Tagarchief: 2012

Buurtgroep met ‘good old’ SMS Alert

samensterk

Het preventieproject ?SMS Alert onze (Molen) wijk? is de winnaar van de Hein Roethofprijs 2012. Dat maakte secretaris-generaal van het ministerie van Veiligheid en Justitie, mr. J. Demmink, vandaag bekend in Den Haag.

Volgens de jury is het project uit de vijf genomineerde projecten als beste gekozen vanwege ‘Het succesvol cre?ren van participatie en samenwerking, de tastbare resultaten, de ondersteuning van slachtoffers en er is sprake van een echt burgerinitiatief. Het project is volledig vanuit de bewoners en zonder enige subsidie tot stand gekomen.’

De winnaars ontvingen uit handen van secretaris-generaal Demmink een beeldhouwwerkje en een bedrag van 20.000 euro, te besteden aan de preventie van criminaliteit of het bevorderen van sociale veiligheid.

Winnaar Hein Roethofprijs 2012 met cheque van 20.000 euro

SMS Alert onze (Molen) wijk

De Molenwijk in Amsterdam Noord is een soort voorloper van de Bijlmer, ruim opgezet en met veel hoge flatgebouwen. Als gevolg daarvan kent de wijk een vergelijkbare, maar kleinschaliger, problematiek als in de Bijlmer. In de praktijk betekent dit verloedering, overlast en toename van criminaliteit. Dit gaat ten koste van de leefbaarheid en veiligheid en de daarmee gepaard gaande gevoelens van onveiligheid onder de bewoners.

Nederland kent vanuit de overheid een aantal initiatieven die met SMS-alert werken. SMS-alert in de Molenwijk werkt andersom. Burgers organiseren en beheren SMS-alert zelf en waarschuwen de politie als ze die nodig hebben.

Werkwijze

SMS-alert werkt als volgt: als een van de deelnemers iets verdachts ziet in de wijk, worden de overige deelnemers gewaarschuwd via een centrale SMS. Deze SMS activeert iedereen en vaak wordt ook contact opgenomen met de politie. De politie kent dit burgerinitiatief en waardeert het zeer.

Deze even simpele als effectieve werkwijze loste inmiddels een aantal belangrijke misdrijven op of voorkwam deze. Als het nodig is gaan deelnemers de straat op om slachtoffers te steunen. Daarnaast overlegt de groep regelmatig over incidenten in de wijk met betrokken professionals. Vanuit dit overleg worden diverse andere activiteiten ontwikkeld om de wijk leefbaar en veilig te maken. De SMS-alert is helemaal zelf door de bewoners georganiseerd zonder enige subsidie. De bewoners betalen de geringe kosten van de sms?jes zelf.

Bewoners maken het verschil in de wijk

Bewoners zien een duidelijke verbetering in de wijk en voelen zich prettiger. Met name op het gebied van overlast is sprake van een aanzienlijke verbetering. De woningbouwvereniging meldt dat het aantal reparaties als gevolg van vandalisme en vernieling overduidelijk is afgenomen. Actieve participatie van bewoners leidde ertoe dat de politie meerdere verdachten kon aanhouden. Vroegtijdige alarmering door buurtbewoners tenslotte zorgde ervoor dat de politie vaker met succes preventief kon opereren. Bewoners voelen duidelijk dat zij het verschil in hun eigen wijk maken.

Hein Roethofprijs

De Hein Roethofprijs is in 1986 ingesteld door het ministerie van Justitie en wordt jaarlijks toegekend aan het beste initiatief in Nederland om criminaliteit te voorkomen of sociale veiligheid te bevorderen. De organisatie is in handen van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) in Utrecht.

Bronnen: Henk Veen, CCV

Noodweer treft Dicky Woodstock in Steenwijkerwold

Inleiding Op zaterdag 4 augustus 2012 vindt op een open terrein in Steenwijkerwold?de laatste avond van het jaarlijkse Dicky Woodstockfestival plaats. De?24e editie van het popfestival krijgt een andere afloop dan gepland. Noodweer treft Dicky Woodstock in Steenwijkerwold om 21.00 uur?en de grote festivaltent?stort in. Op dat moment zijn er 150 mensen aanwezig in de tent. Elf personen?worden overgebracht naar ziekenhuizen in Meppel, Heerenveen?en Zwolle. Op ??n slachtoffer na mag iedereen het ziekenhuis de volgende?dag weer verlaten.?Dit is in het kort het verhaal van de onfortuinlijke afloop van het Dicky?Woodstockfestival. Na afloop verschijnen niet minder dan drie evaluatierapporten?die vanuit verschillende perspectieven ingaan op hetgeen?van deze situatie geleerd kan worden. Na een korte beschrijving van het incident richt dit stuk zich op uitkomsten van de evaluatierapporten. Feitenrelaas Het is zaterdagavond 4 augustus 2012 als Nederland na een warme dag?geniet van de avondzon. Rond 20.00 uur arriveren de eerste bezoekers?voor het afsluitende programma van de 24e editie van het Dicky?Woodstockfestival. Het is een driedaags festival dat een grote populariteit?geniet met bezoekers uit heel Noord-Nederland. Om 22.30 uur?staat Rowwen H?ze op het programma in de grote tent. Tegen die tijd?verwacht de organisator zo?n 3000 gasten op het terrein. Vlak voor?21.00 uur krijgt het weer in de kop van Overijssel een onverwachte?wending als noodweer de locatie van het Dicky Woodstockfestival treft.?Als de hagelstenen zo groot als pingpongballen naar beneden komen,?zijn er tussen de 400 en 500 mensen op het terrein aanwezig. Na de?hagel gaat het hard regenen en steekt een stevige wind op. Mensen?zoeken beschutting in de drie tenten die op het terrein staan. Een minitornado?raast over het terrein en de grootste tent gaat om. Mensen die?in de tent aanwezig zijn komen letterlijk onder de tent vast te zitten.?Om 21.01 uur komt de eerste melding binnen bij de meldkamer Oost-Nederland (MON), de meldkamer voor de Veiligheidsregio?s?IJsselland en Noord- en Oost-Gelderland. De hulpverlening komt?onmiddellijk daarna op gang. Om 21.02 uur verzoekt de meldkamer?Ambulancezorg om GRIP-1 af te kondigen op basis van de informatie?die men dan heeft uit de 112-melding. De Officieren van Dienst (OvD)?van de geneeskundige zorg en de brandweer zijn binnen 12 minuten ter?plaatse in Steenwijkerwold. Om 21.12 uur wordt door de OvD geneeskundige?zorg verzocht om op te schalen naar GRIP-2. Dat gebeurt ook?direct. Bij de opschaling naar GRIP-2 moet volgens het Crisisplan 2012-2015 van de Veiligheidsregio IJsselland niet alleen het regionaal?operationeel?team in stelling worden gebracht, maar ook het kernbeleidsteam.?Door problemen met de communicator ? het alarmeringssysteem?van de meldkamer ? worden de leden van het kern-beleidsteam?echter niet gealarmeerd. Zij zijn dan ook niet op de hoogte van het?feit dat er is opgeschaald naar GRIP-2. Burgemeester Van der Tas van Steenwijkerland, waar Steenwijkerwold onder valt, is op het moment?van het noodweer aanwezig bij een gondelvaart in het verderop gelegen?Dwarsgracht. Zij wordt daar door een fotojournalist op de hoogte?gebracht van het instorten van de tent op het festivalterrein. Omdat ze?geen oproep van de communicator heeft gekregen besluit ze, in plaats?van naar het gemeentehuis, naar het festivalterrein te gaan om daar?poolshoogte te gaan nemen. Als zij tegen 21.45 uur op het festivalterrein?aankomt, zijn de slachtoffers geholpen en is het meeste werk gedaan.?Op het festivalterrein is de hoofdtent in elkaar gezakt. De hulpdiensten hebben met vrijwilligers hard gewerkt om slachtoffers onder?de tent vandaan te halen en te verzorgen. Ook is er aandacht voor de?opvang van de bezoekers die angstige momenten hebben doorstaan. In het Algemeen Dagblad van 6 augustus 2012 komt een aantal festivalgangers?aan het woord die vertellen hoe zij zichzelf en anderen in?veiligheid probeerden te brengen:??Festivalganger Erik heeft een deken van folie om zijn trillende schouders?geslagen. Hij kijkt alsof hij net een spook heeft gezien. Erik is al?23, maar houdt zijn even oude vriend meer dan stevig vast. Alsof ze?weer even 5 jaar zijn en heel erg bang. ?Wat er is gebeurd? Man, die?tent is naar beneden gepleurd. Het kwam vanuit het niets! Ik wil hier?weg. We hadden dood kunnen zijn.? Een andere bezoeker, modder in?zijn haar en op zijn gezicht, kijkt voortdurend zenuwachtig achterom?als hij het terrein verlaat. Alsof het gevaar hem nog steeds op de?hielen zit.??De palen in die tent gingen gewoon de lucht in. We doken?allemaal op de grond om niet geraakt te worden. Heel heftig?.? Bron:??We hadden wel dood kunnen zijn?, Algemeen Dagblad, 6 augustus 2012. Gelukkig neemt de wind snel af, maar het blijft regenen. De burgemeester?staat op het festivalterrein de pers te woord en neemt haar rol?als ?burgermoeder? op. Ze spreekt met bezoekers en steekt hulpverleners?en vrijwilligers van de organisatie en het Rode Kruis een hart?onder de riem. Hulpdiensten, organisatie en vrijwilligers werken ondertussen?door aan het minimaliseren van de verdere risico?s. De burgemeester?heeft ter plaatse overleg met het CoPI en neemt deel aan het CoPI-overleg. Vanaf het terrein heeft de burgemeester telefonisch?contact met haar communicatieadviseur, de gemeentesecretaris en de?ambtenaar openbare orde en veiligheid (AOV?er). Later arriveren de?gemeentesecretaris en de voormalige AOV?er van Steenwijkerland. De OvD Bevolkingszorg komt rond 23.00 uur aan op het terrein. Omstreeks 00.45 uur overleggen de Operationeel Leider van het?ROT en de burgemeester over het afschalen naar GRIP-0 en de overdracht?van het incident aan de gemeente die de nazorg op zich neemt.?Het ROT heft zichzelf om 01.00 uur op. Medewerkers van de gemeente?gaan naar het huis van de gemeentesecretaris, die vlak bij het festivalterrein?woont. Daar wordt besproken welke zaken zondagmorgen in?gang moeten worden gezet. Ongeveer een kwartier later wordt het CoPI opgeheven. Om?02.00 uur sluit de meldkamer het incident officieel af. Van de elf?slachtoffers die ?s avonds naar het ziekenhuis zijn gebracht mogen er?tien de volgende dag weer naar huis. Op zondagmorgen komt het kern-beleidsteam bijeen op het gemeentehuis?in Steenwijkerland. Het nazorgproces wordt opgestart. Daarbij ligt?de focus op de slachtoffers en de vrijwilligers van het festival. Er wordt?een persconferentie gehouden en het psychosociale traject wordt opgestart.?Ook wordt een elefoonnummer opengesteld, waar uiteindelijk?weinig gebruik van wordt gemaakt.?Op maandag 6 augustus wordt een projectteam samengesteld om de taken in de nafase te structureren. Het team krijgt drie opdrachten?mee: (a) regelen van de nazorg voor de slachtoffers, (b) ervoor zorgen?dat de communicatie naar de slachtoffers en pers goed verloopt en?(c) ervoor zorgen dat het incident op een goede manier wordt vastgelegd?en gearchiveerd. Het team zet bijeenkomsten op, waar de slachtoffers ervaringen?kunnen delen en hulpvragen kunnen stellen. Tegelijkertijd worden?ook drie incidentevaluaties in gang gezet. De drie evaluatierapporten?komen in april 2013 publiek beschikbaar. Elk team en onderzoeksrapport?behandelt een ander aspect: 1 Kenniscentrum Evenementen en Veiligheid schrijft in opdracht van de?gemeente een evaluatierapport waarin de focus ligt op de vergunningverlening, toezicht en handhaving bij dit evenement. 2 Veiligheidsregio IJsselland schrijft een evaluatierapport waarin?de focus ligt op het optreden van de hulpdiensten en de op- en?afschaling. 3 De aangrenzende gemeente Westerveld schrijft ? onder leiding van?burgemeester Jager ? in opdracht van de gemeente Steenwijkerland?een evaluatierapport waarin de focus ligt op de rol van de gemeente?tijdens het incident en de nazorg.

Analyse

De rapporten komen tot de conclusie dat er sprake was van een noodlottig?incident dat niet voorkomen had kunnen worden. Het evaluatie-rapport van het Kenniscentrum Evenementen en Veiligheid (KCVE) is?buitengewoon expliciet over de schuldvraag: ?Er zijn geen aanwijzingen die er op duiden dat het incident tijdens?Dicky Woodstock 2012 heeft plaatsgevonden vanwege tekortkomingen?in vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het instorten?van de grote feesttent door de onverwachte storm was een noodlottig?incident.? Wel wordt in het betreffende rapport geconstateerd dat de alarmering?van de hulpdiensten niet goed is verlopen. De communicator werkte?niet, waardoor gemeentelijke medewerkers niet zijn gealarmeerd om?de bevolkingszorg in gang te zetten. Hierdoor was het niet mogelijk?om volgens afgesproken protocollen de crisisorganisatie op te schalen.?Slachtoffers hebben daar geen hinder van ondervonden, omdat de acute?hulpverlening goed verliep. Ambulance, brandweer en politie waren?snel ter plaatse. Ook zorgden festivalgangers en een huisarts uit de?buurt ervoor dat snel en goed hulp kon worden verleend. Het evaluatierapport van de Veiligheidsregio IJsselland stelt vast dat?er tijdens het incident geen noemenswaardige bestuurlijke dilemma?s?zijn geweest. Dit past ook bij de mate van opschaling. Er is opgeschaald?naar GRIP-2, terwijl als er bestuurlijke vraagstukken zouden hebben?gespeeld, opschaling naar GRIP-3 in de lijn der verwachtingen zou?hebben gelegen. Gegeven de situatie speelden vooral operationele vragen?waarover beslissingen moesten worden genomen. De burgemeester?was ter plaatse en liet zich op de incidentlocatie informeren, maar?hoefde daar geen (kritieke) beslissingen te nemen. Zij kreeg vooral een bestuurlijke rol in het natraject; de nafase en de verantwoordingsfase?rond het uitkomen van de drie evaluaties.?Op het moment dat de evaluaties werden uitgebracht, was de organisatie?van het Dicky Woodstockfestival inmiddels bezig om de 25e editie?van het festival tot een groot feest te maken. Terwijl de organisatoren?zich al op de toekomst konden richten, moest de gemeente terugblikken?op het incident van 2012.

 

Evalueren om te leren?
Om te kunnen leren van evaluaties is het belangrijk dat niet alleen de?verantwoording centraal staat. Het straffen van de schuldige is vaak?niet de oplossing om in de toekomst ? soortgelijke ? situaties te voorkomen.?Wil men ?cht leren van een incident, dan moet de evaluatie?ruimte bieden om achterliggende oorzaken te begrijpen. Als positief?punt wordt in de evaluatie van het nazorgtraject (uitgevoerd door de?gemeente Westerveld) onder meer aangehaald dat er een ?goede en
complete verbinding met ketenpartners en andere, kritieke partners tot?stand is gebracht?. Ook is met pragmatisme naar de situatie gekeken.?De procedures zijn niet per definitie leidend geweest, maar het eindresultaat?stond centraal, zo wordt in het evaluatierapport gesteld. Dat?leidt tot verfrissende inzichten:
?Simpel gezegd maakt het een slachtoffer niet uit of hij/zij onder een?ingestorte tent vandaan wordt gehaald door een medewerker van?het Rode Kruis of door een brandweerman. Betrokken organisaties?hebben in de acute fase als eenheid naar buiten toe opgetreden en?geacteerd als zijnde ?de hulpverlening?.?

De pers richtte zich bij het uitkomen van de rapporten vooral op de procedurefouten (Bron: ?Er ging het nodige mis met hulpverlening Dicky Woodstock?, Steenwijker Courant,?14 maart 2013).?Waar de burgemeester normaliter voor overleg met het?kern-beleidsteam naar het gemeentehuis zou zijn gegaan, was ze nu?? gealarmeerd door het bericht van een journalist ? rechtstreeks naar?de incidentlocatie gegaan (bron: ?Maatregelen na evaluatie Dicky Woodstock?, Stentor, 16 april 2013).??Dat heeft de hulpverlening niet be?nvloed,?wel de communicatie?, aldus burgemeester Van der Tas in de Stentor.?Niet het intu?tieve handelen ? zonder alarmering ter plaatse gaan en?vervolgens adequaat optreden ? werd geroemd, maar het feit dat ze verkeerd?was gealarmeerd, bleef in de pers hangen. Ook het feit dat ze?met haar handelen de slachtoffers en medewerkers een hart onder de?riem stak, lijkt irrelevant. De pers koos daarmee een andere route dan?de drie evaluatierapporten. Waar de journalisten concludeerden dat de
procedures niet waren gevolgd en er d?s fouten zijn gemaakt, waren de?evaluatoren genuanceerder. Zij stelden dat het ging om de slachtoffers,?en die hebben geen enkele hinder ondervonden van het niet volgen van?procedures.

Buienradar

De falende communicator
Een lerende organisatie herstelt niet enkel de gemaakte fouten (enkele?lus-leren) maar richt zich ook op de achterliggende oorzaken. Als de?communicator faalt, kan de aanbeveling worden gedaan dat moet worden?voorkomen dat deze in de toekomst faalt. Een lerende organisatie?kijkt dieper en stelt de reden vast waarom de communicator faalde, in dit?geval dat er door de werkdruk te weinig tijd was om regelmatig updates?te geven. Dan zijn werkdruk en prioritering het echte probleem en is de?communicator slechts de meest zichtbare schakel in het geheel.?Opvallend genoeg wordt in het evaluatierapport van de Veiligheidsregio
IJsselland niet expliciet gemaakt wat de oorzaak van het technisch?falen was. Een aantal functionarissen is niet gealarmeerd door?het niet goed functioneren van de communicator, maar het hoe-en waarom?daarvan wordt in de evaluatie niet helder. Een technisch falen?vraagt een andere aanpak en expertise dan verkeerde gegevens of het?niet juist bedienen van de communicator.?Als niet duidelijk wordt in welke richting een oplossing moet worden?gezocht, kan een verantwoordelijke ook geen goede keuze maken?? op basis van beschikbare tijd en budget ? om het probleem op te?lossen. Omdat de communicator een belangrijk middel is om een team?binnen de gestelde wettelijke tijden op te kunnen laten komen is het?vaststellen van de prioriteit zelf geen probleem; de communicator moet?werken ?f er moet een andere manier gevonden worden om piketfunctionarissen?op te roepen.

Burgemeester op rampterrein
De burgemeester ging naar het incidentterrein, niet wetende dat er?GRIP-2 was afgekondigd. Doorgaans laat een burgemeester zich in de?acute fase van een crisis niet op het rampterrein zien. Nu zij er eenmaal?was, nam zij op het terrein de rol van burgermoeder op zich. In het?interview dat zij gaf in De veiligheidsregio van maart 2013 verwoordde zij?het als volgt: ?Durf te schakelen in reactie op wat zich voordoet. Wees?niet bang dat dingen anders lopen. Vertrouw op de professionaliteit?van de kolommen. En zoek vooral communicatie, samenwerking en?gezond verstand.? De burgemeester volgde in dezen, mede door het
uitblijven van de offici?le alarmering, haar hart. Zij had weliswaar?het opperbevel over de hulpdiensten, maar was terughoudend in het?vervullen van die rol. Open communicatie en vertrouwen tussen de?leider van het aanwezige?CoPI en de burgemeester was belangrijk toen?de burgemeester op het ?rampterrein? acte de pr?sence gaf. Waar een?burgemeester betrokkenheid toont kunnen operationele diensten dit?uitleggen als bemoeienis; zeker als de burgemeester deelneemt aan
het CoPI-overleg. Elkaar scherp houden in de eigen rol en functie?vergt moed en tact, zowel van de burgemeester als van de leider CoPI.?Afgaande op de evaluatie heeft de aanwezigheid van de burgemeester?op het rampterrein niet verstorend gewerkt. Sterker nog, vrijwilligers?en slachtoffers hebben haar aanwezigheid als positief ervaren.

Maatschappelijke impact
Voor bezoekers is het instorten van een feesttent tijdens een festival?een nachtmerrie. Voor bestuurders was het een incident dat niet tot?de standaardrisico?s van de gemeente of veiligheidsregio behoorde en?waarmee men geen ervaring had. Als er tijdens een piekmoment van?een festival iets gebeurt dan wordt het, door de aanwezige mensenmassa,?ogenblikkelijk een maatschappelijk incident.?Terwijl de hulpdiensten lokaal het incident bestreden, kon het incident?toch een regionaal of nationaal drama worden. In Steenwijkerwold?waren er niet alleen bezoekers uit de directe omgeving aanwezig.?Bezoekers aan het festival kwamen uit geheel Noord-Nederland. Via?de sociale media stortten de media zich op hetgeen was gebeurd op het?festival, waarbij de eerdere ervaringen met Pukkelpop extra attentiewaarde?gaven. Het was, zogezegd, ?alweer? een tent die instortte door?noodweer. In dit geval maakte de organisatie van het festival snel?gebruik van het eigen twitteraccount, zodat mensen buiten het festivalterrein?goed konden worden ge?nformeerd over de stand van zaken:

Later op de avond werd doorverwezen naar het twitteraccount van de?politie IJsselland:

Noodweer en festivals
Met het drama op Pukkelpop (2011) ?net? achter de rug lijkt het alsof?calamiteiten op festivals schering en inslag zijn. Het gaat de laatste?jaren in Nederland om ongeveer ??n tent per zomerseizoen:
? Dicky Woodstockfestival in Steenwijkerland, 4 augustus 2012
? Pukkelpop in Hasselt (Belgi?), 18 september 2011
? Concert at Sea op de Brouwersdam (voortijdig afgelast wegens?naderend noodweer), 18 juni 2011
? Zwarte Cross in Lichtenvoorde (instorten tent tijdens opbouw),?12 juli 2010
? Megapiratenfestijn in Volendam (voor opening stort tent in door?windhoos), 3 juli 2009.

Er is geconstateerd dat het incident in Steenwijkerwold een noodlottig?incident was (evaluatierapport KCVE) en een typisch voorbeeld van?een flitsramp (evaluatierapport gemeente Westerveld). De evaluaties?gingen verder niet in algemene zin in op de veiligheid van festivals?bij noodweer. Uit de mediaberichtgeving in de dagen na het Dicky?Woodstockfestival bleek dat het volgens organisatoren doorgaans het?beste is om bij noodweer het festivalterrein te verlaten en niet te schuilen?in een grote tent. Beschutting zoeken in gebouwen in de buurt is?volgens sommigen het beste. ?Dat is een vervelende operatie, omdat
mensen met noodweer het liefst een snelle schuilplaats zoeken, maar?het is wel het veiligst.? (Bron: Arnout de la Houssaye, producent van een muziekfestival op Vlieland, in ?Een?feesttent is een slechte schuilplaats?, De Volkskrant, 7 augustus 2012. Zie ook ?Festivaltent?bezwijkt in noodweer?, Trouw, 6 augustus 2012).?Veel festivals vinden echter op open en afgelegen?terreinen plaats, waardoor er weinig gebouwen in de omgeving?zijn die kunnen dienen als schuilplaats.

Afronding
Vanuit de context van het ?noodlottige incident? ? waar niemand schuld?aan heeft ? kunnen twee sporen worden gevolgd. Enerzijds kan het bij?de conclusie blijven dat niemand blaam treft en de overheid en organisator?dus kunnen overgaan tot de orde van de dag. Er is immers geen?schuldige die hoeft te worden bestraft. Anderzijds kan de conclusie?worden getrokken dat er weliswaar niemand iets te verwijten viel, maar?dat desondanks toch nog het nodige kan worden verbeterd.?Alle drie de rapporten kiezen nadrukkelijk het tweede spoor; ook al?was het noodweer van het Dicky Woodstockfestival niet te voorkomen,?het bood een mooie aanleiding om het crisismanagement, de voorbereiding,?vergunningverlening en handhaving door te lichten. Zo deed?het nazorgrapport van de commissie-Jager aanbevelingen om de overdracht?van de multidisciplinaire fase naar de nafase vloeiender te laten?verlopen. Het rapport van KCEV deed de aanbeveling om in de toekomst?de vergunningaanvraag grondiger te bestuderen en deze in een?multidisciplinaire evenementenwerkgroep te bespreken. Met name die?laatste aanbeveling is te zien als een mooie bijvangst. Want met het?incident uit 2012 heeft de aanbeveling weinig van doen. Sterker nog:?houd een willekeurig goed verlopen festival in Nederland tegen het?licht en ook daar zouden vergunningverlening en handhaving waarschijnlijk?nog verbeterd kunnen worden. Immers, ook een evenement?dat jaar na jaar goed verloopt zal in de loop der tijd het veiligheidsbeleid?steeds verder verfijnen. De editie 2013 van de Vierdaagse van Nijmegen
is ongetwijfeld weer vele malen veiliger dan de editie 2003. Ook het?Lowlands festival of Het Glazen Huis van 3FM zijn, zonder noemenswaardige?incidenten, jaar na jaar steeds veiliger geworden. Het kan met?andere woorden nooit kwaad om de koppen bij elkaar te steken, lessen?uit andere festivals te incorporeren en de voorbereiding van een evenement?jaarlijks multidisciplinair tegen het licht te houden. Daar heb je?geen noodweer voor nodig.

Ontleend aan:?Lessen uit crises en mini-crises 2012, onderzoeksreeks Politieacademie (lectoraat crisisbeheersing i.s.m. NGB).?Auteurs:?Josine van de Ven, Wouter Jong. redactie: Menno van Duin,?Vina Wijkhuijs,?Wouter Jong

Symposium sociale media 18 april 2012: mythe’s en dilemma’s #NIFV

De hype rond sociale media lijkt zijn hoogtepunt nog niet voorbij te zijn. Bijna elk initiatief rondom sociale media lijkt goud waard. Maar is dat ook zo? Of is het niet veel meer dan een hype? Want hoe zit het met de mythes die er spelen rond sociale media? En hoe gaan we om met de dilemma?s die gebruik van sociale media met zich meebrengt? Bent u een bestuurder, leidinggevende of adviseur en wilt u horen hoe u en uw organisatie nuchter kunnen omgaan met mythes en dilemma?s rondom sociale media in het veiligheidsdomein?

Een terugblik in beeld, verslag en presentaties van een inspirerend en boeiend symposium.

Naast de paneldiscussie met burgmeester Jan Frans Mulder (Gemeente Hulst), directeur GGD Nederland Laurent de Vries en Huib Fransen, afdeling Vakbekwaamheid, Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond was er een videobijdrage van Mark Deuze, Professor of Telecommunications, Indiana University, Bloomington (VSt)

en werden er verschillende workshops verzorgd:

Workshop 1: Openbaarheid versus geslotenheid??
Sociale media zijn niet meer weg te denken in het werk van de politie. Bijvoorbeeld bij opsporingsberichtgeving of vermissingen zorgen de inzet van sociale media ervoor dat in korte tijd veel mensen worden bereikt. Maar het levert ook een aantal dilemma’s op. Welke informatie verstrek je wel, en welke niet? Hoe zorg je ervoor dat mensen elke keer blijven meekijken? Een ander dilemma: wat is nog daderwetenschap, als op elke plaats delict iemand met een smartphone staat v??r dat de politie aanwezig is? Deze en andere dilemma’s?zijn behandeld tijdens de workshop.

Nifv openheid of geslotenheid from Marco Leeuwerink,?senior communicatieadviseur Politie Hollands Midden

Workshop 2: Wat pak je op en wat niet?
Sociale media zorgen voor veranderingen op het terrein van criminaliteitsvormen. Dreigtweets zijn daar een voorbeeld van. Hoe ga je om met dreigtweets? Welke is serieus te nemen en welke niet? En wat voor type afhandeling verdienen deze tweets? Aan de hand van voorbeelden worden vragen behandeld als: Is een eenduidige aanpak mogelijk? Is een eenduidige afhandeling voor te schrijven?

http://prezi.com/rgd1w62torhv/symposium-social-media-mythes-en-dilemmas/

Deze workshop is gegeven door Robbin Huigen, sociale media communicatieadviseur Parket Generaal en?Marloes Ham, beleidsmedewerker Openbaar Ministerie

Workshop 3: Wat is waar en wat niet??
Sociale media staan ook bekend om hun geruchten, om het vergroten van de maatschappelijke onrust, om de vele grappen en grollen die er op verschijnen. Hoe weet je nu wat waar is? Hoe valideer je informatie? En zijn sociale media nu wel de wijsheid van velen of is het soms ook een domme massa? De workshop wordt vormgegeven aan de hand van talloze praktijkvoorbeelden en afgesloten met een eenvoudig handelingsperspectief.

Workshop 3 Wat is Waar en Wat Niet

Deze workshop is gegeven door Roy Johannink, senior adviseur Beleid en Onderzoek, VDMMP en Menno van Duin, lector Crisisbeheersing, gezamenlijk lectoraat Crisisbeheersing van het NIFV en de Politieacademie

Workshop 4: Dilemma?s bij de Visie op sociale media en OOV?
Handhaving, opsporing, crisisbeheersing, zelfredzaamheid, activering van burgers: sociale media maken dit allemaal mogelijk. Of niet? In deze workshop wordt dieper ingegaan op algemene dilemma?s: ze worden toegelicht, praktijkvoorbeelden worden gegeven en met de aanwezigen wordt bediscussieerd hoe met deze dilemma?s om te gaan. Bij een aantal dilemma?s speelt mee dat de effecten van de inzet van sociale media niet of nauwelijks worden gekend of gemeten. Tevens wordt ingegaan op hoe deze effecten te meten. Ten slotte krijgen de deelnemers handvatten om een strategie op maat te kiezen bij de inzet van sociale media ten behoeve van fysieke en sociale veiligheid.

Workshop 4 Dilemma’s Bij de Visie Op Sociale Media en OOV
Deze workshop is gegeven door Mirjam Huis in ?t Veld, onderzoeker en adviseur sociale media en veiligheid, TNO

Workshop 5: Sociale media monitoren: wat wel en wat niet en waarom?
TNO laat zien hoe monitoring en analyse van sociale media, oftewel ?slim kijken? in de grote informatiebron, optimaal kan bijdragen aan slim communiceren en betere risico- en crisisbeheersing. In de workshop worden toepassingsvoorbeelden getoond voor zowel de ‘koude’ als de ‘warme’ fase van crisisbeheersing. Dilemma?s als sociale be?nvloeding en ethiek worden bediscussieerd, maar ook wordt getoond wat er momenteel mogelijk is met diverse sociale media monitoring tools.

Workshop 5 Sociale Media Monitoren Wat Wel en Wat Niet en Waarom

Deze workshop is gegeven door Arnout de Vries, onderzoeker en adviseur sociale media en veiligheid, TNO en Richard Stronkman, oprichter Twitcident.

Lees een verslag van @Webgrrlnl en een verslag van Roy Johannink en de samenvatting van?@JaspervanVugt:
Verslag Md12 Symposium NIFV
En enkele interviews:
Interview burgemeester Hulst, Jan Frans Mulder

Interview GGD NL directeur, Laurent de Vries

En last but not least: presentatie van dagvoorzitter Menno van Duin:
Menno Van Duin Md12

Stop Kony: social media campagne tegen oorlogsmisdadiger

De #stopkony?videocampagne is een documentaire van de organisatie?Invisible Children?om Oegandese rebellenleider en?oorlogsmisdadiger?Joseph Kony?te stoppen door hem beroemd te maken via een internet beweging. men wil hem in de?boeien zien, en de aandacht ervoor grijpt razendsnel om zich heen.

Het filmpje Kony 2012 tegen de Oegandese guerrillaleider Joseph Kony groeide uit tot ongekende sociale-mediahype. Het filmpje verspreidde zich razendsnel via allerlei sociale netwerken en sites als YouTube en werd bijna 100 miljoen keer bekeken. Kony is een Oegandese rebellenleider die met zijn?Lord?s Resistance Army?(in het Nederlands: Verzetsleger van de Heer) duizenden kindsoldaten ronselde, mishandelde, aanzette tot moorden en gebruikte als seksslaven.?Het Internationaal Strafhof in Den Haag beschuldigde Kony in 2005 van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid maar tot nu toe kon hij niet worden gearresteerd. Maker Jason Russell ontmoette een van de kindsoldaten en beloofde hem er alles aan te doen om Joseph Kony te stoppen. De internetcampagne is daar het resultaat van: Kony moet zo beroemd worden dat het onvermijdelijk wordt dat hij gezocht en gepakt wordt.?De enige arrestatie die volgde was echter die van de maker van het filmpje. Jason Russel werd in de VS opgepakt voor openbaar dronkenschap en publiekelijk masturberen, nadat hij in een psychose was geraakt door alle stress rondom de actie. De beelden van de naakte Russel gingen net als Kony 2012 de hele wereld over.

Het gedachtegoed achter de beweging is dat, omdat er geen politieke en economische belangen bij zijn om Kony te pakken, de man voortdurend in de publiciteit gebracht moet worden zodat politici in Amerika niet om hem heen kunnen. De beweging Kony 2012 is een feit.?De documentaire draagt hier aan bij, maar zeker ook een aantal bekende sterren en politici (Mark Zuckenberg, Rihanna etc.) Ook kan er op de site een kit besteld worden met posters, stickers e.d. De actie is qua publciteit een ongekend succes. Naast het aantal views, was #stopkony trending op Twitter en ook in Nederland (zie afbeelding met activiteit in social domein hieronder) houdt het de gemoederen bezig. Zo waren er ruim 33K berichten in een week tijd.

Uiteraard is er ook kritiek op de actie. Men is al bezig met het opsporen van deze man, de documentaire is niet altijd even transparant, en ligt het probleem veel ingewikkelder. Toch is het een interessant initiatief en ook bijzonder om te zien hoe zo’n beweging via het internet zo snel tot stand komt.

Bronnen: De Volkskrant, NOS?en Frank-ly

Symposium sociale media in de crisisbeheersing 2012

Op dinsdag 14 februari 2012 verzamelden 45 professionals uit de crisisbeheersing zich in het Waterschapshuis te Amersfoort, om daar te discussieren over een nieuw fenomeen: het toenemende gebruik van sociale media (zoals Twitter) door burgers en media tijdens crises.

De initiatiefnemers, HKV LIJN IN WATER en TNO, organiseerden dit symposium om discussie op gang te brengen over de rol en betekenis van sociale media in de crisisbeheersing van waterschappen, veiligheidsregio?s en andere netwerkpartners.

Er waren interessante sprekers waaronder Steven de Smet, hoofdcommissaris Politie te Gent en daarom betrokken bij het onheil op Pukkelpop afgelopen jaar. Er is een uitgebreid verslag gemaakt van het symposium. Deze kunt u downloaden door op onderstaande afbeelding te klikken.

U kunt ook nog de livestream van het symposium bekijken met daarin de presentaties van de sprekers. De link is te vinden in het uitgebreide verslag of door hier te klikken.

SMSYM12_verslag

TNO Thema Maatschappelijke Veiligheid: Vraaggestuurd programma 2011-2014

In het Strategisch Plan 2011-2014 van TNO is het Thema Integrale Veiligheid gericht op een veiliger samenleving. De twee innovatiegebieden binnen dit Thema zijn: 1. Defence Research 2. Safety and Security Research Voor de ontwikkeling van de strategie en de programmering van het Vraaggestuurde onderzoek voor het Innovatiegebied Defence Research vindt de afstemming tussen de overheid en TNO plaats onder regie van het Ministerie van Defensie. In dit Meerjarenprogramma 2011-2014 voor het Thema Integrale Veiligheid wordt alleen het Innovatiegebied Safety and Security Research verder uitgewerkt. Veiligheid heeft zich ontwikkeld van een verzameling ad-hoc reacties op incidenten tot een samenhangend complex van maatregelen en effecten. De potenti?le impact en het domino-effect van incidenten, maar ook de maatschappelijke kosten/baten van veiligheidsmaatregelen vereisen een integrale op risico en effect gebaseerde aanpak en regie. Perceptie en acceptatie spelen een grote rol in de keuze van oplossingen.