Tagarchief: citizen journalism

Bedreiging Jumbo

Door:?Edith Leentvaar, uit Lessen uit crises en mini-crises 2015

Inleiding
Angst is een slechte raadgever. Een bedreiging roept, vanwege de onzekerheid van het feitelijke risico, soms veel angst op. Wanneer de bedreiging specifiek gericht is op een persoon, is er niet direct sprake van een brede of collectieve onrust. Dat wordt anders wanneer het gevaar willekeurig ieder van ons kan treffen. De terroristische aanslagen in Frankrijk (2015) en Belgi? (2016) hebben het denken over de dreiging van een aanslag voor velen veranderd. Helpt het om in situaties van onzekerheid zo veel mogelijk beschikbare informatie te delen, of be?nvloedt dat juist ons gevoel van onrust? Bedreiging en afpersing komen in ons land met grote regelmaat voor. De politie heeft door de jaren heen ervaring en expertise opgebouwd om in te kunnen schatten of dergelijke berichten en signalen serieus genomen moeten worden. Ondanks al die kennis en kunde blijft onzekerheid natuurlijk een van de belangrijkste aspecten van dit soort incidenten.

De bedreigingen die gericht waren op een aantal Groningse vestigingen van de supermarktketen Jumbo raakten het dagelijks leven van een groot aantal mensen. Een verdacht pakketje bij een eerste filiaal, een ontploffing bij een tweede, een ontruiming vanwege een bommelding in weer een andere vestiging; de incidenten volgden elkaar binnen enkele weken snel op. Tijdens het opsporingsonderzoek, dat een aantal maanden heeft geduurd, werden bij alle Jumbowinkels extra veiligheidsmaatregelen getroffen, maar bleef grote maatschappelijke onrust uit en bleven veel mensen gewoon hun boodschappen bij deze supermarkten doen. Kwam dat omdat er bij alle incidenten alleen sprake was van overlast of schade en er geen gewonden zijn gevallen? Was het de spreiding over verschillende locaties en in de tijd? Heeft de omslag bij de politie naar een actieve communicatiestrategie met een oproep aan burgers om mee te rechercheren hieraan bijgedragen? Het verloop van het opsporingsonderzoek, waarin tips en aanwijzingen na enkele maanden leidden tot de aanhouding van een verdachte, is op zich al bijzonder interessant. De lessen uit deze casus zijn gebaseerd op de afwegingen en keuzes in het communicatieproces. Daarvoor is gebruikgemaakt van evaluaties en artikelen die in de media en op internet zijn verschenen. De medewerking van de communicatieadviseur en onderzoeksleider van de politie zijn essentieel geweest om inzicht te geven in de dilemma?s en werkwijze van het politieteam.

Feitenrelaas
In de nacht van 8 mei 2015 treft een voorbijganger een verdacht pakketje aan bij het Jumbofiliaal aan de Wilhelminakade in Groningen. De Explosieven Opruimingsdienst van Defensie (EOD) wordt ingeschakeld en weet het explosief onschadelijk te maken. De experts geven aan dat ontploffing van het pakketje zeker tot slachtoffers had kunnen leiden.
Enkele dagen later ontvangt Jumbo een dreigmail van een onbekend persoon die een groot aantal ?bitcoins? (een digitale geldeenheid) eist. Daarmee wordt voor de politie meer duidelijk over de achtergrond van het gevonden explosief. Juist omdat er al een eerste incident heeft plaatsgevonden, neemt de politie de dreigmail direct serieus. De dader stuurt in mei nog twee keer een bericht naar Jumbo. Eind mei wordt een explosief bij de Jumbo aan het Overwinningsplein in Groningen niet op tijd opgemerkt en ontploft. Schade aan de winkel is het gevolg. De beelden van de bewakingscamera en de verbanden die tussen beide incidenten te leggen zijn, bieden de politie nieuwe informatie voor het opsporingsproces; een Team Grootschalig Onderzoek (TGO) wordt dan actief.

Een kleine week later ontvangt het hoofdkantoor van Jumbo een brief met een vergelijkbare inhoud als de eerdere berichten. Wanneer de dag erna rond het middaguur bij de politie een melding binnenkomt dat er bij weer een andere Jumbovestiging een explosief zou zijn geplaatst, wordt er direct actie ondernomen en wordt een Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (SGBO) ingesteld. Vanwege de eerdere incidenten besluit de politie de supermarkt en de directe omgeving te ontruimen. Dat heeft nogal wat voeten in de aarde, aangezien deze Jumbosupermarkt grenst aan een groot complex van gebouwen. Er wordt daarom multidisciplinair opgeschaald naar GRIP-1. In de snel ingezette ontruiming wordt behalve de Jumbo ook een sportschool en een restaurant meegenomen. Scholen en kantoren zijn omdat het weekend is veelal gesloten, en in het voetbalstadion van FC Groningen wordt op dat moment gelukkig ook geen wedstrijd werd gespeeld. Ook moeten bewoners van twee ruim twintig verdiepingen tellende woontorens worden ge?nformeerd en heeft het afzetten van het gebied consequenties voor de parkeergarage onder de Euroborg (met negenhonderd parkeerplaatsen). Al met al gaat het om bijna tweeduizend mensen.
Pas in de avond rondt de EOD de zoektocht naar explosieven in en rond de supermarkt af, zonder dat er iets van explosieven gevonden is. De gemeente Groningen organiseert de volgende ochtend een bijeenkomst voor alle omwonenden en ondernemers; een klein aantal mensen maakt hiervan gebruik om zich te laten informeren of vragen te stellen. De reeks dreigingen is voor de politie reden om enkele gegevens die inmiddels zijn verzameld breed te delen in het programma Opsporing Verzocht (Uitzending Opsporing Verzocht van 9 juni 2015). Daarin worden onder andere de camerabeelden vertoond van de Jumbo aan het Overwinningsplein waar in mei een explosief tot ontploffing kwam.

De weken daarna blijft het rustig, totdat begin juli een Jumbovestiging aan de Veemarkt in Zwolle een verjaardagskaart ontvangt met daarin een explosieve stof. Gelukkig raakt ook hierbij niemand gewond. Landelijk worden naar aanleiding van de incidenten in Groningen al extra veiligheidsmaatregelen genomen bij alle meer dan vijfhonderd Jumbovestigingen. De context leidt ertoe dat op meer plaatsen Jumbofilialen tijdelijk moeten worden ontruimd. De Jumbo bij de Euroborg in Groningen wordt in augustus voor de tweede keer ontruimd na de vondst van een verdacht pakketje in een prullenmand. Ook in Rosmalen wordt een filiaal ontruimd; hier wordt in een prullenbak een piepend apparaat aangetroffen, dat bij nader onderzoek veroorzaakt wordt door een lege accu. In Nijmegen is een achtergelaten bak met aardappelsalade al reden voor alarm.
In het opsporingsonderzoek wordt nog met allerlei scenario?s rekening gehouden. Is er sprake van ??n of meer daders? Is ?geld? werkelijk het motief of zijn er andere redenen? Wat te doen als er een periode geen dreigberichten meer binnenkomen en er nog geen verdachte is aangehouden? Of erger, wat als de incidenten toenemen of er door daadwerkelijke explosies gewonden vallen?
Om meer informatie over de dader(s) te krijgen, gaat de politie over op een actieve communicatiestrategie. Een deel van het dossier komt zelfs openbaar op de website van de politie te staan en wordt door tienduizenden mensen bekeken. In een tweede uitzending van Opsporing Verzocht, eind augustus 2015, geeft de leider van het politieonderzoek zo veel mogelijk informatie en vraagt het publiek ?mee te speuren?. De oproep leidt tot honderden tips; over (het profiel van) de dader, over materialen die bij de explosies zijn gebruikt, over het motief. Naar aanleiding van de informatie dat een bedrag in bitcoins is ge?ist, biedt een aantal deskundigen zich aan de politie van kennis te voorzien. Het ? collectieve ? opsporingswerk resulteert in oktober 2015, bij een nieuwe poging tot afpersing, in de aanhouding van een 50-jarige man en een jongen van 15 jaar. De man wordt strafrechtelijk vervolgd. In de zomer van 2016 is zijn zaak door de rechter behandeld en is hij veroordeeld tot acht jaar detentie.

De communicatie en samenwerking met het publiek in deze zaak hebben, los van de aanhouding, nog een ander mooi resultaat gebracht: de onderzoeksleider, en daarmee alle teamleden, hebben de eerste Noorder Pers Soci?teit Reuringprijs ontvangen. De prijs wordt toegekend aan diegene ?die op een vernieuwende, creatieve en/of bijzondere manier zorgt voor opschudding op het raakvlak van communicatie en journalistiek? (Bron).

In hoeverre het publiek bij het opsporingsonderzoekbetrekken?
Deze casus heeft meerdere aspecten in zich die interessant zijn om te belichten. Het opsporingsproces en de inschatting van de dreiging bijvoorbeeld, of de samenwerking binnen de multidisciplinaire crisisorganisatie bij de ontruimingen in relatie tot het al lopende opsporingsonderzoek. Het meest in het oog springend in het verloop van deze casus is echter de keuze voor openheid in de communicatie over het onderzoek en het betrekken van het publiek (burgerparticipatie) in het opsporingsproces. Van oudsher staat dat op gespannen voet met belangen op het terrein van opsporing. De uitdrukking ?daar kan ik u, in het belang van het onderzoek, geen mededeling over doen? is een welbekend adagium (Zie bijvoorbeeld Johannink & Jong, 2009).

[slideshare id=76820392&doc=daarkanikgeenmededelingoverdoen-170610090545&type=d]

In de keuze voor vergaande openheid moest een aantal hindernissen genomen worden. Het doel om het publiek te betrekken en te vragen mee te denken was helder. Tegelijk bestond het risico dat meer openheid het gevoel van onrust of onveiligheid zou versterken, zowel onder het publiek als onder medewerkers van Jumbofilialen. Daarnaast moest binnen de politieorganisatie worden afgewogen of de inzet van zoveel personeel verantwoord was en bleef, ten opzichte van de ernst van de dreigingen en incidenten. Een ander risico was dat alle vormen van communicatie effect zouden kunnen hebben op het gedrag van de dader. In de afweging moesten tegelijk ook de economische belangen van Jumbo worden meegenomen. Ook de betrokkenheid van deze private partij bij het delen van informatie en zoeken naar samenwerking met het publiek is een bijzonder aspect van deze casus. De keuze tussen het wel en niet delen van informatie met het publiek moest op meerdere momenten worden gemaakt door nieuwe dreigingsberichten en incidenten rond verdachte pakketjes. In dit hoofdstuk wordt terugblikt op de dilemma?s in de keuze tussen de reguliere communicatielijnen en de actieve communicatiestrategie, waarin zo veel mogelijk openheid werd gegeven en burgers werd gevraagd te participeren in het onderzoek.

Analyse
Crisiscommunicatie is de afgelopen jaren meer en meer een interactief proces geworden, waarin burgers een veel ruimer eigen aandeel hebben gekregen. Iedereen kan via internet of andere kanalen zelf allerlei informatie vinden, zowel actuele berichten als achtergrondinformatie. De opkomst van de sociale media heeft ervoor gezorgd dat iedereen ook informatie kan delen met anderen. De rollen van zender en ontvanger, vaststaande elementen van het communicatieproces, kunnen vandaag de dag dan ook zowel door burgers als de overheid worden ingevuld.

In de eerste fase van het politieonderzoek (na de vondst van het eerste explosief, de dreigberichten en de ontploffing bij het tweede filiaal) is er van brede communicatie met het publiek nog geen sprake. Meerdere rechercheurs houden zich bezig met het onderzoek, er is afstemming met het management van de Jumbo, en er worden buurtonderzoeken uitgevoerd. De bommelding bij de Jumbo bij het Euroborgstadion kan achteraf als een keerpunt gezien worden. De impact van dit incident was veel groter doordat het overdag plaatsvond en daardoor een grootschalige evacuatie tot gevolg had. Dat betekende in ieder geval dat vanuit de supermarkt en aangrenzende bedrijven en woningen een grote groep mensen betrokken raakte. De multidisciplinaire opschaling en de duur van de zoektocht naar explosieven versterkten de belangstelling van de media en daarmee ook de effecten. De politie werd op de plaats van het incident ook geconfronteerd met de verspreiding van livebeelden via Periscope, een nieuw fenomeen van burgerjournalistiek.

Met een telefoon in de hand deed een van de klanten van de Jumbo na de ontruiming direct verslag van de verdere gebeurtenissen rondom de supermarkt en reacties van andere betrokkenen. Die beelden konden door iedereen die zich als volger aanmeldde worden bekeken. Via Periscope konden de volgers ook opmerkingen maken en vragen stellen aan degene die de beelden opnam en uitzond. De maker van de beelden reageerde na afloop als volgt:

?Ondertussen begonnen de vragen ook via Periscope binnen te komen en toen werd het echt leuk! Want ik kon proberen op die vragen antwoorden te krijgen en de volgers stimuleerden me over ?grenzen? heen te gaan. ?Gewoon op die COPI-bak afgaan?, zeiden ze. Zo kreeg ik al mensen van de politie en brandweer te spreken nog voordat de reguliere media er waren. RTV Noord was er wel heel snel en verslaggevers hebben me fantastisch geholpen; met een oplader en een microfoon. Zij wisten te melden dat ik heel veel volgers had, inclusief de NOS! Ik ben dat toen maar gaan noemen bij de interviewtjes, want dat bleek wel indruk te maken als er weer iemand vroeg ?waar ik van was?. Bijna niemand kende Periscope, maar men begreep al snel dat ze me serieus moesten nemen. Alle lof overigens voor de woordvoerders van de brandweer en politie die dit, na heel even in de weerstand te zijn geschoten, ? ?dit hebben we nog niet eerder meegemaakt, ik kom zo bij je terug? ? snel door hadden en mij en de inmiddels bijna 1400 volgers goed op de hoogte hielden.? (bron)

Met de aandacht in de media en de bijeenkomst voor bewoners en ondernemers de dag na de ontruiming, zochten burgemeester Den Oudsten en een woordvoerder van politie naar een balans tussen alertheid en het beperken van de maatschappelijke onrust. ?Er zijn daadwerkelijk twee explosieven gevonden, dus het is serieus? (burgemeester) en ?We zien wel dat het hem [de dader, EL] niet om slachtoffers te doen is. Hij wil vooral schade veroorzaken.? (politie, bron)

De impact van de dreiging en de ontruiming van de Euroborg en de opvolging van de incidenten in enkele weken voerde de druk op om snel tot resultaten te komen. Dat gebeurde vervolgens onder andere door begin juni de camerabeelden van de verdachte, gemaakt bij de Jumbo aan het Overwinningsplein, te tonen in het televisieprogramma Opsporing Verzocht. Ook vroeg de politie of het publiek meer informatie kon geven over de emmer waarin de explosieven waren vervoerd en over een auto die in de directe omgeving geparkeerd stond. De uitzending leverde de politie een twintigtal tips op.

De kans op het ontstaan van maatschappelijke onrust bij nieuwe incidenten, het risico dat bij een volgend explosief mensen gewond zouden raken, de zorgen vanuit Jumbo over economische schade wanneer het aantal klanten zou gaan teruglopen, de capaciteit die nodig was tijdens het politieonderzoek, en natuurlijk de drive om een dergelijke zaak op te lossen, brachten de politie ertoe nog actiever richting publiek te gaan communiceren en het publiek ook in het onderzoek te betrekken. Dit idee omzetten in de praktijk vroeg eerst nog wel de nodige afweging en voorbereiding.

Ten eerste zou actieve communicatie over de bedreigingen en de incidenten die hadden plaatsgevonden, de maatschappelijke onrust kunnen verminderen, maar ook kunnen versterken. De NCTV
merkt in de ?Handreiking terrorismegevolgbestrijding? hierover het volgende op:

?Communicatie bij een dreiging roept altijd de vraag op of het publiekelijk communiceren verstandig is of dat er beter (nog) niet kan worden gecommuniceerd. Een dreiging kan onbedoeld bijdragen aan angst en onrust, terwijl er geen of een beperkt handelingsperspectief is.? (NCTV, Handreiking terrorismegevolgbestrijding, 2015, p. 11)

Communiceren over risico?s
Enkele jaren geleden bleek sprake van onrust vanwege bedreigingen toen bij meerdere basisscholen en een kinderopvang in Weesp dreigementen waren binnengekomen. In overleg tussen de gemeente, de politie en de scholen werd een brief opgesteld om de ouders hierover te informeren. Een potentieel gevaar voor kinderen brengt onvermijdelijk hun ouders in beroering; de inhoud van de brief was echter niet veel meer dan een beschrijving van de situatie (dreiging) en enkele maatregelen die waren afgesproken. Nadere informatie waaruit de dreiging bestond, de betekenisgeving en een handelingsperspectief ontbraken. Het leidde tot grote onrust onder de ouders. Hetzelfde fenomeen deed zich voor bij de dreiging die in 2013 uitging naar middelbare scholen en het beroepsonderwijs in Leiden. Aangezien de maatregelen (het sluiten van de scholen en extra beveiliging) niet voor alle scholen werden genomen, ontstond er onrust bij de ouders van kinderen op de onderwijsinstellingen die hierin niet betrokken waren (zie artikel over de dreiging in Leiden, Van Duin & Ponjee, 2014).

Bgame

Andersom be?nvloedde in 2011 de berichtgeving van het RIVM over de EHEC-uitbraak in Duitsland het eetpatroon van veel Nederlanders, doordat de bacterie in verband werd gebracht met rauwe groenten als komkommer, sla en taug?. De besluiten van andere landen om geen groente en fruit uit ons land te importeren bracht op zijn beurt forse schade toe aan de agrarische sector. Bij het ontstaan van de eerste onrust speelde zeer waarschijnlijk een rol dat de epidemie in Duitsland pas na enkele weken werd (h)erkend en de gevolgen daardoor dus groter waren dan nodig was geweest. De dodelijke slachtoffers en de voor lange tijd onbekende bron van de besmetting maakten dat er terughoudend werd gecommuniceerd over de relatief kleine risico?s van EHEC zelf, en juist veel over de maatregelen. De negatieve kant van de berichtgeving kreeg daarmee de overhand. Daardoor was er in een later stadium weer een nieuwe campagne nodig om het vertrouwen in de Nederlandse groenteen fruitsector te herstellen.

Een ander aspect dat voor de politie een rol speelde was hoe de dader zou reageren op de verandering in communicatiestrategie. Een eerste mogelijkheid was dat de dader door alle extra aandacht voorzichtiger zou worden en zich zou terugtrekken; daarmee zou het opsporingsonderzoek moeilijker worden. Een tweede mogelijkheid was dat de dader zich door alle extra aandacht opgejaagd zou voelen en, als een kat in het nauw, grotere risico?s zou gaan nemen.

Een doelgroep die in de afwegingen ook specifiek werd meegenomen, was de Jumbo. Voor het bedrijf speelden meerdere, soms tegenstrijdige, belangen. Bedreigingen of andere incidenten worden in de commerci?le sector vaak zo lang mogelijk stilgehouden om schade aan het imago van het bedrijf of merk te voorkomen. Door de vondst van een verdacht pakketje, een explosie en een ontruiming was die lijn inmiddels een gepasseerd station. Actieve communicatie, gericht op een zo breed mogelijk publiek, kon alsnog economische schade betekenen. Tegelijk moest de directie rekening houden met de onrust onder het personeel. Nadat was gebleken dat de bezorging van de verjaardagskaart met een explosieve stof pas enkele weken later aan het personeel bekend was gemaakt, had een vakbond al om meer openheid van zaken gevraagd (bron). Boven alles was de wens van de winkelketen dat de dreiging en incidenten zouden eindigen, liefst door aanhouding van een dader, zodat ook meer duidelijk zou worden over het motief. De gezamenlijke
doelstelling om het onderzoek te versnellen zonder daarmee extra onrust te veroorzaken en juist het vertrouwen in de betrokken partijen te behouden was daarmee de basis voor de samenwerking tussen politie en Jumbo.

Een laatste horde die genomen moest worden in de afweging van de nieuwe communicatiestrategie was de capaciteit die nodig was voor de uitvoering ervan. De aanpak vroeg om opschaling naar een ECCT (eenheidscrisiscommunicatieteam) om alle noodzakelijke onderdelen te kunnen invullen. Daarbij ging het onder meer om afstemming met de leider van de SGBO en met de leider van het TGO, het briefen en de aansturing van het team, het maken van omgevingsanalyses, het co?rdineren van alle berichten op sociale media, een webredacteur, een persvoorlichter, en tegensprekers/lezers. Het personeel dat zich hierop zou gaan richten, moest worden vrijgemaakt van andere werkzaamheden.

De voordelen van de keuze voor de actieve communicatiestrategie, en dan met name de grotere kans op nieuwe informatie voor het opsporingsonderzoek en het behouden van vertrouwen door inzicht te geven in wat tot nu toe bekend was, wogen uiteindelijk op tegen de nadelen (de mogelijke economische schade voor Jumbo, een mogelijk risicovolle reactie van de dader en de benodigde inzet van de politieorganisatie). Het sloot aan bij de opdracht van de SGBO, waarin veiligheid prioriteit kreeg boven de belangen vanuit opsporing, zoals privacy en het opbouwen van bewijslast. De voorbereidingen startten om delen van het onderzoeksdossier op de website van de politie te plaatsen. Het moment van publiekelijk openbaar maken moest nog enkele keren uitgesteld worden door incidenten die plaatsvonden en nieuwe dreigberichten die bij Jumbo en de politie binnenkwamen. Elke keer werd daarna opnieuw overleg gevoerd in de SGBO en afgestemd met het TGO of hierdoor de gekozen strategie aangepast moest worden.

Uiteindelijk kon half augustus met een uitzending van Opsporing Verzocht het publiek opnieuw betrokken worden bij het onderzoek. Vanaf dat moment waren delen van het onderzoeksdossier te vinden op de website van de politie: de beelden van de bewakingscamera, waarop de dader (vaag) te zien is bij de Jumbo aan het Overwinningsplein, het verwachte profiel van de dader, de mogelijke motieven en de kookwekkers die bij de explosieven waren gebruikt. Ook stonden op de website een infographic met een tijdlijn en enkele vragen waarmee de politie nieuwe aanknopingspunten hoopte te vinden, zoals over een geparkeerde auto en gestalde fiets. De televisie-uitzending was echter niet de enige manier waarop de politie burgers informeerde en hun
hulp inriep. Er werden ook berichten uitgedaan via Twitter, Facebook, Instagram, Burgernet, de politie-app en een YouTubekanaal. Sommige van deze media zijn specifiek voor deze casus voor het eerst ingezet. Zo ontstond het idee om in een filmpje een directe oproep te doen en werd in korte tijd met ge?mproviseerde middelen de leider van het onderzoek voor een camera geplaatst om zo de dialoog met het publiek aan te gaan.

De communicatieaanpak kreeg veel belangstelling. Binnen een dag ontving de politie al meer dan 250 tips, het tienvoudige van de reacties na de eerste uitzending in Opsporing Verzocht. Na een week hadden al meer dan 80.000 mensen het digitale dossier op de website bezocht en waren de filmpjes op YouTube 165.000 keer bekeken (Bron: politie.nl/jumbo (inmiddels niet meer online beschikbaar). Een algemene analyse van de berichten op sociale media laat zien dat in die week het aantal berichten over de bedreigingen van de Jumbo opeens steeg naar een gemiddelde van zo?n 300 berichten per dag.

Het communicatie- en het onderzoeksteam draaiden die periode op volle toeren; de gekozen lijn betekende dat alle informatie dagelijks gelezen en verwerkt werd en dat er reacties teruggeplaatst werden, zowel over het proces (waar kwamen de meeste tips op binnen) als over de inhoud (toevoegen van een nieuw motief, nieuwe vragen). Ondertussen was er ook een dagelijkse monitoring van sociale media en van het aantal klanten in de supermarkt om na te gaan of de maatschappelijke onrust zich uitbreidde of niet.

De toenemende aandacht werkte natuurlijk ook door in alertheid van het winkelend publiek en personeel, wat terecht of niet terecht weer tot meldingen van verdachte situaties leidde. Er werden in die weken in Rosmalen, Berlicum, Den Haag, Hillegom, Nijmegen en wederom bij het Euroborgstadion in Groningen supermarkten ontruimd. Ook bij deze laatste inzet was het communicatieteam van de politie alert en werd een liveblog gestart van de gebeurtenissen die gelukkig minder langdurig waren dan bij de eerdere ontruiming. Het bericht van ?loos alarm? werd als afsluiting op de liveblog direct gevolgd door een oproep om mee te blijven denken in het onderzoek.

De meest concrete aanwijzing die de politie had, de gebruikte kookwekkers, bleek ook de meest succesvolle. Gekoppeld aan andere informatie die het publiek aanleverde, kon de politie bij een volgende poging tot afpersing twee verdachten arresteren. Ook hierover is het publiek via alle ingezette kanalen ge?nformeerd, waarbij de persconferentie over de aanhouding zelfs via Periscope werd uitgezonden en vragen tijdens de live-uitzending via Twitter werden beantwoord.

Afronding
De rol van communicatie in ons leven is enorm toegenomen; ?we communiceren meer dan we eten? (Regtvoort, F. & Siepel, H., Risico- en crisiscommunicatie: succesfactor in crisissituaties, 2007, p. 16). Zowel de overheid als de media en het publiek zijn er steeds meer van doordrongen dat de rol van de overheid niet meer alleen die van nieuwsbrenger is. Beelden van incidenten kunnen via burgerjournalistiek zelfs live worden gevolgd, zoals bleek in de Periscope-uitzending tijdens de ontruiming van de Jumbo bij het Euroborgstadion in Groningen. Informatie over een dader of slachtoffer is binnen de kortste keren via Facebook of Twitter bekend. Voor de overheid ligt het accent van de crisiscommunicatie dan vooral in het bevestigen van informatie en het duiden van de crisis.

Een belangrijke les van deze casus is dat het niet bij het constateren van die veranderingen hoeft te blijven, maar dat je je ook kunt afvragen hoe die ontwikkelingen in onze manier van communiceren te benutten zijn. Wanneer er voor een opsporingsonderzoek juist behoefte is aan informatie, is het de kunst om al die kennis die in de samenleving beschikbaar is op een goede manier boven water te krijgen. Het inzetten van het publiek als laagdrempelige rechercheur ging niet zonder slag of stoot, maar bleek tijdens deze casus wel behoorlijk effectief. Een eerste bouwsteen daarvoor was het inzicht dat de keuze voor open communicatie en betrokkenheid van het publiek het belang van openbare orde (veiligheid) diende en de zo verkregen aanvullende informatie ook een bijdrage kon leveren aan het opsporingsonderzoek. Dat maakte de weg vrij om de noodzakelijke capaciteit hiervoor vrij te maken. De tweede bouwsteen werd gevormd door een kundig en gedreven communicatieteam. Een team, waarin alle denkbare scenario?s werden voorbereid, waarvan de leden bedreven waren in het verspreiden van en reageren op berichten via alle mogelijke communicatiekanalen, waarin men durfde te experimenteren en mee te bewegen met nieuwe vormen, en waarin er kritisch gekeken is naar nut en noodzaak in de itvoering van de communicatiestrategie.

Een afweging over openheid van onderzoeksdossiers zal altijd moeten blijven plaatsvinden om zo ook onze rechtsbeginselen te kunnen waarborgen. Angst voor, onbekendheid met of onervarenheid in het nieuwe, zoals veranderende doelgroepen of mogelijkheden in techniek, moeten daarin niet als slechte raadgever optreden.

Bronnen:?Lessen uit crises en mini-crises 2015

[slideshare id=76810474&doc=lessen-uit-crises-en-mini-crises-2015-170609204630&type=d]

Online onderzoek #MH17

Mh173

Foto: vadim ghirda/associated press

Het strafrechtelijk onderzoek naar de ramp met vlucht MH17 van Malaysia Airlines in Oekra?ne is, voor zover bekend, volgens het Openbaar Ministerie het grootste in zijn soort in de Nederlandse geschiedenis. Het landelijk parket van het OM is belast met het onderzoek. De Nederlandse justitie heeft het voortouw genomen in de internationale samenwerking met de landen die zijn getroffen door de vliegramp, die zich op 17 juli voltrok.

Het onderzoek naar wat er gebeurde met vlucht MH17 is niet alleen voor het Nederlandse Openbaar Ministerie een historisch onderzoek. Het is de eerste keer dat de bewijsstukken van zo’n grootschalige ramp zo snel aan het publiek gegeven werden. Naast de inlichtingendiensten van overheden publiceren ook blogs en nieuwssites onderbouwde analyses. Het onderzoek naar de waarheid is helemaal open source.

Russian Defense Ministry MH17

Foto: dmitry serebryakov/afp/getty images

Het voornaamste doel van het strafrechtelijk onderzoek is het vaststellen van de toedracht van de vliegramp en het achterhalen van de daders. Na dagen proberen kunnen dan eindelijk de onderzoekers op de rampplek in Oekra?ne aan de slag. Op internet wordt al ruim twee weken gespeurd. Niet alleen door echte experts, maar ook door amateurs, die op basis van foto?s, satellietbeelden andere bronnen de ramp constueren. En ze zijn daar al ver mee, maar of alles klopt?

Bellingcat

De nieuwe dienst van Bellingcat?(van oprichter Elliot Higgins die op Twitter het alias Brown Moses heeft) speelde hierin ook een belangrijke rol, terwijl het nog maar net een kickstarter project was. We hebben er een apart blog aan gewijd, maar hieronder kun je in twee?filmpjes zien wat Elliot Higgings met Bellingcat zoal bijdraagt:


Ook?EenVandaag?had een interessant gesprek met?hem?en docent internetjournalistiek Toine Kamphuis?(zie filmpje hieronder). sitestat Zonder toegang tot de rampplek puzzelden reporters, social media en overheden het verhaal achter vlucht MH17 van Malaysia Airlines in elkaar. Het onderzoek wordt gevoerd op social media en door de traditionele media. Grote kranten, zoals The New York Times, analyseren de crash met allerhande experts. De Verenigde Staten, Rusland en Oekra?ne schuiven bewijzen naar voren om hun aanklachten te verdedigen. Het lijkt erop alsof een ‘officieel onderzoek’ zelfs niet meer aan de orde is.

Content curatie: Storyful Open Newsroom

Naast Bellingcat was ook het initiatief van?Storyful met hun?Open Newsroom erg actief om informatie te valideren middels crowdsourcing. ?Het bedrijf uit Dublin ??overgenomen door News Corp for ?18m in December 2013?specialiseert zich in het vinden en valideren van nieuws op?social media. In april lanceerden ze een Facebook OpenNewsroom en in juni 2013 kwamen ze?op Google+. Het is een ?real-time community van?nieuws professionals? die als doel benoemen om informatie te ?ontmaskeren, fact-checken, verduidelijken en te voorzien van echte bronnen? bij grote nieuwswaardige gebeurtenissen.

Crowdsourcing van de MH17 crash

Open Newsroom bevestigde dat leden van de separatistische milities van de Donetsk Volksrepubliek ?”op zijn minst” de toegang tot raketsystemen hadden om zo’n aanval op een vliegtuig als MH17 te laten uitvoeren. “Er zijn nu vier brokstukken van informatie?- drie videofragmenten en een afbeelding – die?overtuigend genoeg?zijn om vast te stellen?dat rebellen een Buk raket?hebben gehad en?vrijwel zeker op hun eigen grondgebied “, zegt hoofdredacteur David Clinch?van?Storyful,?”Van die vier stukken hebben individuele groepen of bedrijven dit?geverifieerd rond dezelfde tijd.”

Clinch, pionier in het gebruik van sociale media voor de nieuwsgaring op CNN, is van mening dat de journalistiek – los van sommige?echt exclusieve verhalen – alleen nog?kan?werken?door een open source benadering. “Het eindproduct is beter, omdat van die [eerste] discussie in het openbaar plaatsvindt,” zegt hij.

Mark Little, voormalig RTE journalist en oprichter van Storyful, zegt: “Open Newsroom biedt een transparantie die de traditionele journalistiek ontbeerde. Elke redactionele beslissing biedt online een spoor van verificatie en discussie erover. Elk verhaal evolueert met de snelheid van feiten, niet alleen maar commentaar of speculatie. ”

Na de?crash van vlucht MH17 publiceerde Storyful een blog waarin de belangrijkste validatiestappen werden genoemd die zij ondernamen?voor de controle van social media informatie. Dit ging onder andere over het doorzoeken van Twitter-berichten vanuit?de rebellen van de Donetsk Volksrepubliek – waarvan er velen werden?verwijderd – op zoek naar aanwijzingen over?de?raketsystemen en het geotaggen van?YouTube-video’s die ogenschijnlijk het raketsysteem toonden in het oosten van Oekra?ne voorafgaand aan de crash. Ook video’s van de crash site werden gevalideerd. Het crowdsourcing proces zelf was alleen open voor Storyful leden, en zij hadden toegang tot alle ?”forensische aanwijzingen?en verificatie daarvan”, inclusief telefoonnummers en e-mails. Wil je meer weten over gratis tools voor het valideren van open source informatie? Lees dan ons blog hierover met het gratis gepubliceerde “content validation handbook”.

De man die te snel tweette

De?separatistenleider in het oosten van Oekra?ne zou je eerder in een operette verwachten. Totdat je zijn bewapening ziet.?Een boekenwurm uit Moskou, die zich Igor de Schutter noemt, daagt Nederland en de rest van de wereld tot op het bot uit en brengt zelfs zijn beschermheren in het Kremlin in de problemen. Vooral door zijn bericht op sociale media dat de pro-Russische landstorm in de buurt van Thorez ?boven onze hemel? een vrachtvliegtuig had neergehaald, een melding die hij daarna schielijk verwijderde, heeft deze Igor Strelkov (?schutter?) een verdenking op zich geladen dat zijn separatisten mogelijk het toestel uit Amsterdam bij vergissing hebben neergeschoten.

@Dnrpress tweet

Omstreeks hetzelfde tijdstip dat vlucht MH17 neerstortte, plaatste?een militair leider van de separatisten,?Igor Girkin, een triomfantelijk bericht op de Russische?social mediasite?VKontakte?dat een Oekra?ens troepentransportvliegtuig was neergehaald.

Volgens dit bericht zou dit toestel in hetzelfde luchtruim hebben gevlogen en zijn neergestort in dezelfde omgeving als het Maleisische burgervliegtuig. De separatisten ontkenden later die dag vlucht MH17 te hebben neergeschoten.

A site from a VKontakte page attributed to Igor Girkin, known as Strelkov.

In het bericht ? dat al snel werd verwijderd ? herhaalde Girkin dat er was gewaarschuwd om niet te vliegen boven het betreffende gebied.?Na de ramp verwijderde het offici?le?Twitteraccount?van de?Volksrepubliek Donetsk?twitterberichten waarop te zien was dat de rebellen beschikten over luchtdoelraketten.?Een lokale rebellenleider gaf in een interview met Reuters toe dat zij over het Buk-systeem beschikten (althans een lanceervoertuig met de raketten).

Inlichtingen

De Oekra?ense inlichtingendiensten plaatsten na de crash een getapt telefoongesprek op internet, waaruit zou blijken dat het de rebellen waren die het passagiersvliegtuig hadden neergehaald.?Later verklaarde het Oekra?ense hoofd van de contraspionagedienst over bewijzen te beschikken dat de aanslag was gepleegd met de hulp van Rusland.

Rusland van zijn kant ontkende dit echter met klem en legde de schuld bij Oekra?ne. Het Russische ministerie van Defensie gaf beelden vrij die moesten aantonen dat zich op het moment van de ramp een Oekra?ens gevechtsvliegtuig?op enkele kilometers afstand van vlucht MH17 bevond.

Kaart met namen, voorzien van?informatie uit social media

Al snel werden er vele namen gedeeld via Twitter en op Facebook. Daarna werd er vlug een mash-up gemaakt op Google maps waarin een?kaart met alle Nederlandse slachtoffers erop geplot openbaar gemaakt werd, voorzien van veel achtergronden van de slachtoffers. Allemaal grotendeels via social media achterhaald. Het is ongelooflijk hoeveel details er zo snel naar buiten kwamen en verzameld werden door vele webgebruikers.?

MHkaart?

De hele wereld onderzoekt?mee

Omdat vlucht MH17 in ongecontroleerd gebied belandde, is er spontaan een collectief onderzoek ontstaan om de waarheid te achterhalen. Iedereen helpt mee. De eerste dagen was de rampplek niet toegankelijk voor luchtvaartexperts, waarop de experts zich vanaf hun thuisbasis baseerden op foto’s en satellietbeelden. Oekra?ne lekte telefoongesprekken van telefoongesprekken tussen pro-Russische separatisten. Er ontstond een propaganda-oorlog tussen Kiev, Moskou en Washington. Terwijl voorgaande landen hun bewijzenoorlog in de pers houden, werkt het Nederlands Openbaar Ministerie bewust in alle stilte aan de schuldvraag van MH17.?

Het collectief streven naar de waarheid wordt gedreven door een gevoel van internationale verontwaardiging. Terwijl het onderzoek nog moet beginnen hebben veel mensen zich al een oordeel geveld over de zaak. De zwarte dozen worden overgebracht naar een special onderzoekscentrum in Londen. Het kan een jaar duren voor de gegevens volledig geanalyseerd zijn. Maar het verhaal dat ze vertellen, is al verteld in de media.?

Allerlei online tools worden hierbij gebruikt. Van foto’s wordt berekend waar ze genomen kunnen zijn, zelfs met tools als Suncalc die de stand van de zon op de foto meenemen, zoals van onderstaande foto:?


Op onderstaande video is te zien hoe brokstukken worden weggevoerd, materiaal dat wederom middels crowdsourcing via Bellingcat tot stand kwam:

Wereldpers op de rampplek
De wereldpers is massaal aanwezig op de rampplek in het oosten van Oekra?ne. Dat resulteert in een gedetailleerde verslaggeving van het rampgebied en met duizenden foto’s die gebruikt kunnen worden voor het onderzoek. Journalisten en fotografen waren veel sneller ter plaatse dan het internationale onderzoeksteam. Met verslagen en foto’s van de pers kunnen onderzoekers hun analyse bijschaven. Maar ook de sociaalnetwerksites kunnen ingeroepen worden om de waarheid achter MH17 te achterhalen. Kiev en Washington gebruiken tweets om te bewijzen dat de pro-Russische separtisten achter de aanval zitten.?

BtJ-AWCCYAEWInw

Lees hieronder het 35 pagina’s tellende document met social media bewijs van Bellingcat:

Bronnen: Mashable, HLN.Be, TheGuardian, TheWire, EenVandaag, Telegraaf, Graphics.wsj.com, Wikipedia

 

Bellingcat

Bellingcat_380_340

Bellingcat?is een online platform voor burger-onderzoeksjournalistiek.

Eliot Higgins, online beter bekend als Brown Moses, werd in slechts twee jaar tijd en zonder specialistische kennis vanachter zijn computer in Leicester een veel geraadpleegde wapenexpert in het Syri?-conflict. Als gevolg van?dit succes bedacht hij Bellingcat. Het is een platform voor open source-onderzoeksjournalistiek. Binnen exact vier weken?behaalde hij zijn target van 47.000 pond op Kickstarter, nadat hij eerder al via Indiegogo geld binnenhaalde voor zijn blog. Bellingcat ging direct online en werd ingezet bij de analyse van de neergehaalde vlucht MH17.

?Op internet is?een enorme hoeveelheid informatie beschikbaar?, stelt Eliot Higgins, die door donaties de komende zes maanden verder kan werken aan zijn?Bellingcat. Het idee voor het platform is een vervolg van het?werk dat hij de afgelopen twee en een half jaar al deed op zijn?Brown Moses-blog. Thuis vanachter zijn laptop. De destijds werkloze boekhouder begon op systematische wijze vrij toegankelijke informatie op sociale media te analyseren en te verifi?ren. Deze burger-onderzoeksjournalist wist onder meer aan te tonen dat het Syrische leger clusterbommen gebruikt. Hij werd expert en een bron van informatie voor het?Syri?-conflict. En iets recenter ontmaskerden ze de locatie van de video van James Foley.

Met Bellingcat wil Higgins deze vorm van onderzoeksjournalistiek een stap verder brengen en professionaliseren. ?Het is ongelofelijk hoe weinig mensen weten hoe je?open source-onderzoek uitvoert?, zei hij in een eerder?interview?met Journalism.co.uk. En dat terwijl online content steeds vaker strategisch wordt gebruikt, meent Higgins. Zo heeft hij?sterk bewijs?gevonden dat het Russische ministerie van Defensie tijdens een persconferentie loog over een online video met daarin de truck en de raket waarmee MH17 uit de lucht zou zijn geschoten. Hieronder meer daarover.

Aan de andere kant kent Higgins heel wat mensen die hetzelfde doen als hij: eenpitters die goed werk leveren. Op Bellingcat komt alles samen: tips, tools, technieken, maar ook onderzoek en verhalen. Krachten bundelen en anderen aanzetten mee te doen, dat lijkt het doel van dit initiatief. Hij heeft al heel wat mensen aan zich weten te binden die bijdragen leveren, zoals Peter Jukes, die veel schreef over het afluisterschandaal in Groot-Brittanni? en Aaron Zelin van Jihadology.net.

Wat kan online onderzoek beter doen dan een team van honderd professionele experts op locatie? In het geval van MH17 is dat volgens Higgins wel duidelijk: ?Het duurde een aantal weken voordat het team aan de slag kon. Tegen die tijd was er al veel veranderd. Wij werken met honderden filmpjes en foto?s, ook van vlak na de crash. Over het algemeen vervangt wat wij doen het werk van experts niet, maar het maakt het onderzoek wel completer.?

Higgins is heel wat van plan?met Bellingcat. E?n van die plannen betreft het helpen van burger-onderzoeksjournalisten, die heel goed zijn in wat ze doen, maar moeilijk aan werk komen. ?Vooral als je expert bent op een bepaald gebied kan het zijn dat je voor lange tijd geen klussen hebt.? Met Bellingcat wil hij hen in contact brengen met mensen voor wie ze iets kunnen betekenen. Een prachtig voorbeeld van de Long tail van experts waarover we ook in ons boek schreven. Deze online speurneuzen?vinden elkaar tijdens belangrijke momenten als deze ramp en?bundelen middels?crowdsourcing en online cocreatie elkaars krachten tot interessante vindingen.?Higgins hoopt in de toekomst samen te gaan werken met nieuwsorganisaties en technische bedrijven zodat Bellingcat ook na zes maanden in de lucht kan blijven?en initiatieven van anderen kan steunen. Hou Bellingcat dus in de gaten!

In Vrij Nederland stond een uitgebreid en persoonlijk interview met hem. Hieronder een aantal fragmenten daaruit:

“Veel vrienden heeft Higgins niet. Hij brengt zijn vrije tijd door met zijn vrouw of thuis achter de computer. In het echte leven is Higgins timide en gaat hij confrontaties uit de weg, maar online, onder de dekmantel van zijn pseudoniem Brown Moses (naar een liedje van Frank Zappa), is hij meester in de ‘nobele kunst van het internetruzi?n’.

Hij heeft nu een filmpje gevonden van een rebel die zegt door Brega te wandelen; geen Khadaffi-strijder te bekennen. Alleen naar het filmpje linken is niet voldoende. Veel van de beelden uit Libi? die dagelijks op YouTube belanden, zijn propaganda van betrokken partijen ‘ het zou overal opgenomen kunnen zijn. Higgins bekijkt het filmpje aandachtig. Een man die door verlaten straten zonder opmerkelijke gebouwen loopt. Wat wel opvalt: een flauwe bocht naar rechts en een kruising. Higgins pakt een stuk papier en tekent het stratenpatroon uit. Op Google Maps zoomt hij in op de woonwijken van Brega. Daar, raak: de kruising en de flauwe bocht. Ook de gebouwen lijken overeen te komen. Higgins’ hart gaat sneller kloppen. Hij plaatst de kaart en het filmpje bij de reacties op het Guardian liveblog.

‘Houla was een keerpunt. Vanaf toen ben ik mijn blog een stuk systematischer gaan aanpakken,’ zegt Higgins later. ‘Als ik iets leuk of interessant vind, dan raak ik geobsedeerd, zo zit ik in elkaar.’ Nu is het Syri?. Eerder probeerde hij obsessief nieuwe recepten uit, sportte hij als een gek (‘dat geloof je misschien niet als je me nu ziet’), en tijdens de zwangerschap van zijn vrouw keek hij alle films van Hitchcock.

Dat Higgins geen woord Arabisch spreekt, doet er niet toe voor het verifi?ren van YouTube-filmpjes: de beelden spreken voor zich. Met Google Earth kan hij steeds preciezer de locaties van de strijdende groepen vaststellen. Hij let ook op de wapens die Assads troepen en de rebellen gebruiken. Voorkennis heeft hij niet, maar alle informatie die hij nodig heeft, is op internet te vinden. Hij googelt zichtbare serienummers, raadpleegt het online wapennaslagwerk Jane’s en vraagt als hij er niet uitkomt hulp op Twitter. Nieuwe wapens die hij tegenkomt, documenteert hij op zijn blog, met de relevante YouTube-filmpjes eronder. Regelmatig zit Higgins urenlang aan ??n stuk door filmpjes te bekijken. ?’Ik probeerde zoveel mogelijk te doen zonder mijn vrouw al te boos te maken,’ zegt hij.

New York Times-journalist C.J. Chivers volgt Higgins’ blog op dat moment al een tijdje. Hij vraagt Higgins een bijdrage te schrijven voor het At War-blog van de krant. Higgins levert een stuk in over de Joegoslavische wapens. Enige tijd hoort hij niets terug. ‘Ik dacht dat hij het niets vond,’ zegt Higgins terugkijkend vanuit zijn nieuwe kantoor in Leicester. Dan gaat de telefoon: ‘Het lijkt erop dat je het slachtoffer van je eigen succes bent geworden,’ klinkt het aan de andere kant van de lijn. Chivers vertelt Higgins dat de New York Times onderzoek heeft gedaan naar aanleiding van Higgins’ stuk. Een team journalisten ontdekte dat de Saoedische regering de wapens kocht van Kroati?. De vracht werd Jordani? ingevlogen en bij Daara de grens over gesmokkeld in een poging de rebellen te versterken. De ontdekking haalt de voorpagina van de New York Times, met Higgins’ naam en het Brown Moses-blog als bronvermelding. Een Guardian-journalist belt Higgins op voor een interview. De week erna verschijnen vier cameraploegen van Britse en internationale media op de stoep in Leicester. ‘Plotseling realiseerden de journalisten die mijn blog al een tijd volgden dat ik niet een of andere gek in een kelder beplakt met wapenposters ben,’ zegt Higgins nu. ‘Mijn buren moeten gedacht hebben dat ik de loterij had gewonnen.’

Higgins heeft een team samengesteld van mensen die soortgelijke methoden als hijzelf gebruiken. Aymenn Jawad-Al Tamimi is een van hen. De 21-jarige student gebruikt sociale media om jihadistische groeperingen in voornamelijk Syri? en Irak te onderzoeken. Hij ontdekte als eerste drie voormalige Guant?namo Bay-gevangenen in Syri?. Twee van hen zijn inmiddels om het leven gekomen.

Onderzoeksjournalist en Pulitzerprijswinnaar Seymour Hersh publiceerde enkele dagen eerder in de London Review of Books, waarin hij?beweert dat de gifgasaanval in Ghouta geco?rdineerd werd door de Turkse regering en uitgevoerd door Syrische rebellen in de hoop een Amerikaanse interventie uit te lokken. ‘Horseshit’ noemt Higgins de beweringen. ‘Of Hersh-shit,’ voegt hij er grinnikend aan toe. ‘Hij heeft niet eens de meest basale Google-research gedaan.’

Brian Whitaker, voormalig chef Midden-Oosten bij The Guardian?zegt over Higgins’ werkwijze: ‘Veel traditionele journalistiek, zoals die van Seymour Hersh, reduceert de rol van het publiek door gebruik te maken van geheimzinnige contacten. Wat Eliot doet, is bewijs verzamelen en analyseren, om het vervolgens te publiceren zodat andere mensen het met de grond gelijk kunnen maken, als ze dat willen.

Op Twitter wordt Higgins belaagd door trolls: Assad-sympathisanten, complotdenkers of gewoon idioten. Maar het commentaar komt ook uit zwaardere hoek. Wapenexpert Theodore Postol doceert aan MIT en is voormalig wetenschappelijk adviseur van het Amerikaanse hoofd marine-operaties in het Pentagon. Hij vindt dat Higgins geen expert genoemd mag worden. ‘Hij weet niets van deze wapens af,’ zegt Postol. ‘Dat hoeft ook niet. Hij heeft ons al een waardevolle dienst bewezen door een enorme hoeveelheid bewijsmateriaal op zijn website te verzamelen, maar hij is geen analist.’ Postol denkt dat Higgins een te gekleurd beeld heeft van het conflict in Syri?. ‘Hij verandert zijn redenering steeds weer om tot een conclusie te komen waarin hij bij voorbaat al lijkt te geloven: dat de Syrische regering achter de gifgasaanval zat.’

‘Alle informatie die je nodig hebt, is openbaar beschikbaar. Mensen moeten gewoon leren wat ze ermee kunnen doen,’ zegt Higgins. ‘Ik ben er zelf blindelings doorheen gestruikeld. Het enige wat ik heb gedaan, is me steeds weer afvragen: “Wat kan ik met wat ik heb en hoe doe ik het?”‘

Onderzoek na crash vlucht MH17

De Amerikaanse inlichtingendienst?geeft toe?dat het niet bewezen is dat de?Buk SA-11 raket lanceerder?van de Russen was, ondanks dat bekend is dat Rusland de Russische rebellen?van wapens voorziet. (Hoewel een Oekra?ense?rebellenleider wel weer heeft bevestigd?dat deze rebellen?Buk raketten hebben.)

“We hebben geen?naam, weten niet welk rang hij had en we zijn nog niet eens 100% zeker van zijn nationaliteit,” zei een ambtenaar tijdens een persconferentie. “Er zal geen Perry Mason komen nu.” (Perry Mason, vernoemd naar de TV serie,?is een verwijzing naar het tevoorschijn toveren van bewijsmateriaal en het onderzoek een drastische wending geeft).

Een groep burgerjournalisten, begeleid door Eliot Higgins heeft de afgelopen dagen veel Perry Mason momenten gehad. Higgins zette zijn Twitter-volgers in en was in staat om de locatie van een Buk launcher te lokaliseren terwijl deze door de plaats Snizhne, in handen van pro-Russische ?rebellen, werd getransporteerd op basis van een YouTube video:

De volgende dag plaatste Aric Toler, een van de eerste Twitter-volgers van Higgins, tot ieders verrassing de exacte locatie van de Buk launcher in het plaatsje Torez, een andere stad in Oost-Oekra?ne. Hij gebruikte alleen open source informatie zoals de naam van een winkel in de foto en YouTube filmpjes uit het gebied. Toler en Higgins gebruikten de stand van de zon op de foto in?de tool Suncalc?om te bepalen dat de foto rond 11:40 was genomen. Higgins checkte de tool door zelf foto’s te nemen in zijn achtertuin?op verschillende tijdstippen van de dag tot hij een zelfde schaduwrichting had zoals op deze foto.?

Een andere crowdsource analyse?die Higgins samenvoegde toont bovendien dat er veel bewijs lijkt te zijn dat het voertuig terug op weg naar Rusland is via diverse Rebellensteden, en hij leek bovendien een raket te missen. De Russische overheid wuifd ede beelden weg en zei dat het ergens anders was genomen (Krasnoarmeisk, onderdeel van ?Oekra?ense?leger).

“De Russen hebben gelogen,” schrijft Higgins in zijn bericht op Bellingcat. Voor Higgins is dit werk slechts het eenvoudig verzamen van intelligence die het zoeken op de grond verder kan helpen. Journalisten gingen snel naar de plekken die Toler en Higgins hadden aangeduid en spraken ooggetuigen die bevestigden dat ze dit hadden gezien.

“Het is belangrijk dat dit werk door verschillende mensen gedaan wordt, dat ook het belang van het openbaar stellen van onderzoeksmethodieken en tools maar weer eens onderschrijft, opdat iedereen ze kan gebruiken.” ?schreef Higgins op zijn blog. “En dat is precies waar Bellingcat over gaat”.

Of luister het radio interview met Pieter van Huis.

Bronnen: Persinnovatie, Wikipedia, Bellingcat

App: STOMP

360Interactivity_MobilePageGraphic_web_v2

STOMP (iOS,?Android), ofwel Straits Times Online Mobile Print, leidt burger-journalistiek middels een aziatische website met user-generated materiaal tot grote hoogte. De app is er al sinds 2010, maar sindsdien zijn smeuige verhalen van burgers over diverse misstanden in Singapore zeer populair geworden. Strikte handhaving van de politie en strenge regels zijn niet genoeg. Burgers besluiten STOMP steeds?vaker te gebruiken om misstanden te fotograferen of filmen en STOMP slingert ze vervolgens online. Een asbak uit het raam gooien? (iets waar een hoge boete op straat) Registratie daarvan door een burger kan uitlopen over vergaande consequenties. Deze vorm van naming & shaming of is dit nu eenmaal?burgerjournalistiek? Hoe het ook zij, het platform boet voorlopig nog niet in op populariteit.

stomp

Bronnen: STOMP