SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
Onder de naam ‘je zal hem maar tegenkomen’ start Meld Misdaad Anoniem vandaag een campagne om meisjes en jonge vrouwen over te halen om informatie over criminele vriendjes en kennissen te delen met de politie.
Uit onderzoek van de meldlijn blijkt dat veel jonge vrouwen in de leeftijd van 14 tot 22 jaar mensen kennen die criminele dingen hebben gedaan. Jonge daders scheppen graag op tegen leeftijdsgenoten over hun criminele gedrag, zoals het plegen van diefstal, beroving, vandalisme of een overval.
Toch blijkt de drempel voor de meiden om met die informatie naar de politie te stappen voor veel jongeren te groot. Daarom worden de komende maanden korte filmpjes verspreid op sociale media en online platforms over de dilemma’s die gepaard gaan met het melden van een criminele activiteit. Het ministerie van Veiligheid en Justitie, dat de campagne mede financiert, hoopt hiermee meer tips te krijgen over daders, die nu vaak onder de radar blijven.
In EenVandaag praten we met Annemarie van der Burg, projectleider van Meld Misdaad Anoniem over de nieuwe campagne en met Psychiater Jeanine te Velthuis van Expertisebureau Kwetsbare Meiden over de mogelijke keerzijde van het melden van criminele activiteiten over vrienden.
Met de Kroongetuige?Game en bijbehorende Hero of Zero campagne kom je erachter waar je op kunt letten als je getuige bent van een misdrijf of de gevolgen daarvan. ?Daag je vrienden uit en haal de hoogste score door de meeste?antwoorden goed te hebben, tot?1 januari kun je nog een paar nieuwe sneakers winnen.
De game is vanaf beschikbaar in de Google Play Store, en binnenkort ook in de Apple App Store.?Niks missen? Volg ze op Facebook en blijf op de hoogte.
Game
Door het spel te spelen train je je oplettendheid. Je leert razendsnel een inschatting te maken van hetgeen je ziet en je leert zo snel mogelijk zo veel mogelijk belangrijke details in je op te slaan. Je krijgt 15 seconden een foto te zien van een criminele activiteit, een dader of een verdachte situatie. Daarna worden steeds drie vragen gesteld over de foto. Wat heb je gezien? Wat heb je onthouden? Wat kun je met deze informatie doen? Hoe sneller je de vragen correct beantwoord, hoe meer Hero punten je verdient. Daarnaast kun je in de app advies vinden over de manier waarop je de politie kunt informeren als je informatie hebt over echte criminele activiteiten. Ook bestaat de mogelijkheid om vanuit de app direct de politie te bellen als je zelf getuige bent van een misdrijf.
De Hero of Zero Kroongetuige game is onderdeel van de gelijknamige campagne die eraan bijdraagt om meer jongeren te betrekken bij de opsporing. Hero of Zero is een campagne die wordt ondersteund door de gemeente Ede, de nationale politie, het ministerie van Veiligheid en Justitie en de provincie Gelderland.
Hieronder vind je tips en tricks waarmee je de details van daders en criminele situaties beter leert herkennen en onthouden:
M/V: Is de dader een man of een vrouw? Als het gezicht van de dader is afgeschermd dan kun je dit proberen te achterhalen door bijvoorbeeld te luisteren naar de stem. Ook de handen verraden soms het geslacht van de dader, en vergeet niet op de schoenen te letten.
Postuur:?Probeer te onthouden of de dader dun is, gezet, dik of bijvoorbeeld gespierd. Ook de lengte is handig, heel lang of opvallend klein? Als je de dader door een deur ziet lopen probeer dan een punt op het kozijn te onthouden dat net zo hoog is als de dader.
Kapsel: Als het kapsel van de dader zichtbaar is, sla dit dan goed in je op. De haarkleur, de lengte en de manier waarop het gedragen wordt kunnen allemaal bijdragen aan een snelle herkenning. Vergelijk het kapsel van de dader met dat van iemand die je zelf kent. Hierdoor kun je het nauwkeuriger onthouden.
Leeftijd:?Iemands exacte leeftijd inschatten is bijna niet mogelijk. Probeer de dader daarom in een leeftijdscategorie in te delen. Is de dader jong, tussen 12 en 19 jaar? 20-30? Misschien wel ouder dan 50 jaar? Dit vergroot de kans dat de politie de dader snel kan vinden en aanhouden.
Gezicht en huidskleur:?De huidskleur van een dader is een belangrijk aanknopingspunt voor de politie in de eerste zoektocht. Probeer bij een gezicht niet alleen op de kleur te letten maar ook op de tint en op kenmerken zoals de vorm van de ogen, de neus of de lippen.
Opvallendheden:?Heeft de dader een opvallende tatoeage, een bepaald sierraad, een litteken of een ander kenmerk dat hem onderscheid van iemand anders? Onthoud dan goed op welke plek van het lichaam dit kenmerk zit en probeer zo goed mogelijk in je hoofd te prenten hoe het eruit ziet.
Kleding: De kleding van een dader kan in meerdere opzichten belangrijk zijn. Probeer vooral te letten op kleine details. De kleur van de rits of een bepaalde streep of opdruk kan de ene zwarte jas van de andere onderscheiden. Kleding die daders weggooien of achterlaten is belangrijk voor de politie om bijvoorbeeld geur- of DNA sporen op veilig te stellen. Als je kleding van de dader ziet liggen, blijf er dan af en wijs de politie aan waar het ligt.
Schoenen:?Als schoenen opvallende kenmerken hebben dan kan dat in een zoektocht zeer belangrijke informatie zijn voor de politie. Als een dader opvallend grote of juist hele kleine voeten heeft, kan dit ook een aanknopingspunt zijn. Bekijk de dader dus letterlijk van top tot teen!
Voertuigen:?Probeer net even iets verder te kijken. Heeft de dader een voertuig bij zich? Hoe ziet dit eruit? Wat is het kenteken, de kleur en het merk. Een tip is om alleen het eerste deel van het kenteken te onthouden en de kleur en het merk van het voertuig. In de praktijk blijkt het erg lastig te zijn om een volledig kenteken te onthouden. De politie kan met jou informatie gericht op zoek naar de dader en kan achteraf verder zoeken in de systemen. Als een voertuig specifieke kenmerken heeft zoals fietstassen, schade of een bepaalde striping, geef dat dan ook door.
Wapens:?We gaan er niet vanuit dat je een wapenexpert bent maar geef het sowieso door aan de politie als je weet dat de dader een wapen heeft. Dit kan zelfs het leven van een politieagent schelen. Probeer het wapen te omschrijven. De vorm, de kleur en de plek waar het wapen is opgeborgen of weggegooid kunnen van groot belang zijn.
Vluchtrichting:?Als je getuige bent van een vluchtende dader, let dan goed op waar je bent en welke kant je de dader op ziet vluchten. Kijk bijvoorbeeld naar straatnaambordjes, of de namen van de winkels in de buurt. Geef dit direct door als je 112 belt want dan kan de centralist de politieauto?s vanuit de goede richting aan laten rijden om de dader te onderscheppen.
Combinaties:?De combinatie van bepaalde zaken of mensen helpt de politie vaak bij een zoektocht. Een grote en een kleine man, een slungelige man met een blauwe tas, een vrouw met een rode paraplu. Dit zijn allemaal opvallende combinaties die je in ??n oogopslag kunt waarnemen.
Hieronder kun je de vlogserie van volgen van Hero of Zero die van de ‘masters?in het vak’ gaan leren hoe je signalementen het beste kunt onthouden. Via deze link kun je zelf al vast?testen of je de skills hebt om een super recognizer te zijn.
Elk uur worden in Nederland zeker drie toestellen gestolen, blijkt uit cijfers van de politie. Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie komt daarom met een campagne om diefstal te voorkomen. Opstelten hoopt dat gebruikers van mobiele telefoons?een anti-diefstal-app?plaatsen. Er zijn twee features die handig zijn: de killswitch optie (niet te verwarren met?een algehele netwerk killswitch?voor sociale?media waar we eerder over blogden) en de optie je telefoon weer terug te vinden.
Allereerst de?killswitch-optie, in het Nederlands heractiveringsvergrendeling?genoemd. Deze maakt het mogelijk om kwijtgeraakte of gestolen toestellen op afstand te vergrendelen.?Zodra de killswitch geactiveerd wordt, is het?niet langer meer mogelijk om een?toestel terug te zetten naar de fabrieksinstellingen en zo alsnog toegang tot het apparaat te krijgen.?Dieven zouden er dan weinig meer mee kunnen en zodoende ontmoedigd worden om smartphones te stelen. Wat ook vaak een standaard optie op de telefoon is, maar ook mogelijk met te downloaden apps zoals FindMyiPhone of Prey?en ook mogelijk op tablets, is om het apparaat na diefstal?terug te kunnen vinden met behulp van een kaartje.
Boefproof?is een initiatief van de Nederlandse telecomsector, verenigd in Nederland ICT, in samenwerking met het ministerie van Veiligheid & Justitie.?Op verzoek van het ministerie van?Veiligheid en Justitie heeft Samsung deze eenvoudige toestelblokkering nu ook ingebouwd in de nieuwste typen telefoons.?Nederland is, samen met de Verenigde Staten, het eerste land waar de toestellen met eenvoudige toestelblokkeringen wordt aangeboden.?Hackers en andere experts gaven in gesprekken met de NOS aan dat het onzin is: dat soort apps kunnen professionele criminelen eenvoudig omzeilen.
Zo zet je het aan in de iPhone:
De afgelopen jaren is de diefstal van mobiele telefoons sterk toegenomen. Per week worden ruim 300 telefoons in Nederland gestolen.?Vorig jaar werden ruim 26.000 apparaten als gestolen geregistreerd, ruim een kwart meer dan in 2012. In de eerste helft van dit jaar zijn meer dan 13.000 telefoons in verkeerde handen gekomen. De werkelijke aantallen liggen waarschijnlijk hoger, omdat in veel gevallen geen aangifte wordt gedaan.
Daling van het aantal straatroven is een belangrijke prioriteit van minister Opstelten. De minister benadrukt dat hij dit niet alleen kan en is daarom blij met de hulp van de producenten. Maar de burger speelt een belangrijke rol. ?Achteloos leggen mensen hun telefoon op de bar in een kroeg of op een tafeltje van een zonnig terras. Dieven weten dat en ze worden steeds handiger. Ze leggen een krant of jas over het toestel en voor u er erg in hebt, is ?ie verdwenen.
Door het installeren van een telefoonblokkering zijn gestolen toestellen op te sporen en op afstand onbruikbaar te maken. Volgens Opstelten kun je veel doen om diefstal te voorkomen. “Achteloos leggen mensen hun telefoon op de bar van een kroeg of op een tafeltje van een zonnig terras. Dieven leggen er een krant of jas over en voor je er erg in hebt, is hij verdwenen.”
Mobiel banditisme
Uit onderzoek van criminoloog Dina Siegel naar mobiel banditisme blijkt dat de dieven uit Oost-Europa gericht op pad gaan. “Deze bendes bestaan niet uit amateurs, maar zijn professionele criminele organisaties”, zegt ze. “Opdrachtgevers zitten onder meer in Polen, Roemeni? en Bulgarije. Vaak geven ze opdrachten voor een specifiek model, zoals de nieuwe iPhone. Vervolgens worden er 300 ? 400 van dat soort telefoons gestolen.”
Siegel ontdekte dat gestolen smartphones ook in ons eigen land worden doorverkocht. “In veel gevallen wordt de buit verhandeld op Nederlandse markten. Ik wil niet ??n bepaalde markt noemen, want het gebeurt overal.” Daarnaast worden de telefoons verkocht in Oost-Europa en?op internet.
Blokkering ook eenvoudig uit te schakelen
De bendes kunnen in Nederland betrekkelijk makkelijk hun slag slaan, zegt Siegel. “De bendes waren eerst vooral actief in Zuid-Europa, maar daar treedt de politie streng op. Daarom zijn ze naar Nederland gekomen. Ze vinden ons na?ef en goedgelovig.”
Tweakers-hoofdredacteur?Wilbert de Vries?zet vraagtekens bij de campagne van Opstelten. Volgens hem zijn het juist criminele bendes die de blokkering kunnen uitschakelen. “Uiteindelijk zijn er altijd clubjes die dit kunnen omzeilen. De gelegenheidsdief, de junk, zul je er wel mee afschrikken.” Verschillende hackers bevestigen dit aan de NOS. Opstelten is het niet met de experts eens. “Het heeft geen zin om het ?berhaupt nog te proberen. Het toestel is waardeloos.” Ook schrikt een toestelblokkering voldoende af volgens de minister. “De dief loopt dan tegen de lamp.”
Domme dieven?
Misschien zijn het alleen de ‘domme’ 1.0 dieven, maar toch zijn er al veelzaken bekend waarin criminelen gevonden zijn met dit soort diensten. Eerder blogden we ook over klopjachten naar telefoondieven waarbij?iPhones en tablets met deze software voor de oplossing zorgden. Onlangs plaatsten we nog?mooi Storify?verslag over zo’n zaak.
En het blijft niet bij telefoons. De app van?het automerk Tesla zorgde er ook voor dat?een gestolen auto is teruggevonden. Bekijk de video van hoe de zoektocht naar deze auto in zijn werk ging:?CBS News 8 – San Diego, CA News Station – KFMB Channel 8
Bij de aanpak van woninginbraak spelen niet alleen politieagenten, maar ook burgers een belangrijke rol. Frank Kelder, chef van de politie regio Amsterdam-West (West en Nieuw-West), blikt terug op de wintermaanden en de mooie resultaten van het Donkere Dagen Offensief.
Om het aantal woninginbraken terug te dringen, is afgelopen winter veel werk verzet. Politie, tram- en buschauffeurs, postbezorgers, hondenbezitters en buurtbewoners, allen hielden een oogje in het zeil tijdens de donkere dagen. Dat dit heeft geholpen, blijkt uit de cijfers: in Amsterdam-West zijn van november 2013 tot maart 2014 ruim 200 inbraken minder gepleegd dan in dezelfde periode vorig jaar. ‘Ook hebben we deze winter meer inbrekers aangehouden’, zegt Frank Kelder. ‘Dat is wat samenwerking met burgers teweegbrengt. Zij bellen de politie sneller bij verdachte situaties en daardoor hebben wij meer ‘heterdaadjes’.
DNA sporen?
De impact van een woninginbraak is groot. Slachtoffers zeggen vaak nog lange tijd last te houden van een onveilig gevoel in hun eigen huis. Kelder: ‘Bij iedere woninginbraak komt onze Forensische Opsporing ter plaatse om sporen veilig te stellen. Bijvoorbeeld DNA uit bloed of speeksel. Dergelijk bewijsmateriaal leidt in veel gevallen tot daders en wegen zwaar mee in de strafmaat van justitie. ‘Dat is belangrijk. Verdachten kunnen zich beter twee keer bedenken voordat ze besluiten in te breken.’
Speur mee en bel 112
Samen met het stadsdeel werd tijdens de wintermaanden een campagne gevoerd waarbij burgers werden betrokken bij het politiewerk. Zo gingen vrijwilligers en politieagenten van deur tot deur en deelden ‘preventietassen’ uit. Bewoners werden daarmee geattendeerd op het risico van woninginbraak tijdens de feestdagen, kregen preventieadviezen, een aanmeldkaart voor Burgernet en een lichttijdschakelaar. Met de slogan ‘112 daar vang je inbrekers mee’ werd veel aandacht gevraagd voor het belang van melden van verdachte situaties. Voor hondenbezitters was er een politieblauwe hondenhalsband met de penning: ‘Ik speur mee en bel 112’.
De mooie resultaten van de campagne – het Donkere Dagen Offensief – zetten zich voort. De cijfers blijven positief en de strijd tegen woninginbraak gaat dan ook onverminderd door. Frank Kelder: ‘De komende periode worden nieuwe idee?n ontwikkeld om burgers hier nog meer bij te betrekken. Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk deze samenwerking is voor ons politiewerk. Zie je iets verdachts? Bel direct 112. Niet twijfelen, gewoon doen! Alleen dan kunnen wij als politie snel reageren en een inbreker op heterdaad betrappen. Want al zijn de donkere dagen voorbij, als inbrekers de kans krijgen, slaan zij ook in de zomermaanden toe. Het inbrakenteam van de recherche blijft onverminderd onderzoek doen naar alle inbraken die worden gepleegd in Amsterdam-West.
Weet wat er speelt in de buurt en blijf alert. Zie je iets verdachts, aarzel dan niet en bel 112. Dit interview is ook te lezen in de digitale Nieuwsbrief van de politie aan bewoners van Amsterdam West en Nieuw-West.
"Ik speur mee en bel 112!" Buschauffeurs in 020noord zijn alert in de wijk en worden beloond met een thermobeker pic.twitter.com/UqTWA4xN2W
Het leek zo?n goed idee. Vorige week lanceerde de New Yorkse politie een twittercampagne met de hashtag #MyNYPD. De bedoeling was dat New Yorkers via deze hashtag gezellige foto?s en bemoedigende berichtjes zouden delen, maar de werkelijkheid bleek een stuk grimmiger. Al snel verschenen de eerste foto?s van politiegeweld, en binnen een paar uur was #MyNYPD trending op Twitter. Een stroom van negatieve berichten volgde. De volgende dag gaf de New Yorkse politie zelf een reactie op de ophef, en die was opmerkelijk goedgemutst. Volgens hoofdcommissaris William Bratton viel het allemaal wel mee, en was hij zelfs ?een soort van blij geweest met alle aandacht?. Maar de vonk sloeg over op andere politiekorpsen, zoals de LAPD die er flink last mee kreeg.?
#NYPD Inspector Cardona claims incident left him needing a hip replacement, 2 knee surgeries & w/ back injury http://t.co/FPbj1WcmrM#myNYPD
? Occupy Wall Street (@OccupyWallStNYC) June 17, 2014
Een dag na het New Yorkse drama hield de AIVD een vragenuurtje op Twitter, waar ge?nteresseerden onder de hashtag #halloAIVD hun vraag konden stellen over het werk van de inlichtingendienst. Hoewel sommige twitteraars dit ook echt deden, was de strekking van veel andere berichten vooral melig, met vragen als ?kunnen jullie door een waterkraan?? en ?hoeveel vingers steek ik op?? Een belangrijk verschil met #MyNYPD: de AIVD reageerde een stuk sportiever. Negatieve reacties werden niet genegeerd, en jolige vragen werden op humoristische wijze beantwoord. Zo kreeg de vraag over de hoeveelheid opgestoken vingers het antwoord: ?Als het maar niet de middelste vinger is.? Hoewel de #MyNYPD-actie een stuk dramatischer verliep dan #halloAIVD, laten beide incidenten zien dat zo?n twittercampagne moeilijk te regisseren is. Beide instanties slingerden een hashtag de wereld in en hoopten er het beste van. ?
Organisaties laten zich teveel verleiden door de voordelen van sociale media, stelt Marjolijn Antheunis, universitair docent Sociale aspecten van nieuwe media aan de Universiteit Tilburg. ?Het is relatief goedkoop, in theorie kan je een groot publiek bereiken, dus veel organisaties denken vroeg of laat iets te ?moeten? met sociale media. Daarbij vergeten ze dat zo?n campagne maar moeilijk te sturen is. Dat bleek dan ook uit beide incidenten vorige week.?
Hoewel Antheunis de sportieve reactie van de AIVD te prijzen vindt, vond ze het vragenuurtje geen succes. ?Wat je zag was dat de AIVD, door mee te gaan in de meligheid, bijna niet meer toekwam aan serieuze vragen. In eerste instantie vonden de volgers dat nog wel leuk, maar na een tijdje kwamen er meer berichten in de trant van ?hier betaal ik geen belasting voor?. Misschien heeft de AIVD door deze actie wel meer volgers op Twitter, maar ik kan me niet voorstellen dat het goed was voor hun imago.?
Wat hadden beide partijen beter kunnen doen? Volgens Arnout de Vries, adviseur sociale media en maatschappelijke veiligheid bij TNO, hadden ze een gerichtere campagne kunnen bedenken. ?Zowel de New Yorkse politie als de AIVD koos voor een algemene opdracht: stuur je foto?s en stel je vragen. Dan is de kans dat er een loopje met je wordt genomen veel groter. Als ze hadden gekozen voor een focus, bijvoorbeeld ?stel je vragen over solliciteren bij de AIVD? of ?tweet je foto van de agent in jouw gezin? was de schade beperkt gebleven.?
Wat hadden beide partijen beter kunnen doen? Volgens Arnout de Vries, adviseur sociale media en maatschappelijke veiligheid bij TNO, hadden ze een gerichtere campagne kunnen bedenken. ?Zowel de New Yorkse politie als de AIVD koos voor een algemene opdracht: stuur je foto?s en stel je vragen. Dan is de kans dat er een loopje met je wordt genomen veel groter. Als ze hadden gekozen voor een focus, bijvoorbeeld ?stel je vragen over solliciteren bij de AIVD? of ?tweet je foto van de agent in jouw gezin? was de schade beperkt gebleven.?
Ook de respons van zowel de New Yorkse politie als de AIVD had beter gekund, stelt Antheunis. ?De politie in New York reageerde te laat en te laconiek. Ze hadden moeten zeggen: ?we hadden dit niet verwacht en zijn ervan geschrokken, maar zijn bereid hierover door te praten.? Dat is tenminste eerlijk. Door te doen alsof er niks aan de hand is gooi je olie op het vuur.?
De AIVD reageerde op tijd, maar raakte teveel verstrikt in haar eigen grapjes, stelt De Vries. ?Toen iemand vroeg welk lotnummer hij moest kiezen, antwoordde men: ?iets dat eindigt op 007?. Vervolgens kwamen er allerlei nieuwe vragen over James Bond en of de AIVD dan ook wapens draagt. Hun grappig bedoelde antwoord cre?erde dus alleen maar meer vragen en verwarring.?
Dat over een twittercampagne als #halloAIVD in het vervolg beter moeten worden nagedacht is helder, maar dat neemt niet weg dat sociale media van groot belang kunnen zijn voor de veiligheidssector. De Vries: ?De overheid is uiteindelijk vooral een dienstverlener. Als ze sociale media op de juiste manier inzetten wordt iedereen daar beter van. Maar het is lastig de balans te vinden.
Dat over een twittercampagne als #halloAIVD in het vervolg beter moeten worden nagedacht is helder, maar dat neemt niet weg dat sociale media van groot belang kunnen zijn voor de veiligheidssector. De Vries: ?De overheid is uiteindelijk vooral een dienstverlener. Als ze sociale media op de juiste manier inzetten wordt iedereen daar beter van. Maar het is lastig de balans te vinden.
Neem de twitterende wijkagent: onderzoek toont dat agenten op Twitter goed zijn voor het imago van de politie. Maar toen bekend werd dat zulke agenten een half uur per dag bezig waren met sociale media, kwam al snel de bekende ?ga toch boeven vangen?-kritiek.? Bedrijven kunnen het effect van sociale media meten in omzet of winst, aldus De Vries. ?Voor overheden is dat veel moeilijker te bepalen.?
Wat ook niet helpt is dat met name veiligheidsinstanties de oude manier van communicatie maar moeilijk kunnen loslaten. De Vries: ?Dat merk je bijvoorbeeld wanneer er echt iets aan de hand is. Ik volg mijn wijkagent op Twitter, net als de burgemeester van mijn woonplaats en de gemeente. Maar tijdens een crisis ? denk aan de ramp in Moerdijk ? blijven ze allemaal stil, terwijl mijn behoefte aan informatie dan juist het grootst is. Pas wanneer de burgemeester een offici?le reactie naar buiten brengt mogen zij ook reageren; de traditionele aanpak.?
Tegelijkertijd doet Nederland het wereldwijd zeker niet slecht: uit onderzoek blijkt dat de politie?hier veruit de meeste sociale media-accounts heeft per inwoner. De Vries: ?In de VS bijvoorbeeld mogen agenten niet zomaar gebruikmaken van Twitter en heeft alleen het korps een algemene aansluiting. Er valt nog best wat te klagen in Nederland, maar onze veiligheidsinstanties werken tenminste aan het cre?ren van meer transparantie.?
Eind 2013 heeft de overheid de AlertOnline campagne gelanceerd om het bewustzijn over online veiligheid te vergroten. Nederland behoort tot de landen met de meeste internetaansluitingen, de grootste adoptie van social media en de meeste internetbankierende mensen. We zijn altijd en overal online. Dat geeft Nederland een voorsprong en biedt kansen voor innovatie en economische groei. Maar het betekent ook dat iedereen zich bewust moet zijn van gevaren en risico?s. Want?we moeten constateren dat er op veel plaatsen in de samenleving nog een schrijnend gebrek aan bewustzijn over de eigen en andermans digitale veiligheid bestaat.
Op een verantwoorde manier gebruik maken van social media, internet en van een computer, mobiele telefoons en andere digitale middelen is vaak eenvoudiger dan je denkt. Met een beetje gezond verstand kom je al een heel eind.?Iedereen kent ondertussen?het nut van een goede virusscanner op je priv?-computer, of het gebruik van een sterk wachtwoord. Maar ken je ook het risico van onbetrouwbare WiFi-netwerken? Of weet je wat je moet doen om je smartphone tegen een virus of malware te beschermen?
Naast je priv?-mobiel, computer of tablet heeft je werkgever wellicht ook digitale middelen beschikbaar gesteld. Priv? en zakelijk gebruik lopen steeds meer door elkaar. Apparaten aangesloten op het bedrijfsnetwerk kunnen vaker thuis worden gebruikt. Het is daarom van belang om de computers, netwerken en bedrijfsinformatie goed te beveiligen tegen onder andere hackers, virussen en gegevensdiefstal. Voor je het weet liggen er gevoelige bedrijfs-, personeels- of klantgegevens op straat.
AlertOnline heeft een aantal praktische, makkelijk uit te voeren ?tips voor je op een rij gezet. Zowel voor zakelijk als voor priv? gebruik. Uiteraard is er veel meer mogelijk en is dit overzicht niet compleet.?Meer informatie over wat je als priv?gebruiker of als ondernemer allemaal nog meer kunt doen, vind je onder andere op?www.digibewust.nl?of op?www.beschermjebedrijf.nl. Hier vind je handreikingen over informatiebeveiliging en hoe je hiermee in je eigen organisatie aan de slag kunt. Ook zijn er specifieke sites, zoals bijvoorbeeld over het wisselen van wachtwoorden, waarschuwingsdienst voor virussen. Er is een spel?‘Je bent zichtbaarder dan je denkt’?dat je laat zien welke sporen je digitaal achterlaat.
Hieronder zijn enkele factsheets van het NCSC?die tips geven over social media gevaren of wanneer je uitgelekte gegevens rondzwerven op social media. En ook de NCTV doet mee in de voorlichting met filmpjes en documenten.?En ook vanuit andere landen is er veel informatie beschikbaar, zoals de Engelse site?GetSafeOnline.
Een interessant artikel uit de Volkskrant van journaliste Heleen van Lier. Zij schreef over de macht van sociale media waarin ze voorbeelden noemt van zogenaamde ‘foute’ bedrijven die onder druk worden gezet via websites. Dit fenomeen zie je de laatste tijd ook veel bij de politie. Met name Geenstijl is zeer actief, bijvoorbeeld zoals ze rondom het thema ‘bonnenfabriek bij de politie’ waren. Hieronder is het artikel van Heleen van Lier op een 2.0 wijze samengevat. Tenslotte laten we een aantal politievoorbeelden zien.
Greenpeace actie Nestl?
Actieclubs gebruiken sociale media als Twitter, Hyves, Facebook en YouTube om ‘foute’ bedrijven tot goede en eerlijke producten te bewegen. En zie, het werkt. Honderdduizenden consumenten helpen graag mee. Het voedingsmiddelenconcern Nestl? was in maart het slachtoffer van een sociale-mediacampagne van Greenpeace. De activistische milieuorganisatie beschuldigde Nestl? ervan populaire chocoladeproducten als KitKat te produceren met palmolie van leveranciers die hiervoor regenwoud kapten. Dit zou tot de ondergang van dieren leiden, zoals de Orang Oetan. Greenpeace spoorde mensen via onder andere Facebook en Twitter aan om het bedrijf te mailen met de oproep: stop met palmolie waarvoor regenwoud is verwoest in KitKats.
Het filmpje over de palmolieactie
Nestl? werd bestookt met 300 duizend e-mails van mensen uit de hele wereld. Ook op de Facebook-pagina van het concern stonden woedende reacties van Facebookers. Het bedrijf reageerde op een totaal foute manier: het beriep zich op het auteursrecht en wilde alle uitingen waarin het Nestl?-logo werd gebruikt, laten verwijderen. Ook de Facebook-pagina werd in zijn geheel verwijderd. Hierdoor trok de campagne alleen maar meer aandacht. Uiteindelijk zwichtte het Zwitserse concern voor de actie en zegde de samenwerking met dubieuze palmolieleveranciers op.
Oxfam Novib
De ontwikkelingssamenwerkingsorganisatie Oxfam Novib wist afgelopen winter met een sociale-mediacampagne zeven winkelketens zover te krijgen om meer ‘eerlijke’ chocolade te verkopen, afkomstig van leveranciers die boeren een redelijke prijs voor hun cacao betaten. Met de ‘Groene Sint-actie’ konden Hyvers zelf een actieheld samenstellen, waarmee ze samen met de Groene Sint gingen strijden voor eerlijke chocolade. De deelnemer kon virtuele winkelpuien van ‘foute’ winkels besmeuren met teksten. Dit leverde 150 duizend afbeeldingen van besmeurde winkelpuien op, die weer werden verspreid via sociale netwerken. De consument was er op een leuke manier van op de hoogte gebracht welke chocoladeletters ze vooral niet moesten kopen, en de supermarkten pasten nog tijdens de campagne hun assortiment aan.
Het resultaat van de actie werd geplaatst op de fotowebsite Flickr. Door alle foto’s goed zichtbaar te voorzien van de winkelnamen, kwamen ze hoog terug in Google als er op de naam van de supermarktketen werd gezocht. De winkels waren natuurlijk niet blij met deze prominente negatieve publiciteit, en zeven ketens beloofden nog tijdens de campagne meer eerlijke chocolade te gaan verkopen. Volgens Oxfam zullen in 2012 alleen nog maar eerlijke en duurzame chocoladeletters in Nederland verkrijgbaar zijn. In 2010 krijgt de Groene Sint-campagne een vervolg. Dan richt Oxfam Novib de pijlen op oneerlijke koffie.
Groene Sint actie
Hyves en de Groene Sint actie
Bob Overbeeke van Oxfam Novib weet hoe het werkt met de sociale media. Hij zette als medeverantwoordelijke voor de sociale-media-activiteiten meerdere succesvolle campagnes op. ‘De kunst is om ervoor te zorgen dat mensen je boodschap voor je gaan verspreiden’, zegt Overbeeke. ‘We lokken mensen met entertainment, zoals het maken van je eigen actieheld, en vragen ze dan iets terug te doen’, zegt hij.
Oxfam Novib probeert campagnes altijd zo aantrekkelijk en leuk mogelijk te maken. ‘Ook moet je het zo makkelijk mogelijk maken om dingen te delen met andere sociale netwerkers’, zegt Overbeeke. ‘Alleen zo zorg je ervoor dat mensen het naar elkaar doorsturen.’ Dat is belangrijk, want het overgrote deel van de mensen, volgens Greenpeace zo’n 80 procent, wordt via sociale netwerken bereikt doordat ze door anderen worden uitgenodigd om mee te doen. De honderden miljoenen gebruikers van Facebook, Hyves, Twitter en YouTube zijn genegen dit te doen, dat maakt het makkelijker dan ooit om een goede zaak te steunen. In een economisch ongunstige tijd, als mensen de hand het liefst op de knip houden, kunnen ze toch bijdragen aan een betere wereld. Ze krijgen gratis een goed gevoel en kunnen aan hun vrienden laten zien hoe ge?ngageerd ze zijn.
Goede doelen, Oxfam Novib en Greenpeace voorop, zetten sociale media steeds vaker in om mensen bewust te maken van een probleem, en om druk uit te oefenen op foute bedrijven. Sociale media en goede doelen vormen een logische combinatie. Via sociale media kunnen grote groepen mensen gemobiliseerd worden om hun misgenoegen over kwalijke zaken kenbaar te maken. Sociale-media-acties zijn eigenlijk niet veel meer dan een moderne, snellere, openbare versie van de petitie. ‘De macht van sociale netwerken ligt vooral in de hoeveelheid consumenten die ermee bereikt kunnen worden’, zegt Elroy Bos, hoofd communicatie van Greenpeace. ‘Bedrijven kunnen honderdduizenden consumenten die hun onvrede laten blijken, niet negeren.’ Zij worden hierdoor gedwongen hun beleid aan te passen, hun assortiment te verduurzamen of vervuilende activiteiten te staken.
Greenpeace en Oxfam Novib krijgen ‘foute’ bedrijven met behulp van Facebook, Twitter, Hyves en YouTube succesvol op de knie?n. Zij hebben een voorsprong op organisaties die nog niet weten hoe ze met sociale media moeten omgaan.
Regie
Een nadeel van de kettingreacties is dat sociale media-acties een eigen leven kunnen gaan leiden en de goede doelen organisaties de regie over hun campagnes kwijtraken. Lang nadat campagnes zijn afgelopen, kan de achterban een merk achterna blijven zitten. Zo bleven Facebookers maar anti-Nestl?-pagina’s aanmaken en zich negatief uitlaten op reactiefora, ook al had Greenpeace zijn doel al bereikt.’Sociale media zijn een machtig middel, je hebt er niet altijd controle over’, zegt Bos van Greenpeace.
Zowel Bos als Overbeeke ziet het opzetten van een pressiecampagne via sociale media dan ook als laatste middel. Bos: ‘Pas als we merken dat de bedrijven echt niet van plan zijn om hun foute bezigheden te staken, gaan we naar de consumenten. We waarschuwen bedrijven altijd eerst dat we dat van plan zijn.’ Oxfam Novib heeft een code voor zichzelf opgesteld. ‘We passen uitgebreid hoor en wederhoor toe en geven bedrijven altijd de kans om intenties uit te spreken. Pas als we in lobbygesprekken merken dat de bedrijven echt niet van plan zijn om hun foute bezigheden te staken, roepen we de hulp in van de consumenten.’
Greenpeace actie Facebook
Greenpeace zet niet alleen sociale netwerken in, maar houdt ze ook kritisch in de gaten. Dat blijkt uit de nieuwste actie. Het datacenter van Facebook, waar de foto’s en andere gegevens van de 500 miljoen Facebookers op servers zijn opgeslagen, draait op de energie van vuile steenkoolcentrales. Voor de internationale milieuorganisatie was dat reden om een Unfriend Coal-actie te beginnen. De actie richt zich tegen Facebook, via Facebook. Greenpeace maakte een tekenfilmpje waarin Facebook-oprichter Mark Zuckerberg wordt opgeroepen om windenergie te gebruiken. De kijkers worden opgeroepen Zuckerberg te ‘unfrienden’ en er via Facebook-pagina’s op aan te dringen dat Facebook schone energie gaat gebruiken. Inmiddels hebben 500 duizend mensen zich aangesloten bij Facebookpagina’s waarop ’s werelds grootste sociale netwerk wordt opgeroepen de servers op duurzame energie te laten draaien. Facebook heeft daar afwijzend op gereageerd. Volgens Facebook heeft het bedrijf geen invloed op de herkomst van de elekticiteit; de onderneming zegt verder dat het datacenter weliswaar relatief veel steenkool gebruikt, maar dat de energie effici?nt wordt benut. De actie loopt nog, en de anti-Facebook Facebookpagina’s bestaan nog steeds.
Greenpeace actie Facebook
Greenpeace actie BP
De olieramp in de Golf van Mexico bezorgt olieconcern BP niet alleen een miljardenrekening, maar ook flinke imagoschade. Het Britse Greenpeace riep mensen op een nieuw logo en een nieuwe slogan voor het bedrijf te bedenken. Dit leverde tweeduizend logo’s op, die werden geplaatst op de fotosite Flickr. Bijna 900 duizend mensen bekeken de nieuwe logo’s bij Flickr, en nog veel meer mensen zagen de logo’s op de websites en kranten die de creatieve uitspattingen hadden overgenomen. Slogans die zoal langskwamen, waren: ‘BP is Big Problem’, ‘BP is Broken Pipes’ en ‘BP is Best Polluter’. In tegenstelling tot de meeste bedrijven onderging BP de campagne niet lijdzaam. Op een eigen Flickr-pagina heeft BP al bijna duizend foto’s geplaatst van schoonmaakploegen die de stranden en het water reinigen. Ook zijn er foto’s van indrukwekkende schookmaakinstallaties, voorlichtingsevenementen en dieren die kerngezond lijken te zijn, ondanks de olie.
Greenpeace oproep nieuwe logo BP
Hieronder hyperlinks van www.geenstijl.nl over enkele politievoorbeelden:
De potentie van het internet om onze woede te verenigen en te ontladen is groot, al zijn de wettelijke kaders nog vaag. ?Leonie Breebaart schreef over de machteloosheid van de gewone burger ?tegenover de graaicultuur bij grote ondernemingen, zoals banken (Letter&Geest, ?16 februari). “Van een collectief dat een vuist kan maken en kan dreigen, is geen ?sprake meer.” Hiermee onderschat ze de snelle evolutie van een nieuwe vorm ?van maatschappelijke dialoog: online massa-activisme.?Het straffen van onwenselijk gedrag van een bedrijf door hun producten niet te ?kopen is voor de meeste mensen niet makkelijk. De consument heeft maar ?gebrekkige informatie over alle complexiteit van bedrijven. Ook belandt de ?betrokken consument regelmatig zelf in een positie van hypocrisie: hij koopt spaarlampen, maar pakt ook het vliegtuig naar Londen in plaats van de trein. We ?hebben als consumenten echter wel een collectieve verantwoordelijkheid voor de ?wereld waarin we leven. Wanneer we de bankenbonussen verwerpelijk vinden ?en dat een hoge prioriteit geven, dan zouden we in actie moeten komen. Zo niet ?via ons consumptiegedrag, dan wel door onze woede te uiten.?Breebaart citeert de Duitse filosoof Peter Sloterdijk over het gebrek aan een ‘wereldwoedebank’ om ons kritisch gevoel tegenover slecht commercieel gedrag ?te verzamelen en te hefbomen. Maar is het uitgesloten dat een ?wereldwoedebank nog kan komen? Het gebruik van online sociale media om de ?menigte op laagdrempelige wijze te verenigen, heeft in zeer korte tijd enorme ?sprongen gemaakt. Het begon met ontevreden klanten met een creatieve geest, ?zoals muzikant Dave Carroll en zijn video over hoe zijn gitaar stuk ging tijdens ?een reis met United Airlines. De video werd een online rage en schaadde de ?beurskoers van de vliegmaatschappij. In Nederland hadden we de Twitteractie ?van Youp van ’t Hek tegen slechte klantenservice.
De potentie van het internet om onze woede te verenigen en te ontladen is ?groot, al zijn de wettelijke kaders nog vaag. ?Leonie Breebaart schreef over de machteloosheid van de gewone burger tegenover de graaicultuur bij grote ondernemingen, zoals banken (Letter&Geest, 16 februari). “Van een collectief dat een vuist kan maken en kan dreigen, is geen sprake meer.” Hiermee onderschat ze de snelle evolutie van een nieuwe vorm van maatschappelijke dialoog: online massa-activisme.?Het straffen van onwenselijk gedrag van een bedrijf door hun producten niet te kopen is voor de meeste mensen niet makkelijk. De consument heeft maar gebrekkige informatie over alle complexiteit van bedrijven. Ook belandt de betrokken consument regelmatig zelf in een positie van hypocrisie: hij koopt spaarlampen, maar pakt ook het vliegtuig naar Londen in plaats van de trein. We hebben als consumenten echter wel een collectieve verantwoordelijkheid voor de wereld waarin we leven. Wanneer we de bankenbonussen verwerpelijk vinden en dat een hoge prioriteit geven, dan zouden we in actie moeten komen. Zo niet via ons consumptiegedrag, dan wel door onze woede te uiten.
Breebaart citeert de Duitse filosoof Peter Sloterdijk over het gebrek aan een ‘wereldwoedebank’ om ons kritisch gevoel tegenover slecht commercieel gedrag?te verzamelen en te hefbomen. Maar is het uitgesloten dat een wereldwoedebank nog kan komen? Het gebruik van online sociale media om de menigte op laagdrempelige wijze te verenigen, heeft in zeer korte tijd enorme sprongen gemaakt. Het begon met ontevreden klanten met een creatieve geest, zoals muzikant Dave Carroll en zijn video over hoe zijn gitaar stuk ging tijdens een reis met United Airlines. De video werd een online rage en schaadde de beurskoers van de vliegmaatschappij. In Nederland hadden we de Twitteractie van Youp van ’t Hek tegen slechte klantenservice.?Inmiddels zijn er meerdere potenti?le wereldwoedebanken in wording. In Nederland lobbyt de Eerlijke Bankwijzer over maatschappelijk verantwoord bankieren, waarbij hun website consumenten helpt om banken te vergelijken en een persoonlijk overstapadvies in te winnen. Internationaal is het digitale protestnetwerk Avaaz de grootste online campagnevoerder, waarbij een gedeelte van de 19 miljoen leden meebeslist over de doelwitten voor hun woedekanon. Toen mediamagnaat Rupert Murdoch zijn imperium wilde uitbreiden met het Britse satelliettelevisienetwerk BSkyB, kwam Avaaz met een protestcampagne waaraan een miljoen leden meededen. Met succes: de overname werd uitgesteld en van uitstel kwam afstel. De potentie van het internet om onze woede te verenigen en te ontladen is groot, al gaat het nog met vallen en opstaan. Het bedrijf dat de opmars van de online activist aan zijn laars lapt, kan flink in de kou komen te staan.
Wel bevindt online actievoeren zich nog in een soort wildwesttijdperk, waarin we enerzijds met elkaar leren wat werkt en anderzijds wat wettelijk mag. Neem de online campagne van journalist Jelle Brandt Corstiustegen de bonus van SNS Reaal-topman Sjoerd van Keulen. Brandt Cortius publiceerde Van Keulens e-mailadres en riep tegen zijn digitale achterban op de ex-bankier met berichten te bestoken totdat hij zijn bonus zou teruggeven. Advocaat Gerard Spong noemde de oproep een vorm van kwaadaardige stalking en daarom mogelijk strafbaar. Een spannende affaire: hoewel actievoerders in de fysieke wereld wel vaker de wettelijke grenzen opzoeken, zijn de wettelijke kaders van het digitale Wilde Westen vager. De komende tijd zal blijken of deze manier om massale woede te verbinden en op een doel te richten wettelijk is toegestaan en algemeen geaccepteerd wordt.
Wil je meer weten over slacktivisme of e-herding? Dan is o.a. het werk van?David Langley?of Tijs van den Broek van TNO iets om verder op te zoeken. Hier?staat een overzicht van enkele artikelen uit het project over online be?nvloeding van gedrag.
De #stopkony?videocampagne is een documentaire van de organisatie?Invisible Children?om Oegandese rebellenleider en?oorlogsmisdadiger?Joseph Kony?te stoppen door hem beroemd te maken via een internet beweging. men wil hem in de?boeien zien, en de aandacht ervoor grijpt razendsnel om zich heen.
Het filmpje Kony 2012 tegen de Oegandese guerrillaleider Joseph Kony groeide uit tot ongekende sociale-mediahype. Het filmpje verspreidde zich razendsnel via allerlei sociale netwerken en sites als YouTube en werd bijna 100 miljoen keer bekeken. Kony is een Oegandese rebellenleider die met zijn?Lord?s Resistance Army?(in het Nederlands: Verzetsleger van de Heer) duizenden kindsoldaten ronselde, mishandelde, aanzette tot moorden en gebruikte als seksslaven.?Het Internationaal Strafhof in Den Haag beschuldigde Kony in 2005 van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid maar tot nu toe kon hij niet worden gearresteerd. Maker Jason Russell ontmoette een van de kindsoldaten en beloofde hem er alles aan te doen om Joseph Kony te stoppen. De internetcampagne is daar het resultaat van: Kony moet zo beroemd worden dat het onvermijdelijk wordt dat hij gezocht en gepakt wordt.?De enige arrestatie die volgde was echter die van de maker van het filmpje. Jason Russel werd in de VS opgepakt voor openbaar dronkenschap en publiekelijk masturberen, nadat hij in een psychose was geraakt door alle stress rondom de actie. De beelden van de naakte Russel gingen net als Kony 2012 de hele wereld over.
Het gedachtegoed achter de beweging is dat, omdat er geen politieke en economische belangen bij zijn om Kony te pakken, de man voortdurend in de publiciteit gebracht moet worden zodat politici in Amerika niet om hem heen kunnen. De beweging Kony 2012 is een feit.?De documentaire draagt hier aan bij, maar zeker ook een aantal bekende sterren en politici (Mark Zuckenberg, Rihanna etc.) Ook kan er op de site een kit besteld worden met posters, stickers e.d. De actie is qua publciteit een ongekend succes. Naast het aantal views, was #stopkony trending op Twitter en ook in Nederland (zie afbeelding met activiteit in social domein hieronder) houdt het de gemoederen bezig. Zo waren er ruim 33K berichten in een week tijd.
Uiteraard is er ook kritiek op de actie. Men is al bezig met het opsporen van deze man, de documentaire is niet altijd even transparant, en ligt het probleem veel ingewikkelder. Toch is het een interessant initiatief en ook bijzonder om te zien hoe zo’n beweging via het internet zo snel tot stand komt.
10000 eyes was in 2011 een ludieke campagne dat begon als een project in de wijk Delfshaven in Rotterdam om de veiligheid en sociale cohesie?te vergroten. Doel was bewoners bewuster te maken van acties die ze kunnen ondernemen om hun buurt veiliger te maken. Het verhogen van meldingsbereidheid en het activeren van burgers waren achterliggende doelstellingen. Buurtbewoners zijn de wijk in getrokken en hebben ’s nachts honderden ogen aangebracht d.m.v. graffiti en stickers:
10.000 eyes vergroot de veiligheid in Delfshaven. Door de hele wijk zijn 10.000 ogen aangebracht op trottoirs, trams, metrohaltes en gebouwen die figuurlijk waken over de veiligheid van buurtbewoners en ondernemers. De komende maanden gaan verschillende instanties ook letterlijk aan de slag.?In het winkelgebied in de deelgemeente Delfshaven wonen zo?n 5.000 mensen (10.000 ogen) met verschillende achtergronden. Het winkelgebied, met winkellinten op de Schiedamseweg, Grote Visserijstraat, Franselaan, Vierambachtsstraat, Nieuwe Binnenweg (westkant), Mathenesserstraat, Mathenesserplein en 2e Middellandstraat, heeft zoals overal in stedelijk gebied, regelmatig te maken met een divers palet aan problemen. Van loszittende straattegels tot winkeldiefstal en overvallen.
Project
Het project, dat tot en met december duurt, heeft tot doel om mensen alerter te laten zijn op de veiligheid in hun eigen buurt. Door vaker en eerder ongewone situaties te melden aan politie en gemeente. Het project wordt gerealiseerd door gemeentelijke instanties, winkeliers Rotterdamse sponsoren en de politie.?Initiatiefnemer Jan van de Werken, inspecteur van politie: ?Delfshaven is een prachtige wijk met veel leven in de brouwerij. Het is daarmee ook een wijk waar de politie haar handen aan vol heeft. Ook bewoners en ondernemers moeten meer in beweging komen. Samen kunnen we echt een vuist maken en zorgen dat het een veilig najaar wordt.?
10.000 Eyes: De aanpak
Het project 10.000 eyes is samen met partners en winkeliersverenigingen ontwikkeld. Naast sociale buurtactiviteiten met bewoners worden komende maanden ook voorlichtingsactiviteiten over fysieke en sociale veiligheid op straat en in winkels georganiseerd. Alle activiteiten hebben de gezamenlijke noemer: ?samen voor een veilige buurt?.?De sociale buurtactiviteiten stimuleren bewoners en winkeliers om zich actief in te zetten. Zo wordt in september een straatdiner georganiseerd op de drie grote pleinen van de buurt: Safe Dinner. In oktober staat het dansevenement Safe Dance op de agenda en in november het culturele evenement Safe Art waarin de grote diversiteit van Delfshaven zichtbaar zal worden.?In Safe Shops kunnen winkeliers informatie en ondersteuning krijgen om hun eigen winkel veiliger te maken. Bewoners en winkeliers uit het winkelgebied van Delfshaven kunnen zich hier inschrijven voor de verschillende activiteiten.
10.000 Eyes is officieel van start gegaan met een persconferentie in het Europoint gebouw:
Voor het project 10000 EYES maakte The Urban Family samen met Reel Events en Studio Tony de CD 10000eyes.nl. 10.000 EYES is een project dat de veiligheid en sociale cohesie van het winkelgebied Het Potlood in Rotterdam Delfshaven wil verbeteren. Met deze CD proberen we aandacht te krijgen voor dit project. Op de CD vindt u drie nummers die speciaal voor dit project zijn geschreven en gearrangeerd. De cd is op 13 december gelanceerd tijdens de presentatie van de derde fase van The Urban Family.
In de Rotterdamse wijk Delfshaven werd 26 oktober door honderden deelnemers gedanst voor een veilige buurt. De Safe Dance werd georganiseerd in het kader van het 10000 eyes project om de sociale cohesie en de veiligheid in de buurt te vergroten.
Ronald Jas, lid van de Communicatiewinkel, was als communicatieadviseur intensief betrokken bij dit omvangrijke project. Zijn rol was het bedenken en uitvoeren van de communicatieconcepten (o.a. de website), het assisteren bij ontwikkelingen, adviseren over lijncommunicatie en projectcommunicatie. Het project wordt in januari ge?valueerd en afgerond. De politie Rijnmond zint op een vervolg in voertuigcriminaliteit: zoals diefstal en opzettelijke beschadiging van (brom)fietsen, scooters en auto?s en verwijdering van nummerplaten.
Oproep op Linkedin
Jan?is recherchechef van de Rotterdamse politie en initiatiefnemer van het project 10.000 eyes.?Het startte in mei 2011 met een vraag op Linkedin: hoe kan de veiligheid in Rotterdam-Delfshaven worden verbeterd? ?Dit leverde allerlei idee?n op, maar het zorgde vooral voor deelnemerschap van ondernemers, particulieren, studenten en organisaties. Hierdoor ontstond een project met gezamenlijke intenties. Via de Linkedin oproep is contact ontstaan tussen Ronald Jas, vormgevingsbureau De Ruimte uit Utrecht en Golfstromen Amsterdam, een bureau voor Ruimtelijke projecten. Na een brainstorm is een conceptplan opgesteld met een communicatieparagraaf waarvan de kern was: het ontwikkelen van een duidelijk en internationaal begrijpelijk signaal in alle straten en alle gebouwen in een woon/winkelbuurt in Delfshaven. Het werden twee ogen, die in allerlei vormen konden worden aangebracht: 10.000 eyes letten op elkaar en elkaars bezittingen. Verborgen boodschap aan overvallers: dit najaar even niet hier!
Ze doken deze zomer op rond pleinen, straathoeken en parken: de met graffiti bespoten auto?s, voorzien van nummerborden waar AFBLIJVEN op staat. De voertuigen staan er om aandacht te vragen voor autocriminaliteit: vernieling, inbraak, diefstal. Eerder verschenen al twee priemende oogbollen op een van de Marconitorens in Rotterdam-West. Jan van de Werken wil met het project ?samen met mensen uit de wijk, verschillende vormen van criminaliteit aanpakken. Niet met saaie voorlichtingen en soort van hippe campagnes, maar op een manier die aanspreekt en effect heeft.? Jan van de Werken is enthousiast over het project, maar tegengeluiden zijn er ook. Wat is het effect? Wordt de sociale cohesie versterkt of wakkert een ?ludiek project? als dit juist een gevoel van onbehagen aan, met slechts wantrouwen en uitsluiting als gevolg?
Communicatiekanalen
Er is gecommuniceerd via de formele kanalen (politie, Deelgemeente Delfshaven, lokale kranten en websites), maar ook via twitter en andere social media. Vele sponsors en vrijwillige bijdragen leidden tot tal van gerelateerde buurtactiviteiten, waaronder een mysterie shopper (een ingehuurd bureau dat met toestemming van politie goederen wegnam uit winkels en deze later in informatiebijeenkomsten weer retourneerde), Diender aan de kassa (selectieve hulp bij overvalpreventie aan winkeliers), Kunst op straat (kunstenaars helpen schoolkinderen met een ?Samen voor een veilige buurt?-kunstwerk en een Flash mob (dansen voor een veilige buurt)). Bewoners en winkeliers uit het winkelgebied van Delfshaven konden zich voor de verschillende activiteiten inschrijven via de website www.10000eyes.nl.