Zelfmoord van een scholier uit Tilligte
Vanavond in de vroege editie van #HvNL, live vanuit Tilligte, avondwake #tim http://t.co/DmP8tqX9
– SPS Media (@SPS_Media) November 6, 2012
Op 5 november 2012 plaatst de Twentsche Courant Tubantia de enige en algemene kennisgeving van het overlijden van Tim Ribberink. Uit de rouwadvertentie blijkt dat Tim zichzelf van het leven heeft beroofd, omdat hij slachtoffer was van pestgedrag. In eerste instantie lijkt deze trieste gebeurtenis een persoonlijke aangelegenheid te zijn van de ouders, familie en naasten van Tim. Echter, de vermoedelijke aanleiding van Tims overlijden veroorzaakt de nodige beroering in de
samenleving. In deze bijdrage staat de vraag centraal welke rol een gemeente bij gebeurtenissen als deze heeft; gebeurtenissen met een vrijwel uitsluitend
persoonlijk karakter, die een maatschappelijke impact op de (lokale) samenleving blijken te hebben. Heeft de gemeente in dezen überhaupt een rol? En zo ja, wat is dan die rol? Wat doe je als gemeente wel en wat doe je niet?
Feitenrelaas
Maandag 5 november 2012 verschijnt in de Twentsche Courant Tubantia het overlijdensbericht van de 20-jarige Tim Ribberink die vier dagen eerder zelfmoord heeft gepleegd. De ouders van Tim nemen in het overlijdensbericht enkele regels op van de afscheidstekst die hij hen
achterliet:
Lieve pap en man,
Ik ben mijn hele leven bespot, getreiterd, gepest en buitengesloten.
Jullie zijn fantastisch.
Ik hoop dat jullie niet boos zijn.
Tot weerziens, Tim
Het overlijdensbericht heeft een grote maatschappelijke impact, ook buiten Tilligte, het dorp in de gemeente Dinkelland waar Tim woonde. Landelijke media reageren direct op het overlijdensbericht. Hart van Nederland en Shownieuws besteden nog diezelfde dag aandacht aan het overlijden van Tim en de aanleiding daarvan. De berichtgeving kent meerdere invalshoeken. De directeur van de middelbare school waar Tim op zat, vertelt dat er verslagenheid en afschuw heerst op de school. Ook zegt hij dat bij de school geen signalen over pestgedrag bekend zijn. Het pesten heeft volgens hem op een andere school plaatsgevonden.
Daarnaast komen andere slachtoffers van pesten aan het woord. Zij vertellen dat pestgedrag ook hun leven in negatieve zin heeft beïnvloed. Voor sommigen is het herkenbaar dat zelfmoord een reële overweging is als het pesten als zo heftig wordt ervaren. De impact van pestgedrag wordt volgens hen onderschat. Bob van der Meer, psycholoog en oprichter van www.pesten.net, vindt het om die reden “voortreffelijk dat de ouders dit afscheidsbriefje hebben gepubliceerd”. Hij hoopt dat deze advertentie een aanleiding is om pesten de aandacht te geven die het verdient.
De bewondering voor de keuze van de ouders om het afscheidsbriefje te publiceren, is een breder gedeeld gevoel. De ouders van Tim blijken van alle media-aandacht “geschrokken” te zijn, zo geven zij via hun woordvoerder aan. Deze meldt ook dat de ouders de volgende dag tijdens een persconferentie een toelichting zullen geven bij hun keuze voor het plaatsen van de rouwadvertentie. Op 6 november 2012 om 16.30 uur vindt op het gemeentehuis van Dinkelland de persconferentie plaats. De woordvoerder die door de familie is ingeschakeld, wijst bij aanvang de aanwezigen op een aantal zaken voor een ordentelijk verloop van de persbijeenkomst. Daarna komt rouwbegeleider en pastor Marinus van den Berg, die de ouders in het rouwproces begeleidt, aan het woord. Hij leest namens de ouders van Tim een korte verklaring voor. Uit die verklaring blijkt dat de ouders van Tim, die enig kind was, bewust en weloverwogen de afscheidstekst
van Tim in zijn overlijdensbericht hebben opgenomen. Ook gaat hij in op de keuze van de ouders voor een dergelijke rouwadvertentie:
“De ouders willen eer betonen aan hun zoon. Niet heimelijk de doodsoorzaak wegstoppen, maar open en met een duidelijke boodschap. (…) De ouders hopen dat er een discussie op gang komt, die helpt voorkomen dat nog meer kinderen en jongeren het slachtoffer zullen worden van pesten.”
’s Avonds vindt in de rooms-katholieke kerk een avondwake voor Tim plaats; een afscheidsdienst op de avond voorafgaand aan de begrafenis die bedoeld is om de overledene de laatste eer te bewijzen. De avondwake wordt door ruim duizend mensen bijgewoond; de kerk is tot de laatste stoel bezet (Zie: Twente@actueel).
In diverse nieuwsuitzendingen wordt die avond verslag gedaan van de afscheidsdienst. In Hart van Nederland vertelt de eigenaar van de ijssalon waar Tim een bijbaan had, dat ook hij het overlijden van Tim niet heeft zien aankomen en een grote impact op de lokale gemeenschap ervaart. Tevens doet hij uit de doeken dat onder de naam van Tim schunnige berichten op internet zijn geplaatst. De ouders van Tim hebben dat aan de politie gemeld, maar daarvan geen aangifte gedaan. De politie gaat daarom niet over tot vervolgen.
In januari 2013 laait de aandacht in de media voor deze zaak nog een keer op. Een VARA-verslaggever maakt een documentaire over de zelfmoord van Tim. Hij reconstrueert de zaak en beweert onder andere dat er helemaal geen afscheidsbrief is geweest. Hij suggereert dat niet het pesten, maar een depressie, de oorzaak is geweest voor Tims keuze. Deze beweringen kwetsen de familie diep. De ouders brengen daarom het screenshot van de telefoon van Tim, met daarop de afscheidstekst die hij schreef (inclusief datum en tijdstip), naar buiten.

De maker van de documentaire, Bert Molenaar, is er daarna van overtuigt dat de afscheidsboodschap echt is. De VARA biedt de ouders een paar dagen
later haar excuses aan.
Bevolkingszorg, hoe ver reikt dat?
In het rapport “Bevolkingszorg op orde” stelt de commissie-Bruinooge dat gemeenten een algemene zorgplicht hebben voor hun bevolking. “In het bijzonder hebben zij dat tijdens rampen en crises”, aldus de commissie-Bruinooge (2012, p. 9). Maar wat betekent deze zorgplicht nu precies? Wat wordt er van een gemeente in het kader van bevolkingszorg verwacht bij een persoonlijke gebeurtenis die landelijk zoveel aandacht krijgt?
Naast de zorg die parate hulpverleningsdiensten bieden, de brandweerzorg, politiezorg en geneeskundige zorg (GHOR), hebben gemeenten bij rampen en crises de verantwoordelijkheid de overige zorgtaken te organiseren. Deze zorgtaken zijn onder meer uitgewerkt in het Besluit veiligheidsregio’s (art. 2.3.1). Praktisch gezien, zijn gemeenten vaak vanaf het eerste moment na een crisis uitvoerend betrokken, bijvoorbeeld als het gaat om het informeren van verwanten en het opvangen
van betrokkenen. Als de hulpverleningsdiensten klaar zijn met hun werkzaamheden, liggen er voor de gemeente vaak nog taken in het verschiet, zoals het (laten) organiseren van een stille tocht of herdenkingsbijeenkomst, het begeleiden van interne/externe onderzoeken of het afhandelen van de schade (zie commissie-Bruinooge, 2012, p. 9). Maar geldt dat ook in het geval van een zelfmoord van een scholier? In welke mate dient de gemeente dan een rol op te pakken?
Voor de aard en omvang van (de organisatie van) bevolkingszorg bestaan geen wettelijke richtlijnen; gemeenten dienen daar zelf invulling aan te geven. Onduidelijk is echter wat onder adequate bevolkingszorg moet worden verstaan, zo geeft de commissie-Bruinooge aan. Dat is de reden geweest waarom de commissie, in opdracht van het Veiligheidsberaad, in haar rapport richtinggevende prestatie-eisen heeft benoemd, die duidelijk moeten maken wat (minimaal) wordt verstaan onder adequate bevolkingszorg. In dit stuk wordt aan de hand van die prestatie-eisen gekeken welke rol er in deze casus voor de gemeente is weggelegd.
Analyse
Hoewel het overlijden van Tim door de betrokken autoriteiten niet als ‘crisis’ is getypeerd, had de gebeurtenis uiteraard wel een impact op de lokale gemeenschap. Op de ochtend van Tims overlijden werd burgemeester Cazemier gebeld door de politie met de mededeling dat er een suïcidegeval was in Tilligte.
“Naast het feit dat het overlijden van een jong iemand altijd al een schok teweegbrengt, zorgde ook het aanvliegen van een traumahelikopter voor beroering. Op dat moment heb je als burgemeester een rol als burgervader”, aldus burgemeester Cazemier.
Op maandag 5 november 2012 veranderde echter de context van de situatie. Waar eerst sprake was van een lokale impact door de suïcide vaneen 20-jarige dorpsgenoot, zorgde de rouwadvertentie ervoor dat de regio geschokt reageerde op het gebeurde. De rouwadvertentie bracht via de (sociale) media ook de rest van het land in beweging. Tijdens een regionaal college werd burgemeester Cazemier er door een collega op gewezen dat er volop getwitterd werd over Tim Ribberink. Het was zelfs al een trending topic. Door die veranderde context rijst de vraag: “Heeft de gemeente in dezen een rol en zo ja, op welke wijze geeft ze
daar invulling aan”
In de visie van de commissie-Bruinooge gaat adequate bevolkingszorg uit van vier elementen (en binnen deze vier elementen vallen de taken: voorlichting geven, voorzien in opvang en verzorging, verzorgen van nazorg en het registreren van slachtoffers en schadegevallen):
1 De overheid rekent erop dat de samenleving haar verantwoordelijkheid (ook) tijdens en na een crisis neemt.
2 De overheid stemt haar bevolkingszorg af op de zelfredzaamheid van de samenleving.
3 De overheid houdt rekening met en maakt gebruik van de spontane hulp uit de samenleving.
4 De overheid bereidt zich daar waar het om verminderd zelfredzamen gaat voor tot een vastgesteld zorgniveau, aangeduid als voorbereide bevolkingszorg. De “restzorg” levert zij op basis van veerkracht en improvisatie, wat wordt aangeduid als “geïmproviseerde zorg”.
Het eerste en tweede element van adequate bevolkingszorg liggen in elkaars verlengde. Burgers, bedrijven en instellingen zijn verantwoordelijk voor het eigen welbevinden en die verantwoordelijkheid hebben zij ook ten tijde van crises. De rol van de overheid is daarop afgestemd; zij gaat uit van de zelfredzaamheid van de bevolking. De zelfredzaamheid van de bevolking is in essentie een spontaan fenomeen, dat door de overheid kan worden ondersteund (gefaciliteerd en/of gestimuleerd). Er is geen reden te veronderstellen waarom deze twee elementen niet van toepassing zouden zijn in een geval als de onderhavige casus.
Het is in zo’n geval misschien zelfs eenvoudiger om de mate van zelfredzaamheid te bepalen. De zelfredzaamheid van de samenleving kan immers bij een crisis met vele verschillende betrokkenen moeilijker eenduidig te definiëren zijn. In dit geval was duidelijk dat de directbetrokkenen de familie en naasten van Tim waren. Richtinggevend voor de mate waarin de gemeente een rol zou kunnen of moeten vervullen, was hun zelfredzaamheid en behoefte aan ondersteuning.
Burgemeester Cazemier besloot, nadat hij zich had geïnformeerd over de belangstelling in de (sociale) media voor het overlijden van Tim, contact te zoeken met de familie. Na het overbrengen van de condoleances heeft hij gevraagd wat zijn ondersteunende rol of die van de gemeente richting de familie kon zijn. De familie had op dat moment zelf al een woordvoerder aangesteld, hetgeen een gouden greep bleekte zijn; zij ving veel mediadruk af voor de familie. Als zij er niet was
geweest en de familie had behoefte gehad aan ondersteuning op dit vlak dan zou de gemeente daarvoor hebben gezorgd, aldus burgemeester Cazemier: “Als wij als gemeentelijke overheid wel een psycholoog inschakelen voor de nazorg na een incident, waarom zouden we dan ook niet een communicatieadviseur aanbieden als de pers opdringerig wordt naar nabestaanden?” Ook is op dat moment de rouwbegeleider al in beeld bij de familie.
In dit geval was er daarom geen rol voor de burgemeester of de gemeente weggelegd, voor wat betreft voorlichting, opvang en verzorging of nazorg. De familie was daarin zelfvoorzienend en dus, met andere woorden, zeer zelfredzaam. Dat betekende voor de burgemeester overigens ook dat hij zich richting de pers stilhield. “Geen commentaar in de media. De verleiding was soms groot, maar ik heb alle vragen afgehouden. Ook voor mijn oude werkgever Omrop Fryslân
niet, en zelfs in en op de lokale media niet.” Ook naar aanleiding van de berichtgeving in januari 2013, waarin het bestaan van de afscheidsbrief van Tim ter discussie werd gesteld, communiceerde de burgemeester niet. “Het hele verhaal van de VARA is te verschrikkelijk voor woorden. De media zijn hier over de schreef gegaan. Vanwege mijn afspraak tot afwezigheid in de media, heb ik mij dus ook niet gemeld in het debat van de familie Ribberink.”
Het derde element van adequate bevolkingszorg is dat de overheid rekening houdt met, en gebruikmaakt van spontane hulp uit de samenleving. Ook dit element was in deze casus aan de orde. Naast ongetwijfeld andere gevallen van spontane hulp, stelden twee cafés en een winkelier hun locaties beschikbaar voor het geval bij de afscheidsdienst in de kerk sprake zou zijn van ruimtegebrek. Alles was klaar voor een eventuele televisieverbinding naar de locaties. Uiteindelijk bleek dit
niet nodig te zijn.
Het vierde element van adequate bevolkingszorg gaat over de voorbereiding op de zorg aan verminderd zelfredzamen (zgn. voorbereide bevolkingszorg). Daarnaast levert de overheid niet-voorbereide bevolkingszorg (of “restzorg”) op asis van veerkracht en improvisatie. Dit wordt daarom ook wel aangeduid als “geïmproviseerde zorg”. Daarbij geldt dat deze zorg in verhouding staat tot de omvang van de crisis en past bij de situatie.
In de onderhavige casus lijkt dit vierde element van ondergeschikt belang, aangezien de direct betrokkenen (ouders en familie van Tim) zeer zelfredzaam bleken te zijn. De rol die de gemeente Dinkelland vervulde, vertoonde evenwel kenmerken van “niet-voorbereide” bevolkingszorg, afgestemd op de behoeften van de betrokkenen. Op dinsdagochtend 6 november 2012, voorafgaand aan de persconferentie en de avondwake die later die dag zouden plaatsvinden, vond op het
gemeentehuis een overleg plaats. Aanwezig waren onder andere de burgemeester, de gemeentesecretaris, een communicatieadviseur van de gemeente en de woordvoerder van de familie. Onderwerp van gesprek was of er – gelet op een mogelijke massale belangstelling voorde afscheidsdienst van Tim – scenario’s te bedenken waren die om een bijdrage van de gemeente en/of een andere overheidspartner zouden vragen. Vanwege de grote belangstelling voor (de reden van) Tims overlijden was het voor geen van de aanwezigen bij het overleg op voorhand duidelijk hoeveel mensen naar de afscheidsdienst zouden komen. Daarom is ervoor gekozen om het optimale aan voorbereiding te doen.
“Het was net na de Facebookrellen in Haren, dus je gaat toch meer nadenken over: wat kan er allemaal gebeuren?”, aldus burgemeester Cazemier. “Niet dat we rellen verwachtten, maar wel verkeersperikelen of mogelijk andere situaties. In Tilligte kennen ze nog het “noaberschap”, dat betekent dat bij de begrafenis de noabers (buren) alles regelen. Zij dragen de kist. Zij verzorgen de parkeerbegeleiding. Vanuit de gemeente hebben we nagedacht welke maatregelen wij
konden nemen om ze te ondersteunen. Dit betekende bijvoorbeeld Tilligte afsluiten, waarbij het een groot voordeel was dat dit dorp tussen twee rotondes ligt.”
Tijdens het overleg is ook overeengekomen dat de gemeente, naast ondersteuning bij de afscheidsdienst, ook een faciliterende rol zou vervullen bij de persconferentie van 16.30 uur. De gemeente stelde het gemeentehuis ter beschikking, omdat de raadszaal de nodige faciliteiten bood voor een treffen met de media (spreekgestoelte, wifi en dergelijke). De gemeente heeft op de persconferentie geen inhoudelijke rol vervuld. De burgemeester was wel aanwezig, maar sprak niet met de pers. De pers liet hem (opvallend genoeg) ook met rust. De rol van de gemeente kende daarnaast een element dat door de commissie-
Bruinooge niet aan de orde is gesteld en verband houdt met het gegeven dat de bevolking soms verwacht dat de burgemeester bij de rouwverwerking een rol heeft. In Tilligte betrof dit bijvoorbeeld de aanwezigheid van de burgemeester bij de afscheidsdienst en de begrafenis. “In een plattelandsgemeente wil de gemeenschap de burgemeester zien. Daar ben ik bij. Niemand hoeft dit te vragen. In deze omgeving wordt gewoon van je verwacht dat je er bent. Een burgemeester moet meeleven met de familie. Dat voel ik ook zo. Ik voel mij persoonlijk betrokken, maar ga daar niet het woord voeren. Het is de verwachting van de maatschappij die legitimeert dat ik daar aanwezig ben.
De betrokkenheid van de gemeente bij dit incident zou ten slotte in een ander daglicht zijn komen te staan, als ze op de een of andere manier weet zou hebben van het pesten. Na het overlijden van Tim was niet direct duidelijk of de gemeente een rol had in de situatie die tot de zelfmoord had geleid. Het scenario van de beschuldigende vinger richting de gemeente is wel ter tafel gekomen, aldus de burgemeester. “Als er problemen bij ons bekend waren, dan verandert ook je rol in deze situatie.” Op het gemeentehuis zijn daarom de feiten langsgelopen. “Waar zat Tim op school? Op welke basisschool had hij gezeten?” Het bleken allebei openbare scholen te zijn en bij de gemeente waren geen problemen rond pesten bekend.
Afronding
De vraag die in dit stuk centraal stond was hoever de zorgplicht van een gemeente reikt als er niet direct sprake is van een crisissituatie. Wanneer ondersteunt een gemeente bij een afscheidsdienst of een begrafenis, en wanneer niet? Wanneer biedt de gemeente een communicatieadviseur aan, en wanneer niet? Wij denken dat het per situatie verschilt of de gemeente een rol heeft en op welke wijze zij deze invult. Soms is die rol evident; soms minder.
De gemeente Dinkelland heeft vanuit haar algemene zorgplicht jegens haar inwoners bewust voor een ondersteunende rol richting de nabestaanden gekozen. Daarmee werd aangesloten bij het feit dat vaak de samenleving in het algemeen, maar ook de direct betrokkenen zelf veerkracht tonen om een crisis te boven te komen. Deze veerkracht is voor de gemeente leidend om haar eventuele ondersteunende of faciliterende rol te bepalen. De vier elementen uit het rapport van de commissie-Bruinooge kunnen helpen om ook bij kleinere incidenten die in meer of mindere mate een maatschappelijke impact hebben de bevolkingszorg nader in te vullen. In deze casus werd door de gemeente een bijdrage geleverd op de momenten waarop en in de mate waarin daar behoefte aan was. Het sleutelwoord was “maatwerk”.
Voor dit stuk is dankbaar gebruikgemaakt van informatie die ons ter beschikking is gesteld door de woordvoerder en communicatieadviseur van de familie en door burgemeester Cazemier van gemeente Dinkelland.
Ontleend aan: Lessen uit crises en mini-crises 2012, onderzoeksreeks Politieacademie (lectoraat crisisbeheersing i.s.m. NGB). Auteurs: Roy Johannink, Annet Ponjee. redactie: Menno van Duin, Vina Wijkhuijs, Wouter Jong.
Deze SlideShare-presentatie is niet meer beschikbaar.
Rapport bevolkingszorg op orde commissie bruinooge from socialmediadna
Vragen over dit artikel
Welke rol had de gemeente Dinkelland na het overlijden van Tim Ribberink?
Een ondersteunende en faciliterende rol. Burgemeester Cazemier bood de familie hulp aan, de gemeente stelde het gemeentehuis beschikbaar voor de persconferentie en bereidde maatregelen voor, zoals het afsluiten van Tilligte, voor het geval de afscheidsdienst massaal bezocht zou worden.
Wat zijn de vier elementen van adequate bevolkingszorg volgens de commissie-Bruinooge?
De overheid rekent op de eigen verantwoordelijkheid van de samenleving, stemt haar zorg af op de zelfredzaamheid, maakt gebruik van spontane hulp uit de samenleving, en bereidt zich voor op zorg voor verminderd zelfredzamen, aangevuld met geïmproviseerde zorg.
Waarom sprak de burgemeester niet met de pers?
De familie had een eigen woordvoerder en was zelfredzaam. Burgemeester Cazemier had afgesproken afwezig te blijven in de media en hield alle vragen af, ook na de omstreden VARA-documentaire in januari 2013.
Wat gebeurde er rond de VARA-documentaire?
Een VARA-verslaggever beweerde in januari 2013 dat er geen afscheidsbrief was geweest. De ouders maakten daarop een schermafbeelding van Tims telefoon met de afscheidstekst openbaar, waarna de maker overtuigd was en de VARA excuses aanbood.
Vragen en antwoorden toegevoegd in 2026, op basis van het artikel hierboven.