SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
Engelse onderzoekers van de universiteit in Cardiff schrijven in ACM Transactions on Internet Technology (maart 2017) over hun pogingen om op basis van tweets te voorspellen wanneer en waar er rellen uitbreken. Bij veel van die rellen is achteraf vaak gemakkelijk vast te stellen wat er allemaal op sociale media over gepost is, dat is allemaal te monitoren en bij te houden. Maar een ?end-to-end integrated event detection framework? om gebeurtenissen te detecteren, liefst ?mogelijk ontwrichtende??
De wetenschappers onderzochten vooral tweets voorafgaande aan de Londense rellen van augustus 2011 en concluderen op basis daarvan dat ?our system can perform as well as terrestrial sources, and even better in some cases?. Een veelbelovende uitspraak waar we meer over willen weten.
In de afgelopen jaren is er toegenomen interesse in het detecteren van gebeurtenissen met behulp van publiek toegankelijke gegevens (open source) op het internet, zoals Twitter, Facebook en YouTube. Het publiek plaatst op deze platformen?real-time reacties op gebeurtenissen in de ?echte wereld?, waardoor ze sociale sensoren worden van echte gebeurtenissen (met onder andere?’facts &?feelings‘). Automatisch te detecteren en categoriseren gebeurtenissen, zoals?kleinschalige incidenten, is een niet-triviale taak. Maar het is van zeer grote waarde voor diensten die de openbare veiligheid moeten bewaken, zoals de lokale politie.
Om dit verder te onderzoeken gebruikten de onderzoekers van Cardiff een?eventdetectie raamwerk dat vijf hoofdcomponenten omvat: het verzamelen van gegevens, pre-processing, classificatie, online clustering en samenvatten. De integratie van classificatie en clustering zorgt ervoor dat gebeurtenissen worden gedetecteerd en verwante (kleinere) incidenten die sociale veiligheid bedreigen of kunnen sociale orde verstoren groepeert. Ze evalueerden het concept met een verscheidenheid aan functies die werden afgeleid van Twitter-berichten, namelijk tijd, ruimte, en tekstuele inhoud. ?Ze gebruikten parameters die werden opgebouwd (zgn ground truth) op basis van inlichtingen van?de London Metropolitan Police, die een lijst had met daadwerkelijke gebeurtenissen en incidenten tijdens die rellen, en laten zien dat het systeem de gebeurtenissen op social media allemaal kan vinden, in sommige gevallen zelfs beter dan wat de politie had geregistreerd.
Het idee dat sociale media, zoals Twitter, de toekomst zouden kunnen voorspellen heeft een controversi?le voorgeschiedenis. In de afgelopen jaren hebben verschillende groepen beweerd dat ze alles kunnen voorspellen, vari?rend van de uitslag van de verkiezingen tot de omzet van?nieuwe films in de bioscoop. Er is dan ook zeker wat af te dingen op deze digitale glazen bollen. Daarom is het interessant te zien hoe dit nieuwe onderzoek stand houdt.
Ook onderzoeker?Nathan Kallus van het MIT, het?Massachusetts Institute of Technology, uit Cambridge claimt dat hij een manier heeft ontwikkeld om gedrag van het publiek bij bijeenkomsten kan?voorspellen met behulp van uitingen op Twitter. Hij heeft een analyse gedaan op de staatsgreep in Egypte uit?2013 en zegt dat de burgeroorlog in verband met dit evenement duidelijk voorspelbaar was.
Het is op zich logisch dat er indicatoren te vinden zijn op social media over toekomstig voorgenomen gedrag van menigten. Mensen plaatsen vaak hun plannen vooraf om te ontmoeten en hun acties?te co?rdineren met behulp van sociale media.?Het is eerder zaak de juiste indicatoren uit het grote publieksgedrag eruit te vissen.?Kallus zegt dat dit mogelijk is door eerst de tweets te vinden over?toekomstige gebeurtenissen en deze vervolgens te vergelijken met trendanalyses die daarmee samenhangen. “Het ontstaan van menigten kun je zien aankomen door?trends in social media gegevens,” zegt hij. Recorded Future, gevestigd in Cambridge, is het bedrijf dat dergelijke gegevens voor hem beschikbaar kon stellen. Zij zoeken in 300.000 verschillende online bronnen in zeven verschillende talen over de hele wereld.?Kallus gebruikte deze gegevens om?protesten te voorspellen. “We kwamen erachter dat de massale informatie een voorspeller kan zijn voor toekomstige protesten van?menigten,” zegt hij. Kallus definieert een belangrijk protest als iets dat veel meer media aandacht genereert dan normaal. Hij analyseert vervolgens de media aandacht?om te zien wanneer de?protesten eigenlijk plaatsvinden en zoekt naar Twitter activiteiten die voorafgegaan zijn aan die protesten. Zo zoekt hij?voorspellende indicatoren, om hiermee vervolgens te zoeken naar?soortgelijke activiteiten om te bezien of er voorspellende waarde vanuit kan gaan. Op deze manier ontstaat er een lerende machine die steeds betere voorspellingen kan doen.
Toch nuanceert hij in zijn onderzoek nog weinig. Want we zijn er natuurlijk nog lang niet met goede voorspellingen. Zo is het nu wel mogelijk gebleken om Twitter activiteit te correleren aan echte protesten, maar het is ook nodig om valse positieven uit te sluiten. Er kunnen significante Twitter trends zijn die niet leiden tot protesten.?Dan is er de vraag of tweets betrouwbaar zijn. Bij grote bewegingen met (inter)nationale gevolgen zien steeds meer propaganda, geruchten en ironie?in de berichtgeving. Hoe ga je om met deze toenemende ruis en volumes? Ook de vraag of de gegevens wel representatief zijn voor de gehele bevolking blijft in zijn onderzoek onbeantwoord. Tenslotte is er nog de?aard van de voorspelling. Mooi dat je voorspellingen kan doen met terugwerkende kracht, maar hoe blijf je voorspellen in het social media landschap dat continu aan verandering onderhevig is?
Een social media meme uit de oude doos, maar eentje die net als bij Ferguson aangeeft wat de kracht is van social media: het pepperspray incident tijdens een Occupy op de Davis universiteit in Californi??.
“OMG. Heb je die agent gezien die die kinderen bij UC Davis met Pepperspray bewerkte?” De reacties op het incident uit 2011 waren heftig. Daar besproeide?een?agent heel nonchalant een groep Occupy demonstranten met Pepperspray alsof hij de plantjes water gaf. De studenten vormden een stevige ketting en weigerden na herhaalde verzoeken het terrein te verlaten. De agent in kwestie werd op non-actief gesteld in afwachting van het onderzoek.
In de tussentijd hadden hacktivisten van?Anonymous al snel de gegevens van deze agent gevonden, inclusief zijn thuisadres, mobiele telefoonnummer en zijn stevige salaris. Deze gegevens werden op Twitter en Tumblr verspreid, waarop de agent meer?dan tienduizend SMSjes en 17.000 e-mails naar zich toe geslingerd kreeg. Het werd nog controversi?ler, want hij kreeg uiteindelijk een schadevergoeding die hoger was dan de schadevergoeding voor de studenten. Een rechter oordeelde nog tevergeefs dat de namen van de andere betrokken agenten niet gepubliceerd mochten worden. Met al deze media aandacht ging deze meme natuurlijk echt helemaal los. Iets wat je aandacht geeft groeit, zelfs?prikkelend?als het over?pepperspray gaat. We zullen de grappen die te ver gingen weglaten, maar er werd op allerlei manieren werk van gemaakt. Zo werden er valse Twitteraccounts aangemaakt, liedjes geproduceerd, er waren mensen?die de politie kansloos verdedigden door te stellen dat peper een onschuldig natuurproduct was (wat in zichzelf weer een meme werd), men gaf grappige reviews op pepperspray producten, en ga zo maar door.?
Onderstaande video gaf de aanleiding:
Maar social media zou social media niet zijn als daar niet meteen een grappige meme uit zou ontstaan waarin de reacties en idee?n erover in diverse richtingen?gekanaliseerd worden. En dat is heel normaal, want dat gebeurde bijvoorbeeld eerder ook al met de heftige rellen in Londen, getuige de foto’s hieronder:
Geen enkele ramp , oorlog of incident lijkt te gek om grappen over te maken. Denk aan de vele YouTube filmpjes over Hitler, waar onderstaande parodie juist weer op in gaat. Het Droste effect in de social media echoput lijkt hiermee?compleet, maar de meme wordt nog vaak opgegraven, zoals bijvoorbeeld tijdens Project X Haren.
Maar natuurlijk ook weer over het Pepperspray incident bij UC Davis:
Onlangs nog vond?GeenStijl?het nodig om burgemeester Van Aartsen op de onthoofdingsvideo te photshoppen.?De creatieve uitspattingen?leveren soms echt zieke platen op, maar soms is het een goede manier om heftige zaken ook iets luchtiger te maken. Zoals in het geval van het pepperspray incident dat, als je de video bekijkt, een absurde manier lijkt om een protestactie te be?indigen. Toch hebben we onlangs wederom een bijzondere manier van optreden gezien in Ferguson waarover ook diverse Memes de ronde deden.
Korte tijd na het pepperspray incident rechtvaardigde?de politiechef van UC Davis de actie door te stellen dat pepperspray werd gebruikt omdat de studenten een cirkel vormden waar de agenten niet uit konden ontsnappen. De video’s lieten een andere situatie zien en de politie was duidelijk nog niet gewend wat de invloed was van moderne media. Het was bovendien in de piek van de Occupy protesten die veel media aandacht kregen. Na een grondig onderzoek naar het incident stapte ook deze politiechef op en de agent in kwestie werkt er ook niet meer.
Hieronder wat voorbeelden van de platen die de ronde deden.?Voor wie nog veel meer van deze foto’s wil zien: Tumblr?of?KnowYourMeme
Zelfredzaamheid is een begrip dat in veel beleidsdocumenten terug komt maar niet vaak een concrete uitwerking krijgt. Logisch, omdat de gewenste, uit zelfredzaamheid voortkomende activiteiten tijdens een overstroming per definitie flexibel en afhankelijk van de situatie zijn. Bovendien is het moeilijk om samen te werken met een niet of nauwelijks georganiseerde ?tegenspeler? (de burger). Maatregelen die de zelfredzaamheid proberen te vergroten blijven dan ook vaak hangen in goede intenties en ?symptoombeleid?.
Zelfredzaamheid en samenlevingen in het algemeen zijn geen statische objecten. Door constante dialoog en innovatie zijn ook de gemeenschappen die beschermd moeten worden tegen overstromingen en die ‘hun zelfredzaamheid moeten vergroten’ altijd in beweging. Een van de opvallendste veranderingen van de laatste tijd heeft te maken met de manier waarop we met elkaar communiceren. Online sociale media platforms zoals FaceBook, YouTube en Twitter zijn een integraal onderdeel geworden van ons sociale leven en van hoe we tegenwoordig met elkaar omgaan. Deze nieuwe manieren van communiceren introduceren een nieuwe standaard in omgangsvormen. Omgangsvormen in een samenleving refereren direct aan de essenti?le kenmerken van zelfredzaamheid, de introductie van online sociale media zou langs die weg weleens de essentie van onze zelfredzaamheid kunnen veranderen. Zelfredzaamheid zou met behulp van deze nieuwe ontwikkelingen zelfs beter bestuurbaar kunnen blijken dan een aantal jaren terug. Uitgangspunt in dit rapport is dan ook dat ?het publiek? niet hulpeloos is en er een inherente veerkracht in een samenleving zit die met de juiste maatregelen benut en verstrekt kan worden ten behoeve van de crisisbeheersing. Zou met de juiste inzet van sociale media het voorheen hulpeloze slachtoffer van tegenspeler een medestander kunnen worden?
In?het project ?Sociale Netwerken onder druk? is de reikwijdte van dit effect onderzocht tegen de achtergrond van de overstromingen in Queensland begin 2011, waar sociale media een belangrijke rol speelden in de response en recovery. Met behulp van voorbeelden van andere crises in binnen en buitenland hebben we in deze rapportage de resultaten van dit onderzoek willen verifieren en de betekenis ervan voor het Nederlandse beleid willen duiden. Als maatregel in de rampbeheersing zijn zelfredzaamheid en samenredzaamheid vaak gelinkt aan risicoperceptie, die bij weinig frequente rampen laag is. Als eigenschap van een gemeenschap worden ze echter gebouwd uit elementen die altijd in meer of mindere mate aanwezig zijn. Als zelfredzaamheid op de juiste manier gebruikt en gefaciliteerd wordt kan er te allen tijde, dus ook tijdens een crisis, een beroep op gedaan worden. Om zelfredzaamheid grijpbaar te maken hebben we de vier kwadranten van het model voor community resileince van Norris (2007) gebruikt. Dit model deelt Community Resilience (gezamenlijke zelfredzaamheid) onder in vier karakteristieken. Vrij vertaald bouwen zij zelfredzaamheid op uit: Informatie en Communicatie, Maatschappelijk Kapitaal, Collectieve Competentie en Sociale Gelijkheid.?
10000 eyes was in 2011 een ludieke campagne dat begon als een project in de wijk Delfshaven in Rotterdam om de veiligheid en sociale cohesie?te vergroten. Doel was bewoners bewuster te maken van acties die ze kunnen ondernemen om hun buurt veiliger te maken. Het verhogen van meldingsbereidheid en het activeren van burgers waren achterliggende doelstellingen. Buurtbewoners zijn de wijk in getrokken en hebben ’s nachts honderden ogen aangebracht d.m.v. graffiti en stickers:
10.000 eyes vergroot de veiligheid in Delfshaven. Door de hele wijk zijn 10.000 ogen aangebracht op trottoirs, trams, metrohaltes en gebouwen die figuurlijk waken over de veiligheid van buurtbewoners en ondernemers. De komende maanden gaan verschillende instanties ook letterlijk aan de slag.?In het winkelgebied in de deelgemeente Delfshaven wonen zo?n 5.000 mensen (10.000 ogen) met verschillende achtergronden. Het winkelgebied, met winkellinten op de Schiedamseweg, Grote Visserijstraat, Franselaan, Vierambachtsstraat, Nieuwe Binnenweg (westkant), Mathenesserstraat, Mathenesserplein en 2e Middellandstraat, heeft zoals overal in stedelijk gebied, regelmatig te maken met een divers palet aan problemen. Van loszittende straattegels tot winkeldiefstal en overvallen.
Project
Het project, dat tot en met december duurt, heeft tot doel om mensen alerter te laten zijn op de veiligheid in hun eigen buurt. Door vaker en eerder ongewone situaties te melden aan politie en gemeente. Het project wordt gerealiseerd door gemeentelijke instanties, winkeliers Rotterdamse sponsoren en de politie.?Initiatiefnemer Jan van de Werken, inspecteur van politie: ?Delfshaven is een prachtige wijk met veel leven in de brouwerij. Het is daarmee ook een wijk waar de politie haar handen aan vol heeft. Ook bewoners en ondernemers moeten meer in beweging komen. Samen kunnen we echt een vuist maken en zorgen dat het een veilig najaar wordt.?
10.000 Eyes: De aanpak
Het project 10.000 eyes is samen met partners en winkeliersverenigingen ontwikkeld. Naast sociale buurtactiviteiten met bewoners worden komende maanden ook voorlichtingsactiviteiten over fysieke en sociale veiligheid op straat en in winkels georganiseerd. Alle activiteiten hebben de gezamenlijke noemer: ?samen voor een veilige buurt?.?De sociale buurtactiviteiten stimuleren bewoners en winkeliers om zich actief in te zetten. Zo wordt in september een straatdiner georganiseerd op de drie grote pleinen van de buurt: Safe Dinner. In oktober staat het dansevenement Safe Dance op de agenda en in november het culturele evenement Safe Art waarin de grote diversiteit van Delfshaven zichtbaar zal worden.?In Safe Shops kunnen winkeliers informatie en ondersteuning krijgen om hun eigen winkel veiliger te maken. Bewoners en winkeliers uit het winkelgebied van Delfshaven kunnen zich hier inschrijven voor de verschillende activiteiten.
10.000 Eyes is officieel van start gegaan met een persconferentie in het Europoint gebouw:
Voor het project 10000 EYES maakte The Urban Family samen met Reel Events en Studio Tony de CD 10000eyes.nl. 10.000 EYES is een project dat de veiligheid en sociale cohesie van het winkelgebied Het Potlood in Rotterdam Delfshaven wil verbeteren. Met deze CD proberen we aandacht te krijgen voor dit project. Op de CD vindt u drie nummers die speciaal voor dit project zijn geschreven en gearrangeerd. De cd is op 13 december gelanceerd tijdens de presentatie van de derde fase van The Urban Family.
In de Rotterdamse wijk Delfshaven werd 26 oktober door honderden deelnemers gedanst voor een veilige buurt. De Safe Dance werd georganiseerd in het kader van het 10000 eyes project om de sociale cohesie en de veiligheid in de buurt te vergroten.
Ronald Jas, lid van de Communicatiewinkel, was als communicatieadviseur intensief betrokken bij dit omvangrijke project. Zijn rol was het bedenken en uitvoeren van de communicatieconcepten (o.a. de website), het assisteren bij ontwikkelingen, adviseren over lijncommunicatie en projectcommunicatie. Het project wordt in januari ge?valueerd en afgerond. De politie Rijnmond zint op een vervolg in voertuigcriminaliteit: zoals diefstal en opzettelijke beschadiging van (brom)fietsen, scooters en auto?s en verwijdering van nummerplaten.
Oproep op Linkedin
Jan?is recherchechef van de Rotterdamse politie en initiatiefnemer van het project 10.000 eyes.?Het startte in mei 2011 met een vraag op Linkedin: hoe kan de veiligheid in Rotterdam-Delfshaven worden verbeterd? ?Dit leverde allerlei idee?n op, maar het zorgde vooral voor deelnemerschap van ondernemers, particulieren, studenten en organisaties. Hierdoor ontstond een project met gezamenlijke intenties. Via de Linkedin oproep is contact ontstaan tussen Ronald Jas, vormgevingsbureau De Ruimte uit Utrecht en Golfstromen Amsterdam, een bureau voor Ruimtelijke projecten. Na een brainstorm is een conceptplan opgesteld met een communicatieparagraaf waarvan de kern was: het ontwikkelen van een duidelijk en internationaal begrijpelijk signaal in alle straten en alle gebouwen in een woon/winkelbuurt in Delfshaven. Het werden twee ogen, die in allerlei vormen konden worden aangebracht: 10.000 eyes letten op elkaar en elkaars bezittingen. Verborgen boodschap aan overvallers: dit najaar even niet hier!
Ze doken deze zomer op rond pleinen, straathoeken en parken: de met graffiti bespoten auto?s, voorzien van nummerborden waar AFBLIJVEN op staat. De voertuigen staan er om aandacht te vragen voor autocriminaliteit: vernieling, inbraak, diefstal. Eerder verschenen al twee priemende oogbollen op een van de Marconitorens in Rotterdam-West. Jan van de Werken wil met het project ?samen met mensen uit de wijk, verschillende vormen van criminaliteit aanpakken. Niet met saaie voorlichtingen en soort van hippe campagnes, maar op een manier die aanspreekt en effect heeft.? Jan van de Werken is enthousiast over het project, maar tegengeluiden zijn er ook. Wat is het effect? Wordt de sociale cohesie versterkt of wakkert een ?ludiek project? als dit juist een gevoel van onbehagen aan, met slechts wantrouwen en uitsluiting als gevolg?
Communicatiekanalen
Er is gecommuniceerd via de formele kanalen (politie, Deelgemeente Delfshaven, lokale kranten en websites), maar ook via twitter en andere social media. Vele sponsors en vrijwillige bijdragen leidden tot tal van gerelateerde buurtactiviteiten, waaronder een mysterie shopper (een ingehuurd bureau dat met toestemming van politie goederen wegnam uit winkels en deze later in informatiebijeenkomsten weer retourneerde), Diender aan de kassa (selectieve hulp bij overvalpreventie aan winkeliers), Kunst op straat (kunstenaars helpen schoolkinderen met een ?Samen voor een veilige buurt?-kunstwerk en een Flash mob (dansen voor een veilige buurt)). Bewoners en winkeliers uit het winkelgebied van Delfshaven konden zich voor de verschillende activiteiten inschrijven via de website www.10000eyes.nl.
Op 5 januari 2011 leidde een zeer grote brand bij een chemisch bedrijf in Moerdijk tot een grootschalige inzet van allerlei crisisbestrijders. De brand trok meteen de aandacht van een groot publiek vanwege de enorme rookontwikkeling. De wind zorgde ervoor dat de gevolgen van deze brand zich niet tot de feitelijke locatie beperkte. De co?rdinatie tussen de bestuurlijke en technisch leidinggevenden vereiste daarom regionale afstemming en dus werd het een GRIP4-crisis. De sirenes werden ingeschakeld om inwoners het basis-alarmsignaal te geven: ?ga naar binnen, houd ramen en deuren gesloten, schakel ventilatie uit en luister naar de regionale zender?. Tijdens de ontwikkeling van deze grote brand bleek dat de overheid er daarmee nog niet is. De sirenes geven slechts een eerste waarschuwing af: er is iets ernstigs aan de hand. Meteen daarna vragen de inwoners zich af wat er dan aan de hand is. Meer informatie is wenselijk of zelfs noodzakelijk.
Minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie vindt dat de chemiebrand in Moerdijk een ramp kan worden genoemd, en zei maar weinig branden te kennen met zo?n impact. Op zich had de brand qua directe slachtoffers geen enorme impact, er zijn zelfs geen gewonden gevallen, maar? het aantal mensen dat te maken had met de ramp en betrokken was (alleen al via de media) was enorm.
Twee reconstructies:
Knelpunten en dilemma?s in crisiscommunicatie bij Moerdijk:
Bij de brand in het bedrijf Chemie Pack in Moerdijk ging er van alles mis, niet in de laatste plaats bij de informatievoorziening door de overheid. Er zat discrepantie in de moderne veiligheidsnormen versus de ?historische omgeving.
Knelpunt bij het vormgeven van Externe Veiligheid (EV) – beleid is dat je de historie van een stad niet kunt? uitvlakken.”We ervaren de oude stadsdelen veelal als gezellig enleuk, terwijl je juist hier met de huidige normen vanuit veiligheidsoverwegingen nooit zo zou mogen bouwen. Neem mijn? gemeente. Dordrecht heeft te maken met een groot aantal treinen met gevaarlijke stoffen die door dicht bevolkt gebied rijden. Daarnaast is er langs onze historische binnenstad een snelweg over het water met schepen volgeladen met gevaarlijke stoffen. Dit vraagt om een speciale benadering, want je wil zowel de stad als zijn inwoners bescherming bieden. En je wilt de stad toch ook perspectief op ontwikkeling bieden, maar tegelijkertijd een voldoende niveau van veiligheid kunnen handhaven.” Met deze patstelling moet een bestuurder dus zien te handelen.
Risiconiveau is moeilijk te bepalen, niet hard en context afhankelijk
Vanuit de specialisten klinkt meermalen de vraag wat een acceptabel veiligheidsniveau is. Is ??n trein met gevaarlijke stoffen die in de nacht door de stad rijdt al te veel? “Voor mij als wethouder is dat geen reden om een project af te wijzen”, aldus Bas Wienbelt. “E?n trein is geen belemmering.” Maar hoeveel dan wel? Al gauw blijkt dat het geen uitgemaakte zaak is wanneer we iets niet meer acceptabel vinden. Er is niet een maat.wordt. Gaandeweg een project gaat het economisch aspect steeds zwaarder wegen. Gevolg is dat hogere risico’s, ook door de samenleving, acceptabel worden gevonden. Neem een bestaand gebouw dat wordt gerenoveerd. Binnen het College van B&W kan op basis van dezelfde risicoanalyse een nieuw gebouw worden afgewezen en het te renoveren gebouw groen licht krijgen Kortom, er is eenvoudigweg niet ??n maat voor externe veiligheid: een bestuurder moet ook andere aspecten meenemen in de besluitvorming en is daarom voorzichtig met het formuleren van harde grenzen. Er zijn maatstaven voor dodelijke slachtoffers, namelijk het plaatsgebonden risico (hard) en het groepsrisico (zacht), maar nog niet voor gewonden die gered moeten worden door de hulpverleningsdiensten. Hoeveel gewonden mogen er vallen en wat mag de ernst zijn, ook op de lange termijn (denk aan chronische ziekte)?
Welke maatregelen zijn noodzakelijk, en wat is het effect daarvan?
Daarnaast is niet duidelijk wanneer welke maatregelen absoluut noodzakelijk zijn. Hetzelfde geldt voor aanvullend te treffen maatregelen, laat staan wat het effect daarvan is op de reductie van dodelijke slachtoffers en gewonden
Vrijblijvend of dwingend advies van de brandweer?
Een bestuurder zou een advies van de brandweer niet moeten kunnen negeren.”Als er een negatief advies ligt, dan moet het plan veranderd.” Zijn uitspraak leidde onder de specialisten tot veel discussie: een brandweer kan niet negatief adviseren, was de stelling vanuit de brandweerhoek. De praktijk blijkt echter anders te werken. Een brandweeradvies heeft een belangrijke invloed op de besluitvorming en kan niet als ??n van de vele aspecten worden meegewogen: het is een go-or-no-go. Een bestuurder moet dus kunnen uitgaan een gefundeerd brandweeradvies om fiat aan een bedrijfsontwikkeling of andere plannen te kunnen geven.
Voorbereiding, open dialoog en cocreatie
Belangrijk is dat een bestuurder in een vroeg stadium duidelijkheid wordt verschaft. Hans Spigt: “Maak het proces inzichtelijk en vraag betrokken partijen naar verwachtingen en wensen. Geef inzicht in de feiten, in mogelijke alternatieve locaties, in mogelijke maatregelen, in de consequenties van bepaalde keuzes en dit alles nog zonder oordeel. Leg dat voor aan bestuurders. Het is ook belangrijk is dat een EV-visie wordt vastgesteld door het gehele college?.
Meer betrokkenheid van Gemeente vanaf het begin
Wellicht kunnen gemeenten kunnen ook meer grip op dit dossier krijgen door aan risicobedrijven alleen grond in erfpacht uit te geven. Zo houdt de gemeente meer slagkracht om ontwikkelingen? aan te sturen.
Nieuwe media en nieuw gedrag van burgers
Dick Ahles: ? Het kan aan mij liggen maar de bedenkers van scenario’s lijken weinig gevoel te hebben over hoe consumenten anno 2011 bij dreigingen gaan reageren met een smart-phone op zak, een iPad op de salon-tafel, een laptop met een open verbinding met internet en een TV in de hoek aan. We wisten bij andere rampen al dat het (mobile) telefoonnet overbelast raakt, en wat zeker is, is dat met de komst van mobiele telefoons, SMS, Twitter en breedband Internet alle oude senario’s over het consumentengedrag de prullebak in kunnen.
Nieuw is dat door de snelheid van berichten via sociale media er heel snel heel veel mensen gealarmeerd zijn. Ook zij willen graag weten wat er aan de hand is, maar in veel gevallen is dat puur uit nieuwsgierigheid (nice to know informatie). Het probleem is dat er in dat geval een stormloop op de online informatie ontstaat. Zodra de plaats of de regio bekend is, weet iedereen heel snel de website van de gemeente of van de regionale zender te vinden. Met als gevolg: te weinig server-capaciteit om die vraag aan te kunnen. De sites kunnen het niet aan. Voor normale gemeentelijke websites is dat begrijpelijk. Daarom is er de speciale site crisis.nl om een extreme vraag op te vangen. Deze website is ontwikkeld in opdracht van het Nationaal CrisisCentrum (NCC) en wordt alleen ingezet bij crisissituaties. De afzender van de website verschilt per crisis. De afzender is te herkennen aan het logo op de homepage. Maar ook daar bleek op 5 januari de vraag groter dan de technische mogelijkheden. De website van de gemeente Moerdijk en Crisis.nl konden het niet aan. Uit nader onderzoek is wel gebleken dat bij de laatste de techniek niet functioneerde, maar toch? En ook RTV Rijnmond moest zich beperken tot ??n enkele pagina met de belangrijkste informatie. Omroep Brabant redde het wel, maar de informatie die men van de overheid kreeg was in de ogen van de hoofdredacteur erg weinig om aan de rol van rampenzender goed invulling te kunnen geven: d.w.z. passend bij de informatiebehoefte.
Twitter lawine onder burgers (#Moerdijk)
Bijna vijf dagen na de brand hebben we nog steeds een twitter lawine over #Moerdijk. Tijdens, maar ook daarna gaat de?meme “grote vuurbal jonguh” ?’als een lopend vuurtje’ rond:
En toch weten de rampen-co?rdinatoren, burgemeesters en ministers niet hoe adequaat te reageren op alle berichtgeving op Twitter, terwijl wat men moet doen en welke informatie moet worden (vrij)gegeven gewoon is af te lezen van de twitter feeds. En het probleem in het internet-tijdperk is niet alleen: op welke manier bereik ik het publiek het meest effectief, maar vooral ook dat men niet kan doorgaan op ouderwetse wijze ALLE bij hen beschikbare informatie eerst te bespreken, te beoordelen, te filteren, en te voorzien van betuttelende prietpraat en dan via klassieke persconferenties voor journalisten aan de burgers te vertellen dat ze zich niet ongerust hoeven te maken. Het is vooral het volstrekte gebrek aan openheid die zo dodelijk is voor de geloofwaardigheid van de overheid in dit soort gevallen. Zij kunnen en willen in dit soort situaties de bevolking kennelijk alleen op de toon van onwetenden toespreken.
Het ging zo snel dat meestal de individuele tweets niet meer waren te lezen. Opvallend was het dat alle (mis)informatie, inclusief foto’s en videofilmpjes, feitelijk via Twitter liep en niet via de omroepen en de speciaal voor deze situaties in het leven geroepen website. Die Twitter stroom ontgaat kennelijk de verantwoordelijke rampenbestrijders: er was uren geen enkele offici?le reactie op het internet.
Traditionele media gebruikt Twitter als bron bij gebrek aan beter
Opvallend was dat de traditionele media Twitter in eerste instantie gebruikte als hun primaire bron over het melden van acties (sirenes die zouden afgaan, ramen sluiten, radio luisteren) en informatie over wat er aan het branden was (giftig en irriterende stoffen), hoe giftig zijn de rookwolken? Is de brand onder controle of breidt het uit? Hoe ver gaat de (giftige?) wolk over de Randstad? Van de overheid geen informatie, geen mededelingen, geen ontkenning, domweg NIETS. De commerciele zender RTL Nieuws was zelfs eerder was dan de NOS.
Informatie over situatie en van overheid komt via burgers op het net
Met name Twitter overstelpte iedereen met berichtgeving vanuit de ‘bedreigde’ gebieden (met name Dordrecht): sirenes, mededelingen dat we naar omroep Brabant, later ook Rijnmond moesten luisteren, dat het een ramp met de hoogste fase (vier) was geworden, Wie waren die mensen in dat landelijke co?rdinatie centrum, wat doen ze, hoe beoordelen ze de situatie, wat zijn ze aan het voorbereiden. Toen eindelijk -een dag later- er een persconferentie werd gegeven (let wel heel klassiek, feitelijk voor de elite van opgeleide journalisten die voor de gevestigde media werken, het idee dat gewone burgers misschien zelf hun vragen hebben komt nog niet bij ze op).
Bij gebrek aan informatie gaan ook klassieke media steeds meer hun eigen gang. Die roepen deskundigen naar de studio en vragen of die misschien weten wat er aan de hand is. Van Duin wijst op een voorval dat veel kwaad heeft gedaan: ?Tot overmaat van ramp was bij een persconferentie over de meetresultaten van het RIVM niet gesproken over de verhoging van lood in een bepaald gebied. Wat denk je dat de kijkers denken als een toxicoloog later op de dag op televisie gaat zeggen dat ergens verderop in het rapport die gegevens stonden??
Geen transparantie van overheid in communicatie
Minister van Veiligheid Ivo Opstelten (VVD) vindt dat ?totale transparantie? rond de brand in Moerdijk vereist is. ?De onderste steen moet boven? zei hij in het Kamerdebat over de?brand bij chemiebedrijf Chemie-Pack in Moerdijk. De Tweede Kamer was?bezorgd over de gezondheid van hulpverleners, werknemers en omwonenden na de brand bij Chemie-Pack. Opstelten liet weten dat hij alles doet om de ongerustheid onder de bevolking weg te nemen. Hij gaf toe dat daar tot nu toe fouten in zijn gemaakt.
Menno van Duin is lector aan de Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV) en de Politieacademie. Hij is het met Siepel eens dat bestuurders zo open mogelijk naar het publiek moeten zijn. ?Hoe lastig dat ook kan zijn. Aan de ene kant vertrouwen uitstralen en ook nog in alle eerlijkheid zeggen: ?Wij weten ook nog niet alles?.?
Van Duin vindt de vergelijking die wordt gemaakt tussen het optreden van burgemeester Van der Laan van Amsterdam in de zaak van het Hofnarretje en het gedrag van de autoriteiten bij de Moerdijk-ramp, niet opgaan. ?Van der Laan krijgt terecht veel lof. Er is meteen open en direct gecommuniceerd naar de ouders van de mogelijke slachtoffertjes van het misbruik. Dat is ook gedaan richting pers. Bij crises als Moerdijk, Enschede of Volendam, ligt het toch anders. De overheid is daar veel meer partij in en draagt een veel grotere verantwoordelijkheid dan bij het seksschandaal in Amsterdam.?
Spagaat
De overheid schiet in de bekende kramp. Misschien is ?spagaat? een beter beeld. Er wordt aan de offici?le media beperkte informatie gegeven, want men realiseert zich dat je daar later op afgerekend kan worden.?
Volgen van media moet veel intensiever
Net als Siepel vindt Van Duin dat er ook een andere les uit ?Moerdijk? getrokken kan worden. Het volgen van media moet veel intensiever. ?Daar is nog onvoldoende aandacht voor? weet hij, ?Het kan bijvoorbeeld gaan om het reageren op een uitzending van SBS. Die zender kwam met het – niet kloppende – bericht dat de evacuatie van Zwijndrecht was begonnen. Daar moet je meteen op anticiperen. Dat gaat ook op voor hardnekkige lariekoek die op internet wordt gespuid. Dat kan veel onterechte angst wegnemen.?
Geen aanwezigheid en reactie van overheden op nieuwe media
Wat we leren van die woensdagmiddag en avond is, dat de overheid best in staat is met kundige mensen rampen te bestrijden, maar dat de verantwoordelijke bestuurders geen tot weinig notie hebben van wat er buiten hun crisis-centrum zich afspeelt. Men denkt kennelijk dat de betrokken burgers rustig met hun ramen dicht rond de radio, luisterend naar Omroep Brabant, geduldig zal wachten op offici?le mededelingen.Zo kopte de Trouw op 12 januari 2011: ?Overheid zweeg op Twitter?
Suggestie (crisiswerkplaats): Juist voor korte tussentijdse berichten is dat een zeer geschikt communicatiekanaal, waarmee snel veel mensen bereikt kunnen worden. Geef daar korte informatie en verwijs vooral niet met een link door naar de eigen site. En geef ook een signaal als er nog geen nieuws te melden is (procesinformatie: ?als je niks weet, zeg dan gewoon dat je niks weet?). Een goed voorbeeld van hoe een gemeente op Twitter actief wordt is volgens Dutchcowboys de gemeente Zwijndrecht http://www.dutchcowboys.nl/socialmedia/21385
Informatie vestrekking was te langzaam en via vele schijven
Als het RIVM de lucht vervuiling meet, kunnen die gegevens misschien vrij snel on-line staan. Waarom moeten burgers daar op wachten, waarom moeten redacties met de wet openbaarheid schermen in plaats van zelf met die gegevens komen.
Burgers en experts zijn het oneens met besluitvorming of verbazen zich erover
Over de openbaarheid van de gevaarlijke stoffen: ? …het openbaar ministerie is ogenblikkelijk een strafrechtelijk onderzoek begonnen naar de oorzaak van de brand. De lijst met stoffen was daarbij een belangrijk document en is in beslag genomen door het OM. Dat is ook de reden waarom de lijst in eerste instantie niet is vrijgegeven buiten de kring van bij deze brand betrokken instanties.” Zou de opsteller van deze proza zich eigenlijk wel realiseren wat voor boodschap hij hiermee aan de burgers van dit land geeft: strafvervolging gaat voor voorlichting aan de burgers. Ook in het verslag ? wijsheid van de massa? – 10 dagen na Moerdijk? van crisiswerkplaats.nl somt een aantal verbazingen op:
Dat er tijdens een crisis fouten gemaakt kunnen worden zal niemand ontkennen, maar soms leek het erop dat de deskundigen beslissingen namen en berichten de wereld instuurden die geheel in strijd leken te zijn met de werkelijkheid die iedereen kon waarnemen. En die verbazing is in deze bundeling artikelen bijeen gebracht.
Imago schade
Wantrouwen
Al snel wordt vermoed dat de bestuurders eventuele fouten of vervelende resultaten van onderzoek af willen dekken. Op twitter werd bijvoorbeeld snel de naam van de burgemeester verhaspeld tot Deny (het Engelse ontkennen), met reacties als ?De burgemeester zegt: ga maar lekker slapen, jaja?
?Busje is symbool voor alles wat misging?
Opstelten betreurt het beeld dat ontstond toen hij samen met minister van Volksgezondheid Edith Schippers (VVD) maandag een bezoek bracht aan het gebied. Hierbij bleven zij ze in het busje zitten. Opstelten: ?De bedoelingen waren goed: we wilden onze betrokkenheid tonen, maar toen ik de beelden zag, was ik niet blij.?. Het busje staat symbool voor alles wat mis is gegaan bij de communicatie. Alle partijen hebben kritiek op Opstelten en Schippers, zelfs de eigen partijen.?
Ramp of niet?
Het publiek viel over het woord ?ramp? dat door Opstelten zelf werd gebruikt, want ?er was toch niets aan de hand??
Rampinflatie
Communicatiedeskundige Menno van Duin ziet de aandacht voor ?calamiteiten? groeien. De brand in Volendam was alleen al in de eerste maand dertien keer onderwerp van aandacht, waarvan zeven maal hoofdonderwerp.? Dat aantal is na een krappe 2 weken bij ?Moerdijk? nu al gehaald. Van Duin: ?Het begrip ramp werd in 1977 niet gebezigd. Er is, wat mij betreft sprake van ?rampinflatie?. Gebeurtenissen die vroeger weinig tot nauwelijks aandacht kregen, krijgen nu om uiteenlopende redenen veel meer aandacht en worden ook vaker en sneller als ramp betiteld.? De media zwepen elkaar op en daarmee neemt ook de druk op bestuurders toe. ?Zeker omdat internet en de sociale media een snel groeiende rol gaan spelen. Iedereen is een medium geworden.?
Twitter kan gevaarlijk zijn bij een ramp als Moerdijk
In het regionale dagblad?BN/DeStem stond van de week een bericht (met een Poll) over de uitspraak van Nico?van?Mourik?van?de?Veiligheidsregio?Midden- en?West-Brabant. Over Twitter zegt hij letterlijk: “140 tekens kunnen een boel kapot maken.” Dus: verbieden maar als onze overheids rampenbestrijders dat nodig vinden? Want BN/DeStem meldt verder “Ongefundeerde mededelingen van omwonenden of toeschouwers zouden de offici?le informatievoorziening tijdens een ramp kunnen verstoren. Van Mourik deed zijn uitspraken, die geen kritiek mochten heten, woensdagavond (16/3/2011 DA) tijdens een bijeenkomst in het stadhuis van Bergen op Zoom. Gemeenteraadsleden stelden hem daar vragen over de communicatie bij incidenten als de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk.” De krant meldt verder nog dat Van Mourik zelf actief is op?Twitter”
Rapportage bevindingen vragenlijstonderzoek:?Hoe hoorde u van de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk?
Op woensdag 5 januari 2011 werden diverse communicatiemiddelen ingezet om de bevolking te alarmeren en informeren over de brand die was uitgebroken bij het bedrijf Chemie-Pack in Moerdijk. De waarschuwingen op 5 januari en de dag erna richtten zich op mogelijke directe gevaren als gevolg van inademing van de rook. Daarom werd advies afgegeven ramen en deuren te sluiten. Om dit advies kenbaar te maken zijn verschillende middelen ingezet, waaronder de sirene, geluidswagens, sms-alert, de rampenzender, radio, televisie en internet. Daarnaast informeren mensen elkaar en zijn er mensen die zelf de rook waarnemen en zo op de hoogte komen van de gebeurtenis.
Naar aanleiding van de brand heeft de TU Delft een vragenlijst opgesteld om inzicht te krijgen in de vraag: Via welke kanalen heeft de bevolking voor het eerst gehoord van de brand en is er verschil tussen alarmeren en informeren?
De 462 bruikbare reacties zijn ingedeeld op basis van de locatie waar de respondent zich bevond toen de brand ontstond. Deze locatie is bepalend voor het doel van de waarschuwing en informatie over de brand. De resultaten laten zien dat in het als eerst te alarmeren gebied respondenten hoorden van de brand via een andere persoon of organisatie, via een specifiek alarm of waarschuwingsmiddel of via visuele waarneming. De respondenten in dit gebied komen als eerste op hoogte van de brand. Ook in het tweede gebied waar het advies werd afgegeven, maar zonder inzet van alarm of waarschuwingsmiddelen, hoorden respondenten van de brand via andere personen/ organisatie of via informatiekanalen (radio, televisie, internet). Als laatste op de hoogte kwamen de mensen in het derde gebied waar alleen informatie behoefte was. In dit gebied is het advies om ramen en deuren gesloten te houden niet gecommuniceerd. Respondenten in dit gebied kwamen voornamelijk op de hoogte via informatiekanalen. Zij waren later op de hoogte dan de mensen die aanwezig waren in de beide andere gebieden.
Rosmalen, M.M. e.a. (2011). Criminaliteit en rechtshandhaving. Ontwikkelingen en samenhangen. Raad voor de rechtspraak, CBS en WODC, Boom uitgevers, Den Haag.
In het Strategisch Plan 2011-2014 van TNO is het Thema Integrale Veiligheid gericht op een veiliger samenleving. De twee innovatiegebieden binnen dit Thema zijn: 1. Defence Research 2. Safety and Security Research Voor de ontwikkeling van de strategie en de programmering van het Vraaggestuurde onderzoek voor het Innovatiegebied Defence Research vindt de afstemming tussen de overheid en TNO plaats onder regie van het Ministerie van Defensie. In dit Meerjarenprogramma 2011-2014 voor het Thema Integrale Veiligheid wordt alleen het Innovatiegebied Safety and Security Research verder uitgewerkt. Veiligheid heeft zich ontwikkeld van een verzameling ad-hoc reacties op incidenten tot een samenhangend complex van maatregelen en effecten. De potenti?le impact en het domino-effect van incidenten, maar ook de maatschappelijke kosten/baten van veiligheidsmaatregelen vereisen een integrale op risico en effect gebaseerde aanpak en regie. Perceptie en acceptatie spelen een grote rol in de keuze van oplossingen.