Tagarchief: trouw

Computergestuurde politiek

Wie stuurt de politieke trollen? Een tijd geleden stond onderstaand artikel in dagblad Trouw van Jenda Terpstra die Arnout de Vries interviewde.

Trollen Trouw

Trollen zijn nieuw in de Nederlandse politiek. Onderzoeker Arnout de Vries van TNO verwacht dat ze in de nabije toekomst het publieke debat kunnen be?nvloeden.

Trollen beheersten afgelopen weekend het nieuws, nadat NRC Handelsblad had geschreven dat politieke partij Denk gebruik maakt van nepprofielen. Achter minimaal twintig facebook- en twitteraccounts zouden geen echte mensen zitten, maar politici en medewerkers van Denk, die tegenstanders aanvielen en probeerden de publieke opinie te be?nvloeden.

Arnout de Vries van TNO doet onderzoek naar internettrollen en is gespecialiseerd in sociale media en veiligheid. Hij ziet het politieke klimaat in Nederland veranderen en verwacht dat campagnes scherper zullen worden.

“Politici zien de kracht van sociale media. Via Facebook kunnen ze een specifieke boodschap heel gericht op een groep vatbare burgers afvuren. Trollen kunnen helpen om het debat verder te be?nvloeden. Dat gebeurt misschien nu nog niet of nauwelijks. Maar met het internationale speelveld op het internet komt binnenkort wellicht de vraag: als je tegenstanders het doen, en jij je aan je ethische regels houdt, hoeveel invloed heb je dan nog?”

‘Wat dit weekeinde met Denk gebeurde, kan een voorbode zijn van wat komen gaat’

Trollen, accounts die online nepberichten verspreiden of verwarring zaaien, zijn zo oud als het internet. Achter de sprookjesnaam gaat een diffuus en politiek invloedrijk fenomeen schuil. “Een trol kan iemand zijn die via laster het leven van een individu of groep zuur maakt. Hij kan ook worden aangestuurd door een bedrijf of politieke partij met een hoger doel: een boodschap of leugens verspreiden of het politieke debat be?nvloeden”, zegt De Vries.

“In het geval van Denk ging het om enkele spookaccounts. Internationaal worden sociale bots ingezet, computers die op veel grotere schaal berichten de wereld inslingeren.”

Trollen zijn in de praktijk niet eenvoudig op te sporen. Dat de methoden van Denk wel werden onthuld, is volgens de onderzoeker redelijk uniek in het politieke domein. “Trollen zijn ook moeilijk te stoppen, want meestal kom je niet achter de ware identiteit.”

De Vries denkt niet dat veel Nederlandse politieke partijen op dit moment trollen inzetten. “Nederland heeft veel controlemechanismen, zoals het wob-verzoek. Daarmee kunnen we kijken waar het campagnegeld heen gaat. Trollen direct financieren om een campagne te helpen, is dus niet aantrekkelijk. We zijn een klein land dat Nederlands spreekt, waardoor online campagnes goed te analyseren zijn. Als we een Engelstalig land waren, was het anders geweest door het internationale speelveld.”

Wel ziet De Vries dat het fenomeen internationaal in de lift zit. Dat kan volgens hem verder overslaan naar Nederland. “Wat dit weekeinde met Denk gebeurde, kan een voorbode zijn van wat komen gaat.” Zo is er volgens De Vries het sterke vermoeden dat Rusland het debat in Nederland over Oekra?ne probeerde te be?nvloeden met internettrollen. Bovendien heb je in Rusland en China volgens de onderzoeker hele trollfarms: callcenterachtige zalen vol mensen die op internet het nationale en internationale debat proberen te be?nvloeden.

Rond de Amerikaanse verkiezingen zijn sterke vermoedens dat Donald Trump online de publieke opinie op geraffineerde wijze heeft be?nvloed. De Vries: “Accounts die niets te maken hadden met Trump, gingen massaal dingen delen en het over hem hebben. Zo rijst het vermoeden dat dit is geregisseerd en dat sociale bots berichten hebben gedeeld.”

Peter Sonneveld voorlichter GroenLinks “We hebben geen speciaal beleid tegen trollen, maar soms zien we wel een fake account op Facebook of Twitter voorbij komen voor Jesse (Klaver, red.). Daar staat dan bijvoorbeeld: “Ik ben Jesse en ik ben voor de bouw van moskees.” Die accounts rapporteren we, zodat ze worden verwijderd.

Op onze eigen Facebookpagina hebben we een richtlijn om het netjes te houden. We willen geen geruzie, gescheld of uit de hand gelopen discussies.
Op livestreams tijdens meetups met Jesse zie je wel eens dat mensen die Jesse of Groenlinks niks vinden heel vaak achter elkaar negatief reageren. Maar dat zijn nog steeds mensen, geen trollen.
Wat natuurlijk onethisch was aan het Denk-verhaal, is dat het om nepaccounts ging. Wij zijn eerlijk over wie van het webcare team van Groenlinks reageert. Het is belangrijk dat je weet met wie je te maken hebt.”

Bron: Trouw, 14 feb 2017

Vervolg leestips:?Trolling?met social media, normoverschrijdend gedrag online herkennen, verklaren en tegengaan

Waarom een online bedreiger meestal vrijuit gaat

2016-11-14 13:15:57 ROTTERDAM - Sylvana Simons tijdens de presentatie van het verkiezingsprogramma van DENK. ANP ARIE KIEVIT

2016-11-14 13:15:57 ROTTERDAM – Sylvana Simons tijdens de presentatie van het verkiezingsprogramma van DENK. ANP ARIE KIEVIT

Vergelijk de aanpak van online bedreigingen met een grote trechter. Bovenin gaan een heleboel tweets, facebookposts en berichten vol dreigende taal. Aan de onderkant blijft maar een klein deel van de zaken over die voor de rechter verschijnen.

“Ik maak je af’ moet in een context van een voetbalwedstrijd anders worden ge?nterpreteerd, dan als die context er niet is” – Arnout de Vries, TNO

Dat vervolging voor online bedreigingen zo lastig is, begint al bij de opsporing van afzenders. De 37-jarige man die eerder deze week werd aangehouden voor een filmpje waarin het hoofd van Sylvana Simons op een lynchpartij was gefotoshopt, meldde zichzelf bij de politie. Maar vaak is de opsporing lastiger, omdat het bericht wordt verstuurd via een anoniem account en een anonieme server.

Bovendien is een dreigend bericht niet altijd klip en klaar een bedreiging. Dat heeft vooral te maken met context. Zoals: is iemand in staat om de bedreiging echt uit te voeren? Is het bericht bedoeld als grap? Of is het taalgebruik nou eenmaal de manier waarop bepaalde groepen communiceren? “Om een simpel voorbeeld te geven: ‘Ik maak je af’ moet in een context van een voetbalwedstrijd anders worden ge?nterpreteerd, dan als die context er niet is”, zegt Arnout de Vries, die bij TNO onderzoek doet naar sociale media en maatschappelijke veiligheid.

Hij maakte samen met de politie een schatting van de hoeveelheid dreigementen die dagelijks over het internet vliegen: tienduizenden als je de context niet meeneemt, en als je dat wel doet enkele tientallen. En dat is alleen op het openbare net, de bedreigingen via bijvoorbeeld e-mail zijn niet meegeteld – ook daar krijgt iemand als Simons volop mee te maken.

Onmogelijk

2016-11-24 15:05:40 RIJSWIJK - Dreigende teksten op Facebook. Verwensingen op social media aan politici komen vaak voor. In de eerste helft van dit jaar deden politici al 200 meldingen bij het speciale team van justitie dat bedreiging van volksvertegenwoordigers behandelt. ANP ROBIN VAN LONKHUIJSEN

2016-11-24 15:05:40 RIJSWIJK – Dreigende teksten op Facebook. Verwensingen op social media aan politici komen vaak voor. In de eerste helft van dit jaar deden politici al 200 meldingen bij het speciale team van justitie dat bedreiging van volksvertegenwoordigers behandelt. ANP ROBIN VAN LONKHUIJSEN

Je kunt onmogelijk van de politie verwachten dat ze achter al die online bedreigingen aan gaat, zegt Ron Ritzen, docent rechtspsychologie aan de Juridische Hogeschool Avans/Fontys. “Ik vind dat er weleens makkelijk wordt verwezen naar de politie voor een hardere aanpak. Maar het strafrecht is eigenlijk het laatste middel in de keten. Liever zou je zien dat de samenleving veel van de verzenders zelf bijstuurt.”

Ook De Vries erkent dat. “Er worden vooral jongeren gepakt voor het versturen van dreigberichten en je kunt je afvragen of het een kwestie van opsporing is, of meer een kwestie van opvoeding.”

Maar los daarvan is het ook een kwestie van prioriteit bij de politie, denkt hij. “Online dreigementen gericht aan personen kun je in het lijstje zetten van wraakporno of cyberpesten. Het veroorzaakt groot persoonlijk leed, maar heeft in veel gevallen geen grote maatschappelijke impact. Dan staat dat momenteel niet bovenaan de prioriteitenlijst van de politie.”

Monitoren

“Mensen komen in ieder geval niet makkelijk weg met de opmerking dat het alleen maar een grapje was”. – Ron Ritzen, docent rechtspsychologie

Volgens De Vries is de politie wel veel meer online aan het monitoren dan een aantal jaar geleden. Zo zijn er speciale teams die het internet afstruinen op zoek naar dreigementen. “Maar ze zien lang niet alles. Ze zoeken bijvoorbeeld slechts op bepaalde platformen. En wat dacht je van foto’s en filmpjes, die zijn veel minder makkelijk automatisch te doorzoeken.”

De politie roept mensen daarom op vooral aangifte te doen van online bedreigingen, aldus een woordvoerder. Meestal is dat het startpunt van een onderzoek.

Komt een afzender van een online bedreiging voor de rechter – cijfers over hoeveel mensen dat jaarlijks zijn, heeft het Openbaar Ministerie niet – dan komt het wel vaak tot een straf, zegt Ritzen. “Mijn indruk is dat rechters het over het algemeen heel serieus nemen. Mensen komen in ieder geval niet makkelijk weg met de opmerking dat het alleen maar een grapje was.”

Van Twitter naar andere kanalen

doodsbedreiging1
Wie een idee wil krijgen wat op Twitter allemaal langskomt aan bedreigingen, kan op doodsbedreigingen.nl terecht. De site werd bijna zes jaar geleden opgericht door Sietse van der Meer en Pim Graus om de discussie rond de aanpak van online doodsbedreigingen aan te wakkeren.Nog altijd verzamelen ze systematisch dreigtweets. Zo werd er gisterochtend nog een doodsbedreiging aan het adres van minister Ard van der Steur genoteerd. Maar ook bedreigingen gericht aan onbekende mensen worden verzameld op de site.

In de aanpak van de afzenders is volgens Van der Meer en Gaus de afgelopen jaren weinig veranderd. Wat dat betreft is hun project nog altijd relevant, aldus Van der Meer. Wat wel veranderde is de plek waar bedreigingen worden geuit. “Twitter is veranderd, vooral jonge gebruikers zijn er weggegaan. De online bedreigingen zijn daarom verplaatst naar andere kanalen, zoals e-mail, facebookgroepen of Instagram.

Bron: Trouw