Tagarchief: privacy

Zelf foto’s of filmpjes online plaatsen: mag dat?

fotosdelen

Mag je als burger eigenlijk wel foto’s of filmpjes online plaatsen, en mag een ander die weer delen?

Bij zeer ernstige misdrijven mogen burgers foto’s of filmpjes van verdachten op internet zetten. Althans als het de opsporing dient. Dat schrijft? politiechef Henk van Essen, destijds politiechef?van politie-eenheid Den Haag, in een opiniestuk in AD Haagsche Courant. Wel benadrukt hij dat de burger ‘de zorgvuldigheid in acht moet nemen.’? In dat geval is er sprake? ‘een gezonde vorm van burgerparticipatie’. ‘Wat mij betreft is het recht op privacy? geen absoluut recht’, stelt Van Essen. ‘Je hoeft het in Nederland niet te verdienen, maar je kunt het wel degelijk verliezen. Bijvoorbeeld wanneer je ernstig strafbare feiten pleegt en fors letsel toebrengt aan anderen. Dan loop je het risico dat het belang van het slachtoffer groter is dan je eigen belang.’

Geen eigenrichting
‘Natuurlijk moeten zulke filmpjes van verdachten op internet niet leiden tot eigenrichting’, schrijft de korpschef. ‘Maar volgens mij is dat ook helemaal niet het doel. De filmpjes moeten leiden tot herkenning, opsporing, aanhouding en vervolging van de verdachten’.?Met zijn uitspraken gaat Van Essen tegen de richtlijn van het College Bescherming Persoonsgegevens, dat in 2011 nog pleitte voor hoge boetes voor mensen die foto’s van verdachten verspreidden. Ook politie en Openbaar Ministerie gaan zeer terughoudend om met het verspreiden van beeldmateriaal van verdachten.
Intussen zijn er vele voorbeelden van mensen die het wel doen, van het slijterijmeisje tot aan pomphouder Tausch.?

Onderstaand stuk is van Roy Johannink, Eveline Heijna en Miranda Brummel?van VDMMP. Deze?tekst is eerder gepubliceerd in?Sociale media veranderen het Veiligheidsdomein en ook geplaatst in Digitale Dialoog, de sociale media almanak voor gemeenten.

Met de komst van sociale media zijn de meest pikante en aanvullende details over crisissituaties snel te vinden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan: foto?s, filmpjes, geluidsfragmenten, namen of andere persoonsgegevens van daders en slachtoffers. Via Twitter, Facebook of YouTube is alles bijna al bekend, voordat de overheid is ingelicht over het incident. Bij een incident verschijnen vaak binnen het half uur namen en foto?s van slachtoffer(s) en/of verdachte(n) op sociale media.

Met name het privacybelang speelt in deze zeer sterk. In het artikel ?Politie kiest steeds vaker opsporingsbelang boven privacy? van het Algemeen Dagblad van maandag 29 juli 2013 is te lezen dat de politie (in afstemming met justitie) steeds vaker het opsporingsbelang verkiest boven het privacybelang. ?De politie heeft voor de tweede keer in korte tijd een foto van een verdachte op internet geplaatst, enkele uren nadat hij een overval zou hebben gepleegd.? In het artikel komt advocaat Inez Weski aan het woord. Ze vindt het plaatsen van een foto buitenproportioneel, of het moet vallen binnen bepaalde voorwaarden: ?Iemand moet bijvoorbeeld een gevaar vormen voor het publiek. En er moeten weinig andere mogelijkheden zijn om iemand op te sporen.? Het zijn twee voorwaarden waar volgens het artikel steeds minder vaak rekening mee wordt gehouden. Of sociale media (lees: de snelheid en het bereik van deze middelen) hier de oorzaak van zijn, daar gaat het artikel niet op in. Maar het is voorstelbaar.

Een ander belang waar privacy soms voor moet wijken is nieuwswaarde, zo valt te lezen op www.websiteiusmentis.com van ICT-jurist Arnoud Engelfriet. Ook al mogen foto?s en filmmateriaal niet worden gepubliceerd zonder toestemming van de persoon die op de foto of film staat, Engelfriet zegt dat soms het privacybelang van de persoon op de foto door de rechter wordt afgewogen tegen de nieuwswaarde van de publicatie. Maar wanneer heeft iets nieuwswaarde? In het geval van incidenten is het voorstelbaar dat bijna alle foto?s en filmpjes nieuwswaarde hebben. Maar wat vinden nabestaanden daar van? Slachtofferhulp Nederland is daar duidelijk over in haar onderzoek ?Publiek bezit tegen wil en dank?, de privacy van slachtoffers en nabestaanden is in de praktijk slecht beschermd in de media.

Nu burgers besluiten zelf film- of fotobeelden van verdachten te delen via sociale media, betekent dit dat privacy nog slechter wordt beschermd in de sociale media? En wat voor betekenis hebben deze beelden voor de maatschappelijke impact. Zaken als het gefilmde geweldsincident rondom de bekende voorbeeld van de kopschoppers in Eindhoven roepen bij burgers veel reacties op. Dit lijkt zijn weerslag te hebben op het aantal meldingen van geweld bij Meld Misdaad Anoniem. Volgens de directeur van de anonieme meldlijn gaan de gesprekken steeds vaker over gewelddadige delicten die veel publieke verontwaardiging oproepen.

Maar met de snelheid en het bereik van sociale media zullen we steeds vaker de volledige beelden zien van slachtoffers en/of daders. Zonder balkjes. Of het nu gaat over de bestormers van het Maasgebouw bij De Kuip, of om Robert M. in de Amsterdamse Zedenzaak. Het privacybelang gaat steeds vaker ondergeschikt worden, door media ?n door de maatschappij. Of dit terecht of onterecht is, is aan de rechter om te bepalen.

In de uitzending van Hollandse Zaken van 13 juni 2013 is stil gestaan bij de gevolgen voor de verdachten. Hierbij is onder meer gesproken over de vraag: hoe heilzaam is internet bij het opsporen van overvallers en geweldplegers? En wat als er twijfels bestaan over de beschuldigingen? Vier jongens uit Krimpen aan den IJssel worden in april 2013 beschuldigd van de mishandeling en beroving van een meisje van 9 jaar oud. Ze worden binnen een paar dagen met naam en toenaam op internet gezet als ‘de helden van Krimpen’ en daarna in het dorp scheef aangekeken. De vader van ??n van de jongens uit Krimpen legt in Hollandse Zaken uit wat ‘vogelvrij op internet’ betekent voor zijn leven. Het is niet geheel vreemd dat familieleden van verdachten of slachtoffers de gevolgen ondervinden van een incident. De familie van een ?ponyplet-filmer? waarin pony?s door volwassenen worden bereden, heeft zelfs moeten onderduiken onder andere als gevolg van bedreigingen en inbraak. Kortom: zelfs mensen die niets te maken hebben met het incident, ervaren de vervelende gevolgen ervan.

Er zijn incidenten bekend waarbij mensen met toevallig dezelfde naam aan een incident werden gelinkt, waarna ze allerlei negatieve reacties inclusief bedreigingen ontvingen. Misschien wordt het tijd voor een maatschappelijke discussie: wat betekent het voor de maatschappij als we zelf gebruik maken van sociale media om verdachten op te sporen? En nog belangrijker is de vraag: wat is de impact op slachtoffers? Op de familie en andere betrokkenen? En op de daders? Wanneer worden bijvoorbeeld lagere straffen gegeven, omdat verdachten al voldoende zijn gestraft op de sociale media? In hoeverre is dat een straf die zich kan meten met reguliere strafmaatregelen? Alleen die vraag al is voer voor flinke discussie.

Maar ook de overheid gebruikt sociale media bij het opsporen van daders. Rijnmondveilig. nl informeert en alarmeert de bewoners uit de regio Rotterdam-Rijnmond bij incidenten, rampen en crises 24 uur per dag, 7 dagen per week. Behalve via de website, SMS, e-mail, Twitter en Facebook wordt ook informatie verspreid via reclamebeeldschermen in de openbare ruimte. De politie heeft ze al gebruikt voor de opsporing van hooligans en daders van berovingen. Dat had een grote impact op de daders, zodat enkelen zich direct hebben gemeld.

Ook diverse deelnemers van onze workshops blijken ervaringen te hebben met mensen die foto?s maken van bijvoorbeeld slachtoffers in opvanglocaties. Soms plaatsen ze deze ook op sociale media. Als Engelfriets uitleg wordt gevolgd, dan mag dit niet.

Immers: ?Elk opzettelijk filmen of fotograferen in woningen of niet-publieke plaatsen is verboden tenzij dit vooraf duidelijk is afgekondigd.? Hij baseert zich op artikel 139f Wetboek van strafrecht. Dit levert uiteindelijk maximaal zes maanden cel op. Tijd dus om in opvanglocaties bordjes te plaatsen met ?filmen en fotograferen verboden??

Hoe nu hier mee om te gaan?
Welke impact de gevolgen hebben, is nog niet duidelijk. Bijvoorbeeld bij het incident bij Baflo, waarbij een jonge vrouw en een politieagent om het leven kwamen, deed op een gegeven moment een foto van een verdachte de ronde en de afgebeelde persoon bleek de verdachte helemaal niet te zijn. Op sociale media ben je voor altijd gelinkt aan het incident door zo?n foto. Online haal je de onjuiste link nu eenmaal niet eenvoudig weg. Op welke wijze je daar last van hebt voor de rest van je leven, is nog onduidelijk.

Naar de effectiviteit en de gevolgen van het gebruik van sociale media bij vermissingen in Nederland is (nog) geen onderzoek gedaan. Op dit moment rond een studente criminologie in samenwerking met adviesbureau VDMMP en Stichting ZoekJeMee een onderzoek af. De centrale onderzoeksvraag luidt: ?Wat is het effect van het gebruik van sociale media door burgers bij vermissingen?? Onderzocht is op welke wijze burgers gebruik maken van sociale media bij vermissingen.

Volgens O?Keeffe en Clarke-Pearson (2011) zijn we ons niet bewust van de privacygevoelige informatie die op internet gezet wordt. Het kan zijn dat er te veel of zelfs valse informatie op sociale netwerken terechtkomt. Informatie die online komt, blijft online staan. Maar uitgebreid onderzoek is hier nog niet naar gedaan. Maar het is aannemelijk dat je er last van kunt hebben bij sollicitaties bijvoorbeeld. En als het aan Harm Brouwer ligt, tot 2011 voorzitter van het College van procureurs-generaal, komt er in Nederland alsnog een breed maatschappelijk debat over de actieve rol van burgers bij de opsporing van misdrijven en verdachten. ?We leven in een tijdperk van revolutionaire ontwikkelingen op het gebied van communicatie en informatisering en de digitalisering van de samenleving. Moderner is wat ik de ?YouTubisering? zou willen noemen. Burgers onderzoeken andere burgers en zetten hun bevindingen klakkeloos op het internet. Bijvoorbeeld filmpjes van hoe de buurman zwart aan het klussen zou zijn of weblogs van hobbyclubs over de vraag waarom toch niet de voor het feit veroordeelde persoon X, maar persoon Y de werkelijke dader is. Feitelijk gaat het niet alleen meer om burgeropsporing, maar meteen ook om burgervervolging.? (Uit: Social Media DNA). Wij volgen vanuit adviesbureau VDMMP Brouwer in deze: laat er maar een maatschappelijk debat komen.

Bronnen:?AD,?Hulpverleningsforum,?www.websiteiusmentis.com.?Deze?tekst is eerder gepubliceerd in?Sociale media veranderen het Veiligheidsdomein en ook geplaatst in Digitale Dialoog.

De kopschoppers van Eindhoven

In het vandaag gepresenteerde boek ?Lessen uit crises en mini-crises 2013? blikken professionals uit verschillende geledingen terug op achttien bijzondere gebeurtenissen van het afgelopen jaar. Daaronder zijn bekende casus als de vermissing van Ruben en Julian, de brand in Leeuwarden, de dreiging van een school shooting in Leiden en de examenfraude op de Ibn Ghaldoun. Maar ook een aantal ?gekke? casus, zoals de duizend bommen en granaten in Den Helder en de huisarts uit Tuitjenhorn passeert de revue.

Crisisbeheersing anno 2013: sociale media en burgerhulp vergen improvisatievermogen
Groot was de spontane hulp na de vermissing van de broertjes Ruben en Julian; vergelijkbaar was de respons van ?058helpt? na de brand in Leeuwarden. In 2013 werden zoektochten georganiseerd om de vermiste broertjes te vinden en werd huisraad ingezameld?voor diegenen van wie de woning bij de brand verloren was gegaan. Hulp ten tijde van rampen en crises is van alle tijden; sociale media blijken daarbij een hulpmiddel, maar zijn soms ook stoorzender. ?Gedoe? rond de eigenlijke crisis, mede door de impact van sociale media en burgerhulp, vraagt vooral groot vermogen tot improviseren van de betrokken professionals.

Bij vrijwel elk van deze gebeurtenissen speelden sociale media ? soms ten positieve, maar soms ook in negatieve zin ? een rol. Vanwege berichten op sociale media ontstond een heksenjacht op ?de kopschoppers? van Eindhoven, werden bestuursleden van de pedoseksuelenvereniging Martijn belaagd, en werd in Leiden rekening gehouden met een schietincident. Tegelijkertijd zou de chaos bij de najaarsstorm zonder sociale media groter zijn geweest.

De auteurs concluderen dat bij veel casus zich ontwikkelingen voordoen, onder andere onder invloed van sociale media, waardoor bestuurlijke en operationele zaken anders verlopen dan verwacht. Dit maakt, hoewel een zekere voorbereiding natuurlijk ook nodig is, vooral het vermogen tot improvisatie cruciaal voor crisisbeheersing. Auteur en lector Crisisbeheersing Menno van Duin: ?Het gedoe rondom de gebeurtenissen neemt almaar toe. Zeker ook door de impact van sociale media. Vroeger deed je als hulpdienst gewoon je stinkende best, en dat doen ze nog steeds. Maar tegelijkertijd voltrekken zich allerlei processen waar men geen invloed op heeft. De noodzaak tot flexibiliteit en nuchterheid is daarom misschien wel de belangrijkste les om te trekken. Geen calamiteit of mini-crisis verloopt conform een vooraf uitgewerkt scenario.?

De terugblik op crises uit 2013 biedt inzicht in de bestuurlijke en operationele dilemma?s van de situaties afzonderlijk en daarmee lessen voor de crisisbeheersing. Het geeft ook aan wat verschillende gemeenschappen in 2013 zoal bezighield en hoe bestuurders en hulpdiensten hiermee omgingen. De publicatie, een vervolg op de editie van 2012, is een initiatief van het lectoraat Crisisbeheersing van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) en de Politieacademie. Het eerste exemplaar wordt op 7 oktober aangeboden aan Henri Lenferink, burgemeester van Leiden.

Iedere dag wordt een nieuwe casus online geplaatst, en hieronder kun je de eerste lezen:

De kopschoppers van Eindhoven

kopschoppers2

Door:?Vina Wijkhuijs, Arnout de Vries, verschenen in “Lessen uit crises en mini-crises 2013” van het IFV

In de publicatie Lessen uit crises en mini-crises 2013 (publicatie oktober 2014), wordt van elk van?18 kleine?en grotere crises die speelden in 2013?een korte beschrijving?gegeven, waarna een of meerdere dilemma?s aan de orde komen. Het gaat dan?bijvoorbeeld om de rol van procedures, het omgaan met maatschappelijke onrust, de beeldvorming in de media en ook de rol van de sociale media. ?Het gaat er hierin vooral om?cruciale dilemma?s in kaart te brengen en antwoord te geven op de vraag waarom?zaken gaan zoals ze gaan. Niet oordelen, maar verklaren en inzichtelijk maken, is de leidraad.?

1. Inleiding?

Op 4 januari 2013 wordt in Eindhoven een 22-jarige student door een aantal jongens in elkaar geslagen. Hij wordt daarbij meerdere malen tegen zijn hoofd geschopt en vervolgens bewusteloos achtergelaten. Het incident blijkt op bewakingscamera?s te zijn vastgelegd. De beelden worden door het Openbaar Ministerie (OM) vrijgegeven aan de regionale televisiezender Omroep Brabant, die ze op maandagavond 21 januari vertoont in een opsporingsprogramma. De beelden zijn schokkend en de reacties erop vinden hun weg via sociale media. Binnen enkele dagen melden de jongens zich bij de politie.

Burgerhulp bij opsporingszaken is een al langer bestaand fenomeen. Met de opkomst van sociale media zijn de mogelijkheden alleen maar toegenomen. Burgers kunnen een belangrijke rol spelen bij het oplossen van zaken, maar aan het inschakelen van burgers bij de opsporing van strafbare feiten kleven ook nadelen. In dit geval ontstond door de uitgebreide verspreiding van de beelden via sociale media een heuse klopjacht op de jongens die bij het incident betrokken waren. Daardoor nam voor hen de druk toe om zich bij de politie te melden, maar uiteindelijk kende de rechter, zowel in eerste instantie als later in hoger beroep, aan de daders een strafvermindering toe, omdat door het integraal uitzenden van de beelden hun privacy ernstig was geschaad. Daarmee staan politie en het OM voor een dilemma: Hoe in het huidige media-tijdperk burgers bij de opsporing te (blijven) betrekken en te voorkomen dat daardoor sociale onrust ontstaat en/of de strafvervolging wordt geschaad? Eerst volgt het feitenrelaas. Aansluitend gaan we in op het dilemma. Het hoofdstuk is gebaseerd op wetenschappelijke literatuur, een gesprek met hoofdofficier Greive en berichten uit diverse media met daarin ook duiding door experts.

2. Feitenrelaas

Acht jongens (15 tot 19 jaar oud) gaan op 4 januari 2013 een nachtje stappen in Eindhoven. Op een gegeven moment ontstaat er enige irritatie, waarbij een van hen zich op enkele fietsen botviert. Een voorbijganger, een 22-jarige student uit Oirschot, zegt daar wat van. Dat schiet de jongens in het verkeerde keelgat. Ze slaan en schoppen de voorbijganger en laten hem bewusteloos achter. Het slachtoffer is er, met een zware hersenschudding en verwondingen aan kaak en mond, nog relatief goed vanaf gekomen. Van de daders ontbreekt nadien elk spoor. Het incident blijkt echter door bewakingscamera?s te zijn vastgelegd.

Op maandagavond 21 januari laat het OM de beelden van de mishandeling tonen in het opsporingsprogramma Bureau Brabant. Te zien is hoe een groepje jongens van het Stratumseind richting de Vestdijk lopen. ?Ze zijn op oorlogspad lijkt het wel?, luidt het commentaar van Omroep Brabant. Wanneer twee andere jongens die op weg zijn naar huis hun pad kruisen, wordt een van de twee omver geduwd. Hij probeert weer overeind te komen, maar krijgt rake klappen op zijn hoofd. Hij wordt vervolgens herhaaldelijk geschopt en geslagen en wordt, al bewusteloos, tegen zijn hoofd geschopt. Dan rennen de jongens weg en laten het slachtoffer alleen achter.[1]

Het filmpje wordt veelvuldig verspreid via sociale media. GeenStijl plaatst het filmpje nog diezelfde avond online. Op Facebook, Twitter en andere sociale media wordt opgeroepen om de beelden zoveel mogelijk te delen. Ook het zangduo Nick en Simon, Peter R. de Vries en enkele andere publieke figuren roepen via Twitter op om de video te verspreiden.[2] Er volgt een golf van afkeer en ongeloof. Daarnaast is er ook veel medeleven voor het slachtoffer.


De volgende dag, dinsdag 22 januari, melden twee jongens zich bij de politie in Eindhoven; zij worden direct aangehouden en vastgezet. Op woensdag 23 januari meldt een derde jongen zich. Diezelfde dag doet de persofficier van het OM via Omroep Brabant de oproep niet langer gegevens van mogelijke verdachten via internet te verspreiden, omdat dit averechts kan werken voor de uitkomst van het strafproces.[3] Donderdag 24 januari melden de vijf andere jongens zich bij de politie in hun woonplaats Turnhout.

Burgemeester Brentjens van de Belgische gemeente Turnhout brengt op vrijdag 25 januari een bezoek aan burgemeester Van Gijzel van Eindhoven om mede namens de Turnhoutse bevolking zijn medeleven te betuigen over het hetgeen gebeurd is. Hij laat weten dat zijn stad (met 41.000 inwoners) erg geschokt is door het geweld, maar maakt zich ook zorgen over de heksenjacht naar de verdachten op sociale media. Daar verschijnen foto’s en adressen van de verdachten en oproepen om ze aan te pakken. ?Het leeft enorm in Turnhout. Ik word zelf veel aangeklampt, gemaild, gebeld, maar zie ook allerlei reacties via de sociale media?, aldus Brentjens.[4] Op het online magazine GeenStijl zijn bij een groepsfoto de namen van zes van de acht jongens gepubliceerd.[5]

Van de drie jongens die zich bij de politie in Eindhoven hadden gemeld, wordt er ??n op 28 januari vrijgelaten, omdat hij volgens het OM niet actief aan het geweld had deelgenomen. Voor de vijf jongens die nog in Belgi? zijn, dient het OM bij de Belgische autoriteiten een uitleveringsverzoek in. Voor drie van hen wordt dat verzoek later weer ingetrokken.[6] Over het uitleveringsverzoek van de andere twee dient eerst een Belgische rechter te beslissen. In het voorjaar van 2013 bepaalt het Hof van Cassatie in Brussel dat de twee verdachten, ondanks dat zij ten tijde van de mishandeling minderjarig waren, aan Nederland mogen worden uitgeleverd.[7]

De uiteindelijk vier verdachten van de mishandeling verschijnen op 14 augustus voor de strafrechter; door het OM is hen poging tot doodslag ten laste gelegd. De rechtszaak heeft echter een iets andere uitkomst dan het OM had gedacht. De rechtbank veroordeelt weliswaar drie van de vier verdachten, maar gunt hen in hun veroordeling een strafkorting van twee maanden, omdat volgens de rechtbank het OM bij het vrijgeven van de beelden niet de juiste afweging heeft gemaakt. Door het vrijgeven van de beelden is volgens de rechtbank de privacy van de jongens ernstig geschaad.[8]

Tegen de uitspraak in de zaken van twee daders (de hoofdverdachten) stelt het OM hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Bosch. Op 11 december 2013 doet het gerechtshof uitspraak: aan ??n dader wordt een iets hogere straf opgelegd, maar het gerechtshof is het eens met het oordeel van de rechtbank dat voor beide daders een strafkorting van twee maanden passend is. Volgens het gerechtshof had het OM minder zware middelen (dan het volledig tonen van bewakingsbeelden) kunnen inzetten om de daders op te sporen.
Door het OM is na deze uitspraak cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Daarin staat niet meer de veroordeling van de daders centraal,[9] maar de vraag of het gerechtshof, met het toekennen van een strafvermindering van twee maanden, aan de schending van de privacy van verdachten de juiste consequenties verbonden heeft. Op het moment van schrijven, moest de uitspraak in cassatie nog volgen.

3. Dilemma

De politie en het OM doen al jaren bij de opsporing van strafbare feiten een beroep op burgers. Aangezien dit voornamelijk via de media gebeurt, biedt de opkomst van sociale media nieuwe mogelijkheden. Een bericht op Twitter of YouTube waarin de politie om tips vraagt over bijvoorbeeld een overval of inbraak, is allang geen unicum meer, maar eerder dagelijkse praktijk. Ook het aantal burgers dat via Amber Alert, NL-Alert of Burgernet van een vermissings- op opsporingszaak op de hoogte gebracht wil worden, is groeiende. Aan sociale media zijn voor de opsporingspraktijk echter ook nadelen verbonden. Niet alleen verschijnen op sociale media allerlei berichten waaruit een re?le dreiging zou kunnen spreken en die daarom door de politie wel moeten worden gemonitord (alleen al op Twitter worden per dag 35.000 meer of minder ernstige bedreigingen geuit).[10]

Daarnaast kan een officieel opsporingsbericht door de uitgebreide mogelijkheden van sociale media ongewenste effecten tot gevolg hebben, bijvoorbeeld een inbreuk op de privacy of bedreiging van personen of zelfs eigenrichting. Na de uitzending van de beelden van het incident in Eindhoven werd door de actieve verspreiding van informatie over de verdachten de privacy van personen zodanig geschaad dat dit voor de rechter reden was aan de daders een strafvermindering toe te kennen. De vraag is hoe met dit soort mogelijke effecten van opsporingsberichtgeving om te gaan? Het dilemma dat hier centraal staat is: Hoe kunnen het OM en de politie in het huidige media-tijdperk burgers bij de opsporing blijven betrekken en tegelijkertijd voorkomen dat dit tot maatschappelijke onrust leidt die de strafvervolging schaadt?In het nu volgende wordt hier op ingegaan.

4. Analyse

Opsporingsberichtgeving en strafvervolging

Het tonen van beelden van verdachten of het verspreiden van andere informatie over delicten met als primair doel de hulp van het publiek in te schakelen bij het oplossen van deze zaken, wordt opsporingsberichtgeving genoemd (Van Erp, 2012). Een klassieke vorm van opsporingsberichtgeving zijn de korte, urgente politieberichten, waarin aan de hand van een signalement van een vermist persoon of slachtoffer van een geweldsdelict het publiek om nadere informatie wordt gevraagd. Ook het AVRO-programma Opsporing Verzocht is een bekend voorbeeld. Het programma dat inmiddels al zo?n dertig jaar bestaat, trekt nog steeds ruim een miljoen kijkers per uitzending. Door Van Erp et al. (2012) is de bijdrage van dit programma aan de oplossing van opsporingszaken onderzocht. Uit hun onderzoek bleek dat het uitzenden van een opsporingsbericht Opsporing Verzocht de kans op het oplossen van een zaak verhoogt van ongeveer 25 naar 40 procent.[11] Een goed bekeken uitzending van het programma Opsporing Verzocht kan dus een wezenlijke bijdrage leveren aan de oplossing van een zaak. Wat de bijdrage van regionale opsporingsprogramma?s in deze is, is vooralsnog niet onderzocht.

Zonder de uitzending van de beelden van het incident in Eindhoven in het opsporingsprogramma van Omroep Brabant waren de daarbij betrokken jongensnaar alle waarschijnlijkheid niet aangehouden. De verdachten waren bij de politie niet bekend en daarom werd de hulp van het publiek ingeschakeld. Voor de mishandeling zijn uiteindelijk drie jongens veroordeeld. Zij kregen jeugddetentie opgelegd vari?rend van zes tot tien maanden. De rechter kende echter, ook in hoger beroep, aan de jongens een strafvermindering toe. In eerste aanleg oordeelde de rechtbank dat een strafvermindering van toepassing was, mede vanwege de buitengewoon grote media-aandacht voor de uitgezonden beelden en de gevolgen die dit voor de verdachten en hun familie heeft gehad.

?De verdachten zijn door bekende en onbekende personen benaderd. Hun namen, telefoonnummers en adressen stonden op internet. Ze zijn op straat herkend en tot in hun woning achtervolgt. Ze zijn hun opleiding of hun werk kwijtgeraakt. Ze zijn bedreigd?, aldus de rechtbankvoorzitter. [12]

De rechtbank achtte de privacy-schending verwijtbaar aan het OM, omdat toestemming was gegeven de beelden integraal uit te zenden en op internet te plaatsen, terwijl te voorzien was dat de beelden ook door andere omroepen zouden worden gebruikt en (onder andere) op YouTube en Facebook zouden worden geplaatst. Het Gerechtshof Den Bosch bevestigde het oordeel van de rechtbank en stelde dat met het integraal uitzenden van de camerabeelden de privacy van de verdachten onnodig vergaand was geschonden. Er had (conform de eis van subsidiariteit) door het OM gezocht moeten worden naar ?voor de verdachten minst ingrijpende opsporingsmiddelen.? Volgens het gerechtshof had in deze zaak voor een minder zwaar opsporingsmiddel gekozen kunnen worden, zoals het tonen van ?stills? (stilstaande beelden uit de opname).[13]

Proportionaliteit en subsidiariteit

Volgens de Aanwijzing Opsporingsberichtgeving van het College van Procureurs-Generaal dient het OM bij de beslissing om al dan niet van opsporingsberichtgeving gebruik te maken altijd een afweging te maken tussen enerzijds de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en anderzijds de persoonlijke levenssfeer van verdachten, slachtoffers en getuigen. Bescherming van de persoonlijke levenssfeer is zowel een grondrecht (art. 10 Grondwet) als een mensenrecht, omschreven in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Bij het gebruik van opsporingsberichtgeving hoort het OM daarom nadrukkelijk rekening te houden met ?het grote (en steeds grotere) bereik van verschillende mediavormen zoals het internet en de omstandigheid dat eenmaal gepubliceerde berichtgeving zich niet zonder meer laat verwijderen of herroepen? (zie par. 4.4 Aanwijzing Opsporingsberichtgeving). De zwaarte van het in te zetten middel moet in verhouding staan tot het beoogde doel (proportionaliteit); hierbij speelt ook de ernst van het delict een rol. Voor opsporingsonderzoek naar verdachten die niet bij de politie bekend zijn, is bijvoorbeeld opsporingsberichtgeving pas toegestaan als het een delict betreft waarvoor een gevangenisstraf van vier jaar of meer kan worden opgelegd. Voor de mishandeling in Eindhoven was dit het geval. Daarnaast hoort het middel pas te worden ingezet als een eventueel lichter middel niet tot voldoende resultaat heeft geleid of zal kunnen leiden (subsidiariteit). Naar het oordeel van de rechter was aan dit vereiste niet voldaan en had met een andere, lichtere, vorm van opsporingsberichtgeving kunnen worden volstaan.[14]

In deze zaak heeft het OM de rechter er dus niet van weten te overtuigen waarom de beelden van de bewakingscamera?s integraal zijn uitgezonden. De motivatie van het OM was, dat daar bewust voor was gekozen vanwege de ernst van de zaak, aldus de hoofdadvocaat-generaal van het Ressortparket Den Bosch, dat namens het OM de strafzaak in hoger beroep behandelde.[15] Eerder, na de uitspraak van de rechtbank in augustus 2013, lichtte de landelijk persofficier het standpunt van het OM als volgt toe:

?We hebben ons afgevraagd of we hetzelfde resultaat zouden krijgen met minder ingrijpende opsporingsmethoden en kwamen tot de conclusie dat dat niet kon (? ). Onze ervaring is dat naarmate de beelden intenser en ingrijpender zijn de bereidheid bij het publiek groter is om ons te helpen. Het is alleen nu moeilijker om in te schatten wat het effect van het vrijgeven van de beelden is.’ [16]

Behalve dat het OM naar het oordeel van de rechter een lichter vorm van opsporingsberichtgeving had kunnen inzetten, had het OM in deze zaak ook een vormfout gemaakt, die door de rechter werd meegewogen in het oordeel over de strafmaat. De beslissing tot het uitzenden van de beelden was niet door de hoofdofficier van justitie genomen, zoals in de Aanwijzing opsporingsberichtgeving is voorgeschreven, maar feitelijk door een officier van justitie in opleiding.

Reacties van het publiek

De vraag waar ook het OM voor staat, is in hoeverre de reacties van burgers op opsporingsberichten zijn te voorzien en hoe met onvoorziene reacties om te gaan. In deze casus volgde na de uitzending van de beelden een golf aan verontwaardigde reacties en oproepen om de daders op te sporen. Al na een dag verscheen op internet een groepsfoto van de verdachten; op het online magazine GeenStijl werden daarbij de namen van zes van de acht jongens vermeld. Het naming and shaming was begonnen. De jongens die op het filmpje te zien waren, ondervonden daarvan de gevolgen. Werd eerst gesproken over de ?acht van Eindhoven?, na hun aanhouding raakte de term ?kopschoppers? in zwang. Dat woord werd zelfs door Van Dale genomineerd om als woord van het jaar 2013 te worden verkozen. Het woord ?kopschopper? legde het uiteindelijk af tegen ?selfie?, maar is desalniettemin in het woordenboek opgenomen als ?een geweldpleger die zijn slachtoffer (zwaar) lichamelijk letsel toebrengt door deze tegen het hoofd te schoppen, ook als hij of zij al (gewond en/of hulpeloos) op de grond ligt.?

Met de term ?kopschoppers? werd niet alleen uitdrukking gegeven aan de ernst van het incident, maar ook de situatie zogezegd ?geframed?. De aangehouden jongens werden in de media als ?kopschoppers? aangesproken en daarmee bij voorbaat schuldig bevonden. Of alle acht jongens die op de beelden te zien waren ook daadwerkelijk geweld hadden gepleegd, stond op dat moment echter nog niet vast. Een ander gevolg van het naming and shaming was dat ook een naamgenoot die niets met het incident te maken had, werd bedreigd.[17]

In NRC Handelsblad stelde universitair docent strafrecht Kwakman dat het OM, door burgers bij de opsporing te betrekken, tot op zekere hoogte verantwoordelijk is voor de ?dynamiek? die daarna onder burgers ontstaat. ?Als je burgers betrekt, bestaat het risico dat sommigen van hen te ver gaan?, aldus Kwakman,[18]?en hij gaf daarbij als voorbeeld de casus van Winschoten, waar de politie in 2012 op zoek was naar een pyromaan:

?De politie betrok de burgers. ?Wees oplettend?, zei ze. Daar is op zich niets mis mee. Maar burgers kunnen zo?n instructie ook verkeerd opvatten. Zo van: als we de dader vinden, dan zullen we die eens een lesje leren.?[19]

Hoofdofficier van justitie Greive, die binnen het OM verantwoordelijk is voor de manier waarop de media worden ingezet, stelde zich in hetzelfde artikel op het standpunt dat het OM niet verantwoordelijk is voor de klopjacht die na de uitzending van het opsporingsprogramma ontstond. Het OM houdt in de opsporingsberichtgeving rekening met een mogelijke inbreuk op de privacy van personen. Beelden van omstanders en ook slachtoffers worden daarom veelal onherkenbaar gemaakt. Als een opsporingsbericht echter niet door het publiek wordt opgepakt, mist het zijn doel. Een opsporingsbericht zal daarom altijd voldoende aandachttrekkend alsook aandachtrichtend moeten zijn. Wat het uiteindelijke ?media-effect? van een opsporingsbericht is, blijft evenwel moeilijk te voorspellen, aldus Greive.

Voor beide argumenten valt natuurlijk iets te zeggen. Het OM zal (ook gezien de uitspraak van de rechter) in haar opsporingsberichtgeving met de reactie van het publiek rekening moeten houden, maar geheel voorkomen dat anderen de zaak op de spits drijven kan het niet. Daarvoor zijn de krachten van sociale media te onvoorspelbaar. Over de storm aan reacties na de uitzending van de beelden was ook het OM enigszins verbaasd.[20] De beelden werden op sociale media veelvuldig geraadpleegd en gedeeld. Zowel enkele prominente Nederlanders als online forums speelden hierbij een rol.

Dat in dit geval de beelden van de mishandeling zulke heftige emoties opriepen, kwam echter ook door het commentaar van Omroep Brabant bij het filmpje. Met frases als ?Ze zijn op oorlogspad, lijkt het wel? en ?Nog is het niet genoeg? was dat van een geheel andere toon, dan die we van het programma Opsporing Verzocht gewend zijn. Met een ander commentaar bij de beelden (bijvoorbeeld: uiteindelijk is het wel goed afgelopen) en een meer nauwgezette selectie van beeldmateriaal waren de reacties van het publiek mogelijk minder heftig geweest, maar dat valt niet met zekerheid te zeggen. Er zijn nu eenmaal mensen die er een ?sport? of soms hun beroep van maken om daders van strafbare feiten op te sporen. We spreken dan alleen niet meer van burgerparticipatie, maar van burgeropsporing (zie hierna).

Afstemming met burgemeesters

Voor situaties waarin naar aanleiding van een opsporingsbericht maatschappelijke onrust dreigt te ontstaan, is ook de opmerking van burgemeester Brentjens van de Belgische gemeente Turnhout van belang. Naar zijn mening zouden burgemeesters (meer) betrokken moeten worden bij de opsporingsberichtgeving, zodat zij vooraf kunnen inschatten wat een opsporingsbericht in hun gemeente teweeg kan brengen.[21]?In dit geval was echter bij de politie en het OM de identiteit en ook de woonplaats van de jongens niet bekend en was dit juist reden de beelden te vertonen. Vooraf contact opnemen met de burgemeester van de eventuele woonplaats dus was feitelijk onmogelijk.

De situatie waar burgemeester Brentjens evenwel mee te maken kreeg, was een situatie van maatschappelijke onrust. Inwoners uit zijn gemeente waren geschokt over wat er in Eindhoven was gebeurd en ook hoe daarop werd gereageerd. Vanwege de klopjacht op de vijf jongens uit Turnhout werd zelfs door de Belgische politie bij hun woningen gepatrouilleerd.[22] Brentjens bracht daarom een bezoek aan burgemeester Van Gijzel om, mede namens de Turnhoutse bevolking, zijn medeleven met het slachtoffer over te brengen en zijn ontsteltenis over de ontstane situatie te uiten. Na afloop van hun overleg gaven beide burgemeesters een korte persverklaring, waarin zij opriepen de hetze tegen de verdachten te staken en te vertrouwen op de strafrechtelijke afhandeling van de zaak.[23]

Met hun oproep hoopten zij dat de rust in hun gemeenten zou terugkeren.

Burgemeester Van Gijzel werd overigens enkele dagen later wel ge?nformeerd over het voornemen van het OM om opnieuw beelden van een mishandeling (in Oosterhout) vrij te geven. De hoofdofficier van justitie, de politiechef en de burgemeester lieten op 28 januari 2013 een gezamenlijke verklaring uitgaan, waarin zij aankondigden dat er ? ondanks de commotie over het filmpje van de mishandeling aan de Vestdijk in Eindhoven – opnieuw beelden van een mishandeling zouden worden uitgezonden in het opsporingsprogramma Bureau Brabant.[24] Die uitzending leidde nauwelijks tot commotie en leverde een groot aantal tips op. Maar ook in deze zaak werd het OM later door de rechter zogezegd op de vingers getikt en aan de verdachten een strafvermindering toegekend. Omdat de politie in deze zaak al verdachten op het oog had, had de politie eerst de verdachten zelf met de camerabeelden kunnen confronteren, alvorens over te gaan tot uitzending in het opsporingsprogramma, aldus de rechter.[25]

Van burgerparticipatie naar burgeropsporing

Wanneer via opsporingsberichtgeving de hulp van het publiek wordt ingeroepen voor de opsporing van verdachten van misdrijven ligt het initiatief, en daarmee in principe ook de regie, bij het OM en de politie. Deze casus toont hoe lastig het is om in het huidige media-tijdperk die regie te voeren. Na uitzending van de beelden van de mishandeling in Eindhoven namen burgers het initiatief over; eigenrichting lag op de loer.

Bij burgeropsporing gaat het om acties als het observeren en horen van mensen, het opvragen van gegevens, en het gebruik van verborgen camera?s. Het zijn rechercheactiviteiten waaraan voor de politie, wil zij die kunnen uitvoeren, voorwaarden verbonden zijn (voorafgaande toestemming van de rechter-commissaris, verplichting tot nauwkeurige verslagleggen en dergelijke). Voor burgers zijn dergelijke voorwaarden niet opgesteld, wat niet wil zeggen dat ?alles maar mag, zolang het aan de opheldering van misdrijven bijdraagt?.[26] Ook als burgers informatie over (vermeende) verdachten verzamelen en verspreiden, is dat aan privacy-normen gebonden. Lastig in het huidige media-tijdperk is wel dat eenmaal gepubliceerde informatie die onjuist blijkt en/of de privacy van personen schaadt, al binnen korte tijd ? via bijvoorbeeld een retweet of een reactieveld op een site – onder velen kan zijn verspreid. Menigeen verschuilt zich dan achter het excuus niet ?de bron? van de informatie te zijn.

Er bestaan tegenwoordig meerdere particuliere websites waarop informatie over verdachten van misdrijven te vinden is (zie Van Erp, 2011). Boevenvangen.nl biedt bijvoorbeeld naast een overzicht van alle uitstaande opsporingsberichten ook een iphone-app waarmee de gebruiker een attendering krijgt als hij zich op een locatie bevindt waar een delict is gepleegd. Daardoor krijgen delicten die vaak niet meer dan lokale aandacht genieten een landelijk bereik. De website is bovendien recent een samenwerking met SBS6 aangegaan: in april 2014 zond de omroep de eerste aflevering van het misdaadprogramma Boeven Vangen uit.[27]

GeenStijl roept op zijn beurt bezoekers op om zelf op zoek te gaan naar de verdachten en ?namen en rugnummers? te leveren. Met slogans als ?herken ze allemaal? en ?tijd gaat nu in? activeert GeenStijl de bezoeker als het ware tot ?een jacht op de dader? (Van Erp, 2011). Hoewel de toon verschilt, zijn de motieven van de site vergelijkbaar met die van bijvoorbeeld misdaadverslaggever Peter R. de Vries, wiens interventies de afgelopen jaren tot de oplossing van enkele geruchtmakende moordzaken en tot de invrijheidstelling van onschuldig veroordeelde burgers hebben geleid. Bekend is ook zijn televisie-uitzending over Joran van der Sloot, waarin met verborgen camera?s opgenomen gesprekken werden getoond.

Voor het opnemen en uitzenden van beelden is tegenwoordig geen eigen televisieprogramma meer nodig. Vrijwel iedereen kan vrij eenvoudig foto?s of een filmpje op internet plaatsen, zonder een weloverwogen afweging te maken waar het OM aan gehouden is. Die beelden zullen bovendien visueel eerder van een betere kwaliteit zijn dan die van bewakingscamera?s die doorgaans door het OM worden gebruikt. Het is vervolgens voor burgers een kleine stap om via sociale media een netwerk te mobiliseren om een zaak ?op te lossen?.

De politie en het OM hebben dus al lang niet meer het monopolie op het verzamelen en verspreiden van informatie over verdachten van misdrijven. Buurtonderzoek vindt nu ook online door burgers zelf plaats. Inmiddels zijn er op YouTube al tal van beelden te vinden van particuliere bewakingscamera?s waarop verdachten van een diefstal of inbraak te zien zijn, gepubliceerd door winkeliers, tankstationhouders of burgers (Van Erp, 2011). We staan nog maar aan het begin van deze ontwikkelingen en onduidelijk is nog wat de mogelijke gevolgen hiervan kunnen of zullen zijn.

5. Afronding

Bij de zware mishandeling in Eindhoven op 4 januari 2013 waren minderjarige jongens betrokken die, onder invloed van alcohol, kennelijk niet beseften wat zij feitelijk deden. Het was deels toeval dat het incident plaatsvond op een hoek van een straat die binnen het bereik van een bewakingscamera lag. Er waren daardoor beelden met het hele verloop van het incident vastgelegd.

De zaak van de ?kopschoppers? van Eindhoven toont hoeveel moeite het OM en de politie hebben om de krachten van sociale media in te schatten en, waar nodig, in bedwang te houden. Nadat – twee dagen na de uitzending van de beelden – drie verdachten zich bij de politie hadden gemeld (en ook de andere verdachten bekend waren), deed het OM een dringende oproep om niet langer informatie over de verdachten via internet te delen. Een oproep die enkele dagen later door de burgemeesters van Eindhoven en Turnhout werd herhaald, om een einde te maken aan de sociale onrust in hun gemeenten.Het bleek tevergeefs. Met de term ?kopschoppers? was de toon gezet en werd de klopjacht op de verdachten voortgezet.

De opsporingsberichtgeving had in deze casus desondanks een positief effect in de zin dat de verdachten zijn aangehouden en konden worden berecht. De beelden van de mishandeling leidden echter ook tot reacties jegens de verdachten (en derden!), die hun privacy in ernstige mate schaadden. Nog voordat de rechter in eerste aanleg uitspraak had gedaan, mengden zelfs Tweede Kamerleden zich in de discussie hoe de schending van de privacy zich zou verhouden tot het belang om de beelden uit te zenden.[28] Dat is opmerkelijk, aangezien het in onze rechtsstaat niet past dat politici zich mengen in een zaak die nog in handen van de rechter is. Het is aan de rechter om te bepalen welke straf in een concreet geval moet worden opgelegd.

Uiteindelijk zijn drie jongens veroordeeld; de andere vijf gingen vrijuit. Ook van hen zijn echter persoonsgerelateerde gegevens via internet en sociale media verspreid, die er vandaag de dag nog steeds op staan. Hetzelfde geldt voor het slachtoffer, voor naamgenoten van verdachten en voor bijvoorbeeld diegene die door GeenStijl onterecht in het rijtje van verdachten werd genoemd, zonder dit later te rectificeren. Ook voor hen zal het lastig zijn deze (digitale) ?sporen? te wissen.

Opsporingsberichtgeving is van alle tijden. Al in de tijd van het Wilde Westen werden opsporingsplakkaten gebruikt. De opkomst van sociale media, waarmee beelden en informatie gemakkelijker onder een grote groep mensen kunnen worden gedeeld, stelt echter het OM en ook de politie voor een nieuw dilemma waarmee nog maar weinig ervaring is opgedaan. De uitingen op sociale media naar aanleiding van opsporingsberichtgeving doen soms weer denken aan het Wilde Westen. Burgerparticipatie bij de opsporing van strafbare feiten krijgt onder invloed van sociale media een nieuwe dimensie; de grens met burgeropsporing vervaagt en burgervervolging ligt op de loer.

Literatuur

-????? Erp, J. van (2011). ?Boeven vangen? via internet: beelden over criminaliteit in opsporingsberichtgeving, Tijdschrift voor Cultuur en Criminologie, nr. 1, p. 51-69.

-????? Erp, J.G. van, Gastel, F. van & Wemmink, H.D. (2012). Opsporing verzocht. Een quasi-experimentele studie naar de bijdrage van het programma Opsporing Verzocht aan de oplossing van delicten.. Amsterdam: Reed Business.

[1] ???? Omroep Brabant (2013, 21 januari). Nieuws: Afkeer en ongeloof om filmpje zware mishandeling Vestdijk Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?video/79339912/Beelden+Bureau+Brabant+van+de+mishandeling+in+Eindhoven.aspx.

[2] ???? Zie voor de tweets: https://twitter.com/nickensimon/status/293480798122815489; https://twitter.com/PeterRdeV/statuses/372730756801757184; https://twitter.com/dijkhoff/statuses/372685900003942400.

[3] ???? Omroep Brabant (2013, 23 januari). Nieuws: Justitie: stop met verspreiden gegevens ‘daders’ mishandeling Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/1874291183/Justitie+stop+met+verspreiden+gegevens+daders+mishandeling+Eindhoven.

[4] ???? Omroep Brabant (2013, 24 januari). Nieuws: Burgemeester Turnhout betuigt medeleven slachtoffer mishandeling Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/1874581273/Burgemeester+Turnhout+betuigt+medeleven+slachtoffer+mishandeling+Eindhoven.aspx.

[5] ???? GeenStijl (2013, 24 januari). Archief: GeenStijl levert 8 doodschoppers aan politie. Op 1 juni 2014 ontleend aan www.geenstijl.nl/mt/archieven/2013/01/geenstijl_levert_acht_doodscho.html.

[6] ???? Omdat zij niet actief bij de vechtpartij betrokken zouden zijn geweest.

[7] ???? NOS (2013, 11 juni). Nieuws binnenland: Uitlevering verdachte Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://nos.nl/artikel/516652-uitlevering-verdachte-eindhoven.html.

[8] ???? De vierde verdachte wordt vrijgesproken omdat hij geen aandeel had in de geweldpleging.

[9] ???? Het OM heeft er bewust voor gekozen alleen cassatie in te stellen in de zaak van de dader die zijn straf al had uitgezeten, en niet in de zaak van de andere jongen die nog een deel van zijn straf moest uitzitten. Door in die zaak geen cassatie in te stellen, is de uitspraak van het gerechtshof onherroepelijk geworden. Zie OM (2013, 24 december). Nieuws- en persberichten: OM in cassatie in ??n zaak mishandeling Vestdijk Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.om.nl/@162007/cassatie-zaak/.

[10] ??? Aldus Martine Vis, landelijk portefeuillehouder Sociale Media bij de Nationale Politie, in Pauw & Witteman van 31 oktober 2013.

[11] ??? De onderzoekers merken daarbij op dat bij een substantieel deel van de getoonde opsporingsberichten de politie al een verdachte op het oog had en voldoende recherchecapaciteit inzette voor de opvolging van tips.

[12] ??? Uitspraak Rechtbank Oost-Brabant, 28 augustus 2013 (ECLI:NL:RBOBR:2013:4796). Zie ook Volkskrant (2013, 28 augustus). Archief: Justitie fors in de fout met beelden van schoppartij. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/3500150/2013/08/29/Justitie-fors-in-de-fout-met-beelden-van-schoppartij.dhtml.

[13] ??? Uitspraak Gerechtshof Den Bosch, 11 december 2013 (ECLI:NL:GHSHE:2013:5955).

[14] ??? In een nagenoeg vergelijkbare zaak van een mishandeling in Oosterhout oordeelde de rechtbank in Breda dat het uitzenden van camerabeelden onnodig was, omdat de verdachte reeds bij de politie bekend was (Uitspraak rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 juni 2013 (ECLI:NL:RBZWB:2013:5619). Zie ook: NOS (2013, 25 juni). Nieuws Binnenland: Lagere straf vanwege camerabeeld. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://nos.nl/artikel/522273-lagere-straf-vanwege-camerabeeld.html.

[15] ??? Omroep Brabant (2013, 11 december). Nieuws: Eindhovense kopschopper Tom K. moet ??n maand langer zitten. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/203631562/Eindhovense+kopschopper+Tom+K.+moet+%C3%A9%C3%A9n+maand+langer+zitten.aspx.

[16] ??? NOS (2013, 29 augustus). Nieuws binnenland: OM blijft beelden vrijgeven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://nosc.nl/artikel/545612-om-blijft-beelden-vrijgeven.html.

[17] ??? Omroep Brabant (2013, 23 januari). Nieuws: Tom Kantelberg uit Aalst-Waalre bedreigd na mishandeling op Vestdijk Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/1873871323/Tom+Kantelberg+uit+Aalst-Waalre+bedreigd+na+mishandeling+op+Vestdijk+Eindhoven.aspx.

[18] ??? Bron: ?Het loont de burger te betrekken bij opsporing. En het leidt tot heisa?, NRC Handelsblad, 25 januari 2013.

[19] ??? Bron: ?Het loont de burger te betrekken bij opsporing. En het leidt tot heisa?, NRC Handelsblad, 25 januari 2013. Zie ook Johannik & Tromp in Lessen uit crises en mini-crises 2012, p. 79-86.

[20] ??? Omroep Brabant (2013, 26 maart). Nieuws: Bureau Brabant: Beelden mishandeling Eindhoven zijn niet voor niets geweest. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/190860812/Bureau+Brabant+%E2%80%98Beelden+mishandeling+Eindhoven+zijn+niet+voor+niets+geweest%E2%80%99.aspx.

[21] ??? Omroep Brabant (2013, 26januari). Nieuws: Ook na mishandeling Eindhoven blijft justitie beelden vrijgeven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/187603802/Ook+na+mishandeling+Eindhoven+blijft+justitie+beelden+vrijgeven+.aspx.

[22] ??? Trouw (2013, 28 januari). Nieuws politiek: OM gaat in tegen eigen opsporingsrichtlijn. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.trouw.nl/tr/nl/4500/Politiek/article/detail/3384170/2013/01/28/OM-gaat-in-tegen-eigen-opsporingsrichtlijn.dhtml.

[23] ??? ?Burgemeesters: Laat omgeving daders met rust?, Volkskrant, 25 januari 2013.

[24] ??? Trouw (2013, 28 januari). Nieuws politiek: OM gaat in tegen eigen opsporingsrichtlijn. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.trouw.nl/tr/nl/4500/Politiek/article/detail/3384170/2013/01/28/OM-gaat-in-tegen-eigen-opsporingsrichtlijn.dhtml.

[25] ??? Uitspraak rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 juni 2013 (ECLI:NL:RBZWB:2013:5621) en uitspraak Gerechtshof Den Bosch, 22 januari 2014 (ECLI:NL:GHSHE:2014:63).

[26] ??? Aldus Harm Brouwer, tot 2011 voorzitter van het College van procureurs-generaal, in ?Baas OM waarschuwt voor ?burgeropsporing??, de Volkskrant, 25 februari 2008.

[27] ??? Zie http://www.sbs6.nl/programmas/boeven-vangen/.

[28] ??? Omroep Brabant (2013, 24 januari). Nieuws: Tweede Kamerleden: beelden verdachten mishandeling Vestdijk Eindhoven belangrijker dan privacy. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/187505882/Tweede+Kamerleden+beelden+verdachten+mishandeling+Vestdijk+Eindhoven+belangrijker+dan+privacy.aspx.

Hier de casus in PDF:

Gerelateerd aan deze casus:

Beeldmateriaal in de opsporing; privacyschending of niet?
Onderzoek naar de grenzen van het gebruik van beeldmateriaal in de opsporing via de social media
Auteur: Wiebe Penterman

Hier het onderzoek ten aanzien van Opsporing Verzocht:

App: i-View

schema
Op een smartphone of tablet meekijken met honderden camera?s en terugspoelen naar een mogelijk delict. De politie testte het al tijdens het BFO (Bevrijdingsfestival Overijssel) in Zwolle en onlangs weer bij het jaarlijkse Stratenfestival. Het?gebruik door de politie van de nieuwe I-View is uniek in Nederland. Met deze app kan de?politie in ??n oogopslag meekijken met live beelden van observatiecamera?s op diverse locaties als bijvoorbeeld het festivalterrein, het dancefeest, de binnenstad van Zwolle maar ook op het NS station en de toegangswegen. Het systeem kan onder andere kentekens herkennen.

Ook wanneer stromen van tienduizenden festival bezoekers in goede banen geleid moeten worden, kan de politie zo gebruik maken van camerabeelden om alles in goede banen te leiden. Hiernaast heeft de politie de mogelijkheid naar beelden terug te spoelen die vijf minuten oud zijn om zo zelf te kunnen beoordelen wat er gebeurd is bij een opstootje, delict et cetera.

Gerrit van der Kamp, voorzitter van politiebond ACP, ziet het wel zitten: “Ze zien meteen wanneer er onrust komt, dus als de groep groot is kun je aan je collega’s al op voorhand bijvragen. Je kunt andere hulpmiddelen opvragen terwijl je bezig bent. En dat heb je nu allemaal niet. Dat zijn grote voordelen, waardoor de veiligheid voor zowel burgers als collega’s verbeterd”.

In de toezichtruimte van de landelijke Stichting I-watch, ondergebracht in het Hoofdbureau van de politie in Zwolle, worden door politiemensen en medewerkers van particuliere beveiligingsbedrijven continu de beelden van grote aantallen camera?s geobserveerd.

I-Watch verwacht dat, gezien de positieve reacties en ervaringen het I-View systeem door meerdere politiekorpsen ingezet zal gaan worden: het streng beveiligde I-Watch systeem is namelijk goed toe te passen in andere steden en regio?s en wordt alleen door medewerkers van de politie gebruikt. Agenten kunnen dus nu ook?op hun mobieltje meekijken met wat er verderop in de straat gebeurt. Hieronder enige toelichting bij de achterliggende stichting die dit mogelijk maakt en het achterliggende Live View systeem:

Stichting i-watch

I-watch_LOGO_OPZET-(4)I-Watch is een publiek-private samenwerking in noordoost Nederland die zich richt op cameratoezicht op publiek en privaat domein door nauw samenwerkende politie en particuliere beveiligers. Naast toezicht wordt in samenwerking met partners gewerkt aan innovatie. Het nieuwste is een app waarmee agenten op straat de camerasystemen kunnen raadplegen. Zowel live als opgeslagen beeld is op te vragen. Verder zijn beelden van bijvoorbeeld verdachte personen naar collega?s door te sturen.
Live View is een werkwijze die het mogelijk maakt dat de meldkamer van de politie, via een particuliere alarmcentrale, de gelegenheid krijgt rechtstreeks mee te kijken met de camerabeelden van bijvoorbeeld een winkelier of horecaondernemer, wanneer een inbraak of overval (of een ander gewelddadig delict) plaatsvindt.

Door real time camerabeelden naar de meldkamer te sturen krijgen de politie en andere hulpdiensten zicht op de situatie van het incident, waardoor zij sneller en slimmer kunnen reageren. Met Live View kan de meldkamer de eenheden goed aansturen. Hiermee wordt de heterdaadkracht van de politie vergroot en kunnen ook de andere hulpdiensten effectiever opereren.

Een bijkomend voordeel is dat de status van een melding geverifieerd wordt door de particuliere alarmcentrale, zodat het aantal keren dat de politie uitrukt voor een nodeloos alarm verder afneemt.

Winkeliers en bedrijven zijn zeer te spreken over Live View. Het geeft een goed gevoel dat bij onraad de politie direct zicht krijgt op wat er zich afspeelt en hier gericht actie op kan ondernemen. De privacy wordt gewaarborgd doordat Live View alleen wordt gebruikt wanneer er een incident plaatsvindt. Pas dan worden de camerabeelden doorgezet door de particuliere alarmcentrale naar de politiemeldkamer en kan de politie meekijken.

Daarnaast zal Live View preventief werken door de snelle reactietijd. Op de locatie wordt een Live View sticker bij de ingang geplaatst. Voor criminelen wordt het daarmee duidelijk dat de locatie is aangesloten op Live View en dat ze dus een groter risico lopen om aangehouden te worden.

propertyprotected
Waarom Live View?
Het aantal overvallen moet dalen en het oplossingspercentage moet verder omhoog. Dit kan ondermeer bereikt worden door nog sneller en adequater te reageren bij overvalmeldingen (vergroting van de heterdaadkracht).

De aanpak van overvallen is een van de speerpunten van het nationale veiligheidsbeleid. Het ?Actieprogramma Ketenaanpak Overvalcriminaliteit? van de Taskforce Overvallen is een structurele aanpak om overvallen een halt toe te roepen. Een van de actiepunten is dat publieke en private partijen de krachten moeten bundelen om overvalcriminaliteit aan te pakken.

Live View is een concrete uitwerking van dit advies, waarbij bestaande en nieuwe technologie wordt gebruikt in een publiek-privaat-samenwerkingsverband. Deze samenwerking is gericht op verbetering en versnelling van de behandeling van overvalmeldingen.
Uiteraard wordt Live View ook gebruikt bij andere gewelddadige delicten, bij inbraken en bij calamiteiten als branden of het onwel worden van een klant.

Hoe werkt Live View?
Veel winkels en bedrijven beschikken over bewakingscamera?s die verbonden zijn met een particuliere alarmcentrale. Bij onraad alarmeert de winkel of het bedrijf de particuliere alarmcentrale door een alarm(sensor) te activeren. Hierbij wordt ook een bewakingscamera geactiveerd, waarvan de beelden te zien zijn bij de alarmcentrale. De beveiligingsmedewerker beoordeelt de melding, inclusief de beelden, en schakelt alle gegevens van de locatie en de live beelden direct door naar de politiemeldkamer.

iview

Politiemedewerkers op de meldkamer kunnen zo meteen zien hoe de situatie is, hoeveel inbrekers/overvallers er zijn, hoe ze eruit zien, of er wapens worden gebruikt en of er gewonden zijn. Als er gewonden zijn kan ook meteen de ambulancedienst gealarmeerd worden, zodat er snel medische hulp verleend wordt.

Op het moment dat de alarmcentrale de politie inschakelt, worden direct de live-beelden uit de winkel of het bedrijf meegestuurd. De politie kan dus real time meekijken. Vanaf dit moment blijft er direct contact bestaan tussen de beveiligingsmedewerker van de alarmcentrale en de centralist van de politiemeldkamer. De politie kan bijvoorbeeld vragen om (indien mogelijk) een camera bij te draaien, in te zoomen of een andere (buiten)camera te activeren. Ook kan de meldkamercentralist aan de beveiligingsmedewerker vragen om plattegronden en ander beeldmateriaal (voor zover beschikbaar) op het beeldscherm te zetten.

De bediening van de camera?s blijft bij de particuliere alarmcentrales liggen (conform de afspraken met de klanten). De politie kijkt alleen mee via het beeldscherm van de beveiligingsmedewerker als deze een incident doorgegeven heeft. Geen incident? Geen beeld!

Voor wie is Live View?
Live View is beschikbaar voor:

  • winkels, bedrijven en particulieren, die beschikken over een camerasysteem dat is aangesloten op een particuliere alarmcentrale;
  • geld- en waardedepots/transporteurs;
  • lokale toezichtcentrales (van bijvoorbeeld gemeenten).

Bronnen: i-watch, RTLNieuws, Politie.nl

Anoniem internetmeldpunt

anoniemHet anonieme meldpunt op het internet, een alternatief voor Meld Misdaad Anoniem via de telefoon, is zo anoniem nog niet. Technisch is anonimiteit niet te waarborgen, zeggen onderzoekers.

De anonimiteit van melders van misdaden via een internetmeldpunt is niet te garanderen. Technisch moeilijk uitvoerbaar, organisatorisch een uitdaging en er zijn mogelijke schadelijke neveneffecten. Dat staat in?een onderzoek naar een dergelijke meldpunt?door Privacy & Identity lab in samenwerking met de Radboud Universiteit.

Bang voor misbruik data

“In een klimaat waarin politiebestanden op tamelijk intransparante wijze ook voor andere doeleinden dan opsporing worden ingezet, is het belangrijk om terughoudend te zijn met het voeden van dergelijke databanken met ongecontroleerde informatie. Dit pleit voor terughoudendheid bij het faciliteren van anonieme meldingen.”

De onderzoekers pleiten voor “een brede reflectie” op deze ontwikkelingen, “die zouden moeten leiden tot het opstellen van een proportionaliteitstoets voor anonieme meldpunten.”

Technisch en organisatorisch moeilijk

De quickscan is gedaan in opdracht van het ministerie van Veiligheid en Justitie om de haalbaarheid van een anoniem internetmeldpunt in kaart te brengen,?een wens van de VVD. Daarbij is gekeken naar de technische en organisatorische uitvoerbaarheid en het juridisch perspectief. Met name de eerste twee aspecten bieden obstakels.

Om het meldpunt technisch zo anoniem mogelijk in te richten en toch een dialoog tussen melder en steunpunt mogelijk te maken, denken de onderzoekers dat een app voor de smartphone of een webgebaseerde chat het beste is. Maar, zo zeggen ze, die kennen weer technische beperkingen. “Vanwege de complexiteit verwachten wij dat de kosten van het inrichten van zo’n meldpunt hoog zijn. Nader onderzoek naar die inrichting is gewenst.”

De onderzoekers hebben het kort over anonimiseringsinrichtingen, zoals Tor. “Echter, voor een normale gebruiker is het niet eenvoudig om Tor correct op te zetten en te gebruiken. Daarnaast is de aanwezigheid en het gebruik van Tor op zichzelf mogelijk verdacht.”

Beginnen met een pilot

De technische uitdagingen maakt het organisatorisch ook moeilijk. Daarnaast moet het kennisniveau van de medewerkers omhoog en hogere eisen worden gesteld aan het beheer. Regelmatig moeten audits worden gehouden om de anonimiteit van de melders te blijven garanderen. Vanwege de onzekerheid over het aantal meldingen dat gaat binnenkomen, adviseren de onderzoekers een gefaseerde invoering, te beginnen met een pilot en een nulmeting.

Bronnen: Webwereld, WODC

Case: Max Schrems en de strijd om je eigen gegevens

In augustus 2014 deden zo’n 800 Nederlanders mee aan een?Europese strafzaak tegen Facebook.?Facebook mag nu zelfs je sms’jes lezen, want de kleine lettertjes van de Messenger-app geven Facebook ?toestemming om je ongezien af te luisteren en te begluren.?Max?Schrems weet uit ervaring hoe de procedures bij?Facebook werken?en eist voor elk van deze deelnemer 500 euro van Facebook, omdat het sociale netwerk de privacy van haar gebruikers zou schenden. Het totale aantal deelnemers staat nu al op meer dan 12 duizend. Wie is Max Schrems en waarom doen mensen dit? Lees er meer over in onderstaand blog.

De gebruikers zijn van die privacyschending niet altijd op de hoogte, zegt directeur Hans de Zwart van Bits of Freedom, dat zich inzet voor digitale privacy.? “Ik denk dat je niet altijd weet hoeveel data je met Facebook deelt zonder dat je het door hebt.”

Tracken door het hele web
De Zwart: “Een van de dingen waar Schrems aandacht aan wil besteden is het feit dat Facebook jou door het hele web?trackt, ook op pagina?s die niet van Facebook zijn. Als jij naar de website van The New York Times gaat, kan Facebook dat zien en je hebt niet per se door dat Facebook weet welke artikelen jij leest.??De directeur van Bits of Freedom denkt dat Facebook vooral ‘een soort winkelcentrum aan het worden is waarin je moet zoeken naar de posts van je vrienden’. ?Ik merk daarbij dat Facebook steeds meer kort door de bocht gaat als het gaat om Europese privacywetgeving. Daar houden ze zich niet altijd aan en dat moet wel gaan gebeuren.”

Deelname aan PRISM
De rechtszaak maakt dan ook een goede kans, is zijn inschatting. ?Omdat Facebook op een aantal punten echt niet voldoet aan de Europese wetgeving. Ze zijn een Europees bedrijf. Ze zijn gevestigd in Ierland. Alle Facebookgebruikers die niet uit de VS komen zijn klant in Ierland. En Facebook houdt zich bijvoorbeeld met de gebruikersvoorwaarden niet aan de wetgeving. Facebook doet mee aan het PRISM-programma van de NSA. Facebook lekt data aan derden via apps: allemaal manieren die niet kunnen.”

Waarom is het erg dat Facebook zoveel van je weet? Sebastiaan van der Lubben beschreef het aardig op zijn blog

Stel: je wordt verdacht van een ernstig misdrijf en opsporingsambtenaren leggen een link tussen daad en?dader?verdachte door gebruik te maken van sociale media. Mag dat? In Amerika is een debat ontstaan over deze zoekmethode. Een verdachte van ontvoering en moord werd herkent door gebruik te maken van profielen die hij aanmaakte op datingsites. Daarop veel foto?s vanuit verschillende hoeken van de dader. Slimme gezichtsherkenning (denk CSI) deed de rest. Dus kopte NextGov:?Feds turn to dating websites and facial recognition tools to catch crooks. Logisch: de zoekmethode gaat een stuk sneller dan het opsporen en overtuigen van (onwillige) getuigen om mee te werken aan het proces. De techniek doet de rest.

Gezichtsherkenning gaat sneller en beter dan vijf, zes jaar geleden. De technologie wordt goedkoper en het aantal foto?s op internet explodeert. Zoeken in online bestanden naar boefjes is een fluitje van een cent. En precies daartegen maken rechtsgeleerden, de?Federal Trade Commission?en het Congres grote bezwaren. De overheid krijgt zo wel heel veel macht om naast verdachten ook een referentiecheck te maken van iedereen in de (directe) omgeving.?Law enforcement goes 2.0?zou je kunnen zeggen, met alle juridische vraagstukken van dien.

Commerci?le bedrijven profileren gebruikers al op basis van data over hun internetgedrag. En dat gaat heel ver. Zo ervaarde Max Schrems, een Oostenrijkse rechtenstudent. Hij leunt op het resultaat van een simpele vraag aan Facebook. Mag ik van u alle persoonlijke gegevens die u van mij heeft opgeslagen? Facebook, officieel gevestigd in Dublin (Ierland) valt onder Europees privacywetgeving. En daarin staat het recht om te weten welke gegevens instanties of bedrijven van individuen opslaan of gebruiken. Het resultaat van Schrems vraag is overigens 1222 pagina?s. En dat is lang niet alles. Facebook houdt, naar eigen zeggen, gegevens achter.

maxschrems2main-420x0
Wie deze grote databestanden over individuen enerzijds combineert met de operationele vraagstukken van het?opsporingsapparaat?stuit al snel op lastige ?vraagstukken in het?recht. Hoogleraar ICT & Rechtstaat?Mireille Hildebrandt?(Radboud Universiteit Nijmegen) hield precies over over dit onderwerp haar oratie, eind vorig jaar. In een interview over die?oratie?[pdf]?stelde zij: ?Wie volledig doorrekenbaar is, kan volledig worden gemanipuleerd. de rechtsstaat bestaat om ons daartegen te beschermen. De burger moet greep krijgen op die onzichtbare doorzoekingen.? Zoals Schrems probeerde bij Facebook.

Haar standpunt is om ??n belangrijke reden relevant. Nu lijkt privacy vooral een?individuele?keus. Ik moet immers zelf weten of ik wil Facebooken, Twitteren, Flickren. Hildebrandt stelt echter dat de (rechts)staat daarin ??k een taak heeft. Zeker als zo ongecontroleerd en ondoorzichtig van die gegevens gebruik kan worden gemaakt. De taak en rol van de staat als behoeder van individuele rechten dreigt nog wel eens onder te sneeuwen in het debat over privacy op internet. En zij zwengelt dat terecht aan. Mocht je twijfelen over het nut en de noodzaak van dat debat, kijk dan even naar het?filmpje?van Max Schrems.

Als “het recht om vergeten te worden” je niet gegund wordt, kun je onderstaande in ieder geval zelf nog doen [infographic]:

Bronnen: Blog Sebastiaan van der Lubben, BNR, Joop.nl

Recherchewerk met social media

Facebook-Dick

De politie staat aan het begin van een grote digitale revolutie. Dat voorspellen onderzoeker Arnout de Vries van TNO en politiechef Frank Smilda van de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland in hun boek ?Social media: het nieuwe DNA?, dat dit voorjaar verscheen. Onderstaand artikel van Jolein de Rooij (ComputerIdee, #7 van 2014) gaat over de online rechercheur van de toekomst en geeft weer wat ons te wachten staat. Het wordt aangevuld met opinies die onlangs verschenen in een AD artikel over burgeropsporing en burgervervolging.

Recherchewerk met sociale media

Onderzoeker Arnout de Vries en politiechef Frank Smilda schreven een boek over het gebruik van sociale media in de opsporing. Arnout de Vries is onderzoeker en adviseur op het gebied van sociale media en maatschappelijke veiligheid bij TNO. Frank Smilda is politiechef bij de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland. Samen schreven ze een boek waarin ze uitleggen hoe burgers en politie het beste kunnen samenwerken bij recherchewerk op sociale media als Twitter en Facebook.

Want politie, advocaten en experts op het gebied van sociale media maken zich zorgen bij burgeropsporing: eigenrichting dreigt omdat burgeropsporing kan omslaan in burgervervolging.

Doorgaans is de politie blij met tips, maar Facebookacties zijn een doodlopende weg, stelt Frank Smilda in het AD artikel. Burgers gaan volgens hem veel minder zorgvuldig te werk dan echte agenten bij een verdenking. Als een betrokkene toch niet de dader blijkt te zijn, zullen de gevolgen niet te overzien zijn, zegt Smilda: ‘Iemands naam is dan voorgoed beschadigd.’

Ook hoogleraar publieke innovatie Albert Meijer is geen voorstander van het voor eigen rechter spelen via het internet. De politie weegt zorgvuldig af wat wel en niet naar buiten wordt gebracht. ‘Maar burgers hebben daar geen boodschap aan’, aldus de hoogleraar. Er ontstaat volgens Meijer te snel ‘een gevoel van wij tegen de boeven’. ‘De slachtoffers denken dat ze alles mogen doen om de daders te pakken. Elke nuance is verdwenen. Dat ondermijnt de rechtsstaat.’

Precieze cijfers zijn niet bekend, maar ‘doe-het-zelf-justitie’ zit duidelijk in de lift. Tegen de Facebookacties is wettelijk niet veel te doen. Het is niet strafbaar om tips te vragen op internet. De advocaten Gerard Spong en Frank van Ardenne plaatsen grote juridische vraagtekens bij de internet-initiatieven, omdat het gevonden bewijs bruikbaar is in strafprocessen. Spong heeft daar principi?le bezwaren tegen. Volgens hem werkt dat het illegaal handelen van particulieren in de hand. ‘Het is een vorm van bewijs witwassen. De overheid maakt hiermee in feite ook vuile handen’, aldus Spong. Van Ardenne vindt dat de overheid moet ingrijpen als er publiekelijk jacht wordt gemaakt op een vermoedelijke verdachte. ‘Vragen om tips kan iedereen zich nog voorstellen, maar publiekelijk zelf iemand opsporen kan enorm uit de hand lopen. Dat kan uiteindelijk een rol spelen bij een veroordeling’, aldus Van Ardenne.

Het Openbaar Ministerie (OM) is er geen voorstander van dat mensen zelf op zoek gaan naar daders, maar wijst het ook niet af. Volgens OM-woordvoerder Wim de Bruin is het ‘ieders verantwoordelijkheid’ zorgvuldig met de privacy van anderen om te gaan. ‘Het is aan de rechter om te beoordelen in hoeverre het schenden van iemands privacy rechtmatig is geweest.’

Hoe kunnen burgers helpen?

Arnout de Vries: “Dat kan in de eerste plaats door zelf ooggetuigenverslagen te maken. Daar bestaan zelfs speciale apps voor. Met de Britse ‘Self Evident’ app kun je bijvoorbeeld als slachtoffer of getuige een behoorlijk compleet verslag maken, inclusief eigen foto’s en films van de plaats delict en een Google Maps-kaartje. En er bestaat ook een app waarmee je zelf een compositietekening kunt maken van de dader. Behalve door foto’s en filmpjes te maken, kunnen burgers helpen bij het signaleren van online delicten, zoals doodsbedreigingen via Twitter of identiteitsfraude. Veel mensen zien internet als een vrijplaats om zich te misdragen, maar het zo zou het niet moeten zijn. Het is goed als mensen ook online op hun gedrag worden aangesproken. Wanneer de politie in Haren bijvoorbeeld door meer mensen op Project X was gewezen, was de situatie daar misschien minder uit de hand gelopen.”

Report crime with the Self Evident app

Hoe gebruik de politie sociale media?

“Politieagenten twitteren en gebruiken Facebook. Bijvoorbeeld bij evenementen, om burgers te informeren en instructies te geven, of om signalementen te verspreiden van vermiste personen. Daarnaast zijn er wijkagenten die aangesloten zijn bij WhatsApp-groepen van burgerwachten in bepaalde wijken, om zo beter ge?nformeerd te zijn. Daarbij is het wel zaak dat ze de juiste verwachtingen scheppen, zodat burgers bijvoorbeeld niet denken dat wanneer ze een berichtje op WhatsApp zetten binnen zo’n groep, de politie dus automatisch op de hoogte is. Daarnaast is ‘crowdsourcing‘ een veelbelovende mogelijkheid. Wanneer de politie opsporingsdossiers online zou zetten, inclusief foto’s, video’s, kaarten en reconstructies, kan dat veel creatieve idee?n en expertinformatie opleveren. Dat deed Maurice de Hond bijvoorbeeld, in de Deventer moordzaak, met de website GeenOnschuldigeVast. Dankzij de inzet van burgerexperts is volgens De Hond in die zaak veel relevante informatie bijeen gebracht.”

Hoe moet het niet?

“Wanneer overenthousiaste burgers heksenjachten ontketenen, wanneer ze de privacy schenden van medeburgers of wanneer ze waardevolle aanwijzingen weggeven. De politie schrikt zich regelmatig een hoedje doordat familieleden van een slachtoffer bijvoorbeeld op Facebook allerlei opsporingsinformatie weggeven, terwijl de zaak nog loopt. Tijdens de jacht op de daders van de dubbele bomaanslag van de Boston-marathon?waren er mensen die de politiescanner afluisterden en elke beweging van de politie live uittikten. Dat wil je niet, want de voortvluchtigen kunnen dat ook lezen. Die aanslag is een perfect voorbeeld van een zaak waarbij burgers op grote schaal meedachten. Je zag toen ook meteen de gevaren daarvan: op een bepaald moment was iedereen ervan overtuigd dat een bepaalde jongen met een rugzak de dader was. Achteraf bleek dat niet zo te zijn. Ik ben er daarom voorstander van dat de politie zoveel mogelijk van dit soort crowdsourcing zelf in handen houdt, door tools beschikbaar te stellen en speciale Facebook-pagina’s of samenwerkingsplatformen in te richten. Nu plaatsen burgers steeds vaker, in de hoop dat daders zo sneller gepakt worden, zelf opsporingsdata online. Het is beter wanneer dat gebeurt in overleg met de politie. Die kan beter beoordelen welke informatie wel en niet online kan, in het belang van het onderzoek en met het oog op de privacybescherming.”

App om getuigeverslag te maken

selfevidentMet de Britse ?Self Evident?-app kan een slachtoffer of getuige zelf een verslag maken van een incident, inclusief eigen foto?s en films van de plaats delict en een Google Maps-kaartje. Wanneer de gebruiker een video, foto of geluidsopname maakt met de app wordt het tijdstip waarop dat gebeurde en de locatie waarvandaan automatisch opgeslagen op de server van Just Evidence, de ide?le organisatie die de app maakte. Die organisatie kan dus getuigen dat uw smartphone echt op dat moment op die plek aanwezig was. U kunt een link naar uw online verslag in een mailtje verzenden, bijvoorbeeld naar een vriend of naar uw verzekeraar of de politie. Wanneer de ontvanger het rapport downloadt, zendt Just Evidence u daarvan bericht. Het grote voordeel van de app is dat getuigen of slachtoffers niet hoeven te wachten met getuigen tot de politie arriveert of anderszins gehoor geeft. Ze kunnen zo snel mogelijk zelf beschrijven wat er is gebeurd, waardoor het verslag gedetailleerder zal zijn en meer correct. Ook heeft de politie de informatie eerder in handen, waardoor de kans toeneemt dat daders op heterdaad kunnen worden betrapt.

App om compositietekening dader maken

Het is erg lastig om het gezicht te beschrijven van iemand anders. Ook vervaagt de herinnering aan een gezicht snel. Daarom is het belangrijk dat compositietekeningen zo snel mogelijk na een misdrijf worden gemaakt. Dat kan met de PhotoFitMe app. Getuigen of slachtoffers kunnen daarmee zelf een gezicht samenstellen uit een bibliotheek van ogen, neuzen, monden, kinnen, haar, enzovoort. Elk ?onderdeel? kun je ook nog eens verbreden, versmallen, uitrekken of juist gedrongener maken. De iPhone app is ontwikkeld door forensisch psycholoog Graham Pike van de Britse Open Universiteit. Het blijkt behoorlijk lastig om met de app een accurate tekening te maken van iemand die we kennen. Dat is logisch, aldus Pike. We houden gezichten als geheel en niet als een verzameling onderdelen. Zelf ook eens proberen? Dat kan hier.

Social media: het nieuwe DNA

?Social media: het nieuwe DNA? verscheen dit voorjaar en gaat over ?de revolutie? die social media in de opsporing veroorzaakt. Het boek is geschreven door onderzoeker Arnout de Vries van TNO en politiechef Frank Smilda van de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland.

Bronnen: Computer Idee, AD

Drones van politie en burger met live video

Politie-drone

Er vliegen steeds vaker drones van Defensie en de politie boven Nederland.?Het zou onder meer de ‘heterdaadkracht’ van de politie moeten?vergroten. Ook steeds meer burgers zetten de technologie (niet-commercieel) in, terwijl autoriteiten worstelen met wetgeving.

De militaire drone lijkt definitief zijn intrede te doen als?opsporingsmiddel voor de Nederlandse politie. Plaatsen als Rotterdam,?Utrecht, Arnhem en Harlingen werden vorig jaar dagen- of wekenlang?vanuit de lucht bespied door onbemande Defensie-vliegtuigjes van het?type Raven RQ 11B. Veel vaker dan in voorgaande jaren werden ze?ingezet boven Nederland, diverse malen voor de opsporing van?criminelen. De Tweede Kamer maakt bovendien plannen om de toekomstige,?veel geavanceerdere drones van Defensie ook boven Nederland te?gebruiken. Waarvoor de Ravens precies worden ingezet, blijft vaak?onbekend, omdat het OM en het ministerie van Defensie daar weinig over?loslaten.

Burgerrechtenactivist Rejo Zenger, ook werkzaam voor?privacyorganisatie Bits of Freedom, vroeg Defensie onlangs hoe vaak de?onbemande toestellen boven Nederland vliegen. In 2012 ging het tot in?augustus om vijf keer, zo antwoordde het ministerie van Defensie. Nu?blijken die inzetten, op basis van gegevens in de Staatscourant, vaak?vele weken te duren. Steeds meer Raven-teams van Defensie zijn?gecertificeerd om in Nederland boven bewoond gebied te patrouilleren.?Daardoor neemt de nationale inzet steeds verder toe. Vorig jaar werd?veertien keer op grond van de Politiewet boven Nederland gevlogen. In?2011 was dat drie keer, in 2010 vier keer en in 2009 ??nmaal.?Aanvragen komen van het OM, de politie, gemeentes en brandweer. Als?het om handhaving van de openbare orde gaat, wordt soms wel bekend?waarvoor de Ravens worden gebruikt. Zo hielden twee toestellen in?oktober toezicht op de ‘4 mijl van Groningen’, een grote?hardloopwedstrijd.

Maar als het om strafrechtelijk onderzoek gaat is het OM, dat politie?en Defensie toestemming moet geven voor publiciteit, minder scheutig?met informatie. Waarom werd er vorig jaar ruim drie weken boven?Amersfoort gevlogen? We weten het niet. Waarom werd er ruim een week?boven Den Oever gevlogen, waarom wekenlang tussen Utrecht en Arnhem en?waarom boven Harlingen en Soesterberg?

Ook de nieuwe Nationale Politie doet geen mededelingen. Eerst wordt er?een ‘werkgroep voor de nationale co?rdinatie van drone-activiteiten’?opgezet, zegt een woordvoerder. De politie zelf heeft namelijk ook?drones. Die zijn kleiner dan die van Defensie, ze vliegen lager en?minder lang. Ze worden alleen gebruikt om een plaats delict te?fotograferen, of te kijken hoe een brand zich ontwikkelt.?Nu vliegt de politie vaak met helikopters boven Den Haag, maar dat kost volgens VVD-lijsttrekker Boudwijn Revis uit Den Haag?te veel geld. “Het werkt sneller als we drones laten opstijgen bij wijkbureaus en misschien later zelfs vanuit de achterbak van politiewagens.”?Begin 2013 bleek dat de politie steeds vaker drones?inzet, onder meer voor inbraakpreventie. De politie Amsterdam?stopte?met het gebruik van zijn drone door een defect.?D66-Kamerlid Gerard Schouw, die vorig jaar?opriep?tot nieuwe wetgeving die de inzet van politiedrones reguleert, vindt het plan van de VVD overhaast. Hij wil een onafhankelijk onderzoek, waar minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) opdracht toe heeft gegeven, eerst afwachten.?Tegenover?Radio 1?zegt Revis de drones gericht te willen inzetten: “Het is niet zo dat wij denken dat een drone 24 uur per dag boven de stad moet hangen. Maar hij moet?wel snel en makkelijk ingezet worden op het moment dat er ergens een overval is geweest, een inbraak of overlast is.”?”Niemand zal er bezwaar tegen hebben als we op deze manier sneller misdrijven opsporen en mensen achter de tralies krijgen”, aldus de lijsttrekker.

In Almere was het een wijkagent die in januari tegen Omroep Flevoland?vertelde dat er boven de stad met Ravens naar inbrekers werd gespeurd.?Veel inwoners waren toen al maanden onwetend. Uit mededelingen in de?Staatscourant, die achteraf worden gepubliceerd, blijkt namelijk dat?de eerste Ravens al op 21 oktober boven Almere vlogen. Voor de?toestellen moet een deel van het luchtruim worden vrijgemaakt, vandaar?de verplichte bekendmaking in de Staatscourant.?Over de reden van de Raven-inzet is op basis van mediaberichten soms?wel te speculeren. Harlingen werd eind vorig jaar getroffen door een?inbraakgolf, dus mogelijk werd er daarom gevlogen. In Zaandam werd?rond de Raven-inzet op 27 november een meisje vermist, misschien werd?naar haar gezocht. En rond de jaarwisseling 2011-2012 werd in?Culemborg waarschijnlijk weer gevreesd voor rellen tussen?Nederlands-Marokkaanse en Nederlands-Molukse jongeren.?In Almere wilde D66 na de mededelingen van de wijkagent wel wat meer?weten over die Ravens. Moeten burgers niet vooraf worden ge?nformeerd??Nee, antwoordde het college van burgemeesters en wethouders. Aangezien?het om opsporing gaat, is de inzet per definitie ,,heimelijk”. Uit het?antwoord bleek wel dat de Raven in ?meerdere gemeenten voor?strafrechtelijke doeleinden is ingezet. De onbemande vliegtuigjes?worden gebruikt voor het ,,vergroten van de heterdaadkracht” van de?politie. De inzettijden in Almere werden bepaald door de momenten?waarop woninginbraken het vaakst voorkomen. Er werd in Almere gevlogen?tussen zes uur ’s avonds en acht uur ’s morgens.

080409_Robotvogel_0206

Privacy

Ook van een inbreuk op de privacy zou geen sprake zijn, omdat mensen?onherkenbaar in beeld komen en de beelden niet worden bewaard. Maar in?een filmpje op de website van Defensie zegt Frank Ostendorf,?commandant van een Raven-team: ,,Afhankelijk van de vlieghoogte kan?het beeld heel gedetailleerd zijn, tot en met wat voor kleding je aan?hebt.”

Als de drones tot aanhoudingen leiden, zou dat mogelijk tegenwicht?bieden aan het privacybezwaar. Maar ook daarover is weinig bekend. De?wijkagent in Almere zei tegen Omroep Flevoland dat het aantal inbraken?in de drie wijken waarboven gevlogen werd met eenderde was gedaald.?Onbekend is of er ook aanhoudingen zijn verricht.?In de Tweede Kamer juichen diverse partijen de inzet van?Defensie-drones toe. In 2011 riepen VVD, PvdA, CDA, ChristenUnie en?SGP het kabinet in een Kamermotie op ook de toekomstige?Defensie-drones ,,in het kader van de binnenlandse veiligheid” in te?zetten. In 2017 wil Nederland over vier geavanceerde drones beschikken?die 24 tot 48 uur, op een hoogte van vijfduizend tot vijftienduizend?meter, surveillance- en verkenningstaken kunnen uitvoeren.

Raven RQ 11B Het Nederlandse leger beschikt over 72 onbemande?vliegtuigjes van het type Raven RQ 11B. Die zijn 0,91 meter lang,?hebben een spanwijdte van 1,37 meter en een bereik van 10 kilometer.?Ze worden vanuit de hand gelanceerd en worden uitgerust met dag- of?nachtcamera’s (warmtebeeld).?Een vlucht duurt maximaal 60 minuten. De toestellen vliegen meestal op?300 meter hoogte. Op het grondstation kunnen militairen en politie?live meekijken en de beelden opslaan en bewerken. Een Raven-team van?Defensie kan meerdere vliegtuigjes tegelijk de lucht insturen. Door af?te wisselen kan uren achtereen worden gepatrouilleerd.

Defensie beschikt ook over een grotere drone, de Scaneagle, met een?bereik van 70 kilometer en een vluchtduur van 12 uur. Deze wordt nog?niet boven Nederland ingezet. In 2017 wil Nederland beschikken over?een drone die tot 48 uur kan vliegen op een hoogte 15.000 meter. Een?voorbeeld is de MQ-1 Predator, die ook kan worden bewapend en al?veelvuldig door de VS worden gebruikt.

Eerder (wat later een hoax bleek) was er een rus die een drone maakte met een machinegeweer eraan. Hoewel het in de lucht houden van drones met de ?terugslag van zo’n geweer niet eenvoudig is, zal het niet lang duren voordat men dit uitregelt. Onder dit filmpje kun je namelijk zien hoe ver men al is (meestal in gereguleerde omgeving) met het gedrag van deze quadcopters, hexacopters en octocopters.

Embedded image permalink

Burgers met drones opgepakt

De politie heeft een 18-jarige jongen opgepakt omdat hij met een drone luchtbeelden heeft gemaakt van de Efteling. Het filmpje heeft voor nogal wat ophef gezorgd, omdat de beelden illegaal gemaakt zijn en het onbemande vliegtuigje waarmee gefilmd werd vlak over de Python heen vloog.

Ook een brand in Vlijmen is met een drone in beeld gebracht:

Eerder klaagde?een burger de politie aan omdat zijn vliegpraktijken gestopt werden toen hij een auto ongeluk vanuit de lucht filmde. Hij vraagt zich af welke wet hij schond als burger. Peugeot toonde zelfs een conceptauto met drone voor de automobilist.

In Turkije schoot de politie zelfs een drone uit de lucht, terwijl de bestuurder protesten filmde op het?Taksimplein in Istanbul waar de politie waterkanonen en traangas inzette.

Bekijk onderstaande grap van De Speld over drones die burgers realtime corrigeren:

Maar bekijk ook onderstaande gevaarlijkere toepassingen van drones vanuit het oogpunt van criminelen (de film is een hoax, maar toch…)

Of deze mogelijke toekomstige drone:

Bronnen:?NRC.NEXT (6 maart 2013), Hart van Nederland, Nu.nl, The Courant,

Internet: vrijheid, anarchie of eigendom van grootmachten?

Enige tijd geleden was er weer een interessant artikel?in Gizmodo over de toekomst van netneutraliteit, waarin wederom duidelijk wordt dat het geen vanzelfsprekendheid is dat het internet zomaar ‘van iedereen’ en ‘niemand’ tegelijk is. Overheden en grote bedrijven maken het steeds moeilijker.

‘Als een bevolking kan beschikken over moderne media, dan maakt ze dit eerder passief dan opstandig’, zo zegt?Evgeny Morozov. Hij komt uit Wit-Rusland ? een land dat momenteel ook wel de enig overgebleven dictatuur in Europa wordt genoemd. En in Wit-Rusland is het niet heel anders dan indertijd in Oost-Duitsland; ondanks dat internet nu bestaat, en er ook massaal gebruikt wordt.?De Oost-Duitsers die de West-Duitse televisie konden ontvangen gingen daardoor niet ineens hun toestand vergelijken met wat ze op het beeld zagen. In plaats daarvan bleven ze juist opvallend veel passiever onder de wandaden van de politiestaat waarin ze leefden dan hun landgenoten die de West-Duitse TV niet ontvingen.

Wie de mogelijkheden heeft om het internet alle mogelijke vragen te stellen, zoekt veel eerder om tips om af te vallen, of hoe het met Justin Bieber is, dan om te vragen wat mensenrechten precies zijn.?Tegenwoordig komt daar nog het niet geringe voordeel van internet bij dat overheden daarmee nauwgezet het gedrag van hun onderdanen kunnen vastleggen. U betaalt uw internetprovider opdat deze voor de Staat vastlegt met welke adressen u mailt, en welke webadressen u bezocht heeft.

Wie iets wil, in een land met een restrictief regime, zal er wel voor waken dat anderen daar achter kunnen komen.?Bovendien, zo schrijft Morozov, drijft internetgebruik op het werk van grote bedrijven, die allereerst geld willen verdienen, en zich pas om moraal bekommeren als ze rechtstreeks op hun ethiek worden aangesproken. Google trok zich weliswaar ooit, even, met veel misbaar terug uit China vanwege de gedwongen filtering van zoekopdrachten door Chinese overheid. Tegelijk had het die filtering vier jaar daarvoor klakkeloos aanvaardt, om marktaandeel te kunnen veroveren in het land.

Facebook net zo goed als Google hebben allereerst ten doel hun omzet te laten groeien, of op zijn minst te laten voortbestaan. Zij zullen zich schikken naar welke eisen tot filtering of censuur ook, als dit betekent dat ze in een land kunnen blijven functioneren.

Overigens toonde alle gedoe?rond WikiLeaks?dit jaar niet anders aan. Hoewel er geen strafklacht tegen deze website geformuleerd is, en dit ook moeilijk kan, maken vele bedrijven, zoals PayPal, zoals de creditcardmaatschappijen, het onmogelijk aan sympathisanten om WikiLeaks financieel te ondersteunen.

Morozov biedt kortom een noodzakelijk tegenwicht voor alle overspannen verwachtingen die er de laatste twintig jaar over internet gegroeid zijn. Maar, hoewel dit boek me veel bood, vooral aan recente geschiedenis, en de invloed van technologie daarin, ben ik het toch niet met het pessimisme eens van de auteur.

Volgens Evgeny Morozov betekent die afwijzing dat ik denk dat heel de wereld als ik is. Kosmopolitisch, vrijdenkend, en progressief. En dat dit me blind zou maken voor de slechte kanten van het net, daar waar Nazi?s, pedofielen, en ander schoftentuig zich vinden en samenscholen. Alleen is dat bezwaar me veel te simpel.

Tot de kansen die mensen door internet, of betere communicatie krijgen, reken ik ook economische kansen. Voorbeelden genoeg in ontwikkelingslanden waar boeren, dank zij een beetje meer informatie over wat hun waren elders opbrachten, een beter bestaan kregen.

Vooruitgang, in sommige opzichten, blijft absoluut mogelijk. Net als oude gevaren groter kunnen groeien dan ze waren, en nieuwe problemen zullen ontstaan.

Het beeld is niet eenduidig. Maar, zwart-wit zijn alleen de wereldbeelden van religies.

Morozov maakt korte metten met cyberutopisten

Evgeny Morozov is kritisch over het gedrag van zo ongeveer alle spelers die bij zogenaamde internetrevoluties betrokken zijn: NGO?s, de leiders van de digitale revolutie, bedrijven en de media.?In zijn boek ‘The Net Delusion. The Dark Side of Internet Freedom’ (2011) krijgen ze er allemaal van langs. Morozov verdiept zich in opstanden zoals die in Iran in 2009. Zijn boek verscheen net voor de Arabische Lente en zijn commentaar daarop verscheen in verschillende artikelen en opiniestukken.

Morozov was vroeger overtuigd ?cyberutopist?: hij geloofde dat online communicatie een bevrijdende werking op mensen had, zonder dat hij hiervan de keerzijde onder ogen wilde zien. Zo werd hij leidinggevende van de nieuwe media afdeling vanTransition Online, een Westerse NGO. Deze organisatie probeerde met behulp van nieuwe media democratisering in de voormalige Sovjet-Unie te bevorderen. Na vele ontmoetingen met bloggers en activisten verloor Morozov uiteindelijk zijn enthousiasme voor de democratiserende werking van nieuwe media. Nu probeert hij de wereld te attenderen op het negatieve effect dat cyberutopisme heeft op democratisering.

Waarom is het volgens Morozov nodig om de wereld te waarschuwen en op welk gedrag spreekt hij NGO?s, de leiders van de digitale revoluties, internetbedrijven en de media aan?

Morozov doet een poging om NGO?s zoals zijn voormalige werkgever?Transition Online?te waarschuwen. Hij heeft het dan met name over NGO?s die internet als middel inzetten om hun democratische idealen te verwezenlijken. De gedachte dat?Internet freedom?leidt tot democratisering is met name populair in het Westen. Zo ondersteunt het Ministerie van Buitenlandse Zaken in de Verenigde Staten het?Global Network Initiative, een overkoepelend orgaan voor bedrijven en NGO?s die internetvrijheid bevorderen. Voorbeelden van NGO?s en non-profit organisaties in dit netwerk zijn?Human Rights in China,?Movements.org?en?Human Rights First.

Volgens Morozov gaan met name Westerse beleidsmakers er van uit dat democratisering onvermijdbaar is zolang er maar genoeg computers zijn die onderling met elkaar verbonden zijn. Door zo veel mogelijk landen online te krijgen en door de mensen te leren wat blogs en sociale netwerken zijn, zal de democratie zegevieren. Daarnaast is internet een relatief goedkoop middel en daarom een laagdrempelig medium om in te participeren. Er wordt vanuit gegaan dat als burgers uit deze landen internet gebruiken, zij zich gaan informeren over democratisering, mensenrechten en de beginselen van een rechtsstaat en dat zij deze kennis vervolgens delen binnen hun digitale netwerken.

Maar Morozov kwam erachter dat internet eerder voor amusement gebruikt wordt dan voor democratische doeleinden. Je kunt volgens hem niet alle autocratische regimes over ??n kam scheren en dus ook niet bij iedere dictatuur met dezelfde oplossing aankomen. Er zou rekening gehouden moeten worden met culturele identiteit en het politieke klimaat van het autoritaire land in kwestie.

Het achterliggende probleem is volgens Morozov dat we de huidige toepassing van internet verwarren met waar het oorspronkelijk voor bedoeld is. Als voorbeeld noemt hij de radio, ook een medium dat informatie kan verspreiden, zij het op eenzijdige manier. De radio heeft een positieve rol gespeeld bij het?uiteenvallen van de Sovjet-Unie, maar had een negatieve rol bij het ontstaan van de genocide in Rwanda. Zowel radio als internet zijn communicatiemiddelen, maar geen van beide zijn in staat om een revolutie tot stand te brengen.

?Zeggen dat mensen naar een revolutie verlangen als gevolg van ?sociale media? is vergelijkbaar met zeggen dat mensen naar een revolutie verlangen als gevolg van de telefoon.?-?Evgeny Morozov

Leiders van de digitale revolutie

Image Hillary Clinton legde in haar?Internet Freedom Speech?uit 2010 een causaal verband tussen internet en democratisering. De informatierevolutie zou een positief effect hebben op de democratisering van autoritaire landen.

?Het streven naar Internet vrijheid is geen onderdeel van de strategie die democratische ontwikkeling ondersteunt. Maar dat zou het wel moeten zijn?.-?Hillary Clinton

Morozov verzet zich tegen dit idee. Het zijn de cyberutopisten die geloven dat de jeugd zich heeft ontworsteld aan hersenspoeling door de dictatuur waarin zij leven en met hun mobiele telefoons en laptops democratische hervormingen tot stand willen brengen. Morozov noemt deze utopisten?Ipod liberalists. Hij laat in zijn boek zien hoe het Amerikaanse buitenlandbeleid ten aanzien vanInternet Freedom\op deze cyberutopische aannames berust. De Verenigde Staten kunnen soms goede intenties hebben, maar dat dat niets afdoet aan de ongunstige consequenties dat hun democratiseringsbeleid in het buitenland kan hebben, aldus Morozov. Morozov zegt dat na de ?Facebook-revoluties? Egypte en Tunesi? door een gebrek aan hi?rarchie in de revolutionaire bewegingen niet goed kunnen functioneren. Het machtsvacu?m dat is ontstaan zal opgevuld moeten worden, en volgens Morozov zijn de leiders van de digitale revolutie daartoe niet goed uitgerust.

Image Niet iedereen deelt deze mening. Internettechnoloog en journalist?Ben Hammersley?zegt dat bestaande hi?rarchische machtsstructuren het onderspit zullen delven, omdat ze niet bestand zijn tegen de kracht van online en offline netwerken. Generaties die zijn opgegroeid na het einde van de Koude Oorlog zijn al gewend aan meer horizontale structuren, vergelijkbaar met omgangsvormen in de sociale media.

Dat leiders van de digitale revolutie niet voorbereid zijn op de periode na de revolutie, meent Morozov waar te nemen in Tunesi? en Egypte. In Tunesi? worden opnieuw websites geblokkeerd. In Egypte is het leger nog steeds aan de macht en is de noodtoestand nog van kracht. De 32-jarige Esraa Abdel Fattah pleit ervoor, zolang de noodtoestand nog niet is opgeheven, dat de internationale aandacht voor haar land niet moet verdwijnen. Zij staat bekend als het ?Egyptische Facebookmeisje?: in 2008 bracht Abdel Fattah met behulp van haar Facebookpagina mensen op de been voor de eerste massale protestbijeenkomst. Zij verloor hierdoor haar baan, moest een tijd in de gevangenis zitten en werd uiteindelijk fulltime activiste. Zij denkt dat er misschien wel jaren voor nodig zijn om het corrupte systeem dat diep in de samenleving is geworteld, te hervormen. De toekomst zal uitwijzen of de jeugd in Egypte erin zal slagen om zonder de traditionele machtsstructuur een nieuwe samenleving op te bouwen.

Terwijl Morozov?s kritiek op de censuurwetgeving in Tunesi?, zijn daar momenteel ook andere ontwikkelingen gaande. Op 23 oktober 2011 gaan zeven bloggers deelnemen aan de?verkiezingen in Tunesi?. Sinds de val van het regime worden volksvertegenwoordigers gekozen die gaan meeschrijven aan een nieuwe grondwet. Een van de bloggers die zich verkiesbaar heeft gesteld is Yassine Ayari . Hij werd in mei 2010 samen met Slim Amamou – een voor westerse media bekende Tunesische dissidente blogger – nog vastgehouden en verhoord voor het plannen van protesten tegen de censuur van het regime van zijn land. In zijn eigen blog nuanceert hij het beeld dat mensen van hem hebben.

?Ik ben geen blogger, ik ben een jonge Tunesi?r, die denkt dat hij interessante dingen te zeggen heeft en wat wil doen en die actief wil deelnemen aan het opbouwen van een beter Tunesi?. […] Ik kijk er reikhalzend naar uit om een publiek persoon te worden die een blog heeft in plaats van een blogger te zijn die aan de politiek wil deelnemen.?-?Yassine Ayari

Volgens Morozov kan het internet geen revoluties veroorzaken maar ze alleen versnellen. En we moeten ons realiseren dat internet ook een keerzijde heeft en vaak precies het tegenovergestelde doet van wat de cyberutopisten veronderstellen. Het verschaft overheden meer controle over haar burgers, wiegt mensen in slaap met porno en amusement en het biedt een extra platform voor het maken van overheidspropaganda en voor slimme op de persoon toegespitste reclame.

Overheden

De bijdrage die digitale sociale netwerken hebben geleverd aan het bespoedigen van de revolutie in Tunesi? die vervolgens leidde tot het aftreden van de 23 jaar heersende dictator Zine el-Abidine Ben Ali, heeft de rest van de Arabische wereld ge?nspireerd. Het succes van Tunesi? bevestigde een opvatting die al langer populair was, namelijk dat internet een ware plaag is voor autoritaire regimes. Maar Morozov denkt hier duidelijk anders over: iedereen die er vanuit gaat dat internet en sociale netwerken een positieve invloed hebben op democratisering, vergist zich. Internet beperkt vaker wel dan niet democratische vrijheden. Volgens Morozov is het een mythe dat autoritaire leiders de ontwikkeling van internet vrezen. Veel autoritaire regimes tolereren juist het gebruik van internet omdat de bevolking hen daarmee vrijwillig informatie geeft over de problemen die zij op lokaal niveau ervaren. Door deze lokale problematiek aan te pakken versterken autoriteiten hun legitimiteit, wordt de onvrede gesust en het verlangen democratische hervormingen door burgers geremd.

Autocratische regimes zoals bijvoorbeeld China en Rusland hebben zich dit digitale trucje snel eigen weten te maken en gebruiken de sociale media in hun voordeel. Het zijn dezelfde redenen waarom sociale mediasites als Twitter en Facebook zo?n commercieel succes zijn en zo aantrekkelijk voor de veiligheidsdiensten van deze regimes. Veiligheidsdiensten kunnen er via deze weg snel en effectief achter komen wat dissidenten dagelijks bezighoudt, welke politieke ideologie?n zij aanhangen, wie hun bondgenoten zijn en in welke netwerken zij opereren. Morozov geeft aan dat dit informatie is waarvoor vroeger mensen gemarteld werden. Nu wordt er ingebroken in de computers van dissidenten, zonder dat ze dit doorhebben en worden websites met cyberattacks aangevallen.

Verder wijst Morozov erop dat autoritaire machthebbers zeer creatief zijn in het gebruikmaken van online instrumenten. Het Kremlin financiert pornosites om de Russen te vermaken en daarmee de groeiende onvrede af te remmen. In China bestaat een groep van bijna 300.000 bloggers die met elkaar politiek correcte discussies voeren en die voor elke reactie die zij ontvangen krijgen zij 50 cent van de staat krijgen. Met ironie worden zij de?Fifty Cent Party in China?genoemd. Met deze nieuwe vorm van propaganda probeert China haar burgers zoet te houden. Autoritaire regimes, zo stelt Morozov, gooien alles in de strijd om de bevolking met online middelen in hun internetvrijheid te belemmeren. Omdat de bevolking op de voorgrond met kleine zoethoudertjes wordt beziggehouden worden werkelijke democratische veranderingen aan de aandacht onttrokken.

Image

Morozov beschuldigt niet alleen autocratische regimes maar ook democratische overheden van het plegen van cyberaanvallen. Toen Hillary Clinton in haar Internet Freedom speech zei dat ?landen of individuen die zich bezighouden met cyberaanvallen de consequenties en de internationale veroordeling zouden moeten dragen,? vergat ze voor het gemak volgens Morozov te zeggen dat Amerikaanse hackers regelmatig cyberaanvallen op websites van andere overheden plegen. In 2008 dachten de Amerikanen dat een netwerk van jihadisten uit Saoedi-Arabi? het gemunt had op een Amerikaans doelwit in Irak. Dit leidde ertoe dat de Verenigde Staten een cyberaanval lanceerden op een islamitisch internetforum waar deze jihadisten regelmatig bijeen kwamen. Dit willen de Amerikanen volgens Morozov nog weleens achterwege laten.

Internetbedrijven

Een ander probleem dat Morozov signaleert is dat cyberutopisten – de mensen die geloven in de democratiserende werking van internet – de positieve bijdrage van internetbedrijven aan Internet freedom overschatten. Bedrijven als Google, Twitter en Facebook worden gezien als voorvechters van de rechten van de mens en als wapens tegen de autoritaire regimes in de wereld. Dit fenomeen wordt door MorozovThe Google Doctrine?genoemd.

Image

Toen Google China verliet werd dit niet gezien als een zakelijke beslissing, maar als een morele afweging tegen de opgelegde censuur. Twitter stelde haar updates uit op verzoek van de Amerikanen zodat de Iraanse twitteraars tijdens de Groene Revolutie ononderbroken konden twitteren. En Facebook wordt vaak gezien als een van meest effectieve middelen om democratisering te bevorderen. Het probleem is dat de utopisten in hun enthousiasme al deze bedrijven op een hoop gooien en als een groep beoordelen. Hierdoor vervagen de grenzen tussen individuele prestaties van bedrijven voor de rechten van de mens, en kunnen alle bedrijven van dit positieve imago meeprofiteren zonder daar verantwoording voor af te leggen. Twitter en Facebook kozen er volgens Morozov voor om niet te participeren in het?Global Network Initiative, een overkoepelend orgaan voor bedrijven en NGO?s dat internetvrijheid bevordert en de mensenrechten onderschrijft. Facebook gaf hiervoor als reden dat zij niet genoeg geld hadden om deel te nemen. ?Opmerkelijk?, aldus Morozov.

In autoritaire regimes zijn het niet alleen de overheden die ?webcontent? censureren. Internetbedrijven censureren vaak zonder dat dit specifiek door het autoritaire regime wordt opgelegd. Hoe meer vrijheid bedrijven krijgen in het interpreteren van censuurwetgeving , hoe onzekerder ze worden over wat wel of niet te censureren. Morozov meent dat dit kan leiden tot een strengere vorm van censuur.

Daarnaast maken internetbedrijven zich ook op een indirecte manier schuldig aan censuur. Westerse internetbedrijven leveren software aan autoritaire landen waarmee zij hun burgers censureren. De?Open Net Initiative, een organisatie die zich verdiept in internetcensuur, heeft een?rapport?geschreven waaruit naar voren komt dat autoritaire regimes software van westerse bedrijven aankopen om te bepalen welke informatie binnen de staatsgrenzen geschikt is voor hun burgers. Saudi Arabi?, de Verenigde Arabische Emiraten, Koeweit, Bahrain, Oman en Tunesi? gebruiken allemaal?Smartfilter. Met deze software is het mogelijk om websites te blokkeren. Smartfilter wordt gemaakt door Amerikaanse bedrijf McAfee, maar de virusscanners en firewall van McAfee wordt ook in het westen gebruikt, al is het niet om te censureren. Het is lastig om in dit geval een oordeel te vellen, omdat je McAfee niet kwalijk kunt nemen dat software voor andere doeleinden wordt gebruikt dan waarvoor het ontworpen is. Maar het leveren van software aan deze regimes, is wellicht wel kwalijk.

Ook maakt Morozov zich zorgen over de hoeveelheid persoonlijke informatie die internetbedrijven van individuele gebruikers krijgen. Van wie is deze informatie? Van de bedrijven of van de gebruikers? En wordt deze informatie wel voldoende beschermd? Bedrijven maken volgens Morozov gebruik van het groeiende sociale karakter van internet. Veel individuen, activisten, NGO?s en organisaties maken tegelijkertijd gebruik van meerdere toepassingen van Google. Google?s systeem, waar je met een account toegang krijgt tot email, documenten, agenda?s, budgetten en meer, wordt steeds meer gebruikt. De centralisatie van informatie onder ??n noemer, wat veel gebeurd bij Google, vergroot productiviteit en effici?ntie, maar heeft zijn weerslag op de veiligheid van informatie. Stel dat een wachtwoord van een dissident of NGO in een autoritair regime wordt gekraakt dan heeft dit consequenties voor zijn veiligheid.

Google kwam in juni 2011 naar buiten met het nieuws dat honderden Gmail?inlognamen en wachtwoorden van hoge Amerikaanse overheidsfunctionarissen, Chinese politieke activisten en journalisten niet meer veilig waren. De hack bleek uit China afkomstig te zijn. De accounts waren gehackt met een methode die?phishing?heet, een hack waarbij de slachtoffers worden verleid om informatie bloot te geven zonder dat ze daar erg in hebben.

Een paar maanden later, eind augustus 2011, werd bekend dat het Nederlandse Diginotar, verschaffer van digitale veiligheidscertificaat, gehackt was. Google moest aan?300.000 Irani?rs?mededelen dat deze hack ook de toegang had vrijgegeven tot hun Google accounts. Bedrijven als Google, Microsoft en Mozilla namen vrijwel meteen actie door veiligheidscertificaten van Diginotar te blokkeren. Apple wachtte af, waardoor individuele gebruikers uit eigen beweging een soort ?doe het zelf sites? uit de grond stampten om persoonlijke gegevens te beschermen. Uiteindelijk kwam ook Apple met een software update om Diginotar te blokkeren.

Morozov stoort zich eraan dat bedrijven zoals Google en Apple te weinig aan banden worden gelegd. Internetbedrijven worden door de politiek nauwelijks op hun verantwoordelijkheden gewezen, maar worden vaak wel onterecht de hemel in geprezen voor hun aandeel in het cre?ren van?Internet freedom?in autoritaire landen, aldus Morozov.

Media

Tenslotte heeft Morozov ook nog een appeltje te schillen met de westerse media: als het gaat over autoritaire regimes en het sentiment van de bevolking daarover rapporteren media zoals CNN en de BCC het liefst over de opkomende macht van een liberale bloggergemeenschap. Het is opvallend, volgens Morozov, dat het nieuws vooral bloggers laat zien die in goed verstaanbaar Engels vechten voor liberale en democratische waarden. Bloggers die hier anders over denken, zullen niet in de rij staan bij de meer liberale westerse media om hun verhaal te vertellen. Morozov geeft het voorbeeld van Iran, waar tijdens de Groene Revolutie in 2009 de revolutionaire bloggers en twitteraars in de westerse media centraal stonden. De media waren vergeten te vertellen dat het aantal conservatieve bloggers ook was toegenomen en dat zij inmiddels een machtige groep vormden binnen de bloggergemeenschap. Uit een?onderzoek van Harvard University?uit 2008 bleek al dat conservatieve bloggers uit Iran veel actiever waren dan aanvankelijk gedacht werd. Ook zouden conservatieve bloggers meestal links gebruiken die verwezen naar Iraanse websites, waar progressieve bloggers linken naar westerse mediasites. In feite, zegt Morozov, het beeld dat bij de kijker blijft hangen niet is representatief voor het werkelijke sentiment dat bij de bevolking van autoritaire regimes leeft.

Image

Toen in juni 2011 duidelijk werd dat een bij de media populaire Syrische lesbische blogger een 40-jarige getrouwde man uit Schotland bleek te zijn, stonden de westerse media even in hun hemd. Aanvankelijk leek het waarschijnlijk een prachtige vondst: een dappere lesbische die haar ervaringen onder de Syrische dictatuur met de rest van de wereld wilde delen. In de blog?A gay girl in Damascus, schreef de zogenaamde Amina, over hoe ze deelnam in straatprotesten en hoe ze in het geheim een lesbische romance had. Toen op 6 juni 2011 de ?nicht? van Amina op haar blog schreef dat zij door gewapende mannen was ontvoerd, werden meteen verschillende internetcampagnes opgezet om haar te vrij te krijgen.

Gelijktijdig begonnen Syrische activisten te twijfelen aan de authenticiteit van Amina. Het bleek dat er niemand was die ooit met de blogster had gesproken en dat belangrijke details over haar niet bevestigd konden worden. Uiteindelijk werden IP-adressen en e-mails getraceerd naar servers van de Universiteit van Edinburgh, waar de vrouw van de 40-jarige man werkte. Toen het bewijsmateriaal zich bleef opstapelen, besloot de man zelf met zijn verhaal naar de Britse krant?The Guardian?te stappen, die de hoax onthulde. In de krant zei hij: “Deze ervaring heeft jammer genoeg mijn gevoelens over de vaak oppervlakkige verslaggeving over het Midden Oosten en over de aanwezigheid van nieuwe vormen van liberaal Orientalisme, alleen maar bevestigd.?

Deze kritiek over de verslaggeving over het Midden Oosten sluit aan bij de kritiek die Morozov heeft over hoe westerse media verzuimen een representatief beeld te geven van bloggers. De informatie uit?A gay girl in Damascus?blog werd vrij klakkeloos overgenomen en verspreid. De media lijken zo graag te willen geloven dat deze bloggers bestaan dat ze verzuimen om de authenticiteit te checken.

Morozov lijkt pessimistisch te zijn over internet, maar ontkent niet dat internet ook een positief effect kan hebben op democratisering. Je moet je er alleen niet blind op staren. Hij doet een poging om cyberutopisten duidelijk te maken hoe zij autoritaire regimes in de hand spelen. Morozov wijst deze na?eve enthousiastelingen erop dat hun kokervisie op internetvrijheid onbedoeld kan leiden tot internetcensuur, propaganda en cyberaanvallen door autoritaire regimes. Zijn boodschap lijkt geland te zijn. Inmiddels is Europese wetgeving aangenomen die het doorverkopen van afluisterapparatuur een stuk lastiger maakt. Het is weliswaar nog maar een begin, maar het na?eve lijkt eraf te zijn.

Het Internet als bevrijdende kracht richting democratie. Evgeny Morozov, schrijver van ?The Net Delusion? vindt dit een valse voorstelling van zaken. Hij neemt plaats in een visuele arena met twaalf schermen, waarin hij wordt gebombardeerd met beelden en quotes.

Sinds de Arabische revoluties wordt aan de bevrijdende rol van het Internet een grote rol toegekend. Sociale media worden gezien als het nieuwe wapen bij het omverwerpen van dictaturen. Evgeny Morozov, de 27-jarige Wit-Russische schrijver van “The Net Delusion”, bestrijdt dit ongebreidelde cyber-utopisme en laat zien dat autoritaire regimes het Internet juist gebruiken om verzet de kop in te drukken.

Opmerkelijk is dat Morozov voorheen zelf het internet inzette ter verspreiding van democratische idealen, met name in de Oost-Europese landen. Maar hij raakte diep teleurgesteld en ontpopte zich als ??n van de meest vooraanstaande critici van de interneteuforie. Net als overal gebruiken de meeste mensen onder een dictatuur het internet niet om de samenleving te veranderen of om idee?n rond democratie te verspreiden, maar juist om hun moeilijke bestaan te ontvluchten en online spelletjes te spelen of porno te bekijken, aldus Morozov.

Tegenlicht geeft deze dwarse visie ruimte. We vroegen de jonge Wit-Rus om plaats te nemen in een arena waarin hij wordt omringd door videoschermen. In deze setting – die hij zelf omschrijft als een panopticum – wordt hij gebombardeerd met quotes en beelden uit eerdere uitzendingen. Er zijn onder meer fragmenten van de onlangs in China opgepakte en vrijgelaten kunstenaar Ai Weiwei, de toespraak over Internetvrijheid van Hillary Clinton, de jonge Egyptische activiste Farida Makar en WikiLeaks-voorman Julian Assange. Morozovs reactie op de aan hem gepresenteerde dilemma?s leidt tot een levendige dialoog tussen beeld en inhoud, waarin hij ons meeneemt in zijn strijd tegen het blinde cyber-utopisme.

Evgeny Morozov over “The End of Cyber Utopia” in VPRO’s Tegenlicht:

Het internet is an sich democratisch

Oud-collega Erik Huizer vertelt dat het internet gebaseerd is op open protocollen en open samenwerking tussen netwerken: ?Maar dat gaat niet vanzelf. Voordat TCP- en HTTP-protocollen ge?mplementeerd kunnen worden door partijen als Microsoft zijn er bottom-up organisaties die ze ontwikkelen en onderhouden. Zo ook Huizer, en met een goede reden: ?Ik ben ermee bevlogen dat het internet open en toegankelijk blijft, zodat iedereen met een website evenveel kans op succes heeft.?

Maar er zijn bedreigingen

Er liggen echter gevaren op de loer. Huizer noemt drie bedreigingen voor het democratische internet dat hij voor ogen heeft. Allereerst zijn dat de muziek- en entertainmentindustrie, die met hun filters en beperkingen een deel van het internet blokkeren. Ten tweede is er het sociale netwerk Facebook, een gesloten infrastructuur dat meer en meer terrein van het open internet wint. Hetzelfde geldt in zekere mate voor Google, dat veel goede dingen biedt maar ook een imperium aan het worden is, waar altijd duistere kanten aan zitten. Overheden van Rusland en Afrikaanse landen vormen samen de derde bedreiging. Zij zijn bezig controlecampagnes op te zetten die ten koste gaan van open telecommunicatie.

To do: het internet robuust maken

Om deze bedreigingen te overwinnen en het internet houdbaar te maken moet nog een hoop werk verricht worden. De grootste uitdaging daarbij is volgens Huizer het robuuster maken van de digitale infrastructuur: ?Wanneer een ADSL-verbinding nu uitvalt, ben je ontmand. De huidige enkele uitvoeringen zijn dan wel goedkoop voor de consument, maar we zijn er nu wel erg afhankelijk van. Het internet moet in de toekomst beschikbaarder en veiliger worden, zodat het vertrouwen erin groter wordt.?

Huizer werkt eraan: ?Ik ben nu bezig om samen met onder andere Google een andere infrastructuur te ontwerpen dat ?open flow? heet. In plaats van afzonderlijke datapakketjes die hun weg in het virtuele verkeer zoeken, kijken we hoe een flow van grote datastromen bijvoorbeeld voorrang kan krijgen boven afzonderlijke data.? En zo zal Huizer blijven strijden voor een open en eerlijk internet.

Ook Marleen Stikker, enthousiasteling van het eerste uur op De Digitale Stad (DDS) vindt dat het internet nu “kapot” is als ze het vergelijkt met de begintijd:

Bronnen: FastMovingTarget,?Boeklog,?VPRO Tegenlicht, Net Delusion, Gizmodo, FastMovingTargets

National Security Agency en aftapprogramma PRISM

What Is PRISM?De kranten staan er bol van en (burger)journalisten duiken er bovenop: het telefonie en internet aftapprogramma PRISM van de NSA. Tijd voor een tussentijds verslag, op 2.0 wijze samengevat.

Klokkenluider en oud-CIA-medewerker Edward Snowden werkte bij de NSA (National Security Agency)?vanuit Hawaii als goedbetaalde infrastructuur analist en doordat hij ook administrator en ontwikkelaar is geweest kon hij bij meer systemen dan de standaard analist. ?Vanaf mei 2013 bouwde hij zijn dossier op voordat hij onder het pseudoniem Verax (‘waarheidsverteller’) naar buiten ging en iemand van de Washington Post benaderde. De naam Verax werd ook gebruikt door Clement Walker, een Britse parlementari?r?die in de Tower of Londen?gevangenis overleed na zijn kritiek op de Britse staat.

Snowden, nog net geen 30 jaar, verklaart: “I understand that I will be made to suffer for my actions, and that the return of this information to the public marks my end”.

Daarna nam hij contact op met Glenn Greenwald?(bekend van zijn opvattingen over publieksrecht) van The Guardian in HongKong motiveert hij zijn beweegredenen:?”Ik wil niet in een samenleving wonen waarin dit soort dingen gebeuren”:

Of Snowden veilig zit moet nog blijken. Hij kan op zijn schuiladres in Chinees Hong Kong wordt opgepakt en uitgehoord door Chinese geheim agenten.?Hong Kong sloot in 1998 een uitleveringsverdrag met de VS. Of dat nog van kracht is sinds de voormalige Britse kolonie als betrekkelijk zelfstandig gebiedsdeel in China is opgegaan is onzeker.?Republikein Peter King, die zitting heeft in de inlichtingencommissie van het Huis van Afgevaardigden, vindt dat Snowden ‘onmiddellijk moet worden uitgeleverd’. De ogen zijn op Peking gericht, want de Chinese regering kan een ‘instructie’ geven aan Hongkong om wel of juist geen actie te ondernemen tegen de uitlevering. Daarbij spelen Chinese belangen op het gebied van defensie en buitenlandse zaken een belangrijke rol.?Snowden vreest dat de CIA hem komt halen en hoopt dat hij asiel kan krijgen in IJsland. Dat land staat bekend als voorvechter van openheid en internetvrijheid.The Guardian noemt Snowden al in ??n adem met klokkenluider Bradley Manning. Die Amerikaanse militair staat sinds afgelopen week terecht omdat hij tienduizenden geheime Defensie-documenten naar de website WikiLeaks heeft gelekt.?President Obama verdedigde de grootschalige inwinning van informatie onlangs nog door te zeggen dat dit een belangrijk wapen was in de strijd tegen terrorisme. Ook de directeur van de nationale inlichtingendiensten van de VS, James Clapper, zei dat de verzamelde informatie ‘behoort tot de meest waardevolle buitenlandse inlichtingen die we verzamelen’.

Internet taps en telefoon taps

Uit de verslaglegging en gelekte documenten blijkt dat de NSA gebruikers van internetdiensten als Google, Facebook en Yahoo op grote schaal in de gaten te gehouden. Dat gebeurt met een geheim computerprogramma, PRISM. Eerder kwam al uit dat de NSA telefoongegevens verzameld, zoals van Verizon.

PrismPRISM slide crop

Het Amerikaanse ministerie van Justitie is begonnen aan een onderzoek naar het lekken van surveillanceprogramma’s door de NSA. Dat werd zondag bevestigd door een woordvoerder.?”Per onthulling kan de rechter hem tien tot twintig jaar celstraf opleggen”, meent advocaat Mark Zaid, die klokkenluiders in de VS bijstaat.

PRISM spionageprogramma

PrismNu.nl heeft een aantal antwoorden op een rij gezet over PRISM, het digitale spionageprogramma van de NSA. De inlichtingendienst verzamelt op grote schaal communicatieverkeer, waaronder e-mails, telefoontjes en informatie van sociale media.?Er zou met name informatie worden verzameld over mensen die zich buiten de VS bevinden, of Amerikanen die met het buitenland communiceren. Het zou echter ook mogelijk zijn om binnenlands internetverkeer af te luisteren.

Inmiddels is bekend dat ook Groot-Brittanni??toegang?heeft tot deze data. In 2012 werden 197 PRISM-rapporten opgevraagd door de Britse veiligheidsdienst GCHQ. Minister van Buitenlandse Zaken William Hague?zei?dat dit volstrekt legaal is.?Een AIVD-agent vertelde aan de?Telegraaf?dat ook de Nederlandse inlichtingendienst toegang heeft tot PRISM.?Veel bedrijven werken volgens de agent actief mee bij het geven van inzage in hun gegevens. “Alle grote commerci?le internetdiensten worden gedwongen een applicatie aan te leveren waarmee diensten onbeperkt kunnen grasduinen.”?Skype wilde volgens de agent jarenlang geen inzage geven, maar sinds het eigendom is van Microsoft zou alles worden gedeeld zoals ook bij Google en Facebook het geval is. De topmannen van die laatste twee bedrijven stelden zaterdag nog niet op de hoogte te zijn van het internet-afluisterprogramma.?Ook Nederlandse bedrijven zouden welwillend meewerken. “Bij een verzoek krijgt men gewoon direct toegang tot de data, alles op een presenteerblaadje.” Als een bedrijf niet meewerkt, wordt een agent ‘geactiveerd’ die toegang heeft tot de informatie van het bedrijf.?”Binnen bedrijven en instellingen, overal zijn agenten te activeren, die wachten op een informatieverzoek.”

Hoe werkt het?

Hoe dit precies werkt, is nog niet geheel duidelijk. De PowerPoint-presentatie (of bekijk het redesign?welke minder pijn aan je ogen doet) over PRISM spreekt van ‘verzameling direct vanaf de servers’ van de genoemde techbedrijven. Alle bedrijven ontkennen echter dat zij hieraan meewerkten, of dat ze ?berhaupt wisten dat PRISM bestond.

Bekijk een overzicht van ontkenningen van techbedrijven over PRISM

Volgens de?New York Times?hebben de bedrijven echter wel enige medewerking verleend aan de NSA. De krant stelt dat Google en Facebook met de NSA zouden hebben gesproken over het bouwen van ‘secure rooms’.?Dat zouden online omgevingen zijn waar de overheid data kon opvragen. Twitter wordt door de New York Times genoemd als een bedrijf dat weigerde mee te werken aan dergelijke verzoeken van de NSA.?Zeker is ook dat de overheid automatisch ‘metadata’ over communicaties verzamelt. Vlak voordat het PRISM-programma openbaar werd, lekte ook al een document uit?waaruit bleek?dat de Amerikaanse provider Verizon gegevens over miljoenen klanten doorgeeft aan de Amerikaanse overheid.

Van alle gesprekken zouden telefoonnummers, locaties, gespreksduur en tijd worden geregistreerd en automatisch worden overhandigd aan de de NSA.?The Guardian schrijft bovendien over een NSA-programma met de naam Boundless Informant. Dat brengt grote hoeveelheden metadata van het internet in kaart, bijvoorbeeld de verzender en ontvanger van een e-mail. De inhoud van e-mails zou minder in de gaten worden gehouden.?Op een kaart is te zien dat de NSA in maart 2013 maar liefst 97 miljard stukjes data in kaart bracht. Een groot deel van die gegevens?werd verzameld uit het Midden-Oosten, maar er kwamen ook 3 miljard stukjes metadata uit Amerikaanse netwerken.

Bekijk de recente uitzending van EenVandaag over hoe Big Data van groter belang wordt in het veiligheidsdomein, en de mogelijke impact ervan op de samenleving:

sitestat

Is het legaal?

Het verzamelen van informatie gebeurt onder de Foreign Intelligence Surveillance Act, oftewel FISA. Deze wet maakt het mogelijk voor de overheid om gebruikersdata op te vragen. ?Hiervoor moet een rechter echter wel toestemming geven. Daarom bestaan er speciale FISA-rechtbanken waar in het geheim verzoeken kunnen worden ingediend. Het aantal FISA-verzoeken en de hoeveelheid informatie die door de overheid wordt opgevraagd zijn geheim.?De?Washington Post?meldt?dat FISA-verzoeken steeds breder zijn geworden. Tijdens de Bush-administratie zouden advocaten FISA-rechters ervan hebben overtuigd dat hele datasets in ??n keer kunnen worden opgevraagd.

Zo kunnen grote hoeveelheden data van Amerikaanse bedrijven worden verzameld, zo lang de overheid ervoor zorgt dat er procedures zijn die ervoor zorgen dat het verzamelen van data over Amerikaanse burgers beperkt blijft.?De voormalige generaal Jeh Johnson zei onlangs in een?speech?dat FISA-verzoeken bijna nooit worden geweigerd. Het verzamelen van gegevens kan dus op grote schaal gebeuren. Zo gauw een rechter een verzoek goedkeurt, zijn bedrijven verplicht de gevraagde informatie te overhandigen. Alle genoemde techbedrijven zeggen te voldoen aan wettelijke verzoeken.

Burgerrechten

Er zijn echter ook veel mensen boos op de Amerikaanse overheid. Burgerrechtenorganisaties zeggen dat de spionage van de NSA te ver gaat. De Amerikaanse grondwet zou het verbieden om zonder een redelijke verdenking mensen in de gaten te houden.?Volgens de Nederlandse organisatie Bits of Freedom werkt ook Nederland aan het bespieden van burgers. De organisatie?roept Nederlandse klokkenluiders op?om naar voren te treden en wil dat de overheid stopt met plannen voor het aftappen van internetverkeer.?Ook een van de schrijvers van de Patriot Act, een Amerikaanse wet die na 11 september 2001 werd doorgevoerd om meer informatie te kunnen verzamelen, vindt dat het PRISM-programma te ver gaat. In de Guardian vergelijkt Jim Sensenbrenner de Amerikaanse overheid met Big Brother en stelt hij dat PRISM misbruik maakt van ‘zijn’ wet.?Edward Snowden hoopt zelf dat de gelekte documenten zullen leiden tot nieuw beleid. “Mijn grootste angst wat betreft de uitkomst van deze lekken is dat niets zal veranderen”, vertelde hij aan de Guardian. “Het enige dat de activiteiten van de surveillancestaat inperkt is beleid.”

Bronnen: Guardian, Washington Post,?Telegraph,?Nu.nl, De Telegraaf.