SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
Je hebt slechts 6 minuten de tijd om letsel te voorkomen. Om een leven te redden. Deze eerste minuten zijn namelijk doorslaggevend bij een levensbedreigende situatie. De opgeroepen nooddiensten zijn er vaak nog niet. Tijd voor jou om het verschil te maken. Weet jij wat je moet doen als het er echt toe doet? Weet jij hoe je reageert in zo’n noodsituatie?
Crash Move ontwikkelt met specialisten het PCA model zodat de overlevingskans van een slachtoffer toeneemt.
PREPARE: train en werk met de juiste middelen om een leven te redden.
CONNECT:verbind hulpverleners in een hoog tempo via de app.
ACT: handel adequaat en red een leven.
Crash Move heeft de processen en handelingen overzichtelijk samengebracht in 1 app. Binnen de app hebben we de 80-20 regel toegepast. Tijd om te denken is er niet. Het gaat om adequaat handelen. Met de Crash Move app kun je inloggen bij een bedrijf, instelling of vereniging, die hun gebied hebben beveiligd. Zo kunnen werknemers/gasten automatisch inchecken en kunnen de managers de dekkingsgraad van hulpverleners optimaliseren. Alles conform de Arbo-wet.
Stil Alarm: je kunt zelf niet de politie bellen omdat je wordt overvallen of dat er wordt ingebroken. Geen paniek! Met de Crash Move app genereer je een stil alarm, zodat je buddy de politie voor jou kan bellen. En de politie weet direct wat er aan de hand is en waar het misdrijf plaats vindt. Eenvoudig maar zeer doeltreffend.
Momenteel bevind deze app zich nog in testfase, maar je kunt je als tester aanmelden via de Facebookpagina.
De eerste 6 minuten kunnen het verschil maken! Samen willen zij vanaf 2019 Nederland zelfredzamer maken.
Onderstaand artikel van Jolanda Haven werd eerder gepubliceerd in?Brand & Brandweer, editie juli/augustus 2016.
Welke nieuwe manieren van melden zijn er al en welke ontstaan in de toekomst? TNO deed onderzoek naar de modernisering van het 112-meldproces en schreef de roadmap Het nieuwe melden op basis van onderzoek, trends en ontwikkelingen. Bellen we over tien jaar nog met?de meldkamer? Ja en nee. Tegelijkertijd stelt Arnout de Vries van TNO dat de meldkamer over twintig jaar vrijwel overbodig is geworden.
We Whatsappen en gebruiken Skype of FaceTime?om met elkaar te videobellen. Instagram zetten we vol met foto?s en als we op een festival zijn, delen we de locatie. Op tal van manieren kun je met elkaar in contact komen. Toch kun je in geval van nood nog niet via een app melding maken van een spoedeisend incident, chatten met de meldkamer of foto?s sturen van de situatie waarin je je bevindt of je locatie doorgeven. We bellen. En dat zal over een aantal jaar nog steeds zo zijn. Bellen is een krachtig middel, vol?gens De Vries van TNO, maar dan wel aangevuld of deels vervan?gen door andere middelen. ?Er zijn ook situaties waarin het niet mogelijk is om te bellen. Ook voor doven en slechthorenden moet er een alternatief zijn voor het bellen met de meldkamer.?
Toekomstverkenning
TNO stelde de roadmap Het nieuwe melden op met daarin de te nemen stappen om vernieuwende manieren van interactie tussen burger en overheid bij incidenten mogelijk te maken. Het ministerie van Veiligheid en Justitie, de Landelijke Meldkamer Organisatie (LMO) en politie hebben TNO gevraagd waar zij reke?ning mee moeten houden bij het moderniseren van het meld- proces. Welke nieuwe manieren van melden zijn er al en welke ontstaan in de toekomst? Welke kansen biedt dat? Hoe integreer je dat in toekomstbestendig beleid? De Vries: ?Om deze vragen te beantwoorden heeft een team experts een roadmap 2025 voor het meldkamer- en politiedomein ontwikkeld.? Aan de hand van toekomstverkenningen beschrijven zij welke stappen gezet moe?ten worden om vernieuwende manieren van melden mogelijk te maken. Wie wil je zijn in 2025 en in welke wereld leven we dan? Welke keuzes maak je? Om tot een visie te komen heeft TNO trends en ontwikkelingen geanalyseerd.
112 app
Burgers gaan er volgens De Vries vanuit dat de meldkamers beschikken over alle relevante informatie rondom een incident. ?Zover is het nog niet. De ICT-systemen, processen en organisatie zijn daar onvoldoende op ingericht. Daarom kun je de meldka?mer ook nog niet bereiken via een 112-app. De technologie is er. Nederland is koploper als het gaat om goede telecommunicatie en internet. We hebben een robuuste infrastructuur en je kunt een app en belfunctie prima met elkaar combineren, maar organi?satorisch zijn we nog niet zover. Er zijn zoveel mogelijkheden en opties. Daar moet eerst over worden nagedacht voordat je dat kunt toepassen. Ook in de wetgeving.? Andere landen zoals Spanje zijn iets verder op dat gebied. Zij hebben een app, daarmee kun je al videobellen en chatten met de meldkamer.
Leefwerelden
Aan de hand van vier toekomstige leefwerelden verkent de road?map welke stappen op korte en lange termijn nodig zijn om het nieuwe melden mogelijk te maken en te laten aansluiten op de beleving en verwachtingen van de burger. De eerste leefwereld is budget. De Vries: ‘Dat is de wereld waar we ons nu in bevinden. De burger volgt de overheid. Die zorgt op haar beurt dat er in de basis?behoefte kan worden voorzien. Je belt de meldkamer en die zorgt dat de juiste hulpdiensten op pad worden gestuurd.? Betrouwbaar, robuust en effici?nt. Niks meer, niks minder.
‘De meldkamer zoals we hem nu kennen verdwijnt’?
De tweede leefwereld is avontuur. Dat is de wereld met innova?tieve burgers. Ze hebben lef, zijn continu op zoek naar vernieu?wing, uitdaging en fun. ‘Zij gebruiken de nieuwste gadgets en kunnen tijdens een incident bijvoorbeeld live streamen?, aldus De Vries. ?Processen en systemen moeten worden afgestemd op de voorkeuren.? De derde wereld is comfort. Gemak dient de mens. Burgers worden in de watten gelegd met uitstekende dienstver?lening. KLM is volgens De Vries een goed voorbeeld van comfort. ‘Zij bieden allerlei handvaten om het de burger zo comfortabel mogelijk te maken. Bij comfort draait het om slimme technieken die problemen signaleren en zelf melding maken. Vergelijk het met automatische meldingen naar de meldkamer na bijvoorbeeld een auto-ongeval. Of dat technieken onvolkomenheden signale?ren zoals hartfalen en de burger daarop wordt geattendeerd. Het gaat om slimme, snelle en effici?nte dienstverlening op maat.? Bij de leefwereld comfort moet samengewerkt worden met externe, private partijen om dit mogelijk te maken. Duurzaam is de vierde leefwereld. ?Interactie met burgers staat centraal?, vervolgt De Vries. ?Het zijn geen individuen, maar groepen. Burgers willen eerst zelf problemen oplossen. Ofwel samenredzaamheid. Ze zijn betrokken en de sociale cohesie is groot. Pas wanneer ze het probleem niet kunnen oplossen zullen hulpdiensten worden inge?schakeld. Ze willen dan niet aan de kant worden geschoven, maar het liefst ook een rol spelen in de dienstverlening.? De samenleving beslaat al deze vier leefwerelden. Er zal een ver?schuiving plaatsvinden van budget naar de andere drie werelden. Hoe ver ga je daarin? Kijkend naar de leefwereld comfort zou dat kunnen betekenen dat wanneer je betrokken bent bij een aanrij?ding, je van de meldkamer wordt doorgeschakeld naar je verze?keringsmaatschappij om de schade te melden en af te handelen. Bij comfort is er meer aandacht voor de omgeving die indirect ook slachtoffer zijn van een incident.
Innovatieslag
Om de roadmap te realiseren is het nodig om te experimenteren, te innoveren, te verbinden en samen te werken met burgers en bedrijfsleven. De Vries: ?Burgers denken namelijk dat de meld?kamer weet waar je bent als je belt. Dat is lang niet altijd zo. Laat meldkamers experimenteren met deze nieuwe techniek. Door de ontwikkeling van de LMO is er weinig ruimte voor innovatie en lokale experimenten. Er verandert al veel in de huidige situatie. Er wordt gebouwd aan een groot robuust ?huis?, maar meldkamers willen er graag een paar ?schuurtjes? bij. Maatwerk. Je zou speer?punten voor de modernisering prima onderling kunnen verdelen en de LMO de samenhang daarvan laten bewaken. Ieder gebied heeft haar eigen wensen Je moet ergens beginnen.?
Meldkamer overbodig
In de toekomst zal de meldkamer volgens De Vries grotendeels overbodig worden. ?Dan spreken we over een termijn van twintig?jaar. Er zullen altijd mensen nodig zijn om een incident goed te duiden, maar de meldkamer zoals we hem nu kennen, verdwijnt. Door slimme technologische ontwikkelingen kunnen we burgers via systemen direct aan hulpverleners koppelen. Je kunt het ver?gelijken met het Uber-model. Daarmee is de taxicentrale eigenlijk overbodig geworden want via de Uber-app kun je eenvoudig een taxi bestellen.’
‘Laat meldkamers experimenteren met nieuwe techniek’?
TNO heeft bij het opstellen van de roadmap nauw samengewerkt met het ministerie van Veiligheid en Justitie, de politie en de LMO. De visie is aangeboden aan de Tweede Kamer. De Vries: ‘Het document wordt breed gedragen, dus ik verwacht dat op korte termijn actie wordt ondernomen om de meldkamerprocessen te moderniseren.? ?
Hoe kun je uit informatie van derden in combinatie met informatie van jezelf, afleiden waar incidenten de komende 24 uur gaan plaatsvinden en hoe?kunnen hulpdiensten op basis daarvan dynamisch anticiperen en zich dynamisch positioneren?
Doel is om de eerste stappen in de richting van een soort ?Buienradar? te ontwikkelen voor branden, met de gekozen focus op gebouwbranden en buitenbranden. Met andere woorden: ?op zoek naar een ?brandweerradar?.
Het antwoord ligt voor een groot deel in het proces. Om gegevens te verzamelen en ter beschikking te krijgen om hiermee aan de slag te gaan, is vergaande samenwerking en vertrouwen tussen data-eigenaren (waaronder partijen die niet gewend zijn om met elkaar samen te werken) en analisten noodzakelijk. Dit maakte het proces binnen het?team van de Coalition of the Willing zeer bijzonder. (Semi-)overheid, overheid en bedrijfsleven werden hier een hecht team.
Een tweede deel van het antwoord ligt in een gedegen analyse van de beschikbare data. In een analyse-subteam is samen met domeinexperts gezocht naar correlaties in de data.
Het derde deel van het antwoord is de visualisatie van de analyse van de gegevens. Hoe maak je van data informatie waarop vervolgens gestuurd kan worden? Deze drie aspecten worden door de leden van ons team vormgegeven in een tool.
Toepasbaar en uitvoerbaar?
Het verzamelen van data over branden is al lang voor het ontstaan van veiligheidsregio?s begonnen, maar er kan meer mee gedaan worden dan tot nu toe gedaan wordt. Door middel van slimme trendanalyses in datasets en het koppelen van datasets aan elkaar, kan worden gezocht naar verbanden tussen incidenten en omstandigheden die schijnbaar willekeurig zijn, maar waar toch een afhankelijkheid in zit. Op basis van die analyses kan een dynamische manier gevonden worden om proactief voertuigen te positioneren, in te zetten of een optimale bezetting van de kazernes per gebied te bepalen.
Predictive Analytics
Het verzamelen van data en het zoeken naar afhankelijkheden wordt ook in andere vakgebieden dan de brandweer toegepast (zoals politie en ambulancedienst). Voor de brandweer bestaat dit nog niet, laat staan een mooie manier om de resultaten zo weer te geven dat ze ook bruikbaar zijn ten behoeve van een slimme inzet van de brandweer.
Opschaalbaar in meerdere Veiligheidsregio?s?
De tool die in concept wordt ontwikkeld in deze challenge zal uiteraard ook binnen andere regio?s toepasbaar zijn. De enige voorwaarde voor gebruik in breder/ander verband, is goede kwaliteit van de data. Alleen dan is de analyse betrouwbaar genoeg om gebruikt te worden voor onderbouwde keuzes.
Veiligere en betaalbare samenleving?
De inzet van de brandweer wordt vaak ingegeven door het optreden dat in de loop van de decennia zo is gegroeid: in een tankautospuit zitten 6 brandweermensen. In de afgelopen jaren is door de VRR ingezet op verschillende manieren om sneller en met meer expertise bij incidenten te komen. Voorbeelden hiervan zijn kleinere voertuigen met minder bemanningsleden, zoals het Snelle Interventie Voertuig (de SIV), en de Brambulance (half ambulance, half brandweerauto). Door vooruit te kunnen kijken op het gebied van brand, kan men de inzet van deze voertuigen optimaliseren en zo nog effici?nter te werk gaan. Hiermee blijft veiligheid gegarandeerd, waarbij je?mensen en middelen dynamisch en gerichter kunnen inzetten
Verdere ontwikkeling?
Er wordt in onze eerste concepten gebruik gemaakt van ?losse? datasets; de tool is dus niet gekoppeld aan de systemen waarin de benodigde data zich bevindt. Om de tool daadwerkelijk in te zetten, moet deze ?real-time? worden gekoppeld aan systemen; niet alleen aan de systemen van de veiligheidsregio zelf, maar ook aan de systemen van derden die data aanleveren. Alleen zo kun je een ?buienradar?- achtig concept actueel houden. Realisatie hiervan kan via convenanten en afspraken met derden.
De kern in 3 punten:?
Voorspellend vermogen voor branden in een bepaald gebied
?Alleen de rol van boegbeeld is wat mij betreft een te karige invulling?van het ambt? -?Oud-burgemeester Ab Meijerman van Veendam over een omgekomen brandweerman en een reeksvan brandstichtingen in Veendam
Na een aantal eerdere brandstichtingen in Veendam gaat het op 8 maart 2010 opnieuw mis.?Op die dag ontstaat rond 3.15 uur een brand in de Kerkstraat. De brand heeft fatale gevolgen.?De 44-jarige brandweerman Wiebe de Vries komt om het leven nadat hij onder een vallende?muur terecht is gekomen. Ab Meijerman blikt terug op de impact van de brand en zijn rol als?voorzitter van het beleidsteam.?
?In een aantal maanden tijd hebben wij in het centrum twaalf of dertien keer brand gehad?, zegt?Ab Meijerman. ?Je zag per brand de onrust in de samenleving toenemen. Het ging in een aantal?gevallen om horecapanden waar de brandstichting ook kon worden aangetoond. Dat waren?doorgaans verzekeringskwesties. Maar het merendeel van de branden is nog niet opgelost.?Dat blijft frustrerend. Voor iedereen. De bewoners, de winkeliers, maar ook voor de politie en?mijzelf. Wij hebben het cameratoezicht in het centrum in de loop van de tijd opgeschaald.?Ook is het toezicht op straat van stadswachten en politie toegenomen. Maar omdat je zoiets?niet tot in lengte van jaren kunt volhouden is dat in januari 2009 weer afgeschaald. Vervolgens?bleven de branden doorgaan, niet alleen in Veendam maar ook in de buurgemeente Menterwolde.?Toen op 8 maart 2010 weer een brand in het centrum was uitgebroken, werd ik volgens afspraak?opgepiept. Terwijl ik er naartoe reedt schaalde het al vrij snel op van middelbrand naar zeer?grote brand. Onderweg kreeg ik al het bericht dat er twee gewonden waren, vermoedelijk?brandweerlieden. Vlak nadat ik ter plaatse was is de partner van Wiebe gealarmeerd, omdat het?toen al duidelijk werd dat het een zorgelijke situatie was. Kort daarna is Wiebe overleden.?
Gemeentehuis
Wiebe is voor de burgemeester geen onbekende. ?Hij werkte niet alleen bij de vrijwillige?brandweer, hij werkte ook op het gemeentehuis. Vanuit de personeelsvereniging had hij mij drie?jaar geleden eerder of ik Sinterklaas wilde spelen op het gemeentelijke kinderfeest. Hij speelde?samen met zijn kinderen en partner Zwarte Piet. Daar kende ik hen van.? De burgemeester besluit?om met de partner van Wiebe mee naar huis te gaan om het verschrikkelijke nieuws over zijn dood?aan de kinderen te vertellen. ?Op het moment dat wij bij de brand vertrokken had de pers bij de?brand al gehoord om wie het ging. Dat gerucht ging razendsnel. Na een half uur ben ik bij het?gezin van Wiebe weggegaan en ben ik naar het gemeentehuis gereden. Daar hebben we conform?de plannen van Crisismanagement Groningen met de regionaal commandant het gemeentelijk?beleidsteam gestart. Inmiddels was de eigen brandweer teruggetrokken van de brand.?Het blussen werd overgenomen door naburige korpsen. De brandweer kwam bijeen op de kazerne?om samen de dood van Wiebe te verwerken. Wij gingen op het gemeentehuis aan de slag met?alles dat geregeld moest worden. Om kwart voor acht hebben wij in de raadzaal bekend gemaakt?dat er inderdaad een dodelijk slachtoffer was gevallen en om wie het ging. Vervolgens is er nog?een driehoeksoverleg geweest, omdat brandstichting niet werd uitgesloten. Tussendoor zijn de?eigen gemeentewerkers ge?nformeerd. Om half tien was er nogmaals een beleidsteam, daarna?hadden wij rond tienen een persconferentie.? Tijdens de persconferentie wordt een slag om de?arm gehouden over de oorzaak van de brand. ?Wij hebben gecommuniceerd dat we het sterke?vermoeden van brandstichting hadden. Dat was mede ingegeven door het feit dat een discotheek?op 200 meter afstand op hetzelfde moment ook had vlamgevat. Maar uiteraard staat het pas?vast wanneer het bewijs ervoor op tafel ligt. Wij hebben niet om onze vermoedens heen gedraaid.?Gezegd hoe het zat?, zegt Meijerman. ?In de driehoek besloten wij om het toezicht weer op te?schalen en waar nodig ook de juridische voorbereidingen te treffen voor extra maatregelen op het?gebied van toezicht en handhaving.?
Onderzoeken
Terwijl de hele dag vergaderd wordt, bieden diverse partijen hun hulp aan. ?Het NGB heeft ook?hulp aangeboden. Op basis van eerdere ervaringen, niet alleen uit ?t Zandt maar ook elders,?gaven zij een aantal concrete aandachtspunten mee. Een van die aandachtspunten ging over?de onderzoeksinstanties die zich op een crisis als deze storten. Wij zijn er heel alert op geweest?dat de Inspectie OOV en de Arbeidsinspectie snel tot overeenstemming zouden komen om?gezamenlijk hun onderzoeken uit te voeren. Het is een les die onder meer is opgedaan na het?ongeval met een brandweerduiker in Terneuzen; daar werden brandweerlieden door verschillende?onderzoeksinstanties over hetzelfde onderwerp ondervraagd, wat een zware last voor de mensen?werd. Met die les in het achterhoofd is het ons gelukt om de onderzoekers te bewegen samen?een feitenrelaas op te laten stellen en de rest van het onderzoek zoveel mogelijk op elkaar?af te stemmen. Ook worden alle onderzoeken op dezelfde dag gepresenteerd, zodat wij niet?maandenlang van het ene rapport naar het andere rapport leven.?
Naaste familie
In zijn rol als voorzitter van het beleidsteam heeft Ab Meijerman goed voor ogen hoe hij?in crisissituaties de regie in eigen hand wil houden. ?In situaties wordt je van veel kanten
ondersteund. Wanneer je alle hulp toelaat is het risico groot dat je de leiding uit handen geeft?aan de adviseurs om je heen. Ik ben mij daar heel bewust van geweest. Dat gold niet alleen voor?de adviseurs op het gebied van crisis management, maar ook ten aanzien van het Begrafenis?Bijstand Team van de brandweer. Uit het rapport over de brand in De Punt (2008) was mij?bijgebleven dat het BBT goed werk verrichtte, maar soms ook een overdonderend gevoel kon?achterlaten bij de mensen waarmee het samenwerkte. Dat gevoel wilde ik voorkomen. Met goede?afspraken hebben gemeente en BBT samen een mooie herdenking voor Wiebe kunnen opzetten.??Mede omdat Meijerman de partner van Wiebe kent, heeft hij bij de opzet van de herdenking?extra aandacht voor de plek die de familie inneemt. ?Wiebe was een brandweerman in hart en?nieren. Hij had eerder de herdenkingsbijeenkomsten naar aanleiding van de brand in De Punt?meegemaakt. Kort voor de brand had hij tegen zijn partner gezegd dat hij dat ook wilde, als hij?ooit als brandweerman zou overlijden. De bijeenkomst werd een herdenking met korpseer, maar?wel dusdanig dat de familie zich er in kon herkennen. Het was een mooie bijeenkomst met een?openbaar deel en een besloten deel, waar de familie met goed gevoel op terugkijkt.?
Bewonersavonden
Kort na de brand organiseert de gemeente ook een bijeenkomst voor de bewoners uit het centrum?van Veendam. Het is een bijeenkomst met veel emoties. ?Er was veel boosheid in de zaal, maar?ik heb daar gezegd dat ik die boosheid bij mijzelf herkende. Uiteindelijk begreep men dat het?opsporen van brandstichtingen heel lastig is. Wij deden wat wij konden. Het camerasysteem was?uitgebreid en er werd energie in extra stadswachten gestoken. Tegelijkertijd heb was duidelijk?dat de gemeente deze maatregelen niet tot in de eeuwigheid kon blijven volhouden. Mensen?droegen zelf tips aan, bijvoorbeeld om een aantal bosjes weg te halen zodat het zicht op de?openbare ruimte zou verbeteren. Daar zijn wij de volgende dag direct mee aan de slag gegaan.??Na een week neemt de brandweer van Veendam zelf weer de diensten over van de omringende?korpsen. De eerste brand waar het korps mee te maken krijgt is nota bene het buurpand van de?winkel waar Wiebe de Vries omkwam. ?Men pakte het professioneel op, maar het ging brandweer?en omwonenden uiteraard niet in de koude kleren zitten. Wij zijn die nacht doorgegaan. Met het?college zijn we de volgende dag de straat opgegaan, om met ondernemers en buurtbewoners te?praten. Opnieuw hebben we een bewonersavond georganiseerd. Dit keer kwamen er ongeveer?150 mensen op af. Waar de eerste keer het gevoel van verslagenheid, angst en boosheid?domineerde, waren het nu vooral daadkracht en solidariteit die overheersten. Het gevoel van??Hoe kunnen we samen erger voorkomen??? In nauw overleg met het Openbaar Ministerie heeft?burgemeester Meijerman gekeken in hoeverre een noodverordening kan bijdragen aan de snelle?opsporing van de mogelijke dader of daders. ?Al vrij snel na de fatale brand kwam in de driehoek?ter sprake of we tot preventief fouilleren moesten overgaan. Uiteindelijk is besloten om het in een?noodverordening te vervatten, omdat daarmee de kans van slagen bij een uiteindelijke rechtszaak?groter is. Als preventief fouilleren op basis van een veiligheidsrisicogebied wordt ingesteld, dan is?er een samenhang nodig met de Wet Wapens en munitie. In deze situatie wilden wij niet specifiek?op wapens fouilleren, maar op zaken die zouden kunnen worden gebruikt voor brandstichting.?De politie krijgt in de noodverordening de bevoegdheid om in het kader van de noodverordening?passanten te fouilleren, waarmee materieel gezien hetzelfde wordt bereikt. Alleen is de?slagingskans bij een eventuele rechtszaak nu groter.?
Rollen van burgemeester
Als Ab Meijerman terugkijkt naar de periode van de branden, komt hij te spreken over de adviseurs?in het gemeentelijke en regionale beleidsteam. ?Van het begin af aan heb ik voor ogen gehouden?dat ik de situatie zo klein als mogelijk en zo groot als nodig wilde maken. Dat vereist maatwerk en?hier en daar ook wat tegendruk richting adviseurs. Om mij heen heb ik adviseurs gezien die met?de beste bedoelingen advies gaven dat niet op de wens aansloot. Een adviseur moet voor ogen?houden wat voor burgemeester hij tegenover zich heeft. Dat lessen van de pyromaan uit ?t Zandt?mogelijk relevant zijn, maar dat tegelijkertijd niet elke situatie ??n-op-??n vergelijkbaar is.?Dat de sociale controle en cohesie in ?t Zandt met 900 inwoners anders zijn dan in het centrum?van Veendam. Die flexibiliteit heb ik bij sommigen wel gemist.? Daarnaast valt het Meijerman op?dat de adviseurs om hem heen sterk geneigd waren op hem in de rol van ?burgervader? te duwen.??De rest zouden zij bij wijze van spreken wel regelen. Met die visie ben ik het principieel oneens.
Vanuit de wet is de burgemeester de rol van opperbevelhebber gegeven, die moet je dan ook?waarmaken. Pak de regie en laat zien wie de keuzes maakt. Waarbij je best wat weerstand mag?ontvangen als je jezelf overschat. Maar alleen de rol van boegbeeld op mij nemen is wat mij?betreft een te karige invulling van het ambt.?
Opsporing en social media
De Groningse politie heeft Twitter ingezet om razendsnel berichtjes te versturen naar en te ontvangen van burgers over een reeks branden die Veendam in 2010 hebben geteistert. Ze hoopt dat de gouden tip over de pyromaan er snel bij zal zitten. De politie hoopt zo informatie binnen te halen die ze anders via de klassieke manieren niet had gekregen. Vooral de jeugd zit veel achter het computerscherm en is een interessante doelgroep.
Tevens wordt het drukbezochte YouTube ook ingezet. De politie draait er een bewakingsfilmpje op, dat gemaakt werd toen een brand in een winkel het leven kostte van een brandweerman. De opnamen van de bewakingscamera in het centrum van Veendam worden verwerkt in een opsporingsfilmpje op het YouTube-kanaal politiegrn. De politie Groningen vermoedt dat de verdachte betrokken is bij brandstichting. Hoewel de bewakingsbeelden weinig onthullen, komen er toch tips binnen van mensen die de persoon menen te herkennen. In mei 2010, nadat het filmpje 48.000 keer is bekeken, werd een verdachte aangehouden.
Burgers kunnen omstanders filmen bij een brand. Bekend feit is dat de pyromaan er vaak tussen staat, en wanneer deze beelden op YouTube staan kunnen ze gebruikt worden. Maar pyromanen zijn ook op andere manieren te vinden op internet:
Pyromaan blijkt fotograaf 112Drenthe
De 20-jarige inwoner van Assen, die wordt verdacht van een serie nachtelijke brandstichtingen in de wijk Marsdijk, is een fotograaf van de nieuwssite 112Drenthe.
Perskaart
Dennis V. (niet persfotograaf Dennis Venema) stichtte samen met een 20-jarige plaatsgenoot eerst de branden, om vervolgens zwaaiend met een perskaart de oplaaiende vlammen en de bluswerkzaamheden te fotograferen. Het duo moet zich op 24 juli verantwoorden voor de Asser rechtbank. Dat wordt bevestigd door het Openbaar Ministerie (OM). Hoofdverdachte V. zou tussen december 2011 en maart 2012 samen met zijn handlanger in totaal zeven branden te hebben aangestoken in Marsdijk. Die branden vari?ren van coniferen, containers en schuren tot zeer grote branden.
Honderdduizenden euro’s schade
Begin dit jaar werden op het naast de wijk gelegen bedrijventerrein vijf vrachtwagens van De Borg Trading Compagny in de as gelegd en gingen vijf busjes van Promens Care in vlammen op. Ook een leegstaand bedrijfspand werd door vuur verwoest. De schade van al die branden loopt in de honderdduizenden euro’s. V. en zijn maat wordt door het OM niet alleen brandstichting ten laste gelegd, maar ook het in gevaar brengen van levens. Bij onder meer een containerbrand in de wijk sloeg het vuur over naar de schuur en de tuin en de vlammen misten op een haar na de woning, waar een gezin lag te slapen.
Social media
De beide verdachten werden in april van dit jaar opgepakt door de politie van Assen. Hoe het rechercheteam V. op het spoor is gekomen wil een woordvoerder van het OM niet zeggen, maar V. viel op de site van 112Drenthe vooral op door zijn foto’s van de branden in Marsdijk. ?Social media en internet hebben inderdaad een rol gespeeld tijdens de opsporing.” Het leek er dus op dat V. zijn eigen nieuws maakte. De woordvoerder: ?Over de motieven van de verdachten zal tijdens de zitting meer duidelijkheid komen.”?Een woordvoerder zegt namens 112Drenthe geschokt te zijn. ?Dit is een zeer kwalijke zaak. Verschrikkelijk voor de slachtoffers en zeer negatief voor ons. Wij werken met freelancers die foto’s aanleveren en het is onmogelijk iedereen te screenen. Toch gaan we nu proberen dat wel zo veel mogelijk te doen. Want goede nieuwsfoto’s zijn prima, maar op deze manier natuurlijk niet.”
Pyromanen Winschoten bekennen
De 26-jarige Danny F. en zijn vriendin Miranda F. (25) hebben bekend verantwoordelijk te zijn voor de reeks branden die Winschoten de afgelopen tijd teisterde. Het duo geeft toe 17 branden te hebben aangestoken.
De man, Danny Friderichs, woont in een studentenkamer in een woning in Winschoten die inmiddels door de politie is afgesloten. In een interview met RTV Noord vertelt de man?over de branden?en hoe hij ze zelf heeft geblust met een brandblusser.Ook op zijn Twitter-account zijn regelmatig verwijzingen naar de branden in Winschoten en brandblussers te vinden. Hij wisselde diverse tweets uit met de burgemeester van Winschoten.
@DannyFriderichs, Zijn profielfoto op Twitter is een rookworstje:
Beloning om autobranden te stoppen
Het openbaar ministerie, de politie Kennemerland en de gemeente Haarlem loven duizend euro uit om de dader(s) te kunnen achterhalen van de golf autobranden die de stad teistert.
Het beschikbaar stellen van de beloning voor de? gouden? tip is een van de maatregelen die zij hebben genomen om een einde te maken aan de brandstichtingen. Een flink aantal autobranden – volgens de gemeente zeker de helft – werd in weekends gesticht. Daarom krijgen de bijna vijfduizend Haarlemmers die op Burgernet zijn aangesloten op vrijdagen een e-mail, waarin hen wordt gevraagd extra alert te zijn op verdachte situaties. Ook wordt onder de inwoners van de stad een folder verspreid met informatie over een tiplijn en andere belangrijke gegevens.
De maatregelen werden vrijdag bekendgemaakt. Burgemeester Bernt Schneiders en vertegenwoordigers van het OM en de politie spraken begin deze week al af dat bij de jacht op de brandstichter(s) ook bewakingscamera s kunnen worden ingezet. Van dat cameratoezicht willen zij alleen gebruikmaken bij een? concrete verdenking , lieten ze gisteren weten.
Schneiders en de andere betrokkenen bereikten afgelopen maandag eveneens overeenstemming over surveillances door burgerwachten. Maar ook die maatregel laat nog even op zich wachten. De burgerwachten moeten namelijk op de been worden gebracht met hulp van wijkraden. Die raden moeten ook gaan meedenken over andere manieren om de autobrandstichtingen te stoppen.Bijna wekelijks
Haarlem wordt bijna wekelijks geteisterd door een of meer autobranden. De serie branden begon vorig jaar. In 2011 werden inwoners van de stad 67 keer opgeschrikt. Van die branden hadden er 25 plaats in Schalkwijk en Haarlem-Oost, 19 in het centrum en 23 in Haarlem-Noord.
Sinds de jaarwisseling hebben veertien auto s in lichterlaaie gestaan, waarvan zeven in Schalkwijk en Haarlem-Oost en zeven in Noord.
Bij de jacht op de dader(s) willen de gemeente, het OM en de politie ook? zeer actief? gebruik gaan maken van Twitter en de speciale internetpagina www.haarlem.nl/autobranden. Over de autobranden zijn in totaal ruim vierhonderd meldingen binnengekomen. Die meldingen worden binnenkort uitgebreid geanalyseerd.
De politie wil de waakzaamheid flink opschroeven, zo wordt duidelijk uit het vrijdag gepresenteerde plan van aanpak. Dit onder meer met extra surveillances. Bij de Forensische Opsporing (voorheen: Technische Recherche) krijgt het onderzoek naar de autobranden prioriteit.
De gemeente, het OM en de politie willen ook een bijeenkomst houden voor de slachtoffers van de autobranden. Niet alleen om een luisterend oor te bieden. Ook omdat zij hopen op die manier nieuwe informatie over de autobranden binnen te krijgen. Een bijeenkomst voor de slachtoffers kan ook het? veiligheidsgevoel? versterken, denken de initiatiefnemers. Daardoor zou namelijk duidelijk worden dat de gemeente, het OM en de politie de zaak serieus nemen.
Rangeerterrein?Kijfhoek?tussen?Barendrecht?en?Zwijndrecht?is met vijftig?hectare?en 43 verdeelsporen met railremmen het grootste (en inmiddels bijna enige) rangeerterrein van Nederland. Het rangeerterrein behoort tot de gemeente Zwijndrecht. Op Kijfhoek is de verkeersleidingspost van?Keyrail?gevestigd die de gehele Betuweroute bestuurt. Op?14 januari 2011 kwam het rangeerterrein in de landelijke media omdat er enkele wagons vlam hadden gevat. In een van de wagons zat de brandbare stof?ethanol. In de buurt van de wagons stonden lege?lpg-tanks die nog niet schoongemaakt waren, waardoor ontploffingsgevaar ontstond.?Daarom werden 33 woningen aan de nabijgelegen Langeweg ontruimd.?Uiteindelijk kon men zaterdagochtend?het sein?brand meester geven. Een rangeerfout lijkt de oorzaak te zijn van het incident. De wagon raakte beschadigd doordat een andere trein er tegenaan reed.
De omvangrijke brand was daarmee een belangrijke test voor de autoriteiten in deze veiligheidsregio. De aanpak van een grote brand in een chemiebedrijf in Moerdijk was een week eerder uitgelopen op een publicitaire nachtmerrie voor de overheid. Vooral de slechte informatievoorziening over mogelijke risico?s voor omwonenden, bracht daar een regen van kritiek met zich mee.??Moerdijk? lag nog vers in het geheugen, toen de gemeente Zwijndrecht besloot om tijdens de brand onder meer informatie te verstrekken via twitter. De ge?vacueerde bewoners werd een brief beloofd met veel informatie over de brand.
Bericht na 1 minuut kwam er een bericht op een forum van brandweerliefhebbers.?Omdat het een ”schone brand” was, werd door de autoriteiten geen advies gegeven om ramen en deuren gesloten te houden.?Wel was er enige tijd explosiegevaar omdat in de buurt van de brandhaard lpg-tankwagons stonden die weliswaar leeg waren maar niet schoongemaakt. Uit voorzorg werd daarom de snelweg A16 afgesloten. Het lukte de brandweer uiteindelijk om de lpg-wagons weg te rijden zodat de A16 rond twee uur ’s nachts weer kon worden vrijgegeven voor het verkeer.
Antoine Scholten geeft toe af en toe misschien iets teveel procesinformatie te hebben gegeven. Zoals informatie over een treinstel dat ze wilden gaan verplaatsen. Maar er stonden mensen op het viaduct mogelijk in de gevarenzone, dus enige transparantie over wat we wilden doen was wel waardevol. Ook informeerden men over een nieuwe schuimaanval. Normaal gesproken wordt dat soort procesinformatie niet zomaar gegeven.
De brandweer heeft nog geprobeerd de brand met een schuimdeken te blussen. Na een mislukte poging waarbij 20 ton schuim werd gebruikt liet de brandweer nog eens 10 ton schuim overkomen, maar besloot uiteindelijk dat het niet meer nodig was.?Er is uiteindelijk zo’n 100.000 euro aan blusschuim verbruikt.?De medewerkers van Keyrail waren grotendeels gevlucht, maar er moesten wel dingen gebeuren. Gelukkig was de directeur van Keyrail aanwezig in het overleg van het beleidsteam.
Social media om samen te werken met omgeving
De autoriteiten werden benaderd door een bedrijfje dat aanbood om gratis foute berichten op te sporen en daarop te reageren.?Het online opschalen ging ook nog niet zo goed, laat staan multidisciplinair. In de fysieke wereld gaat dit (gelukkig) in de meeste gevallen goed en weet men wat men aan elkaar heeft, maar online moet men elkaar nog vinden en ieders rol ontdekken.?Omdat journalisten normaal niet bij het crisisoverleg aan tafel zitten, komt er maar mondjesmaat informatie naar buiten. Bezorgde burgers gaan daarom via social media als Twitter en Facebook op jacht naar informatie, oordeelde Scholten. Geruchten en feiten kunnen zich daar al snel vermengen. Liever ziet hij dat journalisten ook bij het overleg aanschuiven, zodat media bij de berichtgeving minder afhankelijk zijn van de autoriteiten.
De rol van burgervader is nog wat lastig via Twitter geeft burgemeester Scholten toe. Wel kun je betrokkenheid tonen. Maar er echt ‘zijn’ voor de mensen moet je in de fysieke wereld doen, aldus Scholten. Ook het brengen van feiten en informatie blijft een uitdaging Zo was Justitie bijvoorbeeld niet overal 100% zeker van, maar toch preveleerde het maatschappelijk belang en werd dan besloten om zaken te communiceren. Dit is een verschuiving tov vroeger die we vaker zien en gaan zien.
Er zijn 49 tweets verstuurd in 2 dagen vanaf account?@BrandKijfhoek?en dit account kende zo’n 276 volgers met een mix van vooral (crisis)professionals, media en burgers.
Met tot slot: #twexit
Brandkijfhoek sluit af. Bij vragen kunt u bellen naar 14 078 of kijk op www.zwijndrecht.nl. Bedankt voor uw belangstelling!
De bewoners uit Zonnestein en Eenstein hadden perfect uitzicht vanuit hoogbouw op de situatie. Toch was twitter in die wijken niet een goede match, omdat daar vooral 65plussers wonen. Je moet dus altijd goed nadenken over de match van het middel en je doelgroep.
Laatste stuiptrekking
Na het blussen was er nog even ‘Grip 1’ situatie, omdat de treinen op het spoor mogelijk konden doorzakken vanwege het vele bluswater dat was gebruikt. Uiteindelijk werd ook die situatie afgeschaald.
Lessen geleerd
De crisis is wel gebruikt om de noodzaak van de bedrijfsbrandweer opnieuw aan te kaarten.?ProRail was door de burgemeester verplicht om per 2012 een bedrijfsbrandweer te installeren op Kijfhoek, een van de grootste rangeerterreinen van Europa. De spoorbeheerder besloot?daarop naar de rechter te stappen, omdat het de meerwaarde van een eigen bluskorps niet inzag. De gemeentelijke brandweer zit immers bij de ingang van het terrein, betoogde ProRail.?Na de brand besloot de spoorbeheerder alsnog om per 2012 eigen brandweerlieden te stationeren op het terrein. In overleg met de gemeente en brandweer wordt gekeken hoe zo’n korps het beste kan worden ingericht.
Evaluatierapporten
De rode draden uit de evaluaties zijn de essentie van goede en actuele informatievoorziening, flexibiliteit in alarmering, een actieve en snelle crisiscommunicatie en het belang van een goed getrainde, geoefende en ervaren brandweer.
Op 5 januari 2011 leidde een zeer grote brand bij een chemisch bedrijf in Moerdijk tot een grootschalige inzet van allerlei crisisbestrijders. De brand trok meteen de aandacht van een groot publiek vanwege de enorme rookontwikkeling. De wind zorgde ervoor dat de gevolgen van deze brand zich niet tot de feitelijke locatie beperkte. De co?rdinatie tussen de bestuurlijke en technisch leidinggevenden vereiste daarom regionale afstemming en dus werd het een GRIP4-crisis. De sirenes werden ingeschakeld om inwoners het basis-alarmsignaal te geven: ?ga naar binnen, houd ramen en deuren gesloten, schakel ventilatie uit en luister naar de regionale zender?. Tijdens de ontwikkeling van deze grote brand bleek dat de overheid er daarmee nog niet is. De sirenes geven slechts een eerste waarschuwing af: er is iets ernstigs aan de hand. Meteen daarna vragen de inwoners zich af wat er dan aan de hand is. Meer informatie is wenselijk of zelfs noodzakelijk.
Minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie vindt dat de chemiebrand in Moerdijk een ramp kan worden genoemd, en zei maar weinig branden te kennen met zo?n impact. Op zich had de brand qua directe slachtoffers geen enorme impact, er zijn zelfs geen gewonden gevallen, maar? het aantal mensen dat te maken had met de ramp en betrokken was (alleen al via de media) was enorm.
Twee reconstructies:
Knelpunten en dilemma?s in crisiscommunicatie bij Moerdijk:
Bij de brand in het bedrijf Chemie Pack in Moerdijk ging er van alles mis, niet in de laatste plaats bij de informatievoorziening door de overheid. Er zat discrepantie in de moderne veiligheidsnormen versus de ?historische omgeving.
Knelpunt bij het vormgeven van Externe Veiligheid (EV) – beleid is dat je de historie van een stad niet kunt? uitvlakken.”We ervaren de oude stadsdelen veelal als gezellig enleuk, terwijl je juist hier met de huidige normen vanuit veiligheidsoverwegingen nooit zo zou mogen bouwen. Neem mijn? gemeente. Dordrecht heeft te maken met een groot aantal treinen met gevaarlijke stoffen die door dicht bevolkt gebied rijden. Daarnaast is er langs onze historische binnenstad een snelweg over het water met schepen volgeladen met gevaarlijke stoffen. Dit vraagt om een speciale benadering, want je wil zowel de stad als zijn inwoners bescherming bieden. En je wilt de stad toch ook perspectief op ontwikkeling bieden, maar tegelijkertijd een voldoende niveau van veiligheid kunnen handhaven.” Met deze patstelling moet een bestuurder dus zien te handelen.
Risiconiveau is moeilijk te bepalen, niet hard en context afhankelijk
Vanuit de specialisten klinkt meermalen de vraag wat een acceptabel veiligheidsniveau is. Is ??n trein met gevaarlijke stoffen die in de nacht door de stad rijdt al te veel? “Voor mij als wethouder is dat geen reden om een project af te wijzen”, aldus Bas Wienbelt. “E?n trein is geen belemmering.” Maar hoeveel dan wel? Al gauw blijkt dat het geen uitgemaakte zaak is wanneer we iets niet meer acceptabel vinden. Er is niet een maat.wordt. Gaandeweg een project gaat het economisch aspect steeds zwaarder wegen. Gevolg is dat hogere risico’s, ook door de samenleving, acceptabel worden gevonden. Neem een bestaand gebouw dat wordt gerenoveerd. Binnen het College van B&W kan op basis van dezelfde risicoanalyse een nieuw gebouw worden afgewezen en het te renoveren gebouw groen licht krijgen Kortom, er is eenvoudigweg niet ??n maat voor externe veiligheid: een bestuurder moet ook andere aspecten meenemen in de besluitvorming en is daarom voorzichtig met het formuleren van harde grenzen. Er zijn maatstaven voor dodelijke slachtoffers, namelijk het plaatsgebonden risico (hard) en het groepsrisico (zacht), maar nog niet voor gewonden die gered moeten worden door de hulpverleningsdiensten. Hoeveel gewonden mogen er vallen en wat mag de ernst zijn, ook op de lange termijn (denk aan chronische ziekte)?
Welke maatregelen zijn noodzakelijk, en wat is het effect daarvan?
Daarnaast is niet duidelijk wanneer welke maatregelen absoluut noodzakelijk zijn. Hetzelfde geldt voor aanvullend te treffen maatregelen, laat staan wat het effect daarvan is op de reductie van dodelijke slachtoffers en gewonden
Vrijblijvend of dwingend advies van de brandweer?
Een bestuurder zou een advies van de brandweer niet moeten kunnen negeren.”Als er een negatief advies ligt, dan moet het plan veranderd.” Zijn uitspraak leidde onder de specialisten tot veel discussie: een brandweer kan niet negatief adviseren, was de stelling vanuit de brandweerhoek. De praktijk blijkt echter anders te werken. Een brandweeradvies heeft een belangrijke invloed op de besluitvorming en kan niet als ??n van de vele aspecten worden meegewogen: het is een go-or-no-go. Een bestuurder moet dus kunnen uitgaan een gefundeerd brandweeradvies om fiat aan een bedrijfsontwikkeling of andere plannen te kunnen geven.
Voorbereiding, open dialoog en cocreatie
Belangrijk is dat een bestuurder in een vroeg stadium duidelijkheid wordt verschaft. Hans Spigt: “Maak het proces inzichtelijk en vraag betrokken partijen naar verwachtingen en wensen. Geef inzicht in de feiten, in mogelijke alternatieve locaties, in mogelijke maatregelen, in de consequenties van bepaalde keuzes en dit alles nog zonder oordeel. Leg dat voor aan bestuurders. Het is ook belangrijk is dat een EV-visie wordt vastgesteld door het gehele college?.
Meer betrokkenheid van Gemeente vanaf het begin
Wellicht kunnen gemeenten kunnen ook meer grip op dit dossier krijgen door aan risicobedrijven alleen grond in erfpacht uit te geven. Zo houdt de gemeente meer slagkracht om ontwikkelingen? aan te sturen.
Nieuwe media en nieuw gedrag van burgers
Dick Ahles: ? Het kan aan mij liggen maar de bedenkers van scenario’s lijken weinig gevoel te hebben over hoe consumenten anno 2011 bij dreigingen gaan reageren met een smart-phone op zak, een iPad op de salon-tafel, een laptop met een open verbinding met internet en een TV in de hoek aan. We wisten bij andere rampen al dat het (mobile) telefoonnet overbelast raakt, en wat zeker is, is dat met de komst van mobiele telefoons, SMS, Twitter en breedband Internet alle oude senario’s over het consumentengedrag de prullebak in kunnen.
Nieuw is dat door de snelheid van berichten via sociale media er heel snel heel veel mensen gealarmeerd zijn. Ook zij willen graag weten wat er aan de hand is, maar in veel gevallen is dat puur uit nieuwsgierigheid (nice to know informatie). Het probleem is dat er in dat geval een stormloop op de online informatie ontstaat. Zodra de plaats of de regio bekend is, weet iedereen heel snel de website van de gemeente of van de regionale zender te vinden. Met als gevolg: te weinig server-capaciteit om die vraag aan te kunnen. De sites kunnen het niet aan. Voor normale gemeentelijke websites is dat begrijpelijk. Daarom is er de speciale site crisis.nl om een extreme vraag op te vangen. Deze website is ontwikkeld in opdracht van het Nationaal CrisisCentrum (NCC) en wordt alleen ingezet bij crisissituaties. De afzender van de website verschilt per crisis. De afzender is te herkennen aan het logo op de homepage. Maar ook daar bleek op 5 januari de vraag groter dan de technische mogelijkheden. De website van de gemeente Moerdijk en Crisis.nl konden het niet aan. Uit nader onderzoek is wel gebleken dat bij de laatste de techniek niet functioneerde, maar toch? En ook RTV Rijnmond moest zich beperken tot ??n enkele pagina met de belangrijkste informatie. Omroep Brabant redde het wel, maar de informatie die men van de overheid kreeg was in de ogen van de hoofdredacteur erg weinig om aan de rol van rampenzender goed invulling te kunnen geven: d.w.z. passend bij de informatiebehoefte.
Twitter lawine onder burgers (#Moerdijk)
Bijna vijf dagen na de brand hebben we nog steeds een twitter lawine over #Moerdijk. Tijdens, maar ook daarna gaat de?meme “grote vuurbal jonguh” ?’als een lopend vuurtje’ rond:
En toch weten de rampen-co?rdinatoren, burgemeesters en ministers niet hoe adequaat te reageren op alle berichtgeving op Twitter, terwijl wat men moet doen en welke informatie moet worden (vrij)gegeven gewoon is af te lezen van de twitter feeds. En het probleem in het internet-tijdperk is niet alleen: op welke manier bereik ik het publiek het meest effectief, maar vooral ook dat men niet kan doorgaan op ouderwetse wijze ALLE bij hen beschikbare informatie eerst te bespreken, te beoordelen, te filteren, en te voorzien van betuttelende prietpraat en dan via klassieke persconferenties voor journalisten aan de burgers te vertellen dat ze zich niet ongerust hoeven te maken. Het is vooral het volstrekte gebrek aan openheid die zo dodelijk is voor de geloofwaardigheid van de overheid in dit soort gevallen. Zij kunnen en willen in dit soort situaties de bevolking kennelijk alleen op de toon van onwetenden toespreken.
Het ging zo snel dat meestal de individuele tweets niet meer waren te lezen. Opvallend was het dat alle (mis)informatie, inclusief foto’s en videofilmpjes, feitelijk via Twitter liep en niet via de omroepen en de speciaal voor deze situaties in het leven geroepen website. Die Twitter stroom ontgaat kennelijk de verantwoordelijke rampenbestrijders: er was uren geen enkele offici?le reactie op het internet.
Traditionele media gebruikt Twitter als bron bij gebrek aan beter
Opvallend was dat de traditionele media Twitter in eerste instantie gebruikte als hun primaire bron over het melden van acties (sirenes die zouden afgaan, ramen sluiten, radio luisteren) en informatie over wat er aan het branden was (giftig en irriterende stoffen), hoe giftig zijn de rookwolken? Is de brand onder controle of breidt het uit? Hoe ver gaat de (giftige?) wolk over de Randstad? Van de overheid geen informatie, geen mededelingen, geen ontkenning, domweg NIETS. De commerciele zender RTL Nieuws was zelfs eerder was dan de NOS.
Informatie over situatie en van overheid komt via burgers op het net
Met name Twitter overstelpte iedereen met berichtgeving vanuit de ‘bedreigde’ gebieden (met name Dordrecht): sirenes, mededelingen dat we naar omroep Brabant, later ook Rijnmond moesten luisteren, dat het een ramp met de hoogste fase (vier) was geworden, Wie waren die mensen in dat landelijke co?rdinatie centrum, wat doen ze, hoe beoordelen ze de situatie, wat zijn ze aan het voorbereiden. Toen eindelijk -een dag later- er een persconferentie werd gegeven (let wel heel klassiek, feitelijk voor de elite van opgeleide journalisten die voor de gevestigde media werken, het idee dat gewone burgers misschien zelf hun vragen hebben komt nog niet bij ze op).
Bij gebrek aan informatie gaan ook klassieke media steeds meer hun eigen gang. Die roepen deskundigen naar de studio en vragen of die misschien weten wat er aan de hand is. Van Duin wijst op een voorval dat veel kwaad heeft gedaan: ?Tot overmaat van ramp was bij een persconferentie over de meetresultaten van het RIVM niet gesproken over de verhoging van lood in een bepaald gebied. Wat denk je dat de kijkers denken als een toxicoloog later op de dag op televisie gaat zeggen dat ergens verderop in het rapport die gegevens stonden??
Geen transparantie van overheid in communicatie
Minister van Veiligheid Ivo Opstelten (VVD) vindt dat ?totale transparantie? rond de brand in Moerdijk vereist is. ?De onderste steen moet boven? zei hij in het Kamerdebat over de?brand bij chemiebedrijf Chemie-Pack in Moerdijk. De Tweede Kamer was?bezorgd over de gezondheid van hulpverleners, werknemers en omwonenden na de brand bij Chemie-Pack. Opstelten liet weten dat hij alles doet om de ongerustheid onder de bevolking weg te nemen. Hij gaf toe dat daar tot nu toe fouten in zijn gemaakt.
Menno van Duin is lector aan de Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV) en de Politieacademie. Hij is het met Siepel eens dat bestuurders zo open mogelijk naar het publiek moeten zijn. ?Hoe lastig dat ook kan zijn. Aan de ene kant vertrouwen uitstralen en ook nog in alle eerlijkheid zeggen: ?Wij weten ook nog niet alles?.?
Van Duin vindt de vergelijking die wordt gemaakt tussen het optreden van burgemeester Van der Laan van Amsterdam in de zaak van het Hofnarretje en het gedrag van de autoriteiten bij de Moerdijk-ramp, niet opgaan. ?Van der Laan krijgt terecht veel lof. Er is meteen open en direct gecommuniceerd naar de ouders van de mogelijke slachtoffertjes van het misbruik. Dat is ook gedaan richting pers. Bij crises als Moerdijk, Enschede of Volendam, ligt het toch anders. De overheid is daar veel meer partij in en draagt een veel grotere verantwoordelijkheid dan bij het seksschandaal in Amsterdam.?
Spagaat
De overheid schiet in de bekende kramp. Misschien is ?spagaat? een beter beeld. Er wordt aan de offici?le media beperkte informatie gegeven, want men realiseert zich dat je daar later op afgerekend kan worden.?
Volgen van media moet veel intensiever
Net als Siepel vindt Van Duin dat er ook een andere les uit ?Moerdijk? getrokken kan worden. Het volgen van media moet veel intensiever. ?Daar is nog onvoldoende aandacht voor? weet hij, ?Het kan bijvoorbeeld gaan om het reageren op een uitzending van SBS. Die zender kwam met het – niet kloppende – bericht dat de evacuatie van Zwijndrecht was begonnen. Daar moet je meteen op anticiperen. Dat gaat ook op voor hardnekkige lariekoek die op internet wordt gespuid. Dat kan veel onterechte angst wegnemen.?
Geen aanwezigheid en reactie van overheden op nieuwe media
Wat we leren van die woensdagmiddag en avond is, dat de overheid best in staat is met kundige mensen rampen te bestrijden, maar dat de verantwoordelijke bestuurders geen tot weinig notie hebben van wat er buiten hun crisis-centrum zich afspeelt. Men denkt kennelijk dat de betrokken burgers rustig met hun ramen dicht rond de radio, luisterend naar Omroep Brabant, geduldig zal wachten op offici?le mededelingen.Zo kopte de Trouw op 12 januari 2011: ?Overheid zweeg op Twitter?
Suggestie (crisiswerkplaats): Juist voor korte tussentijdse berichten is dat een zeer geschikt communicatiekanaal, waarmee snel veel mensen bereikt kunnen worden. Geef daar korte informatie en verwijs vooral niet met een link door naar de eigen site. En geef ook een signaal als er nog geen nieuws te melden is (procesinformatie: ?als je niks weet, zeg dan gewoon dat je niks weet?). Een goed voorbeeld van hoe een gemeente op Twitter actief wordt is volgens Dutchcowboys de gemeente Zwijndrecht http://www.dutchcowboys.nl/socialmedia/21385
Informatie vestrekking was te langzaam en via vele schijven
Als het RIVM de lucht vervuiling meet, kunnen die gegevens misschien vrij snel on-line staan. Waarom moeten burgers daar op wachten, waarom moeten redacties met de wet openbaarheid schermen in plaats van zelf met die gegevens komen.
Burgers en experts zijn het oneens met besluitvorming of verbazen zich erover
Over de openbaarheid van de gevaarlijke stoffen: ? …het openbaar ministerie is ogenblikkelijk een strafrechtelijk onderzoek begonnen naar de oorzaak van de brand. De lijst met stoffen was daarbij een belangrijk document en is in beslag genomen door het OM. Dat is ook de reden waarom de lijst in eerste instantie niet is vrijgegeven buiten de kring van bij deze brand betrokken instanties.” Zou de opsteller van deze proza zich eigenlijk wel realiseren wat voor boodschap hij hiermee aan de burgers van dit land geeft: strafvervolging gaat voor voorlichting aan de burgers. Ook in het verslag ? wijsheid van de massa? – 10 dagen na Moerdijk? van crisiswerkplaats.nl somt een aantal verbazingen op:
Dat er tijdens een crisis fouten gemaakt kunnen worden zal niemand ontkennen, maar soms leek het erop dat de deskundigen beslissingen namen en berichten de wereld instuurden die geheel in strijd leken te zijn met de werkelijkheid die iedereen kon waarnemen. En die verbazing is in deze bundeling artikelen bijeen gebracht.
Imago schade
Wantrouwen
Al snel wordt vermoed dat de bestuurders eventuele fouten of vervelende resultaten van onderzoek af willen dekken. Op twitter werd bijvoorbeeld snel de naam van de burgemeester verhaspeld tot Deny (het Engelse ontkennen), met reacties als ?De burgemeester zegt: ga maar lekker slapen, jaja?
?Busje is symbool voor alles wat misging?
Opstelten betreurt het beeld dat ontstond toen hij samen met minister van Volksgezondheid Edith Schippers (VVD) maandag een bezoek bracht aan het gebied. Hierbij bleven zij ze in het busje zitten. Opstelten: ?De bedoelingen waren goed: we wilden onze betrokkenheid tonen, maar toen ik de beelden zag, was ik niet blij.?. Het busje staat symbool voor alles wat mis is gegaan bij de communicatie. Alle partijen hebben kritiek op Opstelten en Schippers, zelfs de eigen partijen.?
Ramp of niet?
Het publiek viel over het woord ?ramp? dat door Opstelten zelf werd gebruikt, want ?er was toch niets aan de hand??
Rampinflatie
Communicatiedeskundige Menno van Duin ziet de aandacht voor ?calamiteiten? groeien. De brand in Volendam was alleen al in de eerste maand dertien keer onderwerp van aandacht, waarvan zeven maal hoofdonderwerp.? Dat aantal is na een krappe 2 weken bij ?Moerdijk? nu al gehaald. Van Duin: ?Het begrip ramp werd in 1977 niet gebezigd. Er is, wat mij betreft sprake van ?rampinflatie?. Gebeurtenissen die vroeger weinig tot nauwelijks aandacht kregen, krijgen nu om uiteenlopende redenen veel meer aandacht en worden ook vaker en sneller als ramp betiteld.? De media zwepen elkaar op en daarmee neemt ook de druk op bestuurders toe. ?Zeker omdat internet en de sociale media een snel groeiende rol gaan spelen. Iedereen is een medium geworden.?
Twitter kan gevaarlijk zijn bij een ramp als Moerdijk
In het regionale dagblad?BN/DeStem stond van de week een bericht (met een Poll) over de uitspraak van Nico?van?Mourik?van?de?Veiligheidsregio?Midden- en?West-Brabant. Over Twitter zegt hij letterlijk: “140 tekens kunnen een boel kapot maken.” Dus: verbieden maar als onze overheids rampenbestrijders dat nodig vinden? Want BN/DeStem meldt verder “Ongefundeerde mededelingen van omwonenden of toeschouwers zouden de offici?le informatievoorziening tijdens een ramp kunnen verstoren. Van Mourik deed zijn uitspraken, die geen kritiek mochten heten, woensdagavond (16/3/2011 DA) tijdens een bijeenkomst in het stadhuis van Bergen op Zoom. Gemeenteraadsleden stelden hem daar vragen over de communicatie bij incidenten als de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk.” De krant meldt verder nog dat Van Mourik zelf actief is op?Twitter”
Rapportage bevindingen vragenlijstonderzoek:?Hoe hoorde u van de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk?
Op woensdag 5 januari 2011 werden diverse communicatiemiddelen ingezet om de bevolking te alarmeren en informeren over de brand die was uitgebroken bij het bedrijf Chemie-Pack in Moerdijk. De waarschuwingen op 5 januari en de dag erna richtten zich op mogelijke directe gevaren als gevolg van inademing van de rook. Daarom werd advies afgegeven ramen en deuren te sluiten. Om dit advies kenbaar te maken zijn verschillende middelen ingezet, waaronder de sirene, geluidswagens, sms-alert, de rampenzender, radio, televisie en internet. Daarnaast informeren mensen elkaar en zijn er mensen die zelf de rook waarnemen en zo op de hoogte komen van de gebeurtenis.
Naar aanleiding van de brand heeft de TU Delft een vragenlijst opgesteld om inzicht te krijgen in de vraag: Via welke kanalen heeft de bevolking voor het eerst gehoord van de brand en is er verschil tussen alarmeren en informeren?
De 462 bruikbare reacties zijn ingedeeld op basis van de locatie waar de respondent zich bevond toen de brand ontstond. Deze locatie is bepalend voor het doel van de waarschuwing en informatie over de brand. De resultaten laten zien dat in het als eerst te alarmeren gebied respondenten hoorden van de brand via een andere persoon of organisatie, via een specifiek alarm of waarschuwingsmiddel of via visuele waarneming. De respondenten in dit gebied komen als eerste op hoogte van de brand. Ook in het tweede gebied waar het advies werd afgegeven, maar zonder inzet van alarm of waarschuwingsmiddelen, hoorden respondenten van de brand via andere personen/ organisatie of via informatiekanalen (radio, televisie, internet). Als laatste op de hoogte kwamen de mensen in het derde gebied waar alleen informatie behoefte was. In dit gebied is het advies om ramen en deuren gesloten te houden niet gecommuniceerd. Respondenten in dit gebied kwamen voornamelijk op de hoogte via informatiekanalen. Zij waren later op de hoogte dan de mensen die aanwezig waren in de beide andere gebieden.