Tagarchief: realtime

BART! Burger Alert Real Time: verbindingsplatform tussen bewoners, gemeente en politie.

Burger Alert Real Time (BART!) is een digitaal meldingsplatform voor een veilige en leefbare buurt. Zaken met ?n zonder spoed kunnen buurtbewoners?24/7delen met politie, gemeente en andere BART! -gebruikers.

Bij overlast, verdachte situaties of sociale problemen geven burgers een digitale waarschuwing en indien nodig onderneemt de politie of de gemeente direct actie. Geen wachtrijen meer. Ook kan de politie zelf alarmeren: ?Momenteel veel auto-inbraken in uw buurt?.

BART! is een samenwerkingsproject waarin de gemeente Den Haag, de politie, CGI, TNO, TU Delft en TIGNL samen investeren. BART! is nu nog in een testfase. Momenteel wordt met kleine stappen experimenteel gewerkt voor de Haagse stadsdelen Escamp en Leidscheveen/ Ypenburg, zodat kleinere resultaten bijdragen aan de opbouw van een volledig participatiesysteem.

Samen bouwen aan een participatiesysteem dat zorgt voor vertrouwen en verbondenheid

BART! is een samenwerkingsproject waarin de?gemeente Den Haag,?de politie,?CGI,?TNO,?TU Delft?en?TIGNL?samen investeren in een digitaal meldingsplatform voor een veilige buurt. Bij overlast, verdachte situaties of sociale problemen waarschuwen burgers elkaar en indien nodig de politie of gemeente via een app. Ook kan de politie zelf alarmeren:
?Momenteel veel auto-inbraken in de buurt?. BART! is in een testfase. Momenteel wordt met kleine stappen experimenteel gewerkt voor de Haagse stadsdelen Escamp en Leidscheveen/ Ypenburg, zodat kleinere resultaten bijdragen aan de opbouw van een volledig participatiesysteem.



Alle ontwikkelde kennis wordt verspreid onder de partners:

Gemeente Den Haag: BART! is belangrijk voor de gemeente Den Haag, want het zorgt voor meer verbondenheid in de buurt en het stimuleert het gevoel dat de bewoners samen de wijk prettig en veilig houden. BART! bevordert het samen optrekken van buurtgenoten, lokale ondernemers, politie en gemeente. Gemeente Den Haag brengt openbare orde, veiligheid en leefbaarheidskennis in en stelt hiervoor de deskundigheid beschikbaar van professionals, leidinggevenden, wijkmanagers, wijkteams en klantcontactspecialisten.
Politie: De ontwikkeling van BART! sluit aan bij de doelstelling van de politie om een meer moderne, flexibele en effectieve organisatie te worden. Ook kan BART bijdragen aan een gevoel van vertrouwen door sterk politiewerk dichtbij de buurtbewoners. Met BART! wordt een meer eigentijdse dienstverlening gerealiseerd dat betere samenwerking met verschillende partners mogelijk maakt. De politie brengt al haar kennis in.
CGI: Het CGI is een grote dienstverlener op het gebied van informatietechnologie en bedrijfsprocessen. Het bedrijf onderzoekt hoe ICT-technieken het BART-concept kunnen ondersteunen. CGI ontwikkelt kortweg de technische kant van het communicatieknooppunt van BART! Momenteel is een prototype in de maak dat uitgebreid zal worden getest. Daarna wordt het doorontwikkeld op basis van de eerste ervaringen.
TNO: Kennisinstituut TNO brengt innovatie in op het gebied van maatschappelijke veiligheid en met name de inrichting van nieuwe media meldprocessen. De organisatie richt zich vooral op het ontwerpen van de bijbehorende processen en participatiesystemen van de betrokken deelnemers.
TU Delft: De Technische Universiteit Delft levert wetenschappelijke kennis vanuit haar jarenlange onderzoek naar participatiesystemen. Inmiddels heeft de universiteit een speciaal Participatory Systems Lab opgezet. De TU Delft richt zich hiermee op het optimaliseren van de samenwerking en het vertrouwen tussen burgers en overheid (gemeente en politie).
TIGNL: Technology Investment Group (TIG) brengt innovatiemanagement-kennis in met betrekking tot wetshandhaving, burgerparticipatie en private publieke samenwerkingsprojecten. TIGNL doet onderzoek en ontwikkelt inzichten voor aandachtsgebieden als competentie-ontwikkeling, ethiek, privacy en dataprotectie. Daarnaast organiseert en modereert zij verspreiding van kennis en registreert de interne en externe projectactiviteiten. Ook verzorgt TIGNL de administratie en de verantwoording van deze activiteiten.

‘Zoekt u mee naar deze fiets?’, vraagt de chatbot

Met het project BART! brengt Den Haag bewonersinformatie van digitale buurtgroepen en sociale media overzichtelijk samen in de meldkamer. Met algoritmes en chatbot-technologie doet de gemeente steeds meer beroep op het zelfoplossend vermogen van de bewoners. ?Zij kunnen van grotere betekenis zijn voor de veiligheid in hun eigen buurt.?

Een verloren fiets, vuilnis op de stoep buiten de ophaaltijden, een verdachte auto langs de weg. Dit soort problemen komen van oudsher op het bordje van de politie of de gemeente. Maar hoe effectief is dat? Tegenwoordig zijn veel mensen met elkaar verenigd in WhatsAppgroepen of op Facebook. Digitale buurtgroepen zijn inmiddels ingeburgerd. Daar delen buurtbewoners van alles en ze helpen elkaar verder met het terugvinden van voorwerpen en personen of ze houden een extra oogje in het zeil. Op deze manier tonen flink wat wijken een groot zelfoplossend vermogen, zonder overheidsinterventie. Dat is een enorme verschuiving in de samenleving. Echter, al die groepen vormen kanaaltjes naast elkaar, de gedeelde informatie komt niet samen.

?Het is aan ons om een meldkamer te verzinnen, waarin we signalen van burgers bij elkaar kunnen krijgen?

?Vroeger schreven we een brief aan de gemeente, toen kwam de telefoon, maar nu communiceren mensen veel meer via WhatsApp of sociale media?, zegt Pauline Krikke, burgemeester van Den Haag, in een filmpje over?Burgers Alert Real Time (BART!). ?Het is aan ons, de gemeente, om een meldkamer te verzinnen, waarin we signalen van burgers bij elkaar kunnen krijgen en daar goed op te kunnen reageren.? De meldkamer, operationeel centrum, is nog ingericht op telefonisch contact. Tekstberichten, foto?s en videobeelden zijn moeilijk te verwerken voor een operationeel centrum. Hoe haakt het aan op de digitale buurtgroepen? Daar zijn er inmiddels zoveel van, hoe hou je het overzicht in de databrij?

Zwerfvuil en verdachte zaken

BART! biedt een platform waar bewoners, politie en gemeente met elkaar samenwerken aan leefbaarheid en veiligheid in wijken. Het kan duiding geven aan telefonische informatie of van het socialemedia-verkeer tussen wijkbewoners, politie en gemeente. Vorig jaar experimenteerde Den Haag ermee in de wijken Berestein en Ypenburg. Samenredzaamheid is de kerngedachte van BART!: wijkbewoners nemen eigenaarschap over een probleem in hun buurt, ze zoeken eerst zelf een oplossing. Bijvoorbeeld door mee uit te kijken naar een verloren fiets, een medebewoner aan te spreken als hij zijn huishoudelijk afval niet op de juiste manier aanbiedt of uit te zien naar de eigenaar van de verdachte auto. Lukt het de bewoners niet om zelf het probleem te adresseren, dan kunnen ze het bij de gemeente of politie neerleggen.

Eerst zelf zoeken naar een oplossing?

?BART! is een experimenteel project en technisch gezien een?Complex Event Processor, een CEP?, legt Richard Vriesde uit. Vanuit de politie-eenheid Den Haag is hij betrokken bij dit project, samen met de gemeente Den Haag,?TU Delft,?TNO,?CGI?en?TIGNL. De CEP is in staat om uit een stroom data informatie uit digitale buurtgroepen te destilleren en hanteerbaar te maken. Via BART! communiceert de gemeente Den Haag straks met verschillende buurtgroepen, zoals?Veilige Buurt,?MijnBuur,??Waaksamen?en?Next Door. Hier kunnen bewoners anoniem tekstberichten, foto?s, video?s en locatiegegevens delen. Ze hoeven niet te kiezen waar een melding heen moet en ze komen ook niet in een wachtrij terecht. Met de CEP kan het operationeel centrum de databrij structureren, een beeld geven van wat er aan de hand is en een melding doorgeven aan politie, gemeente, of het via chatbot-technologie teruggeven aan de gemeenschap. Bewoners gaan dan eerst met elkaar zoeken naar een oplossing.

?Wat als een Hagenaar in een tekstbericht laat weten dat er ‘geklauwd’ of ‘gejat’ is?’

In de praktijklaboratoria van Berestein en Ypenburg werden 5 praktijkcasussen ge?nsceneerd, zoals een inbraak, een verdachte persoon bij een pinautomaat en een gewonde op straat. Vriesde: ?We stuurden mensen op pad met mobiele telefoons en we richtten een operationeel centrum in, ons laboratorium, waar professionals van het operationeel centrum van het?Real Time Intelligence Center?(RITC) en het Regionaal Service Centrum samenwerkten, om te zien wat er gebeurt als een bewoner in een tekstbericht een melding doet van een verdachte situatie. En wat is er vanuit ons nodig om te reageren?? Onderzoekers van TNO en de ontwikkelaars van de CEP, namen het werkproces en de privacyaspecten onder de loep en bekeken welke informatie de politie nodig heeft om betekenis te kunnen geven aan de informatie uit de data.

Technische horden

De ontwikkelaars van de CEP vinden allerlei praktische en technologische hobbels op hun pad. ?Bij een verdachte omstandigheid gebruiken burgers geen woorden die voorkomen in het wetboek van strafrecht?, zegt Vriesde. ?De CEP categoriseert op steekwoorden als ?verdacht persoon? en ?diefstal?, maar wat als een Hagenaar in een tekstbericht laat weten dat er ?geklauwd? of ?gejat? is? De slimme technologie moet politievakjargon en gewone spreektaal kunnen begrijpen, zodat wij uit de informatiestroom politie-informatie kunnen genereren. Google gaat voor ons niet zo ver.?

Een andere technische horde die het team nu moet nemen, is om te kunnen inschatten hoe actueel en urgent een melding is. Vereist het directe actie, kan het wachten tot morgen of speelde dit vorige week? De CEP moet de data chronologisch in de tijd kunnen plaatsen. En waar heeft een incident precies plaatsgevonden? Een centralist van het operationeel centrum kan weinig met een melding van een vermist kind dat voor het laatst is gezien in de Albert Heijn, als hij niet over de gps-locatie beschikt. Een buurtbewoner zal direct weten om welke winkel het gaat. Directe uitwisseling van geografische data is essentieel.

?De centralist kan op basis van de woordwolk al zien wat er speelt’

Momenteel sleutelt het team aan het geografisch verwerken van de informatie, zodat er bij meerdere meldingen een woordwolk ontstaat rondom een bepaald gebied. ?Op basis van steekwoorden zoals ?verdacht persoon? en ?auto?, krijgen we al snel een beeld van wat er gaande is,? aldus Vriesde. ?Nog voordat de centralist alle tekstberichten heeft doorgenomen of 5 bellers te woord heeft gestaan, kan hij op basis van de woordwolk al zien wat er speelt en erop reageren.?

Veranderende taak van de centralist

Wat voor gevolgen heeft deze ontwikkeling voor de centralisten? Om daar een goed antwoord op te vinden, bekijken de betrokken onderzoekers de invloed daarvan op politieprocessen. In plaats van een individuele beller, heeft het operationeel centrum nu een hele buurt tegelijk aan de lijn, legt Vriesde uit. ?Door datagestuurd te werken, gaan we over naar een-op-veel-communicatie. Nu neemt de centralist een melding een-op-een aan en geeft dat door. Met de nieuwe digitale werkvorm, verschuift zijn werk naar analyse, waarbij hij veel meer de regie krijgt in de operatie.? Het systeem heeft al vastgesteld wat er aan de hand is, de centralist controleert vervolgens of dat juist is en geeft daar duiding aan.

?We laten het volume van de data toenemen, om het algoritme nauwkeuriger te maken?

Door het werken met CEP en chatbot-technologie, kan er automatisch een handelingsperspectief uitgaan naar de digitale buurtgroepen: heeft u al naar buiten gekeken, heeft u het kenteken genoteerd, zoekt u mee naar deze persoon? Het kan zelfs een ingezonden foto blurren en delen in de betreffende buurtgroep, volgens de eisen van de privacywetgeving. In de nabije toekomst kan die interactie razendsnel datagestuurd gebeuren. De centralist komt dan vooral in beeld om de professionals aan te sturen. Hoeveel politie-inzet is gewenst, hoeveel auto?s zijn er nodig, is de situatie onder controle of moeten we opschalen? Vriesde: ?De centralist zal nog steeds veel beslissingen moeten nemen, maar hij wordt enorm geholpen door de technologie.?

Tijdens de pilots is gestart met het ontwikkelen van algoritmes, die in combinatie met chatbot-technologie grote hoeveelheden data heel vlot inzichtelijk kunnen maken. ?Nu proberen we de ongestructureerde data te structureren?, besluit Vriesde. ?We laten het volume van de data toenemen, om het algoritme nauwkeuriger te maken en de CEP beter tot zijn recht te laten komen. Op die manier worden de inspanningen van de bewoners krachtiger en zij kunnen van grotere betekenis zijn voor de veiligheid in hun eigen buurt.?

Bron: Secondant

BART! Burger Alert Real-Time

bart-logo

Met BART! werken aan een veilige buurt

In Den Haag moet het project BART! een digitaal verbindingsmiddel worden. Het moet ervoor zorgen dat politie, gemeente en burgers samen verantwoordelijkheid kunnen nemen voor een veilige leefomgeving. Hoe zijn de eerste ervaringen in de wijk Bouwlust?

We leven in een participatiesamenleving waarin begrippen als zelfredzaamheid als vanzelfsprekend worden gebruikt. Andere zijn eigen verantwoordelijkheid, burgerparticipatie en overheidsparticipatie. Het aantal initiatieven en applicaties voor participatie op de thema?s veiligheid en leefbaarheid groeit bijna wekelijks. En toch is de telefoon nog de belangrijkste verbinding naar de politie. De participanten lijken zich nog voornamelijk te bevinden onder de toch al actieve en betrokken burgers. Hoe kunnen politie, gemeente en burgers, in de huidige digitale maatschappij, samen verantwoordelijkheid voor veiligheid en leefbaarheid nemen?

Project BART!

Het project BART! (Burger Alert Real-Time!) moet dit mogelijk maken. De nationale politie en de gemeente Den Haag hebben de handen ineengeslagen en zijn in 2014 dit project gestart. Verschillende organisaties, CGI, TNO, TU Delft en TIGNL, hebben in kaart gebracht hoe burgers, gemeente en politie samen verantwoordelijkheid kunnen nemen voor het realiseren van een veilige leefomgeving. Dat deden zij samen met bewoners uit de Haagse wijk Bouwlust, een onderdeel van het stadsdeel Escamp. Centraal staat een systeem voor samenredzaamheid:

  • Burgers die met elkaar leefbaarheidsissues oppakken, zonder tussenkomst van derden, zoals gezamenlijk het plantsoen opruimen.
  • Burgers die, al dan niet door expliciet melding te maken, de hulp van de overheid inroepen, zoals bij overlast en verloedering of in spoedsituaties zoals bij een ongeval.
  • De overheid die burgers betrekt bij bijvoorbeeld de (heterdaad)opsporing van misdrijven.
Living-lab-experiment

Nederland. 16 november 2016. Den Haag. In de wijk Bouwlust is sinds 2014 het project BART (Burger Alert Real-Time) gelanceerd. Het moet een digitaalverbindingsmiddel zijn tussen politie, gemeente en burgers om gezamenlijk de verantwoordelijkheid te dragen voor een veilige leefomgeving. Foto: Inge van Mill

Foto: Inge van Mill

Om een systeem voor samenredzaamheid te ontwerpen hebben we deelvragen beantwoord, om daarmee toe te werken naar een proof-of-concept. Dat gebeurde met onder andere 126 interviews en 194 enqu?tes met burgers, werksessies en interviews met meer dan 100 professionals, simulaties, en prototypes. Het proof-of-concept is in een living-lab-experiment beproefd in de praktijkstraat op locatie ?De Yp? van politie-eenheid Den Haag. Bewoners uit Bouwlust en professionals van gemeente en politie speelden 3 veiligheidssituaties na: (1) een melding openbare ruimte zonder spoed; (2) een onveilige of verdachte situatie; (3) een urgente situatie met spoed. Dit artikel beschrijft de belangrijkste bevindingen. `

Geen nieuw digitaal initiatief

Voor allerlei vormen van samenredzaamheid bestaan er inmiddels verschillende initiatieven en applicaties, zowel van publieke als van private partijen. Zonder de ambitie te hebben volledig te zijn volgt hier een aantal voorbeelden. Politie en de VNG hebben bijvoorbeeld Burgernet, daarnaast gebruikt de politie Amber Alert en is de politie in enkele plaatsen via WhatsApp bereikbaar. De gemeente Den Haag gebruikt bijvoorbeeld de BuitenBeter-app en ondersteunt initiatieven zoals BuurtBestuurt en Buurtinterventieteams. Burgers gebruiken WhatsApp om elkaar op de hoogte te brengen van verdachte situaties. Andere voorbeelden zijn: dadergezocht.nl, boevenvangen.nl, SOSAlarm, VerbeterDeBuurt, ClaimJeStraat, Civilant, HartslagNu, Lokaal Alarm Systeem, en NextDoor.

In plaats van ??n burger aan de lijn, heeft de overheid nu de hele buurt aan de lijn

De uitdaging is dan ook niet het zoveelste digitale initiatief te ontwikkelen, maar verschillende initiatieven bij elkaar te brengen. Centraal staan 2 vragen: (1) Hoe zorg je voor een brede en langdurige betrokkenheid van burgers? (2) Hoe kun je als overheid in verschillende veiligheidssituaties aansluiten op de kanalen die bij burgers in gebruik zijn?

Betrokkenheid van burgers

Het is een uitdaging van alle tijden om burgers betrokken te krijgen. De toch al actieve burgers in een wijk sluiten meestal wel aan. De uitdaging is om een brede vertegenwoordiging van alle burgers te krijgen. En te houden: in de onlinewereld haken mensen sneller af dan in de offlinewereld. Er moet aan een aantal ontwerpeisen worden voldaan, blijkens ons onderzoek onder burgers. De belangrijkste daarvan staan hieronder.

  1. Ritme in een systeem; dit is belangrijk voor het opbouwen van vertrouwen en is onmisbaar voor langdurige betrokkenheid. Met een vast ritme, aansluitend op het leefritme van mensen in de buurt, kan informatie gegeven worden, bijvoorbeeld dagelijkse feedback bij incidenten en wekelijks nieuws uit de buurt.
  2. Lokale binding; het nieuws uit de buurt draagt daaraan bij. De betrokkenheid van burgers neemt toe wanneer ze niet alleen kennisnemen van (negatieve) veiligheids- en leefbaarheidsissues, maar ook concrete aanknopingspunten zien om trots op de buurt te zijn. Het kunnen zien en aanspreken van lokale professionals en hen bekende buurtgenoten, in plaats van ?de overheid? of ?de wijk?, draagt eveneens bij aan lokale binding.
  3. Flexibiliteit; iedere burger en buurt is uniek en heeft zijn eigen voorkeuren. Taalkeuze is een voor de hand liggende persoonlijke voorkeur, maar ook het soort informatie dat men wil ontvangen, de locaties waarin men interesse heeft en de instanties of personen waarmee men informatie wil delen.

Om betrokkenheid van burgers te realiseren, is het noodzakelijk bij het DNA van de buurt aan te sluiten

Om brede en langdurige betrokkenheid van burgers te realiseren is het, kortom, noodzakelijk bij het DNA van de buurt aan te sluiten: wat is het ritme in een buurt, welke iconen uit de buurt zorgen voor een gevoel van lokaliteit, welke talen en welke mate van digitalisering kent de buurt?

Explosie van informatie bij overheid

De overheid kan aansluiting vinden bij de kanalen waarmee burgers onderling informatie uitwisselen over veiligheid en leefbaarheid. Dan leidt dit echter tot een ongekende realtime-explosie van informatie (zonder wachttijden) bij dezelfde overheid. In plaats van ??n burger aan de lijn, heeft de overheid nu de hele buurt aan de lijn. Het volgens een vast protocol uitvragen van de burger om relevante informatie te krijgen is er niet meer bij. Vele burgers delen tegelijk relevante en irrelevante, soms tegenstrijdige, informatie. Spoedeisende en minder spoedeisende voorvallen lopen door elkaar.

De processen bij de overheid moeten meer ge?ntegreerd worden uitgevoerd

Op dit moment is het niet mogelijk deze enorme informatiestroom te volgen, laat staan de relevante informatie uit de kakofonie te filteren. Daarmee zou een zodanig beeld kunnen worden gevormd dat de juiste overheidspartij, afhankelijk van het soort veiligheidssituatie, tot actie over kan gaan. En dat terwijl de burger in de onlineomgeving steeds sneller optreden van de overheid verwacht. Niet alleen in spoedgevallen, maar ook bij minder spoedeisende incidenten. Afhandeling van de melding, maar ook de nazorg zoals beantwoorden van vragen en wegnemen van geruchten, vragen om een professionele webcare-aanpak.

Dit kan niet losstaan van wat er op straat wordt gedaan en verteld door professionals. De processen bij de overheid, die nu nog vaak verkokerd per organisatie zijn ingericht, moeten meer ge?ntegreerd worden uitgevoerd, juist ook tussen organisaties. Overheidsprofessionals en burgers, maar ook andere stakeholders zoals wooncorporaties, worden niet meer top-down benaderd. Zij informeren elkaar op basis waarvan ze tot handelen kunnen overgaan. En dit alles terwijl de ?oude? processen ook gewoon blijven bestaan. Voor spoedeisende incidenten blijven burgers en professionals de komende jaren bij voorkeur de 112-telefonische spraakverbinding gebruiken.

Eisen aan participatiesysteem

De overheid kan niet willekeurig op ieder (digitaal) participatiesysteem aansluiten. De overheid werkt met bepaalde normen en waarden en heeft te voldoen aan bepaalde wet- en regelgeving. Zo is er de Wet Bescherming Persoonsgegevens die regels stelt voor het verwerken van persoonsgegevens. De politie heeft specifiek te maken met de Wet Politiegegevens. Om als participatiesysteem aansluiting te kunnen vinden bij de overheid, moet dus voldaan zijn aan bepaalde juridische waarborgen. En er moeten bepaalde gedragsregels geborgd zijn om bijvoorbeeld privacyschendingen, eigenrichting, represailles, polarisatie en uitsluiting te voorkomen. Zo weten burgers waar ze aan toe zijn als ze deelnemen aan het participatiesysteem. Dan hebben ze duidelijkheid over opvolging door de overheid.

Tot besluit: BART! wordt vervolgd

BART! heeft ons tot dusver geleerd aan welke randvoorwaarden voldaan moet worden als politie, gemeente en burgers via een digitaal verbindingsmiddel samen verantwoordelijkheid gaan nemen voor veiligheid en leefbaarheid. Kanteling van de organisatie, van aansturing naar integraal werken als ??n overheid samen met burgers, webcare integreren over alle kanalen, een richtlijn die de kwaliteitseisen beschrijft, flexibel aansluiten bij het DNA van een buurt, zijn grote voorwaarden. In BART! gaan we deze voorwaarden verder uitwerken en vertalen naar concrete handvatten en processen.

Mari?lle den Hengst is Lector Intelligence bij de Politieacademie en tevens verbonden aan de TU Delft, Richard Vriesde is werkzaam als Sectorhoofd Dienst Regionaal Operationeel Centrum in Den Haag, Erwin Rouwenhorst is beleidsmedewerker bij de Directie Veiligheid van de gemeente Den Haag, Arnout de Vries is adviseur bij TNO rondom social media en veiligheid, Robert van den Berg is Director Consulting Services bij CGI, Hans Arnold, werkzaam bij TIGNL, is gespecialiseerd in het faciliteren van publiek private cocreatie-projecten.

Mari?lle den Hengst, Richard Vriesde en Erwin Rouwenhorst zijn bereikbaar voor vragen en discussies via e-mail: M.denHengst-Bruggeling(at)tudelft.nl, Richard.Vriesde(at)politie.nl en Erwin.Rouwenhorst(at)denhaag.nl.

Bronnen: Secondant

App: I Sea

Vanuit je luie stoel met een app vluchtelingenbootjes zoeken

Vluchtelingen helpen zonder dat je naar de Middellandse Zee hoeft en zonder dat je er geld aan uit hoeft te geven??Migrant Offshore Aid Station (MOAS), een particuliere organisatie die op zee vluchtelingen redt, heeft daar een app voor ontwikkeld.?Je kunt nu vanuit je luie stoel en met?een paar vrije minuten?helpen zoeken naar migrantenboten op zee met I Sea.

De app, momenteel alleen nog beschikbaar voor iOS, moet het zoeken naar vluchtelingenboten makkelijk maken. De software van MOAS deelt de satellietbeelden – dat het krijgt van meerdere organisaties – op in miljoenen blokjes. Je krijgt bij het opstarten een van die miljoenen blokjes toegewezen. Crowdsourcend naar bootmigranten zoeken dus.

Jelle Goezinnen (38) van?Sea Watch, een andere particuliere hulporganisatie, vindt het een “goed?initiatief. Tot er een oplossing is voor de humanitaire ramp die er plaatsvindt?moet je met dit soort initiatieven blijven komen.”

isea1isea4isea2isea3
Spot je een boot in jouw blokje? Dan druk je op een knop om MOAS op de hoogte te stellen. Voordat je een bootje kunt taggen, moet je wel je naam, paspoortnummer en email invullen, om grappenmakers tegen te gaan.?Jouw ingestuurde?informatie wordt vervolgens bekeken en – als het inderdaad een vluchtelingenboot is -?doorgegeven aan schepen op het water. Zij kunnen aan de hand van de gegevens gaan zoeken.

De makers van de I Sea-app zeggen dat er weinig mensen zijn om op zee te zoeken naar vluchtelingen. Met deze app hopen ze dat er meer mensen mee gaan?helpen. Correspondent Rop Zoutberg herkent het probleem. “Er zijn handen en schepen?tekort, maar je kunt ook zeggen: de zee is gewoon te groot.” Daarom zou deze app zomaar eens uitkomst kunnen bieden, zegt Zoutberg.

Van deze boot werden de opvarenden net op tijd gered.?

Goezinnen: “Er komen steeds meer schepen, steeds meer initiatieven om te helpen, maar het is nog niet genoeg. Er sterven steeds meer mensen op zee.”?Er kwamen dit jaar al ruim 211 duizend migranten over de Middellandse Zee naar Europa. Bijna 3000 mensen verdronken, meldt de vluchtelingengroep UNHCR.

Volgens Goezinnen ligt het niet aan de techniek of de capaciteit. “Die is er al, die wordt maar mondjesmaat ingezet voor reddingsoperaties.”

Zo heeft Frontex, de Europese grensbewaker, al toegang tot realtime satellietbeelden, zegt Goezinnen. “Die worden 24/7 bekeken door tientallen professionals. Die zoeken allemaal?naar boten en kennen de routes.” Maar lang niet altijd wordt er ingegrepen door Frontex. “Hun mandaat is niet groot genoeg, ze zijn niet actief op de hele?Middellandse?Zee.”

“En zolang er geen Europese oplossing is voor vluchtroutes, zal deze ramp niet opgelost worden.”

Met twee motorboten worden de migranten van het schip gehaald.

Ook Nederland helpt mee met de grensbewaking.?Het marinefregat Zr. Ms. Van Amstel heeft?gistermiddag 193 mensen gered van een zinkend schip op de Middellandse Zee. De Van Amstel vaart daar in verband met de grensbewakingsoperatie Frontex van de EU.

Juist daar wil I?Sea verandering in brengen. Goezinnen zegt?dat het goed kan?werken. “Je moet snel ter plekke zijn om overvolle bootjes in nood te helpen.” Des te sneller zo’n bootje wordt gespot, des te groter de kans dat de opvarenden geholpen kunnen worden.

MOAS is in?2013 opgericht door het koppel Christopher en Regina Catrambone. De miljonairs hebben hun?schip De Phoenix en werken vanuit Malta. Met? schepen en drones heeft MOAS tot nu toe zo’n 13.000 mensen uit zee gered. En kreeg daarvoor de?Geuzenpenning.

Toch lijkt er het een en ander?mis met I Sea…

Of: wat is er n?et mis? Technisch blijkt er weinig van te kloppen. Al snel werd ontdekt dat de real-time satellietbeelden helemaal niet real-time zijn. Sterker nog, de app laadt bij iedereen dezelfde statische afbeelding, waar gegarandeerd niets in wordt gevonden. Ook de bijbehorende website is expres zo gemaakt dat het helemaal niets doet. Het inlogveld is bijvoorbeeld gemaakt om alleen een melding terug te geven dat de gebruikersnaam niet bestaat. Verder niets.

Maar ook zonder in de code te duiken zou de app al wat vragen moeten oproepen. Zo is het totaal onduidelijk waar de satellietbeelden vandaan komen en hoe actueel ze zijn. Het non-stop doorstralen van hoge-resolutiebeelden vanuit de ruimte staat, op zijn zachtst gezegd, nog in de kinderschoenen. En het feit dat je, mocht je onverhoopt een boot vinden die je wilt melden, jouw paspoortnummer moet doorgeven aan de organisatie is ronduit vreemd. Zeker omdat er nergens gebruiksvoorwaarden zijn te vinden die aangeven waarom dat moet.

Een app als I SEA is best ingewikkeld om goed in elkaar te draaien. Dat is niet iets wat de eerste de beste ontwikkelaar zomaar even doet. De app is gemaakt door Grey for Good, dat een soort goede-doelen-afdeling moet zijn van reclameboer Grey uit Singapore. I SEA is hun tweede app in de App Store. Ze hebben hiervoor een app gemaakt waarmee je laminaat kunt uitkiezen. Om dat nu met zoiets als I SEA op de proppen te komen is een flinke stap voorwaarts. En MOAS? Die rept op de eigen website letterlijk met geen woord over de I SEA app.

Kortom, heb jij naar aanleiding van de vele, vele, vele, vele nieuwsberichten van goedgelovige journalisten oprecht gezocht naar vluchtelingen, dan heb je dus sowieso jouw tijd zitten verdoen. Maar waarom zouden de helden van MOAS in vredesnaam op de proppen komen met een app waarvan ze weten dat het niet werkt? Over zo?n serieus onderwerp ook nog? We wachten nog op een reactie. Het zou goed kunnen dat MOAS hiermee aandacht wilde genereren voor de vluchtelingenkwestie. En heel veel aandacht zou de ontwikkelaar van de app ook niet slecht uitkomen. Volgens ??n twitteraar heeft die zijn eigen manke product namelijk al ingediend voor de Cannes Lions reclame-award.

Ondanks herhaaldelijke verzoeken is er nog geen reactie van de organisatie. Wel is de bewuste app inmiddels door Apple uit de AppStore gehaald?en?zijn ze via andere wegen naar buiten getreden. Zo laat MOAS aan Buzzfeed weten wel benaderd te zijn over het idee, maar verder niets te maken te hebben gehad met de app. Dat de uitvoering totaal ruk is, betreuren ze. ?We don?t use iPhones to save people.??Dan blijft de Grey dus over als schuldige in dit debacle. Zij laten op hun site weten dat de app nog in testfase is. Een glasharde leugen, gezien eerdere interviews die ze maar wat graag gaven over de app. Ondertussen hebben ze namelijk wel gewoon even een prestigieuze bronzen reclame-award voor de app in de wacht gesleept.

Bronnen: NOS, I Sea App, Draadbreuk

Secret Service en sarcastische dreigtweets

_75317367_ooqy5vmh

Secret Service koopt detector voor sarcastische dreigtweets?

De Secret Service, onder meer verantwoordelijk voor de beveiliging van de Amerikaanse president Obama, wil een monitor kopen die sarcasme op sociale media kan herkennen. Dat blijkt uit een online tender?van de Amerikaanse veiligheidsdienst. Op die manier hopen de geheim agenten straks beter in te kunnen schatten of dreigtweets serieus zijn, of dat ze de humor ervan moeten inzien. Op Twitter waren de reacties op het nieuws – niet geheel onverwacht – vooral sarcastisch.

Niet alleen in de Verenigde Staten, ook in Nederland worden dreigtweets gemonitord en gefilterd, via zogeheten ‘Realtime Intelligence Centers‘. Vorig jaar werd bekend dat in Nederland per dag zo’n 35 duizend bedreigingen via Twitter geuit en rond de 200 daarvan zijn zo ernstig dat de politie ze natrekt. Van den Bosch: ‘Sarcasme is cultureel bepaald, in Amerika komt de stijlfiguur eigenlijk nog relatief weinig voor. Nederlanders gebruiken veel vaker sarcasme, net als de Britten.’ Alleen al om de hoeveelheid dreigtweets zijn filters en detectors nuttig, vindt Van den Bosch. ‘Ze kunnen helpen met het maken van een betere schifting, een indicatie geven van een vermoeden.’ Vroegsignalering en filtering is van groot belang, en machines kunnen daarin een uitkomst bieden. Toch zijn het uiteindelijk mensen, of het nu de wijkagent of de Secret Service is, die een inschatting moeten maken. Erik Tjong Kim Sang, werkzaam bij het Meertens Instituut: ‘Als het programma 90 procent van de potenti?le dreigtweets kan herkennen als ongevaarlijk hoeft maar 10 procent te worden bekeken door mensen. Dat is handig. Maar de laatste stap, interpretatie door menselijke experts, blijft altijd nodig.’

Gevecht tegen de tweets Overal ter wereld worstelen veiligheidsdiensten en politie-eenheden met het onderscheiden van humoristische tweets en dreigementen. Uiteindelijk wordt vrijwel elke dag ergens in Nederland een Twitteraar door de politie opgepakt of berispt voor het bedreigen via sociale media. Niet alleen sarcasme, maar ook ironie en andere grappen worden lang niet altijd als zodanig herkend. Dat werd bijvoorbeeld duidelijk bij de Brit Paul Chambers, die om zijn humoristisch bedoelde dreigement voor de rechter moest verschijnen. Zijn tweet: ‘Crap! Robin Hood airport is closed. You’ve got a week and a bit to get your shit together otherwise I’m blowing the airport sky high!!’ Chambers werd door een rechter vrijgesproken, maar raakte wel zijn baan kwijt. Op eigen bodem werd in april nog een 14-jarig meisje uit Rotterdam gearresteerd, omdat ze een dreigtweet naar American Airlines verstuurde. Ze deed op Twitter alsof ze Ibrahim uit Afghanistan was en namens Al Qaida ‘iets groots’ van plan was. Meteen daarna tweette ze dat het een grapje was, maar dat mocht niet meer baten. Ze ging voor een nacht de cel in.

Volgens woordvoerder Ed Donovan heeft de Secret Service FEMA?s Twitter analyse tool gebruikt:
“Our objective is to automate our social media monitoring process. Twitter is what we analyze. This is real-time stream analysis. The ability to detect sarcasm and false positives is just one of 16 or 18 things we are looking at. We are looking for the ability to quantity our social media outreach. We aren?t looking solely to detect sarcasm.?

De lijst met wensen is onderaan dit blog opgesomd.?Peter Eckersley van privacy waakhond EFF (Electronic Frontier Foundation) gaf in de media te kennen dat deze poging alleen maar kan falen: “It’s difficult not to be sarcastic about the idea of the Secret Service automatically, algorithmically, examining all of your social media posts to determine, among other things, that you’re being sarcastic.?It?s kind of like having a cop at your dinner table all the time, and that cop isn?t in on your jokes.?

En over het filteren van?berichten uit deze?categorie gesproken: de CIA heeft net zijn eerste tweet wereldkundig gemaakt:

Die met veel humor werd beantwoord:

Deze humor heeft wat weg van de?#HalloAIVD actie op Twitter eerder dit jaar. En niet alleen op Twitter probeert de CIA ” sociaal” te zijn. Ook op Facebook zijn ze dat, maar daarop moet men volgens Julian Assange uitkijken om de CIA te ‘liken’, want volgens hem is?Facebook ?a spy machine for U.S. Intelligence agencies.? De aanwezigheid op Twitter komt in navolging van de lancering van een reeks interactieve platformen, waaronder de eigen website (CIA.gov), een mobiele site en een Flickr en YouTube kanaal.

Hieronder de lijst met de software wensen, met daarin oa:

  • Real-time analyse;
  • Trefwoorden zoeken;
  • Sentiment analyse;
  • Trend analyse;
  • Doelgroep filters (!);
  • Geografische filters;
  • Diverse data visualisaties (heat maps, grafieken, etc.);
  • Toegang tot historische data;
  • Automatische detectie?van sarcasme en ‘false positives’;
  • Notificaties;
  • Meerdere talen;

Bronnen: Volkskrant,?GigaOM, BBC, Nextgov

RTIC: Real-Time Intelligence Center

Center: In less than an hour police identified him with the software in their Real Time Crime Center which accesses billions of mugshots, names and nicknames

Al direct vanaf de start van de Nationale Politie is gewerkt aan het opzetten?van tien real-time intelligence centra in Nederland die vrijwel direct in 2013 van start gingen. Van daaruit worden 24 uur?per dag en zeven dagen in de week agenten op straat actief ondersteund met?real-time informatie bij de melding waar ze op af gaan.

In de VS bestaat dit fenomeen al sinds 2005. In New York en Houston zijn onder andere dergelijke RTCC centra (Real-Time Crime Centers) die agenten op straat helpen met informatie. Dat kan voor hulpverlening, handhaving, crisisbeheersing of opsporing zijn. In dergelijke centra gaat het om snelheid en daadkracht met enorme hoeveelheden informatie. Zo raadpleegt New York meer dan 5 miljoen proces verbalen uit de regio en 31 miljoen landelijke. Ze gebruiken live satellietbeelden waar mogelijk en geavanceerde GIS systemen om informatie slim op de kaart te krijgen. Ook kunnen ze toegang krijgen tot CCTV’s (camera’s) en uiteraard hoort social media ook tot de bronnen.

De politie wordt steeds effectiever en slagvaardiger bij het opsporen van verdachten. Een van de middelen die de politie sinds enkele jaren tot haar beschikking heeft is het Real Time Intelligence Center (RTIC). Sinds de start van de Nationale Politie zijn elf real-time intelligence centra opgezet. Hierin werken politiemensen die 24 uur per dag en zeven dagen in de week rechercheurs en agenten op straat actief ondersteunen met real-time informatie bij de melding waar ze op af gaan. Agenten op straat worden op deze manier nonstop gevoed met actuele en relevante informatie. Hiervoor wordt informatie uit de politiesystemen gekoppeld aan openbare bronnen zoals websites en social media.

Het doel van het RTIC is het vergroten van de kans op heterdaad en het verhogen van de veiligheid van politiemensen door ze zoveel mogelijk relevante informatie in een zo kort mogelijke tijd
door te geven. In de paar jaar dat het RTIC bestaat zijn inmiddels vele succesverhalen te noemen waar door het juist inzetten van informatie het verschil is gemaakt op straat. Daarnaast worden ook Twitter berichten gevolgd. Dreigtweets die binnen komen bij de politie worden meteen geanalyseerd. Is de verdachte een bekende van de politie? Valt te achterhalen waar hij zich of dat moment bevindt? Hoe serieus is de dreiging? Al deze informatie wordt verzameld en aan elkaar gekoppeld. Als er bijvoorbeeld foto?s van een verdachte persoon bekend zijn, worden deze doorgestuurd naar de agent op straat. Zo kan een RTICmedewerker een zo volledig mogelijk beeld schetsen van een situatie waar een agent op af moet. Hoe meer een agent op de hoogte is van een situatie en verdachte, hoe beter en veiliger deze zijn of haar werk kan doen.

Bekijk het fimpje van het RTI Lab van TNO en de politie hier.

In de visie van TNO?is de kracht van real-time intelligence, dat het bijdraagt aan het cre?ren van?een beter beeld van de situatie waarin ingegrepen moet worden. Real-time?intelligence kan op die manier een grote bijdrage leveren aan het versterken?van de prestatie van de executieve diensten. Wat zou nieuwe technologie als?Google Glass hieraan kunnen bijdragen?

Bronnen: Wikipedia, NYCPoliceFoundation

Bij Eenheid Rotterdam wordt de relatie met social media ook meteen duidelijk, zeker tijdens de @politie24 actie waarover we eerder een blog schreven:

En de Meldkamer Noord Nederland

Op weg naar een realtime Twitter analyse tijdens crisis voor operationeel crisismanagement

Terpstra, T. A. de Vries, G. Paradies & R. Stronkman (2012). Op weg naar een realtime Twitter analyse tijdens crisis voor operationeel crisismanagement. In: Ruimtelijke Veiligheid en risicobeleid jrg. 3, nr. 6/7.