Tagarchief: serendip

Evaluatie Coldcase Hackathon

Coldcases en samenwerking met private partijen en burgers

Sinds 1996 komen in Nederland gemiddeld ongeveer 180 personen per jaar om het leven door moord of doodslag. Hoewel het aantal levensdelicten de laatste jaren aanzienlijk is afgenomen, werden de laatste 10 jaar nog steeds gemiddeld 140 mensen per jaar slachtoffer van geweld met een fatale afloop. De meeste van deze levensdelicten worden door de politie opgelost. Toch heeft de politie ook te maken met een aanzienlijk aantal niet opgeloste zaken. Sinds de vorming van de Nationale Politie zijn zogeheten coldcaseteams bezig met het inventariseren en onderzoeken van onopgeloste levensdelicten. Inmiddels gaat het om ruim 1700 zogenaamde coldcases. Het maatschappelijk effect van deze zaken is groot. Niet alleen gaat de dader vooralsnog vrijuit, de nabestaanden hebben recht op duidelijkheid over het lot van hun dierbaren. Bovendien bestaat de kans dat de dader opnieuw een misdrijf begaat. Het is daarom van groot maatschappelijk belang dat coldcases worden opgehelderd. Helaas is de capaciteit die de politie beschikbaar heeft voor de opsporing, waaronder coldcaseonderzoek, beperkt. Mede om die reden wordt de laatste jaren gezocht naar nieuwe manieren om coldcases aan te pakken. Er vinden experimenten plaats om met behulp van Artificial Intelligence coldcases opnieuw te bekijken voor nieuwe aanknopingspunten. Ook word er steeds vaker gebruik gemaakt van verschillende groepen burgers. Gepensioneerde politiemensen bekijken opsporingsdossiers opnieuw, maar ook hogescholen en universiteiten bekijken coldcases met een frisse blik. Deze inbreng van buiten de politieorganisatie heeft niet alleen als voordeel dat de politiecapaciteit wordt versterkt, maar ook dat kennis, expertise en inzichten worden ingebracht die de politie zelf niet altijd voorhanden heeft. Hierbij valt de denken aan de inzet van forensische nanotechnologie door het Saxion college. Maar ook het inzetten van bijvoorbeeld digitale vaardigheden door burgerexperts. Dat deze werkwijze potentie heeft, blijkt uit het voorbeeld van Serendip. Deze burgeropsporingsgroep wist een aantal jaar
geleden binnen 2½ uur een coldcase op te lossen.

Het samenwerken met burgers en private partijen in een opsporingsonderzoek zijn vergaande vormen van burgerparticipatie, die ook wel cocreatie worden genoemd. Bij cocreatie werken alle
partijen gelijkwaardig samen aan een gezamenlijk doel. Hoewel vanuit zowel de politiepraktijk als de wetenschap wordt verondersteld dat cocreatie mogelijk een waardevolle bijdrage kan leveren aan de opsporing, zijn er tot op heden nauwelijks voorbeelden waarin cocreatie daadwerkelijk is toegepast binnen de context van een opsporingsonderzoek.

Doelstelling

In het kader van vernieuwende en innovatieve werkwijzen organiseerde BlueM Amsterdam op 27 augustus 2019 een Coldcase Hackathon. BlueM is een beweging binnen de politie die als doel heeft om politiemensen uit te dagen om buiten de standaard patronen te denken en beter aan te sluiten op de veranderingen in de maatschappij. Een hackathon is een evenement waarbij teams in een relatief korte tijd proberen om vernieuwende en innovatieve oplossingen te vinden voor problemen of thema’s. Gedurende een hele dag werkten politiemensen samen met medewerkers van defensie, private partijen zoals KPN en TNO en (cyber)vrijwilligers, in verschillende gemengde gelegenheidsteams aan een aantal coldcases die door coldcaseteams werden ingebracht. Het doel was enerzijds het forceren van een doorbraak in de coldcases, anderzijds om te leren en te experimenteren met betrekking tot publiekprivate samenwerking in een opsporingsonderzoek.

Dit evaluatierapport maakt deel uit van een bredere onderzoekslijn binnen de politieacademie naar burgerparticipatie in de opsporing. De hackathon biedt aanknopingspunten om vanuit zowel
praktisch als wetenschappelijk perspectief meer inzicht te krijgen in de waarde van cocreatie binnen de opsporing en hoe een dergelijk proces in de toekomst het beste vorm gegeven zou kunnen worden.

Onderzoeksrapport

Het eerste deel van de rapportage gaat in op de deelnemers: de achtergrond van de respondenten (hoofdstuk 1) en de waarde die zij in de burger zien voor het opsporingsonderzoek (hoofdstuk 2).
Hoofdstuk 3 richt zich vervolgens op de algemene ervaring van de hackathon en de kansen en dilemma’s die respondenten daarbij zijn tegengekomen. In hoofdstuk 4 staat de hackathon als werkwijze centraal. Hoofdstuk 5 richt zich op de onderzoeken en de wijze waarop deze zijn ingebracht. Hoe het werken in de gelegenheidsteams door de deelnemers werd ervaren, staat centraal in hoofdstuk 6. De evaluatie van enkele praktische zaken, zoals de gekozen locatie, wordt toegelicht in hoofdstuk 7.

Lees het of download het rapport via onderstaande link:

[slideshare id=238231040&doc=lamkop2020evaluatiecoldcasehackathon201908271-200825125826&type=d]

FASTNL Hackathon: hulp van burgers en private partijen bij de opsporing

Eind 2018 beleefde ‘Truth in a post-truth world’ zijn wereldpremière op de IDFA. Deze prijswinnende documentaire gaat over Bellingcat, een internationaal burgerjournalistiek netwerk, dat met
slimme online zoektechnieken én door inzet van de ‘wisdom of the crowd’ al voor verschillende baanbrekende onthullingen heeft gezorgd. Dit internationale platform voor burger-onderzoeksjournalistiek is vaak sneller en nauwkeuriger dan de officiële instanties. Het collectief onderzoekt via internet, sociale media en andere online kanalen complexe aanvallen en controversiële incidenten wereldwijd, zoals het neerhalen van de MH17 boven de Oekraïne en de aanslag op de voormalige Russische dubbelspion Sergej Skripal.

Geïnspireerd door deze documentaire organiseerde BlueM, een innovatieve beweging binnen de politie, op 24 januari 2019 een masterclass met Eliot Higgins, de oprichter van Bellingcat. Deze
masterclass kreeg een half jaar later een vervolg in de vorm van de Coldcase Hackathon, waarbij 100 Osint (Open Source Intelligence) -experts van binnen en buiten de politie aan de slag gingen
met coldcases, vermissingen en voortvluchtigen. Vooral het opsporen van voortvluchtigen bleek zich goed te lenen voor publiek-private samenwerking.

Daarom werd op dinsdag 21 januari 2020, op de militaire kazerne in Wezep, een 2de hackathon georganiseerd waarbij de opsporing van voortvluchtigen centraal stond. Dit was een gezamenlijk
initiatief van BlueM en het Fugitive Active Search Team Nederland (FASTNL) van de Dienst Landelijke Recherche (DLR). Er werd specifiek gezocht naar voortvluchtige personen die onherroepelijk veroor- deeld zijn en nog minimaal 300 dagen celstraf open hebben staan.

Het doel van de hackathon was om te onderzoeken in hoeverre publiek-private samenwerking bijdraagt aan het rendement van de opsporing. 86 Osint-deskundigen van binnen en buiten de politie beten zich tijdens deze hackathon vast in 85 zaken die door FASTNL werden aangeleverd. Deze manier van samenwerken is te zien als een experiment op het gebied van burgerparticipatie bij de opsporing. De politie wil leren en verbeteren en is blij met deze betrokkenheid van de Politieacademie.

Evaluatie FASTNL Hackathon (Lam & Kop, 2020)

[slideshare id=238231179&doc=lamkop2020fastnlhackathon20200121-200825130609&type=d]

Het is de hoop dat het resultaat van de hackathon bijdraagt aan het nog meer betrekken van burgers en private partijen bij de opsporing. De evaluatie laat er geen misverstand over bestaan; met gedegen open bronnen onderzoek kunnen we gesignaleerden traceren en aanhouden. Deel deze kennis en ervaring en doe mee met opsporingsmogelijkheden waar dat kan!

Interview met burgerspeurneuzen van Serendip

Een gesprek met ?Bo?, een anonieme speurneus van Serendip, zie?http://www.serendipov.nl/

1. Wat is Serendip en hoe is het gestart??

Serendip is voortgekomen uit de Nationale Krakercompetitie, een jaarlijkse internetzoekwedstrijd die online wordt gespeeld waarbij de deelnemers moeilijke vragen (hersenkrakers) met behulp van internet oplossen. Deze competitie, georganiseerd door de Nationale bibliotheek en NRC Handelsblad, duurde elke keer een maand en liep van 2003 tot 2010. Serendip oprichter “Gerrit van Keulen” (naam gefingeerd) was daar redactielid maar is na verschil van inzicht in 2007 Serendip gestart.

2. Hoe kwam jij erbij en wat is je persoonlijke motivatie?

Serendip was een zoekwedstrijd van 2007 t/m 2009 die het hele jaar duurde. Het eerste jaar won ik. Gerrit vroeg mij of ik in de redactie wilde. Dat heb ik 2 jaar gedaan.

De schoondochter en vader van Gerrit werken bij de politie. Hij schepte een beetje op dat Serendip zo goed kon zoeken. Uiteindelijk kreeg Serendip een cold case die we binnen 2 1/2 uur oplosten. Daarna ging het goed lopen totdat onze contactpersoon bij de politie plotseling overleed. We kregen daarna een periode steeds een nieuw contactpersoon, of weer een reorganisatie, en konden weer opnieuw beginnen.

Sinds begin 2015 zijn we aangesloten bij de Landelijke DeskundigheidsMakelaar (LDM). Dat is prettig want daarmee hebben we vaste aanspreekpunten.

3. Is het voor jou vrijwillig? Hoeveel tijd kost het je? Werk je veel alleen of juist veel samen?

In mei dit jaar heb ik Serendip overgenomen omdat Gerrit andere dingen wilde gaan doen. Ja, het is vrijwillig, niet fulltime maar velen steken er wel veel tijd in. Meestal werkt men zelfstandig, maar we?discussi?ren wel veel op het forum. Een aantal mensen kent elkaar IRL.?Contact verloopt meestal via DM op het forum en soms via WhatsApp of Facebook.

4. Hoeveel leden zijn er ongeveer en met wat voor soort mensen werk je?

In het begin waren er ongeveer 60 deelnemers maar in de loop der jaren zijn er veel afgevallen en er maar een paar bijgekomen. Het niveau ligt voor de meeste nieuwkomers te hoog, dus die haken al snel af. Nu zijn er nog 30 deelnemers, waarvan ongeveer de helft actief is.

De meeste deelnemers zijn ouder dan 60, zijn breed ge?nteresseerd en hebben verschillende beroepen. Bibliothecarissen, een huisarts, dierenarts, apotheker of conservator bij een museum, etc. Ongeveer 60% is vrouw en het zijn Nederlanders of Belgen.

5. Is Serendip gegroeid? Welke ambities zijn er nog?

Wij zouden best verder willen groeien, maar ik weet niet waar we het talent vandaan zouden moeten halen. De leden die nu lid zijn hebben zich bewezen bij de Nationale Kraker Competitie. Nieuwe leden, die overigens wel heel fanatiek zijn, haken zoals eerder gezegd toch vrij snel af. Ik heb dit ook met Bellingcat besproken en zij lijken hetzelfde te ervaren.

Gerrit wilde de boel ooit opengooien voor iedereen, maar ik blijf liever klein en kwalitatief goed dan groot met een heleboel sensatiezoekers die geen bijdragen leveren.

Ik zou best commerci?le opties willen verkennen, maar de manier van ontstaan en zo?n grote groep lijkt me dat niet eenvoudig. Hoe verdeel je bijvoorbeeld eventuele inkomsten?

6. Aan hoeveel zaken is of wordt ongeveer gewerkt?

We krijgen gemiddeld zo?n 20 a 25 verzoeken per jaar en uit eigen initiatief zoeken we naar evenzoveel zaken. Het zijn de meer ernstige misdrijven zoals moord, overvallen, doodslag en kinderporno.

7. Werkt Serendip ook met anderen samen?

Vanaf 1 juni 2017 werken we aan?https://www.europol.europa.eu/stopchildabuse/?ook in samenwerking met Bellingcat.

8. Welke kansen zie je voor Serendip om nog succesvoller te zijn?

De samenwerking met de LDM vind ik prettig maar soms is er wat gedoe met specifieke afdelingen van de politie. Een voorbeeld daarvan was dat we een afbeelding kregen van een t-shirt. Het beeld was heel klein en heel vaag. We vroegen naar een betere afbeelding maar die hadden ze niet. 2 weken hebben we zonder resultaat gezocht tot de zaak bij Opsporing verzocht kwam en er heel duidelijk beelden van maar liefst 3 camera?s werden uitgezonden. Binnen een half uur hebben we het t-shirt gevonden en ook waar de daders vandaan kwamen. Maar we waren woest, dat begrijp je. Dit soort dingen is vaker voorgekomen. Als ik nu zo?n afbeelding zie en ik vermoed dat het een still van een bewakingscamera is dan zeg ik dat ook. Maar?mijn contact met de LDM is zeer goed, zowel telefonisch als via e-mail. Als ik vragen heb gaat men er achteraan, daar ben ik erg blij mee.

9. Welk advies zou je aan de overheid willen geven?

Ik zou het zo snel niet weten, behalve dan dat ik vind dat ze traag zijn en niet snel genoeg met de tijd meegaan.

10. Hoe gaan jullie meestal te werk?

Ik denk dat iedereen een eigen manier van zoeken heeft. Meestal zoeken we zelfstandig, maar we bespreken de zaak wel op het forum. Ook delen we het als we iets gevonden hebben, en ook hoe we het hebben gevonden. Zo leren we van elkaar.

11. Wat voor type zaken pakken jullie??

Er zijn veel zaken in de media verschenen (zoals oa bij Opsporing Verzocht). Bekend werd Serendip met de Robert M. zaak doordat zij een rol speelden in de eerste fase van de Amsterdamse zedenzaak. In twee uur en tien minuten waren ze erachter. Wat het voor truitje was en waar je het kon kopen. Serendip zocht voor de politie naar de herkomst van het truitje met de Nijntje-opdruk, en hadden op dat moment nog geen idee van de gevolgen die hun ontdekking zou hebben. Acht dagen na de ontdekking zou de politie in het programma Opsporing verzocht dezelfde beelden tonen. Beelden die uiteindelijk de arrestatie van Robert M. tot gevolg hadden. Beelden die het schokkende misbruik blootlegden van ten minste 87 zeer jonge kinderen door hun cr?cheleider en oppas.

In 2010 treft de politie in de Verenigde Staten bij een aangehouden man beelden aan waarop is te zien dat een tweejarig jongetje wordt misbruikt door een man. De politie heeft geen idee wie zij zijn en plaatst in november 2010 drie afbeeldingen op een internationaal computerprogramma ter bestrijding van kinderporno. Het valt het Team Beeld en Internet van het Nederlandse Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) op dat het jongetje een Nijntje-doekje in zijn hand heeft en een Nijntje-truitje aanheeft. De beelden worden vertoond in Opsporing verzocht, een opa herkent zijn kleinzoon en belt met zijn dochter. Die dochter meldt zich bij de politie. Het eerste wat ze zegt, is dat ze bij het zien van de foto’s meteen moest denken aan haar oppas Robert van anderhalf jaar geleden. Wat minder bekend is, is dat de politie voorafgaand aan het tonen van de foto van het jongetje op televisie de hulp heeft ingeroepen van de website Serendip. Op deze website zoeken mensen in competitieverband naar voorwerpen of antwoorden op vragen. Weten jullie meer over de herkomst van dit truitje, is de vraag die Serendip krijgt gesteld door een contactpersoon bij de politie. De politie kwam er niet achter, de speurneuzen van Serendip hadden aan een avondje genoeg.

‘We kregen maar een deel van de foto te zien. Voor ons was de Nijntje-afbeelding niet eens zichtbaar. Net als het gezicht van het jongetje. Heel vaag zagen we op het truitje een klein rechthoekig versierseltje. Na flink uitvergroten en een beetje fotoshoppen zagen we uiteindelijk twee letters en een vlekje. Dat vlekje bleek een &-teken te zijn, gevolgd door de letter z in een heel vreemd lettertype.’ Het betekende het begin van een zoekrichting. ‘We hebben gewoon op internet gezocht en kwamen uiteindelijk uit bij het logo van een bedrijfje in Gouda: Hip & Zo.’ De eigenares wist de politie te vertellen dat ze het truitje zelf heeft gemaakt, in 2004, en dat ze er 21 van heeft verkocht. Op basis van de vermoedelijke leeftijd en de lengte van het jongetje op de beelden kan de maat van het truitje worden geschat. De eigenares heeft in deze maat maar ??n truitje gemaakt en heeft dat verkocht in Nederland. Voor de politie is het nu duidelijk dat het misbruik en de vervaardiging van het kinderpornografische materiaal hoogstwaarschijnlijk hebben plaatsgevonden in Nederland – reden om Opsporing verzocht in te schakelen.

‘Dit hebben we echt s?men gedaan. Met alle deelnemers aan onze website hebben we, ieder vanachter onze eigen computer, mogelijke oplossingen geopperd. We hebben elkaar aan het denken gezet. Uiteindelijk is een van onze vrouwelijke deelnemers met de goede oplossing gekomen.’ Op dat moment en in de dagen erna hadden de mensen van Serendip nog geen idee welke zaak ze een duw in de juiste richting hebben gegeven. ‘Dat hoorden we later pas?. De zoektocht naar het Nijntje-truitje is maar ??n van de wapenfeiten van de internetspeurders. Meerdere keren per jaar schakelt de politie de website Serendip in om duidelijkheid te krijgen over zaken waar ze zelf niet helemaal uitkomt. Zo wisten zij op basis van een niet al te scherpe foto duidelijk te krijgen dat die foto was genomen in een trein die was gebouwd in de Estse hoofdstad Tallinn. En eerder moesten ze bijvoorbeeld aan de hand van een landschap uitzoeken waar die foto was genomen. ‘We vinden het leuk om dingen op te sporen, om zaken uit te zoeken. En als we de politie daarbij een handje kunnen helpen, is dat natuurlijk prachtig.’

12. Wat voor resultaten levert het werk op?

Het werk is heel divers, we zoeken op objecten ?n personen. Ons resultaat ligt misschien rond de 60%.

De ‘Trace an Object’-campagne van Europol vraagt leden van het publiek om uit te zoeken in welk land een item of een bepaalde locatie in beelden van kindermisbruik is gefilmd of gefotografeerd. Europol heeft het project begin juni 2017 gelanceerd en heeft al meer dan 21.000 tips ontvangen?. De meer dan 135 foto?s die vrijgegeven zijn, zijn bijgewerkt om alle illegale inhoud te verwijderen en alleen huishoudelijke voorwerpen achter te laten. Deze items kunnen echter nog steeds aanwijzingen geven.

Bellingcat heeft onlangs een project opgezet op?CheckMedia, een online platform voor het beheren van verificatiechecks, om de Europol campagne te ondersteunen.?Deze vrijwillige speurneuzen hebben met succes meer dan 35 voorwerpen ge?dentificeerd: een paar speelgoedschoenen, een specifiek merk kinderkleding en een paar supermarktzakken die typisch in Noord-Europese landen zijn gevestigd tot een hotelkamer in Taiwan.

Bo, ook lid van de Bellingcat-groep, legt uit hoe hij het paar speelgoedschoenen identificeerde. Ten eerste vond een lid van Serendip een vergelijkbaar plaatje, ook van een speelgoedschoen, waarschijnlijk met Google. Bo deed vervolgens een reverse image search zoekactie op die afbeelding, die via Google zoekt naar visueel vergelijkbare afbeeldingen. Bij de getoonde resultaten stond een speeltje dat sterk leek op het plaatje dat door Europol was gepost. “Het was helemaal niet zo technisch.)” legde Bo uit aan Motherboard via een e-mail.

12. Welke dilemma?s komen jullie tegen in dit werk??

Iedereen heeft een nickname. Ik ken slechts enkelen en dan vaak nog niet eens met de volledige naam.?Op Serendip bedienen de deelnemers zich van namen als Inspector?Morse, Maigret en De Zoeker. Amateurs zijn het. Ze krijgen er geen vergoeding voor, ze doen mee omdat ze graag zaken uitzoeken. ‘G??n hackers’, benadrukken ze. ‘We maken uitsluitend gebruik van openbare bronnen (Open Source Intelligence, OSINT), kijken alleen op die plaatsen waar iedereen kan kijken.??Tijd.

Waarom de politie het werk dan niet zelf doet ? ze hadden de vraag verwacht.”Soms kunnen zij ook wat wij kunnen, maar hebben ze geen tijd of prioriteit. En soms zijn we wat slimmer of handiger dan politie?.?Maar de gemiddelde rechercheur heeft de tijd niet om het onderzoek te doen zoals wij dat doen.’ Serendip heeft de mankracht wel. ‘Wij buigen ons soms met dertig man tegelijk over een voorwerp. Soms zijn we avonden aaneen bezig. Zo hadden ze bijvoorbeeld een foto van een bril. Daar zaten weken werk in en pas veel later kwam er ineens een verlossend bericht van politie: “Weet je nog dat jullie een hele tijd geleden gezocht hebben naar de herkomst van een bril ? Deze bril bleef destijds achter op een plaats delict na een steekpartij. Dankzij jullie zoektocht kwamen we erachter waar de bril bij Hans Anders verkocht werd. Op dat moment leek het of we daardoor niet verder zouden komen, er zijn immers zoveel vestigingen in Nederland. Bij een van de vestigingen van Hans Anders werd de glassterkte doorgemeten, die bleek redelijk uniek. Zo uniek zelfs dat er maar 4 personen in heel Nederland dezelfde sterkte hadden. En ja, daar zat ook de verdachte tussen. DNA aangetroffen op de bril matchte met die van de verdachte. Hij is inmiddels veroordeeld tot een meerjarige gevangenisstraf. Een mooi resultaat, mede dankzij jullie zoektocht!”

De politie waardeert de inzet van de amateurspeurders, zo blijkt wel. Ooit bezocht een delegatie van Serendip de politie om eens nader kennis te maken.?Overheidsinstanties zijn wat log, dat weet iedereen, dus ja maakt samenwerken soms lastig.?’Maar ze zijn blij met wat we allemaal doen en we voelen ons dan ook zeer serieus genomen.’ En terecht. Denk bijvoorbeeld aan die overval op een winkel waarbij op camerabeelden te zien was dat een van de overvallers een grijze capuchontrui droeg. ‘Wij wisten de politie uiteindelijk te melden dat die afkomstig was van een bepaalde winkel in Warschau. Later wist de politie op basis van die informatie uiteindelijk drie leden van een motorclub uit Litouwen aan te houden. Dat is natuurlijk een mooi resultaat.’ En ook de komende tijd is er nog voldoende werk aan de winkel.

13. Welke manieren zijn er tenslotte nog voor jullie om risico?s zoveel mogelijk te voorkomen?

Wij doen niet aan (spel)regels maar aan fatsoen en dat lijkt te werken 😉

Meer informatie: http://www.serendipov.nl/

Lees de publicatie?De valse romantiek van cocreatie?waarin Serendip ook genoemd wordt met hun werk in de Robert M. zaak:

Serendip is?ook te vinden op Facebook en Twitter

Opsporen? Doe het zelf!

Onderstaand artikel is geplaatst in het politie magazine Blauw in april 2018, tekst van Steven Walter.

Burgers die zelf speuren of de politie hierbij willen helpen, het is een trend. Gestolen fietsen terugvinden, pedoseksuelen ontmaskeren of zelfs een vinger achter de schuldvraag rond de MH17-ramp krijgen, de burgerrechercheur kent vele varianten. ?Dit fenomeen zal alleen maar toenemen?, voorspelt Frank Smilda van de Eenheid Noord-Nederland. ?Misschien wordt er wel eens anders over gedacht, maar niemand heeft het monopolie op opsporing.?

?De vermissing van Anne Faber was een gamechanger?, stelt Smilda. Burgers namen het heft in eigen handen en meldden zich massaal aan om te zoeken naar de vermiste Utrechtse. Daarnaast startte de familie een eigen ?TGO?. ?Deze zaak is de nieuwe standaard. We moeten als politie vanaf het begin samen met burgers optrekken. Dat zag je bij het Faber-onderzoek. Er kwam heel veel nuttige informatie los via die burgers. Ze zijn qua opsporing amateur, maar expert op andere terreinen. Zo hebben ze beroepsmatig misschien veel kennis over social media. Je kunt expertise binnenhalen die je als onderzoeksteam niet altijd direct voorhanden hebt. Door samenwerking kweek je ook goodwill en zullen mensen meer vertrouwen in de politie krijgen en informatie delen.?

7.000 Whatsappgroepen

?Burgeropsporing neemt toe. En qua hoeveelheid wordt het ook steeds moeilijker om te volgen?, zegt Arnout de Vries van onderzoeksbureau TNO. Voor die toename heeft De Vries een aantal verklaringen. Een ervan heeft te maken met technologische ontwikkelingen die elkaar in rap tempo opvolgen. ?Er is een exceptionele groei van WhatsApp-buurtgroepen. In Nederland zijn er nu al meer dan 7.000. Daarnaast willen mensen graag helpen bij opsporing en het bestrijden van criminaliteit. Dankzij de huidige techniek kunnen ze dat en doen ze dat ook.?

‘Het aantal burgerinitiatieven zal alleen maar stijgen, dus wen er maar aan’

Sherlock Holmes

Dat burgers steeds meer de rol van Sherlock Holmes oppakken, vindt Smilda niet vreemd. ?Hoeveel misdrijven worden jaarlijks in Nederland gepleegd? Vier ? vijf miljoen*? Daarvan komt nog geen miljoen bij de politie terecht en minder dan een kwart van die zaken gaat naar het Openbaar Ministerie. Kijk je naar het ophelderingspercentage van bijvoorbeeld inbraken, dan lag dat in 2016 rond de 10 procent**; ondanks al het harde werk van de politie. We roepen mensen op alles te melden, maar vervolgens kunnen we niet altijd alles oppakken. Mede hierdoor gaat de burger zelf aan de slag.?

Het heft in eigen handen nemen is volgens TNO-onderzoeker De Vries niet alleen gebaseerd op onvrede over achterwege blijvend politiewerk. ?Mits goed uitgelegd, snappen mensen ook wel waarom de politie niet altijd of direct in actie komt. Toch schrikken ze als ze bijvoorbeeld horen hoe klein een zedenteam is. Dan willen ze helpen en gaan ze aan de slag. Dat doen ze uit betrokkenheid, maar soms ook omdat ze emotioneel bij een zaak betrokken zijn. Of ze zijn wereldverbeteraars die voldoening halen uit het feit dat ze een steentje bijdragen. Probeer hen in goede banen te leiden.?

Smilda vult aan: ?Het is daarom belangrijk aan melders duidelijk te maken wat de politie wel kan oppakken en wat niet, en waarom. Wees transparant en geef aan wat er allemaal op ons bord ligt. Maar maak ook de burger actief. Vertel wat hij of zij kan doen. Leg uit wat een burgerarrest is en wat bij het opsporen toelaatbaar is.? Het hoofd van de Dienst Regionale Informatie Organisatie verwacht dat samenwerking met burgers een gunstig effect zal hebben op oplossingspercentages. ?Hoe meer ogen op straat, hoe groter de pakkans.?

Omarmen

De Vries en Smilda delen de mening dat de politie burgerparticipatie moet omarmen. Faciliteer burgers, geef hen richtlijnen, beweeg mee met de maatschappelijke beweging, luidt hun advies. Maar dat is voor een hi?rarchische organisatie als de politie best lastig, beseft de TNO?er zich. ?Agenten hebben een belangrijke maatschappelijke rol. Zij zetten zich in voor de veiligheid van anderen. Maar ze bezitten ook een bepaald cynisme omdat ze steeds met criminelen te maken hebben. Ze weten dus niet of ze zomaar iedereen die wil helpen, kunnen vertrouwen. Daarnaast is de politie ?gesloten? van aard. Dit heeft onder meer te maken met allerlei privacywetgeving waaraan zij zich dient te houden. Vergeleken met buitenlandse korpsen is die cultuur in Nederland wel iets opener, maar er zijn allerlei motieven om die burger buiten de deur te houden. ?Ze doen mijn werk; straks heb ik niets meer te doen? hoor ik weleens. Of agenten willen burgers beschermen tegen de heftige kanten van het politiewerk.?

Good, bad en ugly

Volgens De Vries bestaan er drie soorten helpers. Hij noemt ze de ?good?, de ?bad? en de ?ugly?. ?Meer dan 90 procent behoort tot de good. Dat zijn mensen die echt willen helpen zaken op te lossen, maar de regels niet kennen. Neem hen bij de hand. De bad zijn burgers die overgaan tot strafbare feiten, zoals eigenrichting en inbreuk op privacy. De meest interessante is de ugly. Dat zijn mensen die dingen doen waardoor de politie de wenkbrauwen fronst. Zoals recent een vlogger die een pedofiel wilde ontmaskeren en op ?undercoverdate? ging. Hij ontving kinderporno en ging daarmee naar de politie. De politie werkte mee door de pedofiel aan te houden, maar de vlogger liep het risico zelf te worden aangehouden voor het bezit van kinderporno. Mensen snappen dat niet. Leg dus uit wat mag en wat niet. Leer ze hoe ze sporen, ook digitale, moeten vastleggen en overdragen aan de politie.?

Eigenrichting

Gevaar voor eigenrichting ligt op de loer, benadrukt Smilda. Zoals overvallen winkeliers die digitale schandpalen oprichten met bewakingsbeelden waarop een dief is te zien. ?Dat moet je niet willen. Daarom is het belangrijk dat je die welwillende burger bij de hand neemt. Iemand kan zichzelf in gevaar brengen als hij niet goed weet wat hij doet. Geef instrumenten mee waarmee mensen iets kunnen doen. Maak duidelijk wat ze wel mogen en kunnen. Zelf iets kunnen betekenen, vergroot het veiligheidsgevoel. En geef duidelijk aan dat mensen niet voor eigen rechter kunnen spelen. Dus geen namen noemen of foto?s plaatsen.?

Alarmbellen

?Het aantal burgerinitiatieven zullen alleen maar stijgen, dus wen er maar aan?, zegt Smilda. De Vries geeft een praktijkvoorbeeld: ?Twee meiden waren getuige van een ernstige mishandeling door drie jongens. Binnen korte tijd achterhaalden ze via Facebook de identiteit van een van de aanvallers, waarna ook de andere twee betrokkenen boven water kwamen. Met hun speurwerk gingen ze naar de politie, die de jongens aanhield. ?De advocaat van de jongens vond deze werkwijze niet kunnen en deed het af als amateurspeurwerk. Onrechtmatig in zijn ogen. De rechter zag dit echter anders en zei: Welkom in de eenentwintigste?eeuw.?

De Vries voorspelt dat dit soort acties zal toenemen. Als de politie op dat soort momenten niet thuis geeft, tast dat het vertrouwen van burgers in de politie aan. ?Het heeft effect op de legitimiteit van de politie. Want waar sta je dan als politie??

Probeer als politie en burger de juiste balans te vinden. Dat verschilt per zaak, want de vraag blijft: ?Hoe ver mag je als burger gaan?? De Vries: ?Ga het gesprek aan over wat toelaatbaar is. Weet ook als politie wanneer het moment is dat je het werk van de burger moet overnemen. Dat moet je leren aanvoelen. Zo kun je bijvoorbeeld voorkomen dat bijvoorbeeld een wraakvader de belager van zijn dochter mishandelt.? Als een burger bij de politie meldt dat hij weet wie en waar de verdachte is, dan moeten wat de TNO-onderzoeker betreft ?alarmbellen gaan rinkelen? en moet de politie de zaak overpakken. Ik hoop dat de politie wil leren en gaat experimenteren. Het gaat vast een keer mis, maar dat gaat het nu ook al. Wees dus niet bang en accepteer die extra hulp van burgerspeurders?, zegt De Vries.

* cijfers gebaseerd op het jaar 2015
** Bron: jaarverantwoording politie 2016

?Doe-het-zelfpolitie: kansen en risico?s

?Kansen:

  • veiligheid verbeteren
  • digitaal kundige burgers
  • betrouwbare binding met burgers
  • vaardigheden van burgers
  • kennis van de massa

Risico?s:

  • gebrek aan juridische kennis
  • incomplete, partijdige of eenzijdige informatie
  • informatie-overload
  • verminderde privacy
  • ?eigen rechter spelen? (burgers die het recht in eigen hand nemen)

Dit zijn enkele voor- en nadelen die volgens Europese veiligheidsexperts kleven aan doe-het-zelfpolitie. Zij bespraken dit onlangs tijdens de eerste internationale workshop Do It Yourself Policing in Berlijn van het EU project Media4Sec.

Bron: Blauw