Tagarchief: aivd

Hobbyspion Jimmy F.

F. werd eind augustus?door een arrestatieteam van zijn bed gelicht?vanwege een terreurdreiging in Rotterdam. Hij zou een ‘zeer alarmerend’ bericht hebben gestuurd over een aanslag in de Maassilo waarin specifiek een optreden van de Amerikaanse band Allah-Las werd genoemd.

De hbo-student Integrale Veiligheid wordt door anderen juist aangemerkt als een?amateurspion?die achter zijn computer jihadisten probeert op te sporen.?Uit?een anonieme brief aan GeenStijl?en bronnen van NRC Handelsblad zou blijken dat F.’s arrestatie berust op een misverstand. Op 31 augustus maakte justitie bekend dat F. alleen nog wordt verdacht van?opruiing, omdat er te weinig bewijs is voor terreurdreiging.


“We ontmoetten elkaar in een restaurant. (…) Ze was even oud als mijn moeder. Eind veertig. Witblond haar, aardige vrouw.”

Dit is wat Jimmy F. volgens een van zijn online-vrienden schreef over zijn eerste ontmoeting met iemand van de AIVD. Jimmy, die sinds?de terreurdreiging in Rotterdam?vastzit, vertelde haar over zijn speurwerk in chatgroepen op internet, hoe hij daar communiceerde met vermeende jihadisten.

De AIVD lijkt ge?nteresseerd in zijn bevindingen, maar geeft hem ook een waarschuwing mee. “Ze zei dat ik niets illegaals moest doen (…) Want dat zou betekenen dat ze me zouden opdragen om dingen te doen die tegen de wet zijn.”

Volgens een transcriptie van het chatgesprek met zijn online-vertrouweling zei Jimmy: “Ik heb haar ook gezegd hoe vreemd dit is. (…) Waar anderen gaan feesten, zit ik tot aan mijn nek in anti-terreurshit.”

Fragment uit chatgesprekken die Jimmy F. heeft via Telegram.

Een jonge student die infiltreert in IS-kanalen en zich voordoet als jihadist, maar ondertussen de politie tipt en geheime ontmoetingen heeft met inlichtingendiensten. Dat is het beeld dat rijst uit verschillende chatgesprekken.

De 22-jarige Jimmy F. uit Zevenbergen is een?hobbyspion, zegt zijn advocaat Karianne Bal. “De een schaatst of vist, de ander ontmaskert terroristen.”

Opruiing

Jimmy heeft haar bevestigd dat hij meerdere keren contact heeft gehad met de AIVD en de politie om inlichtingen door te spelen. Dat hij nu al een week in de cel zit in verband met de terreurdreiging vorige week in Rotterdam, noemt ze onterecht.

Want van enige betrokkenheid bij terrorisme is absoluut geen sprake, zegt Bal. “Hij heeft zich misschien onhandig uitgelaten in chatgesprekken op internet.” Ze wijst erop dat de rechter-commissaris tot nu toe geen bewijs ziet voor betrokkenheid bij terroristische misdrijven, maar hem alleen in de cel houdt?wegens opruiing. Het OM verdenkt hem nog wel altijd van betrokkenheid bij een terroristisch misdrijf.

Aanslagen

Vier weken geleden, op 1 augustus, komt Jimmy via berichtenservice Telegram in contact met ene Ayoub uit Spanje, die zich later Aghmed zou noemen. Al snel wisselen ze idee?n uit over de beste manier om aanslagen te plegen, blijkt uit screenshots van het gesprek. Het valt op dat de student veel vragen stelt: hij lijkt te willen achterhalen wat Ayoub van plan is en wat hij daarvoor nodig heeft. Jimmy bluft dat hij aan wapens kan komen en dat hij zelf bommen kan maken.

Ayoub lijkt al concrete plannen te hebben. Hij wil “iets groters dan de aanslag in Parijs”. Meerdere steden tegelijk aanvallen en ook ziekenhuizen. Jimmy gaat daarin mee.

De twee zitten ook in een chatgroep met andere leden. Een van hen noemt zich Azizz en zegt dat hij uit Libanon komt. Ook hij zegt een aanslag te willen plegen; hij toont zich een groot voorstander van het maken van een “martelaarsvideo”.

De beheerder is een Amerikaan die zich Jack noemt. Naar eigen zeggen is hij, net als Jimmy, iemand die op zoek is naar informatie over jihadisten. De twee weten dat ook van elkaar. Ayoub en Azizz lijken hen daadwerkelijk IS-aanhangers, maar: niets is zeker in de anonieme wereld van Telegram.

Drie strijders

Jimmy beweert dat hij drie strijders beschikbaar heeft om te helpen met een aanslag. Verdere details wil hij daarover niet prijsgeven. “Ik mag jou wel, Nederlandse broeder”, zegt Azizz. “Ik hou ervan hoe veiligheidsbewust jij bent.”

“Tja, ik ben een blanke bekeerling”, reageert Jimmy. “Ik ben slim en ik heb goede idee?n.”

In een gesprek met de NOS zegt beheerder ‘Jack’, die net als alle anderen anoniem wil blijven, dat rond 1 augustus de FBI bij hem op de stoep staat. “Ik heb de FBI laten weten dat Jimmy aan onze kant stond, dat hij geen sympathisant was van IS.”

Volgens Jack nam de FBI zijn account over om Ayoub en Azizz in de gaten te kunnen houden. Iets waar Jimmy van wist. Hij bleef ondertussen informatie lospeuteren, terwijl hij zichzelf voordeed als een extremist. Op een zeker moment richtte Jimmy zich ook rechtstreeks tot de Amerikaanse politiedienst.

Hoe de Nederlandse inlichtingendienst AIVD precies bij Jimmy terecht zou zijn gekomen, is onduidelijk. Volgens zijn advocaat heeft Jimmy verklaard dat hij vorig jaar de autoriteiten al eens waarschuwde voor een mogelijke dreiging. Jack stelt dat deze tip (via de AIVD) leidde tot de aanhouding van een Rotterdammer met een?kalasjnikov en een IS-afbeelding?in huis.

Jimmy’s advocaat zegt dat haar cli?nt door de politie in deze zaak als getuige is gehoord. “De politie en de AIVD wisten dus heel goed wie hij was.”

Optelsommen

Volgens Bal is door Jimmy absoluut niet gesproken over een concrete aanslag. “Mijn cli?nt wist niet eens van het bestaan van de Maassilo of de band Allah-Las. Daar hoorde hij pas voor het eerst over op het politiebureau.”

Wel noemde hij in een chatgesprek Rotterdam, wat vermoedelijk is opgepikt door de Spaanse inlichtingendienst, die alarm sloeg. “Toen zijn er heel veel optelsommen gemaakt en is men bij mijn cli?nt uitgekomen. Maar ik vraag me ten zeerste af of deze ophef wel nodig was geweest.”

Lot

Jack vindt dat de inlichtingendienst zijn vriend aan zijn lot heeft overgelaten. “Als de AIVD had gezegd dat Jimmy moest stoppen, was dit niet gebeurd. Maar zij zeiden dat hij door moest gaan.”

De appgroep met Ayoub (alias Aghmed) en Azizz wordt na drie weken opgeheven. Ze willen verder communiceren via veiliger kanalen. De online-vrienden van Jimmy zeggen niet te beschikken over die gesprekken. Ayoub en Azizz verdwijnen uit beeld.

Jack laat de NOS weten dat Ayoub wellicht, net als hij en Jimmy, een hobbyspion was. Die in dat geval nog een stap verder ging dan de Brabantse student, door actief te werven voor een aanslag. “Als hij doorgaat met wat hij doet, zal hij de controle verliezen en zullen er mensen sterven. Misschien wel heel veel.”

Arrestatie

Jimmy werd vorige week ’s nachts?gearresteerd?in zijn ouderlijk huis, na de ontruiming van concertzaal de Maassilo in Rotterdam. Advocaat Karianne Bal: “Het is volgens mijn cli?nt de AIVD geweest die hem belde op de avond van zijn arrestatie met de mededeling: jouw naam licht op, laat de politie weten dat jij helemaal losstaat van dat Maassilo-verhaal.”

Uit een gesprek tussen Jimmy en een van zijn contacten blijkt dat dit niet goed lukt: de politie neemt zijn verhaal ter kennisgeving aan.

“Een paar uur later werd Jimmy’s deur er door de politie met een stormram uit gebeukt”, zegt Bal. Met die klap eindigt de online spionage van de 22-jarige student uit Zevenbergen.

Het gesprek met de blonde mevrouw van de AIVD, waar Jimmy een van zijn vrienden over vertelde, eindigt volgens de transcriptie met een fietstocht terug naar Zevenbergen. “Ik moest een fucking omweg nemen om op een bepaalde weg naar mijn huis te komen, zodat ik uit de richting van mijn werk kwam en mijn ouders niet wantrouwend zouden worden.”

Jimmy: “Ik voelde me een soort verzetsstrijder uit de Tweede Wereldoorlog.”

Bronnen: NRC, Hart van Nederland, NOS, OmroepBrabant, NOS

Social Media censuur als antwoord op terrorisme?

In het meest recente magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing schrijft Mirko Tobias Sch?fer over ‘het onzinnige sociale mediabeleid in de integrale aanpak van Jijadisme’. Mirko is universitair docent op de universiteit van Utrecht, Instituut Media en Cultuurwetenschap en medeoprichter en directeur van de Utrecht Data School. Hij doet onderzoek naar de impact van sociale media op burgerparticipatie, politiek en democratie. In 2011 is zijn boek ?Bastard Culture! How User Participation Transforms Cultural Production? verschenen bij Amsterdam University Press. Hieronder?zijn stuk en de reactie van de NCTV daarop:

censored

Sinds de zogenaamde Arabische Lente staan sociale media bekend?als instrumenten voor politiek activisme en massamobilisatie.?Na de rellen in Haren omtrent Project X hadden sociale media in de ogen van politie en openbaar bestuur hun onschuld verloren.?Tweets die vergelijkbare evenementen in Hoorn, Amsterdam of?Arnhem aankondigden, leidden toen tot wanhopige en overhaaste?reacties van de kant van de politie en overheid. De reacties waren?op zijn zachtst gezegd g?nant (Hoorn). In het ergste geval waren?ze een inbreuk op de burgerrechten (Arnhem). De aanwezigheid van terroristische groepen op sociale media leidt nu tot vragen?over de noodzakelijkheid van een verscherpt beleid en de expliciete?oproep tot censuur.

In het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme wordt voorgesteld?om propaganda op sociale media te bestrijden. De auteurs?vestigen hoop op een ?notice and take down? procedure waarbij ze zich baseren op het wetsvoorstel computercriminaliteit III. Het is?hierbij de bedoeling dat een team van de Nationale Politie haatzaaiende?(jihadistische) content verwijdert. Het actieprogramma verwijst naar een ?vrijwillige gedragscode? die internetbedrijven?moet stimuleren om ?radicaliserende, haatzaaiende, jihadistische?content? te verwijderen. Het gebruik van het woord ?vrijwillig? in verband met de gedragscode is dubieus, wat blijkt uit het vervolg?van de tekst: “bedrijven die aan deze gedragscode tekortkomen,?zullen worden gedwongen om twijfelachtige content te verwijderen door de toepassing van verschillende bestaande of nog te cre?ren?wetten”.

De voorgestelde aanpak is op verschillende punten zorgwekkend.?Hij laat zien dat er een schrikbarend gebrek heerst aan kennis bij?politici en bestuurders wat betreft internettechnologie en het?gebruik daarvan.

Het is het niet verwonderlijk dat iedereen gebruik maakt van de?goedkope communicatiekanalen van sociale media. Ook terroristische?groeperingen zijn geen uitzondering op de regel. Vrijwel alle?partijen die een rol spelen in het conflict in het Midden-Oosten zijn?te vinden op sociale media. Ook andere media worden ten behoeve?van propaganda ingezet: het Amerikaanse leger maakt bijvoorbeeld gebruik van de online-game America?s Army om op een speelse manier soldaten te werven. Hezbollah tracht de moraal van haar jonge achterban te bevorderen door de computer game Special Force, en de Islamitische Staat haalde onlangs het nieuws met een gemodificeerde versie van Grand Theft Auto die zij voor propagandadoeleinden gebruiken.

gta ISIS

Tevens verspreiden niet alleen jihadisten hun haatzaaiende berichten via internet; ook de racistische Stormfront, de Ku Klux Klan, diverse linksradicale groeperingen, nationalisten en chauvinisten van elke etnische minderheid en nationaliteit verspreiden hun radicale opvattingen via dezelfde kanalen. Op websites zoals 4chan is een oneindige stroom aan vernederende, haatzaaiende en politiek meer dan incorrecte uitingen te vinden. Moet deze content niet ook allemaal gecensureerd worden? Een les die te leren valt uit het proces tegen politicus Geert Wilders is dat het niet makkelijk is om te bepalen wat haatzaaiende content is. Maar als het actieplan omgezet wordt, zal deze definitie in toekomst zonder tussenkomst van een rechter in handen van de politie zijn.

Het actieplan suggereert dat jihadistische content doelgericht verwijderd kan worden. Er wordt echter met de internationale dimensies van deze klus ? de verschillende regelgevingen van de landen waar de content uiteindelijk ligt opgeslagen ? geen rekening gehouden.

Hoewel de auteurs benadrukken dat het actieplan ondersteuning?moet bieden voor een actieve maatschappij waarin diverse?stemmen gehoor krijgen, wordt er geen enkele moeite gedaan om?elke burger het recht op vrije meningsuiting te garanderen. Er wordt?met geen enkel woord benoemd, wie de procedure van censuur ? en?dit is waar het verwijderen van content op neerkomt ? zou moeten?controleren. Tevens wordt niet duidelijk welke criteria voor het?censureren gehanteerd zullen worden of hoe de censuur gedocumenteerd?zal worden. Is het de bedoeling dat een politieagent zelfstandig de opdracht geeft om content te verwijderen zoals dat?nu in Turkije het geval is?

De affaire omtrent de samenwerking van de AIVD met buitenlandse?diensten heeft duidelijk laten zien dat onze gekozen volksvertegenwoordigers,?die de controle over dergelijke procedures zouden moeten uitoefenen, hooguit een symbolische functie hebben. Ze?bleken zelfs uitermate slecht over de gang van zaken ge?nformeerd.?Is het in dit licht verstandig om het verwijderen van willekeurige content onder het mom van terrorismebestrijding ongecontroleerd?over te dragen aan de executieve? Zonder enige juridische of?parlementaire controle? Het zal een kwestie van tijd zijn voordat copyright-houders, politici of bedrijven druk uitoefenen om?ongewenste content zonder tussenkomst van een rechter te laten?verwijderen.

Met een censuur van het internet plaatsen we ons land in hetzelfde?schuitje met landen zoals Turkije, Wit-Rusland, Rusland, China,?Egypte en talloze andere landen. Deze landen staan terecht elk jaar opnieuw op de lijst van de onderdrukkers van het internet en de vrije meningsuiting. Censuur blijkt echter vooral de civiele maatschappij te onderdrukken, in plaats van dat deze maatregel terroristen effici?nt in het nastreven van hun doelen belemmert.

Het actieplan suggereert dat door het verwijderen van haatzaaiende content de radicalisering van internetgebruikers tegengehouden zou kunnen worden. Deze suggestie geeft blijk van een incorrect begrip van media-effecten. Radicalisering is nooit het effect van het?lezen van twijfelachtige content hetzij op online media of in de printmedia. De Britse cultuurtheoreticus Stuart Hall ontkrachte dit idee al in de jaren ?70 van de vorige eeuw op basis van zijn beroemde encoding-decoding-model. Politieke opvattingen formeren zich als gevolg van de individuele situatie en de sociale context van een individu.

Ook om andere redenen is een extreme en nauwelijks gecontroleerde?censuur van sociale media een volledig ineffectief middel. Aan de?ene kant worden alle activiteiten in de context van sociale media al?nauwkeurig gecontroleerd door de platformaanbieder zelf. Verder?zijn deze activiteiten openbaar toegankelijk voor analyse door social?media monitoring, welke niet alleen door marketingbedrijven maar?ook door politie en AIVD toegepast wordt. Een censuur zal voor deze?diensten echter betekenen dat waardevolle informatie verloren gaat.

Aan de andere kant betekent de censuur van bepaalde online media?niet dat de communicatiestromen zullen afbreken. Terroristische?groeperingen zullen andere, wellicht minder goed te monitoren platformen vinden om hun opvattingen te verspreiden. Internet?Relay Chat of het TOR-netwerk zijn slechts twee voorbeelden van?media die moeilijker te traceren communicatievormen voor?gebruikers aanbieden. Er kan voorondersteld worden dat veel?bestuurders niet eens weten hoe deze software te vinden, te?installeren en te gebruiken is. Volgens onderzoek van het Oxford?Internet Institute gebruiken in Nederland dagelijks tussen de?100.000 en 200.000 mensen het TOR-netwerk. Sociale media?en het door Google te doorzoeken web stellen maar een kleine?percentage van het internet voor.

Tor_Hexagons

Wat echter wel een oplossing kan bieden, is de inzet van goed?ge?nformeerde en meertalige rechercheurs met kennis van?interculturele aspecten. Tegenwoordig doorzoekt al een aantal?rechercheurs openbaar toegankelijke bronnen online om strafbare?handelingen op te sporen. De afdelingen binnen de politie die zich?met deze waardevolle taak bezighouden, verdienen de steun van de?politiek en de waakzame toezicht van de rechterlijke macht. De?censuur van sociale media is slechts symboolpolitiek en bovendien?gevaarlijker voor de democratische samenleving dan de haatzaaiende?content die op sociale media te vinden is.


De reactie van het NCTV, programmadirectie Contraterrorisme, ten aanzien van de bestrijding van jihadistische content online:

Internationaal ? en in Nederland ? spelen het internet en?sociale media een belangrijke rol bij jihadistische radicalisering.?De jihadistische content biedt een platform om de?gewelddadige jihadistische ideologie te verspreiden en?draagt bij aan verdere radicalisering en het binnen halen van?nieuwe aanwas. Zoals geconcludeerd door de AIVD in zijn?rapport Transformatie van het jihadisme in Nederland hebben?sociale media de jihadistische beweging in Nederland?gestimuleerd. Waar voorheen propaganda verticaal?verspreid werd via vrij ontoegankelijke webfora (van?enkelen naar velen), gebeurt dit nu op horizontale wijze (van?velen naar velen). Dit heeft de professionalisering van?vervaardigers en verspreiders doen toenemen, waardoor de?propaganda een groter bereik en meer impact heeft.?Hierdoor is de jihadistische boodschap toegankelijker en?makkelijker te verspreiden. Het internet en sociale media?spelen daarmee een belangrijke rol bij jihadistische?radicalisering. Er zijn websites en sociale mediakanalen die?Nederlandstalige jihadistische propaganda verspreiden, de?strijd verheerlijken en oproepen tot jihadgang. Het is?onacceptabel dat terroristische organisaties propaganda?vrijelijk verspreiden via onder andere Nederlandse?websites en social media. Ook tegen uitingsdelicten online?dient opgetreden te worden.

Onderdeel van het actieprogramma Integrale Aanpak?Jihadisme is de bestrijding van online jihadistische propaganda?met als doel het reduceren van de impact, hoeveelheid?en toegankelijkheid van jihadistische propaganda.?Hiervoor wordt ingezet op samenwerking met sociale media?bedrijven en Internet Service Providers, hosting partijen etc.?die de door hun aangeboden internetdiensten misbruikt zien?worden voor jihadistische doeleinden. De NCTV is in gesprek?met sociale media bedrijven, internet service providers en?hosting partijen over de wijze waarop zij, binnen hun?bestaande (juridische) mogelijkheden, kunnen bijdragen aan?het bestrijden van de online jihadistische content. De NCTV?ervaart deze gesprekken als zeer constructief. Sociale media?bedrijven kennen en erkennen het probleem en ook internet?service providers en hosting partijen denken mee over het?verbeteren van bestaande (juridische) procedures.

Social media stuwen radicalisatie

De potenti?le dreiging die uitgaat van de jihadistische beweging tegen de Nederlandse democratische rechtsorde en samenleving ?is ,,groter dan ooit tevoren?, waarschuwt de AIVD.

In 2010 beschreef de AIVD in de publicatie Lokale jihadistische netwerken in Nederland al een situatie waarin blijkt dat het Nederlandse jihadisme aan het eind van het eerste decennium van deze?eeuw was beland. Het bestond op dat moment uit een verzameling van kleine netwerken die relatief ge?soleerd waren en onzichtbaar bleven. Er was een grote mate van inactiviteit. De netwerken kenden nauwelijks tot geen aanwas; enkele waren zelfs voor een belangrijk deel uit elkaar gevallen.

Na 2010 ontwikkelde het jihadisme zich tot een beweging die meer samenhang heeft dan vroeger, ondanks de weinig hi?rarchische, sterk decentrale en horizontale structuur die het kenmerkt. Het jihadisme in Nederland manifesteert zich opvallend openlijk en provocatief, onder meer op internet en tijdens demonstraties. De jihadistische boodschap wordt niet langer grotendeels heimelijk uitgedragen en de toenadering tot mogelijke jihadistische sympathisanten wordt nadrukkelijk gezocht. Dat is een opvallend verschil met enkele jaren geleden toen jihadisme in Nederland vrijwel onzichtbaar bleef en jihadisten een teruggetrokken bestaan leidden.

Tekenend is dat moslims in Nederland die zich openlijk verzetten tegen de jihadgang naar Syrie en tegen de extreem onverdraagzame en antidemocratische opvattingen van het jihadisme steeds vaker fysiek en virtueel worden ge?ntimideerd. De potentiele dreiging die uitgaat van de jihadistische beweging tegen de Nederlandse democratische rechtsorde en samenleving is daarom groter dan ooit tevoren.

De AIVD waarschuwt voor de professionalisering van de Nederlandse jihadisten, die volwaardig aansluiting hebben gevonden bij terroristische wereldspelers en ?organisaties. Het misbruik van sociale media is de voornaamste succesfactor in de explosieve groei van het aantal Nederlandse jihadi?s. ,,Naast de toegenomen professionaliteit en sterkere ori?ntatie op een openlijk en provocatief activisme, heeft nog een andere ontwikkeling in korte tijd gezorgd voor een geheel nieuwe dynamiek binnen het Nederlandse jihadisme: het wijdverbreide gebruik van de sociale media. Jihadpropaganda is in elke vorm en in elke taal verkrijgbaar, van klassieke jihadistische werken in geschrift tot geluidsopnamen van lezingen van ideologen en filmpjes van de jihadistische strijd. Het is steeds professioneler en daardoor aantrekkelijker vormgegeven.?

media_graafBeatricedeDe ISIS-strijders zijn heel goed in het gebruik van sociale media, erkennen deskundigen. Hun krachtige strategie is zo succesvol en herkenbaar, dat menig marketingbureau er trots op zou zijn, stelt de Britse deskundige op het gebied van sociale media Dinak Alobeid. ?Los van de politieke gevolgen en mensenrechtenschendingen is ISIS heel goed in het bereiken van haar doelgroep.??In het radioprogramma?EenVandaag?legde prof. dr.?Beatrice de Graaf?uit hoe groot de dreiging werkelijk is en welke stappen er volgens haar genomen moeten worden om jihadisten te deradicaliseren.?Ook moet de impact van social media niet onderschat worden, zoals De Graaf?al eerder onderstreepte?in andere media. Terroristische organisaties als de Islamitische Staat (IS, voorheen ISIS) maken op professionele wijze gebruik van Youtube-filmpjes, Twitter en Facebookpagina?s of Instagram en bereiken een steeds groter publiek. Beatrice noemt het?Al Qaeda 2.0. Maar nu vanuit andere hoek: in dit geval probeert ISIS juist al-Qaeda-militanten over te laten lopen.?Veroveringen worden op Twitter triomfantelijk aangekondigd en geretweet. Strijders weiden uit over hun ervaringen tijdens gevechten en roepen anderen op ook in opstand te komen. Er wordt gecommuniceerd in het jargon van jongeren. Berichten om rekruten te werven of gefrustreerde moslims op te stoken, zijn vaak ingesproken in de taal van het beoogde land ? ook in het Nederlands. Vreemd genoeg werken wrede en bloedige beelden van onthoofdingen, gekruisigde vijanden en verkrachtingen als een magneet. ISIS speelt met de sociale media nadrukkelijk in op angstgevoelens. De groepering verspreidt foto?s en videobeelden van popelende jonge mannen in Mosul bij de aanmeldkantoren van ISIS in deze stad.?ISIS lanceerde ze onlangs een app: “Dageraad van de Blijde Boodschap”, kortweg Dawn, om wereldwijd rekruten en fondsen te werven.

Als je lid wordt van de app zal het Tweets posten via jouw account om de propaganda te verspreiden. Bekijk hieronder een grafiek van de vele Tweets die gestuurd zijn via de app en haar gebruikers in slechts 2 uur tijd.

Hoewel de app in April van dit jaar al gelanceerd is, worden er steeds meer berichten gestuurd door de groter wordende gebruikersgroep, tot wel 40.000 berichten per dag. De Amerikaanse zender CBS News ontdekte dat wie in het Arabisch naar ?Bagdad? zocht, als eerste een foto van de zwarte ISIS-vlag zou tegenkomen, wapperend boven de Iraakse hoofdstad met daarbij de dreigende aankondiging ?Bagdad, we komen eraan?.?Geregeld zie je @ActiveHashtags, een Arabisch account, in de wereldwijde trending topics terugkomen met de ISIS hashtag waarmee geregeld met gemak 10.000 mentions per dag gehaald worden:

Beatrice de Graaf benadrukt: ?Maar ook dan moet je aan vriendjes en buurtgenoten uitleggen hoe je op andere manieren ge?ngageerd kan zijn met de situaties in conflictgebieden, zodat zij in gesprek kunnen gaan met de jonge jihadisten?.

Onderstaande publicaties geven duiding aan de dynamiek van het huidige jihadisme in Nederland.

Allereerst een filmpje waarin de beeldspraak van de kracht van zwermen duidelijk wordt in de vorm van een vlucht vogels:

Lees de nota ‘Transformatie van het jihadisme in Nederland’:

En in 2012 publiceerde de AIVD al een stuk over de opkomst van Jihadisme op het Web: ” Het jihadistisch internet. Kraamkamer van de hedendaagse jihad”.

Ook publiceerde de AIVD eerder een rapport over de mogelijke lokale dreiging van Jihadisten in Nederland:

 

Bronnen: Telegraaf, AIVD, The Atlantic, Nederlands Dagblad

Twitteracties niet altijd een succes

twitteractie

Het leek zo?n goed idee. Vorige week lanceerde de New Yorkse politie een twittercampagne met de hashtag #MyNYPD. De bedoeling was dat New Yorkers via deze hashtag gezellige foto?s en bemoedigende berichtjes zouden delen, maar de werkelijkheid bleek een stuk grimmiger. Al snel verschenen de eerste foto?s van politiegeweld, en binnen een paar uur was #MyNYPD trending op Twitter. Een stroom van negatieve berichten volgde. De volgende dag gaf de New Yorkse politie zelf een reactie op de ophef, en die was opmerkelijk goedgemutst. Volgens hoofdcommissaris William Bratton viel het allemaal wel mee, en was hij zelfs ?een soort van blij geweest met alle aandacht?. Maar de vonk sloeg over op andere politiekorpsen, zoals de LAPD die er flink last mee kreeg.?

 

 

Een dag na het New Yorkse drama hield de AIVD een vragenuurtje op Twitter, waar ge?nteresseerden onder de hashtag #halloAIVD hun vraag konden stellen over het werk van de inlichtingendienst. Hoewel sommige twitteraars dit ook echt deden, was de strekking van veel andere berichten vooral melig, met vragen als ?kunnen jullie door een waterkraan?? en ?hoeveel vingers steek ik op?? Een belangrijk verschil met #MyNYPD: de AIVD reageerde een stuk sportiever. Negatieve reacties werden niet genegeerd, en jolige vragen werden op humoristische wijze beantwoord. Zo kreeg de vraag over de hoeveelheid opgestoken vingers het antwoord: ?Als het maar niet de middelste vinger is.? Hoewel de #MyNYPD-actie een stuk dramatischer verliep dan #halloAIVD, laten beide incidenten zien dat zo?n twittercampagne moeilijk te regisseren is. Beide instanties slingerden een hashtag de wereld in en hoopten er het beste van. ?

Organisaties laten zich teveel verleiden door de voordelen van sociale media, stelt Marjolijn Antheunis, universitair docent Sociale aspecten van nieuwe media aan de Universiteit Tilburg. ?Het is relatief goedkoop, in theorie kan je een groot publiek bereiken, dus veel organisaties denken vroeg of laat iets te ?moeten? met sociale media. Daarbij vergeten ze dat zo?n campagne maar moeilijk te sturen is. Dat bleek dan ook uit beide incidenten vorige week.?

Hoewel Antheunis de sportieve reactie van de AIVD te prijzen vindt, vond ze het vragenuurtje geen succes. ?Wat je zag was dat de AIVD, door mee te gaan in de meligheid, bijna niet meer toekwam aan serieuze vragen. In eerste instantie vonden de volgers dat nog wel leuk, maar na een tijdje kwamen er meer berichten in de trant van ?hier betaal ik geen belasting voor?. Misschien heeft de AIVD door deze actie wel meer volgers op Twitter, maar ik kan me niet voorstellen dat het goed was voor hun imago.?

Wat hadden beide partijen beter kunnen doen? Volgens Arnout de Vries, adviseur sociale media en maatschappelijke veiligheid bij TNO, hadden ze een gerichtere campagne kunnen bedenken. ?Zowel de New Yorkse politie als de AIVD koos voor een algemene opdracht: stuur je foto?s en stel je vragen. Dan is de kans dat er een loopje met je wordt genomen veel groter. Als ze hadden gekozen voor een focus, bijvoorbeeld ?stel je vragen over solliciteren bij de AIVD? of ?tweet je foto van de agent in jouw gezin? was de schade beperkt gebleven.?

Wat hadden beide partijen beter kunnen doen? Volgens Arnout de Vries, adviseur sociale media en maatschappelijke veiligheid bij TNO, hadden ze een gerichtere campagne kunnen bedenken. ?Zowel de New Yorkse politie als de AIVD koos voor een algemene opdracht: stuur je foto?s en stel je vragen. Dan is de kans dat er een loopje met je wordt genomen veel groter. Als ze hadden gekozen voor een focus, bijvoorbeeld ?stel je vragen over solliciteren bij de AIVD? of ?tweet je foto van de agent in jouw gezin? was de schade beperkt gebleven.?

Ook de respons van zowel de New Yorkse politie als de AIVD had beter gekund, stelt Antheunis. ?De politie in New York reageerde te laat en te laconiek. Ze hadden moeten zeggen: ?we hadden dit niet verwacht en zijn ervan geschrokken, maar zijn bereid hierover door te praten.? Dat is tenminste eerlijk. Door te doen alsof er niks aan de hand is gooi je olie op het vuur.?

De AIVD reageerde op tijd, maar raakte teveel verstrikt in haar eigen grapjes, stelt De Vries. ?Toen iemand vroeg welk lotnummer hij moest kiezen, antwoordde men: ?iets dat eindigt op 007?. Vervolgens kwamen er allerlei nieuwe vragen over James Bond en of de AIVD dan ook wapens draagt. Hun grappig bedoelde antwoord cre?erde dus alleen maar meer vragen en verwarring.?

Dat over een twittercampagne als #halloAIVD in het vervolg beter moeten worden nagedacht is helder, maar dat neemt niet weg dat sociale media van groot belang kunnen zijn voor de veiligheidssector. De Vries: ?De overheid is uiteindelijk vooral een dienstverlener. Als ze sociale media op de juiste manier inzetten wordt iedereen daar beter van. Maar het is lastig de balans te vinden.

Dat over een twittercampagne als #halloAIVD in het vervolg beter moeten worden nagedacht is helder, maar dat neemt niet weg dat sociale media van groot belang kunnen zijn voor de veiligheidssector. De Vries: ?De overheid is uiteindelijk vooral een dienstverlener. Als ze sociale media op de juiste manier inzetten wordt iedereen daar beter van. Maar het is lastig de balans te vinden.

Neem de twitterende wijkagent: onderzoek toont dat agenten op Twitter goed zijn voor het imago van de politie. Maar toen bekend werd dat zulke agenten een half uur per dag bezig waren met sociale media, kwam al snel de bekende ?ga toch boeven vangen?-kritiek.? Bedrijven kunnen het effect van sociale media meten in omzet of winst, aldus De Vries. ?Voor overheden is dat veel moeilijker te bepalen.?

Wat ook niet helpt is dat met name veiligheidsinstanties de oude manier van communicatie maar moeilijk kunnen loslaten. De Vries: ?Dat merk je bijvoorbeeld wanneer er echt iets aan de hand is. Ik volg mijn wijkagent op Twitter, net als de burgemeester van mijn woonplaats en de gemeente. Maar tijdens een crisis ? denk aan de ramp in Moerdijk ? blijven ze allemaal stil, terwijl mijn behoefte aan informatie dan juist het grootst is. Pas wanneer de burgemeester een offici?le reactie naar buiten brengt mogen zij ook reageren; de traditionele aanpak.?

Tegelijkertijd doet Nederland het wereldwijd zeker niet slecht: uit onderzoek blijkt dat de politie?hier veruit de meeste sociale media-accounts heeft per inwoner. De Vries: ?In de VS bijvoorbeeld mogen agenten niet zomaar gebruikmaken van Twitter en heeft alleen het korps een algemene aansluiting. Er valt nog best wat te klagen in Nederland, maar onze veiligheidsinstanties werken tenminste aan het cre?ren van meer transparantie.?

Bronnen: NRC Handelsblad,?Volkskrant