SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
De politie staat met informatiegestuurd werken op een keerpunt: van informatiegestuurd politiewerk naar politiewerk in een informatie(gestuurde) maatschappij. De afgelopen jaren is er veel tot ontwikkeling gekomen. Wie had bijvoorbeeld bij de start van het lectoraat intelligence, zeven jaar geleden, voor mogelijk gehouden dat de politie op straat real-time toegang heeft tot gegevens uit verschillende systemen? Wie kon toen vermoeden dat de politie met een druk op de knop alle incidenten in de wijk van de afgelopen week op een kaart te zien krijgt? Wie had gedacht dat de politie de kans op veelvoorkomende criminaliteit redelijk kan berekenen? Hoewel er nog verbeteringen mogelijk en nodig zijn, is de politie er de afgelopen jaren in geslaagd het politiewerk meer informatiegestuurd te maken. Tegelijkertijd is dit slechts een eerste stap, de basis, op weg naar een effectieve en effici?nte politie in de informatiemaatschappij. Politiewerk in een informatiemaatschappij stelt andere eisen. Alles en iedereen genereert informatie, mensen en objecten hebben sensoren die voortdurend met internet verbonden zijn. Alles en iedereen is dus ook met elkaar verbonden. De genetwerkte samenleving is daardoor meer dan partners die samenwerken. Net zo goed als dat we zeven jaar geleden niet voor mogelijk konden houden waar we nu staan, kunnen we dat nu niet voor de komende zeven jaar. We kunnen wel, en moeten ook wel, net zoals zeven jaar geleden, stappen zetten met de kennis die we nu hebben over politiewerk en over de maatschappij.
Seminar politieacademie
Op woensdag 22 maart jl. werd een seminar georganiseerd waarin dit keerpunt in informatiegestuurd politiewerk centraal stond. Het keerpunt is beschreven in het boek ?Informatiegestuurd politiewerk in de praktijk? (zie hieronder). Dit boek werd tijdens het seminar gepresenteerd en aan alle deelnemers uitgereikt. Pieter-Jaap Aalbersberg, politiechef Eenheid Amsterdam en portefeuillehouder Intelligence, gaf?tijdens het seminar een beschouwing hierop. Mari?lle den Hengst, lector Intelligence aan de Politieacademie, gaf een overzicht van het keerpunt door de lessen uit zeven jaar onderzoek samen te vatten en te vertalen naar wat dat betekent voor informatiegestuurd politiewerk in de toekomst. Daarmee nam zij tevens afscheid als lector Intelligence. Hiermee markeert het seminar niet alleen een inhoudelijk keerpunt, maar ook een persoonlijk keerpunt voor haar.
Het is een grimmige mijlpaal, maar in Chicago zijn in september van dit jaar al meer dan?500 moorden?gepleegd. De?politie worstelt de laatste jaren met de toename van illegale vuurwapens en de groei van ‘ gang related violence’. Pas nu wordt social media toegevoegd in de aanpak van de vele bendes die al een tijdje gebruik maken van platformen als Facebook, Twitter of YouTube. Het is eenvoudig om daar beelden te vinden over jonge kinderen die geslagen worden of er nog slechter aan toe zijn.
“Je kunt social media ook zien als bron van informatie die cruciaal is om nieuwe inzichten te krijgen”, zegt Desmond Patton, professor aan de universiteit van Columbia en voormalig maatschappelijk werker in Chicago. Patton probeert om een algoritme te ontwikkelen dat kan berekenen?wie het volgende slachtoffer of schutter zou kunnen zijn van een toekomstige moord.
“Ik raakte betrokken bij dit werk, omdat jongeren stierven op basis van wat ze online zeiden:” vertelt hij aan journaliste Audie Cornish van NPR. “Dat is verschrikkelijk.” Patton hoopt dat dit project zal helpen in het identificeren van die jongeren die kwetsbaar zijn en hen kan voorzien met de juiste ondersteuning voordat ze betrokken raken in geweldsdelicten.
“Ik denk dat als we gereedschappen kunnen ontwikkelen die jongeren van dienst kunnen zijn, dat kan helpen voorkomen dat ze in aanraking komen met ons strafrechtelijk systeem,” zegt hij. “We willen echt onderzoeken hoe we jongeren beter kunnen bieden wat ze nodig lijken te hebben.”
Desmond maakt gebruik van kwalitatieve en kwantitatieve methoden- bijv. op basis van samenwerkingsprojecten met data wetenschappers- om te onderzoeken hoe jongeren en jonge volwassenen in gewelddadige stadsbuurten reageren op geweld in hun buurt en wat hun gedrag is op social media platforms zoals Twitter, Facebook en YouTube.
Desmond heeft momenteel twee lopende projecten:
Een onderzoek waarin hij?interviews houdt met de jeugd in Chicago om hieruit algoritmes te destilleren om “Internet Banging” en traumatische ervaringen op social media te detecteren; en
Een analyse?van social media gegevens uit diverse buurten van Chicago om te onderzoeken hoe het leven op straat zich online manifesteert.
Zijn onderzoeksprojecten hopen het volgende op te leveren:
Inzicht in hoe jongeren bedreigingen die gerelateerd zijn aan bendes op social media ervaren.
De mate waarin sociale media diverse vormen van geweld faciliteert onder bendeleden en rekruten.
Een online tool voor het opsporen van agressie op social media berichten in samenwerking met het Data Science Instituut van Columbia.
Hoe online agressie kan escaleren tot geweld
Er zijn een aantal dingen die Desmond nu al ziet gebeuren. Ten eerste, kunnen online conversaties zich ontwikkelen?tot iets groots. Op Facebook?kun je bijvoorbeeld al zien dat iemand grappen maakt over iemand die vermoord werd. Je kunt er ook video’s over vinden. Zo kun je een video vinden van iemand die op een begrafenis aanwezig is, of op een andere manier zijn respect toont voor iemand die overleden is, waarna anderen weer?commentaar geven op die video.
Emojis en hashtags zijn hierin enorm belangrijk. Het zijn de moderne varianten van tatoeages of symbolen die met de handen (‘hand signs’)?werden geuit. Zo kan de ??n een emoji gebruiken met?biddende handen om bijvoorbeeld verdriet te uiten, waarna anderen bedreigende emojis gebruiken als antwoord daarop, zoals een pistool of het gezicht van de duivel om direct het rouwproces te verstoren.
Wat vooral veranderd is volgens Desmond is dat men nu online opmerkingen maakt die nog bedreigender zijn of zo kunnen overkomen, omdat je online heel makkelijk en snel een gedachte kunt achterlaten. En als die dingen niet alleen gelezen worden door diegene aan wie het gericht is, maar ook anderen dit kunnen lezen, dan kan iets dat niet als bedreigend bedoelt is wel door een ander zo worden opgevat. En juist die interpretaties is wat Desmond wil onderzoeken.
Zo is er bijvoorbeeld?codetaal die niet iedereen begrijpt. Er zijn jongeren die de naam van een straat omgekeerd spellen. Die?spelling van die straat kan een belangrijk symbool van een bekende bende zijn, omdat het bijvoorbeeld tot hun grondgebied hoort. Maar als je niet uit die?buurt komt of deze symbolen niet snapt kun je niet volgen wat er eigenlijk gezegd wordt. In het onderzoek kijkt Desmond?naar de grotere context, dus bijvoorbeeld naar het hele gesprek, niet alleen een zin of een woord. “We kijken naar de hele gebeurtenissen. We kijken naar de toon van de tweets. We kijken naar de werkelijke letters. We kijken naar hoofdletters. We kijken naar de manieren waarop leestekens gebruikt worden. Alles kan symbolische waarde hebben en lading geven of anders opgevat worden. Het is een soort antropologische benadering om te begrijpen wat er online gebeurt”.
“Pas als we echt begrijpen wat er gezegd wordt, hoe men reageert en wat er gebeurt, pas dan kunnen we?tools ontwikkelen die agressie of verdriet kunnen?detecteren.”, aldus Desmond.
Had dit geholpen bij de moord op bendelid Gakirah Barnes?
Gakirah was een zeer prominent bendelid uit South Side Chicago. Zij stond bekend als iemand die meedogenloos?was en iemand in een oogblink kon doden. Toen ze 17 was werden er al 20 moorden aan haar toegeschreven. “Maar toen we nauwkeuriger haar tweets onderzochten leek ze als elke andere tiener. Ze had traumatische ervaringen en veel verdriet en uitte dagelijks de pijn en wrok?die ze in haar hart voelde”.
“We willen hiermee niet ontkennen dat ze niets met deze gruwelijke moorden te maken had, maar ze was ook nog een kind. En de traumatische ervaringen uit haar jeugd vormde haar, waaronder goede?vrienden die werden vermoord. In dit soort situaties zou ze op Twitter zeggen: “De pijn is ondraaglijk. Mensen begrijpen mijn pijn niet.” Maar wat als we haar pijn wel begrepen? Wat als iemand het zou zien en zou zeggen: “Wow Gakirah, je gaat door een hoop ellende nu,?laten we erover praten.”
Er zijn in?diverse media ook?mensen geweest die met haar probeerden te communiceren. Maar ik vraag me af of ze in staat waren om haar diepste, meest emotionele ervaringen te begrijpen, als ze er al van wisten. In plaats van haar te zien als bendelid, keek ik naar haar als een jonge vrouw, die trauma’s en pijn moest verwerken, hoe zou de communicatie met haar anders kunnen? Ik denk dat social media ons de kans geeft om echt meer van dit soort ervaringen te begrijpen.”
De kranten staan er bol van en (burger)journalisten duiken er bovenop: het telefonie en internet aftapprogramma PRISM van de NSA. Tijd voor een tussentijds verslag, op 2.0 wijze samengevat.
Klokkenluider en oud-CIA-medewerker Edward Snowden werkte bij de NSA (National Security Agency)?vanuit Hawaii als goedbetaalde infrastructuur analist en doordat hij ook administrator en ontwikkelaar is geweest kon hij bij meer systemen dan de standaard analist. ?Vanaf mei 2013 bouwde hij zijn dossier op voordat hij onder het pseudoniem Verax (‘waarheidsverteller’) naar buiten ging en iemand van de Washington Post benaderde. De naam Verax werd ook gebruikt door Clement Walker, een Britse parlementari?r?die in de Tower of Londen?gevangenis overleed na zijn kritiek op de Britse staat.
Snowden, nog net geen 30 jaar, verklaart: “I understand that I will be made to suffer for my actions, and that the return of this information to the public marks my end”.
Daarna nam hij contact op met Glenn Greenwald?(bekend van zijn opvattingen over publieksrecht) van The Guardian in HongKong motiveert hij zijn beweegredenen:?”Ik wil niet in een samenleving wonen waarin dit soort dingen gebeuren”:
Of Snowden veilig zit moet nog blijken. Hij kan op zijn schuiladres in Chinees Hong Kong wordt opgepakt en uitgehoord door Chinese geheim agenten.?Hong Kong sloot in 1998 een uitleveringsverdrag met de VS. Of dat nog van kracht is sinds de voormalige Britse kolonie als betrekkelijk zelfstandig gebiedsdeel in China is opgegaan is onzeker.?Republikein Peter King, die zitting heeft in de inlichtingencommissie van het Huis van Afgevaardigden, vindt dat Snowden ‘onmiddellijk moet worden uitgeleverd’. De ogen zijn op Peking gericht, want de Chinese regering kan een ‘instructie’ geven aan Hongkong om wel of juist geen actie te ondernemen tegen de uitlevering. Daarbij spelen Chinese belangen op het gebied van defensie en buitenlandse zaken een belangrijke rol.?Snowden vreest dat de CIA hem komt halen en hoopt dat hij asiel kan krijgen in IJsland. Dat land staat bekend als voorvechter van openheid en internetvrijheid.The Guardian noemt Snowden al in ??n adem met klokkenluider Bradley Manning. Die Amerikaanse militair staat sinds afgelopen week terecht omdat hij tienduizenden geheime Defensie-documenten naar de website WikiLeaks heeft gelekt.?President Obama verdedigde de grootschalige inwinning van informatie onlangs nog door te zeggen dat dit een belangrijk wapen was in de strijd tegen terrorisme. Ook de directeur van de nationale inlichtingendiensten van de VS, James Clapper, zei dat de verzamelde informatie ‘behoort tot de meest waardevolle buitenlandse inlichtingen die we verzamelen’.
Internet taps en telefoon taps
Uit de verslaglegging en gelekte documenten blijkt dat de NSA gebruikers van internetdiensten als Google, Facebook en Yahoo op grote schaal in de gaten te gehouden. Dat gebeurt met een geheim computerprogramma, PRISM. Eerder kwam al uit dat de NSA telefoongegevens verzameld, zoals van Verizon.
Het Amerikaanse ministerie van Justitie is begonnen aan een onderzoek naar het lekken van surveillanceprogramma’s door de NSA. Dat werd zondag bevestigd door een woordvoerder.?”Per onthulling kan de rechter hem tien tot twintig jaar celstraf opleggen”, meent advocaat Mark Zaid, die klokkenluiders in de VS bijstaat.
PRISM spionageprogramma
Nu.nl heeft een aantal antwoorden op een rij gezet over PRISM, het digitale spionageprogramma van de NSA. De inlichtingendienst verzamelt op grote schaal communicatieverkeer, waaronder e-mails, telefoontjes en informatie van sociale media.?Er zou met name informatie worden verzameld over mensen die zich buiten de VS bevinden, of Amerikanen die met het buitenland communiceren. Het zou echter ook mogelijk zijn om binnenlands internetverkeer af te luisteren.
Inmiddels is bekend dat ook Groot-Brittanni??toegang?heeft tot deze data. In 2012 werden 197 PRISM-rapporten opgevraagd door de Britse veiligheidsdienst GCHQ. Minister van Buitenlandse Zaken William Hague?zei?dat dit volstrekt legaal is.?Een AIVD-agent vertelde aan de?Telegraaf?dat ook de Nederlandse inlichtingendienst toegang heeft tot PRISM.?Veel bedrijven werken volgens de agent actief mee bij het geven van inzage in hun gegevens. “Alle grote commerci?le internetdiensten worden gedwongen een applicatie aan te leveren waarmee diensten onbeperkt kunnen grasduinen.”?Skype wilde volgens de agent jarenlang geen inzage geven, maar sinds het eigendom is van Microsoft zou alles worden gedeeld zoals ook bij Google en Facebook het geval is. De topmannen van die laatste twee bedrijven stelden zaterdag nog niet op de hoogte te zijn van het internet-afluisterprogramma.?Ook Nederlandse bedrijven zouden welwillend meewerken. “Bij een verzoek krijgt men gewoon direct toegang tot de data, alles op een presenteerblaadje.” Als een bedrijf niet meewerkt, wordt een agent ‘geactiveerd’ die toegang heeft tot de informatie van het bedrijf.?”Binnen bedrijven en instellingen, overal zijn agenten te activeren, die wachten op een informatieverzoek.”
Hoe werkt het?
Hoe dit precies werkt, is nog niet geheel duidelijk. De PowerPoint-presentatie (of bekijk het redesign?welke minder pijn aan je ogen doet) over PRISM spreekt van ‘verzameling direct vanaf de servers’ van de genoemde techbedrijven. Alle bedrijven ontkennen echter dat zij hieraan meewerkten, of dat ze ?berhaupt wisten dat PRISM bestond.
Volgens de?New York Times?hebben de bedrijven echter wel enige medewerking verleend aan de NSA. De krant stelt dat Google en Facebook met de NSA zouden hebben gesproken over het bouwen van ‘secure rooms’.?Dat zouden online omgevingen zijn waar de overheid data kon opvragen. Twitter wordt door de New York Times genoemd als een bedrijf dat weigerde mee te werken aan dergelijke verzoeken van de NSA.?Zeker is ook dat de overheid automatisch ‘metadata’ over communicaties verzamelt. Vlak voordat het PRISM-programma openbaar werd, lekte ook al een document uit?waaruit bleek?dat de Amerikaanse provider Verizon gegevens over miljoenen klanten doorgeeft aan de Amerikaanse overheid.
Van alle gesprekken zouden telefoonnummers, locaties, gespreksduur en tijd worden geregistreerd en automatisch worden overhandigd aan de de NSA.?The Guardian schrijft bovendien over een NSA-programma met de naam Boundless Informant. Dat brengt grote hoeveelheden metadata van het internet in kaart, bijvoorbeeld de verzender en ontvanger van een e-mail. De inhoud van e-mails zou minder in de gaten worden gehouden.?Op een kaart is te zien dat de NSA in maart 2013 maar liefst 97 miljard stukjes data in kaart bracht. Een groot deel van die gegevens?werd verzameld uit het Midden-Oosten, maar er kwamen ook 3 miljard stukjes metadata uit Amerikaanse netwerken.
Bekijk de recente uitzending van EenVandaag over hoe Big Data van groter belang wordt in het veiligheidsdomein, en de mogelijke impact ervan op de samenleving:
Is het legaal?
Het verzamelen van informatie gebeurt onder de Foreign Intelligence Surveillance Act, oftewel FISA. Deze wet maakt het mogelijk voor de overheid om gebruikersdata op te vragen. ?Hiervoor moet een rechter echter wel toestemming geven. Daarom bestaan er speciale FISA-rechtbanken waar in het geheim verzoeken kunnen worden ingediend. Het aantal FISA-verzoeken en de hoeveelheid informatie die door de overheid wordt opgevraagd zijn geheim.?De?Washington Post?meldt?dat FISA-verzoeken steeds breder zijn geworden. Tijdens de Bush-administratie zouden advocaten FISA-rechters ervan hebben overtuigd dat hele datasets in ??n keer kunnen worden opgevraagd.
Zo kunnen grote hoeveelheden data van Amerikaanse bedrijven worden verzameld, zo lang de overheid ervoor zorgt dat er procedures zijn die ervoor zorgen dat het verzamelen van data over Amerikaanse burgers beperkt blijft.?De voormalige generaal Jeh Johnson zei onlangs in een?speech?dat FISA-verzoeken bijna nooit worden geweigerd. Het verzamelen van gegevens kan dus op grote schaal gebeuren. Zo gauw een rechter een verzoek goedkeurt, zijn bedrijven verplicht de gevraagde informatie te overhandigen. Alle genoemde techbedrijven zeggen te voldoen aan wettelijke verzoeken.
Er zijn echter ook veel mensen boos op de Amerikaanse overheid. Burgerrechtenorganisaties zeggen dat de spionage van de NSA te ver gaat. De Amerikaanse grondwet zou het verbieden om zonder een redelijke verdenking mensen in de gaten te houden.?Volgens de Nederlandse organisatie Bits of Freedom werkt ook Nederland aan het bespieden van burgers. De organisatie?roept Nederlandse klokkenluiders op?om naar voren te treden en wil dat de overheid stopt met plannen voor het aftappen van internetverkeer.?Ook een van de schrijvers van de Patriot Act, een Amerikaanse wet die na 11 september 2001 werd doorgevoerd om meer informatie te kunnen verzamelen, vindt dat het PRISM-programma te ver gaat. In de Guardian vergelijkt Jim Sensenbrenner de Amerikaanse overheid met Big Brother en stelt hij dat PRISM misbruik maakt van ‘zijn’ wet.?Edward Snowden hoopt zelf dat de gelekte documenten zullen leiden tot nieuw beleid. “Mijn grootste angst wat betreft de uitkomst van deze lekken is dat niets zal veranderen”, vertelde hij aan de Guardian. “Het enige dat de activiteiten van de surveillancestaat inperkt is beleid.”