Tagarchief: terrorisme

Social Media censuur als antwoord op terrorisme?

In het meest recente magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing schrijft Mirko Tobias Sch?fer over ‘het onzinnige sociale mediabeleid in de integrale aanpak van Jijadisme’. Mirko is universitair docent op de universiteit van Utrecht, Instituut Media en Cultuurwetenschap en medeoprichter en directeur van de Utrecht Data School. Hij doet onderzoek naar de impact van sociale media op burgerparticipatie, politiek en democratie. In 2011 is zijn boek ?Bastard Culture! How User Participation Transforms Cultural Production? verschenen bij Amsterdam University Press. Hieronder?zijn stuk en de reactie van de NCTV daarop:

censored

Sinds de zogenaamde Arabische Lente staan sociale media bekend?als instrumenten voor politiek activisme en massamobilisatie.?Na de rellen in Haren omtrent Project X hadden sociale media in de ogen van politie en openbaar bestuur hun onschuld verloren.?Tweets die vergelijkbare evenementen in Hoorn, Amsterdam of?Arnhem aankondigden, leidden toen tot wanhopige en overhaaste?reacties van de kant van de politie en overheid. De reacties waren?op zijn zachtst gezegd g?nant (Hoorn). In het ergste geval waren?ze een inbreuk op de burgerrechten (Arnhem). De aanwezigheid van terroristische groepen op sociale media leidt nu tot vragen?over de noodzakelijkheid van een verscherpt beleid en de expliciete?oproep tot censuur.

In het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme wordt voorgesteld?om propaganda op sociale media te bestrijden. De auteurs?vestigen hoop op een ?notice and take down? procedure waarbij ze zich baseren op het wetsvoorstel computercriminaliteit III. Het is?hierbij de bedoeling dat een team van de Nationale Politie haatzaaiende?(jihadistische) content verwijdert. Het actieprogramma verwijst naar een ?vrijwillige gedragscode? die internetbedrijven?moet stimuleren om ?radicaliserende, haatzaaiende, jihadistische?content? te verwijderen. Het gebruik van het woord ?vrijwillig? in verband met de gedragscode is dubieus, wat blijkt uit het vervolg?van de tekst: “bedrijven die aan deze gedragscode tekortkomen,?zullen worden gedwongen om twijfelachtige content te verwijderen door de toepassing van verschillende bestaande of nog te cre?ren?wetten”.

De voorgestelde aanpak is op verschillende punten zorgwekkend.?Hij laat zien dat er een schrikbarend gebrek heerst aan kennis bij?politici en bestuurders wat betreft internettechnologie en het?gebruik daarvan.

Het is het niet verwonderlijk dat iedereen gebruik maakt van de?goedkope communicatiekanalen van sociale media. Ook terroristische?groeperingen zijn geen uitzondering op de regel. Vrijwel alle?partijen die een rol spelen in het conflict in het Midden-Oosten zijn?te vinden op sociale media. Ook andere media worden ten behoeve?van propaganda ingezet: het Amerikaanse leger maakt bijvoorbeeld gebruik van de online-game America?s Army om op een speelse manier soldaten te werven. Hezbollah tracht de moraal van haar jonge achterban te bevorderen door de computer game Special Force, en de Islamitische Staat haalde onlangs het nieuws met een gemodificeerde versie van Grand Theft Auto die zij voor propagandadoeleinden gebruiken.

gta ISIS

Tevens verspreiden niet alleen jihadisten hun haatzaaiende berichten via internet; ook de racistische Stormfront, de Ku Klux Klan, diverse linksradicale groeperingen, nationalisten en chauvinisten van elke etnische minderheid en nationaliteit verspreiden hun radicale opvattingen via dezelfde kanalen. Op websites zoals 4chan is een oneindige stroom aan vernederende, haatzaaiende en politiek meer dan incorrecte uitingen te vinden. Moet deze content niet ook allemaal gecensureerd worden? Een les die te leren valt uit het proces tegen politicus Geert Wilders is dat het niet makkelijk is om te bepalen wat haatzaaiende content is. Maar als het actieplan omgezet wordt, zal deze definitie in toekomst zonder tussenkomst van een rechter in handen van de politie zijn.

Het actieplan suggereert dat jihadistische content doelgericht verwijderd kan worden. Er wordt echter met de internationale dimensies van deze klus ? de verschillende regelgevingen van de landen waar de content uiteindelijk ligt opgeslagen ? geen rekening gehouden.

Hoewel de auteurs benadrukken dat het actieplan ondersteuning?moet bieden voor een actieve maatschappij waarin diverse?stemmen gehoor krijgen, wordt er geen enkele moeite gedaan om?elke burger het recht op vrije meningsuiting te garanderen. Er wordt?met geen enkel woord benoemd, wie de procedure van censuur ? en?dit is waar het verwijderen van content op neerkomt ? zou moeten?controleren. Tevens wordt niet duidelijk welke criteria voor het?censureren gehanteerd zullen worden of hoe de censuur gedocumenteerd?zal worden. Is het de bedoeling dat een politieagent zelfstandig de opdracht geeft om content te verwijderen zoals dat?nu in Turkije het geval is?

De affaire omtrent de samenwerking van de AIVD met buitenlandse?diensten heeft duidelijk laten zien dat onze gekozen volksvertegenwoordigers,?die de controle over dergelijke procedures zouden moeten uitoefenen, hooguit een symbolische functie hebben. Ze?bleken zelfs uitermate slecht over de gang van zaken ge?nformeerd.?Is het in dit licht verstandig om het verwijderen van willekeurige content onder het mom van terrorismebestrijding ongecontroleerd?over te dragen aan de executieve? Zonder enige juridische of?parlementaire controle? Het zal een kwestie van tijd zijn voordat copyright-houders, politici of bedrijven druk uitoefenen om?ongewenste content zonder tussenkomst van een rechter te laten?verwijderen.

Met een censuur van het internet plaatsen we ons land in hetzelfde?schuitje met landen zoals Turkije, Wit-Rusland, Rusland, China,?Egypte en talloze andere landen. Deze landen staan terecht elk jaar opnieuw op de lijst van de onderdrukkers van het internet en de vrije meningsuiting. Censuur blijkt echter vooral de civiele maatschappij te onderdrukken, in plaats van dat deze maatregel terroristen effici?nt in het nastreven van hun doelen belemmert.

Het actieplan suggereert dat door het verwijderen van haatzaaiende content de radicalisering van internetgebruikers tegengehouden zou kunnen worden. Deze suggestie geeft blijk van een incorrect begrip van media-effecten. Radicalisering is nooit het effect van het?lezen van twijfelachtige content hetzij op online media of in de printmedia. De Britse cultuurtheoreticus Stuart Hall ontkrachte dit idee al in de jaren ?70 van de vorige eeuw op basis van zijn beroemde encoding-decoding-model. Politieke opvattingen formeren zich als gevolg van de individuele situatie en de sociale context van een individu.

Ook om andere redenen is een extreme en nauwelijks gecontroleerde?censuur van sociale media een volledig ineffectief middel. Aan de?ene kant worden alle activiteiten in de context van sociale media al?nauwkeurig gecontroleerd door de platformaanbieder zelf. Verder?zijn deze activiteiten openbaar toegankelijk voor analyse door social?media monitoring, welke niet alleen door marketingbedrijven maar?ook door politie en AIVD toegepast wordt. Een censuur zal voor deze?diensten echter betekenen dat waardevolle informatie verloren gaat.

Aan de andere kant betekent de censuur van bepaalde online media?niet dat de communicatiestromen zullen afbreken. Terroristische?groeperingen zullen andere, wellicht minder goed te monitoren platformen vinden om hun opvattingen te verspreiden. Internet?Relay Chat of het TOR-netwerk zijn slechts twee voorbeelden van?media die moeilijker te traceren communicatievormen voor?gebruikers aanbieden. Er kan voorondersteld worden dat veel?bestuurders niet eens weten hoe deze software te vinden, te?installeren en te gebruiken is. Volgens onderzoek van het Oxford?Internet Institute gebruiken in Nederland dagelijks tussen de?100.000 en 200.000 mensen het TOR-netwerk. Sociale media?en het door Google te doorzoeken web stellen maar een kleine?percentage van het internet voor.

Tor_Hexagons

Wat echter wel een oplossing kan bieden, is de inzet van goed?ge?nformeerde en meertalige rechercheurs met kennis van?interculturele aspecten. Tegenwoordig doorzoekt al een aantal?rechercheurs openbaar toegankelijke bronnen online om strafbare?handelingen op te sporen. De afdelingen binnen de politie die zich?met deze waardevolle taak bezighouden, verdienen de steun van de?politiek en de waakzame toezicht van de rechterlijke macht. De?censuur van sociale media is slechts symboolpolitiek en bovendien?gevaarlijker voor de democratische samenleving dan de haatzaaiende?content die op sociale media te vinden is.


De reactie van het NCTV, programmadirectie Contraterrorisme, ten aanzien van de bestrijding van jihadistische content online:

Internationaal ? en in Nederland ? spelen het internet en?sociale media een belangrijke rol bij jihadistische radicalisering.?De jihadistische content biedt een platform om de?gewelddadige jihadistische ideologie te verspreiden en?draagt bij aan verdere radicalisering en het binnen halen van?nieuwe aanwas. Zoals geconcludeerd door de AIVD in zijn?rapport Transformatie van het jihadisme in Nederland hebben?sociale media de jihadistische beweging in Nederland?gestimuleerd. Waar voorheen propaganda verticaal?verspreid werd via vrij ontoegankelijke webfora (van?enkelen naar velen), gebeurt dit nu op horizontale wijze (van?velen naar velen). Dit heeft de professionalisering van?vervaardigers en verspreiders doen toenemen, waardoor de?propaganda een groter bereik en meer impact heeft.?Hierdoor is de jihadistische boodschap toegankelijker en?makkelijker te verspreiden. Het internet en sociale media?spelen daarmee een belangrijke rol bij jihadistische?radicalisering. Er zijn websites en sociale mediakanalen die?Nederlandstalige jihadistische propaganda verspreiden, de?strijd verheerlijken en oproepen tot jihadgang. Het is?onacceptabel dat terroristische organisaties propaganda?vrijelijk verspreiden via onder andere Nederlandse?websites en social media. Ook tegen uitingsdelicten online?dient opgetreden te worden.

Onderdeel van het actieprogramma Integrale Aanpak?Jihadisme is de bestrijding van online jihadistische propaganda?met als doel het reduceren van de impact, hoeveelheid?en toegankelijkheid van jihadistische propaganda.?Hiervoor wordt ingezet op samenwerking met sociale media?bedrijven en Internet Service Providers, hosting partijen etc.?die de door hun aangeboden internetdiensten misbruikt zien?worden voor jihadistische doeleinden. De NCTV is in gesprek?met sociale media bedrijven, internet service providers en?hosting partijen over de wijze waarop zij, binnen hun?bestaande (juridische) mogelijkheden, kunnen bijdragen aan?het bestrijden van de online jihadistische content. De NCTV?ervaart deze gesprekken als zeer constructief. Sociale media?bedrijven kennen en erkennen het probleem en ook internet?service providers en hosting partijen denken mee over het?verbeteren van bestaande (juridische) procedures.

Ut?ya en social media

Het eiland Ut?ya in Noorwegen, genomen op 21 Juli 2011, met daarop de route die Anders Behring Breivik liep,?gekleed in politie uniform terwijl hij het vuur opende op een jeugdkamp op het eiland.

Bomaanslag in Oslo

Om 15:26 uur (CEST) vond een bomaanslag plaats in in het?Regjeringskvartalet, de regeringswijk van?Oslo. Een?ANFO-autobom?explodeerde vlak voor de ingang van het kantoor van premier?Jens Stoltenberg, gelegen aan het?Einar Gerhardsens Plass?bij Grubbegata. Centrale delen van de regeringsgebouwen liepen door de explosie ernstige schade op en in de wijde omtrek braken ruiten. Na de explosie brak er brand uit in een gebouw aan Grubbegata, achter de kantoren van de premier. De kracht van de explosie werd deels opgevangen door een onderliggende parkeergarage. Zonder deze parkeergarage zou het kantoor van de premier en het Ministerie van Justitie en Politie hebben kunnen instorten met een groot aantal slachtoffers tot gevolg.?Nu vielen er acht doden, twee zwaargewonden en vijftien gewonden.?De premier en de andere ministers raakten niet gewond.

 

Ut?ya

Twee uur na de explosie van de bom in Oslo vond een bloedbad plaats op het eiland?Ut?ya, circa 50 kilometer ten noordwesten van Oslo. Op dat eiland werd door de jeugdafdeling van de regerende?sociaaldemocratische?Noorse Arbeiderspartij?een jeugdkamp georganiseerd waar tussen de 500 en 700 jongeren aanwezig waren.?Rond 5 uur op 22 juli 2011 arriveerde Breivik ?als ge?niformeerde man met een grote tas op het eiland. Hij deed zich voor als politieman en wist zich onder het mom van een routinebezoek in verband met de bomaanslag in Oslo toegang tot het eiland te verschaffen. Eerst riep hij de jongeren op zich rondom hem te verzamelen en daarna begon hij op hen te schieten en later ook op de mensen die daarna al zwemmend probeerden te vluchten. Sommigen zochten toevlucht in het water, terwijl anderen zich probeerden te verstoppen en met hun mobiel tekst berichten via SMS en Twitter verstuurden om hulp in te schakelen. ?Onderstaand bericht toont de tweet van Kjetil Vevle??Er is iemand aan het schieten op Ut?ya. Bel de politie!?.

utoya2

De spaarzame berichtgeving van het eiland kwam van tieners – de meeste waren rond de 15 a 16 jaar – die berichten verstuurden waarin ze aangaven niet te kunnen bellen omdat ze zich verschansten en stil probeerden te blijven. Ouders in volledige paniek konden geen betrouwbare informatie krijgen. De politie en ambulances durfden uit vrees voor meer bomaanslagen niet zomaar het eiland te benaderen. Berichten (vertaald) toonden ” Bel me niet, ik schuil hier” ?en ?Is er iemand met een boot nabij Ut?ya? Haal de zwemmende jongeren uit het water die het eiland ontvluchten! Vertel het voort!? gaven ze aan. Velen deden alsof ze voor dood lagen om te overleven.

Er verscheen kort daarna een foto op Twitter ? ogenschijnlijk vanuit een helicopter genomen ?? terwijl de aanslag nog gaande was, waarbij de schutter hoewel op afstand in beeld is.

utoya3

Breivik belde gedurende de schietpartij verscheidene malen met de politie. Op een persconferentie op 18 augustus gaf de politie details vrij van twee telefoongesprekken die hij pleegde met telefoons die hij vermoedelijk op het eiland had buitgemaakt. Tussen de gesprekken door ging hij door met schieten. In die gesprekken noemde hij zichzelf de gezagvoerder van de Noorse verzetsbeweging die namens de ridderorde van de Tempeliers een opdracht vervulde. “Ik wil me graag aangeven”, zei hij tegen de telefoniste. “Ik heb de operatie volbracht.”
Lees hier wat burgerjournalistiek verzameld met Storify:

De twee gesprekken werden vanmiddag in Noorwegen vrijgegeven in een persconferentie van de politie en zijn gepubliceerd door de?Noorse krant VG. Het eerste telefoontje kwam 35 minuten na de eerste melding van de schietpartij op Ut?ya. Nadat hij zei zichzelf te willen aangeven, duurde het nog 28 minuten voordat hij daadwerkelijk gearresteerd werd. Er gingen geruchten op Twitter rond dat er een tweede schutter was. In de tussentijd ging hij onverstoord door met het bloedbad. Breivik belde met een telefoon die niet van hem was. Lees hieronder de gesprekken tussen Breivik en de Noorse politie.

Gesprek I om 17.59 uur

Gesprek met de politie van Noord-Buskerud (Noorse provincie), welke ook na te luisteren is:

Politie: U spreekt met de politie

Breivik: Ja, hallo. Mijn naam is gezagvoerder Anders Behring Breivik van de Noorse anti-communistische verzetsbeweging.

P: Ja.

B: Ik ben nu op Ut?ya. Ik wil me aangeven.

P: Okee, met welk nummer belt u?

B: Ik bel met een mobiel nummer.

P: U belt met uw mobiel?

B: Ja. Het is niet mijn telefoon, een andere.

P: Moment, wat was u aan het doen? Hallo? Hallo.

Gesprek II om 18.26 uur

Het tweede gesprek is volgens de krant VG gevoerd met een mobiele telefoon zonder simkaart. Daarmee is het nog altijd mogelijk het alarmnummer 112 te bellen.

Gesprek met de politie van Zuid-Buskerud:

Politie: U spreekt met de politie.

Breivik: Hallo, mijn naam is Anders Behring Breivik.

P: Hallo.

B: Ik ben de gezagvoerder van de Noorse verzetsbeweging.

P: Ja, hallo.

B: Kunt u mij doorverbinden met het hoofd van de Delta-politie (speciaal Noors arrestatieteam, red.)?

P: Ja. Waarvandaan belt u en waarvoor?

B: Ik ben op Ut?ya.

P: U bent op Ut?ya, okee.

B: Ik heb mijn operatie voltooid, ik wil me overgeven.

P: U wilt zich aangeven?

B: Ja.

P: Kunt u uw naam nog eens noemen?

B: Anders Behring Breivik.

P: En u was gezagvoerder van wat?

B: De ridderorde van de Tempeliers Europa heeft hiervoor gezorgd, maar we zijn georganiseerd in de anti-communistische verzetsbeweging tegen de Islamisering van Europa en Noorwegen.

P: Ja.

B: We hebben zojuist een operatie uitgevoerd uit naam van de Tempeliers.

P: Ja.

B: Voor Europa en Noorwegen.

P: Ja.

B: En aangezien de operatie voorbij is, ben ik er klaar voor mezelf aan te geven.

P: U wilt zichzelf aangeven?

B: Kunt u me nu doorverbinden met het hoofd van de Delta-politie?

P: Ja, u kunt met de hoofdverantwoordelijke praten.

B: Kijk maar wat u kunt doen en bel me dan terug op dit nummer.

P: Ja, maar het telefoon.

B: Mooi, dag.

P: Ik heb het nummer niet! Hallo?

Na de aankomst van een antiterrorisme-eenheid gaf de dader zich over en kon hij worden gearresteerd. Dit optreden is deels gefilmd vanuit de helicopter.

http://www.youtube.com/watch?v=cXwY47Y3sso

Het offici?le dodental van dit bloedbad ligt op 69 personen. Premier Stoltenberg zou oorspronkelijk op 23 juli, de dag na de aanslag, een bezoek brengen aan het kamp maar dat vond vanwege de aanslagen geen doorgang.?Op de dag van de aanslag was wel ex-premier?Brundtland?aanwezig, maar doordat de schutter onderweg naar Ut?ya werd opgehouden, had Brundtland Ut?ya reeds verlaten toen hij arriveerde. Op het inwonersaantal van Noorwegen heeft het land minstens, zo niet meer, relatief meer mensen verloren in 1 dag dan Amerika met 9/11 meemaakte.

De schutter die op Ut?ya werd gearresteerd, was de 32-jarige Noorse man Anders Behring Breivik uit Oslo, met naar eigen zeggen?radicaal rechtse?en?anti-islamitische?opvattingen.?Zowel voor deze aanslag als voor de schietpartij op Ut?ya legde hij een bekentenis af.?Breivik is op 24 augustus 2012 door de rechters toerekeningsvatbaar verklaard en is daarbij veroordeeld tot een celstraf van 21 jaar

Vele jongeren verwerkten hun drama en verdriet op social media. Zoals op Facebook waar?Nina Volstad?haar verhaal doet. Ook via traditionele media deden velen hun verhaal:

Veel indruk maakt ook de blog van Prabhleen Kaur (18). Onder de titel De hel vanUtoya?beschrijft ze tot in detail hoe ze een uur lang dood speelt om te overleven. Als ze eindelijk haar hoofd optilt en rondkijkt merkt ze dat haar drie vrienden over haar heen liggen. Dood. “Er is een paar uur verstreken. Ik ben nog steeds in shock. Ik heb de lijken van mijn vrienden gezien. Ik ben blij dat ik kan zwemmen. Ik ben blij dat ik leef. Dat God op mij gepast heeft… Het mooiste zomersprookje is Noorwegens ergste nachtmerrie geworden”, schrijft ze.
Gemeenteraadskandidate voor Oslo Khamshajiny Gunaratnam (21) beschrijft haar vlucht van het eiland. “We renden en renden. Het ergste was, dat we wisten dat degene die schoot eruit zag als een politieman. Wie kunnen we vertrouwen? Als we de politie bellen, is het dan deze vent die komt kijken?” Ze duikt in zee en begint samen met een vriend te zwemmen. “Mijn vriend zei: Kamzy, nu moet je niet achterom kijken, alleen vooruit naar de wal en bedenken dat dat je doel is.” De man schiet op hen, maar mist.
Anderen hebben behoefte te laten weten dat ze ok? zijn, maar eerst alles willen verwerken. “Ben helemaal leeg, alles voelt zinloos, denk aan al mijn overleden kameraden”, twittert politiek adviseur Edvin S?vik (26).
Ook Facebook biedt troost. Wereldwijd gebruiken veel mensen een Noorse vlag of ‘I love Oslo’ logo als profielfoto om hun steun te betuigen. Maar ook voor nabestaanden en vrienden van de vermisten zijn sociale media een belangrijk communicatiekanaal. H?vard Vederus (21) wordt nog steeds vermist. Vriend Espen Briskodden Aarflot schrijft op zijn Facebook-muur: “Ik heb vannacht van je gedroomd… Droomde dat je een nieuwe status op Face had, dat je in leven en in goeden doen was. Ik hoop… Ik hoop dat die status snel komt…”

Rouwverwerking – Facebook en Twitter helpen slachtoffers Utoya bij verwerken bloedbad

In de week voorafgaande aan de aanslagen in Oslo heeft de politie oefeningen gehouden die gebaseerd waren op een soortgelijk scenario. Dit scenario ging uit van een aanslag, waarbij een of meerdere personen zo veel mogelijk mensen zouden doodschieten. De oefeningen eindigden op de dag dat de ‘echte’ aanslag plaatsvond, om 15:00 uur, 26 minuten voordat de bom ontplofte.

utoya4

Breivik heeft enige tijd gebruik gemaakt van Facebook (inmiddels verwijderd) en op?Twitter?ha dhij slechts 1 posting:

utoya5

utoya6

Anders Breivik op een foto uit het filmpje dat hij op YouTube heeft gezet onder de naam Andrew Berwick

Ook op YouTube was hij aanwezig. Hiernaast zie je Anders Breivik op een foto uit het filmpje dat hij op youtube heeft gezet onder de naam Andrew Berwick. Deze naam hebruikte hij ook voor zijn manifest.

Het manifest van meer dan 500 pagina’s dat hij op internet plaatste is door TNO onderzocht op sentiment. Deze resultaten kunnen niet gedeeld worden, maar het was opvallend dat het stuk eerst pseudo wetenschappelijk en redelijk objectief is opgeschreven, waarna hij zich aan het einde van het document verliest in zijn woordgebruik en sentiment- en anomalie analyse uitwees dat zijn schrijftstijl begon af te wijken. Uiteraard is het ondoenlijk om op deze manier alle documenten die gepubliceerd worden op het internet te analyseren, maar wellicht is mens en computer in de toekomst beter in staat dit soort zwakke signalen op te pikken, aan elkaar te binden en er melding van te doen of te?interveni?ren?indien mogelijk.

Het incident leidde in Nederland ook tot enkele ” Breivikjes”, dreigingen op Twitter. Zo bericht de Twentsche Courant Tubantia?over een 15-jarige jongen uit Nijverdal die voor commotie zorgde met de tweet??’Ik ga naar Texel en pleeg een aanslag als Breivik.’ Volgens justitie bedreigde de jongen zo twitteraars en volgers in zijn woongemeente Hellendoorn en op Texel. Hij stond gisteren voor de kinderrechter in Almelo. Daar is hij schuldig bevonden, zonder strafoplegging. Anders gezegd: hij kreeg een stevige waarschuwing van de rechter. De officier van justitie had een voorwaardelijke taakstraf van 24 uur ge?ist, met een proeftijd van een jaar. Hij uitte meerdere bedreigingen zoals dat hij ‘een nekschot’ zou geven en ‘Na de zomer ga ik met Hitlersnor op school komen’, was een andere boodschap. Tijdens de zitting breidde de officier van justitie de aanklacht tegen de jonge Tukker uit. Hij moest zich niet alleen verantwoorden voor een bedreiging, maar het Openbaar Ministerie voegde er een tweede feit aan toe: het opzettelijk door vals alarm verstoren van de rust, juridisch gezien een minder zwaar vergrijp. De Almelose rechter sprak de verdachte Nijverdaller vrij van de bedreiging en veroordeelde hem voor het verstoren van de rust. Het vonnis: schuldigverklaring zonder strafoplegging.

Wil je meer lezen, dan is dit wetenschappelijk onderzoek naar het gebruik van?Anders Behring Breivik van?social media een aanrader.?Een kijktip is ook de uitzending van Medialogica die probeert de verklaren waarom er een tunnelvisie bestond bij de media en sommige experts:

Bronnen: Wikipedia, Telegraaf, NOS, AllthingsD, RTL, Tubantia, De Gelderlander,?http://janetfouts.com/social-media-news-utoya/#ixzz2DzFIxUmt

Innovatief veiligheidsbeleid vereist diversiteit en continu?teit!

Een interessant artikel van Mark van Staalduinen,?innovatieconsultant bij TNO, over innovatie bij het herkennen digitale informatie in het magazine Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing. Dit artikel is aangevuld met de bijbehorende documenten.

Het Internet verandert de wereld razend snel. Wie kon een paar jaar geleden?bedenken dat bijna iedereen in het bezit is van een smartphone en continu?actief is in sociale netwerken? Dat alle TV?s connected zijn en dat wij?voornamelijk online winkelen en betalen? Als gevolg daarvan ontstaan grote?hoeveelheden data in open bronnen, met consequenties voor de veiligheid?van burgers en de maatschappij. Vanuit TNO werken we aan intelligente?tooling, die ondersteuning biedt bij het duiden en interpreteren van die data?binnen de juridische, privacy en ?forensische kaders. Dit noemen we media?mining. De afgelopen twee jaar hebben we in opdracht van de NCTV in?samenwerking met verschillende veiligheidsdiensten gewerkt aan een aantal?innovatieve tools.?Niet elke website is eenvoudig te analyseren, zoals Flash websites. De meeste zijn?zelfs niet doorzoekbaar met Google. Deze webtechnologie?n worden bewust ingezet om informatie te presenteren voor mensen, die onzichtbaar is voor computers. De conclusie leidde tot een slimme ?clickbot?, die als een mens door een website klikt en alle binnenkomende data afvangt. De ontwikkelde testsoftware verzamelt significant meer data dan standaard oplossingen. Diversiteit van mogelijke oplossingen is bereikt door een inspiratielunch, waar?verschillende diensten hun ervaringen konden delen. Daarnaast is een workshop georganiseerd door het Public Services Innovation Center (PSIC), waar studenten samen met domeinexperts hebben meegewerkt. Omdat de oplossing menselijk gedrag vertoont, blijkt het ontwikkelde?mechanisme ook geschikt voor andere toepassingen, bijvoorbeeld om honeypots te versterken.

Lees hier meer over deze projectresultaten:

Virtuele Muis

Naast tekst staat het internet vol met foto?s en video?s. Er zijn weinig tools, die de?potentie van dit beeldmateriaal benutten. Binnen het beeldmerkenproject zijn drie?ICT-diensten onderzocht aan de hand van het STOF-model. Dat model stelt dat een?ICT-dienst succesvol kan worden als de geboden dienst (Service) waardevol is, de Technologie werkt, de Organisatie van gebruikers en leveranciers op orde is en de Financi?n passend zijn. Dit verklaart, waarom verschillende projecten niet tot bruikbare tools hebben geleid, omdat veelal op ??n domein wordt gefocust. Drie diensten zijn uitgewerkt: locatieherkenning met?Twitter-foto?s, scannen van nieuwe YouTube video?s en het spotten van trends in ?beeldmateriaal. Conclusie: de operationele kosten zijn van die orde dat zij op nationale?schaal te realiseren moeten zijn.

Lees hier meer over deze projectresultaten:

Beeldmerkherkenning

Sinds 2011 werkt TNO als strategisch kennispartner?mee aan het iRN (Internet Research Network).?Het iRN levert diensten aan ongeveer 6000 gebruikers bij verschillende overheden?die toezicht-, opsporing- en handhavingstaken hebben op het internet. Van politie, Belastingdienst en DNB tot en met gemeenten. Binnen het iRN wordt een innovatieve?dienst ontwikkeld voor de ondersteuning van internetonderzoek: iColumbo. Kortom, innovatie is essentieel voor het iRN, en daarom is de samenwerking met TNO vruchtbaar. Het iRN biedt een landingsplaats en inspiratiebron voor innovatieve oplossingen, waarmee continu?teit ontstaat in de innovatieketen van wetenschappelijk onderzoek tot de nieuwste oplossingen voor?eindgebruikers. Wat maakt innovatie succesvol? Essentieel zijn: diversiteit en continu?teit. Diversiteit in mensen, expertises, organisaties, functies en processen. Diversiteit binnen het projectteam, maar ook in de contacten tussen het team en de dagelijkse praktijk om zoveel?mogelijk goede idee?n door te laten dringen en tunnelvisie te voorkomen. Diversiteit is?essentieel om de juiste oplossing te vinden. Continu?teit is vereist in het projectteam, de?doelstelling en vooral in de innovatieketen richting eindgebruikers. Dit betekent dat?innovatieve oplossingen een landingsplaats vereisen. Niets is frustrerender dan resultaten?boeken, die niet gebruikt worden. Continu?teit is essentieel, zodat een goede?oplossing ook waardevol kan worden.

veiligheidinnovatieEerder publiceerde TNO ook het?boek ?Veiligheid schreeuwt om innovatie? waarin TNO onder meer wil inspireren met visieontwikkeling, praktische handvatten, praktijkvoorbeelden en interviews. Verschillende experts van TNO en een aantal vooraanstaande en relevante partners uit het veiligheidsdomein hebben met veel enthousiasme een bijdrage geleverd, waaronder onze minister van Veiligheid en Justitie, Mr. I.W. Opstelten. Hij was bereid het voorwoord te schrijven. Om zichtbaar te maken dat wij met elkaar daadwerkelijke innovaties in de praktijk brengen, is in het boek een viertal voorbeelden opgenomen: The Hague Security Delta, Museumveiligheid, Twitcident en Beveiliging van de waterkant. De digitale versie van dit boek is hier te downloaden.

Bron: NCTV, magazine?Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing:

T – Terrorisme

De tijd dat terroristen volgelingen ronselden en ons bedreigden via cassettebandjes en videotapes ligt al lang achter ons. Tegenwoordig zitten ze op Twitter. Bijvoorbeeld om hun kant van de zaak te bepleiten, zoals in het geval van de Syrische burgeroorlog, of om jonge moslims in het Westen ertoe te bewegen de wapens op te nemen. Murad Batal al-Shishani, een onderzoeker van jihadbewegingen uit Londen, volgde enkele maanden lang hun Twitterfeeds: ?Op Twitter hebben ze meer mogelijkheden om hun propaganda te verspreiden. Ze kunnen zo ook de twijfelaars bereiken en proberen meer sympathisanten aan te trekken. (…) Ze gebruiken het voor operationele doeleinden of om onderling te communiceren.? In de VS heeft men wel degelijk geprobeerd het Twitteraccount van Al-Shahaab, de Somalische variant van Al-Qaida, lam te leggen. Pas in januari 2013 werd het account door Twitter opgeschort, toen de extremisten niet alleen hadden gedreigd met de dood van de gijzelaar en daar ook de aankondiging van diens dood plaatsten. Maar vermoedelijk zitten ze al lang weer op Twitter onder een andere naam.

CNN uitzending over social media en terrorisme: