent zonder contract en diploma’ en wil alle agenten van Nederland het leven zuur maken. Omdat ze hem in het verleden oneerlijk behandeld hebben, zegt hij.

Dik en lelijk
Hoe dat pesten eraan toegaat? Hij noemt agenten steevast dik en lelijk en lacht ze uit. In het begin moest zijn wijkagent het ontgelden, maar Said neemt in zijn recentere filmpjes steeds een andere agent op de hak.

Volgens advocaat Christiaan Alberdingk Thijm moet Said oppassen. “Je mag agenten niet beledigen. Ze moeten wel wat kunnen hebben, maar als je echt iemand stelselmatig treitert en pest, dan begeef je je wel op glad ijs.”

‘Hoort bij het werk’
?Alberdingk?Thijm?weet dat er in het verleden wel rechtszaken zijn geweest over het nemen van foto’s van agenten. “Dat belemmerde de agenten echt in hun?functie. Maar dat was nog v??r het tijdperk van sociale media waarin we nu leven. Daar zal een rechter nu wel rekening mee houden.”

Pieter Beljon van de?Politieacademie?zegt dat de politie steeds vaker gefilmd wordt. “Maar het werk verandert er niet door. Je moet als agent professioneel blijven. Dat leren we ook op de politieacademie. We geven trainingen in hinder en hoe hiermee om te gaan. Het wordt alleen maar erger, en het hoort natuurlijk een beetje bij een publieke functie. Het moet alleen niet te ver gaan.”

Filmen op de openbare weg is gewoon toegestaan, vult een woordvoerder van politie Midden-Nederland aan. “Dus in die zin doet Said niets verkeerd. Als hij ons wel zou hinderen in het werk, dan houden we hem aan.”

Aangifte van belediging
Een aantal agenten van politie Midden-Nederland heeft inmiddels wel aangifte gedaan wegens smaad, laster en belediging. Een officier van justitie gaat nu bekijken of Said daarvoor kan worden vervolgd. De man uit Lelystad is al een keer aangehouden voor het dragen van een gestolen politiejasje op social media. Maar het jasje werd niet bij hem thuis gevonden, dus kon de politie niet bewijzen dat het echt was en gestolen.

Bronnen: RTL Nieuws

 

Zelf foto’s of filmpjes online plaatsen: mag dat?

fotosdelen

Mag je als burger eigenlijk wel foto’s of filmpjes online plaatsen, en mag een ander die weer delen?

Bij zeer ernstige misdrijven mogen burgers foto’s of filmpjes van verdachten op internet zetten. Althans als het de opsporing dient. Dat schrijft? politiechef Henk van Essen, destijds politiechef?van politie-eenheid Den Haag, in een opiniestuk in AD Haagsche Courant. Wel benadrukt hij dat de burger ‘de zorgvuldigheid in acht moet nemen.’? In dat geval is er sprake? ‘een gezonde vorm van burgerparticipatie’. ‘Wat mij betreft is het recht op privacy? geen absoluut recht’, stelt Van Essen. ‘Je hoeft het in Nederland niet te verdienen, maar je kunt het wel degelijk verliezen. Bijvoorbeeld wanneer je ernstig strafbare feiten pleegt en fors letsel toebrengt aan anderen. Dan loop je het risico dat het belang van het slachtoffer groter is dan je eigen belang.’

Geen eigenrichting
‘Natuurlijk moeten zulke filmpjes van verdachten op internet niet leiden tot eigenrichting’, schrijft de korpschef. ‘Maar volgens mij is dat ook helemaal niet het doel. De filmpjes moeten leiden tot herkenning, opsporing, aanhouding en vervolging van de verdachten’.?Met zijn uitspraken gaat Van Essen tegen de richtlijn van het College Bescherming Persoonsgegevens, dat in 2011 nog pleitte voor hoge boetes voor mensen die foto’s van verdachten verspreidden. Ook politie en Openbaar Ministerie gaan zeer terughoudend om met het verspreiden van beeldmateriaal van verdachten.
Intussen zijn er vele voorbeelden van mensen die het wel doen, van het slijterijmeisje tot aan pomphouder Tausch.?

Onderstaand stuk is van Roy Johannink, Eveline Heijna en Miranda Brummel?van VDMMP. Deze?tekst is eerder gepubliceerd in?Sociale media veranderen het Veiligheidsdomein en ook geplaatst in Digitale Dialoog, de sociale media almanak voor gemeenten.

Met de komst van sociale media zijn de meest pikante en aanvullende details over crisissituaties snel te vinden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan: foto?s, filmpjes, geluidsfragmenten, namen of andere persoonsgegevens van daders en slachtoffers. Via Twitter, Facebook of YouTube is alles bijna al bekend, voordat de overheid is ingelicht over het incident. Bij een incident verschijnen vaak binnen het half uur namen en foto?s van slachtoffer(s) en/of verdachte(n) op sociale media.

Met name het privacybelang speelt in deze zeer sterk. In het artikel ?Politie kiest steeds vaker opsporingsbelang boven privacy? van het Algemeen Dagblad van maandag 29 juli 2013 is te lezen dat de politie (in afstemming met justitie) steeds vaker het opsporingsbelang verkiest boven het privacybelang. ?De politie heeft voor de tweede keer in korte tijd een foto van een verdachte op internet geplaatst, enkele uren nadat hij een overval zou hebben gepleegd.? In het artikel komt advocaat Inez Weski aan het woord. Ze vindt het plaatsen van een foto buitenproportioneel, of het moet vallen binnen bepaalde voorwaarden: ?Iemand moet bijvoorbeeld een gevaar vormen voor het publiek. En er moeten weinig andere mogelijkheden zijn om iemand op te sporen.? Het zijn twee voorwaarden waar volgens het artikel steeds minder vaak rekening mee wordt gehouden. Of sociale media (lees: de snelheid en het bereik van deze middelen) hier de oorzaak van zijn, daar gaat het artikel niet op in. Maar het is voorstelbaar.

Een ander belang waar privacy soms voor moet wijken is nieuwswaarde, zo valt te lezen op www.websiteiusmentis.com van ICT-jurist Arnoud Engelfriet. Ook al mogen foto?s en filmmateriaal niet worden gepubliceerd zonder toestemming van de persoon die op de foto of film staat, Engelfriet zegt dat soms het privacybelang van de persoon op de foto door de rechter wordt afgewogen tegen de nieuwswaarde van de publicatie. Maar wanneer heeft iets nieuwswaarde? In het geval van incidenten is het voorstelbaar dat bijna alle foto?s en filmpjes nieuwswaarde hebben. Maar wat vinden nabestaanden daar van? Slachtofferhulp Nederland is daar duidelijk over in haar onderzoek ?Publiek bezit tegen wil en dank?, de privacy van slachtoffers en nabestaanden is in de praktijk slecht beschermd in de media.

Nu burgers besluiten zelf film- of fotobeelden van verdachten te delen via sociale media, betekent dit dat privacy nog slechter wordt beschermd in de sociale media? En wat voor betekenis hebben deze beelden voor de maatschappelijke impact. Zaken als het gefilmde geweldsincident rondom de bekende voorbeeld van de kopschoppers in Eindhoven roepen bij burgers veel reacties op. Dit lijkt zijn weerslag te hebben op het aantal meldingen van geweld bij Meld Misdaad Anoniem. Volgens de directeur van de anonieme meldlijn gaan de gesprekken steeds vaker over gewelddadige delicten die veel publieke verontwaardiging oproepen.

Maar met de snelheid en het bereik van sociale media zullen we steeds vaker de volledige beelden zien van slachtoffers en/of daders. Zonder balkjes. Of het nu gaat over de bestormers van het Maasgebouw bij De Kuip, of om Robert M. in de Amsterdamse Zedenzaak. Het privacybelang gaat steeds vaker ondergeschikt worden, door media ?n door de maatschappij. Of dit terecht of onterecht is, is aan de rechter om te bepalen.

In de uitzending van Hollandse Zaken van 13 juni 2013 is stil gestaan bij de gevolgen voor de verdachten. Hierbij is onder meer gesproken over de vraag: hoe heilzaam is internet bij het opsporen van overvallers en geweldplegers? En wat als er twijfels bestaan over de beschuldigingen? Vier jongens uit Krimpen aan den IJssel worden in april 2013 beschuldigd van de mishandeling en beroving van een meisje van 9 jaar oud. Ze worden binnen een paar dagen met naam en toenaam op internet gezet als ‘de helden van Krimpen’ en daarna in het dorp scheef aangekeken. De vader van ??n van de jongens uit Krimpen legt in Hollandse Zaken uit wat ‘vogelvrij op internet’ betekent voor zijn leven. Het is niet geheel vreemd dat familieleden van verdachten of slachtoffers de gevolgen ondervinden van een incident. De familie van een ?ponyplet-filmer? waarin pony?s door volwassenen worden bereden, heeft zelfs moeten onderduiken onder andere als gevolg van bedreigingen en inbraak. Kortom: zelfs mensen die niets te maken hebben met het incident, ervaren de vervelende gevolgen ervan.

Er zijn incidenten bekend waarbij mensen met toevallig dezelfde naam aan een incident werden gelinkt, waarna ze allerlei negatieve reacties inclusief bedreigingen ontvingen. Misschien wordt het tijd voor een maatschappelijke discussie: wat betekent het voor de maatschappij als we zelf gebruik maken van sociale media om verdachten op te sporen? En nog belangrijker is de vraag: wat is de impact op slachtoffers? Op de familie en andere betrokkenen? En op de daders? Wanneer worden bijvoorbeeld lagere straffen gegeven, omdat verdachten al voldoende zijn gestraft op de sociale media? In hoeverre is dat een straf die zich kan meten met reguliere strafmaatregelen? Alleen die vraag al is voer voor flinke discussie.

Maar ook de overheid gebruikt sociale media bij het opsporen van daders. Rijnmondveilig. nl informeert en alarmeert de bewoners uit de regio Rotterdam-Rijnmond bij incidenten, rampen en crises 24 uur per dag, 7 dagen per week. Behalve via de website, SMS, e-mail, Twitter en Facebook wordt ook informatie verspreid via reclamebeeldschermen in de openbare ruimte. De politie heeft ze al gebruikt voor de opsporing van hooligans en daders van berovingen. Dat had een grote impact op de daders, zodat enkelen zich direct hebben gemeld.

Ook diverse deelnemers van onze workshops blijken ervaringen te hebben met mensen die foto?s maken van bijvoorbeeld slachtoffers in opvanglocaties. Soms plaatsen ze deze ook op sociale media. Als Engelfriets uitleg wordt gevolgd, dan mag dit niet.

Immers: ?Elk opzettelijk filmen of fotograferen in woningen of niet-publieke plaatsen is verboden tenzij dit vooraf duidelijk is afgekondigd.? Hij baseert zich op artikel 139f Wetboek van strafrecht. Dit levert uiteindelijk maximaal zes maanden cel op. Tijd dus om in opvanglocaties bordjes te plaatsen met ?filmen en fotograferen verboden??

Hoe nu hier mee om te gaan?
Welke impact de gevolgen hebben, is nog niet duidelijk. Bijvoorbeeld bij het incident bij Baflo, waarbij een jonge vrouw en een politieagent om het leven kwamen, deed op een gegeven moment een foto van een verdachte de ronde en de afgebeelde persoon bleek de verdachte helemaal niet te zijn. Op sociale media ben je voor altijd gelinkt aan het incident door zo?n foto. Online haal je de onjuiste link nu eenmaal niet eenvoudig weg. Op welke wijze je daar last van hebt voor de rest van je leven, is nog onduidelijk.

Naar de effectiviteit en de gevolgen van het gebruik van sociale media bij vermissingen in Nederland is (nog) geen onderzoek gedaan. Op dit moment rond een studente criminologie in samenwerking met adviesbureau VDMMP en Stichting ZoekJeMee een onderzoek af. De centrale onderzoeksvraag luidt: ?Wat is het effect van het gebruik van sociale media door burgers bij vermissingen?? Onderzocht is op welke wijze burgers gebruik maken van sociale media bij vermissingen.

Volgens O?Keeffe en Clarke-Pearson (2011) zijn we ons niet bewust van de privacygevoelige informatie die op internet gezet wordt. Het kan zijn dat er te veel of zelfs valse informatie op sociale netwerken terechtkomt. Informatie die online komt, blijft online staan. Maar uitgebreid onderzoek is hier nog niet naar gedaan. Maar het is aannemelijk dat je er last van kunt hebben bij sollicitaties bijvoorbeeld. En als het aan Harm Brouwer ligt, tot 2011 voorzitter van het College van procureurs-generaal, komt er in Nederland alsnog een breed maatschappelijk debat over de actieve rol van burgers bij de opsporing van misdrijven en verdachten. ?We leven in een tijdperk van revolutionaire ontwikkelingen op het gebied van communicatie en informatisering en de digitalisering van de samenleving. Moderner is wat ik de ?YouTubisering? zou willen noemen. Burgers onderzoeken andere burgers en zetten hun bevindingen klakkeloos op het internet. Bijvoorbeeld filmpjes van hoe de buurman zwart aan het klussen zou zijn of weblogs van hobbyclubs over de vraag waarom toch niet de voor het feit veroordeelde persoon X, maar persoon Y de werkelijke dader is. Feitelijk gaat het niet alleen meer om burgeropsporing, maar meteen ook om burgervervolging.? (Uit: Social Media DNA). Wij volgen vanuit adviesbureau VDMMP Brouwer in deze: laat er maar een maatschappelijk debat komen.

Bronnen:?AD,?Hulpverleningsforum,?www.websiteiusmentis.com.?Deze?tekst is eerder gepubliceerd in?Sociale media veranderen het Veiligheidsdomein en ook geplaatst in Digitale Dialoog.

Juridische lacunes bij Project X tweet?

RTLNieuws
Hoorn wil de kosten die zijn gemaakt om een tweede ?Project X? te voorkomen, in rekening brengen bij de de jongen die het feest wilde organiseren. Het gaat ruwweg om 20.000 tot 30.000 euro.Een 16-jarige jongen uit Hoorn verspreidde via Twitter een oproep om naar een illegaal evenement in de stad te komen. Ook vroeg hij mensen met veel volgers het bericht te retweeten. Hierdoor bereikte het bericht duizenden mensen. De politie spoorde de jongen direct op en sprak hem aan op zijn actie. Ook werden zijn ouders op de hoogte gesteld. De jongen moest een bericht op Twitter plaatsen dat het feest niet door zou gaan, maar dat had niet een duidelijk zichtbaar positief effect.

Politie en ME paraat

Omdat onduidelijk was hoeveel mensen op de uitnodiging zouden ingaan, was de burgemeester genoodzaakt de Politie Noord-Holland Noord, de Mobiele Eenheid, de Spoorwegpolitie, bureau Stadstoezicht en diverse gemeentelijke diensten in paraatheid te brengen. Ook werden andere maatregelen getroffen, waaronder een algeheel samenscholingsverbod en de voorbereidingen voor een noodverordening.

De rekening

“Deze jongen heeft de uitnodiging willens en wetens verspreid, en ook nog anderen met veel volgers gevraagd om zijn bericht te retweeten”, aldus burgemeester Onno van Veldhuizen. “Dan ben je bij volle bewustzijn, zeker na Haren, verkeerd bezig. Wij kunnen niet achterover gaan zitten en eens kijken wat er van komt.”

“Er stonden op maandag meer dan 60 mensen paraat om ervoor te zorgen dat zijn stommiteit niet zou kunnen uitgroeien tot een herhaling van de rellen in Haren. Als je je illegale feestje op deze manier denkt te kunnen vieren, en dus ook dwingend aanspraak maakt op schaarse publieke middelen, dan is wat mij betreft de rekening voor jou.”

?Het was niet mijn bedoeling om te gaan rellen. Mijn tweet was een grap, meer niet.? Aan het woord is de 16-jarige Klaas* uit Hoorn.

Op 24 september twitterde hij: ?#ProjectX Hoorn Schouwburg 24/9 21:00 RTRTRT?. Een paar uur later haalde de politie hem uit de klas en liet hem zijn tweet herroepen. Hij wilde vooral weten hoeveel volgers hij had en eventueel met wat vrienden gaan chillen.

Een geintje, meer niet. Klaas heeft spijt, ook naar zijn ouders die mogelijk moeten opdraaien voor de 20 tot 30 duizend euro die de gemeente op de jongen wil verhalen. Klaas: ?Ik heb de schijn tegen. Het is zo stom, misschien zelfs ongeloofwaardig, maar ik wist niet eens dat het in Haren zo verschrikkelijk uit de hand was gelopen. Ik was het hele weekend bezig met allerlei activiteiten, waaronder voetbal, fluiten en werken.?

Klaas werd hard gestraft door zijn school en ouders. Zijn BlackBerry en laptop is hij kwijt. Vader Johan* van Klaas: ?Het is verschrikkelijk wat er in Haren is gebeurd en we hebben hem duidelijk gemaakt dat hij te ver is gegaan. Dat realiseert Klaas zich ook: ?Het spijt me echt dat ik mensen schrik of angst heb aangejaagd. Aan de samenleving bied ik mijn excuses aan voor de onrust die ik heb veroorzaakt. Dit was niet mijn bedoeling. Niet mijn ouders, maar ik moet hiervoor worden gestraft.? Zijn excuses-mail naar de gemeente is deze week verzonden.

Een dag na de tweet kreeg het gezin een grote klap te verwerken. Johan: ?Natuurlijk: wij moesten afwachten of het tot het vervolging zou komen. Dinsdagmiddag belde de gemeente Hoorn met de aankondiging dat de burgemeester een persbericht zou versturen. Daarin staat dat hij Klaas aansprakelijk houdt voor de kosten van de voorzorgsmaatregelen. Dat geld heeft hij natuurlijk niet en dat betekent dat wij er voor op moeten draaien. Waar moeten wij een bedrag van 20 tot 30 duizend euro vandaan halen? Dat staat in geen enkele verhouding tot de stommiteit die mijn zoon inderdaad heeft begaan. Zeker als je dat vergelijkt met de strafjes waarmee de echte reltrappers uit Haren wegkomen.?

De dreiging van de schadeclaim drukt hard op het gezin. ?We staan onder zware emotionele druk.? Grote moeite hebben zijn ouders met hoe ze worden behandeld door de gemeente Hoorn. Johan: ?We hebben een gesprek gehad met de burgemeester. Hij was woedend. Daar heb ik begrip voor gelet op zijn verantwoordelijkheid voor de openbare orde. Het stak de burgemeester zeer dat hij de ontvangst van buitenlandse gasten moest onderbreken door dit gedoe.? Klaas: ?Ik maakte mijn excuses, maar ik geloof niet dat de burgemeester dat hoorde. Hij bleef maar tieren.? Johan: ?Na het gesprek voelde ik me als volwassen man heel klein. Is dat nou de bedoeling??

Klaas is deze week gehoord door de politie. Hij wordt verdacht van opruiing, het is nog niet duidelijk of het OM hem hiervoor daadwerkelijk gaat vervolgen.

Gemeente Hoorn gaat kosten niet verhalen

Dat heeft burgemeester Onno van Veldhuizen van Hoorn donderdag in een gesprek met de NOS gezegd. De gemeente had de zaak laten uitzoeken door een advocaat. Volgens de burgemeester is daaruit gebleken dat er weliswaar sprake is van een onrechtmatige daad, maar ook dat er minder dan 50 procent kans is om via de rechter de kosten te verhalen op de jongen of zijn ouders. Volgens de burgemeester bestaat er geen speciale regeling voor de overheid om de schade te verhalen op de jongen. De slagingskans in een rechtszaak is daardoor minder dan 50 procent, zegt burgemeester Veldhuizen.

Rechter

Hij heeft een brief gestuurd naar het ministerie van Veiligheid en Justitie waarin hij ervoor pleit dat gemeenten de kosten in de toekomst wel met succes kunnen verhalen op opruiers.De jongen uit Hoorn is enorm geschrokken van de gevolgen van zijn tweet en vindt het ook niet eerlijk dat de gemeente nu voor alle kosten opdraait. Daarom geeft hij vrijwillig voorlichting op scholen in Hoorn.?’Daar heb ik veel respect voor. Hij hoeft dit niet te doen, maar vindt zelf dat hij de maatschappij iets verschuldigd is’, stelde Van Veldhuizen. ‘Maar hoe goed dit ook is, voor de consequenties wil ik in de toekomst niet afhankelijk zijn van de goede wil van een dader.’

Het ministerie van Veiligheid en Justitie vindt dat de gemeente pas echt kan weten of ze de schade kan verhalen als ze de kwestie voorlegt aan de rechter. De gemeente Hoorn voelt daar niets voor. Hoorn wil “geen proces aanspannen voor de b?hne”. Van Veldhuizen heeft minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) en de Tweede Kamer opgeroepen deze ‘juridische lacune’ recht te zetten. ‘Vandalen moeten betalen’, aldus de burgemeester.

Minister Opstelten

Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten, is het niet eens met burgemeester Van Veldhuizen van Hoorn dat er in de zaak rond de Project-X-tweeter sprake is van een juridische lacune. De minister vindt dat Hoorn wel een procedure had moeten aanspannen, maar die wilde dat niet omdat de kans van slagen klein zou zijn.

In antwoord op Tweede Kamer-vragen stelt Minister Opstelten: ?Het is echter prematuur om over een juridische lacune te spreken, zolang de rechter zich hier niet over heeft uitgelaten, en de vraag of er – in de woorden van de burgemeester van Hoorn – sprake is van een
juridische lacune, kan alleen beantwoord worden door een zaak als deze aan de rechter voor te leggen. Te bedenken valt daarbij dat er reeds civiele procedures gevoerd zijn waarbij met succes de kosten van politie-inzet zijn verhaald.?

Volgens de minister had de gemeente Hoorn de rechtszaak toch beter kunnen doorzetten teneinde duidelijkheid te verkrijgen omtrent het verhalen van schade in dit soort gevallen. Hoorn had de zaak aan het ministerie voorgelegd. Minister Opstelten daarover: ?Daaruit blijkt niet dat een eventuele gerechtelijke procedure kansloos zou zijn. De kans van slagen wordt in deze zaak geschat op minder dan 35%.?

De gemeente Hoorn meldde in december 2012 na onderzoek de 30.000 euro aan kosten die zouden zijn gemaakt na de oproep tot een Project X-feest niet te kunnen verhalen op een 16-jarige jongen. De jongen stuurde twee dagen na de Project X-rellen in Haren een tweet waarin hij opriep tot een Project X-feest in Hoorn. Uiteindelijk gebeurde er vrij weinig in Hoorn, maar de politie had wel opgeschaald om een scenario als in Haren te voorkomen. Deze operatie heeft de gemeente naar eigen zeggen 30.000 euro gekost en die kosten wilde burgemeester Onno Veldhuizen aanvankelijk verhalen op de 16-jarige jongen.

De minister meldt in zijn antwoord op de kamervragen verder: ?De inzet van de politie vond in dit geval aanleiding in een oproep tot een ?Project X-feest?. Te bedenken valt dat de inzet van de politie in heel veel gevallen aanleiding vindt in andere al of niet onrechtmatige gedragingen. Denk bijvoorbeeld aan de inzet van de politie naar aanleiding van verkeersovertredingen, familie- en burenruzies, vechtpartijen etc. De vraag of het verhaal van de kosten van politie-inzet vergemakkelijkt moet kunnen worden, heeft derhalve een veel breder bereik dan alleen de oproep van een ?Project Xfeest?. Die vraag is bij verschillende gelegenheden nadrukkelijk aan de orde geweest. De opvatting was toen steeds dat verhaal van dergelijke kosten niet mogelijk zou moeten zijn omdat het hier gaat om activiteiten die tot de kerntaak van de overheid moeten worden gerekend. Als uitgangspunt ben ik nog steeds van mening dat om die reden de kosten van handhaving van de openbare orde en veiligheid en de kosten van opsporing door de overheid worden gedragen. In bijzondere gevallen meen ik evenwel dat een uitzondering op dit uitgangspunt gerechtvaardigd is. De door de Hoge Raad ontwikkelde doorkruisingsleer staat ook uitzonderingen toe op dit uitgangspunt en er worden in de rechtspraak ook uitzonderingen aangenomen.?

Bron:?RTL,?Hoorngids,?Metro,?Volkskrant

Innovatief veiligheidsbeleid vereist diversiteit en continu?teit!

Een interessant artikel van Mark van Staalduinen,?innovatieconsultant bij TNO, over innovatie bij het herkennen digitale informatie in het magazine Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing. Dit artikel is aangevuld met de bijbehorende documenten.

Het Internet verandert de wereld razend snel. Wie kon een paar jaar geleden?bedenken dat bijna iedereen in het bezit is van een smartphone en continu?actief is in sociale netwerken? Dat alle TV?s connected zijn en dat wij?voornamelijk online winkelen en betalen? Als gevolg daarvan ontstaan grote?hoeveelheden data in open bronnen, met consequenties voor de veiligheid?van burgers en de maatschappij. Vanuit TNO werken we aan intelligente?tooling, die ondersteuning biedt bij het duiden en interpreteren van die data?binnen de juridische, privacy en ?forensische kaders. Dit noemen we media?mining. De afgelopen twee jaar hebben we in opdracht van de NCTV in?samenwerking met verschillende veiligheidsdiensten gewerkt aan een aantal?innovatieve tools.?Niet elke website is eenvoudig te analyseren, zoals Flash websites. De meeste zijn?zelfs niet doorzoekbaar met Google. Deze webtechnologie?n worden bewust ingezet om informatie te presenteren voor mensen, die onzichtbaar is voor computers. De conclusie leidde tot een slimme ?clickbot?, die als een mens door een website klikt en alle binnenkomende data afvangt. De ontwikkelde testsoftware verzamelt significant meer data dan standaard oplossingen. Diversiteit van mogelijke oplossingen is bereikt door een inspiratielunch, waar?verschillende diensten hun ervaringen konden delen. Daarnaast is een workshop georganiseerd door het Public Services Innovation Center (PSIC), waar studenten samen met domeinexperts hebben meegewerkt. Omdat de oplossing menselijk gedrag vertoont, blijkt het ontwikkelde?mechanisme ook geschikt voor andere toepassingen, bijvoorbeeld om honeypots te versterken.

Lees hier meer over deze projectresultaten:

Virtuele Muis

Naast tekst staat het internet vol met foto?s en video?s. Er zijn weinig tools, die de?potentie van dit beeldmateriaal benutten. Binnen het beeldmerkenproject zijn drie?ICT-diensten onderzocht aan de hand van het STOF-model. Dat model stelt dat een?ICT-dienst succesvol kan worden als de geboden dienst (Service) waardevol is, de Technologie werkt, de Organisatie van gebruikers en leveranciers op orde is en de Financi?n passend zijn. Dit verklaart, waarom verschillende projecten niet tot bruikbare tools hebben geleid, omdat veelal op ??n domein wordt gefocust. Drie diensten zijn uitgewerkt: locatieherkenning met?Twitter-foto?s, scannen van nieuwe YouTube video?s en het spotten van trends in ?beeldmateriaal. Conclusie: de operationele kosten zijn van die orde dat zij op nationale?schaal te realiseren moeten zijn.

Lees hier meer over deze projectresultaten:

Beeldmerkherkenning

Sinds 2011 werkt TNO als strategisch kennispartner?mee aan het iRN (Internet Research Network).?Het iRN levert diensten aan ongeveer 6000 gebruikers bij verschillende overheden?die toezicht-, opsporing- en handhavingstaken hebben op het internet. Van politie, Belastingdienst en DNB tot en met gemeenten. Binnen het iRN wordt een innovatieve?dienst ontwikkeld voor de ondersteuning van internetonderzoek: iColumbo. Kortom, innovatie is essentieel voor het iRN, en daarom is de samenwerking met TNO vruchtbaar. Het iRN biedt een landingsplaats en inspiratiebron voor innovatieve oplossingen, waarmee continu?teit ontstaat in de innovatieketen van wetenschappelijk onderzoek tot de nieuwste oplossingen voor?eindgebruikers. Wat maakt innovatie succesvol? Essentieel zijn: diversiteit en continu?teit. Diversiteit in mensen, expertises, organisaties, functies en processen. Diversiteit binnen het projectteam, maar ook in de contacten tussen het team en de dagelijkse praktijk om zoveel?mogelijk goede idee?n door te laten dringen en tunnelvisie te voorkomen. Diversiteit is?essentieel om de juiste oplossing te vinden. Continu?teit is vereist in het projectteam, de?doelstelling en vooral in de innovatieketen richting eindgebruikers. Dit betekent dat?innovatieve oplossingen een landingsplaats vereisen. Niets is frustrerender dan resultaten?boeken, die niet gebruikt worden. Continu?teit is essentieel, zodat een goede?oplossing ook waardevol kan worden.

veiligheidinnovatieEerder publiceerde TNO ook het?boek ?Veiligheid schreeuwt om innovatie? waarin TNO onder meer wil inspireren met visieontwikkeling, praktische handvatten, praktijkvoorbeelden en interviews. Verschillende experts van TNO en een aantal vooraanstaande en relevante partners uit het veiligheidsdomein hebben met veel enthousiasme een bijdrage geleverd, waaronder onze minister van Veiligheid en Justitie, Mr. I.W. Opstelten. Hij was bereid het voorwoord te schrijven. Om zichtbaar te maken dat wij met elkaar daadwerkelijke innovaties in de praktijk brengen, is in het boek een viertal voorbeelden opgenomen: The Hague Security Delta, Museumveiligheid, Twitcident en Beveiliging van de waterkant. De digitale versie van dit boek is hier te downloaden.

Bron: NCTV, magazine?Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing:

De wet op internet

Arnoud Engelfriet (2010) – De wet op internet

Je mening geven op een blog of forum, via KaZaA de nieuwste muziek downloaden, even een scriptie kopi?ren van internet of op een gedeelde map in andermans computer rondkijken. Gewoon wat klikken, of zware internet criminaliteit?
En hoe zit het met een webwinkel die niet doet wat hij belooft? Internet is al lang geen plek meer waar een select gezelschap computerexperts discussieert over StarTrek, of zelfs maar een medium waar een professionele redactie zorgvuldig geselecteerde informatie beschikbaar stelt aan een braaf consumerend publiek. Internet is interactief en daarmee voor iedereen en vooral d??r iedereen te gebruiken.
En dan wordt de vraag ?mag?dat eigenlijk wel? ineens relevant voor iedereen.

Dit boek geeft op een overzichtelijke manier weer hoe het in de wet zit.

Internet verandert snel, maar wetgeving een heel stuk langzamer. Dat maakt internetrecht zowel voor leken als voor juristen een lastig vakgebied. Dit boek legt in heldere taal uit hoe je als internetter om moet gaan met deze regels.

Aan de hand van vele voorbeelden en rechtszaken wordt uitgelegd wat de consequenties zijn van bijvoorbeeld de privacywetgeving, de Wet Koop op Afstand of de strafbepalingen over computercriminaliteit voor een weblogger of forumsite. Ook voor wie muziek of films op internet wil plaatsen, biedt dit boek een goede houvast.

Bronnen: website Arnoud Engelfriet