Tagarchief: vrijheid

Social media DNA controle aan de grens?

cell-phone-1245663-768x512

Wie dacht dat de Amerikaanse president Donald Trump zich na alle kritiek op zijn inreisverbod gedeist zou houden, heeft het mis. Zo lijkt er alweer een nieuwe maatregel aan te komen: bij de controle van de Amerikaanse grens zou binnenkort om het wachtwoord van Facebook-accounts van mensen kunnen worden gevraagd.

Deze actie zou vooral bedoeld zijn om mensen te controleren die afkomstig zijn uit de zeven landen waarvoor Trump eerder ook het inreisverbod instelde. John Kelly, de chef van Homeland Security, stelt de maatregel de Verenigde Staten in staat om te controleren wat deze mensen doen op het internet, zo meldt?Fox News.

?We willen?in hun social media-accounts kijken, met hun wachtwoord?, zo vertelde Kelly aan een comit??van Homeland Security tijdens een hoorzitting.??Het is heel moeilijk om mensen afkomstig uit deze landen echt goed te controleren. Maar wanneer ze bij de grens staan willen we weten wat voor websites zij bezoeken. Wanneer ze hun wachtwoord geven kunnen we zien wat ze op internet doen.?

Ook wil?het Witte Huis dat buitenlandse bezoekers contactenlijsten delen en vragen over hun overtuigingen beantwoorden. De maatregelen zouden moeten bijdragen aan een betere bescherming tegen terrorisme. In december begon de Verenigde Staten al met het opvragen van social-media-accounts van inwoners uit ESTA-landen. Dat zijn landen waarvan inwoners onder voorwaarden zonder een visum naar de Verenigde Staten kunnen reizen. In totaal doen 38 landen mee aan dit programma, waaronder Nederland en Belgi?.

“Als er enige twijfel bestaat over iemands motieven om naar de Verenigde Staten te komen, moet diegene?kunnen bewijzen dat hij met legitieme redenen binnenkomt?, zegt een medewerker van het Department of Homeland Security (DHS) tegen The Wall Street Journal.

Een groep van ongeveer vijftig mensenrechten- en vrijheidsorganisaties heeft eerder al?zorgen over de plannen uitgesproken. De organisaties noemen de plannen??een directe aanval op fundamentele rechten?, inclusief het recht op vrijheid van meningsuiting.

Daarnaast waarschuwen zij voor tegenmaatregelen van andere landen. Buitenlandse overheden zouden bij binnenkomst van Amerikaanse burgers ook wachtwoorden kunnen eisen.

3,6 miljoen Chinezen?door social media scanner?

Chinezen met een tienjarig visum (zaken of toerisme) gevraagd wordt de sociale media platforms waarop ze actief zijn en bijhorende gebruikersnamen door te geven alvorens naar de VS te reizen. De vraag zou online gesteld worden als onderdeel van het Elektronisch Visum Update Systeem (EVUS), waarin alle Chinezen met een tienjarig visum zijn ingeschreven. De US Customs and Border Protection (CBP) stelde via een document voor om een optioneel item toe te voegen aan het EVUS online systeem, waarbij aan aanvragers gevraagd wordt op welke sociale media ze actief zijn en onder welke gebruikersnaam. CBP-officieren zouden dan deze informatie kunnen gebruiken om een evaluatie te maken alvorens de visumhouder in het land toekomt.Ongeveer 3,6 miljoen Chinese aanvragers zouden op deze manier met de sociale media controle geconfronteerd worden.?Het is niet duidelijk welke sociale media platforms het nieuwe voorstel zou omvatten, maar de meeste van onze westerse sites zijn geblokkeerd in China. Chinese webgebruikers hebben hun eigen sites, die niet toegankelijk zijn voor westers gebruik.

Onder de regering van Barack Obama was er al een soortgelijke (maar optionele!) vraag in zijn Visa Waiver Programma, een ander online systeem dat bezoekers uit twee?ndertig ‘rijke’ landen in staat stelt de formele weg om een visum aan te vragen, over te slaan. De optionele vraag in het Visa Waiver Programma is een keuzemenu met platforms als Facebook, Twitter, Google+, Instagram, LinkedIn en YouTube met bijhorende plaats om de gebruikersnaam voor deze sites in te geven.

Nederlanders weigeren wachtwoord af te geven

Zes op de tien Nederlanders die naar de VS willen, weigert hun wachtwoorden van sociale media op te geven als de Amerikaanse douane daar om vraagt. Metazoekmachine Kayak onderzocht de houding van Nederlanders tegen de verscherpte anti-terrorismemaatregelen die de regering-Trump onlangs heeft voorgesteld. De Immigration Service wil ook een overzicht van alle contacten op je telefoon en zelfs je financi?le gegevens. Van de ondervraagden zegt een kwart deze informatie wel te verstrekken ?als het echt nodig is?. 60% vindt de maatregel ?een regelrechte inbreuk op hun privacy?. De weigering wachtwoorden af te geven, blijkt vooral ingegeven door de angst dat er aan hun account wordt gerommeld, dat vrienden of posts verwijderd worden en dat een ander iets post van zijn/haar account. Ruim een derde wil niet dat de autoriteiten toegang krijgt tot de priv?-informatie die op vele accounts te vinden is.

Bronnen: Metronieuws,?The Wall Street Journal, Telegraaf, Emerce

Big Data in een vrije en veilige samenleving

WRR Big Data

Big Data-toepassingen bieden vele kansen voor opsporing en surveillance. Ze maken snelle en precieze reconstructies van misdaden mogelijk, evenals gerichte inspecties en het realtime volgen van ontwikkelingen bij crisissituaties. Tegelijkertijd ontstaan er nieuwe risico?s voor burgers, op het gebied van privacy, discriminatie en de vrije meningsuiting. Aan de horizon dreigt (semi-)automatische besluitvorming, waarbij de uitkomsten van data-analyses sturend zijn voor het handelen van veiligheidsorganisaties.

De WRR analyseert in dit rapport hoe de Nederlandse overheid Big Data kan gebruiken en richt zich daarbij specifiek op het veiligheidsdomein. Big Data kan volgens de raad uitsluitend vruchten afwerpen als de huidige wet-en regelgeving wordt versterkt om fundamentele rechten en vrijheden te waarborgen. Hiertoe moet de aandacht worden verlegd van het reguleren van het verzamelen van data ? het zwaartepunt in de huidige juridische kaders ? naar de regulering van en het toezicht op de fases van de analyse en het gebruik van Big Data. Voor de vrijheid en de veiligheid van de burgers doen zich in deze twee fasen van Big Data-processen de grootste kansen ?n de grootste risico?s voor.

[slideshare id=61479991&doc=bigdataineenvrijeenveiligesamenleving-160428204125&type=d]
[slideshare id=61480471&doc=factsheetaanbevelingenr95-160428205914&type=d]

Download de complete publicatie als pdf bestand

Download de samenvatting als pdf bestand

Bronnen: WRR

Respectloze honden?

Rachel_Dolezal_speaking_at_Spokane_rally_May_2015

Op 11 juni 2015 was Rachel Dolezal (37) een tamelijk onbekende activiste uit de Verenigde Staten. Als dochter van een zwarte man en blanke vrouw had ze haar leven gewijd aan het bestrijden van racisme via kunst en onderwijs.?Op 12 juni was alles wat ze had opgebouwd in ??n klap verwoest. Dolezals vader bleek namelijk niet zwart, maar lelieblank. En haar getinte huid had ze niet te danken aan zwarte voorouders, maar aan de zonnebank. Een lokale tv-zender gooide haar diepste geheim op straat – inclusief jeugdfoto’s van Dolezal met blond, sluik haar – en onmiddellijk rees de vraag of haar levenswerk nog wel geloofwaardig is nu haar raciale afkomst een leugen bleek.?Het Twittertribunaal wachtte Dolezals antwoord niet af en besloot diezelfde dag nog haar reputatie te vernietigen.

Ook vice-premier Asscher heeft het online niet makkelijk. Hij zou heulen met de vijand, een zionistenhond zijn en liever in een moslimhol kruipen dan achter zijn eigen volk staan. Lodewijk Asscher is de hatelijke berichten zat die hij dagelijks via de sociale media ontvangt. Hij gaat tenslotte ook over sociale zaken. De PvdA’er gaf zijn belagers vandaag daarom een koekje van eigen deeg met een publieke schandpaal op Facebook.?Asscher rekent in de paginalange tekst een voor een af met zijn meest onfatsoenlijke critici. Vooral de joodse achtergrond van de vicepremier blijkt een onuitputtelijke bron voor beledigingen.?De vicepremier vult de sneren aan met zijn eigen snedige kanttekeningen. Hieronder zijn brief aan de “respectloze hond”:

OnTheInternetNoOneKnowsYoureADog


Respectloze hond.
Beste reageerders,

Ik merk dat ik dankzij jullie te vaak niet meer reageer als mensen me via social media benaderen. Daarom nu een antwoord- ik weet dat jullie op zoek zijn naar dialoog – daarna richt ik me weer volledig op diegenen die het echte gesprek zoeken.

In de eerste plaats wil ik al diegenen die erin geslaagd zijn een grapje te maken over mijn achternaam complimenteren. Niet alleen vind ik ASS cher heel knap gevonden, het is ook nog internationaal. Seth leeft in jullie voort. Nog spitsvondiger vond ik aSScher, omdat daarin ook een subtiele verwijzing naar de beruchte Duitse SS schuilgaat. Altijd even lachen.
Nu we het toch over de Oorlog hebben: onder jullie bevinden zich velen met een groot geschiedkundig inzicht. Zo zijn jullie erachter gekomen dat de Abraham Asscher die ??n van de voorzitters van de Joodsche Raad was, familie van mij is. Chapeau. Voor de muggenzifters onder ons: hij was mijn overgrootvader. Mijn grootvader en naamgenoot Lodewijk Asscher was diamantair en hield van schaken, fietsen en klassieke muziek. In die zin is de verzuchting “Jammer dat de opa van Asscher de opa van Plasterk niet heeft ingedeeld voor het transport!” moeilijk te rijmen met de geschiedenis. Ik bespreek het met ome Roon.

Ik begrijp dat jullie na het ontdekken van dit delicate aspect van mijn familiegeschiedenis een verklaring hebben voor mijn politieke opvattingen. Misschien dat @tonysoprano272 het nog het dichterlijkst heeft verwoord: “Asscher kruipt liever in een moslim hol dan achter eigen volk te staan! Net zijn opa, die werkte ook graag met de bezetter mee.” Voor degenen die de boodschap niet in ??n keer hebben begrepen, voegt Tony ook nog “De viezerik” toe.

Ook mijn standpunt over zwarte Piet ( tijd voor verandering ) weten jullie te koppelen aan de familiegeschiedenis. “Asscher is precies zijn opa! Heulen met de vijand! Fuck you Asscher! Respectloze hond!”, aldus wederom @tonysoprano272. Laat ik voorop stellen dat ik ook niet houd van respectloze honden. Honden moeten respect tonen.

Intussen adviseert Rico Schuurman me “rot toch op man asscher met die kut kop van je. Haal die echte pieten maar uit het land kijk wat zij niet hoeven te betalen en wat ze allemaal krijgen ik stem pvv. ik was ooit trotse nederlander nu niet meer”. Velen van jullie zijn begaan met onze cultuur en beschaving. Dat geeft een goed gevoel. Eddy vindt het erg dat onze cultuur het onderspit moet delven om wat migranten met lange tenen ter wille te zijn. Anderen vragen zich af van welk ras Piet eigenlijk is?

Mijn joodse achternaam is voor velen van jullie een plausibele verklaring voor mijn gedrag en opstelling. Zo geef ik tegelijk te veel en te weinig om moslims. Neem @Holladiejan: “Zionistenhond @LodewijkA laat verstek gaan bij VN. Gaat over racisme i.p.v. antisemitisme daar heeft hij niets mee.” Farid is tot de conclusie gekomen dat ik als jood de mond vol heb van moslims, maar dat ik me vreemd genoeg muisstil hou over zionisme. Flip heeft blootgelegd dat je mij nooit over racisme hoort, want racisme bestaat alleen onder moslims, nooit onder joden. Volgens Peter Breedveld cs ben ik zelfs de gevaarlijkste racist van Nederland.

Uit alles spreekt jullie zorg over de toenemende verruwing. Neem @Brabantia: “Wilders heeft allang afstand genomen van geweld. Verder zijn Jij en je klote partij de oorzaak van dit geweld. Niet Wilders.”

Mathijs Koenraadt combineert scherpzinnig alle bovenstaande feiten: “@LodewijkA is joods en viert helemaal geen Sinterklaas thuis. Hij wil zwarte piet afschaffen omdat hij volkscultuur veracht.”
Boem. Ik geef onmiddellijk toe dat ik thuis de schijn ophoud; ik vier wel Sinterklaas met mijn kinderen, maar ik geloof er zelf niet echt in.

Lieve jongens, ik stop – hoewel ik velen van jullie nog steeds niet beantwoord heb. Het gewone werk roept. Mag ik jullie voorzichtig aanraden voor de volgende keer dat je zo’n reactie plaatst de tweet of post eerst even aan je moeder te laten zien? Of aan je dochter, for that matter? Als zij het ook een goed idee vindt, vooral plaatsen. Blijf er niet mee rondlopen.

Groeten,
Lodewijk (achternaam bij jullie bekend)
PS: Ik ben niet ingegaan op doodsbedreigingen, daarvan doe ik altijd aangifte.
PS2: Natuurlijk zijn er heel veel mensen die hun ongenoegen over mij, de politiek of het beleid op een gewone manier kenbaar maken. Waar en wanneer het werk het toelaat, zal ik daar proberen serieus op in te gaan.


Boos

‘Ik wilde Asscher absoluut niet kwetsen’

rico

Rico Schuurman heeft heel veel spijt van zijn scheldkannonade aan het adres van minister Lodewijk Asscher.

,,Rot toch op man Asscher, met die kut kop van je. Haal die echte pieten maar uit het land. Kijk wat zij niet hoeven te betalen en wat ze allemaal krijgen. Ik stem PVV. Ik was ooit een trotse Nederlander. Nu niet meer?, plaatste Rico in september vorig jaar op Facebook.

Aanleiding was een Facebookpost waarin de vicepremier uitlegt waarom hij vindt dat zwarte Piet moet veranderen. ,,Achter Piet als symbool ligt een ongemakkelijke waarheid van vooroordelen en stil racisme?, schrijft Asscher. Rico, hulppiet in Oosterwolde, was klaar met alle commotie rondom Piet.

,,Ik was boos op de mensen die tegen zwarte Piet zijn. Dus daarom bedacht ik mij niet en reageerde ik op het bericht van minister Asscher.” Rico gebruikte in zijn reactie niet al te nette woorden, maar flapte ze eruit voordat hij er erg in had. ,,Ik was boos en zonder na te denken plaatste ik het op Facebook.”

Rico was eigenlijk allang weer vergeten dat hij had gereageerd op het bericht van de vicepremier. Daarom schrok hij toen hij zijn naam zag opduiken in de Facebookpost van Asscher. Rico’s bericht wordt daar als voorbeeld gebruikt om te laten zien wat voor narigheid de vicepremier allemaal over zich heen krijgt.

,,Ik zat op school toen ik zag dat iemand mij had getagd in het bericht. Vervolgens las ik het verhaal en zag ik mijn naam staan. Ik dacht echt ?Wat is dit nou?’ Potverdrie zei ik nog tegen mezelf”, vertelt Rico. Hij krijgt meteen spijt en plaatst wel drie keer zijn excuses onder het bericht van Asscher: ,,Ik bedoelde het niet zo en wilde de minister absoluut niet kwetsen.”

rico2

Rustige jongen

Normaal gesproken is de student Helpende Zorg en Welzijn aan ROC Friese Poort in Drachten een rustige jongen die naar eigen zeggen nooit iemand zou kwetsen. ,,Ik scheld nooit iemand zomaar uit. Maar toen zat ik alleen achter mijn computer en dan is de drempel lager om verkeerde woorden te gebruiken. Achteraf had ik mijn mening genuanceerder willen vertellen. Zonder scheldwoorden. Of misschien had ik helemaal niks moeten plaatsen”, bedenkt de Oosterwoldiger zich.

Het bericht van Asscher wordt duizenden keren gedeeld en krijgt meer dan zestienduizend likes. Als Rico ’s avonds naar RTL Nieuws zit te kijken, ziet hij zijn eigen reactie weer voorbijkomen. Zelfs in RTL Late Night wordt zijn bericht besproken.

Eigen fout

Rico krijgt berichten van vrienden die hem er op attenderen. ,,Dan baal je wel als ze het zo over je hebben. Maar ik begrijp het wel. Het is mijn eigen fout geweest.”

De tiener heeft zijn lesje wel geleerd. ,,Voortaan denk ik tien keer na voordat ik iets op Facebook zet. En schelden is laf. Helemaal op internet. Ik zal het echt nooit weer doen”, zegt Rico vol berouw.

Kapot maken

Jon Ronson, die een boek schreef over naming en shaming in de sociale media “So you’ve been publicly shamed“, ondervond het?aan den lijve.?Ronson bezocht enkele slachtoffers van virtuele bedreigingen, sarcasme of digitale lynchpartijen en tekende hun ijzingwekkende getuigenissen op. Hij wilde weten wat een twitteraar, die doorgaans als keurig mens door het leven gaat, drijft om met honderden anderen iemand aan de schandpaal te nagelen wegens een misstap of ongelukkige uitspraak.

Ronson blikt terug op de begintijd van Twitter, rond 2006. In zijn herinnering bestonden de virtuele vervolgingen nog niet. Het sociale medium was vooral een platform voor geestige en eerlijke uitwisselingen. Dat veranderde toen ook invloedrijke mensen als Donald Trump een account aanmaakten. ‘Voor het eerst in de geschiedenis hadden we min of meer rechtstreeks toegang tot dat soort ivoren-toren-oligarchen’, schrijft Ronson in zijn boek. En zo konden machtige mensen dus ook rechtstreeks afgestraft worden voor foute opmerkingen.

Daarna veranderde er iets, meent Ronson. Gebruikers van sociale media raakten gespitst op alles wat niet door de beugel kon. Er ontwikkelde zich een naargeestige focus op ?lle uitspraken, ook die van doodgewone, onbeduidende twitteraars. Ronson schrok van de wreedheid van de afstraffingen, maar meer nog van de onwil om iemand een uitspraak te vergeven.

Een vriend van Ronson, de Britse documentairemaker Adam Curtis, vergelijkt Twitter met een machine. ‘Hij zei: twitteraars zijn de ingenieurs van deze gesmeerde machine. En waar houden ingenieurs het meest van? Van stabiliteit en conformisme. Iedereen moet het met elkaar eens zijn. En dan komt iemand met een foute tweet het systeem destabiliseren.’

Ronson is ook geen heilige, geeft hij direct toe. Ook hij heeft in het verleden mensen op Twitter bespot of genoten van een publieke afgang van iemand die hij niet sympathiek vond. Maar hij vindt de rechteloosheid op sociale media zorgelijk. ‘Zodra individuen samenkomen op Twitter, vormen ze een groot machtsblok. Als we willen dat iemand wordt ontslagen, dan wordt die persoon ontslagen.’

Mensen laten zich makkelijk leiden door massahysterie, zegt Ronson. De vrije wil verdwijnt, waanzin wint het van de rede. In het echte leven is die dynamiek het sterkst te zien bij rellen, op sociale media komt die tot uiting met publieke vernederingen. Maar waar in het echte leven de mobiele eenheid rellen kan stoppen, is op internet een dergelijke ordedienst nauwelijks aanwezig. Daarmee schetst Ronson onbedoeld het weinig hoopgevende beeld dat virtuele lynchpartijen amper nog te stoppen zijn.

In april 2015 was Jon Ronson zelf aan de beurt. De reden: in de ongeredigeerde versie van zijn boek stond een onhandig geformuleerde passage over de hoogste vorm van vernedering die een man of vrouw kan ondergaan. Ronson: ‘Ik had iets geschreven in de trant van: voor een vrouw is verkrachting het ergste wat haar kan overkomen, voor mannen is dat ontslag.’ Hij besloot de vergelijking te schrappen toen vrienden hem waarschuwden dat het stukje al dan niet kwaadwillig verkeerd ge?nterpreteerd kon worden.

Maar de lynchmob op Twitter wist de gewraakte passage toch op te duikelen en begon een screenshot driftig te retweeten. Want hoe d?rfde hij te stellen dat ontslag erger is dan verkrachting?

Hij kwam net aan in Wisconsin om zijn boek te promoten toen Twitter ontplofte. Volgens Ronson was het nota bene een twittertrol – een twitteraar die ervan geniet om anderen op te jagen als diegene iets onwelgevalligs twittert – die met die vergelijking aankwam toen hij haar interviewde over schaamte. ‘Ik vond het aanvankelijk treffend, want inderdaad: ik hoef nooit bang te zijn dat iemand mij verkracht en de gedachte dat ik plots zonder werk kom te zitten is ondragelijk. Maar ik heb er nooit mee bedoeld dat ontslag erger is dan verkrachting.’

Ronson, ziek van de grove aanvallen, probeerde nog uit te leggen hoe het werkelijk zat. ‘FUCK YOU’, was het antwoord van een twitteraar. ‘Je had niet eens mogen overwegen om de vergelijking in je boek verwerken.’ Een hopeloze zaak. ‘Alsof ik getroffen werd door bliksem’, zegt Ronson terugblikkend op die ervaring.

Ronson krijgt regelmatig het verwijt dat hij als bevoorrechte witte man over publieke vernederingen schrijft. Radicale sociale activisten vinden het frappant dat hij, van alle mensen die er ooit slachtoffer van zijn geweest, uitgerekend iemand als Justine Sacco verdedigt, de vrouw die een grap over aids en Afrikanen maakte.

‘Ik had een zogenaamd racistische vrouw niet mogen verdedigen, maar ik heb haar intensief gesproken en van dichtbij gezien hoe een verwoest leven eruit ziet. Sacco’s carri?re was voorbij, ze kon niet meer slapen en als single vrouw waren haar kansen op een date ook geslonken. En de ironie van dit alles is dat ze met die onhandige grap juist de geprivilegieerde positie van blanke westerlingen wilde aankaarten.’

Heeft het publiekelijk afstraffen van een foute opmerking ook niet ergens een beetje nut als twitteraars daarmee bijvoorbeeld het alledaags racisme aankaarten? ‘Absoluut niet’, zegt Ronson ge?motioneerd. ‘Het is wreed om een individu eruit te pikken en die verantwoordelijk te maken voor sociale misstanden. Het is diep traumatiserend voor slachtoffers en het cre?ert een beangstigend conformistische wereld.’

Hoewel hij zich ervan bewust is dat het ijdele hoop is te denken dat publieke vernederingen voorkomen kunnen worden, gelooft hij wel dat het noodzakelijk is mensen bewuster te maken van de desastreuze gevolgen voor slachtoffers. ‘We kennen nu de afschuwelijke verhalen als die van Justine Sacco, maar we hebben het nog nauwelijks gehad over rehabilitatie.’

Om die reden heeft Ronson een hoofdstuk ingeruimd om het leven n? de schandpaal te beschrijven. Hij schrijft over zijn bezoek aan James Gilligan, een gepensioneerde gevangenispsycholoog die jarenlang met ernstig getraumatiseerde gevangenen had gewerkt. De gevangenen waren zonder uitzondering als kind stelselmatig vernederd en konden alleen nog met de schaamte omgaan door al hun emoties uit te schakelen. Dat de gedetineerden vervolgens ook door het gevangenispersoneel regelmatig werden vernederd, droeg niet bij aan de verwerking.

Gilligan voerde een simpel experiment uit. Hij gaf het gevangenispersoneel de opdracht om gedetineerden humaan te behandelen en paste intensieve therapie toe. De resultaten waren verbluffend: het geweld in de gevangenis nam direct af en de gevangenen leerden langzaam weer hun emoties toe te laten. Ronson: ‘Ik hoop dat die rehabilitatie ook mogelijk is voor slachtoffers van publieke vernederingen op sociale media, want dit kan iedereen overkomen.’

Maar zijn publieke vernederingen hoe dan ook fout? Ok?, vooruit, Ronson moest onlangs stiekem lachen om de virtuele vervolging van de Times-journaliste Camilla Long. ‘David Bowie was net dood. Hij was ook mijn held, verdorie. Iedereen was collectief aan het rouwen op Twitter. En toen twitterde Camilla Long opeens: ‘Wat een onoprecht vertoon van massarouw, stelletje aanstellers, doe het lekker thuis.’ Een horde Bowie-fans sprong er direct op. En eerlijk? Ik dacht: lullig, misschien heb je het wel ergens verdiend. Je hebt het wel over David Bowie, ja.’

jonronson

Bronnen: Facebook, De Volkskrant, De Volkskrant, Leeuwarder Courant

“U twittert wel heel veel”, zei de politie

unnamed

Twitterende tegenstanders van azc?s moeten rekening houden met een bezoekje van de politie. Mag dat?

Kim Bos en Martin Kuiper schreven er het volgende over in NRC:

Maandagmiddag kreeg Mark Jongeneel (28) een verontrustend telefoontje. Zijn moeder aan de lijn. Er waren net twee politieagenten aan de deur geweest die op zoek naar hem waren, maar ze vertelden niet waarom. Nu gingen ze op weg naar Jongeneels kantoor; hij heeft een incassobureau. Wat zou er aan de hand zijn? ?Was ik zaterdagavond dronken, schoot nog door mijn hoofd.? Maar hij kon zich alles nog herinneren.

?U twittert heel veel?, zeiden de agenten volgens Jongeneel toen ze hadden plaatsgenomen in zijn werkkamer. ?Wij hebben orders gekregen om u te vragen op uw toon te letten. Uw tweets kunnen opruiend overkomen.?

In Sliedrecht was dinsdagavond een bijeenkomst over een asielzoekerscentrum in de regio. In de aanloop ernaartoe plaatste plaatste Jongeneel een paar tweets. Deze bijvoorbeeld: ?Het college van #Sliedrecht komt met een voorstel om de komende 2 jaar 250 vluchtelingen op te vangen. Wat een slecht plan! #KominVerzet? Eerder schreef hij ook: ?Dit laten we toch niet gebeuren!??

Politiestaat
De afgelopen maanden heeft de politie veel vaker mensen thuis opgezocht die zich op sociale media uitspraken t?gen asielzoekerscentra. In oktober was er in Leeuwarden een huisbezoek bij ongeveer twintig tegenstanders van azc?s. En in Enschede gingen wijkagenten langs bij sympathisanten van AZC-alert Enschede. In het Brabantse Kaatsheuvel kregen in ieder geval drie dorpsbewoners een huisbezoek van de politie omdat zij zich kritisch hadden uitgelaten over de komst van een noodopvang of omdat zij op sociale media een pagina over het onderwerp beheerden.

Met die huisbezoeken probeert de politie de burger ervan te doordringen ?welk effect een post of tweet op internet kan hebben?, zegt een woordvoerder van de Nationale Politie. Met tien ?realtime intelligence-eenheden?, groepjes digitale rechercheurs verspreid over het hele land, worden Facebook-pagina?s en Twitter-accounts in de gaten gehouden. Er wordt gelet op posts die ?te ver? gaan.

Ook gemeenten sturen de politie aan. Dat gebeurde bij Jongeneel. De woordvoerder van de gemeente Sliedrecht legt uit dat ze duidelijk wilden maken dat een eventuele fysieke demonstratie ?prima? is, maar wel moet worden gemeld bij de gemeente. ?Het was absoluut niet de bedoeling om de man zijn mond te snoeren. Echt niet. Wij vinden dat iedereen zijn mening moet kunnen laten horen.? Zo vrijblijvend kwam het op Jongeneel niet over. ?Alsof we in een politiestaat leven.?
Vrijheid van meningsuiting

?Laat ze oprotten die teringleiers, we gaan met z?n allen naar het gemeentehuis?, postte garagehouder Johan van Wouw (43) een paar weken geleden op een maandagochtend op zijn eigen Facebook-pagina. Hij had kort daarvoor op internet gelezen dat in Kaatsheuvel 1.200 vluchtelingen zouden worden opgevangen en wilde laten merken dat hij het daar niet mee eens was. Stond er later die middag politie aan zijn deur. ?Ze vonden dat ik aanzette tot een demonstratie en stuurden erop aan dat ik de post van internet verwijderde.?
Het bezoek duurde ongeveer twintig minuten en de politie gedroeg zich behoorlijk autoritair, vindt Van Wouw. Hij voelt zich sindsdien in zijn vrijheid beperkt. ?Als ik tegenwoordig iets op Facebook post, realiseer ik me dat de politie misschien wel mee zit te lezen.?

Haatzaaien
Ook andere mensen die de politie op bezoek kregen, hebben het gevoel dat hun de mond wordt gesnoerd. ?Waarom mogen wij niet zeggen wat we vinden??, vraagt Kim (33) uit Kaatsheuvel zich af. Ze wil niet met haar achternaam in de krant. Kim kreeg politie aan de deur vanwege tweets van haar en haar vriend. Ze postten meerdere Facebook-berichten waaruit hun ongenoegen over een azc in de buurt blijkt. Ook zoiets als: gaan we er hier ook een Geldermalsen van maken? Kim: ?Maar als mensen daar gevolg aan geven, zitten zij toch fout??

Haatzaaien of opruien is in Nederland verboden. Maar wanneer wordt de grens van het toegestane overschreden? Dat is volgens de woordvoerder van de Nationale Politie heel moeilijk te zeggen. Steeds wordt een nieuwe inschatting gemaakt; er zijn geen specifieke regels.

?Het is een subtiele grens die je gemakkelijk overschrijdt?, zegt hoogleraar strafrecht Nico Kwakman, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. ?Je mag zeggen: ?Ik vind de islam een achterhaalde godsdienst.? Dat is een mening. Maar als je verder gaat en zegt: ?Moslims zijn niet goed en moeten opnieuw worden opgevoed?, overschrijd je een grens.? Het hangt er ook van af wie de opmerking op welk moment maakt.

Eigenlijk laat dit ook zien dat de politie bij de tijd aan het raken is, vindt Jaap Timmer, universitair hoofddocent maatschappelijke veiligheid aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. ?Als iemand vroeger in een caf? zei dat hij ging demonsteren en dat de ruiten eruit zouden gaan, zou diegene ook een huisbezoekje krijgen. De politie heeft kennelijk ontdekt dat het publieke domein zich ook op sociale media afspeelt.?

W??r niet serieus genomen
?De politieagent wordt gezien als iemand die criminaliteit opspoort, maar is er ook om criminaliteit te voorkomen, om de burger te adviseren en te helpen?, zegt strafrechtexpert Kwakman. Dat is wat de politie in dit soort gevallen wil doen, denkt hij. ?Maar men heeft, denk ik, fout ingeschat wat het voor de desbetreffende persoon betekent.? Het was volgens Kwakman verstandiger geweest om een andere ambtenaar, eentje zonder uniform, op die mensen af te sturen. ?Als er een politieman komt vertellen dat wat je doet niet in de haak is, voel je je gekleineerd en gecriminaliseerd.?

Het bezoek van de politie heeft Kim uit Kaatsheuvel alleen maar kwader gemaakt, vertelt ze. ?De gemeente doet z? veel moeite om ervoor te zorgen dat wij onze mond houden, wat betekent dat?? Ze denkt het antwoord te weten: ?We worden w??r niet serieus genomen.?

Er is heel weinig vertrouwen in de burger, vindt ook Mark Jongeneel. ?Na het bezoek van de politie heb ik besloten om me juist duidelijker uit te spreken. Ik laat me de mond niet snoeren.? Dinsdagavond sprak hij daarom tijdens de lokale raadsvergadering.

Deze berichten werden op sociale media geplaatst door mensen die de afgelopen maanden de politie op bezoek kregen.

VOLGENDE WEEK MAANDAG PROHECT X OP DE DROOMGAARD IN KAATSHEUVEL !!!!!!! Kom met vele en geef de 1200 asielzoekers een “warm” welkom

Laat ze oprotten die teringleiers, we gaan ze met z?n allen naar het gemeentehuis

Het college van #Sliedrecht komt met een voorstel om de komende 2 jaar 250 vluchtelingen op te vangen. Wat een slecht plan! #KominVerzet

LAATSTE OPROEP!!!! Iedereen die vind dat het klaar is met binnen halen van die uitbuiters, vooral omdat ons opa?s en oma?s nog niet eens verzorgd kunnen worden. (…) Laat niet met je spelen maar kom op voor je land laat horen waarvoor je staat en kom met z?n alle naar de markt in Kaatsheuvel komende maandag 19:00 uur !!!!!!!

19 januari wordt in de raad van #Sliedrecht besproken om de komende 2 jaar 250 vluchtelingen op te vangen. Dit laten we toch niet gebeuren!?

In Sliedrecht is een raadsvergadering dinsdagavond over de mogelijke komst van een asielzoekerscentrum rustig verlopen. Het raadshuis waar de vergadering plaatsvond was extra beveiligd met particuliere beveiligers. Er waren enkele insprekers en er was veel publiek. In een aparte ruimte naast de raadszaal konden belangstellenden via een videoverbinding de vergadering volgen. Hier konden honderd mensen plaatsnemen. Voordat de vergadering begon, was de zaal vol en werd er niemand meer toegelaten. De naar schatting twintig mensen die het gebouw niet in konden en zich buiten hadden verzameld, hielden zich volgens ooggetuigen kalm ? afgezien van een enkel rotje. Eind deze maand loopt de periode voor crisisnoodopvang in Sliedrecht, die op 14 oktober begon, af.

In het Brabantse Heesch is dinsdagavond een informatiebijeenkomst over de komst van een asielzoekerscentrum rustig verlopen. De gemeente Bernheze, waar Heesch onder valt, had extra veiligheidsmaatregelen getroffen nadat een bijeenkomst maandag uit de hand was gelopen. Er was extra politie op de been en alleen omwonenden die zich vooraf hadden aangemeld, waren welkom in het caf? waar de bijeenkomst werd gehouden. Daar moesten ze langs detectiepoortjes om naar binnen te komen.

In Heesch werd maandag door ongeveer duizend mensen gedemonstreerd tegen de plannen voor een azc, waar zo?n vijfhonderd mensen moeten worden opgevangen. Een nieuwe informatiebijeenkomst vindt donderdag plaats.

In Ede is het volgens burgemeester Cees van der Knaap onder de huidige omstandigheden niet haalbaar om te praten over de komst van een asielzoekerscentrum. De informatieavond van aanstaande donderdag werd afgeblazen toen gemeente en politie signalen binnenkregen dat de veiligheid in het geding was. Volgens de burgemeester worden de bijeenkomsten gekaapt door mensen die zich luidkeels tegen de komst van het azc keren, wat vervolgens tot ongeregeldheden leidt. Er waren voor de bijeenkomst van donderdag al demonstraties aangekondigd van voor- en tegenstanders. Volgens de politie zouden actievoerders van buiten Ede willen komen. Er wordt nu gezocht naar andere manieren om inwoners bij te praten.

Bronnen: NRC Next

Online hulp bij zelfdoding

Alleen maar wat praten op social media. Is dat strafbaar??Ja, in sommige gevallen wel.

Een door zelfmoord geobsedeerde Amerikaanse verpleegkundige (illiam Melchert-Dinkel, 52 uit Minnesota) is veroordeeld voor het online helpen van Britse man (Mark Drybrough, 32 uit Coventry) om zelfmoord te plegen via een usenet groep ASH (Alt Suicide Holiday). De rechtbank kon in een andere zelfmoord zaak van de 18 jarige Nadia Kajouji met betrokkenheid van deze verdachte het bewijs niet rondkrijgen.

Melchert-Dinkel was geobsedeerd door zelfmoord en ging vaak online op zoek naar depressieve mensen.?Hij zich voordeed als een su?cidale vrouwelijke verpleegkundige, veinzde mededogen en bood stap-voor-stap instructies aan over hoe je een einde aan je eigen leven kan maken.?Hij erkende deel te hebben genomen aan ten minste 20?online chats over zelfmoord, van wie er vijf naar zijn weten ook echt zelfmoord hebben gepleegd.

Terry Watkins, de advocaat van Melchert-Dinkel, betwiste deze feiten niet maar dacht dat de client vrijuit kon gaan?onder de noemer?vrijheid van meningsuiting?”Ons argument was altijd dat wat Melchert-Dinkel deed werd beschermd als de vrijheid van meningsuiting.?We praten?zijn acties niet goed en wat hij deed is obsceen, immoreel of verdorven, maar wij hadden de indruk?dat dit werd beschermd door het eerste amendement van de Amerikaanse grondwet.”

“De verdachte heeft ofwel Drybrough of Kajouji niet fysiek geholpen bij de zelfmoord,” schreef de rechter in de uitspraak,?”Echter, er is significant bewijs dat de verdachte ??Drybrough heeft bijgestaan, en probeerde om Kajouji helpen om zelfmoord te plegen door hen te voorzien van specifieke instructies voor het uitvoeren?van de zelfmoord.”?Mr Drybrough verhing zich in 2005 en mevrouw Kajouji sprong in een bevroren rivier in 2008.

In het geval van?mevrouw Kajouji volgde dit slachtoffer niet de specifieke instructies op van Melchert-Dinkel maar koos voor een andere methode. Dus oordeelde de rechter dat Melchert-Dinkel slechts schuldig was om haar te helpen bij de zelfdoding. De moeder Elaine van de heer?Drybrough voegde toe dat de Melchert-Dinkel?”het deed voor de sensatie van de jacht,” en dit ook bevestigde en daarom niet goed te praten was.

Bronnen: Independent

 

Online muziek: wanneer is het wettelijk bedreigend?

musicthreat
Wanneer zijn?(online) muziek of liedteksten zo bedreigend dat de wet wordt overtreden?

Het internet staat?bomvol met harde taal op blogs en fora en er zijn veel gewelddadige YouTube-kanalen gewijd aan de donkere en bijzondere fantasie?n. Maar wanneer moeten dreigingen serieus genomen worden?

Het Hogere gerechtshof in de Verenigde Staten heeft zich ook weer eens gebogen over die vraag.

Enige jurisprudentie was er wel, zoals?Anthony Elonis?uit Pennsylvania die in 2010 werd veroordeeld voor het bedreigen van zijn vrouw op Facebook (ontvoering en moord). Elonis kreeg 44-maanden en schreef tientallen berichten in de vorm van dichterlijke rapteksten, die hij nabootste van nummers van rapper Eminem. Die spreekt immers ook in zijn nummers over het verkrachten en doden van zijn, inmiddels ex-vrouw, Kim. Het gerechtsdossier beschrijft hoe gedetailleerd Elonis “iemand” zijn vrouw zou laten doden met een mortiergranaat en ermee wegkomt, en in een ander bericht op de?Facebook wall van zijn schoonzus praat hij over het gebruiken van zijn zoon die voor de “moedermoord” op Halloween een masker van haar zou dragen. Het gerecht zat niet alleen met?vragen over hoe serieus je deze online bedreigingen nu moet nemen, maar ook of deze bedreigingen gezien kunnen worden als kunstzinnige uitingen. Donkere en soms gewelddadige uitingingen zijn bovendien?een deel van de internetcultuur, waardoor het moeilijk is om onderscheid te maken tussen een onschuldige ziekeling, een creatieveling of?gevaarlijke dreiger.

Timothy Zick, hoogleraar aan de William & Mary Universiteit in Williamsburg, legt uit:?”Als de dreiging op muziek is gezet, of gerapt wordt, kan het nog steeds gestraft worden? Het antwoord is ja, zolang aan de norm is voldaan. Alleen het toevoegen van rijm,?muziek [of beweren dat het kunst is] is niet voldoende om je tegen vervolging te beschermen. “. Wel is het zo dat dit soort uitingen?zelden vervolgd worden als ze bijvoorbeeld in de muziek worden gebruikt, en echte bedreigingen zijn lastig te bewijzen. Bedreigingen hebben een nauwe?definitie, waarin het doelwit ernstige emotionele nood moet voelen of waarbij ernstige fysieke schade dreigt en deze persoon ook aangifte moet doen, waarbij aan de jury of rechtspraak wordt overgelaten of de opmerkingen volgens het recht?bedreigend kunnen zijn.

Online bedreigingen zijn vaak grimmiger. Bijvoorbeeld vrouwen en minderheden krijgen?bijvoorbeeld op Twitter?veel dreigingen over zich heen?online, maar boeken zelden resultaat als ze er aangifte van doen. Ook kinderen zijn gevoelig voor het groeiende probleem van cyberpesten, dat grote gevolgen kan hebben?voor hun leven, in sommige gevallen zelfs kan leiden tot zelfmoord (gepeste kinderen hebben een dubbele kans). Social media platformen worstelen nog steeds, getuige de Safety Centers?waarin ze een aanpak zoeken samen hun?eindgebruikers. Zelfs wanneer expliciet gewelddadige bedreigingen worden gemeld aan de politie, worden?ze vaak niet serieus genomen en afgedaan als grappen of loze dreigementen.

Online communicatie wordt nu eenmaal anders behandeld. Het is veel moeilijker om de intenties en emoties van een poster?vast te stellen. Zick legt uit: “De doctrines in de VS zoals in het First Amendment staan zijn ontwikkeld met de fysieke ruimte in het achterhoofd – de zender en ontvanger?is daarbij in dezelfde ruimte.?Deze fysieke nabijheid be?nvloedt de manier waarop zaken als het aanzetten tot geweld, bedreiging en intimidatie worden?ervaren, ook door getuigen, en ook hoe ze in het licht staan van doctrines over vrijheid van mening.” Er zijn in de VS drie federale wetten en tientallen staatswetten die toegepast kunnen worden op online berichten?en ze hebben grotendeels betrekking op cyberstalking, cyberbulling of cyberharassment. Maar die wetten verschillen per staat en zijn niet altijd expliciet genoeg over internet of andere digitale communicatie, en zien die vormen gewoon als een ander type straat, kroeg of klaslokaal waarin de communicatie?plaatsvindt.

Zick geeft toe dat het erg lastig is om kunst en bewuste gewelddadige intenties uit elkaar te trekken. Hij vroeg zijn studenten daarom om teksten te beoordelen uit liedjes die opgeschreven zijn op papier te vergelijken met uitgesproken teksten tijdens een optreden. “Die context maakt al verschil. Veel studenten waren minder zeker na het beluisteren en bekijken van de optredens,?zowel over de vraag of de artistieke elementen ertoe deden en over de vraag of de norm was overschreden,” zei hij.

Het Hooggerechtshof zou kunnen besluiten om het zekere voor het onzekere te nemen en de kant van de vrijheid van meningsuiting te kiezen. In dat geval moet bewezen worden dat de afzender van de boodschap echt?van plan is iemand wat aan te doen. Het alternatief is dat de dreiging een misdrijf is als, in het Amerikaanse rechtssysteem, een “‘redelijk persoon’ de berichten?als bedreigend zou?beschouwen.”. Zick zegt erover: “Aan de ene kant willen we kunstvormen als rap niet?in gevaar brengen. Aan de andere kant willen we niet te laat handelen als mensen hun bedreigingen als artistieke uitingen plaatsen”, zei Zick.

Bronnen: Thinkprogress.org

Internet: vrijheid, anarchie of eigendom van grootmachten?

Enige tijd geleden was er weer een interessant artikel?in Gizmodo over de toekomst van netneutraliteit, waarin wederom duidelijk wordt dat het geen vanzelfsprekendheid is dat het internet zomaar ‘van iedereen’ en ‘niemand’ tegelijk is. Overheden en grote bedrijven maken het steeds moeilijker.

‘Als een bevolking kan beschikken over moderne media, dan maakt ze dit eerder passief dan opstandig’, zo zegt?Evgeny Morozov. Hij komt uit Wit-Rusland ? een land dat momenteel ook wel de enig overgebleven dictatuur in Europa wordt genoemd. En in Wit-Rusland is het niet heel anders dan indertijd in Oost-Duitsland; ondanks dat internet nu bestaat, en er ook massaal gebruikt wordt.?De Oost-Duitsers die de West-Duitse televisie konden ontvangen gingen daardoor niet ineens hun toestand vergelijken met wat ze op het beeld zagen. In plaats daarvan bleven ze juist opvallend veel passiever onder de wandaden van de politiestaat waarin ze leefden dan hun landgenoten die de West-Duitse TV niet ontvingen.

Wie de mogelijkheden heeft om het internet alle mogelijke vragen te stellen, zoekt veel eerder om tips om af te vallen, of hoe het met Justin Bieber is, dan om te vragen wat mensenrechten precies zijn.?Tegenwoordig komt daar nog het niet geringe voordeel van internet bij dat overheden daarmee nauwgezet het gedrag van hun onderdanen kunnen vastleggen. U betaalt uw internetprovider opdat deze voor de Staat vastlegt met welke adressen u mailt, en welke webadressen u bezocht heeft.

Wie iets wil, in een land met een restrictief regime, zal er wel voor waken dat anderen daar achter kunnen komen.?Bovendien, zo schrijft Morozov, drijft internetgebruik op het werk van grote bedrijven, die allereerst geld willen verdienen, en zich pas om moraal bekommeren als ze rechtstreeks op hun ethiek worden aangesproken. Google trok zich weliswaar ooit, even, met veel misbaar terug uit China vanwege de gedwongen filtering van zoekopdrachten door Chinese overheid. Tegelijk had het die filtering vier jaar daarvoor klakkeloos aanvaardt, om marktaandeel te kunnen veroveren in het land.

Facebook net zo goed als Google hebben allereerst ten doel hun omzet te laten groeien, of op zijn minst te laten voortbestaan. Zij zullen zich schikken naar welke eisen tot filtering of censuur ook, als dit betekent dat ze in een land kunnen blijven functioneren.

Overigens toonde alle gedoe?rond WikiLeaks?dit jaar niet anders aan. Hoewel er geen strafklacht tegen deze website geformuleerd is, en dit ook moeilijk kan, maken vele bedrijven, zoals PayPal, zoals de creditcardmaatschappijen, het onmogelijk aan sympathisanten om WikiLeaks financieel te ondersteunen.

Morozov biedt kortom een noodzakelijk tegenwicht voor alle overspannen verwachtingen die er de laatste twintig jaar over internet gegroeid zijn. Maar, hoewel dit boek me veel bood, vooral aan recente geschiedenis, en de invloed van technologie daarin, ben ik het toch niet met het pessimisme eens van de auteur.

Volgens Evgeny Morozov betekent die afwijzing dat ik denk dat heel de wereld als ik is. Kosmopolitisch, vrijdenkend, en progressief. En dat dit me blind zou maken voor de slechte kanten van het net, daar waar Nazi?s, pedofielen, en ander schoftentuig zich vinden en samenscholen. Alleen is dat bezwaar me veel te simpel.

Tot de kansen die mensen door internet, of betere communicatie krijgen, reken ik ook economische kansen. Voorbeelden genoeg in ontwikkelingslanden waar boeren, dank zij een beetje meer informatie over wat hun waren elders opbrachten, een beter bestaan kregen.

Vooruitgang, in sommige opzichten, blijft absoluut mogelijk. Net als oude gevaren groter kunnen groeien dan ze waren, en nieuwe problemen zullen ontstaan.

Het beeld is niet eenduidig. Maar, zwart-wit zijn alleen de wereldbeelden van religies.

Morozov maakt korte metten met cyberutopisten

Evgeny Morozov is kritisch over het gedrag van zo ongeveer alle spelers die bij zogenaamde internetrevoluties betrokken zijn: NGO?s, de leiders van de digitale revolutie, bedrijven en de media.?In zijn boek ‘The Net Delusion. The Dark Side of Internet Freedom’ (2011) krijgen ze er allemaal van langs. Morozov verdiept zich in opstanden zoals die in Iran in 2009. Zijn boek verscheen net voor de Arabische Lente en zijn commentaar daarop verscheen in verschillende artikelen en opiniestukken.

Morozov was vroeger overtuigd ?cyberutopist?: hij geloofde dat online communicatie een bevrijdende werking op mensen had, zonder dat hij hiervan de keerzijde onder ogen wilde zien. Zo werd hij leidinggevende van de nieuwe media afdeling vanTransition Online, een Westerse NGO. Deze organisatie probeerde met behulp van nieuwe media democratisering in de voormalige Sovjet-Unie te bevorderen. Na vele ontmoetingen met bloggers en activisten verloor Morozov uiteindelijk zijn enthousiasme voor de democratiserende werking van nieuwe media. Nu probeert hij de wereld te attenderen op het negatieve effect dat cyberutopisme heeft op democratisering.

Waarom is het volgens Morozov nodig om de wereld te waarschuwen en op welk gedrag spreekt hij NGO?s, de leiders van de digitale revoluties, internetbedrijven en de media aan?

Morozov doet een poging om NGO?s zoals zijn voormalige werkgever?Transition Online?te waarschuwen. Hij heeft het dan met name over NGO?s die internet als middel inzetten om hun democratische idealen te verwezenlijken. De gedachte dat?Internet freedom?leidt tot democratisering is met name populair in het Westen. Zo ondersteunt het Ministerie van Buitenlandse Zaken in de Verenigde Staten het?Global Network Initiative, een overkoepelend orgaan voor bedrijven en NGO?s die internetvrijheid bevorderen. Voorbeelden van NGO?s en non-profit organisaties in dit netwerk zijn?Human Rights in China,?Movements.org?en?Human Rights First.

Volgens Morozov gaan met name Westerse beleidsmakers er van uit dat democratisering onvermijdbaar is zolang er maar genoeg computers zijn die onderling met elkaar verbonden zijn. Door zo veel mogelijk landen online te krijgen en door de mensen te leren wat blogs en sociale netwerken zijn, zal de democratie zegevieren. Daarnaast is internet een relatief goedkoop middel en daarom een laagdrempelig medium om in te participeren. Er wordt vanuit gegaan dat als burgers uit deze landen internet gebruiken, zij zich gaan informeren over democratisering, mensenrechten en de beginselen van een rechtsstaat en dat zij deze kennis vervolgens delen binnen hun digitale netwerken.

Maar Morozov kwam erachter dat internet eerder voor amusement gebruikt wordt dan voor democratische doeleinden. Je kunt volgens hem niet alle autocratische regimes over ??n kam scheren en dus ook niet bij iedere dictatuur met dezelfde oplossing aankomen. Er zou rekening gehouden moeten worden met culturele identiteit en het politieke klimaat van het autoritaire land in kwestie.

Het achterliggende probleem is volgens Morozov dat we de huidige toepassing van internet verwarren met waar het oorspronkelijk voor bedoeld is. Als voorbeeld noemt hij de radio, ook een medium dat informatie kan verspreiden, zij het op eenzijdige manier. De radio heeft een positieve rol gespeeld bij het?uiteenvallen van de Sovjet-Unie, maar had een negatieve rol bij het ontstaan van de genocide in Rwanda. Zowel radio als internet zijn communicatiemiddelen, maar geen van beide zijn in staat om een revolutie tot stand te brengen.

?Zeggen dat mensen naar een revolutie verlangen als gevolg van ?sociale media? is vergelijkbaar met zeggen dat mensen naar een revolutie verlangen als gevolg van de telefoon.?-?Evgeny Morozov

Leiders van de digitale revolutie

Image Hillary Clinton legde in haar?Internet Freedom Speech?uit 2010 een causaal verband tussen internet en democratisering. De informatierevolutie zou een positief effect hebben op de democratisering van autoritaire landen.

?Het streven naar Internet vrijheid is geen onderdeel van de strategie die democratische ontwikkeling ondersteunt. Maar dat zou het wel moeten zijn?.-?Hillary Clinton

Morozov verzet zich tegen dit idee. Het zijn de cyberutopisten die geloven dat de jeugd zich heeft ontworsteld aan hersenspoeling door de dictatuur waarin zij leven en met hun mobiele telefoons en laptops democratische hervormingen tot stand willen brengen. Morozov noemt deze utopisten?Ipod liberalists. Hij laat in zijn boek zien hoe het Amerikaanse buitenlandbeleid ten aanzien vanInternet Freedom\op deze cyberutopische aannames berust. De Verenigde Staten kunnen soms goede intenties hebben, maar dat dat niets afdoet aan de ongunstige consequenties dat hun democratiseringsbeleid in het buitenland kan hebben, aldus Morozov. Morozov zegt dat na de ?Facebook-revoluties? Egypte en Tunesi? door een gebrek aan hi?rarchie in de revolutionaire bewegingen niet goed kunnen functioneren. Het machtsvacu?m dat is ontstaan zal opgevuld moeten worden, en volgens Morozov zijn de leiders van de digitale revolutie daartoe niet goed uitgerust.

Image Niet iedereen deelt deze mening. Internettechnoloog en journalist?Ben Hammersley?zegt dat bestaande hi?rarchische machtsstructuren het onderspit zullen delven, omdat ze niet bestand zijn tegen de kracht van online en offline netwerken. Generaties die zijn opgegroeid na het einde van de Koude Oorlog zijn al gewend aan meer horizontale structuren, vergelijkbaar met omgangsvormen in de sociale media.

Dat leiders van de digitale revolutie niet voorbereid zijn op de periode na de revolutie, meent Morozov waar te nemen in Tunesi? en Egypte. In Tunesi? worden opnieuw websites geblokkeerd. In Egypte is het leger nog steeds aan de macht en is de noodtoestand nog van kracht. De 32-jarige Esraa Abdel Fattah pleit ervoor, zolang de noodtoestand nog niet is opgeheven, dat de internationale aandacht voor haar land niet moet verdwijnen. Zij staat bekend als het ?Egyptische Facebookmeisje?: in 2008 bracht Abdel Fattah met behulp van haar Facebookpagina mensen op de been voor de eerste massale protestbijeenkomst. Zij verloor hierdoor haar baan, moest een tijd in de gevangenis zitten en werd uiteindelijk fulltime activiste. Zij denkt dat er misschien wel jaren voor nodig zijn om het corrupte systeem dat diep in de samenleving is geworteld, te hervormen. De toekomst zal uitwijzen of de jeugd in Egypte erin zal slagen om zonder de traditionele machtsstructuur een nieuwe samenleving op te bouwen.

Terwijl Morozov?s kritiek op de censuurwetgeving in Tunesi?, zijn daar momenteel ook andere ontwikkelingen gaande. Op 23 oktober 2011 gaan zeven bloggers deelnemen aan de?verkiezingen in Tunesi?. Sinds de val van het regime worden volksvertegenwoordigers gekozen die gaan meeschrijven aan een nieuwe grondwet. Een van de bloggers die zich verkiesbaar heeft gesteld is Yassine Ayari . Hij werd in mei 2010 samen met Slim Amamou – een voor westerse media bekende Tunesische dissidente blogger – nog vastgehouden en verhoord voor het plannen van protesten tegen de censuur van het regime van zijn land. In zijn eigen blog nuanceert hij het beeld dat mensen van hem hebben.

?Ik ben geen blogger, ik ben een jonge Tunesi?r, die denkt dat hij interessante dingen te zeggen heeft en wat wil doen en die actief wil deelnemen aan het opbouwen van een beter Tunesi?. […] Ik kijk er reikhalzend naar uit om een publiek persoon te worden die een blog heeft in plaats van een blogger te zijn die aan de politiek wil deelnemen.?-?Yassine Ayari

Volgens Morozov kan het internet geen revoluties veroorzaken maar ze alleen versnellen. En we moeten ons realiseren dat internet ook een keerzijde heeft en vaak precies het tegenovergestelde doet van wat de cyberutopisten veronderstellen. Het verschaft overheden meer controle over haar burgers, wiegt mensen in slaap met porno en amusement en het biedt een extra platform voor het maken van overheidspropaganda en voor slimme op de persoon toegespitste reclame.

Overheden

De bijdrage die digitale sociale netwerken hebben geleverd aan het bespoedigen van de revolutie in Tunesi? die vervolgens leidde tot het aftreden van de 23 jaar heersende dictator Zine el-Abidine Ben Ali, heeft de rest van de Arabische wereld ge?nspireerd. Het succes van Tunesi? bevestigde een opvatting die al langer populair was, namelijk dat internet een ware plaag is voor autoritaire regimes. Maar Morozov denkt hier duidelijk anders over: iedereen die er vanuit gaat dat internet en sociale netwerken een positieve invloed hebben op democratisering, vergist zich. Internet beperkt vaker wel dan niet democratische vrijheden. Volgens Morozov is het een mythe dat autoritaire leiders de ontwikkeling van internet vrezen. Veel autoritaire regimes tolereren juist het gebruik van internet omdat de bevolking hen daarmee vrijwillig informatie geeft over de problemen die zij op lokaal niveau ervaren. Door deze lokale problematiek aan te pakken versterken autoriteiten hun legitimiteit, wordt de onvrede gesust en het verlangen democratische hervormingen door burgers geremd.

Autocratische regimes zoals bijvoorbeeld China en Rusland hebben zich dit digitale trucje snel eigen weten te maken en gebruiken de sociale media in hun voordeel. Het zijn dezelfde redenen waarom sociale mediasites als Twitter en Facebook zo?n commercieel succes zijn en zo aantrekkelijk voor de veiligheidsdiensten van deze regimes. Veiligheidsdiensten kunnen er via deze weg snel en effectief achter komen wat dissidenten dagelijks bezighoudt, welke politieke ideologie?n zij aanhangen, wie hun bondgenoten zijn en in welke netwerken zij opereren. Morozov geeft aan dat dit informatie is waarvoor vroeger mensen gemarteld werden. Nu wordt er ingebroken in de computers van dissidenten, zonder dat ze dit doorhebben en worden websites met cyberattacks aangevallen.

Verder wijst Morozov erop dat autoritaire machthebbers zeer creatief zijn in het gebruikmaken van online instrumenten. Het Kremlin financiert pornosites om de Russen te vermaken en daarmee de groeiende onvrede af te remmen. In China bestaat een groep van bijna 300.000 bloggers die met elkaar politiek correcte discussies voeren en die voor elke reactie die zij ontvangen krijgen zij 50 cent van de staat krijgen. Met ironie worden zij de?Fifty Cent Party in China?genoemd. Met deze nieuwe vorm van propaganda probeert China haar burgers zoet te houden. Autoritaire regimes, zo stelt Morozov, gooien alles in de strijd om de bevolking met online middelen in hun internetvrijheid te belemmeren. Omdat de bevolking op de voorgrond met kleine zoethoudertjes wordt beziggehouden worden werkelijke democratische veranderingen aan de aandacht onttrokken.

Image

Morozov beschuldigt niet alleen autocratische regimes maar ook democratische overheden van het plegen van cyberaanvallen. Toen Hillary Clinton in haar Internet Freedom speech zei dat ?landen of individuen die zich bezighouden met cyberaanvallen de consequenties en de internationale veroordeling zouden moeten dragen,? vergat ze voor het gemak volgens Morozov te zeggen dat Amerikaanse hackers regelmatig cyberaanvallen op websites van andere overheden plegen. In 2008 dachten de Amerikanen dat een netwerk van jihadisten uit Saoedi-Arabi? het gemunt had op een Amerikaans doelwit in Irak. Dit leidde ertoe dat de Verenigde Staten een cyberaanval lanceerden op een islamitisch internetforum waar deze jihadisten regelmatig bijeen kwamen. Dit willen de Amerikanen volgens Morozov nog weleens achterwege laten.

Internetbedrijven

Een ander probleem dat Morozov signaleert is dat cyberutopisten – de mensen die geloven in de democratiserende werking van internet – de positieve bijdrage van internetbedrijven aan Internet freedom overschatten. Bedrijven als Google, Twitter en Facebook worden gezien als voorvechters van de rechten van de mens en als wapens tegen de autoritaire regimes in de wereld. Dit fenomeen wordt door MorozovThe Google Doctrine?genoemd.

Image

Toen Google China verliet werd dit niet gezien als een zakelijke beslissing, maar als een morele afweging tegen de opgelegde censuur. Twitter stelde haar updates uit op verzoek van de Amerikanen zodat de Iraanse twitteraars tijdens de Groene Revolutie ononderbroken konden twitteren. En Facebook wordt vaak gezien als een van meest effectieve middelen om democratisering te bevorderen. Het probleem is dat de utopisten in hun enthousiasme al deze bedrijven op een hoop gooien en als een groep beoordelen. Hierdoor vervagen de grenzen tussen individuele prestaties van bedrijven voor de rechten van de mens, en kunnen alle bedrijven van dit positieve imago meeprofiteren zonder daar verantwoording voor af te leggen. Twitter en Facebook kozen er volgens Morozov voor om niet te participeren in het?Global Network Initiative, een overkoepelend orgaan voor bedrijven en NGO?s dat internetvrijheid bevordert en de mensenrechten onderschrijft. Facebook gaf hiervoor als reden dat zij niet genoeg geld hadden om deel te nemen. ?Opmerkelijk?, aldus Morozov.

In autoritaire regimes zijn het niet alleen de overheden die ?webcontent? censureren. Internetbedrijven censureren vaak zonder dat dit specifiek door het autoritaire regime wordt opgelegd. Hoe meer vrijheid bedrijven krijgen in het interpreteren van censuurwetgeving , hoe onzekerder ze worden over wat wel of niet te censureren. Morozov meent dat dit kan leiden tot een strengere vorm van censuur.

Daarnaast maken internetbedrijven zich ook op een indirecte manier schuldig aan censuur. Westerse internetbedrijven leveren software aan autoritaire landen waarmee zij hun burgers censureren. De?Open Net Initiative, een organisatie die zich verdiept in internetcensuur, heeft een?rapport?geschreven waaruit naar voren komt dat autoritaire regimes software van westerse bedrijven aankopen om te bepalen welke informatie binnen de staatsgrenzen geschikt is voor hun burgers. Saudi Arabi?, de Verenigde Arabische Emiraten, Koeweit, Bahrain, Oman en Tunesi? gebruiken allemaal?Smartfilter. Met deze software is het mogelijk om websites te blokkeren. Smartfilter wordt gemaakt door Amerikaanse bedrijf McAfee, maar de virusscanners en firewall van McAfee wordt ook in het westen gebruikt, al is het niet om te censureren. Het is lastig om in dit geval een oordeel te vellen, omdat je McAfee niet kwalijk kunt nemen dat software voor andere doeleinden wordt gebruikt dan waarvoor het ontworpen is. Maar het leveren van software aan deze regimes, is wellicht wel kwalijk.

Ook maakt Morozov zich zorgen over de hoeveelheid persoonlijke informatie die internetbedrijven van individuele gebruikers krijgen. Van wie is deze informatie? Van de bedrijven of van de gebruikers? En wordt deze informatie wel voldoende beschermd? Bedrijven maken volgens Morozov gebruik van het groeiende sociale karakter van internet. Veel individuen, activisten, NGO?s en organisaties maken tegelijkertijd gebruik van meerdere toepassingen van Google. Google?s systeem, waar je met een account toegang krijgt tot email, documenten, agenda?s, budgetten en meer, wordt steeds meer gebruikt. De centralisatie van informatie onder ??n noemer, wat veel gebeurd bij Google, vergroot productiviteit en effici?ntie, maar heeft zijn weerslag op de veiligheid van informatie. Stel dat een wachtwoord van een dissident of NGO in een autoritair regime wordt gekraakt dan heeft dit consequenties voor zijn veiligheid.

Google kwam in juni 2011 naar buiten met het nieuws dat honderden Gmail?inlognamen en wachtwoorden van hoge Amerikaanse overheidsfunctionarissen, Chinese politieke activisten en journalisten niet meer veilig waren. De hack bleek uit China afkomstig te zijn. De accounts waren gehackt met een methode die?phishing?heet, een hack waarbij de slachtoffers worden verleid om informatie bloot te geven zonder dat ze daar erg in hebben.

Een paar maanden later, eind augustus 2011, werd bekend dat het Nederlandse Diginotar, verschaffer van digitale veiligheidscertificaat, gehackt was. Google moest aan?300.000 Irani?rs?mededelen dat deze hack ook de toegang had vrijgegeven tot hun Google accounts. Bedrijven als Google, Microsoft en Mozilla namen vrijwel meteen actie door veiligheidscertificaten van Diginotar te blokkeren. Apple wachtte af, waardoor individuele gebruikers uit eigen beweging een soort ?doe het zelf sites? uit de grond stampten om persoonlijke gegevens te beschermen. Uiteindelijk kwam ook Apple met een software update om Diginotar te blokkeren.

Morozov stoort zich eraan dat bedrijven zoals Google en Apple te weinig aan banden worden gelegd. Internetbedrijven worden door de politiek nauwelijks op hun verantwoordelijkheden gewezen, maar worden vaak wel onterecht de hemel in geprezen voor hun aandeel in het cre?ren van?Internet freedom?in autoritaire landen, aldus Morozov.

Media

Tenslotte heeft Morozov ook nog een appeltje te schillen met de westerse media: als het gaat over autoritaire regimes en het sentiment van de bevolking daarover rapporteren media zoals CNN en de BCC het liefst over de opkomende macht van een liberale bloggergemeenschap. Het is opvallend, volgens Morozov, dat het nieuws vooral bloggers laat zien die in goed verstaanbaar Engels vechten voor liberale en democratische waarden. Bloggers die hier anders over denken, zullen niet in de rij staan bij de meer liberale westerse media om hun verhaal te vertellen. Morozov geeft het voorbeeld van Iran, waar tijdens de Groene Revolutie in 2009 de revolutionaire bloggers en twitteraars in de westerse media centraal stonden. De media waren vergeten te vertellen dat het aantal conservatieve bloggers ook was toegenomen en dat zij inmiddels een machtige groep vormden binnen de bloggergemeenschap. Uit een?onderzoek van Harvard University?uit 2008 bleek al dat conservatieve bloggers uit Iran veel actiever waren dan aanvankelijk gedacht werd. Ook zouden conservatieve bloggers meestal links gebruiken die verwezen naar Iraanse websites, waar progressieve bloggers linken naar westerse mediasites. In feite, zegt Morozov, het beeld dat bij de kijker blijft hangen niet is representatief voor het werkelijke sentiment dat bij de bevolking van autoritaire regimes leeft.

Image

Toen in juni 2011 duidelijk werd dat een bij de media populaire Syrische lesbische blogger een 40-jarige getrouwde man uit Schotland bleek te zijn, stonden de westerse media even in hun hemd. Aanvankelijk leek het waarschijnlijk een prachtige vondst: een dappere lesbische die haar ervaringen onder de Syrische dictatuur met de rest van de wereld wilde delen. In de blog?A gay girl in Damascus, schreef de zogenaamde Amina, over hoe ze deelnam in straatprotesten en hoe ze in het geheim een lesbische romance had. Toen op 6 juni 2011 de ?nicht? van Amina op haar blog schreef dat zij door gewapende mannen was ontvoerd, werden meteen verschillende internetcampagnes opgezet om haar te vrij te krijgen.

Gelijktijdig begonnen Syrische activisten te twijfelen aan de authenticiteit van Amina. Het bleek dat er niemand was die ooit met de blogster had gesproken en dat belangrijke details over haar niet bevestigd konden worden. Uiteindelijk werden IP-adressen en e-mails getraceerd naar servers van de Universiteit van Edinburgh, waar de vrouw van de 40-jarige man werkte. Toen het bewijsmateriaal zich bleef opstapelen, besloot de man zelf met zijn verhaal naar de Britse krant?The Guardian?te stappen, die de hoax onthulde. In de krant zei hij: “Deze ervaring heeft jammer genoeg mijn gevoelens over de vaak oppervlakkige verslaggeving over het Midden Oosten en over de aanwezigheid van nieuwe vormen van liberaal Orientalisme, alleen maar bevestigd.?

Deze kritiek over de verslaggeving over het Midden Oosten sluit aan bij de kritiek die Morozov heeft over hoe westerse media verzuimen een representatief beeld te geven van bloggers. De informatie uit?A gay girl in Damascus?blog werd vrij klakkeloos overgenomen en verspreid. De media lijken zo graag te willen geloven dat deze bloggers bestaan dat ze verzuimen om de authenticiteit te checken.

Morozov lijkt pessimistisch te zijn over internet, maar ontkent niet dat internet ook een positief effect kan hebben op democratisering. Je moet je er alleen niet blind op staren. Hij doet een poging om cyberutopisten duidelijk te maken hoe zij autoritaire regimes in de hand spelen. Morozov wijst deze na?eve enthousiastelingen erop dat hun kokervisie op internetvrijheid onbedoeld kan leiden tot internetcensuur, propaganda en cyberaanvallen door autoritaire regimes. Zijn boodschap lijkt geland te zijn. Inmiddels is Europese wetgeving aangenomen die het doorverkopen van afluisterapparatuur een stuk lastiger maakt. Het is weliswaar nog maar een begin, maar het na?eve lijkt eraf te zijn.

Het Internet als bevrijdende kracht richting democratie. Evgeny Morozov, schrijver van ?The Net Delusion? vindt dit een valse voorstelling van zaken. Hij neemt plaats in een visuele arena met twaalf schermen, waarin hij wordt gebombardeerd met beelden en quotes.

Sinds de Arabische revoluties wordt aan de bevrijdende rol van het Internet een grote rol toegekend. Sociale media worden gezien als het nieuwe wapen bij het omverwerpen van dictaturen. Evgeny Morozov, de 27-jarige Wit-Russische schrijver van “The Net Delusion”, bestrijdt dit ongebreidelde cyber-utopisme en laat zien dat autoritaire regimes het Internet juist gebruiken om verzet de kop in te drukken.

Opmerkelijk is dat Morozov voorheen zelf het internet inzette ter verspreiding van democratische idealen, met name in de Oost-Europese landen. Maar hij raakte diep teleurgesteld en ontpopte zich als ??n van de meest vooraanstaande critici van de interneteuforie. Net als overal gebruiken de meeste mensen onder een dictatuur het internet niet om de samenleving te veranderen of om idee?n rond democratie te verspreiden, maar juist om hun moeilijke bestaan te ontvluchten en online spelletjes te spelen of porno te bekijken, aldus Morozov.

Tegenlicht geeft deze dwarse visie ruimte. We vroegen de jonge Wit-Rus om plaats te nemen in een arena waarin hij wordt omringd door videoschermen. In deze setting – die hij zelf omschrijft als een panopticum – wordt hij gebombardeerd met quotes en beelden uit eerdere uitzendingen. Er zijn onder meer fragmenten van de onlangs in China opgepakte en vrijgelaten kunstenaar Ai Weiwei, de toespraak over Internetvrijheid van Hillary Clinton, de jonge Egyptische activiste Farida Makar en WikiLeaks-voorman Julian Assange. Morozovs reactie op de aan hem gepresenteerde dilemma?s leidt tot een levendige dialoog tussen beeld en inhoud, waarin hij ons meeneemt in zijn strijd tegen het blinde cyber-utopisme.

Evgeny Morozov over “The End of Cyber Utopia” in VPRO’s Tegenlicht:

Het internet is an sich democratisch

Oud-collega Erik Huizer vertelt dat het internet gebaseerd is op open protocollen en open samenwerking tussen netwerken: ?Maar dat gaat niet vanzelf. Voordat TCP- en HTTP-protocollen ge?mplementeerd kunnen worden door partijen als Microsoft zijn er bottom-up organisaties die ze ontwikkelen en onderhouden. Zo ook Huizer, en met een goede reden: ?Ik ben ermee bevlogen dat het internet open en toegankelijk blijft, zodat iedereen met een website evenveel kans op succes heeft.?

Maar er zijn bedreigingen

Er liggen echter gevaren op de loer. Huizer noemt drie bedreigingen voor het democratische internet dat hij voor ogen heeft. Allereerst zijn dat de muziek- en entertainmentindustrie, die met hun filters en beperkingen een deel van het internet blokkeren. Ten tweede is er het sociale netwerk Facebook, een gesloten infrastructuur dat meer en meer terrein van het open internet wint. Hetzelfde geldt in zekere mate voor Google, dat veel goede dingen biedt maar ook een imperium aan het worden is, waar altijd duistere kanten aan zitten. Overheden van Rusland en Afrikaanse landen vormen samen de derde bedreiging. Zij zijn bezig controlecampagnes op te zetten die ten koste gaan van open telecommunicatie.

To do: het internet robuust maken

Om deze bedreigingen te overwinnen en het internet houdbaar te maken moet nog een hoop werk verricht worden. De grootste uitdaging daarbij is volgens Huizer het robuuster maken van de digitale infrastructuur: ?Wanneer een ADSL-verbinding nu uitvalt, ben je ontmand. De huidige enkele uitvoeringen zijn dan wel goedkoop voor de consument, maar we zijn er nu wel erg afhankelijk van. Het internet moet in de toekomst beschikbaarder en veiliger worden, zodat het vertrouwen erin groter wordt.?

Huizer werkt eraan: ?Ik ben nu bezig om samen met onder andere Google een andere infrastructuur te ontwerpen dat ?open flow? heet. In plaats van afzonderlijke datapakketjes die hun weg in het virtuele verkeer zoeken, kijken we hoe een flow van grote datastromen bijvoorbeeld voorrang kan krijgen boven afzonderlijke data.? En zo zal Huizer blijven strijden voor een open en eerlijk internet.

Ook Marleen Stikker, enthousiasteling van het eerste uur op De Digitale Stad (DDS) vindt dat het internet nu “kapot” is als ze het vergelijkt met de begintijd:

Bronnen: FastMovingTarget,?Boeklog,?VPRO Tegenlicht, Net Delusion, Gizmodo, FastMovingTargets

Killswitch

killswitch

De Britse premier David Cameron overwoog na de Londense rellen een scenario waarbij de overheid sociale media tijdelijk zou kunnen ‘uitzetten’, een zogenaamde killswitch, om georganiseerde rellen te kunnen voorkomen. Daarover werd hevig gediscussieerd, terwijl men deze maatregel daarna ook achter de hand had bij de trouwerij van Kate en William en de Olympische spelen. De korpschef van Manchester, Peter Fahy, was een van de tegenstanders van dat voorstel. Hij was het niet eens met dergelijke drastische maatregelen. ” Twitter heeft juist een positieve rol gespeeld bij de rellen”, zei hij. “Twitter was een heel waardevolle bron van informatie voor de politie.”

De killswitch werd daadwerkelijk uitgevoerd voor de metropolitie in San Francisco.

Het Bay Area Rapid Transport (BART)-metronetwerk ?sloot op 11 augustus 2011?effectief?zijn mobiele netwerk in metro’s en stations af. Aanleiding was een schietincident waarbij metropolitie een messentrekker had doodgeschoten. Daarop vernam de politie dat er plannen waren om het hele metroverkeer lam ?te leggen: demonstranten zouden zich aan metrostellen vastketenen.
Mandingo, (center) and others managed to shut down the Fruitvale BART station, on Wednesday Jan. 7, 2009, in Oakland, Calif., as hundreds protested the shooting death of Oscar Grant by a BART police officer. Photo: Michael Macor, The Chronicle / SF

Om?geco?rdineerde?acties van bij het begin in de kiem te smoren, schakelde BART het netwerk uit waardoor niemand nog kon bellen, SMS’en of internetten. De organisatie kon dat zelfstandig beslissen omdat ze het netwerk zelf beheert.

Net zoals bij het voorstel van premier Cameron veroorzaakte deze actie heel wat commotie en discussies over het Amerikaanse First Amendment (het recht van vrije meningsuiting).

Op het einde van hetzelfde jaar nog keurde het bestuur van BART een policy goed waarin nadrukkelijk werd beschreven hoe en wanneer het netwerk afgesloten mag en kan worden. ” Indien we nog eens geconfronteerd zouden worden met exact dezelfde situatie, dan zouden we het netwerk niet opnieuw afzetten”, verklaarde voorzitter Bob Franklin.

Bron: ” De Nieuwe Politie” van?Steven de Smet