Tagarchief: frank smilda

Robocop en de snoeppot

Wat betreft technologisering, stelt de politie zich op als een kind dat zijn handen niet uit de snoeppot kan houden, sprak directeur van burgerrechtenorganisatie Bits of Freedom Hans de Zwart. Sectorhoofd Dienst Regionale Informatie Organisatie Frank Smilda dacht er anders over: ?De criminele markten zijn enorm in Nederland. ? Als het gaat om het in kaart brengen van die markten dan verdient de samenleving een nog betere politie.?

Op 29 januari discussieerde een volle zaal bij Huis voor Democratie en Rechtsstaat ProDemos over de technologisering van de politie. Thema van dit eerste Tijdschrift voor de Politie Debat: Robocop en de rechtsstaat; wie bewaakt de bewakers? Eerste stelling: in deze digitale wereld mag de politie alle mogelijkheden gebruiken die er zijn. Het debat is boven dit artikel terug te luisteren.

Dode pixels

Inleider Hans de Zwart uitte zijn zorgen: ?De waarborgen zijn niet meegegroeid. Zaken die eerst werden begrenst door, bijvoorbeeld, hoge kosten zijn dankzij technologie vrij toepasbaar. Denk aan drones.? Volgens hem is het tijd dat de politie het ?echte verhaal? vertelt over hoe het burgers in beeld heeft. ?De politie moet eerlijker zijn. Zij doet alsof ze minder zicht heeft op criminaliteit: ?Going dark?. Maar in deze tijd, waarin iedereen een tracking device bezit, leeft ze in een gouden tijd. De politie kijkt naar een heel groot scherm, maar legt de nadruk op een paar dode pixels.? De Zwarts belangrijkste punt: de politie heeft de verantwoordelijkheid om een visie te ontwikkelen op het gebruik van technologie.

Tweede inleider Frank Smilda stelde dat er inderdaad geen spelregels zijn over wat de politie wel of niet mag monitoren en welke technologische mogelijkheden zij wel of niet mag gebruiken. Ook hij zag de noodzaak daarvan in, maar dat neemt volgens Smilda niet weg dat de politie nu wel technologie moet inzetten. ?Jarenlang ging het slecht met de ICT bij de politie. Nu is dat omgekeerd, kunnen we inzicht krijgen in wie welke relatie heeft met een criminele markt. Onderschat die markten niet: zo zijn we eigenlijk een narcostaat; de beste xtc-producent ter wereld.?

Onvrij gevoel
De zaal bleek verdeeld. Mogelijkheden benutten ja, maar wel onder voorwaarden. Een dame van Interpol, net terug uit Singapore: ?In Singapore hangen 80 duizend camera?s. Dat voelt onvrij. In Nederland had ik het gevoel dat ik continu moet oppassen: op mijn tas, wie achter me loopt. Ook onvrij. Ik heb geen antwoord, alleen een gevoel.? De zaal vraagt zich af: is een ethische commissie de oplossing?

Tweede Kamerlid voor GroenLinks Kathalijne Buitenweg leidde de tweede stelling in: gezien de snelheid van de technologische ontwikkelingen moet de politie zijn eigen morele grenzen bepalen. Buitenweg zei al langer te pleiten voor een Kamercommissie die grenzen stelt, waarden borgt, pal staat voor de autonomie van de burger. ?De politiek is de arena waar zulke besluiten moeten worden genomen.? Tegelijk stelde ze dat de samenleving verwachtingen moet bijstellen: ?Ik ben onder de indruk van de politie, maar de toekomst is er niet ??n van overal grip op krijgen en alles voorkomen. We zullen moeten toegeven dat we sommige dingen niet wisten. We kunnen niet alles policen.

Denkkracht nodig
Hoofdredacteur van het Tijdschrift voor de Politie en moderator Jaco van Hoorn concludeerde met de zaal dat zowel politiek als politie zelf kaders moet scheppen. Hoogleraar Digital Security Bart Jacobs stelde in een kort vraaggesprek met Van Hoorn een probleem aan de orde: de uit doeners bestaande politie mist op dit terrein organisatie-brede kennis. Hij pleitte voor meer denkkracht bij de politie. ?Er is binnen de overheid een trend geweest om inhoudelijke kennis te outsourcen. Dat leidde tot een ramp van enorme proporties. Daar komen we gelukkig van terug.?

Of de politie verantwoord met haar mogelijkheden omgaat, weet Jacobs zo net nog niet. ?Neem het afluisteren van versleutelde telefoons. Technisch indrukwekkend, petje af. Maar juridisch is dat in een aantal gevallen heel omstreden.? Ter illustratie noemt hij het afluisteren in opdracht van de Verenigde Staten van de Mexicaanse drugsbaron El Chapo. ?Nederland zette de tap vol vertrouwen in, zonder de Amerikanen vragen te stellen: waarom, waarvoor? Dat zou wel moeten.?

Jacobs pleit voor meer ?horizonbepaling?. ?Durf als politiek en politie te experimenteren. Maak een wet om bijvoorbeeld drie jaar iets te doen, dan te evalueren en ervoor te kiezen om ermee te stoppen als het niet werkt of ethische grenzen overschrijdt. Alleen, ik heb nog nooit meegemaakt dat de Eerste of de Tweede Kamer na drie jaar evalueert en een wet schrapt.?

Bron: Website voor de politie

Misdaadnetwerkkaart Noord Nederland

Behalve in mensen?steekt het kabinet?ook 64 miljoen euro in moderne technologie?n die bijvoorbeeld gebruikt kunnen worden om allerlei digitale data aan elkaar te koppelen. In Groningen maken ze al gebruik van zo’n nieuwe methode.

Alle gegevens over verdachte personen en criminele markten als de hennepmarkt en de coca?nemarkt worden ingevoerd in de computer, in kaart gebracht en met elkaar verbonden. “Zo krijg je een misdaadkaart van Noord-Nederland”, zegt politiecommissaris Smilda over het project.

Realtime

De kaart komt tot stand door alle informatie over verdachte activiteiten direct in te voeren, of die nou afkomstig is van de wijkagent, de noodhulp of van burgers die anoniem een misdaad melden. “Op die manier heb je een realtime beeld.”

Smilda vertelt dat met behulp van de nieuwe technologie inmiddels tien zaken zijn opgelost. Er is onder meer een xtc-lab opgerold en een grote hoeveelheid vuurwapens gevonden “omdat deze technologie een netwerk als het ware op een presenteerblaadje aanreikt”.

Minister Grapperhaus zegt dat de Nederlandse politie nog heel sterk leunt op het systeem van wijkagenten, maar dat ook die inmiddels met een iPad op pad gaan waarin zij op straat meteen alles invoeren, terwijl ze vroeger terug moesten naar het bureau.

Hij denkt dat ook voor burgers dingen veranderen door de moderne technologie. “Als je aangifte gaat doen, staat die niet meer op zichzelf, maar wordt die automatisch verbonden met andere gebeurtenissen in de buurt.”

Bronnen: NOS

Burgers: amateur in speurwerk, maar professional op specifieke onderwerpen

Sinds het verschijnen van hun boek Social media: het nieuwe DNA zijn Arnout de Vries (onderzoeker en adviseur TNO) en Frank Smilda (sectorhoofd DRIO Noord-Nederland) niet stil blijven zitten. Weliswaar heeft hun gezamenlijke werk het geschopt tot verplichte kost op de Politieacademie, een boek uit 2014 is in internettermen een eeuwigheid geleden. Het is tijd voor een update. Hoe kijken ze anno 2017 aan tegen de rol van ?de burger? in de handhaving en opsporing, domeinen die tot voor kort nog als exclusief voor de politie werden gezien?

Auteurs:?Wouter Jong en Matthijs Hogendoorn.

Smilda: ?Voor zowel Arnout als mijzelf begon onze fascinatie voor sociale media en internet al ver voor onze gezamenlijke publicatie. Bij mij is het begonnen in 2005 en 2006 toen Maurice de Hond zich op de Deventer moordzaak stortte. Hij begon wat hij aan informatie verzamelde op een weblog te zetten. Dat vond ik z? baanbrekend. Als mensen de wisdom of the crowd inzetten om dingen toe te voegen en op een weblog bij elkaar te brengen zou dat een hele nieuwe dynamiek in de opsporing brengen.
Allerlei krachtige kennis deed mee met het onderzoek van Maurice de Hond. Beeldmateriaal, kennis en kunde kwamen vanuit verschillende invalshoeken bij elkaar: een bioloog, een natuurkundige, een filosoof, een jurist. Ik begon me af te vragen: dat zouden wij toch ook moeten kunnen??

Smilda werkte toen bij de politie in Utrecht. Daar stelde hij voor om met cold cases te gaan werken, vanuit de gedachte dat het afbreukrisico klein zou zijn. Hij ging de ontwikkelingen volgen. De term ?sociale media? bestond nog niet, maar de start lag juist in die periode: Hyves, Facebook, Youtube en Twitter ontstonden alle in die periode. Smilda startte politieonderzoeken.nl en hij gaf veel spreekbeurten. Hij won de politie-innovatieprijs met zijn experiment. En kon met een startbudget van 35.000 euro instappen op die platforms.
?Ik heb toen nog onder meer bij Second Life een plaats delict opgebouwd met een echte case. Dat was toen zo?n virtuele wereld waarin je in kon opgaan. Met burgers eromheen, rechercheurs? Ik startte een blog in 2008. Het begon bij mij in feite als een hobby die uit de hand liep. Arnout was met dezelfde dingen bezig en interviewde mij erover. Zo is het contact een jaar of zes geleden ontstaan.?

Politie 2.0
De Vries werkte eind jaren 90 bij KPN Research, waar men toen al met virtual communities bezig was, vooral vanuit
commerci?le invalshoek.
?Dat was de begintijd van internet. Het ging met vallen en opstaan. Ik richtte mij al snel op de ?goede kanten? van het internet. Hoe kunnen bijvoorbeeld techneuten en sociale wetenschappers beter samenwerken? Het was de tijd van ?Samen innoveren, online cocreatie, crowdsourcing?.
Allengs kwamen daar de veiligheidsthema?s bij, de laatste jaren richt ik mij meer op crisisbeheersing, wat een vlucht nam na een analyse van sociale media bij het noodweer van Pukkelpop in 2011 en Project-X in 2012. Daarna kwam ook de interactie van online bewegingen en de opsporing meer in beeld.?
Op het moment dat de wegen van Smilda en De Vries elkaar kruisten waren zij beiden bezig om gedachten op?papier te zetten onder de titel Politie 2.0. Samenwerking lag ook inhoudelijk voor de hand. Zouden ze daar een boek van kunnen maken?
Smilda: ?Vier maanden na dat initi?le plan volgde Project X in Haren?? Lachend: ?Toen belde Arnout mij:
Volgens mij wil jij geen boek meer met mij schrijven??

En was dat zo?
?Het was voor mij wel dramatisch, natuurlijk. Ik kreeg de nodige reacties van collega?s: Frank, jij zit toch helemaal in die wereld? Hoe kan het nou dat het zo misgaat? Maar goed, voor de hele politie was Project X een keerpunt. Ook voor ons. We hebben elkaar vastgehouden en zijn doorgegaan met het schrijven van het boek.?

Maar men was misschien wat minder enthousiast over jouw experimenten?
Smilda: ?In de tijd van de blog van Maurice de Hond was er zeker weerstand. Maar gelukkig kreeg ik de ruimte van de politieorganisatie om de cold cases op een vergelijkbare manier open te breken. Als er bezwaar was en is, dan gaat dat vooral over de grenzen van de rechtsstaat. Er waren genoeg collega?s die rond de Deventer moordzaak stomverbaasd waren dat het allemaal maar op internet kon worden gedeeld, terwijl de zaak tot in de hoogste instantie was afgedaan. En voor alle duidelijkheid, ik begrijp die bezwaren. Maar we hebben nu eenmaal te maken met een nieuwe wereld waar we ons toe moeten verhouden. Die tweeslachtigheid zag je toen ook al terug in de politieorganisatie. De burger heeft zelf de stap richting opsporing gezet en zal daar niet meer weggaan.?
?Inhoudelijk gezien was Project X een geweldige wakeup call. Niet alleen omdat het rapport van de commissie-
Cohen tot het aftreden van de burgemeester leidde. Maar ook omdat het een gamechanger in de veiligheidswereld
werd.?

De Vries: ?Drie maanden na Project X startte de nationale politie. Dat had z?n impact, met nationale teams en een
programmatischer aanpak, met meer oog voor de online doorwerking in de offline veiligheid. Eerst lag de focus vooral op de impact op de openbare orde, zoals bij Project-X, daarna druppelde het heel langzaam ook de opsporing binnen. Het DNA waar de titel van ons boek naar verwijst, heeft daar betrekking op. Naar ons idee is de impact van sociale media op zowel openbare orde als opsporing zo groot, dat het in het DNA van de gehele politie moet zitten om er goed mee om te gaan.?

Anne Faber
Op het moment dat we dit interview houden, is de zaak Anne Faber prominent in het nieuws. Het gesprek komt op de ontwikkelingen in verhouding tot een eerdere zaak waarbij burgers massaal meeleefden en zich gingen inzetten: bij de verdwijning van de broertjes Ruben en Julian in 2013.
De Vries: ?Destijds was er een burgerinitiatief dat alle informatie op Twitter bij elkaar bracht. Rijp en groen door elkaar. Laatste informatie van de politie, geruchten. Alles kwam langs om de zoektocht naar de broertjes te ondersteunen. Dat initiatief is kort daarna Zoekjemee.nl geworden. Ik herinner de worsteling nog. Wat is dat voor persoon die daar een website voor wil starten? Gaat die over de rug van vermisten geld proberen te verdienen??

?Voor de politie was het ook verwarrend. Want als willekeurige mensen zich na een online oproep op Facebook of Twitter in een bos melden, wie heeft er dan de leiding, wie is het aanspreekpunt? Wat moet daarvan worden? Wat? gebeurt er met mogelijke sporen? Met forensisch bewijs? Wat als burgers plotseling geconfronteerd worden met een lijk? Er?kwam een burgerbeweging op gang die de politie nooit eerder had gezien. Daar werd toen heel ad hoc op ingespeeld, zo goed en zo kwaad als dat ging.?

Gaat de politie er nu anders mee om?
?In mijn beleving wel. In 2013 werden ze overrompeld. Het was niet georganiseerd, weliswaar nu nog steeds niet op een aantal vlakken, maar er is al meer gekanaliseerd.?
Smilda: ?Tijdens de zoektocht naar Ruben en Julian heeft woordvoerder Bernard Jens goed opgetreden. Veel initiatieven werden gehonoreerd, maar wel onder begeleiding van de politie. Rond Anne Faber trad hij op een vergelijkbare manier op. Dat deed hij heel krachtig. De politie bevestigde niet alleen op politie.nl dat een verdachte was aangehouden, maar vergezelde dat ??k meteen met een videoboodschap waarin de situatie kort werd geduid. Dan beweeg je mee als politie.?
En natuurlijk is het wennen, zegt Smilda. ?Je geeft als politie immers een stuk prijs in de virtuele wereld als je de oproep doet: denk mee, rechercheer en help mee. Maar de zaak van Anne Faber laat zien dat er dan allerlei nuttige
informatie op je pad komt. Soms is dat hele krachtige intelligente intel vanuit die virtuele wereld, die je enorm verder kan helpen met het onderzoek, maar die een rechercheur in klassiek onderzoek niet snel was tegengekomen.
Het is de uitdaging om dan die ?klassieke? politiebril af te zetten en de recherche niet als een bok op de haverkist te
verdedigen, maar de ruimte te geven aan derden.?

?Wat denk je van zo?n journalist (en cartograaf Michiel Hegener ? red.) die uren onderzoek doet naar route, tijdstippen en weersomstandigheden? Hij kende het gebied en had voor de ANWB ooit de fietsroute gemaakt die Anne Faber leek te hebben gevolgd. Hij wist een wolkbreuk te verbinden aan een plek waar Anne Faber zou kunnen hebben geschuild? Dat is zulke specifieke kennis, die je niet 1-2-3 in een rechercheteam hebt. Zo zijn er zoveel andere specifieke deskundigen. Overigens vond hij wel dat het erg lang duurde voordat zijn bevindingen werden opgepikt (NRC, 10 oktober). Vergeet niet dat ook de recherche ermee moet leren om te gaan. Maar het zijn ontwikkelingen die iets in beweging zetten en waar we de komende jaren ongetwijfeld meer van zullen zien.?
De Vries: ?Burgers zijn er echt mee bezig. Dagenlang. Zo betrokken. Je vraagt je soms af waar ze de tijd vandaan halen.?

DIY-policing
De kunst is dan wel het kaf van het koren te scheiden en verkeerde initiatieven en eigenrichting te voorkomen. En de
politie krijgt op allerlei platforms steeds meer informatie binnen, maar onvermijdelijk zitten daar ook trollen bij, de
waarzeggers en online paragnosten. Hoe organiseer je dat?
Smilda: ?Het begint ermee te erkennen wat er is veranderd. We noemden al ?het nieuwe DNA? uit de titel van ons
boek. Dat had ook betrekking op veranderingen die eigenlijk net zo fundamenteel zijn als indertijd, toen het DNA in de opsporing een rol ging spelen. Dat had allerlei consequenties voor hoe er op een PD werd opgetreden. Iets dergelijks is nu ook aan de gang in de interactie tussen online en offline.?

Als je dat hebt erkend, volgt de ondertitel: Do It Yourself Police. Smilda: ?Het is hetzelfde als in de gezondheidszorg,
waar de arts een pati?nt met veel meer kennis dan vroeger tegenover zich vindt. En stel dat die pati?nt geen arts of
verzekering zou kunnen betalen: zou hij dan gaan googelen om te zien wat zijn kwaal is? Natuurlijk! Als wij als opsporingsinstanties burgers niet begeleiden, zoeken ze dan zelf hun weg? Retorische vraag.?

[slideshare id=80211679&doc=diy-policingmedia4sec-170927105836&type=d]

Veel van de voorbeelden die Smilda en De Vries geven, laten dat zien: DIY-policing. Iemand die z?n eigen gestolen iPhone heeft opgespoord en door een raam op een keukentafel ziet liggen. Politie gebeld, maar die hebben geen huiszoekingsbevel en als de dader niet opendoet, gaan ze weer weg. Wat bedenkt deze man? Hij heeft een andere telefoon bij zich en zet Periscope (Live Video Streaming) aan. Kondigt aan wat hij gaat doen. Honderden mensen volgen live hoe de man aanbelt. Hij neemt daarmee het risico dat het een matpartij wordt. Maar de man legt keurig uit dat hij zeker weet dat diegene zijn telefoon heeft en dat er heel veel mensen meekijken. Juist dat laatste gegeven werkt als een bescherming. Uiteindelijk gaat de dader met een smoesje door de knie?n en geeft de telefoon terug.

Smilda: ?Briljant bedacht van die inwoner, al is er enig risico. Maar het voorbeeld raakt ook aan iets anders. De scheidslijn tussen opsporing en openbare orde wordt veel sneller overgestoken. Dat zag je ook al bij Project X. In dit geval, als het inderdaad vechten was geworden, was er waarschijnlijk een openbare-ordeprobleem ontstaan. Dan komt de burgemeester aan boord. Dan zou het ook zijn opgelost, maar op een andere manier. Met de komst van
sociale media is de interactie tussen opsporing en openbare orde veel groter dan voorheen.?

Handboek soldaat
We begrijpen, de burger gaat zelf op pad, wat je ook doet. Maar hoe hou je daar controle op?
Een kwestie van educatie, zeggen Smilda en De Vries. Want veel van wat rechercheurs doen, doen anderen ook al
op een vergelijkbare manier: journalisten, wetenschappers, advocaten.

De Vries: ?Eigenlijk zou je burgers een spoedcursus rechercheren willen geven. Alleen dat ligt niet op de plank.?
Smilda: ?Een Handboek soldaat voor burgers. We zijn er mee bezig hoor, er zijn drie apps in ontwikkeling?waarvan er ??n specifiek een soort Zwitsers zakmes moet worden: de burger helpen als hij of zij op onderzoek uitgaat. Wat is wijsheid? Wat doe je wel, wat doe je niet? Of wat doe je als er bij je is ingebroken en je ziet een duidelijk voetspoor in de tuin? Hoe stel je zelf dat soort sporen veilig? Aan dat soort kennis is bij burgers wel behoefte.?

Als de politie het niet doet, dan doen burgers het snel zelf, zo leert de ervaring. Demonstranten in Groot-Brittanni?
hebben een bijvoorbeeld een app ontwikkeld om live ME-linies en afzettingen tijdens demonstraties inzichtelijk te maken. Als we op het gebied van opsporing de burgerinitiatieven een plek willen geven, gaat omarmen beter werken dan afhouden.

De Vries: ?Zo zijn er zoveel meer dingen mogelijk en nogmaals, je moet meebewegen met de ontwikkelingen. Ik was eerder in een meldkamer. Mooi hoor, al die camera?s van Rijkswaterstaat. Maar straks zijn er miljoenen priv?camera?s met dashcams, en denk ook aan de zelfrijdende auto?s van morgen. Al die beelden en gegevens geven een beter beeld dan waar Rijkswaterstaat ooit van kan dromen.
Maar de hamvraag is ook: van wie zijn al die data? Van Google, of een concurrent? Als die de beste data hebben, wie gaat dan de verkeersveiligheid regelen? Hoe ga je daar mee om als politie? Als overheid? Je ziet nu al dat dat soms speelt, bijvoorbeeld met een Apple iPhone of een Amazon Echo in de VS. Van wie zijn de data in het slimme energiemetertje thuis, waaraan je al kunt zien of er iemand thuis is of niet? Behoort die toe aan de burger die de politie zou kunnen of willen helpen? Vaak is het antwoord nog ?nee?. Veel data zijn vooralsnog van de grote bedrijven.?

Langzaam begint het te duizelen. En het wordt er niet beter op als Smilda en De Vries een filmpje tonen dat De Vries in alle meldkamers laat zien. Er is een Amerikaanse app, Vigilante, met een private meldkamer. Iedereen in een bepaalde straal wordt automatisch en razendsnel op de hoogte gebracht om bijvoorbeeld in actie te komen als een
vrouw zich bedreigd voelt door een haar achtervolgende man.
De Vries: ?De politie moet dan maar hopen dat zij dat ook oppikken. De NYPD heeft hier momenteel echt hoofdpijn
van.?

Dit laat zien wat de burger zichzelf potentieel kan aandoen.
De Vries: ?Die burger kan zichzelf geweldig in gevaar brengen! Wat mensen van zichzelf laten zien op sociale
media, dat kan soms best link zijn. Denk aan de buurt-WhatsAppgroepen. Daar ben je lid van met je 06-nummer.
Als jij een melding doet en een potenti?le dief op de foto zet, moet je je bewust zijn van de consequenties. Als er een
serieuze zaak speelt en een crimineel is een beetje ?genetwerkt?, dan pikt die je er zo tussenuit. Dan weet hij dat jij de
eerste foto nam waardoor een zaak aan het rollen kwam. Dat moet je mensen duidelijk maken.?

De Vries noemt ook eigenrichting en inbreuk op de privacy als kwetsbare punten. ?Maar denk ook aan die
jongen die in de situatie rond de Rotterdamse Maassilo werd opgepakt. Hij denkt even undercover cop te kunnen
spelen. Als hobby een terroristische groep ontmaskeren. Wat ben je allemaal aan het doen? Is het overmoed of
na?viteit? Het zijn overigens niet alleen hobbyisten. Ook journalisten mengen zich online in de krochten van het
internet, op zoek naar een scoop.?

Smilda: ?Wat daarom heel erg helpt, zijn de 8 W?s van de opsporing die elke rechercheur, maar ook elke journalist,
gebruikt. Dat brengt een kader aan in de handelwijze van mensen.?

Geen opsporingsmonopolie
Des te meer reden om ook de burger zoveel mogelijk te voorzien van de tools en kaders om al die initiatieven enigszins onder rechtsstatelijke controle te houden.

Smilda: ?Zie het als doe-het-zelf-gids binnen law enforcement. Hoeveel mensen volgen er al niet webinars en dergelijke? Laat het zien. Geef voorbeelden van hoe te handelen. In de recherche wordt geschermd met onderzoeksbelangen. Maar hoeveel procent van de kennis van de recherche is in feite geheim? Het gros van de informatie kun je delen, zonder zaken stuk te maken. Wat ons betreft wordt het tijd om stappen te zetten en de burger daarin de hand te reiken.?

De Vries: ?Het geweldsmonopolie ligt bij de politie, het vervolgingsmonopolie bij het OM, maar niemand heeft het
monopolie op opsporen. De politie moet beseffen dat iedereen sinds mensenheugenis kan en mag opsporen, al veel
langer dan wij wetten en regels hebben. Maar je moet er flexibel mee omgaan. Elk fenomeen is anders, met alle
opsporingsmethodiek en kennis die daarbij nodig is. Er zijn de buurt-WhatsAppgroepen en de landelijke initiatieven
zoals zoekjemee.nl.

We hebben Bellingcat nog niet eens genoemd, dat is internationaal. Een volstrekt zelfstandige club van vrijwilligers,
overigens veel kleiner dan mensen denken. Natuurlijk heeft de politie ze gevraagd of ze in opdracht willen werken. Maar dat doen ze niet. Ze koesteren hun onafhankelijkheid.
Bij MH17 hadden zij al sporen veiliggesteld voordat er naar werd gevraagd. Tegen de tijd dat de recherche ging zoeken was zo?n selfie van Russische soldaten alweer weg. Maar Bellingcat had ?m nog.?

?Ons credo is: faciliteer zulk soort clubs zonder de volledige regie te willen hebben. Laat ze zien hoe je (digitale)
sporen kunt veiligstellen, hoe je dat op een gegeven moment netjes overdraagt en hoe je kunt aantonen dat je er
niet zelf mee hebt lopen rommelen. Dat soort samenwerking vraagt vertrouwen van de overheid. Waarbij je bij elke
online groep opnieuw bekijkt wat passend is.?

Smilda: ?Daar zijn we nu mee bezig en die apps zijn daar een voorbeeld van. Beweeg mee, maar zorg wel voor een
goede disclaimer richting het publiek. Wijs op de basisregels: geen eigenrichting, geen namen en rugnummers,
niet zelf foto?s plaatsen. Als je iets wilt delen stem het dan af met de politie.?

Rechtsstatelijkheid
Dan is er de vraag van de rechtsstatelijkheid en hoe beperkend het OM daarin staat. De Vries bevestigt dat men
worstelt.

?Een voorbeeld is opsporingsberichtgeving. Daar is vanuit het Openbaar Ministerie een aanwijzing voor, een flink pak papier. Het is duidelijk dat slimme mensen daarover hebben nagedacht. Maar zeker bij zo?n zaak als Anne
Faber zie je nu dat iedereen zelf aan opsporingsberichtgeving doet, zonder handreiking. Dan is het de vraag of je dat
als OM in goede banen kunt leiden. En dan zie je de worsteling door de media en andere partijen.?

?Een ander voorbeeld is de Kopschopperszaak in Eindhoven. Het OM maakte een film publiek waar de verdachten
op te zien waren. Er ontstond een hetze jegens de verdachten. Dan wordt het OM daarop aangekeken. De worsteling
blijft: burgers zijn verantwoordelijk voor hun eigen gedrag. Maar in welke mate hebben wij als OM daar een rol in
gehad??

Een ander voorbeeld: de pomphouder die elke?keer netjes aangifte doet als klanten wegrijden zonder te betalen. Op een gegeven moment is hij het zat. Hij heeft de camera?s voor het bewijs, maar er gebeurt niets mee. Hij denkt: ik ga mezelf beschermen, ik maak een online schandpaal. En, voordat het verboden wordt, laat hij met een sticker duidelijk weten op het pompstation wat de gevolgen zijn als je wegrijdt zonder te betalen: met je hoofd achter het stuur voor de wereld op het web herkenbaar.

De Vries: ?Daar kun je ethische vragen over stellen. Er zal vast wel eens iemand in de war zijn die gewoon vergeten heeft te betalen. Maar bij de pomphouder werkte het prima, alle benzineboeven bleven bij hem weg. Er zijn andere zaken bekend van winkeliers die foto?s online publiceerden, waarbij veroordeelden uiteindelijk de winkelier aanklaagden. Dan zie je bij een veroordeling vervolgens weer crowdfunding om de hoek komen om de boete van de winkelier te betalen.?

Oplossingen
Frank Smilda wil graag vanuit de essentie de samenwerking laten vinden. ?Wij lossen met ons korps van 65.000 mensen ongeveer een kwart op van de miljoen zaken die op ons bordje komen. Dat wij hier in het noorden op 12% oplossing woninginbraak zitten, stemt alleen maar tot tevredenheid als je het vergelijkt met de Randstad, waar het 8% is. Maar het blijft een klein aantal. En we hebben het alleen over de zaken waar aangifte over is gedaan. Die 65.000 politiemensen, dat worden er nooit twee keer zoveel. En 25% wordt niet opeens 50% op deze manier, laat staan bijvoorbeeld 85%.?

Het omarmen van burgerinitiatieven is de enige manier die het percentage significant omhoog kan krijgen, wil Smilda maar zeggen. ?Hier in Noord Nederland hebben we vorig jaar innovatie-experts gevraagd ons te helpen, en dat gekoppeld aan het thema burgeropsporing. In verschillende groepjes kwamen zij samen in verhoudingen van tweederde politie- en justitiemensen en eenderde mensen van buiten de politie. Daar zaten mensen bij als Arnout van TNO en bijvoorbeeld iemand van Deloitte, die ook goed thuis is in de law enforcement-wereld. Daar zijn die apps uitgekomen. In dat soort samenwerking kun je stappen maken. Als dan maar steeds blijft hangen in je rechtsstatelijke verhaal, dan blijf je ook hangen in die belabberde opsporingspercentages.?

Gevoel
?En voor alle duidelijkheid?, vervolgt Smilda, ?dat geldt ook voor vermissingen: het gaat niet alleen over de oplossing, maar ook om duidelijk te maken wat de stappen zijn en waarom. Van de 40.000 vermissingen per jaar is 0,01% echt urgent. Door kennis te delen cre?er je ook rust, omdat in heel veel gevallen al snel zal blijken dat er niet zoveel aan de hand is. En in de hele ernstige gevallen, zoals met Anne Faber, ontstaat er wel een gevoel van saamhorigheid, van politie, leger, Rode Kruis en het legioen aan vrijwilligers, tegen de vreselijke onzekerheid en het ellendige voorgevoel (en later de bevestiging ? red.) in.?

De Vries: ?Algemener zou dat ook kunnen gelden voor die almaar groeiende WhatsApp-buurtgroepen. Al meer dan 7000! We weten dat er ??rst een negatief gevolg is als zo?n groep wordt gestart, want mensen schrikken van de hoeveelheid inbraken en andere ellende in hun buurt. Dat gevoel blijkt kort na de start echter weer te verdwijnen als men doorkrijgt er samen iets aan te kunnen doen. We?weten dat het gaat helpen om oplossingspercentages omhoog te brengen, dat zou ook voor het gevoel positief kunnen zijn. Met al die kennis die je kunt delen, de samenwerking met 3000 wijkagenten op Twitter, een aantal thematische accounts? Ik zie echt een rol voor Nederland als een internationale early adopter, en de volgende stap is dan die rechtsstaat 2.0. Laat ook zien wat we hier aan het doen zijn en leer ook internationaal van elkaar.?

Een paar voorzetten
Veel was al bekend, maar als je de voorbeelden hoort die Smilda en De Vries uit hun mouw schudden, blijkt nogmaals hoe snel de ontwikkelingen elkaar opvolgen. Het interview is ook een opmaat naar het congres Participerende Politie van dit Tijdschrift. De politie die ?deelneemt? aan wat de maatschappij onderneemt tegen openbare-ordeverstoringen en criminaliteit. We dagen Smilda en De Vries uit nog een paar voorzetten te geven:

De Vries: ?Ik vroeg een paar van de mensen bij Bellingcat: hebben ze jullie nou ook gevraagd met welke andere zaken dan MH-17 je bezig bent? Antwoord: Nee. Een van die jongens is werkloos en ik vroeg: hebben ze jou gevraagd of het wat voor jou zou zijn om bij de politie te werken? Antwoord: nee. Sommigen van hen vinden: de politie kwam onze informatie halen en daarna hoorden we nooit meer wat van ze. De erkenning en de samenwerking kan zogezegd?beter.?

Smilda: ?Iedereen publiceert rapporten: WODC, ministerie, vakgroepen criminologie, politie. Over heel veel onderwerpen. Ik loop al langer met het idee om al die kennis en kunde te vertalen naar het geografische gebied?waar iets speelt. Probeer er hapklare brokken van te maken voor dat gebied. En ga verkennen wie voor ons in dat gebied vertrouwde partners (inwoners!) zijn om op een intelligente manier te kijken naar de veiligheidsproblemen, waar in rapporten al eens over is nagedacht.?

De Vries: ?Leer snel te denken, soms kan de burger in vijf minuten aan een doorbraak bijdragen. Denk aan crowdsourcing in bijvoorbeeld zedenzaken. Daar zijn hele groepen online mee bezig. Laatst kwam Europol met een foto van een hotelkamer. Zit je bij de tandarts, even een paar fotootjes kijken, commentaar geven en weer door. In deze zaak herkende iemand iets heel kleins, maar die simpele brokjes informatie kunnen tot heel veel leiden. Dat is bewezen, het heeft echt in een aantal zaken tot een oplossing geleid In dit geval was binnen 24 uur duidelijk dat het om een hotel op Mauritius ging.?

Smilda: ?Laten we met overvallen beginnen. Zijn er 2000 per jaar. Zet iedere overval bijvoorbeeld binnen 24 of?48 uur online. Met een kaartje erbij. Modus operandi erbij. Daderwetenschap die je niet wilt weggeven is maar 5 of 10% van de informatie in zo?n zaak. De rest is al algemeen bekend of heeft een getuige gezien. Als je dat al in het systeem zou kunnen brengen, kan dat enorm veel opleveren. De doorlooptijd is vele malen hoger dan wanneer je moet wachten op Opsporing Verzocht, en daar worden ook nog eens veel minder zaken behandeld dan wij met de verschillende platforms zouden kunnen doen.

De Vries: ?Het gaat om de mindshift: burgers mogen misschien amateur zijn in het speurwerk, maar ze zijn bijna altijd professional in een bepaald onderwerp en in hun leefomgeving. Betrek ook de jeugd. Eerder is een recherchegame bij de politie afgeketst op de kosten en het vooroordeel ?we maken van opsporing geen spelletje?. Als een game een goede manier is om in een onderzoek een specifieke doelgroep aan te spreken, dan zou ik denken: wat let je??

Smilda: ?Veel modellen ontstaan op een platform, bijvoorbeeld AirBnB. Breng ieder type crime op een platform. Laten we zeggen: overvallen en neem als voorbeeld juweliers, dat is een grote en inmiddels goed georganiseerde slachtoffergroep. Zo kun je er veel meer per criminaliteitsveld onderscheiden en ondersteunen en mee laten denken. Denk ook aan krachtige voorbeelden uit de medische en onderwijswereld om dat te doen. We moeten op zoek naar de gezamenlijke belangen van politie en maatschappij. Daarom heb ik het ook liever niet over ?de burger?, alsof het iets anders is dan de politie. Er is veel minder onderscheid dan lang is gedacht. We zijn allemaal??inwoners? van dit land. Uiteindelijk hebben wij als politiemensen dezelfde doelen voor ogen als de mensen voor wie wij werken.?

De Vries: ?En kijk naar en haak aan bij het bedrijfsleven. Op Reddit was kritiek vanwege mogelijke aanwakkering van tunnelvisie bij het online speurwerk na de aanslag op de Boston Marathon. Gingen ze dat speurwerk verbieden? Nee, ze pasten hun platform aan. Want zij zien er business in. Inmiddels heeft Reddit zelfs een eigen Bureau of Investigation voor burgers. Voer absoluut steeds de discussie over wat er toelaatbaar is, over sporen zoeken, over burgerarrest, tot aan de vervolging. Maar wen aan de ontwikkelingen. Dit is wat er gebeurt. Onthoud dat voor het congres en in de nabije toekomst.? ?

Drie apps
Het gaat voorlopig om testversies van de apps, die alleen worden gelanceerd als blijkt dat ze echt werken.

Zo gaat de app Samen Zoeken gebruikers op de hoogte houden van zoektochten naar vermiste personen. Gebruikers kunnen op hun beurt informatie uploaden, zoals foto?s van gevonden voorwerpen en sporen. De politie wil de deelnemers volgen, om zo te kunnen achterhalen welke gebieden bij een zoektocht zijn uitgekamd.


De tweede app, Automon genaamd, is ge?nspireerd door Pok?mon Go en stuurt een bericht naar gebruikers zodra er een gestolen auto in zijn of haar buurt is gesignaleerd. Aan de hand van informatie als kentekennummers, kleur en merk kunnen gebruikers vervolgens ?op jacht?. Als een auto wordt gevonden, scoort de vinder punten.

Tot slot is er een app in ontwikkeling die als Zwitsers zakmes moet werken, met een palet aan opsporingsmethoden die burgers zelf kunnen uitvoeren, zoals bijvoorbeeld een buurtonderzoek na een inbraak. De politie kan slachtoffers leren om zelf buren te ondervragen en deze info in de app te combineren tot een dossier. Ook de mogelijkheid tot het opnemen van een getuigenverklaring behoort tot de mogelijkheden.

Bron: Tijdschrift voor de Politie,??jg.79/nr.7/17

Geen nieuwe Project X door slimme inzet mens en techniek

Door?, Fast Moving Targets?en eerder geplaatst op MarketingFacts

De politie is in de kern een informatiefabriek. En waar die informatie vroeger handmatig werd verzameld, vastgelegd en geanalyseerd, gaat dat tegenwoordig meer en meer met behulp van computers. Big data, artificial intelligence en crowdsourcing zijn niet meer weg te denken.?Frank Smilda, sectorhoofd regionale informatieverzameling, constateert drie grote veranderingen: de impact van het web, de rekenkracht van computers en de snelheid van informatie.

Een paar jaar terug, in 2012, ging het nog goed mis met de inschatting van de kracht van het web. Een op Facebook openbaar aangekondigd feestje in Haren bracht meer dan 5000?mensen op de been. Burgemeester en politie werden totaal overvallen door de opkomst. Vandaag de dag zou dat veel lastiger zijn. Het web wordt 24 uur per dag?gemonitord. Bij verdachte activiteiten wordt die informatie direct gedeeld met de politie ter plekke.

?Wanneer je iets virtueel ziet wat?impact kan hebben op de fysieke wereld, maak je heel snel de koppeling met de wijkagent die direct op pad gaat en gaat onderzoeken wat er aan de hand is. Dat gaat nu veel sneller dan in 2012. Er zijn daarna nog veel Project X-achtige aankondigingen geweest en die hebben we allemaal in de kiem kunnen smoren.”

?In de grote steden kunnen we nu al ? van de woninginbraken voorspellen?

De komst van ??n nationale politie is voor het verzamelen en delen van informatie van enorme waarde. ?We hadden altijd 25 regio?s en moesten dus op 25 manieren in systemen kijken. Er is nu ??n systeem. We kunnen in ??n systeem alle vragen stellen en antwoorden ophalen. Dat is ongekend, dat hebben we in Nederland nog nooit gehad. We kunnen er ook allerlei analyses op los laten. Stel: er vindt een overval plaats en het signalement luidt: rood petje, zwarte Audi, groene jas. Dan krijg je wanneer je in het nationale systeem kijkt, met de snelheid van Google, antwoord. Dat is de wereld waar we in leven. Dat kun je direct koppelen aan social media, maar ook aan andere antecedenten.?

Op dit moment werken 3300 mensen in de politie intelligence, zo?n 5 procent van de totale politiecapaciteit.

Door middel van data science software kunnen in luttele seconden analyses worden gemaakt. Het gaat zelfs zo ver dat er ook voorspellingen van misdaad kunnen worden gegeven. ?We kunnen vrij goed voorspellen waar in grote steden bijvoorbeeld woninginbraken of straatroven zullen gaan plaatsvinden. Per wijk, per straat, in de ochtenddienst of in de late dienst. Het begon met heatmaps, de historie en nu koppelen we daar voorspellingen aan. Daar heb je wel veel data voor nodig. In de grote steden kunnen we nu al een derde van de woninginbraken voorspellen. Daar kun je dan weer intelligent je inzet van blauw op plegen.?

Daarmee volgt de politie de trend in de zorg: voorkomen in plaats van genezen. ?Natuurlijk mensen zullen altijd ziek worden en misdaad blijft bestaan, maar er is zoveel meer intelligentie mogelijk met big data, slimme software en mensen om daar verbetering in te brengen.?

?Wet- en regelgeving loopt achter?

De praktijk leert dat veel organisaties problemen hebben met technische ontwikkelingen. En ook binnen de politie zijn er ongetwijfeld agenten te vinden die menen dat er niks boven het oude handwerk gaat. Maar tegelijkertijd biedt de organisatie veel ruimte voor experimenteren en vernieuwen.

?De wet- en regelgeving loopt natuurlijk achter, maar met rugdekking en wat budget kan je veel. Zelf heb ik bijvoorbeeld ge?xperimenteerd met het online zetten van een moordzaak naar aanleiding van het boek over de wisdom of the crowd. Ik dacht: er is veel interesse in dat soort type zaken, waarom zou je het niet online brengen? In het begin was er veel twijfel. We zijn toch begonnen met een cold case en we hebben het publiek gevraagd mee te denken. Dan zie je een hele nieuwe dynamiek ontstaan. Nu begint dat veel normaler te worden. We moeten dan wel het hele spel opnieuw leren.?

In Noord-Nederland, de regio waar Smilda werkzaam is, werd onlangs een zogenaamde innovatie-expeditie gestart. ?We kregen allerlei innovatietools aangereikt binnen ons team en daar zijn vier hele interessante initiatieven uit tevoorschijn gekomen.?

Bijvoorbeeld een app die gebruikt kan worden bij de 40.000 jaarlijkse vermissingen die Nederland telt. De app, nu nog in ontwikkeling, maakt optimaal gebruik van de inzet van burgers. ?Het?legt een raster over een geografisch gebied en dan kun je met bewoners die mee helpen zoeken afspreken in welk?raster zij zoeken. Als ze iets zien of vinden vullen ze dat in binnen?de app. Dan verwerken wij dat weer met onze politie informatie. Het klinkt logisch, maar dat is er nog niet.?

Het veronderstelt ook een andere manier van werken. De politie moet kennis delen en verder durven los laten. ?Dat is wel het leuke van de politieorganisatie: als je dit soort idee?n hebt, krijg je de ruimte om te pitchen en geld bij elkaar te brengen om kennis en kunde te bundelen.?

Bronnen: Marketingfacts

Burgers zijn zelf het nieuwe blauw op straat

burgesblauw

De politie kan niet overal tegelijk zijn, maar schakelt tegenwoordig burgers in om een oogje in het zeil te houden. Dat kan allemaal veel gemakkelijker dankzij de sociale media.

De moderne politieagent surveilleert niet alleen, hij Twittert, hij Facebookt en hij surft op internet. Het oude principe ‘die pet past ons allemaal’ komt terug in een nieuw jasje. Dankzij de nieuwe media kan de politie gemakkelijk netwerken vormen met betrokken burgers, om informatie uit te wisselen en mensen aan te sporen uit te kijken naar een vermiste persoon.

Onderzoeker Arnout de Vries en politieman Frank Smilda schreven de nieuwe interactieve sociale media zijn geworden. Volgens politiesocioloog Jaap Timmer, verbonden aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, was het heel belangrijk. ,,De politie leerde dat ze de nieuwe sociale media niet als iets buitenaards moet zien, maar dat ze er bovenop moet zitten, om in te grijpen als er verkeerde informatie wordt verspreid. En omgekeerd kan de politie er ook haar voordeel mee doen.”

Twitter is een gemakkelijk en laagdrempelig medium, waarmee je heel gericht een groep volgers kunt bereiken. Voor wijk-en jeugdagenten is twitteren eigenlijk al een must.
,,Als een wijkagent ergens een fiets aantreft waarvan hij vermoedt dat die gestolen is, kan hij een foto twitteren”, geeft woordvoerder Paul Heidanus van de Politie Noord Nederland als voorbeeld. ,,Op die manier hebben we al heel wat fietsen bij de rechtmatige eigenaar terugbezorgd.”

Bij het onderzoek naar de beruchte paardenbeul, die in het Noorden al zo’n tien paarden heeft mishandeld, kan de politie niet zonder hulp van het publiek. Elke kleine aanwijzing kan belangrijk zijn. Dus twittert de politie bijvoorbeeld een foto wie weet hoe bepaalde bandensporen bij een weiland zijn ontstaan.

Twitter werpt ook zijn vruchten af bij crowdmanagement, vervolgt Heidanus. ,,Dit bleek bijvoorbeeld tijdens de viering van Groningens Ontzet in 2011. Door een kortsluiting kon het vuurwerk niet worden afgestoken. En er waren ambulances, wat daar weer niks mee te maken had. Mensen begrepen niet goed wat er aan de hand was. Via Twitter hebben we het publiek overal van op de hoogte kunnen stellen. Mede door de vele retweets bereikten we veel mensen. Dit voorkwam dat er paniek ontstond.”

Burgers kunnen ook workshops volgen om zich beter voor te bereiden op hun taak als oren en ogen van de politie. Zo hielden wijkagent Robert Bouma en zijn chef Harry Prak uit Nieuw-Roden onlangs een bijeenkomst met als titel ‘Hoe herken ik verdacht gedrag’. Aan de hand van testjes leerden de aanwezigen hoe ze veranderingen kunnen waarnemen.
Leuk en aardig allemaal, reageerden enkele aanwezigen, maar als wij iets doorgeven aan de politie, krijgen we dikwijls een korzelig antwoord. ,,We zijn een lerende organisatie”, was het excuus van Bouma en Prak.

Het hele politieapparaat moet zich op de nieuwe werkwijze instellen, beaamt Timmer. ,,Als je burgers inschakelt, moet je heel goed afstemmen wat je met meldingen doet en hoe je voorkomt dat burgers te hooggespannen verwachtingen hebben. Burgers verwachten soms dat het meteen blauw staat van de agenten als ze een melding doen. Het is zaak om goed uit te leggen wat je met informatie doet en wat het heeft opgeleverd.”

Toch: als dankzij jouw tip een ernstig misdrijf is opgelost, ben je als burger natuurlijk apetrots. ,,We geven burgers dan graag de credits”, zegt politiewoordvoerder Paul Heidanus. ,,Maar de oplossing van een moord is meestal niet aan ??n tip te danken”, waarschuwt Timmer, ,,maar meer aan een samenspel van factoren.”

Werken met de nieuwe media vergt verder voorzichtigheid van de politie. Niet alleen moeten agenten zich professioneel uitdrukken en er voor waken dat ze niet in fitties (ruzies op internet) verzeild raken, ook moeten ze scherp afwegen welke informatie ze prijsgeven. Bij grote misdrijven mag geen daderinformatie in de publiciteit komen.

,,We stemmen informatie dan altijd af met de rechercheurs”, stelt Heidanus gerust. ,,Die daderinformatie is altijd belangrijk om het relaas van een verdachte te kunnen checken als hij bekent. Het is daarom altijd wikken en wegen wat we prijsgeven.”

Social Media, het nieuwe DNA is een boek over het gebruik van sociale media door de politie. Zij spreken van ‘het nieuwe DNA’. Zoals er de laatste jaren tal van misdrijven (alsnog) opgelost konden worden door onderzoek naar DNA-sporen, verwachten zij een vergelijkbare ontwikkeling door de nieuwe mogelijkheden die sociale media de politie biedt. Mits die goed worden toegepast, zijn gewone burgers het nieuwe blauw op straat.

Bronnen: Dagblad van het Noorden (21 nov 2014).

“Ik pleit voor betere ondersteuning burgeropsporing via Social Media”

“Grote veranderingen vinden plaats in de opsporing. Burgers mobiliseren elkaar via social media en lossen zaken op. Deze ‘do it yourself police’ verandert de tactische opsporing radicaal.” Dat vertelt TNO-onderzoeker Arnout de Vries. “Politie en justitie kunnen daar nog beter gebruik van maken. Daarom zet ik mij in voor een nieuwe balans tussen gesloten veiligheidsorganisaties en de open genetwerkte maatschappij die social media volop benut.”

sherlock-holmes_artikel-arnout_240“De kritieke massa is bereikt. De adoptie van social media is zo groot in Nederland, dat burgers elkaar weten te vinden en te mobiliseren. Daardoor neemt hun invloed toe en gaan dingen veranderen. Dat heeft een positieve uitwerking. Bijvoorbeeld als het gaat om samenwerking met de politie. Maar de negatieve kant hiervan is dat ook criminelen elkaar weten te vinden en te mobiliseren. Vanuit TNO help ik om de kracht van deze massa in goede banen te leiden. En de wereld veiliger te maken met behulp van social media. Dat doe ik vanuit een drang om alles beter te willen maken. Niet voor mezelf, maar voor anderen. Voor mijn kinderen bijvoorbeeld. Die komen op Facebook minder frisse figuren tegen en krijgen contactverzoeken van vreemden. Terwijl ik ze daarvoor zou beschermen in de fysieke wereld. Internet gooit alle bestaande structuren en werkwijzen overhoop. Het vraagt van veiligheidsorganisaties een volledig andere manier van denken en werken.

Doe-het-zelf-politie

De Nederlandse politie loopt wereldwijd voorop in het gebruik van social media. Toch zie ik dat politie en justitie graag vasthouden aan het oude en vertrouwde. Terwijl burgers social media omarmen en volop benutten om gezamenlijk een dader op te sporen. Veel waakzame dienders zouden het liefst deze burgeropsporing verbieden. Maar ik zie in de praktijk dat de tactische opsporing door de ‘do it yourself police’ gigantisch gaat veranderen. Het is een ?game changer? van jewelste. We leven niet in een tijdperk van veranderingen, maar in een verandering van tijdperk. Als de politie niet heel snel inspeelt op deze ontwikkeling, maakt zij zichzelf overbodig. Vanuit het klassieke denken moeten burgers nu nog wijken als de politie komt. Straks hebben diezelfde burgers via social media het voortouw. Zij hebben met elkaar een groot potentieel aan intelligentie en vaardigheden om zaken op te lossen of te voorkomen. En dat gaan ze ook doen. Met of zonder politie.

Verbeteren van kennis

Social media zijn nog een relatief nieuw fenomeen. Hoe mensen zich online gedragen en hoe de politie daar op kan inspelen, weten we nog niet precies. Daarom werk ik samen met techneuten, gedragswetenschappers en juristen om de kennis hierover te vergroten bij politie en justitie. In dat kader analyseren we als TNO de rol van social media bij incidenten. Bij ‘project X’ in Haren zien we bijvoorbeeld dat de Mobiele Eenheid wordt ingezet, maar online nauwelijks optreedt. En bij de vermissing van Ruben en Julian uit Zeist neemt de politie wel de regie over de burgerzoekacties, maar niet over de online burgerinitiatieven. Dat kan beter. Burgers willen graag helpen. De politie experimenteert daar dan ook mee. Ik help ze daarbij. Bijvoorbeeld met een social recherche game op Facebook. Maar ook met het online corrigeren van mensen die onacceptabel gedrag vertonen. En een nieuwe versie van Burgernet , die gebruikmaakt van ’the wisdom of the crowd’ via burger- en bedrijfsnetwerken.

Pak gericht de regie

Een aantal voorlopers binnen de politie begrijpen deze nieuwe tijd. Een daarvan is Frank Smilda, districtschef bij de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland. Hij had zeven jaar geleden al een virtuele plaats delict op Second Life om burgers bij het politiewerk te betrekken. Daarmee was hij zijn tijd ver vooruit. Binnenkort verschijnt ons boek ‘Social media: Het nieuwe DNA’. Het laat zien hoe de rechercheur en de amateur elkaar versterken met social media. De Sherlock Holmes’ van deze tijd kunnen veel voor de politie betekenen. Wereldwijd staan veel experts ter beschikking van de politie. Veel meer dan ze ooit zelf in huis kan hebben. Maak daar gebruik van. Burgers willen graag helpen. En ze mogen soms meer dan de politie. Bied ze een platform. En pak gericht de regie daar waar burgers tegen hun grenzen aanlopen. Uiteindelijk blijven politie en justitie nodig om een zaak rond te krijgen en daders op te pakken. Ik blijf mij inzetten om deze nieuwe balans te bereiken.”

Bron:?https://www.tno.nl/content.cfm?context=thema&content=thema_nieuwsbericht&laag1=893&item_id=2013-12-17%2010:04:03.0&Taal=1

SMC Amsterdam: rol van sociale media bij (georganiseerde) misdaad

Voor het eerste event van seizoen 2013/2014 zijn we te gast bij?OMspaces?aan de Herengracht, een mooie plek midden in de stad waar het Openbaar Ministerie verschillende bijeenkomsten organiseert. Na een welkomstwoord van bestuurslid?Gitta Bartling, een korte toelichting op?de veranderingen binnen SMC Amsterdam?en het voorstellen van ons nieuwste bestuurslid?Ghislaine Peters, gaan we van start?

Misdaadbestrijding 3.0 & Opsporingscommunicatie

Bart Driessen?werkt al bijna 40 jaar bij de Politie Amsterdam-Amstelland, waar hij inmiddels?verantwoordelijk is voor opsporingscommunicatie. Hij houdt zich dagelijks bezig met de vraag: hoe zet je verschillende communicatiemiddelen zo effectief en effici?nt mogelijk?in om verdachten van misdrijven?op te sporen? Van groot belang hierbij is het zogenaamde?framing; de bewoording die je gebruikt in je opsporingsbericht en de informatie die je wel of juist niet vrij geeft.

Om het publiek te bereiken worden persberichten en televisieprogramma?s zoalsOpsporing Verzocht?en?Hart van Nederland?ingezet. De Politie maakt nog steeds gebruik van deze middelen, maar merkt ook dat de afhankelijkheid van deze traditionele media de snelheid uit het onderzoek kan halen. In de zomer zendt?Opsporing Verzocht?niet uit. Hoe bereik je mensen dan? Het antwoord is via de website?Politie.nl/gezocht. Op deze site staan alle opsporingsberichten uit heel Nederland. Je kan er zien welke misdrijven bij jou in de buurt zijn gepleegd en welke verdachten daarbij worden gezocht. De berichten worden automatisch doorgezet naar verschillende website via RSS, maar ook naar het Twitter-account van de Politie. Zo worden duizenden mensen bereikt.

2013-09-18 - Bart Driessen

Bart leert ons meer over opsporingscommunicatie aan de hand van een aantal cases. De eerste case gaat over de mishandeling van een meisje in een Amsterdams zwembad. Ze werd daar door twee andere meisjes in elkaar geslagen. Het voorval was opgenomen door de bewakingscamera?s van het zwembad en de beelden (alleen van de verdachten,?niet?van de mishandeling zelf)?werden ? na het verplichte overleg met het Openbaar Ministerie ? door de Politie op YouTube geplaatst. Nieuwswebsites namen de video over en binnen 5 dagen kwam de moeder van ??n van de daders haar dochter aangeven. De dader was nu zelf slachtoffer geworden. Ze werd door haar klasgenootjes bedreigd, die de beelden op YouTube ook hadden gezien.

Content, zoals de genoemde video, is een soort ruilmiddel geworden. Nieuwssites zijn voortdurend op zoek naar dit soort content en de Politie kan het bereik van deze sites goed gebruiken bij hun opsporing. Door de inzet van nieuwe media is het oplossingspercentage al met 15% gestegen, maar in de toekomst wil de Politie nog sneller kunnen handelen. Ze zouden meer op een GeenStijl-achtige manier verslag willen kunnen doen, waardoor ze minder afhankelijk zijn en misdrijven effici?nter en effectiever kunnen oplossen.

Sociale media, DNA van de opsporing

Dit sluit mooi aan op het korte verhaal van?Frank Smilda?(Politie Noord-Nederland), die ons vertelt dat de informatie op sociale media wat hem betreft het nieuwe DNA van de opsporing is. Alle informatie die mensen hier zelf op plaatsen zijn van grote waarde voor het oplossen van misdrijven en het opsporen van verdachten. Op de websiteSocialMediaDNA, die hij samen met?Arnout de Vries?(TNO) is gestart, lees je er veel meer over.

Deze nieuwe middelen brengen echter wel een aantal dilemma?s met zich mee. Deze dilemma?s werden eerst door Frank en Arnout toegelicht en daarna in break out sessies verder behandeld.

2013-09-18 - Arnout de Vries

Dilemma 1: Hoe ga je als veiligheidsorganisatie om met bedreigingen via sociale media? Moet je bij ieder bericht ingrijpen of wacht je totdat er veel geklaagd en gebuzzt wordt? En wat is veel? De groep geeft aan, dat dit afhangt van de context. Wat is de impact van de dreiging? Hoe is er omgegaan met eerderde, vergelijkbare berichten en problemen? Iemand zal dit moeten uitzoeken. Volgens de groep kan de wijkagent daarin een belangrijke rol spelen, maar ook burgers kunnen helpen. Er wordt gesproken over gezamenlijke dossiervorming, het inhuren van een bureau of jongeren die hierbij kunnen helpen. Tenslotte wordt nog het verschil tussen een melding en een aangifte benadrukt. Op het moment dat je ergens aangifte van doet,?moet?de Politie daarmee aan de slag gaan. Een melding?kunnen?ze naast zich neerleggen.

Dilemma 2: Wie bepaalt wat een echte dreiging is en of die impact heeft op onze veiligheid? Veiligheidsorganisaties? De overheid? Het sociale platform waarop mensen zichzelf organiseren? Of de burger zelf? Met het uit de hand gelopen Project X feest in Haren (2012) vers in het achterhoofd, gaat de groep aan de slag. Hoewel de veiligheidsorganisaties wel een?worst case scenario?hadden benoemd, hadden ze dit niet uitgewerkt. Ze werden overvallen door de kracht en snelheid van (sociale) media, waardoor het feest uit de hand kon lopen. Er is echter wel veel van geleerd. Arnhem ging een paar maanden later volledig op slot, toen daar een dergelijk feest werd aangekondigd. Iets dat sinds de Tweede Wereld Oorlog niet meer is voorgekomen.?Oplossingen vanuit de groep zijn: in een stadium vroeg stadium virtueel contact zoeken met de doelgroep, maar ook met influencers. Luister goed naar hen, leer veel en probeer te duiden. Op basis daarvan kan je voorspellingen doen, een draaiboek maken, protocol opstellen, maar ? net zo belangrijk ? een communicatie- en contentplan.

2013-09-18 - Frank Smilda

 

Dilemma 3: Hoe kan de Politie bij haar offici?le opsporingstaak sociale media en burgers effectief en effici?nt inztten, zonder de privacy van (potenti?le) criminelen ernstig te schaden? Hoe kan je eigenrecht voorkomen? De groep geeft aan, dat er veel burgerinitiatieven zijn. Zo zijn er straten met een eigen Facebook-groep. Binnen die groep worden buurtbewoners gealarmeerd als er dealers in de straat staan of iemand een fiets probeert te stelen. Helaas komt deze informatie nu nog niet bij de Politie terecht. Het zou fijn zijn als er vanuit de Politie een bepaalde structuur (een soort vast grid) wordt geboden, dat de burger kan gebruiken om meldingen te doen. Dit zorgt ook voor (h)erkenning bij de burger. Het lijkt de groep een goed idee als er meer analyse en duiding van data gedaan kan worden door gebruik te maken van sensoren en de meta data die foto?s en video?s bevatten. De Politie mag van de groep wel wat meer lef tonen: zoek de randen maar op van wat mag en wat wij als samenleving accepteren. Het is goed om de maatschappelijke discussie op gang te brengen.

Dilemma 4: Wat vinden wij acceptabel als het gaat om monitoring van ons gedrag op internet en sociale media? Hoe ver mag een veiligheidsinstantie gaan om het land en de brugers veilig te houden? De groep discussieert over het?profilen?wat veel commerci?le organisaties doen om ons producten en diensten te verkopen. Daar heeft de groep meer moeite mee, dan met het?profilen?van mensen om onze veiligheid te kunnen waarborgen. Wel wil de groep graag de optie hebben om op online netwerken aan te geven welke informatie ze wel en welke informatie ze juist niet willen laten zien. De optie om soms helemaal anoniem te zijn, spreekt mensen ook aan. Eigenlijk tot het moment dat iemand verdacht is en de Politie van het OM toestemming krijgt om iemand te volgen. In dat geval mogen veiligheidsinstanties alle gegevens hebben, zegt de groep. Tenslotte benadrukt de groep het belang van opvoeding / bewustwording: mensen moeten bewust gemaakt worden van het feit dat ze gemonitord worden ? zowel online, als off line. Alles wat je online doet, blijft daar echter altijd staan en de snelheid van deze middelen zorgen er ook voor dat er snel gestigmatiseerd wordt. Houd daar rekening mee.

Na de terugkoppeling vanuit alle groepen liet Frank weten blij te zijn met alle input. Hij gaf aan, veel geleerd te hebben van de discussies en inzichten van de SMC-leden. Wij waren op onze beurt erg blij met de komst van Frank en Arnout naar Amsterdam en het interessante verhaal van Bart. Een stuk wijzer was het voor iedereen tegen 22:00 uur tijd om aan de borrel te gaan. Het OM zorgde niet alleen voor de mooie locatie, maar ook voor de hapjes en drankjes. Veel dank daarvoor!

Wil je meer zien van deze avond? Bekijk dan?het fotoalbum?met fraaie foto?s van huisfotograaf?Daniel van de Wetering?op onze Facebook-pagina. Hoge resolutie foto?s kan je bij Daniel nabestellen.

Second Life

SL1Virtuele werelden zijn driedimensionale omgevingen waarin internetgebruikers samenkomen. Er zijn vele virtuele werelden actief op het internet maar Second Life is momenteel de bekendste. Second Life (SL) is een zogenaamd Massively Multiplayer Online Role Playing Game (MMORPG), oftewel een platform waarin de gebruiker een personage aanneemt en daarmee met andere personages communiceert. Om SL te spelen, dient een gebruiker een ?avatar? te cre?ren. Dit is de personage die in SL rondbeweegt. Een avatar kan helemaal naar wens gemaakt worden (dus ook een politieagent). Het kan dus het evenbeeld van de speler zijn, of juist het tegenovergestelde. Door middel van een chat kunnen spelers met elkaar communiceren en elkaar leren kennen. Als de gebruiker een goede microfoon heeft kan ook gebruik gemaakt worden van de voicechat. Vanuit de ontmoetingsplaats kan de speler naar andere plekken vliegen.

SL2De politie Utrecht heeft begin 2007 een eiland in SecondLife gekocht om te kunnen experimenteren met deze toepassing. Er is een plaats delict uit een echt vastgelopen moordonderzoek nagebouwd. Tevens is er een ruimte gemaakt waarin het mogelijk is om virtueel met burgers te communiceren. In 2007 leek SecondLife heel veelbelovend maar in 2008 liepen de bezoekersaantallen enorm terug. De politie Utrecht heeft ondanks de terugloop toch veel geleerd van het experiment en wil ook nog een keer testen met echt publiek (nu staat het eiland nog steeds? ?under construction?). Het experiment gaat in december 2008 starten en op dit moment kan er nog geen resultaat worden benoemd.

 

FBI benut Second Life bij opsporing criminelen

De FBI heeft zich sinds kort?in de virtuele wereld van Second Life gepositioneerd. Het Amerikaanse, federale onderzoeksbureau hoopt zo onder meer voortvluchtige criminelen alsnog in de kraag te kunnen vatten.

De FBI heeft met deze?aanwezigheid?niet het doel om criminele activiteiten binnen de virtuele wereld van Second Life op te sporen.?In plaats daarvan wil zij Second Life gebruiken om onder meer nieuwe agenten te rekruteren en om posters van voortvluchtige misdadigers te verspreiden.?Volgens het bureau gaat het vooralsnog om een ?testronde?.

?Online ervaring?

?In tegenstelling tot tien jaar geleden heeft iedereen nu wel online ervaring opgedaan door middel van virtuele media, of dat nou via een game-console is of populaire sites als die van Second Life?, verklaart Jonathan Cox van de FBI.??Het gemak waarmee informatie nu kan worden overgedragen, idee?n kunnen worden geuit en technologie gedeeld kan worden, zullen hopelijk leiden tot het arresteren van voortvluchtige criminelen of het terugvinden van vermiste kinderen?, aldus de medewerker van de FBI.

De FBI onderzoekt Second Life, maar dan op een positieve manier

Virtual Worlds News?bericht over de FBI die SecondLife overweegt voor recruiting doeleinden, maar ook misdaadmeldingen wil aannemen en zelf aandacht wil vragen voor gezochte criminelen. ??Jonathan Cox, een analist die deze verkenning leidt zegt: “Unlike 10 years ago, almost everyone today has had an experience connecting online through virtual media, whether through a gaming console or popular sites like Second Life. The ease at which information can be transferred, ideas can be exposed, and technology can be shared in virtual worlds will hopefully lead to the arrest of a fugitive or the location of a missing child in the near future.?In addition to SL, the FBI outlines it use of other forms of social media?here.

 

 

Decay: een Forensische ICT leeromgeving

Ook interessant is de?virtuele omgeving ?Decay? dat in het kader van Forensische ICT is ontwikkeld. Decay is een onderdeel van het virtuele innovatie- en educatiecentrum ?Within Ten Years? dat in de samenwerking met Hogeschool Leiden is ontwikkeld.

Bronnen:?Nu.nl, GamePolitics.com

Tot slot?hier?een interessant stuk over?hoe het leger Second Life gebruikt.?En natuurlijk de IACP fact sheet over virtuele werelden:

Drakontas real crimes in virtual worlds

Oom agent twittert zich een slag in de rondte

twitter_politie_0

De politie heeft Twitter ontdekt. Werd er aanvankelijk geworsteld met het gebruik van sociale media, inmiddels twitteren politieagenten erop los. Wat spoken ze daar uit?

1? Opsporing.

Sociale media als Twitter zijn goed te gebruiken om mensen in de gaten te houden. Dat de politie dat ook echt doet, blijkt uit een interview dat jeugdagente Inge Warringa eind 2011 gaf aan het interne politieblad Boeien. Ze vertelt dat ze een tweet las waarin een jongen opriep om een bushokje op te blazen in Stoepemaheerd, Groningen. Haar tweet terug (?Goed dat we het weten?) was voldoende om hem hiervan te weerhouden.

Maar hoe ver mag de politie gaan in het online volgen van mensen? ?Alles wat een open bron is mag de politie lezen?, zegt Frank Smilda, districtschef Noord-West Groningen.

Volgens Smilda is er meer behoefte aan duidelijkheid over de mogelijkheden en beperkingen voor opsporing. Hij weet bijvoorbeeld niet zeker of het legaal is als de politie conversaties en foto?s opslaat. ?Online gesprekken zijn wel openbaar. En als ik een boek uit de bibliotheek leen en gebruik voor een onderzoek, hoef ik dat ook niet te verantwoorden. Waarom zou dat met vrij toegankelijke gesprekken niet mogen?? De politie moet zich wel houden aan een wettelijke maximale bewaartermijn van vijf jaar.

Smilda zegt dat de politie ook het recht heeft individuen in de gaten te houden, zelfs als zij op dat moment niet verdacht worden van een misdrijf. ?Dat gebeurt wel altijd in overleg met het openbaar ministerie en de burgemeester?, haast hij zich te zeggen, ?maar het klopt. Het recidivecijfer in Nederland is 60 ? 70 procent. Dan zijn er bepaalde groepen waarbij het gerechtvaardigd is om mensen in de gaten te houden?, aldus Smilda.

?De politie mag in het kader van de openbare orde activiteiten volgen. Er moet wel altijd een aanleiding zijn, maar dat kan ook zijn dat iemand in het verleden de fout in is gegaan. Hooligans of veelplegers kunnen we individueel in de gaten houden, zelfs al hebben ze nog geen criminele activiteiten gepleegd. Sterker nog: dat wordt van ons verwacht. Stel dat GeenStijl w?l op die conversaties stuit, dan komt de politie in een kwaad daglicht te staan als we er niets tegen gedaan hebben.?

2? De wijkagent.

?Kampvuur op het stadsstrand Ebbingekwartier. Ziet er gezellig uit, maar open vuur mag niet. Vuur moet dus uit?, twittert de Groningse wijkagent Chris van Dijken. ?Afgelopen weekend woninginbraken geweest in de Hortusbuurt. Maak gebruik van uw nachtslot, hiermee voorkom je een boel ellende?, meldt hij later.

Vooral wijkagenten maken veel gebruik van Twitter. Uit het onderzoek Be connected, be social, be polite, dat is uitgevoerd bij de politie in Noord- en Oost-Gelderland, bleek dat veel mensen ervan op de hoogte zijn dat agenten twitteren en ??n of meerdere agentenaccounts volgen. Dat doen ze niet alleen om ge?nformeerd te worden over actuele lokale zaken, maar ook om te helpen bij opsporing en preventie. Volgens het onderzoek cre?ert het gebruik van een massamedium als Twitter een wisselwerking tussen politie en burger en krijgt de politie een positiever imago. De informatievoorziening omtrent gebeurtenissen in de buurt verbetert en de burger heeft het gevoel dichter bij de politie te staan.

Toch zijn er nadelen: het twitteren levert de agenten ook extra druk op omdat ze ook na de dienst voor iedereen beschikbaar zijn. Buurtagent Simon Redmeyer van Noordbroek en Zuidbroek kreeg uren nadat zijn dienst afgelopen was nog tweets met de vraag of hij even langs kon komen omdat het onrustig was in de buurt. Hij besloot toen, tegen de zin van de burgemeester in, de eindtijd van zijn dienst op Twitter aan te kondigen.

?Bij Twitter dienen agenten altijd hun gezond verstand en beroepsethiek te laten overheersen?, stelt Andr? Lammers, vakspecialist Procesondersteuning Opsporing van basiseenheid Veendam. Veendam was een van de koplopers op het gebied van socialemediagebruik. ?Het nut van Twitter is het snel verzenden van oproepen of waarschuwingen. Door het retweeten krijg je een enorme dekking.?

3? Politie+.

Naast gebruik van het ?gewone? Twitter maakt de politie ook gebruik van een intern netwerk: Politie+. Dat is niet verbonden aan Twitter, maar er grotendeels op gebaseerd. Politie+ wordt door het hele land gebruikt. De tweets zijn met tweehonderd tekens langer dan gewone tweets en het is een afgeschermde omgeving: om in te kunnen loggen dien je een politieaccount te hebben.

Het grote voordeel van een intern Twitter-netwerk is dat foto?s en video?s direct met elkaar kunnen worden gedeeld. Maar het is vooral veilig. Dat heeft vooral te maken met de locatie van de servers: Twitter en Facebook draaien op servers van externe bedrijven, die zich soms in het buitenland bevinden. Juridisch kan de politie verder gaan met Politie+ dan met reguliere communicatiemiddelen. Politie-informatie mag namelijk niet zomaar in het buitenland beschikbaar komen.

Met de interne ?politietwitter? kunnen agenten grote bestanden versturen en een gecontroleerde discussie voeren. Dat maakt het een stuk handiger dan de ouderwetse sms.

Bron: NRC, Groot Waterland