Tagarchief: Second Life

Second Life

SL1Virtuele werelden zijn driedimensionale omgevingen waarin internetgebruikers samenkomen. Er zijn vele virtuele werelden actief op het internet maar Second Life is momenteel de bekendste. Second Life (SL) is een zogenaamd Massively Multiplayer Online Role Playing Game (MMORPG), oftewel een platform waarin de gebruiker een personage aanneemt en daarmee met andere personages communiceert. Om SL te spelen, dient een gebruiker een ?avatar? te cre?ren. Dit is de personage die in SL rondbeweegt. Een avatar kan helemaal naar wens gemaakt worden (dus ook een politieagent). Het kan dus het evenbeeld van de speler zijn, of juist het tegenovergestelde. Door middel van een chat kunnen spelers met elkaar communiceren en elkaar leren kennen. Als de gebruiker een goede microfoon heeft kan ook gebruik gemaakt worden van de voicechat. Vanuit de ontmoetingsplaats kan de speler naar andere plekken vliegen.

SL2De politie Utrecht heeft begin 2007 een eiland in SecondLife gekocht om te kunnen experimenteren met deze toepassing. Er is een plaats delict uit een echt vastgelopen moordonderzoek nagebouwd. Tevens is er een ruimte gemaakt waarin het mogelijk is om virtueel met burgers te communiceren. In 2007 leek SecondLife heel veelbelovend maar in 2008 liepen de bezoekersaantallen enorm terug. De politie Utrecht heeft ondanks de terugloop toch veel geleerd van het experiment en wil ook nog een keer testen met echt publiek (nu staat het eiland nog steeds? ?under construction?). Het experiment gaat in december 2008 starten en op dit moment kan er nog geen resultaat worden benoemd.

 

FBI benut Second Life bij opsporing criminelen

De FBI heeft zich sinds kort?in de virtuele wereld van Second Life gepositioneerd. Het Amerikaanse, federale onderzoeksbureau hoopt zo onder meer voortvluchtige criminelen alsnog in de kraag te kunnen vatten.

De FBI heeft met deze?aanwezigheid?niet het doel om criminele activiteiten binnen de virtuele wereld van Second Life op te sporen.?In plaats daarvan wil zij Second Life gebruiken om onder meer nieuwe agenten te rekruteren en om posters van voortvluchtige misdadigers te verspreiden.?Volgens het bureau gaat het vooralsnog om een ?testronde?.

?Online ervaring?

?In tegenstelling tot tien jaar geleden heeft iedereen nu wel online ervaring opgedaan door middel van virtuele media, of dat nou via een game-console is of populaire sites als die van Second Life?, verklaart Jonathan Cox van de FBI.??Het gemak waarmee informatie nu kan worden overgedragen, idee?n kunnen worden geuit en technologie gedeeld kan worden, zullen hopelijk leiden tot het arresteren van voortvluchtige criminelen of het terugvinden van vermiste kinderen?, aldus de medewerker van de FBI.

De FBI onderzoekt Second Life, maar dan op een positieve manier

Virtual Worlds News?bericht over de FBI die SecondLife overweegt voor recruiting doeleinden, maar ook misdaadmeldingen wil aannemen en zelf aandacht wil vragen voor gezochte criminelen. ??Jonathan Cox, een analist die deze verkenning leidt zegt: “Unlike 10 years ago, almost everyone today has had an experience connecting online through virtual media, whether through a gaming console or popular sites like Second Life. The ease at which information can be transferred, ideas can be exposed, and technology can be shared in virtual worlds will hopefully lead to the arrest of a fugitive or the location of a missing child in the near future.?In addition to SL, the FBI outlines it use of other forms of social media?here.

 

 

Decay: een Forensische ICT leeromgeving

Ook interessant is de?virtuele omgeving ?Decay? dat in het kader van Forensische ICT is ontwikkeld. Decay is een onderdeel van het virtuele innovatie- en educatiecentrum ?Within Ten Years? dat in de samenwerking met Hogeschool Leiden is ontwikkeld.

Bronnen:?Nu.nl, GamePolitics.com

Tot slot?hier?een interessant stuk over?hoe het leger Second Life gebruikt.?En natuurlijk de IACP fact sheet over virtuele werelden:

Drakontas real crimes in virtual worlds

Virginia Tech schietincident

Op 16 april 2007 schoot de Zuid-Koreaan Cho Seung-Hui 33 mensen (waaronder zichzelf) dood op de Virginia Polytechnic Institute and State University in Amerikaanse stad Blacksburg. Er vielen daarnaast 29 gewonden. Het schietincident had?op dat moment de meeste dodelijke slachtoffers door 1 schutter uit de Amerikaanse geschiedenis. De Koreaanse student bleek een mentale aandoening te hebben, wat leidde tot verscherping van de wet-en regelgeving om aan een wapen te kunnen komen. Ondanks de enorme angst en paniek gebeurde er iets opmerkelijks vlak na het incident: de mensen gingen verslag doen van wat er om hen heen gebeurde.?Op?8 december?2011?vond er wederom een schietpartij plaats. Hierbij werden een aantal personen doodgeschoten. Onderstaande gaat over het grootste incident in 2007 waarin de social media revolutie nog maar net begonnen was, maar een zeer belangrijke rol kreeg.

Allereerst de informatiedeling en nieuwsgaring voor de rest van de wereld:

virginia1

Screenshot van www.wikinews.com

Nog tijdens de aanslag zetten studenten hun ervaringen op een speciale wikinieuwspagina. Daar kan de reguliere journalistiek bijna niet tegenop. Maar deze vorm van nieuwsgaring en verslaggeving zet ook de offici?le getuigenverklaring onder druk. Stel dat Cho Seung-Hui was gevlucht en pas na drie maanden was gepakt, hoe zuiver zou zijn getuigenverklaring dan nog zijn? Hetzelfde geldt ook voor de getuigen: hebben ze zelf iets gezien of komt hun informatie van het web? Zeker als er daarna ook nog druk gecommuniceerd is op de social media.

virginia2

Screenshot www.trendmatcher.nl

Binnen 24 uur alle vermisten terecht via Facebook

Binnen twee uur na het schietincident van Virginia Tech startten studenten een Facebook-groep genaamd “I am OK at VT”, terwijl autoriteiten het terrein nog niet veilig hadden kunnen stellen ((Palen et al., 2007). Binnen 24 uur waren alle vermisten terecht waarbij ook e-mail en Instant Messaging gebruikt werd. Door simpelweg te zien dat iemand ‘online’ was (ingecheckt) of een bericht had achtergelaten, kon men zien dat mede studenten nog leefden. De Facebook pagina ‘liken’ met 1 druk op de knop was daarna eigenlijk voldoende. Autoriteiten hadden hier via klassieke methoden een stuk langer over gedaan. Het was mooi om te zien dat men er wel op wees dat het nog een onoffici?le lijst was. Amateurs kunnen fouten maken (wat later niet zo bleek te zijn), maar het verbroederde, omdat men gezamenlijk een intens proces doorliep, en het verbond de direct betrokkenen met de buitenwereld die veel waardering kregen voor hun acties:

virginia6

De pagina werd ook gebruikt om aan ” self-policing” te doen, wat wil zeggen dat men feiten en media framing checkte die op het nieuws voorbij kwamen en zelf veel informatie produceerde.

virginia4virginia3

Ook de?Prayers for VT Facebook groep trok wat later veel bezoekers en bijdragen. In deze groep probeerde men de lijst met slachtoffers op orde te krijgen. Hoewel het de autoriteiten 39 uur kostte om het aantal dodelijke slachtoffers vast te stellen op 33 (inclusief de schutter), werkte deze groep intussen aan de namen waarbij men diverse bronnen benutte (Vieweg et al., 2008).

Op Second Life werden gedenkstenen gecre?erd ene een plaats om de slachtoffers te herdenken en eren:

virginia5?virginia

Ook werd er geld ingezameld via een virtueel T-short dat mensen konden dragen in Second Life en waarvan de opbrengsten naar de slachtoffers gingen:

virginia7

Niet alleen computerspellen moeten het ontgelden na de schietpartij op de Virginia Tech universiteit, ook sociale netwerksites als Facebook en Digg krijgen kritiek.?De kritiek op discussiesites en sociale netwerksites richt zich met name op de klopjacht op de dader die online ontstond na de schietpartij. Een student van de Virginia Tech universiteit die op zijn blog en Facebook-pagina foto’s van zijn vuurwapenverzameling toonde, werd al snel na het bloedbad aangemerkt als dader. Links naar zijn website werden razendsnel verspreid via sites als Digg.com, waarna diverse doodsbedreigingen op de pagina van de student werden achtergelaten. Een foto van de jongen werd zelfs op de nationale televisie vertoond, in het programma van Fox News-correspondent Geraldo Rivera. De jongen bleek niets met het schietincident te maken te hebben.?De jongen plaatste een bericht op zijn profielpagina waarin hij verklaarde niet de schutter te kunnen zijn ? aangezien de schutter zichzelf om het leven bracht na zijn moordpartij. Volgens de ten onrechte beschuldigde student bezochten 123.000 mensen zijn website, in de veronderstelling dat deze aan de dader toebehoorde.

Snelheid

Volgens analist Josh Bernoff van Forrester Research is de snelheid waarmee informatie op internet kan worden aangepast een belangrijk pluspunt vanwege de zelfcorrigerende werking. Anderzijds wijst hij op de valkuilen. Omdat ‘geruchten’ eerder doordringen op netwerksites dan op meer betrouwbare nieuwssites, is niet alle informatie even betrouwbaar.?Ondanks de kritiek op het functioneren van sociale netwerksites, werden de online communities ook gebruikt voor het versturen van condoleances. Ook wisselden studenten maandag op de online gemeenschap Fark.com informatie uit om vast te stellen hoe gevaarlijk de situatie op de universiteit was.

Crisis Informatics: Studying Crisis in a Networked World (Palen e.a. 2007):

Site seeing in disaster: an examination of online social convergence,?Jeannette Sutton e.o (2008)