Tagarchief: opvolging

Beeld in de meldkamer is mensenwerk

Meldingen naar 112 worden nu nog telefonisch gedaan. Maar meldkamers verwachten dat burgers en bedrijven steeds vaker beeld zullen willen sturen. Uit de eerste experimenten blijkt echter dat het gebruik van foto’s en video’s in de meldkamer minder vanzelfsprekend is dan het lijkt.

Door Jonathan Barnhoorn, Marc Menkhorst, Caroline Schilder, Kees van Dongen

We leven in een beeldcultuur. Volgens Facebook worden er per minuut 200.000 foto’s op de site gezet. Samen kijken we een miljard uur per dag video op YouTube. Elke seconde maken 50.000 mensen een foto met hun telefoon. Nederland, waar 93 procent van de inwoners een smartphone heeft, loopt in deze trend wereldwijd voorop. Vooral voor jongeren is de beeldcultuur een feit: 63 procent zegt foto’s en video’s over zichzelf te delen met anderen. Maar vlak ook ouderen niet uit. 9 van de 10 Nederlandse 55-plussers lopen met een smartphone op zak, en 34 procent is volgens het CBS actief op sociale media.

Beelden in de meldkamer

Die maatschappelijke ontwikkeling raakt ook aan veiligheidsprocessen, zoals handhaving, opsporing en hulpverlening. Burgers zetten zelfgenomen beelden van inbraken, ongelukken en (vermeende) daders op internet. Een buurtgroep wil met eigen foto’s en video’s de politie ondersteunen.

Het ligt voor de hand dat door burgers gemaakte beelden ook in toenemende mate gebruikt gaan worden in de meldkamers van 112. Op dit moment is dat nog niet goed mogelijk. Zo zijn de systemen van de centralisten nog niet ingericht op het weergeven en opslaan van foto’s en video’s die burgers sturen. De meldkamers staan echter wel open voor het gebruik hiervan. Ook de samenleving verwacht in toenemende mate dat zelfgemaakte digitale foto’s en video’s de telefonische melding kunnen ondersteunen.

Maar wat is het effect van foto, video en live-beeld in de meldkamer op het 112-intakeproces? En op de 112-centralist? Dat onderzocht TNO in samenwerking met het ministerie van Justitie en Veiligheid en de Landelijke Meldkamer Samenwerking. Er zijn 2 verkennende experimenten gedaan met 12 centralisten van de Meldkamers Noord-Nederland en Noord-Holland. Zij waren werkzaam in de ambulancezorg, bij de brandweer en bij de politie. Een derde experiment, dat onder andere zou gaan over het effect van de kwaliteit van het aangeboden beeld, moet nog worden uitgevoerd.

Niet sneller en niet per se beter

Het eerste experiment ging om de vraag wat het effect was van foto, video en ‘live’-beeld op de snelheid van het intakeproces en de volledigheid en juistheid van de vergaarde informatie. De deelnemende centralisten werden onder meer geconfronteerd met een door een acteur gedane melding van bijvoorbeeld huiselijk geweld, een persoon te water of een uitslaande brand. In totaal werd gebruikgemaakt van 8 veel voorkomende duidelijke meldingen. De resultaten van dit experiment zijn afgezet tegen een eerder onderzoek met dezelfde meldingen maar dan zonder beeld. Omdat destijds de meldingen alleen verzoeken om noodhulp en zorg betroffen, kon voor dit onderzoek alleen dit type meldingen worden gebruikt.

En wat bleek? De afhandeling van een melding met beeld duurde gemiddeld langer dan een melding zonder beeld. En gemiddeld werd geen kwaliteitsverbetering in de vergaarde informatie waargenomen; eerder een marginale afname. Vooral bij de melding met een live-beeld was er sprake van een (gering) negatief effect. Een interessante waarneming was dat beelden zekerheid, maar ook onzekerheid kunnen veroorzaken bij de centralist. Dit laatste is het geval als beeld en mondelinge melding niet overeen lijken te komen.

Meerwaarde van het beeld

Toch zagen de deelnemende centralisten meerwaarde in het gebruik van beeld. Na afloop was 80 procent positief. Vóór het experiment was dat 25 tot 30 procent. De centralisten gaven achteraf aan dat burgerbeelden de melding kunnen verduidelijken, met name bij gebruik van jargon of bijvoorbeeld bij een taalbarrière. Ook in het geval van een zeer emotionele beller, die bijvoorbeeld geen vragen kan of wil beantwoorden, voegde beeld iets toe. Verder droegen beelden bij om een situatie van een ongeval of stadium van een brand beter te beoordelen. Een ander voordeel, zo vonden centralisten, was dat zij veronderstelden te kunnen zien of instructies daadwerkelijk werden opgevolgd door de melder. Livebeelden genoten de voorkeur, omdat deze de meest actuele beelden gaven en als betrouwbaarder gezien werden.

Impact van beeld

Dat burgers foto’s en video’s maken bij ongevallen, is niet onomstreden. Aan de andere kant kunnen beelden, wanneer die worden gedeeld met de 112-meldkamer, bijdragen aan een beter inzicht in de situatie. Wel kunnen beelden van ongevallen of misdrijven heftige emoties oproepen.

Om te onderzoeken wat de impact van beeld is op centralisten deed TNO een tweede experiment. De 22 eerder genoemde centralisten voerden een gesimuleerde meldkamertaak uit. Tijdens het verwerken van de informatie van de melding werd geen foto, een neutrale foto (zoals een auto) of een heftige foto (zoals een verwonding) getoond.

Emotioneel en mentaal belastend

Om meldingen waarbij foto’s werden getoond te verwerken moesten centralisten meer mentale inspanning leveren dan bij meldingen waarbij geen foto’s werden getoond. Heftige foto’s leidden niet tot meer inspanning dan neutrale foto’s. De emotionele belasting is gemeten met vragenlijsten tijdens het experiment en bevraagd in een interview na afloop. De vragenlijsten lieten geen effect van foto’s op emotionele belasting zien, in de interviews gaven centralisten wel duidelijk aan dat ze verwachten dat heftige beelden in de toekomst belastend kunnen zijn voor henzelf of voor collega’s. Ook vertelden centralisten in de interviews dat de beelden in het experiment ervoor zorgden dat het moeilijker was om de aandacht te verdelen. Dit sluit aan op het resultaat uit het eerste experiment dat centralisten gemiddeld minder volledig waren bij het vergaren van de informatie. Zowel met heftige als met neutrale beelden werden meer auditieve informatie-elementen gemist dan zonder beelden. Bij heftige beelden werd meer gemist dan bij neutrale beelden. Reflecterend vonden centralisten de getoonde foto’s over het algemeen nuttig en zien ze het nut van beelden voor de meldkamer van de toekomst. Ze hielpen om prioriteit en behoefte in te schatten bij een melding.

Toegevoegde waarde

Uit de eerste experimenten blijkt dat beeldmateriaal als ondersteuning van telefonische meldingen niet zonder meer tot kwaliteitsverbetering zal leiden. De grootste toegevoegde waarde van beeld bij het duiden van een melding door de centralist lijkt er te zijn in situaties waarbij de melding of melder onduidelijk is, of de centralist onzeker is over de toestand ter plaatse. De juistheid van deze veronderstelling vraagt om aanvullend onderzoek. Dit staat overigens nog los van de waarde die het beeld verder in de keten kan hebben voor het opbouwen van een informatiepositie op de meldkamer en de opvolging, zoals bijvoorbeeld de waarde voor de opsporing.

Verder blijkt dat beelden zorgen voor extra mentale en emotionele belasting van de centralist. Centralisten geven aan dat ze behoefte hebben aan eigen regie over het bekijken van eventueel beeldmateriaal. Dit kan echter leiden tot keuzestress en dilemma’s. Zij moeten een afweging maken tussen enerzijds het goed uitvoeren van de functie en dus alle beelden uitkijken en anderzijds zichzelf beschermen tegen (te) veel emotionele belasting.

Vaardigheden van de centralist

Het toevoegen van beeld aan het meldproces vraagt daarom niet alleen om technische en analytische skills van de centralist, maar ook typevaardigheid (blind kunnen typen) en het vermogen om te gaan met emotionele stimuli en stress. Hier zal bij de selectie, training en opleiding van personeel rekening mee moeten worden gehouden.

Het gebruik van beeld in de meldkamer zal sterk toenemen. Dit past bij de maatschappelijke trend, waarbij foto’s en video’s steeds nadrukkelijker aanwezig zijn. Initiatieven om beeld in de meldkamer te brengen en te beproeven worden daarom aangemoedigd. De impact van beeld op de centralist mag daarbij niet uit het oog worden verloren. Dit vraagt om zorgvuldig beleid en betrokkenheid van mensen met een achtergrond in het personeelsbeleid en de psychologie. Om het beleid te kunnen formuleren is bovendien meer onderzoek nodig. Bijvoorbeeld naar het effect van de verschillende manieren waarmee beeld het beste aan de centralist kan worden aangeboden.

Onderzoek

Lees ook: J.S. Barnhoorn en C.J.G. Van Dongen (2019) De impact van beeld in 112 meldkamers op de centralist (TNO rapport R10211) en M. Menkhorst en C.M.C. Schilder (2019) Effect van beeld op het 1-1-2 intake proces (TNO rapport R11729). Of lees hieronder de rapporten:

Samenvatting:

[slideshare id=143053720&doc=tno-2019-m10233-190501071611&type=d]

De impact van beeld in 112 meldkamers op de centralist

[slideshare id=143053568&doc=tno-2019-r10211-190501071323&type=d]

Effect van beeld op het 1-1-2 intake proces

[slideshare id=143053619&doc=tno-2018-r11729-190501071426&type=d]

Jonathan Barnhoorn, Marc Menkhorst, Caroline Schilder en Kees van Dongen zijn werkzaam bij TNO. Jonathan Barnhoorn is bereikbaar voor vragen en discussies via e-mail: [email protected]

Bron: Secondant

Impact van beeld door Het Nieuwe Melden

Meldingen naar 112 en 0900-8844 worden nu nog telefonisch gedaan. Maar meldkamers in Nederland verwachten dat ze binnen vijf jaar met beelden uit meldingen zullen werken. Zegt een beeld meer dan duizend woorden, of resulteert beeld in een verkeerde weergave van een bepaalde situatie? Kan het tot verkeerde beslissingen leiden?

In de publicatie ?Wie kijkt er mee?” verkent TNO de impact van het melden met beelden door burgers bij meldkamers van hulpverleningsdiensten.

Beeld wordt doorgaans alleen gebruikt voor de opvolging van een melding en nog niet als een wezenlijk onderdeel van een (spoedeisende) melding. Hoe kun je dan toch effectief en verantwoord omgegaan met beeld? Hiervoor is een beschouwing nodig van de impact van beeld vanuit diverse invalshoeken: mens, organisatie, proces, technologie, wetgeving en ethiek.

Deze verkenning is een vervolg op de TNO publicatie van Het Nieuwe Melden veschenen in 2016. Hierin worden de nieuwe vormen van melden tot aan 2025 en die meldkamers op termijn drastisch kunnen veranderen, op een rij gezet. Zo is bijvoorbeeld het gebruik van apps om te communiceren met de meldkamer in opkomst. Daarom is het programma Landelijke Meldkamerorganisatie (LMO) nu bezig met de ontwikkeling van een 112 app. Ook op sociale media is allerlei informatie te vinden. Deze kanalen kunnen in de toekomst misschien gebruikt worden als meldkanaal. De sterk toenemende rol beeld in de maatschappij heeft als gevolg dat we alles vastleggen via de smartphone en andere devices. Foto?s, filmpjes en real-time video?s delen we via sociale media.

Beeld is een overheersend element in socialemediatoepassingen. Het gebruik van beeld in het meldproces is een logisch gevolg van maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Niet alleen voor het meldkamerdomein, maar ook bij de politie, brandweer en ambulancezorg.

Wil je meer weten over melden met beeld? Download de publicatie ‘Wie kijkt er mee?’ Of bekijk het online:

[slideshare id=84628078&doc=107tnohnmbeeldonline-171221140013&type=d]

Live View

Het benutten van beelden is in de meldkamer is niet helemaal nieuw. Zo wordt al langer gebruik gemaakt van publieke en private camera?s om de omgeving te monitoren in cameratoezichtcentrales.

Met Live View kan de meldkamer van de politie rechtstreeks meekijken met de camerabeelden van een winkelier of horecaondernemer. Als een bedrijf zijn bewakingscamera heeft aangesloten bij een particuliere alarmcentrale, krijgt deze bij onraad via een (alarm)sensor een melding. Een beveiligingsmedewerker van de alarmcentrale kan vervolgens de beelden zien en alle gegevens en de live beelden desgewenst doorschakelen naar de meldkamer van de politie. Door de tussenkomst van de particuliere alarmcentrale ? de poortwachter ? wordt nodeloos uitrukken voorkomen. In de meldkamer kan vervolgens live worden meegekeken. De meldkamer kan ook vragen om (indien mogelijk) de camera te draaien, in te zoomen of een andere camera te activeren en de beelden daarvan te delen. Het aangeboden beeld wordt nu nog niet openomen en moet achteraf worden gevorderd. Beeld opvragen ? bijvoorbeeld ter verificatie van een gaand incident ? van camera?s onder regie van de politie is inmiddels gewoongoed. Voor beelden die zijn gemaakt in de niet-publieke ruimte is dit bewerkelijker.

Live View is oorspronkelijk ontworpen voor het verminderen van het aantal overvallen en het verhogen van het oplossingspercentage. Het is daarmee gericht op het vergroten van de heterdaadkracht. Het idee dat de politie rechtstreeks kan meekijken werkt tevens preventief. Live View is beschikbaar in alle 112-meldkamers en een aantal private bedrijven. Het wordt inmiddels gebruikt voor 112-waardige gebeurtenissen met (nu nog) de nadruk op politiegerelateerde incidenten.

De mens

De gevolgen voor betrokkenen bij een incident kunnen groot zijn. Omstanders en slachtoffers worden immers op beeld vastgelegd, en die informatie gaat alle kanten op. Maar zelfs een dader heeft recht op privacy. Beeld kan een enorme impact hebben op de professional in de meldkamer en de hulpverlener op straat. Beeld kan niet alleen heel schokkend zijn, het kan ook zorgen voor meer werklast. En wat is precies het effect van beeld op een goede besluitvorming?

Het belangrijkste doel van de centralist is zo snel mogelijk de juiste inzet te bepalen en de weg op te sturen. Kwaliteit EN snelheid dus. Snel communiceren met een persoonlijke focus kan heel goed met telefonie, zeker als je getraind bent om goed te luisteren. Na deze eerste fase volgt vaak een verdieping: ?Wat is er precies gebeurd??, waarin belangrijke details over de situatie aan bod komen. Deze complexe boodschappen zijn gemakkelijker over te brengen met een rijker medium.

Beeld kan betekenen dat centralisten zich op andere dingen richten dan ze nu doen in een telefoongesprek. Beeld kan positieve, maar ook negatieve gevolgen voor het meldproces hebben. Uit de cognitieve psychologie kennen we vele valkuilen, ook wel cognitive biases (denkfouten) genoemd, die een rol zouden kunnen spelen bij het introduceren van beeld in de meldkamer. Zoals:

  • Bizarreness effect:?Mensen onthouden verrassende informatie vaak beter.
  • Picture superiority effect:?Concepten uit beelden worden veelal beter onthouden dan concepten uit woorden.
  • Anchoring:?Mensen richten zich soms te sterk op ??n stuk informatie ? vaak datgene dat als eerst binnenkomt ? voor het nemen van een beslissing. Wat zegt dit over de timing van het invoegen van beeld in het meldproces?
  • Empathy gap:?Mensen zijn van nature geneigd de intensiteit van eigen gevoelens of die van de ander te onderschatten. Is het een idee om centralisten zelf te laten bepalen of ze een heftige afbeelding wel of niet willen zien?
  • Framing effect:?De manier waarop informatie wordt gepresenteerd kan be?nvloeden welke conclusies iemand trekt.

Het meldproces

We onderzoeken nu al de impact van beeld op het huidige 112-protocol. Beeld geeft namelijk niet alleen antwoorden, maar stelt ons ook in staat de juiste vragen te stellen. Past het 112 protocol zich aan op het beeld, of ontstaat er vanuit het protocol regie op het beeld? En is er nog wel een protocol mogelijk bij al die ongestructureerde grote hoeveelheden beelden die binnenkomen?

Een beeld zegt meer dan duizend woorden, en dus kan het voor de centralist tijd schelen om duidelijk te krijgen waar een melding over gaat. De centralist heeft zo misschien ook meer zekerheid over de verkregen informatie. Omdat beeld een universele taal is, is het uitermate geschikt voor meldingen door een grote doelgroep, waaronder anderstaligen. Het gebruik van beeld heeft echter ook nadelen. Doordat de drempel om te melden lager is, kan dit leiden tot nepmeldingen of misbruik. Bovendien kan beeldmateriaal worden gemanipuleerd of kan een melder oud beeldmateriaal gebruiken om te suggereren dat het om een actueel incident gaat. Verder kunnen heftige beelden grote impact hebben op de centralist zelf. Het bekijken van foto-en videomateriaal kan ook meer tijd kosten, omdat dit veel aandacht vraagt.

De overheid als organisatie

De overheid trekt zich terug. Ook moeten steeds minder mensen steeds meer doen. Dat vraagt om prioriteiten. De overheid zal dus keuzes moeten maken: welke taak is aan de overheid, en welke wordt belegd bij burgers en het bedrijfsleven? De samenwerking tussen de overheid, bedrijfsleven en burger zal hoe dan ook worden ge?ntensiveerd. Meer dan 97% van alle camera?s is in private handen. Met het internet der dingen wordt dat alleen maar meer. De rol en de taak van burgers, bedrijfsleven en overheid kan voor specifieke situaties in de toekomst verschuiven. Volgens de wetenschap kosten meer natuurlijke vormen van communicatie zoals beeldbellen minder energie. Ook zijn ze effectiever. Ofwel, hoe rijker het medium, hoe geschikter om een ingewikkelde boodschap over te brengen. Maar geldt dit ook voor de meldkamer? Centralisten en observanten zullen aan steeds hogere eisen moeten voldoen als ze gaan werken met beeld. Waar een centralist het nu alleen met audio moet doen, kan hij straks ook gebruikmaken van beelden. Een observant zal steeds meer camerabeelden moeten uitkijken, weliswaar geholpen door de techniek, maar door de explosieve toename van beschikbare beelden zal dit een blijvende uitdaging zijn. Er is dus regie op het aanbod nodig.

Technologie
Burgers en sensoren (camera?s) produceren enorme hoeveelheden beeld. Hoe kan de meldkamer die hoeveelheden verwerken en analyseren? Hoe gaan we dat technisch oplossen met internettechnologie? Het proces moet namelijk niet alleen snel en gemakkelijk zijn, maar ook betrouwbaar. ?No lost calls? wordt nu ?No lost data?.

Steeds meer hulpverleners, drones en voertuigen worden uitgerust met camera?s die beelden opnemen en streamen. De camera is een van de meest veelzijdige sensoren en zorgt in veel van die apparaten voor de mogelijkheid om te reageren op gebeurtenissen in de omgeving. Er zijn?allerlei technologie?n om beelden vast te leggen, te verwerken, verrijken, interpreteren of te cre?ren.

De ontwikkelingen in de technologie voor automatische en real-time interpretatie van beelden zitten momenteel in een stroomversnelling, omdat er steeds meer beelddata beschikbaar is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de detectie van afwijkend gedrag en het herkennen van sentimenten van een groep mensen of een enkel individu. Op basis van ?visuele intelligentie? die computers opbouwen uit grote beeldbanken is het mogelijk nieuwe visuele informatie te interpreteren en om te zetten in natuurlijke taal, zodat mensen de juiste beslissingen kunnen nemen voor opvolging.

Valse beelden

Beelden worden steeds vaker gemanipuleerd en zullen de meldkamer binnenkomen. Een neptoespraak van president Trump op Facebook is grappig, maar iemand anders kan dezelfde technologie gebruiken om diens reputatie te beschadigen en een crisis te veroorzaken. Manipulatietechnieken die vroeger alleen haalbaar waren voor experts, kunnen zomaar als app beschikbaar komen voor het grote publiek. Iedereen kan dan iemand anders ouder laten lijken (Face-app), de toespraak van een bekend persoon manipuleren (Stanfords Face2Face) of een schilderij maken (deepart.io). En dat terwijl deze geavanceerde technologie nog maar net is ontwikkeld. Iedereen kan nu met ?deep learning?-algoritmes zijn eigen huis schilderen in de stijl van van Gogh. De toekomst van manipulatiedetectie voorspellen is daarom lastig.

Nu is het nog eenvoudig om bepaalde manipulaties te detecteren, omdat de populaire tools zijn gebaseerd op duidelijk zichtbare eigenschappen in het beeld. Maar de detectiestrategie?n zijn te omzeilen. Het is vooral moeilijk te voorspellen wanneer de noodzakelijke tegenmaatregelen ? tools voor in de meldkamers, voor journalisten en voor burgers ? beschikbaar komen en andersom, in welke mate kwaadwillenden gebruik gaan maken van dergelijke geavanceerde technieken.

Toch is de mens nog hard nodig in duiding van beelden, want computers en Artificial Intelligence gebruiken rekenregels die meestal uitgaan van situaties uit het verleden. Daarom worden in de humanitaire hulp zogenaamde crisismappers en andere digitale hulpverleners massaal ingezet om foto?s te taggen of op een kaartje te plotten. Een voorbeeld hiervan is het platform CrowdCrafting, dat dient om burgers te vragen berichtgeving, bijvoorbeeld op de sociale media of beelden van drones, uit een rampgebied nader te duiden.

Wetgeving

Voor het melden met beeld gelden dezelfde regels als voor gegevensverzameling in het algemeen. Er is in principe geen onderscheid in het soort beeld: foto, video of real-time streaming. Voor stelselmatig opnemen gelden andere regels dan voor incidentele beelden die op de meldkamer binnenkomen. Ook burgers en bedrijven mogen niet zomaar de hele dag in de openbare ruimte, nog los van de vraag of het ethisch wel klopt om anderen herkenbaar vast te leggen en die beelden te delen. Voor het gebruik van de ontvangen informatie zijn minder regels van toepassing, mits die informatie verkregen is voor een duidelijk doel.

Ethiek

Er is met het benutten van beeld van alles mogelijk. Maar wat is wenselijk? Hoe kan het gebruik van beeld bijdragen aan een vrije, rechtvaardige en open samenleving? Er zijn drie kernwaarden die in gevaar kunnen komen bij het gebruik van beeld, namelijk: vrijheid, gelijkwaardigheid en verantwoordelijkheid.

Op maatschappelijk niveau speelt de privacy door de drie kernwaarden heen. Als iemand mij op straat filmt of fotografeert kan dat tot privacybezwaren leiden en kan ik me minder vrij voelen. Als een algoritme mensen op basis van foto?s in bepaalde categorie?n indeelt kan dat leiden tot discriminatie. Als de politie allerlei databronnen met elkaar koppelt zal men dat moeten kunnen uitleggen, en daarover verantwoording afleggen.

Overigens ervaren we privacy steeds anders. Achter de voordeur willen we volledige privacy, tenzij we in nood verkeren, dan mogen hulpdiensten zomaar binnenkomen. Zodra we op straat komen leveren we privacy in. Bij veiligheidscontroles op het vliegveld leveren we veel privacy in voor de veiligheid. Privacy is dus dynamisch en contextafhankelijk.

We willen dat organisaties verantwoording kunnen afleggen over hun manier van werken (accountability), en we verwachten transparantie. Meldingen komen nu nog binnen via de telefoon. De centralist vraagt uit via een protocol en kan op een scherm aantekeningen maken en bronnen raadplegen. Met beeld verandert dat. De centralist moet dan ook de binnenkomende beelden interpreteren. Hoe snel en nauwkeurig moet dat en hoe is dat in een protocol te vatten? Ze moeten dus afwegingen maken: snelheid versus nauwkeurigheid, privacy versus veiligheid.

Beeldenstorm

In 2025 is het de gewoonste zaak van de wereld om op allerlei manieren met beeld te communiceren. Dat wordt nu ook al volop gedaan. Facebook, YouTube, Instagram en Snapchat zijn voorbeelden waarmee jong en oud elkaar informeren met stilstaand en bewegend beeld.

In de TNO publicatie zijn voor een viertal totaal verschillende leefwerelden incidentscenario?s ontwikkeld waaruit consequenties voor beleid, uitvoering en burgers zijn uitgewerkt. Deze vier geschetste toekomstvisies leiden tot prioriteiten waar altijd rekening mee moet worden gehouden (zogenaamde ?no regrets?). Deze zijn in de tijd geplaatst vormen daarmee een roadmap. Gekoppeld hieraan zijn er een aantal dilemma?s die te vertalen zijn in beleidskeuzes voor hoe de overheid zich in de toekomst wil ontwikkelen. ?De roadmap is daarmee geen eindpunt, maar slechts een begin: het is een eerste aanzet in het beleidsproces, een discussie met als doel de complexiteit te reduceren tot een iteratief/incrementeel innovatieplan, om daarmee de menselijke maat te waarborgen in het innovatieproces.

Er is veel behoefte aan experimenten die verder gaan dan het oude reactieve handelen binnen meldkamers. Als meldkamers straks een permanent beeld hebben, in letterlijke en figuurlijke zin, kunnen we dan ook situaties vroegtijdig signaleren of voorkomen? Beeld kan helpen om de noodzakelijke transitie binnen de meldkamer te realiseren. Van reactief naar proactief en misschien zelfs preventief. En als dit kan, hoe ziet de meldkamer er dan uit? Welke keuzes moet je vandaag maken om voorbereid te zijn op morgen? Alleen door te leren en te experimenten kunnen we de juiste richting bepalen.

Deze verkenning met diverse vormen van impact, de visies uit de leefwerelden en de roadmap vormen belangrijke input voor de huidige beleidsvorming van de overheid.

Bron: TNO