Tagarchief: Monitoring

Future Crimes – Social Media bovenwereld

marc Goodman

We zetten de lijn van exponenti?le groei uit het vorige blog door, maar nu zoomen we in?op?de social media ontwikkelingen die Marc Goodman beschrijft in zijn nieuwe boek Future Crimes.

In 10 jaar tijd groeide het gebruik van Facebook van nul tot 1.3 milard mensen. Er zijn inmiddels op de planeet meer mobiele telefoons dan mensen en daarmee worden elke dag 350 miljoen foto’s naar Facebook geupload. De ‘Like’-knop wordt zo’n zes miljard keer per dag ingedrukt.?Tijdens de Arabische lente maakte een Google medewerker, Wael Ghonim, een Facebookpagina aan om aandacht te vragen voor de aanslag op een Egyptische activist. Binnen twee minuten had hij?300 ‘likes’ en na korte?tijd steunden 250.000 zijn oproep. Het doen van telefoontjes op de mobiel is volgens Brits onderzoek in ons dagelijks gebruik al?op de vijfde plaats gekomen: surfen op het web, social media, gamen en muziek staan op de eerste vier plekken!

Social Media Terms of Service (ToS)?

De groei van klanten voor social media aanbieders is fenomenaal. Maar over hoe deze partijen met hun klanten omgaan stelt Marc Goodman stevige vraagtekens. Bijvoorbeeld Google of Facebook komen met veel vreemde praktijken weg zo lijkt het, en het contract dat je als gebruiker met ze aangaat is op zijn minst asymmetrisch. Het antwoord van Google in een rechtszaak onder de hamer van?rechter Lucy Koh was letterlijk: “a person has no legitimate expectation of privacy in information he voluntarily turns over to third parties“. Met andere woorden: het versturen van een e-mail aan een Gmail gebruiker betekent dat Google mag doen met die data wat het wil. Neem ook Facebook die zich zou moeten houden aan de Children’s Online Privacy Protection Act,?een wet die bepaald dat er geen informatie van kinderen onder de dertien verzameld mag worden. Maar wie een beetje om zich heen kijkt op Facebook weet wel beter. Ook al zijn de regels dus beter, dan schiet de handhaving enorm tekort. Een treffende?quote uit het boek is dan ook: “Social media are the new public records“.

Marc wil zijn punt nog kracht bijzetten met wat cijfers.?De gemiddelde Amerikaan krijgt per jaar 1.462 gebruikersovereenkomsten?onder ogen, met gemiddeld 2.518 woorden per stuk. Als we die allemaal zouden moeten lezen, zou dat?76 volledige werkdagen?van ons leven kosten. Geen wonder dat de meeste mensen de Terms of Service (ToS) niet lezen.

Als voorbeeld schotelt Marc Goodman ons de user agreement?van LinkedIn even voor:

“You grant LinkedIn a nonexclusive, irrevocable, worldwide, perpetual, unlimited, assignable, sublicensable, fully paid up and royalty-free right to us to copy, prepare derivative works of, improve, distribute, publish, remove, retain, add, process, analyse, use and commercialize, in any way now known or in the future discovered, any information you provide, directly or indirectly to LinkedIn, including, but not limited to, any user generated content, ideas, concepts, techniques and/or data to the services, you submit to LinkedIn, without any further consent, notice and/or compensation to you or to any third parties. Any information you submit to us is at your own risk of loss.”

Daar kunt u het mee doen. Je kunt je data als eindgebruiker (of product) dus nooit meer terughalen, nooit een fout herstellen. Social Media partijen?kunnen je data in de meeste gevallen tot in lengte der dagen blijven gebruiken voor allerlei doeleinden. LinkedIn heeft zijn user agreement inmiddels iets aangepast, en maakte er na veel vragen zelfs onderstaand?filmpje over. Het filmpje doet overkomen alsof je zelf eigenaar bent (ben je in wettelijke zin ook), toch blijf?je onbeperkte toestemming (licenties) aan LinkedIn en derden geven over je persoonlijke gegevens?en zie die maar eens echt terug te halen. Dat is nu totaal nog?geen transparant proces, vandaar ook nieuwe Europese wetgeving?tav?het recht om vergeten te worden, maar ook de?interessante zaak die Max Schrems (na zijn eerdere ervaringen) nu samen met duizenden gebruikers?tegen?Facebook voert:

Om aan te tonen hoe belachelijk dit soort gebruikers overeenkomsten zijn, deed GameStation een experiment met een nog belachelijker statement:

“By placing an order via this GameStation Website on the first day of the fourth month of the year 2010 Anno Domini, you agree to grant us a non transferable option to claim, for now and for ever more, your immortal soul. Should we wish to exercise this option, you agree to surrender your immortal soul, and any claim you may have on it, within 5 (five) working days of receiving written notification from gamestation.co.uk or one of its duly authorisied minions.”?

7500 GameStation gebruikers verkochten op de dag van dit experiment hun ziel aan GameStation, terwijl ze er een product kochten. Terms of Service zijn echter geen geintje. Menige rechtszaak is door arme klanten verloren doordat de kleine lettertjes de social media partij -?of derden?- vrijwaarden van elke blaam. De privacy overeenkomst van Facebook verandert toch al elk half jaar en is inmiddels gegroeid van 1004 woorden (in 2005) tot 9300 woorden in 2014 (exclusief de links naar pagina’s met subvoorwaarden en overige condities). Facebook’s privacy overeenkomst is daarmee langer geworden dan de Amerikaanse grondwet! Toch spant Paypal de kroon met een gebruikersovereenkomst van 36.275 woorden… (langer dan Shakespeare’s Hamlet). Marc Goodman vergelijkt het wijzigen van deze voorwaarden met het (eenzijdig) wijzigen van de wetten, omdat deze datawetten bepalen wat ze met jouw data mogen doen en welke schamele rechten er dan voor jou overblijven.

En als je die gebruikersovereenkomst eenmaal gelezen hebt, ben je nog niet klaar. Op Facebook zijn maar liefst 170 privacy opties die je kunt instellen en tweaken, hoewel?de meeste mensen niet eens weten wat alles betekent. En al zou je uren besteden aan die instellingen, dan nog kan?een Facebook update van de Terms Of Service veel instellingen weer terugzetten op de?standaard instellingen; namelijk maximale openheid. Zo bepaalt je data dealer wat ze met jou kan doen. Jij bent immers allang verslaaft en zit vast?in hun web.

Ook Google heeft een vergaande terms of service overeenkomst. Als je bijvoorbeeld Google Docs of Google Drive gebruikt staat er?dat Google automatisch ook eigenaar wordt van die documenten. Lees maar:

“When you upload or otherwise submit content to our services, you give Google (and those we work with) a worldwide license to use, host, store, reproduce, modify, and create derivative works, such as those resulting from translations, adaptations or other changes and license to communicate, publish, publicly reform, publicly display and distribute such content.”

Het is maar goed?dat J.K. Rowling haar Harry Potter serie niet in Google Docs heeft geschreven! Anders waren haar wereldwijde rechten van het boek ook in handen van Google.

Jij bent het product

Gratis lijkt dus mooi, maar je betaald met je persoonsgegevens of je eigen content. Een treffende quote uit het boek is: “The most expensive things in life are free“. Dat is precies?waarom een gratis spelletje als Angry Birds?binnen korte tijd 9 miljard aan beurswaarde kan genereren. Apps zijn hele effectieve distributiesystemen voor persoonlijke gegevens aan adverteerders. Alleen al het downloaden van de Facebook app op een Android toestel (nog voor dat je je hebt aangemeld of de ToS hebt ondertekend) zorgt ervoor dat je mobiele telefoonnummer met Facebook is gedeeld. En de ‘Like’-knop (6 miljard clicks per dag)?werkt?net als internet cookies als een tracker die je gedrag ook op andere sites dan Facebook volgt. McAfee toonde aan dat 82% van de Android apps je internetverkeer volgen en maar liefst 80% je locatiegegevens doorgeven. Marc Goodman geeft voorbeeld na voorbeeld en verbaast zich over het feit dat deze markt zo ongereguleerd is. Hij vergelijkt het met de regulatie van nicotine (onze persoonsgegevens zijn de verslaving van big data brokers en adverteerders), en de grote waarschuwingen op sigarettenpakjes voor consumenten.

De 7 gouden W’s voor adverteerders

Hij haalt de 7 gouden W’s erbij (op een andere manier: ditmaal voor adverteerders) en stelt dat Google de strijd om de “Wat” vraag heeft gewonnen: zij weten “wat” mensen zoeken (Google Search die je zoekvraag zelfs aanvult omdat ze jou en anderen inmiddels al redelijk goed kennen). ?Facebook heeft nu de strijd gewonnen rondom de “Wie” vraag: het kent jou en je persoonlijke netwerk als geen ander. ?De “Waar” vraag is nu waar de strijd al een tijdje in is losgebarsten. Location based diensten (LBS) en bronnen via apps (oa ook Netflix), de smartphone en internetdingen maar ook infrastructuur (de Wifi bij de McDonald’s) zorgen voor veel nieuwe startups die hun drilboor al in de digitale goudmijn hebben gezet.

Voorbeelden van dergelijke nieuwe diensten zijn bijvoorbeeld dating apps als Tinder en Grindr, die miljoenen klanten op miljoenen locaties aan elkaar hebben verbonden. In 2012 lanceerde een Russische startup de app Girls Around Me?die gebruik maakte van Facebook en Foursquare check-ins. Als een digitale?radar kon je alle meisjes?in de buurt vinden en hun Facebook profielen checken. Met een druk op de knop kon je zien waar ze op school zaten, welke vakantie ze net hadden gehad en hun?voorkeuren (‘likes’) inzien. Met deze informatie zou je dus als wildvreemde op zo’n meisje af kunnen stappen en precies de juiste dingen kunnen zeggen. Handig, ook voor?mannen met minder fijne bedoelingen.

Een andere?datingapp?gaat nog verder. OkCupid?vraagt aanvullende gevoelige informatie, zoals hoeveel seksuele relaties je in het verleden hebt gehad, of je voor of juist tegen abortus bent, of je een vuurwapen hebt, of en hoe vaak je?alcohol of drugs gebruikt (legaal en ook illegaal). Allemaal om een zo goed mogelijke match voor je te vinden…

Social Media monitoring

leigh

Dat social media ook door andere partijen steeds beter in de gaten gehouden wordt, ontdekte Leigh Van Bryan toen hij vlak voor zijn reis vanuit Engeland naar de Verenigde Staten Twitterde:

destroy-america

Het woordje ‘destroy’?betekent onder zijn Britse vrienden iets anders dan wat DHS (Department of Homeland Security) ervan maakte. Toen hij op het vliegveld in Los Angeles aankwam werden hij en zijn 24 jarige reisgenote Emily Bunting door de bewapende douane in de boeien geslagen. Ze moesten 12 uur in een cel zitten met vermeende Mexicaanse drugsdealers. Hoewel ze hun Engelse slang nog probeerden uit?te leggen, mocht het niet baten en werd er door hun spullen gezocht, onder andere naar een schep. Een schep? Die schep zou te maken hebben met hun andere tweet die hun vakantieplannen weergaf en over ‘diggin’ Marylin Monroe up‘ ging (een verwijzing uit de serie Family Guy):

article-2093796-11859F7D000005DC-112_468x89

Na een nachtje in de cel werden ze op het vliegtuig per kerende?post naar Engeland teruggestuurd. Dag visas, dag vakantie…

Social media monitoring is allang niet?meer beperkt tot de DHS. In Amerika?zijn naast de inlichtingen ook de IRS (belastingdienst) en de immigratiedienst al in 2009 begonnen met social media monitoring programma’s. Onder andere om te zien wie er wel vaart bij uitkeringen en vermoedelijke fraudezaken. In dat jaar had telecomoperator Sprint een handig online politie portaal (website) gemaakt om de vele dataverzoeken?eenvoudiger af te handelen. Daarmee kon de politie zonder schriftelijk bevel alle telefoons van Sprint localiseren (‘pingen’). In dat jaar werd er 8 miljoen keer gebruik van gemaakt.?Ook scholen en overheden doen steeds vaker mee in het monitoren van social media data. UDiligence volgt social media accounts van studenten om ervoor te zorgen dat “de lokale atletiekclub niet door het gedrag van atleten in een slecht daglicht komt te staan”. Sommige scholen stellen het zelfs verplicht om de Facebook accounts met wachtwoord en al in te leveren. Ouders kunnen dan rustiger slapen.

Social data dealers

Marc Goodman constateert dat er maar weinig industrie?n zijn die hun klanten gebruikers noemen. Eigenlijk kent hij er maar twee: drugsdealers en de ICT industrie. Marc ziet veel overeenkomsten.

Want hoewel men schokkend reageerde op wat de NSA aan data verzamelde wil Marc ons ook wijzen op de echte datadealers. En dan bedoelt hij geen?hackers, maar gewoon de legale handel in persoonsgegevens. Neem bijvoorbeeld?Acxiom , die van meer dan 700 miljoen klanten gegevens verzamelde (van 96% van de Amerikaanse inwoners?hebben ze gegevens) en hiermee 50 triljoen data transacties per jaar verwerkt. Elk gebruikersprofiel bevat 1500 eigenschappen, zoals je ras, geslacht, telefoonnummer, type auto, opleidingsniveau, aantal kinderen, formaat huis, recente aankopen, leeftijd, gewicht, lengte, huwelijke status, politieke voorkeur, gezondheidstoestand, beroep, en of je links-of rechtshandig bent tot aan je?huisdieren. ‘Behavioural analysis’,?predictive targeting‘ en ‘premium proprietary behavioural?insights’ zijn de zaken?waar dit soort bedrijven dagelijks in handelen. Oftewel: ze proberen je door gedragsanalyse echt te begrijpen?en die kennis aan de hoogste bieder te verkopen. Want luiers?aanbieden aan een student heeft niet zoveel zin, maar brengt?veel geld in het laatje als je dat aan een zwangere huisvrouw aanbiedt.?Acxiom geeft je een unieke 13-cijferige code en stopt je in een van hun 70 clusters op basis van je gedrag en je sociodemografische eigenschappen. Sommige?data brokers houden ook gegevens bij over je medische toestand (bijv. AIDS of dementie) en?MEDbase200 verhandelde zelfs gegevens over slachtoffers van huiselijk geweld of verkrachtingen. OfficeMax stuurde een brief?naar een klant waarop?stond” Mike Seavy, dochter omgekomen in een auto-ongeluk”. Toen deze man (nog in rouw, want het feit klopte) het bedrijf om uitleg vroeg moest het bedrijf onder druk van NBC bekennen dat het het een foutje was. Die gegevens waren alleen?bedoeld voor derde partijen, niet voor klanten. Welke partij die gegevens kreeg wilde OfficeMax niet zeggen (bekijk het nieuwsitem).

Je?begint je misschien?af te vragen wat deze data brokers allemaal van je weten. Je komt het echter nooit te weten, daar heb je immers voor getekend in de gebruikersovereenkomst.?Er is nauwelijks?regulering van de markt van deze data dealers. Marc Goodman noemt het Kafkaiaans,?omdat het doet denken aan het?boek van Franz Kafka “Het proces” waarin een man veroordeeld wordt maar niet krijgt te horen wat er in het geheime dossier staat.?Deze?dataveillance maatschappij noemde voormalig vice-president Al Gore ook wel de “stalker economy” met verwijzingen naar diensten als SnapChat, die jongeren juist weer gebruiken om onder het toeziend oog van hun ouders weg te komen.

Van Big data wetenschap naar big data praktijk

Engelse onderzoekers bekeken de locaties van mobiele telefoongebruikers en kwamen erachter dat ze nauwkeurige voorspellingen konden doen: met twintig meter variatie voorspelden ze waar je de volgende dag (over 24 uur) zou zijn.

Het Gaydar onderzoek op Facebook gaf vervolgens goed weer dat je seksuele voorkeuren goed kunt voorspellen (78% betrouwbaar) op basis van je sociale netwerk. Bedenk daarbij wat dit betekent voor de 76 landen waar homoseksualiteit nog steeds onwettig is: Sudan. Iran, Yemen, Nigeria of Saudi Arabi? waar er zelfs de doodstraf op staat. Of denk aan Rusland die ook bekend staat om zijn homohaat, dat zichtbaar?via de?Russische Facebook variant?Vkontakte?gebeurt.

En een andere Facebook studie van 58.000 profielen?toonde aan dat je iemands IQ kan voorspellen, maar ook of ze emotioneel stabiel en misschien uit een gebroken gezin afkomstig waren. Predictive policing software maakt hier nu nog geen gebruik van, maar data brokers met?commerci?le doeleinden waarschijnlijk?al wel.

Zo zijn er al een aantal start-ups (zoals Lenddo) die je sociale netwerk informatie gebruiken om te bepalen of je kredietwaardig bent. Als je bevriend?bent met mensen die schulden hebben en je hebt er vaak contact mee verlies je punten. Want, zo zal men denken, als je vrienden op social media allemaal platzak zijn, zul jij niet veel beter zijn…

Big data bazen

Eric Schmidt (CEO van Google) heeft?zelf een van de beruchtste uitspraken gedaan: “If you have something that you don’t want anybody to know, maybe you shouldn’t be doing it in the first place” en kreeg bijval van Mark Zuckerberg die zeiprivacy is no longer the social norm” .

Zelfs Wolfgang Schmidt, destijds?hoofd van de Oost-Duitse inlichtingendienst?Stasi, reageerde op de onthullingen van Edward Snowden: “Dit zou onze droom geweest zijn”, en deed uit de doeken?dat?de Stasi destijds 40 telefoonlijnen tegelijk kon tappen en was verbaasd te horen dat de technologie het blijkbaar nu mogelijk maakt om alle telefoonlijnen en internet data tegelijkertijd en continu af te tappen.

Marc Goodman somt de problemen van de data brokers op en legt uit hoe gemakkelijk criminelen, maar ook bonafide partijen erbij kunnen, en stelt: “Als je niet de controle hebt over je eigen data, heb je niet de controle over je eigen levenslot.” In het volgende blog wordt nog duidelijker hoe social media informatie tot allerlei onveilige situaties leiden, en ronden we af met wat je er volgens Marc Goodman tegen kunt doen.

Laten we dit blogje eindigen met een onthullende parodie die goed weergeeft in wat voor gekke wereld we nu leven “CIA owns Facebook”:

 

Social media kunnen veiligheid brengen

Veel organisaties staan voor de uitdaging om de enorme hoeveelheid informatie op social media tijdens evenementen of incidenten te filteren. Social media hebben de kracht om informatie snel te verspreiden. Deze informatie kan prima gebruikt worden, want met name tijdens incidenten gaat dat ultiem snel.

TwitcidentTwitcident is een social media intelligence platform dat ontworpen is om informatie op social media te filteren en waarschuwingen af te geven?en?incidenten te managen. Het probeert als het ware de menselijke zintuigen op social media om te zetten in nuttige informatie voor veiligheid en andere maatregelingen voor de openbare orde. Taalgebruik op social media verschilt met het taalgebruik van organisaties. Twitcident probeert de juiste informatie hier uit te halen, ze doen doen dit samen met een aantal onderzoekers van TNO en TU Delft. Uit de socialmedia-inhoud proberen we bruikbare inzichten te filteren, zegt Richard Stronkman oprichter van?Twitcident. Inzichten die relevant zijn voor de dagelijkse operatie en veiligheid tijdens grote incidenten.

Bij grote evenementen kunnen nu tienduizenden twitterberichten worden gefilterd en teruggebracht tot een bruikbaar aantal, waarmee de politie de veiligheidssituatie in de gaten kan houden. De ontwikkeling begon in 2011 toen Pukkelpop werd getroffen door noodweer en er doden vielen. ?Hadden we dat niet via social media zien aankomen??, vroeg Stronkman zich af. ?Zaten er signalen in de socialmediastroom die we hadden kunnen oppakken?? Een inhoudelijke analyse destijds, liet zien dat men wel over het weer praatte. Op verschillende locaties. Ook liet analyse zien dat de intensiteit op bepaalde locaties in korte tijd toenam. Onder andere in de omgeving van Pukkelpop. ?Als we toentertijd al alle socialmediadata hadden geanalyseerd, zoals we dat nu kunnen, had de organisatie van Pukkelpop waarschijnlijk niet het advies gegeven om iedereen in tenten te laten schuilen, maar hadden we de aanpak van afgelopen Pinkpop gehanteerd en mensen op het veld laten zitten.?

Een ander voorbeeld uit het pre-Twitcident-tijdperk is het befaamde?Project X ?incident uit het Groningse Haren. In alle chaos werd er getwitterd dat er een meisje was doodgedrukt. Dit werd in no time als nieuwsfeit geretweet. Voordat men het wist, domineerde het bericht een tijd lang het socialmediaverkeer, waardoor het gerucht een eigen leven ging leiden. Met de attentiewaarde van het onjuiste bericht ging de aandacht niet uit naar andere signalen op social media die relevant waren om de veiligheid in Haren weer enigszins terug te brengen.

Begin?2012 is er?onderzoek?gedaan?naar het gebruik van sociale media in het veiligheidsdomein. Hieruit bleek dat het veiligheidsdomein sociale media vooral inzet om informatie te geven over het werk, de organisatie en bij incidenten en calamiteiten. Het begint met luisteren.?In een onderzoek onder alumni Master Crisis and Disaster management en Master Crisis and Publicorder Management en onder deelnemers aan de opleiding Informatiemanager in de crisisbeheersingskolom zijn opvallend grote verschillen te zien qua gebruik van sociale media. Als het gaat over het gebruik van sociale media binnen de werkzaamheden, dan worden deze vooral als informatiebron benut. Wat opviel is dat het overgrote deel niet effici?nt luisterde op sociale media. In Enschede bij Serious Request is daarna veel ervaring met filtering en luisteren naar berichten opgedaan.

Op 30 april 2013 tijdens de troonswisseling in Amsterdam verwerkte Twitcident een half miljoen socialmediaberichten per uur. Hoe ga je daar de relevante berichten uithalen als het gaat om veiligheid? Niet alle berichten zijn belangrijk. Door een geavanceerd algoritme op alle socialmediaberichten, gecombineerd met gps-informatie van politie in de stad, kon de politie in de crowd control-kamer precies zien waar mensen nog normaal door de straten konden lopen en waar niet meer. ?Zo konden we de veiligheid en doorstroom goed beheersen.?

TwitterHet is moeilijk te zeggen wanneer iets op social media opeens duidt op een incident. E?n tweet van iemand met ?Ik sta in Den Haag en zie vuurwerk? is niet interessant, 10 mensen die tweeten ?Ik sta in Den Haag en zie vuurwerk? mogelijk wel. De algoritmes van Twitcident zijn complex. De kunst zit hem in het filteren van alle ruis. Een tweet met #Brand kan gaan over ?vuur?, maar ook over ?bier?. Het gaat om het observeren van een periode en de hoeveelheid socialmediaberichten op basis van locatie en mogelijke risico?s. De kunst zit in zo snel mogelijk bij het oorspronkelijke bericht te komen, zodat je kunt ingrijpen.

Een voorbeeld waar Twitcedent zijn ook meerwaarde toonde, was tijdens het Rotterdamse carnaval. Er was sensatie. Iemand had getwitterd dat er een man rondliep op het Beursplein met messen. Door het vroeg detecteren van de tweets en retweets, kon de politie ter plaatse een seintje krijgen. Die ging vervolgens een kijkje nemen en maakte een foto van het plein waar de man met messen zogenaamd stond. Dus niet. Deze foto werd direct geplaatst en het gerucht was met dezelfde snelheid weer weg.

Social media monitoring wordt inmiddels veelvuldig ingezet, ook bijvoorbeeld dit jaar in de Innovation Room van de Nuclair Security Summit. Twitcident zorgt er ook voor de partners binnen de Veiligheidsregio Groningen binnen enkele minuten ge?nformeerd worden over een gevoelde aardbeving in de regio. Het systeem zoekt naar tweets van mensen die een beving melden en stuurt vervolgens een mail en sms naar de aangesloten personen en de meldkamer. Vervolgens blijft het systeem tweets verzamelen om snel een beeld te kunnen vormen van de ernst van de situatie. Door de snelle alertering kunnen betrokken hulpverleningspartijen gebruiken voor snelle beeldvorming. In het verleden waren ze voor de alertering in eerste instantie afhankelijk van het KNMI die pas na een aantal uren kan aangeven dat er een aardbeving is geweest en hoe zwaar deze was.

Bron: Securityfacts

App: Samaritans Radar

radar3

De Britse hulporganisatie voor su?cidale mensen Samaritans heeft een app ontwikkeld die tweets analyseert op mogelijke su?cidale gedachten. Wie de app installeert, krijgt bericht als een van de mensen die zij volgen, zo?n bericht plaatst.

De mentale gezondheidsproblemen van de Britse jeugd is zorgelijk, en social media wordt aangewezen als facilitator. Zelfmoord is doodsoorzaak?nummer 1 onder mannen tot 35 jaar. Naar schatting hebben bijna 10% van de jongeren tussen 5 en 16 erkende?mentale gezondheidsproblemen.

De app komt in actie als tweets woorden als depressed, help me, hate myself en dergelijke bevatten. Het is daarna aan de persoon die de app geinstalleerd heeft, om te beoordelen of de twitteraar inderdaad su?cidaal is en om actie te ondernemen. Volgens de makers is de app nog niet in staat om de betekenis van een tweet voor honderd procent te vangen. ?Sarcasme is lastig in algoritmes te vangen, door de feedback van gebruikers hopen we de dienstverlening te verbeteren?. Samaritans belooft verder discretie. ?De personen die je volgt op Twitter weten niet dat hun volgers zich hebben aangemeld voor de app?.

radar2

Er zijn wel zorgen over inbreuk op de privacy

Bronnen: Copsincyberspace, The Guardian, SamaritansRadar

Kunnen social media ons in veiligheid brengen?

NSS2014_main_534_267_s_c1_smart_scale (1)

Door: ? 02 juli 2014 ?@DeboraLaaf

Wat komt er kijken bij de online communicatie van een groot evenement? Hoe kan Twitter je helpen bij het managen van een crisis en onze veiligheid? Zomaar even twee vragen die de revue passeerden tijdens de afgelopen social media club Den Haag (SMC070)-avond. Een kijkje in de online socialmediakeuken van grote events en andere spectaculaire gebeurtenissen. Een uitgebreid verslag.

Nuclear Security Summit

2 dagen. 4 organisaties. 53 landen. 58 wereldleiders. 2000 medewerkers. 3000 journalisten. 5000 delegaties. 1 onderwerp: nucleaire veiligheid.

Het duizelt cijfers als Tanja Jans met haar presentatie?begint over het grootste evenement dat Nederland dit jaar organiseerde: de Nuclear Security Summit 2014. In een duizelingwekkende snelheid leidt ze de bezoekers van de smc070-avond enthousiast langs alle online communicatie tijdens deze wereldtop, afgelopen maart.

Gefaseerde aanpak
Zo?n groots evenement kan natuurlijk niet zonder plan. Tanja vertelt hoe de communicatie systematisch vanuit vier fases is ingericht.

Deze aanpak was de leidraad voor alle online communicatiemiddelen die tijdens de Top zijn ingezet.
?Website?kan natuurlijk niet down gaan?
De website kende ook verschillende fases.

  1. Een fase voorafgaand aan het event. De website werd, naarmate het event dichterbij kwam, uitgebreid. Tijdens deze fase was de site vooral bedoeld om informatie te geven over wat de summit inhield. Bezoekers die kwamen voor bijvoorbeeld informatie over de mogelijke consequenties voor omwonenden, werden omgeleid naar de site van de gemeente Den Haag. De drie kernboodschappen van de NSS waren altijd op de homepage zichtbaar. Te weten: 1)?het verminderen van gevaarlijk nucleair materiaal in de wereld, 2) het verbeteren van de veiligheid van alle nucleaire materialen en radioactieve bronnen en 3) het verbeteren van de internationale samenwerking. Tanja: “We hebben heel bewust gekozen voor een drieslag. En niet een vierslag. Dit omdat je een drieslag beter kunt onthouden en oplepelen. Juist doordat iedereen de drie boodschappen kan dromen, is de communicatie heel consistent en wordt die letterlijk overgenomen.”
  2. In de fase tijdens de NSS was de website vooral gericht op de vraag: wat gebeurt er nu eigenlijk? Levendige content met een?livestream maakte dat mensen een beeld kregen van wat er allemaal gebeurde.
  3. De derde fase is die na het evenement en?de huidige site zoals je die nu nog kunt vinden. Deze fase is bedoeld als archief tot dat er een nieuwe summit in 2016 gehouden is.

De uitdaging bij het opzetten van de site was vooral de beveiliging. De site van zo?n wereldtop, met zo?n onderwerp, kan natuurlijk niet ?down? gaan. “Dat was soms wel wringen”, vertelt Tanja. “Want collega?s van ?cyber security?zeggen: ‘Alles wat online is, kun je hacken’. Dus zij gaan uit van de meest haalbare beveiliging. Maar dat is niet altijd het meest werkbare. Je kunt wel een site bouwen, maar daarmee staat die nog niet. Je moet informatie via het CMS-systeem kunnen toevoegen.”

App voor deelnemers en journalisten
Naast de website wilde de organisatie ook de deelnemers zo goed mogelijk informeren, zowel de delegaties als de journalisten. Daarom ontwikkelden ze een app die als het ware fungeerde als een realtime digitaal programmaboekje. Met push-berichten, een smoelenboek en perspools werden deelnemers en journalisten op de hoogte gehouden.

Tanja: “Los van dat het een innovatieve en duurzame manier was, had het ook nog een ander bijkomstig voordeel. Je was altijd up-to-date. Als er een delegatie gewijzigd werd, konden we dat realtime aanpassen en?hoefden we niet duizend programmaboekjes door de shredder te vernietigen.”

Joli(n)ge tweet
Voorafgaand en tijdens de wereldtop werd Twitter ingezet. Daarbij was de Engelse taal het uitgangspunt, maar werden er ook Nederlandse berichten geplaatst. Veelal met een link naar meer informatie of een foto.

Twitter was voornamelijk het kanaal waarop inhoudelijk met stakeholders werd gecommuniceerd. Tenminste, dat was het streven van Tanja en de organisatie. De meest gelezen NSS2014-tweet bleek echter alles behalve inhoudelijk te zijn:

De organisatie heeft bewust geen promoted tweets ingezet. Het is vooral een kanaal geweest dat op inhoud volgers trok. Uiteindelijk is de wereldtop door 13,5 duizend volgers op Twitter gevolgd.

De belangrijkste uitdaging was de snelheid waarmee het twitterkanaal werd ingezet. Door de inhoudelijkheid was afstemming noodzakelijk. “In het begin moest er nog wat snelheid in afstemming ontwikkeld worden. Directe afstemmingslijntjes hielpen daarbij uiteindelijk heel goed.”
Paardenstaartjes in NSS-kleuren op Facebook waren op het randje
Naast Twitter heeft de organisatie van de NSS2014 ook Facebook ingezet. Dit kanaal had ? anders dan Twitter ? een minder inhoudelijke component. De Facebook-pagina was meer gericht op de organisatie achter de wereldtop. Zeg maar: behind the scenes. Bedoeld om vooral de organisatie een gezicht te geven en zo draagvlak te cre?ren onder de Nederlandse bevolking.

Ook dit was inhoudelijk nog best wel zoeken. Want?wat is leuk als informatie ?behind the scenes? en wat niet? “Zo plaatste ik een foto van mijn collega die met paardenstaartjes in NSS-kleuren op kantoor kwam op Facebook. Ik vond dat leuk om te laten zien”, aldus Tanja. “Maar een andere communicatiepartner had daar toch andere gedachten bij. Dat is een spel waar je elkaar zoekt en vindt en uiteindelijk wel uitkomt.”

Op Facebook was alle content Nederlandstalig en laagdrempelig. Wat komt er allemaal kijken bij zo?n wereldtop, die vraag?stond centraal. 80 procent van alle posts op Facebook bevatte dan ook een foto of een video. “Vanaf maart hebben we wel geadverteerd. Dit omdat je bij Facebook een eerste basis van vrienden moet hebben om het daarna door likes en comments organisch te laten groeien.” aldus Jans. “Dit had wel als nadeel dat we meer negatieve reacties kregen.”

Hier had de organisatie een strakke aanpak voor. Negatieve geluiden mogen geplaatst worden, maar niet honderd keer dezelfde. Tanja: “Zodra er meerdere negatieve reacties kwamen van dezelfde persoon met hetzelfde bericht, heb ik een e-mail gestuurd en alle dubbele posts weggehaald. Over het algemeen werkte dit goed. Een keer bleven er negatieve reacties komen van een en dezelfde persoon. Daar zei ik op een gegeven moment tegen: ‘Joh, zullen we even bellen?’ Na het telefoongesprek was het over.?

Ronkende filmpjes en schattige statements
Video werd ook veelvuldig ingezet. Het kende eigenlijk drie inhoudelijke aspecten van de summit. De uitlegvideo?s, de informatievideo?s en de statementvideo?s van de delegaties.

Dat laatste was vooral bedoeld om de top zelf zo interactief mogelijk te houden. Normaal wordt zo?n summit vooral in beslag genomen door het voorlezen van verschillende statements van alle deelnemende wereldleiders. De summit moest vooral interactief worden. Praten over het voorkomen van nucleaire aanvallen. Door de statements vooraf door de delegaties te laten opsturen, was daar meer ruimte voor. Per land is daar verschillend op gereageerd. De Amerikanen maakten (natuurlijk) een ronkend filmpje, terwijl bijvoorbeeld Nigeria het heel braaf hield bij het voorlezen van het statement op camera.

De Amerikaanse statement-video?

Beeld
Naast video werd er ook veel beeld ingezet. De organisatie richtte een speciale NSS2014Flickr-pagina?in waarop alle foto?s rechtenvrij ? en soms ook in hoge resolutie ? zichtbaar waren. Ook?werd deze ge?mbed?in de site.


Samenwerking en voorbereiding
Al met al was het een enorm project. Waarbij onderlinge samenwerking tussen de NSS2014-organisatie, RVD, Rijksoverheid en de gemeente Den Haag cruciaal was. In die samenwerking is vooraf maanden ge?nvesteerd. Die investering betaalde zich tijdens het event uit in een soepel lopende communicatie.

Daarnaast was de cruciale factor voorbereiding, voorbereiding en nog eens voorbereiding. Met een gedetailleerd draaiboek is de wereldtop op social media geleid, wat er onder andere voor zorgde dat de wereldtop top was.

Twitcident: sociale veiligheid met social media
Waar Tanja vooral inging op de communicatie bij een groot event, zoals de NSS2014, ging?Richard Stronkman van Twitcident vooral in op de monitoring van social media tijdens events of incidenten.?Zijn verhaal begint met een filmpje.

Social media hebben de kracht om informatie snel te verspreiden. Zover ‘geen nieuws’.?Met name tijdens incidenten gaat dat ultiem snel. Ook dat is ‘geen nieuws’.

Twitcident is een social media intelligence platform dat ontworpen is om informatie op social media te filteren en waarschuwingen af te geven. En zo incidenten te managen. Het probeert als het ware de ?human senses? van alles en iedereen op social media om te zetten in nuttige informatie voor veiligheid en andere maatregelingen voor de openbare orde. Oftewel: ‘geen nieuws’ weet Twitcident te scheiden van ‘echt nieuws’.

Veel organisaties staan voor de uitdaging om de enorme hoeveelheid informatie op social media tijdens evenementen of incidenten te filteren. Daarnaast verschilt het taalgebruik op social media met het taalgebruik van organisaties. Twitcident probeert dat probleem op te lossen. Dat doen ze samen met een aantal onderzoekers van TNO en TU Delft.

“We werken als het ware als een olieraffinaderij. Enerzijds gaat er heel veel socialmedia-inhoud in de socialmediaraffinaderij en daar proberen we er ?actionable insights? uit te krijgen. Inzichten die relevant zijn voor de dagelijkse operatie en veiligheid tijdens grote incidenten”, aldus Richard.

Langs allerlei aansprekende voorbeelden licht Richard Stronkman Twitcident toe. Hij begint bij voorbeelden uit de tijd dat Twitident nog niet bestond.

Events uit het pre-Twitcedent-tijdperk
Het begon allemaal in 2011 toen Pukkelpop werd getroffen door noodweer en er doden vielen. “Hadden we dat niet via social media zien aankomen?”, vroeg Stronkman zich af. “Zaten er signalen in de socialmediastroom die we hadden kunnen oppakken?”

Een inhoudelijke analyse liet zien dat men wel over het weer praatte. Op verschillende locaties. Ook liet analyse zien dat de intensiteit op bepaalde locaties in korte tijd toenam. Onder andere in de omgeving van Pukkelpop. De oprichter van Twitcedent: “Als we toentertijd al alle socialmediadata hadden geanalyseerd, zoals we dat nu kunnen, had de organisatie van Pukkelpop waarschijnlijk niet het advies gegeven om iedereen in tenten te laten schuilen, maar hadden we de aanpak van afgelopen Pinkpop gehanteerd en mensen op het veld laten zitten.”

Een ander voorbeeld uit het pre-Twitcident-tijdperk is het befaamde incident uit het Groningse?Haren,?Project X. In alle chaos werd er getwitterd dat er een meisje was doodgedrukt. Dit werd in no time als nieuwsfeit geretweet. Voordat men het wist, domineerde de ? achteraf bezien niet serieuze tweet ? een tijd lang het socialmediaverkeer, waardoor het gerucht een eigen leven ging leiden en de aandacht niet uitging naar andere signalen op social media die relevant waren om de veiligheid in Haren weer enigszins terug te brengen.

Troonswisseling
30 april 2013. Een half miljoen socialmediaberichten per uur. Hoe ga je daar de relevante berichten uithalen als het gaat om veiligheid?

Tijdens de Troonswisseling is er wel gebruikgemaakt van Twitcident.?Niet alle berichten zijn belangrijk. Door een geavanceerd algoritme op alle socialmediaberichten, gecombineerd met gps-informatie van politie in de stad, kon de politie in de crowd control-kamer precies zien waar mensen nog normaal door de straten konden lopen en waar niet meer. “Zo konden we de veiligheid en doorstroom goed beheersen.”

Het is moeilijk te zeggen wanneer iets op social media opeens duidt op een incident. E?n tweet van iemand met?”Ik sta in Den Haag en zie vuurwerk” is niet interessant,?10 mensen die tweeten “Ik sta in Den Haag en zie vuurwerk”?mogelijk wel.

De socialmediaraffinaderij van Twitcident is heel complex. De kunst zit hem in het filteren van alle ruis. Een tweet met #Brand kan gaan over ?vuur?, maar ook over ?bier?. Het gaat om het observeren van een periode en de hoeveelheid socialmediaberichten op basis van locatie en mogelijke risico?s. De kunst zit in zo snel mogelijk bij het oorspronkelijke bericht te komen, zodat je kunt ingrijpen.

Rotterdams carnaval bleef een feest
Een voorbeeld waar Twitcident zijn ook meerwaarde toonde, was tijdens het Rotterdamse carnaval. Er was sensatie. Iemand had getwitterd dat er een man rondliep op het Beursplein met messen. Door het vroeg detecteren van de tweets en retweets, kon de politie ter plaatse een seintje krijgen. Die ging vervolgens een kijkje nemen en maakte een foto van het plein waar de man met messen zogenaamd stond. Dus niet. Deze foto werd direct geplaatst en het gerucht was met dezelfde snelheid weer weg.

Toch een veilig idee dat social media ons in veiligheid kunnen brengen ? Niet?!

Ik merk dat het een lang verhaal is geworden. Top dat je dit dan ook nog leest. Maar met z??n boeiende @smc070-avond wilde ik jullie zo min mogelijk onthouden. Tot een volgende keer!

Bronnen: Marketing Facts

Wat kan de politie leren van social media gebruik bij NS en Prorail?

ns_treinEen tijd geleden stond er een interessant artikel in Trouw over de wijze waarop de Nederlandse Spoorwegen Twitter inzetten. De titel van het artikel luidde: ‘Mensen zijn milder over NS nu we twitteren’. Journalist Dorien Pels schreef over hoe de spoorwegen reageren en helpen via online@ns_online. Deze werkwijze zou de Nederlandse Politie ook toe kunnen passen bij ernstige gebeurtenissen. Ik schreef al eerder over de urgentie van community management. Deze blog is een integrale weergave van het artikel aangevuld met achtergrondmateriaal.

NS en social media

Anoniem de NS afzeiken kan niet meer, want de NS praten terug. En wel via Twitter. Gerjan Vasse (34) houdt zich bij het bedrijf voltijds bezig met hoe de NS op internet besproken worden. Vasse beschikt over engelengeduld. Zijn tweets zijn allemaal even aardig van toon. ,,Sommige mensen sturen iedere dag een paar tweets, berichtjes, die krijgen bijna allemaal een reactie.” Vaak verwijst hij twitteraars door naar een reisplanner op internet, of naar de klantenservice. Soms ook kan hij niet meer dan de twitteraar moed inspreken als diegene in een kapotte trein blijkt te zitten en te laat komt.

Maart vorig jaar begon de NS met twitteren onder de naam NS_online. Afgelopen september had NS_online 4.000 volgers, nu zijn er 14.000 mensen die dagelijks de korte berichtjes van maximaal 140 tekens die Vasse schrijft volgen. Op hun beurt stellen zij allemaal Vasse op de hoogte van hun kleine en grote ongemakken op het spoor. ,,Met name rond de grote verstoringen deze winter kregen we veel meer volgers. Je zag daar wat het medium Twitter kan betekenen. Mensen regelden via Twitter bijvoorbeeld een lift met iemand met de auto als hun trein was uitgevallen.”

Het is volgens Vasse nog niet mogelijk om de meerwaarde van dit nieuwe sociale medium uit te drukken in geld. Maar hij heeft NS-directeur Bert Meerstadt al wel weten te overtuigen van het nut: Vasse krijgt twee nieuwe collega’s. Steeds meer bedrijven proberen zich via Twitter te profileren. Iedereen probeert nu van alles uit, ziet Vasse. ,,De KLM bijvoorbeeld is sinds de aswolk heel actief op Facebook voor persoonlijk contact met hun klanten.”

,,We schijnen in Nederland kampioen mopperen te zijn op Twitter. En dan zijn de NS natuurlijk een dankbaar onderwerp. De NS zijn een beetje als het Nederlands elftal; iedereen heeft een mening over ons.” Dat NS nu ook terugpraten, verzacht de toon, ziet Vasse. ,,Je praat toch anders als je weet dat diegene over wie je het hebt mee luistert.”

Wie een treincoup? binnenloopt dezer dagen, ziet veel mensen bezig met het tikken van berichtjes op hun mobiele telefoon of bijvoorbeeld een iPad. ,,Wij zijn dagelijks ’trending topic’, dat wil zeggen: het meest besproken onderwerp op Twitter. Samen overigens met het onderwerp ‘koffie’. Ongelooflijk veel mensen melden dat ze ‘even lekker koffie gaan drinken’.”

Vasse probeert alle berichten waar het woord #NS in voorkomt dagelijks te volgen. Tachtig procent bestaat uit mededelingen van huishoudelijke aard: mensen die hun eigen volgers laten weten waar ze zijn en hoe laat ze aankomen. Maar twintig procent bestaat uit nuttige informatie waarmee de NS de dienstverlening kunnen verbeteren. Vasse zorgt dat de informatie bij de juiste afdeling terecht komt. Vasse: ,,Als ik een tweet van een conducteur zie over dat ergens een stationskap lekt, dan stuur ik even een e-mailtje dat hij dat beter intern kan melden dan aan de grote klok hangen.”

Enkele tweets:
Waarom werkt #WiFi niet in treinstel 4034 @ns_online
Hulde aan de #NS ik werd gebeld door de medewerkster die mijn laptop heeft gevonden
Waarom heeft @ns_online 5 weken nodig om mijn jaartrajectkaart gereed te maken? Moet spoor nog aangelegd worden voor traject DH HS – Utr?
@ns_online Is 9162 toevallig planmatig met slechts 1 treinstel ingepland? Het is echt veels te krap. 2 treinstellen is wel bittere noodzaak
Wat is de voorkant van het station als voor- en achterzijde identiek aan elkaar zijn? 🙂 #durftevragen #interessant @ns_online @ProRail

Prorail en social media monitoring

Door continu te innoveren probeert Prorail het spoor de meest aantrekkelijke vervoersvorm van Nederland te maken. Met nieuwe oplossingen maakt zij het spoor duurzamer, beter toegankelijk, kosteneffici?nter en biedt ze meer comfort.

Weerkaart

Ook het weerbureau van ProRail blijft innoveren en houdt het weer nu ook op Twitter in de gaten. Social media geven namelijk een mooi inzicht in hoe het weer daadwerkelijk ervaren wordt. Sneeuwt het nu bijvoorbeeld echt zo hard als voorspeld? Of is het heftiger dan verwacht? Het weerbureau monitort deze ervaringen aan de hand van tweets ?n bijgevoegde foto?s. Erg relevante informatie voor de spoororganisaties.

Signalering van twitterberichten op de kaart van Nederland

Vaak zijn gebeurtenissen sneller bekend via Twitter dan op een andere manier. Zo ook bij sneeuw. Heel Nederland blijkt dan opgewonden in 140 tekens de sneeuwval te willen delen met hun volgers. Handig voor ProRail, want zo weten we meer over het actuele weerbeeld op locatie. Aan de hand van de informatie kunnen we bijvoorbeeld besluiten om storingsploegen naar een bepaalde locatie te sturen.

Twitcident

Het systeem ?Twitcident? van TNO en TU Delft helpt ons bij de signalering van deze twitterberichten. Op het moment dat er zoals nu gesproken wordt over sneeuw in combinatie met een locatie, bijvoorbeeld Amsterdam, dan verschijnt daar in de kaart van Nederland een ?sneeuw-weericoontje?. Klikkend op dit icoontje kom je bij alle tweets, met daarbij alle relevante foto?s. De politie en brandweer maken er al langer gebruik van. Nu gebruikt dus ook Prorail de informatie van Twitter om dienstverlening te optimaliseren.

Aanvulling voor deweermannen

Het weer voorspellen in samenwerking met Meteoconsult en het KNMI is natuurlijk de? allerbelangrijkste taak van het weerbureau, maar met de kennis over hoe mensen het weer ervaren kan het weerbureau veel aanvullende inzichten verkrijgen. Met de Twitter-analyses zien ze bijvoorbeeld of de verwachte weersvoorspellingen wel kloppen met het beeld dat mensen daadwerkelijk buiten hebben. Mocht er meer sneeuw lijken te vallen dan verwacht, dan kan het weerbureau daar tijdig op inspelen met hun adviezen. Zo helpt Twitcident onze weermannen om hun taken nog beter uit te kunnen voeren.

Monitoring burgermeldingen vergroot veiligheid bij evenementen

TNO doet voor verschillende opdrachtgevers onderzoek naar zowel technologische als sociale innovatie en kijkt vanuit verschillende projecten naar de mogelijkheden van sociale media. Afgelopen jaar deed TNO onderzoek naar het vroegtijdig signaleren van mogelijke incidenten.

In het kader van dit onderzoek werd een instrument ontwikkeld waarmee berichtgeving op Twitter wordt gefilterd en geanalyseerd zodat actuele en betrouwbare informatie overblijft. Hiermee kunnen hulpverleners uit de voeten.

Een aantal hulpdiensten maakt al gebruik van het ontwikkelde instrument. Zo gebruiken de hulpdiensten in de Veiligheidsregio Twente het instrument om tijdens Serious Request 2012 de grote publieke toeloop in het centrum van Enschede in goede banen te leiden.

Eerder?publiceerde TNO?een Visie op Sociale Media in de Openbare Orde en Veiligheid.

Pukkelpop storm 2011

pukkelpop2011

De editie van?2011?startte op?18 augustus?met hoge temperaturen en veel zon, maar dit weer sloeg in de avond om.

Vanaf zes uur ’s avonds werd het festivalterrein geteisterd door?noodweer, waarbij meerdere doden vielen en rond 140 gewonden.

pukkelpop2

Over het aantal doden bestond in eerste instantie onduidelijkheid, er was sprake van drie en later van vijf doden, maar uiteindelijk werd dat aantal bijgesteld naar vier. Onder de gewonden waren zes Nederlanders.?Na deze gebeurtenis heeft de organisatie besloten het festival voor de rest van het weekend stop te zetten.?Een van de gewonden overleed bijna een week na het drama in het ziekenhuis waarmee het totaal aantal doden op vijf kwam.?Het was een tijd onduidelijk of er een volgende editie kwam, maar op 13 november 2011 is het bekendgemaakt dat het festival zal blijven doorgaan. Lees een uitgebreidere reconstructie van Humo.

Bronnen: NRC, Wikipedia, BNR, De Standaard

Bekijk hieronder de tijdslijn van gebeurtenissen zoals die vanuit het social media domein werden gerapporteerd en lees de stukken met onze social media analyses van Pukkelpop.

[slideshare id=65151374&doc=hetdramatijdenspukkelpop2011-uitdenieuwepolitievanstevendesmet-160819070111&type=d]

Resultaten onderzoek naar monitoren en toepassen social media tbv handhaving en opsporing

Hierbij koppelen we graag de resultaten terug van de?enqu?te?op politie 2.0 die in de zomermaanden van 2011 werd afgenomen. Het vormt onderdeel van meerdere initiatieven op het gebied van handhaving en opsporing die TNO uitvoert in samenwerking met diverse korpsen en de Politieacademie waarin gekeken wordt naar (het monitoren en inzetten van) social media. Hierbij bedanken we alle politie 2.0 bezoekers die hebben deelgenomen, wensen we iedereen leesplezier en zijn we uiteraard benieuwd naar jullie reacties op de uitkomst!

Hieronder?de samenvatting, de volledige resultaten zijn?hier?te downloaden


Doelstelling van het onderzoek
Het in kaart brengen van het huidige gebruik en de dilemma’s van social media voor veiligheidsorganisaties. De enqu?te resultaten zijn onderdeel van de input die verzameld wordt voor een toekomstvisie en nieuwe en concrete toepassingen van social media in de praktijk.

Deelnemersveld
De resultaten van deze enqu?te komen uit een brede vertegenwoordiging van veiligheidsorganisaties (in totaal meer dan 30 organisaties of onderdelen), waaronder 18 van de 25 politie korpsen, de Koninklijke Marechaussee,? politieacademie, diverse ministeries en zelfs tot over de grens: korps Politie Sint Maarten en de federale politie Belgi?. De resultaten moeten in het licht gezien worden van het deelnemersveld en het feit dat deze deelnemers (zeer) veel affiniteit hebben met social media, wat in lijn der verwachting was bij het publiek dat op politie 2.0 actief is.

Succesvolle inzet van social media en onbenutte kansen
De grootste kansen voor social media worden gezien in de opsporing, waarna handhaving en intake en noodhulp volgen. Andere belangrijke toepassingsgebieden zijn preventie, grootschalig optreden bij evenementen of incidenten, werving en imago verbetering. ?Er worden nu al veel kansen benut t.a.v. het netwerken, uitwisselen van informatie/kennis met deskundigen en (steeds meer) met burgers. Dit is goed voor de zichtbaarheid en onderling begrip. Bij de interactie met de laatste groep liggen vooral kansen in het samenwerken (dichten van de kloof) middels nieuwe werkwijzen als co-creatie en/of crowdsourcing om de ogen en oren van de massa, maar ook wat er tussen de oren zit, te benutten bij het oplossen van zaken of in de openbare orde.

Belemmeringen en bedreigingen die optimale inzet social media vandaag en voor de toekomst in de weg kunnen staan
Vandaag de dag zijn vooral de mentaliteit/cultuur en de kennis en vaardigheden belemmerend. Daarnaast wordt de inbedding in systemen en processen genoemd, alsmede het investeren in capaciteit en middelen. Weerstand zit er in allerlei lagen van de organisaties. Vooral de jongere, nieuwsgierige of technisch ge?nteresseerde collega?s, meestal medewerkers die vanuit hun functie al contact hebben met burgers zoals wijkagenten en communicatie afdelingen, zijn al aan de slag met social media. Hierbij worden (vaak gratis en eenvoudige) middelen gebruikt en ze ?zeggen? er voordeel van te ondervinden. Het gebrek aan (structureel) bewijs van de effecten van social media gebruik en de beperkte uitwisseling van ervaring zorgen voor veel scepsis. De vraag of inzet van social media nu overschat of onderschat wordt blijft daardoor onbeantwoord.
Bedreigingen die in de toekomst naar verwachting alleen maar groter worden zijn dilemma?s over hoe om te gaan met de toenemende stroom aan informatie en interactie met burgers. Men ziet extra capaciteit, opleiding, betere middelen, processen en verandering in de organisatie als moeilijk te nemen drempels. Verder speculeert men over de afbreukrisico?s t.a.v. privacy (o.a. wetgeving), gebrek aan controle, misbruik in diverse vormen, en het feit dat verdachten dit middel ook steeds beter benutten.

Social media en handhaving
Het nut van social media bij handhaving van de openbare orde, oa ten tijde van grote evenementen en incidenten, scoort hoog. Vooral informatie inwinning, voorlichting en crowd management zijn veelgenoemde toepassingen. Men wenst vooral te monitoren wat er speelt in bepaalde gebieden en op onderwerp. Belangrijk is ook sociale netwerk analyse en zien wie er actief is. Het effect van eigen berichtgeving wenst men ook inzichtelijk te krijgen, zoals het bereik van berichten bij voorlichting of het effect van pogingen om geruchten te weerleggen.? Het vaststellen van betrouwbaarheid van berichten van burgers is minder belangrijk dan bij opsporing.

Social media en opsporing
Opsporingsmogelijkheden scoren zeer hoog en hier zitten volgens de meeste deelnemers nog veel kansen. (Digitaal) buurtonderzoek, het vinden van getuigen middels social media en het inzetten van crowdsourcing en cocreatie op diverse manieren om burgers te betrekken bij het oplossen van zaken. Of dit nu in het eerste uur is (heterdaadkracht) of later in de tijd. Veel vragen die bij diverse zaken spelen kunnen middels social media worden aangevuld. Ofwel doordat informatie te vinden is, ofwel door het te durven vragen. Het gedrag van steeds meer mensen wordt transparant en wanneer gesloten bronnen met open bronnen gecombineerd kunnen worden ontstaat een vollediger beeld. Uiteraard zijn er diverse belemmeringen om de kansen te kunnen benutten. Crowdsourcing wordt in overleg met het OM nog voorzichtig toegepast, de middelen om slim te kunnen monitoren, infiltreren, informatie te valideren, dit als bewijslast op te voeren zijn zaken die nog niet ideaal zijn opgelost.

Conclusie
Hoewel social media al in de praktijk gebruikt wordt voor bepaalde toepassingen, zijn de middelen nog relatief eenvoudig en is het nog niet ingebed in de bedrijfsvoering. Hoewel de adoptie gestaag zal groeien en zowel vanuit de werkvloer als vanuit management plaatsvindt op diverse plekken, is er nog wel wat nodig om structurele stappen te maken. Er is voor de diverse onderdelen een eenduidige visie en strategie nodig die door alle lagen in de organisatie ondersteund wordt. Diverse organisaties voeren momenteel nog experimenten uit. Slechts op een paar plekken heeft dit speelkwartier plaatsgemaakt voor operationele inbedding. Wijkagenten en afdeling communicatie lijken hierin nu voorop te lopen en binnen de opsporing en andere handhavingsgebieden (zoals evenementen en grotere incidenten) liggen veel kansen. Voor een bredere adoptie in de organisatie zullen genoemde belemmeringen weggenomen moeten worden. Een proces dat ondanks organisatie veranderingen en bezuinigingen zowel top-down als bottom-up al in gang is gezet, maar waarvan verdeeldheid is over met welke prioriteit dit zou moeten gebeuren. Gebrek aan inzicht over het structurele effect van het inzetten van social media, is een van de genoemde redenen. Intussen hebben velen deze bewijslast niet nodig en zij nemen vanuit hun passie het voortouw.