Tagarchief: control

Social Media berichtgeving valideren in het heetst van de strijd #hoax

Sociale media staan er nu eenmaal om bekend dat het waarheidsgehalte van een bericht of een afbeelding niet in ??n oogopslag te bepalen is. De ?vermeende (maar nog niet hard bewezen) click fraude?maakt het niet gemakkelijker, omdat het lijkt alsof zeer veel mensen een bericht bevestigen. Er zijn steeds meer groepen die proberen uit te zoeken hoe onze Filter Bubble gemanipuleerd wordt, zoals bij Facebook het geval lijkt te zijn. Ook komen er steeds meer nieuwe diensten die helpen in validatie van content zoals Rbutr. Een klein voorbeeldje van geruchten bij incidenten uit ons eigen kikkerlandje gaf Roy Johannink onlangs op zijn VDMMP blog?over de onrust in Loppersum begin dit jaar. En eerder schreef hij een rapport over hoe social media van invloed is op onrustsituaties.

Op 17 januari 2014 houdt minister Kamp een persconferentie in Loppersum over het Gaswinningsbesluit. Op sociale media is er veel te vinden over de persconferentie en de toestand in Loppersum. Enkele?foto?s en berichten?zijn wel echt, maar horen niet bij situatie. Van een aantal is niet direct in te schatten of ze waar zijn, zoals het bericht ?Toegangswegen naar #loppersum geblokkeerd.? Maar een bericht over de inzet van kindsoldaten dat zal iedereen als zeer ongeloofwaardig bestempelen.?Politiechef Naomi Hoekstra?laat via Twitter weten: “Jammer, nepberichten over onrust in Loppersum. Zijn archieffoto’s van andere plaatsen, in Loppersum is het rustig!?

De vragen die leven onder communicatieprofessionals, maar ook onder informatie-analisten en leidinggevenden in de besluitvorming zijn voor een ieder herkenbaar. Wie zou een bijdrage willen leveren aan de omgevingsanalyse? Of aan het opsporen van familieleden na een incident. Of een bijdrage aan het communiceren met de buitenwereld? Ook de media en burgers willen snel weten of iets waar is. Velen zetten het nieuws klakkeloos door en sommigen duiken erin op zoek naar een mooi verhaal of de waarheid erachter. En dat kan interessante processen opleveren. Volgens sommigen was 2013 het ?Jaar van de Hoax?, een trend die anderen?in 2014 ook nog wel zien voortduren. Eerder hebben we al de vervelende gevolgen van van geruchten kunnen waarnemen in de analyses van Pukkelpop, Moerdijk of Project X Haren.
twitter_verified_accountHoe valideer je content? Door bijvoorbeeld aan?crowdsourcing?te doen, weten we wie bereidwillig is om vrijwillig een bijdrage te leveren. #Durftevragen, crowdmapping of crisismappig (zoals met Ushahidi) en andere bekende vormen van hulp online is meer dan welkom gebleken. En tools zijn er genoeg. Het Europese project Pheme (naar de Griekse roddelgodin) van werkt ook aan manieren en wil tot een soort leugendetector komen voor social media. Maar kijk bijvoorbeeld ook eens naar de lijst van tools uit het social media digital content verification handbook dat net uit is uitgebracht door het ?European Journalism Center?(EJC). Denk aan?reverse image searches, of aan?Exif of metadata?informatie, maar ook validatie van locaties. Uiteraard zijn er manieren om dit te omzeilen, maar het gros van de geruchten ondervang je hiermee. Een handboek is misschien wat teveel eer voor de publicatie, maar het is een mooi initiatief om deze kennis voor een breder publiek toegankelijk te maken. In deze blog daarom een paar voorbeelden van validatie tijdens crises, maar lees vooral ook het handboek om vele andere voorbeelden te bekijken met soms grote impact tijdens een incident of crisis. Er is voor de overheid en betrokkenen soms niets ergers dan een gerucht dat slim ‘geframed’ en in elkaar gesleuteld is, dat op de juiste tijdstip op social media geslingerd wordt en veel invloed krijgt op allerlei processen. En voor mediapartijen is het bewezen lastig om in een tsunami van informatie waarheid van fictie te onderscheiden, getuige ons blog over de Boston Bombings?waarin pijnlijk duidelijk wordt hoe diverse vooraanstaande mediapartijen als Reuters en CNN blunderden en de politie Twitter account van de @BostonPolice?zegevierde met gevalideerde informatie. Het zelfreinigend vermogen ook vanuit het publiek in digitale content lijkt steeds beter te worden.

Haaien in Manhattan

Ten tijde van orkaan Irene en een jaar later orkaan Sandy waren een aantal geruchten zeer hardnekkig. Het?FEMA (Federal Emergency Management Agency) heeft daarom nu niet alleen crisis management center, maar zelfs een speciaal Rumor Control Center moeten inrichten om een antwoord te geven op de storm aan geruchten. De geruchten van orkaan Irene gingen in de herhaling bij Sandy en er werden er vele nieuwe toegevoegd omdat grapjassen en internet trollen ook zien dat het invloed heeft.?Lees op de FEMA pagina?welke geruchten zij hebben ontkracht of bevestigd. Wij werken er enkele nader uit, omdat die veel rumoer op Twitter en Facebook hebben veroorzaakt.

FEMA

Allereerst was er (net als bij orkaan Irene) het gerucht van haaien in de straten van New York en andere plaatsen waar de overstromingen heftig waren. Uiteindelijk is dit gerucht, helaas pas in een vrij laat stadium, ontkracht.

Alleen al het?aantal berichten dat mensen maken over haaien in hun straat tijdens een overstroming zorgt voor enige (gezonde) scepsis onder de bevolking. Bovenstaande foto werd als eerste geplaatst door?Kevin McCarty, die wel in Brigantine?lijkt te wonen (waar deze huizen staan). Op Facebook wordt al meteen duidelijk dat deze Kevin vaker complimenten krijgt voor zijn Photoshop skills. Natuurlijk is het nog steeds mogelijk dat deze foto echt is, maar een crowdsourcing proces op jacht naar de echte foto?zorgde ervoor dat mensen uiteindelijk het origineel vonden. Een?Flickr image search laat zien dat het origineel?in 2006 in Zuid Afrika?is genomen.

shark

Ook de haai uit onderstaand plaatje is echt en aan deze foto is geen fotobewerking te pas gekomen. De foto is echter in Mexico genomen, maar geladen met berichten en uit de mond van iemand uit Manhattan leidde het toch tot de nodige onrust.

shark3

Het kan nog gekker:

scubadiver_615.jpg

Natuurlijk krijg je bij deze foto meteen het gevoel: dit is nep. Toch nam Gizmodo de foto over. De metro op de foto van?Jane?geeft al een aanwijzing daarvoor. Hoe kan het bijvoorbeeld dat de lichten aanstaan in de metro? En is er serieus een fotograaf die de moeite neemt om een dergelijke foto in een crisissituatie te nemen, waarbij de metro ingang afgesloten gebied is? Het blijkt dat?Anna Dorfman, die ook in Dumbo woont, deze foto vlak voor evacuatie genomen heeft. Ze bevestigd zelfs dat zij degene is die hem genomen heeft. Op Instagram geeft Ana Adjelic, ook inwoner van Dumbo, aan dat zij de metro heeft gefotografeerd, maar dan uit een iets andere hoek. De orginelen worden bij elkaar gelegd en de hoax is ontkracht. Journalist Jeff Howe (bekend van het boek over crowdsourcing) bevestigt dat een vriend van hem uit dat gebied soortgelijke foto’s stuurde, en ook hij stimuleert het crowdsourcing proces om tot de waarheid te komen.

En dan deze: de waarheid!

e34thst_615.jpg

Buzzfeed plaatste bovenstaande foto van?Franklin D. Roosevelt (FDR) Drive?dat totaal onderwater was gelopen. De foto was geplaatst op Instagram en social media journalist Chris Heller vond een?YouTube videoclip?die duidelijk laat zien dat de E 34th St exit totaal onder water staat. Ethan Ruttenberg plaatste later een hele serie videos waarin duidelijk werd dat dit geen hoax was. Nog steeds geen perfecte verificatie, maar er waren in dit geval voldoende getuigen die geraadpleegd konden worden over de situatie op straat.

En dan “over the top”:

dayaftertomorrow.jpg

Een foto uit de film?The Day After Tomorrow, die een New York TV logo kreeg om mensen te shockeren. En dat lukte. Hoewel vele Amerikanen (gelukkig) doorhadden dat deze foto niet echt kon zijn, vond men het ronduit smakeloos. Men kwam aan het vrijheidsbeeld. Er kwamen zelfs stemmen op om dit soort ‘grappen’ strafbaar te stellen en een heftige online discussie hierover kwam los. ?New York City raadslid Peter Vallone deed aangifte?tegen de grapjas?Shashank Tripathi (op Twitter?@ComfortablySmug)?die tijdens Sandy een hardnekkig gerucht in gang bracht over een aangekondigde stroomstoring:

FEMA1

Ook tijdens diverse andere incidenten hebben we geruchten geanalyseerd, zoals ten tijde van Project X Haren de geruchten over het dode meisje, de Hells Angels en diverse foto’s die geproduceerd werden. Of de geruchten bij Pukkelpop, De Londense rellen, de aanslag bij de Marathon in Boston. Heeft bijvoorbeeld onderstaande jongen een stoer verhaal over klappen die hij gehad heeft van de ME, of heeft hij simpelweg zijn enkel verzwikt?

enkel

Bronnen: The Atlantic, VDMMP, De Nieuwe Reporter, TechCrunch, TheNextWeb, Slate

Command & Control in de oorlog van morgen

In?Carr??van deze maand een artikel over de toekomst van Command & Control (C2) in de oorlog van morgen. Cyberspace als de 5e dimensie in het militaire optreden, naast land, zee, lucht en space en zal dus ook het commandovoeringsproces be?nvloeden. Social Media en de genetwerkte maatschappij die daarin een plek hebben maakt ander optreden voor Defensie. Een nieuw ‘DNA’ is in op diverse lagen bij Defensie nodig om in de oorlog van morgen te kunnen opereren.

Door:?Mark Bastiaans, Marcel van Hekken, Marc de Jonge, Marcel van der Lee, Mike Schenk, Antoine Smallegange, Jan Willem Streefkerk en Arnout de Vries (TNO)

In de oorlog van morgen moet Defensie opereren als ??n genetwerkte, slagvaardige en flexibele organisatie. Niet langer uitsluitend kinetisch, maar comprehensive. En ook in cyberspace. Dan moet alle noodzakelijke informatie voor planning, voorbereiding en uitvoering van taken altijd beschikbaar zijn. Op tijd, op het juiste niveau en op maat. Dat vraagt om kwalitatief hoogwaardige C2-processen (Command & Control) en bijpassende systemen.?Een C2-systeem bestaat uit mensen, machines, procedures en organisatie-vormen die commandovoering mogelijk maken. De ICT erachter noemen we C2-ondersteunende systemen.

Op dit moment gebruikt Defensie allerlei verschillende operationele en operatie-ondersteunende informatiesystemen, die meestal eilandstructuren vormen. Voor de operaties van morgen is meer nodig. De C2-ondersteunende systemen van de toekomst moeten flexibel aanpasbaar zijn, zich richten op informatie-integratie, informatie op maat aanbieden, over voorspellend vermogen beschikken en collaboration building en effect assessment mogelijk maken.

Defensie denkt natuurlijk al na over een nieuw C2-ondersteunend systeem in het kader van iCommand. In onze visie zal dit systeem echter niet de problemen van de eindgebruikers oplossen als dit wordt aangestuurd op de traditionele wijze van planning en verwerving. Sowieso is het de vraag of iCommand wel ??n systeem moet worden of dat het beter een configuratie van samenwerkende systemen kan zijn, die elk op hun eigen wijze tot stand komen binnen een goed afgesproken kader.

TNO is als strategisch kennispartner voor Defensie bezig met het ontwikkelen van een visie op C2-ondersteunende systemen van de toekomst. In dit artikel geven we onze visie op de kenmerken van deze systemen, de benodigde functionaliteiten, de kwalitatieve eisen en de technische ontwikkelingen die hierbij een rol spelen. Maar eerst kijken we naar de basisfunctionaliteit, de stand van zaken en de belangrijkste ontwikkelingen, en ook de uitdagingen die Defensie in de toekomst zal tegenkomen.

Basisfunctionaliteit

C2-systemen ? gevoed door C2-ondersteunende systemen ? hebben drie hoofdfuncties:

  1. Situationeel begrip (Situational Awareness) cre?ren: weten wat er speelt op het gevechtsveld. Zonder dit geen goede planning, besluitvorming en bevelvoering. Die informatie moet kunnen worden verwerkt en gedeeld, zodat een Common Operational Picture (COP)? ontstaat, een gemeenschappelijk situationeel begrip door meerdere partijen.
  2. Planning en besluitvorming (Command) mogelijk maken: het beslisproces met betrekking tot de manier van optreden om een doel te bereiken dat door de hogere commandant is gesteld.
  3. Bevelvoering (Control) faciliteren: de commandant organiseert, dirigeert en co?rdineert de activiteiten van zijn eenheden.

De stand van zaken en de belangrijkste ontwikkelingen

In 1996 publiceerde het Amerikaanse ministerie van Defensie haar visie op het gebruik van geavanceerde C2-ondersteunende systemen: Joint Vision 2010 (Shalikashvili, 1996). In deze visie zorgt ICT voor real-time intelligence, beter situationeel begrip en een eenduidig operationeel beeld van het fysieke (slag)veld. In Nederland zijn C2-ondersteunende systemen ondertussen gemeengoed bij alle krijgsmachtdelen, net als bij de meeste coalitiepartners. Volgens een onderzoek door het CCRP (Command & Control Research Programme) presteren C2-organisaties vooral beter bij combat-operaties. Bij vredesoperaties, waarbij een mix van militaire eenheden en civiele partijen moet samenwerken, is verbetering mogelijk.

Wij zien drie trends die belangrijk zijn voor C2 in de toekomst. Ten eerste verschuift het traditionele kinetische optreden naar comprehensive optreden: samen met partners. Ten tweede is het optreden niet beperkt tot het fysieke slagveld, maar zal het zich uitstrekken tot in de digitale wereld: cyberoptreden. Tot slot zien we dat technologische trends en de bijbehorende maatschappelijke veran?deringen steeds meer invloed krijgen op organisaties (en dus op C2).

In de moderne, comprehensive oorlogsvoering zijn het begrip van culturele verhoudingen, het opbouwen van duurzame relaties, het inrichten van logistieke infrastructuur en een langere politieke adem belangrijker geworden (Leonard e.a., 2010). Operaties vinden steeds vaker plaats in coalitieverband, met nauwe interagency-relaties met andere landen en overheden, NGO?s en private partijen. De klassieke commandovoering alleen werkt hier niet meer.

Een tweede trend is de groei van cyberoperaties, het infiltreren van computers, netwerken, software en internet om informatie en inlichtingen te vergaren en vijandelijke systemen te be?nvloeden of uit te schakelen. Cyber is nu al de 5e dimensie in het militaire optreden, naast land, zee, lucht en space en zal dus ook het commandovoeringsproces be?nvloeden.

Dan de technologie. Smartphones, social media en apps zijn niet meer weg te denken. Mensen hebben de hele wereld beschikbaar in hun broekzak. Dat heeft ook invloed op de commandovoering. Militairen kunnen nu via apps ook zelf informatie verzamelen. Informatie en functionaliteiten worden nu al ge?ntegreerd en contextafhankelijk aangeboden. Technologie kan daarmee steeds meer beslissingsondersteuning op maat bieden. De militair op het gevechtsveld wordt hierdoor steeds meer zelfregulerend en zelfsturend. De vaak traditionele systemen van Defensie blijven achter in deze ontwikkeling.

De uitdagingen

Deze ontwikkelingen leiden in de nabije toekomst tot twee uitdagingen voor Defensie: de ondersteuning van comprehensive en cyber?optreden vraagt om passende C2-functionaliteit. Ook zal Defensie C2-functionaliteit sneller moeten adopteren, wil men flexibel en effectief kunnen blijven optreden.

Defensie heeft nu meer rollen dan ooit: van gewapende machine tot coalitiebouwer, van precisiebom tot wereldwijde contra-terrorismestrijder, enz. In samenwerking met andere partijen en in cyberspace. Dit stelt nieuwe eisen aan de toekomstige C2-ondersteunende systemen, zoals functionaliteit voor het (samen)werken met meerdere actoren en factoren, informatie-integratie, informatie op maat (personalisatie) en beslissingsondersteuning.

De ICT-visie van Defensie berust nog altijd op grootschalige, dure systemen die tientallen jaren in bedrijf blijven. Maar de ontwikkelingen in nieuwe technologie verlopen veel sneller (cycli van 1-2 jaar), net als de behoefte van Defensie aan nieuwe functionaliteit. Er is dus een veel flexibeler en kortcyclischer verwervings- en ontwikkelingsaanpak nodig. Verderop in dit artikel komen we hierop terug.

C2

De C2-ondersteunende systemen van de toekomst

We hebben nu gezien hoe de snelle ontwikkelingen in de technologie en de maatschappelijke adoptie ervan leiden tot de behoefte aan steeds nieuwe functionaliteit. Dat geldt zeker voor toekomstige operaties, die steeds vaker in continu wisselende samenwerkingsverbanden worden uitgevoerd.

H?t C2-ondersteunende systeem van de toekomst dat alle mogelijke commandovoeringsscenario?s ondersteunt is er nog niet. Bovendien kan een dergelijk systeem ten koste gaan van flexibiliteit en aanpassingsvermogen, beide essenti?le eisen voor Defensie. Wij zien meer in een verzameling functionaliteiten (diensten) ? gedreven door gebruikersbehoeften en specifieke situaties ? die flexibel kunnen worden gecombineerd tot grotere systemen. Samen kunnen deze een groot deel van de toekomstige commandovoeringsscenario?s (zowel comprehensive als cyber) ondersteunen.

In plaats van blijven steken op het niveau van de algemene vereisten voor C2-ondersteunende systemen van de toekomst gaan wij uit van de gewenste functionaliteiten. En de bijbehorende implicaties voor het ontwerp, de technologie, het proces en de organisatie zelf. Hiermee wordt een basis gelegd voor de C2-ondersteunende systemen van de toekomst. Wat zijn dan die functionaliteiten?

  • Nieuwe functionaliteiten voor comprehensive en cyberoptreden: deze relatief nieuwe vormen van optreden vereisen nieuwe functionaliteit, zoals ondersteuning van opdrachtgerichte commandovoering, personalisatie en voorspellende modellen voor beslissingsondersteuning. De koppeling met ISR moet sterker worden. Organisatie- en communicatieafspraken zullen echter altijd nodig blijven.
  • Flexibel: open innovatie en agile voor versnelde ontwikkeling van systemen met verregaande personalisatie per groep, persoon, situatie of taak. Functies moeten direct beschikbaar zijn op het moment dat ze nodig zijn, met maximale gebruikmaking van open bronnen en civiele applicaties. De informatiebeveiliging staat maximale persoonlijke vrijheid toe.
  • Integraal: het ontwerp van toekomstige C2-ondersteunende systemen is expliciet integraal, dus te gebruiken in wisselende contexten en organisaties. Dit aspect wordt hieronder verder verduidelijkt aan de hand van korte scenariofragmenten (in kaders), waarin we de toegevoegde waarde van een functionaliteit van het C2-ondersteunend systeem beschrijven.

Op dit punt in ons betoog brengen we nog even de drie hoofdfuncties van het ondersteunende C2-systeem in herinnering: het ondersteunen van situationeel begrip, planning en besluitvorming, en bevelvoering. Wat moeten de C2-ondersteunende systemen van morgen hier gaan brengen?

Situationeel begrip

De kern van een goed C2-systeem is de kwaliteit, vorm en tijdigheid van de informatie die het overbrengt. Het moet niet alleen informatie geven over eigen troepen, maar ook over andere actoren en factoren in en buiten de operatieomgeving, gevalideerd door de ISR-keten. Flexibiliteit en informatie-integratie zijn dan zeer actueel: de commandant moet zijn eigen set tools flexibel kunnen samenstellen, afhankelijk van de informatiebehoefte (Streefkerk e.a., 2013). De informatiestroom wordt alleen maar groter, complexer en diverser. Informatie-integratie moet zorgen dat voor, tijdens en na afloop van operaties meerdere informatiebronnen kunnen worden gecombineerd tot een nieuwe verrijkte informatiebron, al dan niet van hogere kwaliteit.

C2-ondersteunende systemen hebben voor situationeel begrip de volgende afgeleide functionaliteiten nodig:

  • Functionaliteit die breder inzicht geeft in andere dan alleen kinetische actoren en factoren, doelen en voortgang (de PMESCI-factoren: Politiek, Militair, Economisch, Sociaal, Cultuur, Infrastructuur). Dit is een veel bredere insteek dan een Common Operational Picture (COP) bij de klassieke, meer kinetische commandovoering.
  • Aanvullend op de bredere insteek van het COP dient dit COP ook cyber-aware te zijn. De commandant en zijn staf moeten zich bij hun afwegingen bewust zijn van cyberfactoren met een mogelijke impact op de missie. Er is een accuraat beeld van de huidige en toekomstige status van kritieke middelen (assets) in het cyberdomein.

Personalisatie: op maat gesneden visualisaties en interface-indelingen op basis van rol/expertise, missie, ervaring, enz. De diversiteit in het optreden en de toenemende specialisatie van troepen en samenwerking met partners op maat vragen hierom. Wel moeten het gedeelde begrip en de gedeelde SA overeind blijven of zelfs beter worden, ook al gebruiken actoren een andere applicatie of kijken ze naar andere visualisaties van dezelfde informatie.

(Uit: PROMISE-scenario)

De TACCP beschikt over een optimaal beeld van het gevechtsveld. Op zijn tablet, die bij de TACCP tot secure is beveiligd, ziet C-TACCP de bijtrekkende eenheden zich verplaatsen over de weg en door de lucht. Hij kan zelfs, als hij wil, ieder voertuig zien bewegen, maar hij weet dat hij daar voorzichtig mee moet zijn. De neiging bestaat maar al te makkelijk zich dan met de situatie te bemoeien, terwijl hij weet dat hij slechts een digitale afspiegeling ziet van de realiteit. Ook geven de systemen hem een goed beeld van de PMESCI-factoren.

De Joint Intelligence Surveillance Target Acquisition and Reconnaissence-module (JISTAR) van de TFC heeft een continue stroom aan digitale gegevens van UAV?s, HUMINT, EOV, satellietfoto?s, radargegevens, NAVO-inlichtingenbronnen en uit de interagency omgeving verwerkt en geanalyseerd. De resultaten worden visueel aangeboden op de diverse devices en continu ververst met nieuwe geanalyseerde gegevens uit de joint-combined intelligence database MAJIIC. De C-TACCP kan kiezen voor de gebruikelijke visualisatie op landkaarten of satellietfoto?s, maar kan nu ook de view kiezen van de waarnemers op de grond met 3D-projecties van de informatie op de gebouwen.

 

C2room

Planning en besluitvorming

Planning is het uitwerken van mogelijke courses of action om de doelen van de commandant te bereiken. Planning beslaat een zeer korte (uren/dagen) tot zeer lange termijn (maanden/jaren) en kent steeds wisselende actoren. Bij planning en besluitvorming is steeds de balans tussen snelheid en kwaliteit van belang (cf. Alberts, Huber & Moffat). De ondersteuning van het planningsproces vraagt om flexibiliteit en collaboration building. Flexibiliteit zorgt ervoor dat planningen op verschillende tijdshorizonten kunnen worden gesynchroniseerd, uitgevoerd en ge?valueerd. Courses of action moeten worden gebaseerd op betrouwbare informatie uit de intelligenceketen. Collaboration building zorgt dat de doelen, belangen en modus operandi van verschillende partijen in de planning tot hun recht komen.

C2-ondersteunende systemen hebben voor planning en besluitvorming de volgende afgeleide functionaliteiten nodig:

  • Bredere ondersteuning van het planningsproces: toekomstscenario?s, reality checks en? validatie van de implicaties van de voorgestelde courses of action (inclusief het cyberdomein en de effecten daarvan in het militaire domein en andersom). Mensen moeten hierbij niet te veel leunen op de berekeningen van systeemmodellen en zelf blijven denken.
  • Informatieanalysefuncties: courses of action kunnen flexibeler worden opgesteld als er een sterkere integratie is tussen de intel-keten en de C2-keten. Bijvoorbeeld door informatieanalyse?functies beschikbaar te maken voor commandanten.
  • Collaboration tools voor het ondersteunen van joint en comprehensive optreden ?n plannen. Deze geven partijen inzicht in andere partijen, elkaars doelen, belangen, perspectieven en manieren van optreden.
  • Beslissingsondersteuning: functionaliteit die helpt verschillende courses of action tegen elkaar af te wegen en het maken van een keuze ondersteunt. Deze functionaliteit zal in de toekomst steeds vaker geautomatiseerd zijn. Visualisaties van diverse doorsnijdingen van gefuseerde data kunnen de vorm aannemen van bijvoorbeeld statusoverzichten. Belangrijke aandachtspunten zijn graceful degradation (terugvalmogelijkheden als de beslissingsondersteuning niet functioneert) en vertrouwen van de eindgebruiker in de ondersteuning.

(Uit: PROMISE-scenario)

De vliegers en de grondtroepen hebben de avond tevoren de actie gezamenlijk op de multi-touch birdtables met 3D-terreinview geoefend. Door deze terreinview en het onderliggende Geographical Information System (GIS) hebben de eenheden die deelnemen aan de actie elke invalshoek, de ideale vuurposities, aanvliegroutes voor maximale dekking van het doel vanuit zowel het perspectief van de grondeenheid als vanuit de derde dimensie kunnen zien en bespreken. Ze zijn op de hoogte van elkaars mogelijkheden en zorgpunten. Deze birdtable maakt het doorlopen van de komende actie bijzonder realistisch, zodat iedereen veel beter van elkaar weet hoe hij bij incidenten moet reageren.

C2field

Bevelvoering

Bij de uitvoering van missies en de aansturing hiervan met het C2-systeem komen de drie hoofdtaken ? situationeel begrip, planning en besluitvorming, ?n bevelvoering ? bij elkaar. Radioverkeer, sensorinformatie, berichten, rapporten en waarnemingen zorgen dat de commandant weet of een missie volgens plan verloopt of dat bijsturing nodig is. Ook hier spelen flexibiliteit en informatie-integratie weer een rol. Met name voor commandanten van lagere echelons is het van belang dat zij hun C2-proces flexibel kunnen uitvoeren, ook tijdens verplaatsingen en onder vuur.

C2-ondersteunende systemen hebben voor bevelvoering de volgende afgeleide functionaliteiten nodig:

  • Functionaliteit ter ondersteuning van functionele ondersteunende ketens, zoals vuursteun, geneeskundige dienst, logistiek, intel. Idealiter moet er een betere integratie en harmonisatie zijn van de hoofdfuncties van C2 met deze ondersteunende ketens.
  • Benutting van open bronnen en gegevensuitwisseling met coalitie- en interagency-partners: tijdens het monitoren van een operatie zijn ook open digitale (cyber)bronnen essentieel. Crowdsourcing en wisdom of the crowd zijn niet alleen van belang voor informatieverzameling, maar ook voor be?nvloeding (PsyOps) via sociale netwerken. Deze informatie moet dan wel betrouwbaar genoeg zijn.
  • Verbeterde logging: automatische vastlegging van operatierelevante informatie, zoals automatische generatie van patrouillerapportages, logging van posities, acties, beelden en spraak. Belangrijk hier is de eigen verantwoordelijkheid (accountability).

(Uit: PROMISE-scenario)

De smartphones zijn nuttig bij de uitvoering. Verdwalen in het dorp lijkt onmogelijk met het GIS en de GPS-positiemeldingen in combinatie met een kompas en navigatieapp.

Onderweg heeft SGTMARNS de Bruin een goed beeld van zijn omgeving. Zijn tablet wordt gevoed door de positie-updates van de smartphones van zijn manschappen. Die verschijnen automatisch op de tablet van zijn pelotonscommandant (pc). Met een beperkt tijdsinterval wordt deze informatie weer doorgestuurd in de hi?rarchieke lijn via dataradio?s en satellietverbinding. Zo heeft ook de current cell van de bataljonsstaf een near-real-time geaggregeerd beeld. Verder ontvangt hij korte WhatsApp-berichtjes van andere groepen over hun status. De SGTMARNS is tevreden over het verloop van de patrouille. Er is al een aantal gesprekken op straat geweest en hij heeft enkele wensen van de bewoners genoteerd, die vooral gaan over constructiewerkzaamheden door de genie. Soldaten kunnen terugvallen op de translatorapp op hun smartphone om contacten te leggen. Ook de plaatselijke bevolking is gewend aan de smartphones en doet graag mee aan het communiceren via hun eigen vertaalapp.

C2CA

Wat zijn de implicaties van onze visie?

In het voorgaande hebben we de gewenste functionaliteiten van de C2-ondersteunende systemen ?van morgen beschreven. Die functionaliteiten vereisen ontwikkelingen op een aantal gebieden. De belangrijkste daarvan zijn de gewenste informatieverwerking, kwaliteit, het ontwerp, technologieontwikkelingen en proces- en organisatieontwikkelingen. Deze onderwerpen worden in de volgende subparagrafen in samenhang behandeld.

Informatieverwerking

Hierboven zijn de gewenste functionaliteiten geschetst onder de drie hoofdfuncties van C2-ondersteunende systemen: situationeel begrip, planning en besluitvorming, en bevelvoering. Om deze functionaliteiten mogelijk te maken worden steeds hogere eisen gesteld aan informatieverwerking:

  • Het ontsluiten van informatieopslag-, -verwerkings- en -distributiecapaciteit: de basisbouw?stenen van ICT. Deze functionaliteit wordt aangeboden door de netwerk- en informatie-infrastructuur (NII), die niet alleen maar toepasbaar is voor C2-ondersteunende systemen.
  • Informatie-integratie: het integreren van twee of meerdere, al dan niet open informatie-bronnen om tot een nieuwe informatiebron te komen. Fusie van data uit verschillende bronnen (gesloten bronnen, open bronnen, sensorinformatie) en organisaties voor beeld?vorming en up-to-date informatie.
  • Informatieanalyse: het analyseren van informatie om tot inzicht te komen. Hieronder vallen informatieanalysefuncties (planning) en voorspellende modellen (planning en besluitvorming). Deze functionaliteit is specifiek voor C2-ondersteunende systemen.
  • Informatiegebruik: het acteren op inzicht verkregen uit informatie.? Bijvoorbeeld inzicht in de voortgang op het gebied van kinetische en andere doelen (situationeel begrip), plannings?ondersteuning (planning), beslissingsondersteuning (besluitvorming) en ketenondersteuning (bevelvoering). Deze functionaliteit is specifiek voor C2-ondersteundende systemen.

Kwaliteit

Naast functionaliteit is in dit artikel regelmatig gesproken over kwaliteit. Om het hoofd te kunnen bieden aan ieder denkbaar operationeel scenario zullen de C2-ondersteunende systemen van de toekomst bovendien heel flexibel moeten zijn. Ze zijn aanpasbaar aan nieuwe hardware, software en andere operationele of gebruiksomgevingen. Ze zijn gemakkelijk onderhoudbaar door de aangewezen beheerders die ook zelf nieuwe functies kunnen ontwikkelen. Ze zijn toegankelijk voor de breedst mogelijke gebruikersgroep. En om te komen tot de gewenste informatie-integratie moeten systemen dus uitwisselbaar (interoperabel) zijn en koppelbaar om twee of meerdere ? vaak open ? informatiebronnen te kunnen integreren. Defensie heeft vanzelfsprekend ook eigen stringente kwaliteitseisen: de systemen zijn te beveiligen en volledig betrouwbaar.

Ontwerp

Op basis van de vereiste functionaliteit en kwaliteit pleiten wij voor de volgende ontwerpkeuzes:

  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst kent een hoge mate van context-afhankelijkheid. Dit betekent dat een gebruiker niet alleen in een willekeurige situatie een serie systemen of applicaties kan samenstellen en aanroepen naar behoefte, maar dat systemen zelf (semi-)automatisch worden gekoppeld tot een situatie-specifieke keten of dienst die aansluit bij de behoefte van die gebruiker op dat moment. Deze keuze komt flexibiliteit ten goede.
  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst is een federatief systeem. Dus niet ??n C2-ondersteunend systeem, maar een aantal onderdelen of (sub)systemen die generieke functionaliteit (bijvoorbeeld stafkaarten, weer) en specifiekere functionaliteit (zoals een specifieke C2-applicatie voor vuursteun) bevatten. Deze keuze komt flexibiliteit ook ten goede.
  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst is opgesplitst in een netwerk- en informatie-infrastructuur en informatie-integratielaag, en een informatieanalyse en -gebruikslaag. Deze laatste twee lagen zijn uniek voor C2-ondersteunende systemen. Deze separation-of-concerns tussen C2-specifieke applicatiefunctionaliteit en generieke informatie betekent dat in de praktijk de koppeling tussen C2-applicaties in de informatie-integratielaag kan plaatsvinden. Deze keuze komt koppelbaarheid ten goede.
  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst is een open systeem. Dit betekent dat alle systemen met een ICT-component die deel uitmaken van het C2-systeem van de toekomst (dus ook wapensystemen, sensoren, systemen van coalitiepartners en interagency-partners) koppelbaar/interoperabel moeten zijn.

Technologische ontwikkelingen

Om de beschreven ontwerpkeuzes te ondersteunen is ? naast een volwassen netwerk- en informatie-infrastructuur en mogelijkheden voor informatie-integratie ? een aantal bredere technologische ontwikkelingen nodig:

  • Battlefield Internet: in C2-systemen van de toekomst is infomatie overal beschikbaar. In de civiele wereld is internet in de broekzak al heel gewoon. Deze mate van connectiviteit is ook nodig voor toekomstige C2-systemen. Op dit moment zijn de netwerkmogelijkheden op het gevechtsveld zeer beperkt. Om informatie bij uitgestegen manschappen te krijgen ? en om ze informatie te kunnen laten verzamelen ? moeten er nieuwe communicatielijnen worden ontwikkeld.
  • Transient Services: het samenstellen van een op een persoon toegesneden dienst voor een bepaalde situatie is geen gegeven. De komende jaren moet Defensie kijken naar samenstelling van deze diensten en een goede beschrijving van de informatiebehoefte.
  • Agile Security: een bepaalde mate van koppelbaarheid en strikte informatiebeveiliging vereisen nieuwe technologie en maatregelen om de beveiliging van informatie beheersbaar te houden.
  • Big Data en Big Analysis: het ?open maken?, het combineren en analyseren van informatiebronnen uit verschillende domeinen en met verschillende kwaliteit staat nog in de kinderschoenen. Ook hier zijn nieuwe technieken en methodieken nodig om dit te realiseren.

Proces- en organisatieontwikkelingen

Bij ICT-middelen is sprake van korte productcycli. Hardware raakt snel verouderd, nieuwe apparatuur verschijnt op de markt. De behoefte aan functionaliteiten verandert ook snel, zowel door nieuwe vormen van optreden en nieuwe dreigingen, maar ook door nieuwe technische mogelijkheden. De traditionele verwervingsaanpak is niet langer geschikt voor de aanschaf van C2-ondersteunende middelen. Er zal een omslag moeten plaatsvinden van:

  • gedetailleerde (tijdrovende) specificatie van het gehele systeem naar (snelle) specificatie van onderdelen waar behoefte aan is.
  • het kopen van een compleet commercial-off-the-shelf product bij ??n leverancier naar een CD&E-aanpak (Concept Development & Experimentation) van kopen, testen en gefaseerd invoeren van losse (prototype)onderdelen van verschillende leveranciers.

Conclusies

In dit artikel hebben wij een visie geschetst van de C2-ondersteunende systemen voor de toekomst, en de uitdagingen en technologische ontwikkelingen die hierbij van belang zijn. De grootste uitdaging is de verschuiving van traditioneel kinetisch optreden naar comprehensive en cyberoptreden. die vraagt om nieuwe functionaliteiten. Specifiek moeten C2-ondersteunende systemen flexibel aanpasbaar zijn, zich richten op informatie-integratie, deze informatie over alle relevante factoren op maat aanbieden, over voorspellend vermogen beschikken, en collaboration building en effect assessment mogelijk maken. Op die manier kan een toekomstvaste ondersteuning worden geboden bij alle onderdelen van C2: situationeel begrip, planning en besluitvorming, en bevelvoering.

De huidige en toekomstige technologie biedt hiervoor kansen: consumerisation faciliteert nieuwe manieren om hardware, software en communicatiemiddelen in te zetten. Facebook en Google laten ?bijvoorbeeld eindgebruikers hun eigen functionaliteit bepalen (en maken). Battlefield Internet stelt informatie sneller en beter beschikbaar, terwijl informatie-integratie wordt gefaciliteerd door koppelbaarheid en interoperabiliteit van bronbestanden. Open innovaties op social media zouden een voorbeeld moeten zijn voor de mogelijkheden voor samenwerking van Defensie met andere partners. Defensie is aan zet om deze trends (nog) beter benutten.

Dit heeft natuurlijk implicaties voor processen, organisatie en houding van de organisatie. Belangrijkste enabler hiervoor is dat de innovatiecyclus van C2-ondersteunende systemen sneller moet worden doorlopen. Om van de meest recente technologie gebruik te maken moet kort cyclisch ge?nnoveerd worden, inclusief behoeftestelling vanuit operationele gebruikers. Agile ontwikkelen (open innovatie, benutting van civiele technologie) kan dit bewerkstelligen. Idealiter liggen behoeftestelling, innovatie en verwerving in elkaars verlengde in ge?ntegreerde CD&E-trajecten. Deze openheid en snelheid vragen om een andere aansturing: van risicomijdend naar risico?managend, van processen dicteren naar randvoorwaarden stellen. In onze visie kan op deze manier het enorme potentieel aan technologische innovaties constructief worden ingezet bij het ontwerp en de realisatie van toekomstige C2-ondersteunende systemen.

Referenties

Robert R. Leonhard, Thomas H. Buchanan, James L. Hillman, John M. Nolen, and Timothy J. Galpin (2010). A Concept for Command and Control. JOHNS HOPKINS APL TECHNICAL DIGEST, VOLUME 29, NUMBER 2. 157-170.

J.W. Streefkerk, N.J.J.M. Smets, M. Varkevisser & S. Hiemstra-van Mastrigt (2013). Support platoon commanders’ command and control : Commander Zone Management System. TNO Technical Report 2013 R10909. Soesterberg: TNO.

Lkol D.M. Brongers, NEC kennisdocument, versie 1.0, aug 2007

John M. Shalikashvili , Joint Vision 2010, 1996

David S. Alberts, Reiner K. Huber, and James Moffat, NATO NEC C2 maturity model, DoD CCRP, Feb 2010.

Visie NII (Netwerk en Informatie Infrastructuur) voor de doelfinancieringsprogramma?s V1125/1126) / de Visie II (Informatie Integratie) voor C2ISR (V1334) ? in ontwikkeling bij TNO; 2013

Bron:?Carr??

De crowd in control tijdens drukke evenementen

massaHet is bij publieksevenementen van belang om te weten op welk moment het te druk is op de evenementlocatie. Om hieraan bij te dragen, ontwikkelde TNO een visie op het bemeten en be?nvloeden van ?de crowd?, zodat die meer zelfregulerend wordt (de crowd in control). TNO werkte hierbij samen met politie Oost-Nederland, de gemeente Nijmegen en de organisatie van de Nijmeegse Vierdaagsefeesten.?In dit artikel belichten?Arnout de Vries?en?Christiaan van den Berg?van TNO het be?nvloeden van de crowd.

Zelfregulering speelt een belangrijke rol bij het voorkomen van problemen. Zo ook in situaties waarin het (te) druk wordt of waarin je dat al vroegtijdig ziet aankomen. Maar wat doe je vervolgens? Zeker bij open evenementen is het fysiek afsluiten van een gebied of het uitzetten van muziek een laatste redmiddel. Het motiveren van mensen om naar een andere locatie te gaan of zich anders te gedragen, heeft altijd de voorkeur. Psychologische principes kunnen ingezet worden om het publiek te verleiden en het gewenste gedrag te vertonen. Bij het positief be?nvloeden van het gedrag van mensen helpt het segmenteren van doelgroepen en het op maat benaderen van deze typen publiek. In het veiligheidsdomein liggen nog veel kansen om deze gedragskennis beter te benutten.

Het be?nvloeden van het publieksgedrag begint al heel vroeg in het proces, lang voordat het evenement plaatsvindt. De fysieke inrichting, de programmering, het informatieproces en communicatie zijn allemaal middelen om aan be?nvloeding te doen. Ook begint de interactie met het publiek steeds vroeger, bijvoorbeeld door het aanmaken van een facebookpagina of door gebruik te maken van een smartphone-app. Dergelijke maatregelen hebben met name waarde voor vrij toegankelijke evenementen zonder ticketverkoop.

TNO ziet een belangrijke trend in crowd management: steeds meer wordt er gebruik gemaakt van het zelforganiserend vermogen van het publiek. De uitgangspunten om de menigte meer zelfsturend te laten worden zijn hierbij: ruimte, richting en ruggesteun. Je geeft mensen wel enige richting (kaders) en biedt sommige doelgroepen meer ruggesteun (communicatie en informatie), maar bezoekers moeten vooral het gevoel hebben alle ruimte te krijgen in hun eigen beslissingen.

Het is belangrijk onderscheid te maken in de be?nvloeding van bewust gedrag en van onbewust gedrag. Bewust gedrag is rationeel en gepland, terwijl onbewust gedrag automatische intu?tieve beslissingen zijn. Zo merken bezoekers niet direct dat programmering en fysieke inrichting invloed hebben op de keuzes die zij maken, terwijl zij bewuster zullen beslissen op basis van een boodschap via de omroepinstallatie.

Nieuwe kansen liggen juist in dynamische (bij)sturing tijdens het evenement. Daarbij kan technologie (naast het inzetten van mensen die helpen met publieksturing) volgens TNO een grote rol vervullen. Als er bij het NS-station tijdens een evenement bepaalde muziek gespeeld wordt, treedt er later eerder (on)bewuste herkenning en gedrag op (dit heet priming). Het publiek kan onbewust worden gestuurd door priming toe te passen. In de marketing worden dergelijke methodieken al langer succesvol toegepast. Er liggen veel kansen in het vertalen van deze be?nvloedingsprincipes naar openbare orde en veiligheid.

Vijf tips
1. Maak gedragsbe?nvloeding expliciet onderdeel van het inrichten van evenementenveiligheid, zoals bij de Nijmeegse feesten al wordt gedaan met de fysieke inrichting en programmering.?Een voorbeeld van het planmatig inzetten van mensen zijn de zgn. city guides die op stelten staan en de menigte op een elegante wijze de juiste richting wijzen zonder dit af te dwingen (zie voorbeeld onderaan het artikel).

2. Stuur op onbewust gedrag; vanuit de psychologie bezien het meest krachtige middel van be?nvloeding. Kijk eens naar het voorbeeld van de ?pianotrap? (www.pianostair.com).

3. Zet informatie- en communicatiemiddelen in om doelgroepspecifiek of zelfs persoonlijk te sturen. Een app die op basis van je persoonlijke profiel een advies geeft is slimmer dan ?massacommunicatie?.?Een ?event app? op je smartphone die op basis van je social media profiel (je voorkeuren en je sociale netwerk) een advies geeft is een stuk slimmer dan een dienst die zomaar een willekeurig advies geeft.

4. Gebruik tijdens evenementen daar waar nodig dynamische be?nvloeding. Bijvoorbeeld door de combinatie van een goedgekozen bericht uit social media en een beeld op een scherm op straat dat mensen verleidt om naar een bepaalde locatie te gaan.?Bijvoorbeeld een bericht uit social media, met daarin uitnodigende sfeerbeelden voorzien van teksten door de menigte zelf geproduceerd, doorgestuurd worden naar een scherm op straat om mensen naar een bepaalde locatie te stimuleren.

5. Tot slot: dynamische be?nvloeding van gedrag kan alleen als er betrouwbare metingen of voorspellingen zijn van drukte tijdens het evenement. Want alleen d?n kun je de menigte gericht verleiden en leren van deze nieuwe sturingsprincipes voor uw evenement.

cityguide

Een voorbeeld van het inzetten van mensen zijn de city guides op stelten die op een elegante wijze de massa de juiste richting wijzen zonder dit af te dwingen. De bezoekers zijn verantwoordelijk voor hun eigen keuzes, maar voelen zich niet als haringen in een ton een richting op gedwongen worden. Als men gedwongen keuzes moet maken vervalt gedrag vaak in achterover leunen op de verzorgingsmaatschappij of wordt men juist recalcitrant. Als bezoekers het gevoel hebben dat ze hun eigen keuzes maken, is de sfeer niet alleen prettiger maar worden ze gestimuleerd in hun zelforganiserend vermogen.

Bron: Dit artikel verscheen eerder in de nieuwsbrief van het KCEV.

Social media crowd control bij evenementen

DanielleFictorie

Een interessante scriptie van Danielle Fictorie over de inzet van Twitter ten behoeve van crowd control, waarin ze vanuit de Universiteit Utrecht onder begeleiding van Albert Meijer bij politieregio Haaglanden onderzoek heeft gedaan naar de inzet van Twitter tijdens het EK2012.

Aanleiding

In Den Haag is het in het verleden vaak ?misgegaan? tijdens voetbalwedstrijden van het Neder-lands Elftal. In het bijzonder op het Jonckbloetplein is het steeds raak. Krantenkoppen als ?Grimmig Oranjefeest op Jonckbloetplein? (AD/Haagsche Courant, 7 juli 2010), ?Laakkwartier: d? plek voor reltoeristen? (NRC, 9 juli 2010), ?Weer arrestaties in Laakkwartier na zege Oran-je? (AD/Haagsche Courant, 29 juni 2010) en ?Het Jonckbloetplein ? traditie van feesten en rel-len? (AD/Haagsche Courant, 19 juni 2008) spreken voor zich. Op YouTube staan tientallen filmpjes van burgers die de ongeregeldheden laten zien op het plein. Bervoets, van Oorschot, Esman en Adang (2010: 48-57, 71-78) laten in een analyse zien dat het al sinds 1988 bij elke eindronde uit de hand loopt op het Jonckbloetplein. De overlast wordt alleen maar erger, met tientallen aanhoudingen, veel schade en gewonde politiemedewerkers tot gevolg. De ervaring leert inmiddels dat hoe verder Nederland in het toernooi komt, hoe groter de ongeregeldheden zijn. De kans op ongeregeldheden is groter na een overwinning dan na verlies. Dit beeld werd bevestigd tijdens het EK 2012: hoewel de ongeregeldheden meevielen ten opzichte van eerdere toernooien, was het steeds onrustiger naarmate er meer wedstrijden waren gespeeld.

Inzet van Twitter?

Twitter is een van de middelen die de politie Haaglanden heeft ingezet ten behoeve van crowd control tijdens het EK 2012. De politie Haaglanden heeft reeds ervaring opgedaan met de inzet van Twitter tijdens andere evenementen. Ten opzichte van deze evenementen wijkt het Europees Kampioenschap op twee punten af: de organisatie en de doelgroep. Ten eerste is er geen specifieke organisatie verantwoordelijk voor het evenement, wat bijvoorbeeld bij een demonstratie wel het geval is. Dat heeft als gevolg dat er lastiger afspraken gemaakt kunnen worden over de communicatie via Twitter. Ten tweede is, in vergelijking met bijvoorbeeld de studentendemonstratie uit januari 2011, de doelgroep relatief weinig actief op sociale media. Dat kan het bereik van de berichten via Twitter beperken. Twitter is daarom ingezet als medium dat ondersteunend is aan andere communicatiemiddelen.

Twitter is ingezet om de volgende vijf doelen te bereiken:
1. Burgers informeren over het standpunt/het uitgangspunt van het politieoptreden.
2. Onwaarheden in tweets van anderen ontkrachten.
3. Preventie: mensen waarschuwen, de gevolgen in laten zien van hun daden.
4. Opinievorming over politie optreden positief be?nvloeden.
5. Opsporing: verzenders van opruiende tweets vervolgen.

Twitter crowd control

Tweets van burgers zijn gemonitord met behulp van Twitterfall. Ten dele is er gemonitord tijdens het observeren bij de politie Haaglanden, maar er is ook extra gemonitord buiten deze tijden. Het bereik van de Twittercommunicatie tijdens het EK is hieronder te zien:

TwittercrowdcontrolEK

Voor de politie Haaglanden is een adviesrapport geschreven waarin is onderzocht in hoeverre deze vijf doelen bereikt zijn tijdens het EK. Ook zijn er aanbevelingen uitgebracht voor de inzet van Twitter tijdens toekomstige evenementen.

Conclusies en aanbevelingen:?

Geconcludeerd wordt, op basis van het (soms ten dele) bereiken van de vijf doelen, dat de inzet van Twitter succesvol is geweest, maar dat er nog wel verbeterpunten zijn. Een belangrijk behaald doel is dat burgers en media via Twitter ge?nformeerd zijn over de inzet van de politie Haaglanden. Dit heeft in positieve zin bijgedragen aan het imago van de politie Haaglanden, een tweede doel. Wat nog beter kan, is het reageren op vragen en opmerkingen van burgers en het preventief inzetten van Twitter.

Het was voor de politie Haaglanden niet mogelijk om twee van de vijf doelen te behalen. Er werden nauwelijks onwaarheden verspreid via Twitter, waardoor het niet mogelijk was voor de politie om deze tegen te spreken. Ook zijn er geen verzenders van opruiende tweets vervolgd, omdat er geen tweets waren die volgens de gehanteerde richtlijnen opruiend genoeg waren. Voor deze twee doelen geldt dat er wel intensieve monitoring van tweets heeft plaatsgevonden. Deze monitoring heeft veel informatie opgeleverd over de situatie op en rondom het Jonckbloetplein en zou daarom een doel op zichzelf kunnen zijn.
De politie Haaglanden blijkt goed op de hoogte te zijn van mogelijke ongewenste effecten van Twitter. Het korps neemt maatregelen om deze effecten tegen te gaan.
Naast een analyse van de inzet van de politie Haaglanden is op verzoek van het korps ook gekeken naar ervaringen van andere korpsen. Drie buitenlandse cases worden in dit rapport beschreven, net als de ervaringen van twee andere Nederlandse korpsen. Over het algemeen bevestigen deze ervaringen dat Haaglanden op de goede weg is met de inzet van Twitter.

Sommige leerpunten die door de andere korpsen genoemd worden, zijn in Den Haag al ge?mplementeerd. Wel kan Haaglanden op diverse kleinere punten nog leren van andere korpsen, zoals een betere samenwerking met partners. Deze lessen zijn opgenomen in de aanbevelingen voor het korps. De ervaringen van andere korpsen bevestigen de indruk dat Twitter een bijdrage levert aan crowd control.
Dit rapport wordt afgesloten met 18 aanbevelingen voor de politie Haaglanden die ingaan op de inhoud van tweets, de doelstellingen voor de inzet en de interne en externe samenwerking. De belangrijkste aanbevelingen, die ervoor kunnen zorgen dat bij een volgend evenement de gestelde doelen nog beter kunnen worden bereikt, zijn:

  • Besteed meer aandacht aan het reageren op opmerkingen en vragen van burgers. Als besloten wordt om niet te reageren op vragen, communiceer dat dan naar de volgers.
  • Herhaal bij een meerdaags evenement de uitgangspunten van het politieoptreden na een paar dagen.
  • Overleg met het Openbaar Ministerie over wat verstaan wordt onder ?opruiing?. Als blijkt dat de nu gehanteerde richtlijn voor een opruiende tweet correct is, neem het vervolgen van verzenders van opruiende tweets dan niet langer op als doelstelling want dit is niet haalbaar. Als de definitie van een opruiende tweet breder is, stem dit dan af en houd hier rekening mee met een volgend evenement.
  • Neem ?het monitoren van tweets? op als apart doel.
  • Bedenk met welke partners samengewerkt kan worden tijdens een evenement (zoals HTM of ANWB) en stem met deze partners een Twitterstrategie af.

Lees hier het volledige rapport:

Mooi filmpje toekomst crowd management

Mooi in beeld gebracht crowd control: Time Lapse of Crowd Control in Tokyo Japan for Comic Market

Formaties Mobiele eenheid Korea

Glazen Huis en digitale crowd control

Glazen Huis 2013: Leeuwarden

Het?Glazen Huis?van 3FM Serious Request zal van 18 t/m 24 december?2013?te vinden zijn op Wilhelminaplein in Leeuwarden. Over de rol van social media zullen eind 2013 berichten. Lees intussen over de rol van social media in relatie tot crowd control en veiligheid in de afgelopen jaren van het Glazen Huis:

Glazen Huis 2012: Enschede

Carice van Houten sluit de deuren van het Glazen Huis in Enschede en daarmee start officieel de goede doelen-actie?Serious Request?van 3FM die dit jaar jaar geld ophaalt voor baby?s in ontwikkelingslanden. Er worden 10.000-den mensen in Enschede verwacht. Om die grote publieke toeloop in goede banen te leiden, gaan de hulpdiensten tijdens Serious Request de?allernieuwste hulpmiddelen?inzetten, berichtte het?TechnologieBlog?eerder al. Zo wordt onder meer Twitcident van onder andere TNO gebruikt dat berichtgeving via Twitter filtert en analyseert of Blue Mark ingezet waarmee hulpdiensten direct inzicht hebben in de omvang en de beweging van mensenmassa?s. Het controleren van al die gadgets gebeurt vanuit de zogeheten Crowd Control Room. Hoe dat in zijn werkt gaat blijkt uit een reportage van de NOS. De verwachting is dat er tijdens de actieperiode van 18 tot en met 24 december sprake is van een gezellige drukte rondom het Glazen Huis zelf en de talrijke nevenactiviteiten die worden ontplooid om zoveel mogelijk geld voor het goede doel in te zamelen. Het evenement wordt niet alleen bezocht door vele duizenden mensen, het is ook 24 uur per dag live te volgen op radio, internet en tv.

Om het evenement rondom het Glazenhuis in goede banen te kunnen leiden wordt door zowel de gemeente Enschede als politie, brandweer en GHOR de nodige inzet geleverd. Het gezamenlijke doel van deze middelen is een zo goed en accuraat mogelijk beeld te verkrijgen van de actuele situatie waarmee het mogelijk wordt een groot publieksevenement in een prettige sfeer te laten verlopen. De plek waar al deze informatie bij elkaar komt is de Crowd Control Room die tijdelijk is ingericht in het stadhuis in Enschede en die gedurende de actieperiode het hart is van het crowdmanagement. Om deze reden hebben onder andere de gemeente Enschede en de Veiligheidsregio Twente bijgedragen aan de realisatie van een wifi-netwerk van NDIX in de Enschedese binnenstad.
Twitcident: inzicht in Twitter
Twitcident detecteert, filtert en analyseert berichtgeving via Twitter tijdens grote evenementen. Door de grote berg aan actuele maar ongestructureerde data op Twitter via slimme filters te presenteren, wordt een beeld geleverd dat door hulpverleners kan worden gebruikt. Snelle ?n betrouwbare informatie waarmee een overzicht ontstaat van de situatie, hoe de burgers deze situatie beleven en de informatie-behoefte die bestaat. Deze gegevens worden via het politie service centrum, gerouteerd naar verschillende medewerkers: zo kunnen voorlichters van gemeente en politie directer inspelen op de social media met hun berichtgeving en de recherche informatie-afdeling van de politie is in staat de gegevens te gebruiken in hun analyses. Uiteraard is ook de Crowd Control Room uitgerust met Twitcident. (Met medewerking van Twitcident)

http://youtu.be/CF6avObWiF0

Urban Shield System: positionering van collega?s
Dit systeem genereert een realtime overzicht van de posities van de first responders in een gebied en projecteert deze gegevens in een 3D-kaart. Hiermee wordt in ??n oogopslag??duidelijk waar ingezette eenheden zoals politie en brandweer zich bevinden. Deze informatie, gekoppeld aan onder andere de camera-beelden van het gebied en andere gegevens, maken het mogelijk snel en doeltreffend op te treden. Hierdoor kan een evenement met vele duizenden bezoekers in een prettige sfeer blijven verlopen. De techniek waarmee de gegevens in beeld worden gebracht maakt gebruik van een GPS-device waarmee de first responders worden uitgerust. Hierdoor wordt ook de veiligheid van deze mensen vergroot. (Met medewerking van AGT International)
Blue Mark: tellen van de menigte
Tijdens grote evenementen is het van belang inzicht te hebben in de omvang en bewegingen van de massa?s mensen. Raakt een terrein met beperkte capaciteit te vol? Is er sprake van een grote toeloop? Relevante vragen voor hulpverleners en anderen die een taak hebben in het in goede banen leiden van een evenement. De smartphones van tegenwoordig geven periodiek ?digitale handtekeningen? af via wifi en bluetooth. Door deze data te detecteren, te lokaliseren en te volgen kan als het ware worden geteld hoeveel mensen zich op een bepaalde plek bevinden en hoe ze zich door de stad bewegen. Door op meerdere plekken sensoren op te hangen die waarnemingen doen, kan op basis van extrapolatie inzicht worden verschaft in de omvang van groepen mensen en de stromen van de massa. (Met medewerking van Blue Mark Innovations)

Extra camera?s
Aanvullend aan de al aanwezige camera?s in de Enschedese binnenstad zullen vijf extra camera?s in gebruik worden genomen. Deze vijf zijn van de Veiligheidsregio Twente en zullen na de inzet bij het Glazen Huis worden gebruikt bij andere Twentse evenementen of op plekken waar tijdelijk extra toezicht in de publieke ruimte gewenst is. Het uitkijken van de camera-beelden in het publieke domein wordt gedaan in de Regionale ToezichtsRuimte in Hengelo. Vanuit deze locatie worden de mobiel inzetbare camera?s bestuurd. Voor de inzet tijdens Serious Request is er een rechtstreekse koppeling met de tijdelijke Crowd Control Room in het stadhuis in Enschede. Tijdens deze inzet wordt ook gebruik gemaakt van twee bodycams die zullen worden gedragen door politie-collega?s die te voet door de Enschedese binnenstad gaan. Het bijzondere van deze camera?s is dat ze via live streaming video zullen worden uitgekeken in de RTR en Crowd Control Room. Met medewerking van Alphatron Security Systems, Zepcam en Vd Molen Intallatietechniek
FoBo: front office back office van de politie ook open voor andere beveiligers
De politie Twente heeft een backoffice ingericht in het politiebureau in Oldenzaal waar de medewerkers gegevens invoeren die door hun ?frontoffice?-collega?s worden ingebeld. Deze frontoffice wordt gevormd door alle politiecollega?s die op straat hun werk doen. Naast het aannemen en registreren van de melding kan gelijktijdig achtergrondinformatie worden opgezocht waarmee de dienstdoende agent op straat zijn voordeel kan doen. Het gaat dus met name om het vastleggen??van waarnemingen en het aanbieden van relevante informatie. Hier komt de toegevoegde waarde van het spraakherkenningsysteem waar bij FoBo mee gewerkt wordt, om de hoek kijken: er komt zoveel informatie van buiten naar binnen, alles verwerken is onmogelijk. Het binnenkomende gesprek van de bellende collega op straat wordt daarom opgenomen. Het spraakherkenningsysteem neemt dus een deel van de administratieve afhandeling van het primaire proces over. Niet alleen voor de politiecollega?s in Enschede is dit een nieuw middel, ook de collega?s van de gemeentelijke afdeling Handhaving en een privaat beveiligingsbedrijf zullen tijdens de actieperiode gebruik maken van de inbel-mogelijkheid voor de vastlegging van hun waarnemingen. Daarmee wordt het mogelijk gemaakt straatinformatie beschikbaar te hebben in de systemen. Met medewerking van Telecats.

Serious Request biedt de hulpverleners en de Veiligheidsregio Twente een uitgelezen kans om middelen en werkwijzen uit te proberen tijdens een groot, maar zeer vriendelijk evenement. Er komen veel mensen op af, maar de verwachting is dat de kans op verstoringen laag is. Daardoor kan een deel van de aandacht ook worden besteedt aan het testen en beter op elkaar afstemmen van deze vernieuwende werkwijzen. Ook het feit dat het meerdere dagen beslaat is prettig, het geleerde kan immers meteen opnieuw in de praktijk worden gebracht.

Bron: Veiligheidsregio Twente

Glazen Huis 2011: Leiden

Voor de komst van 3fm Serious Request in december 2011 is een Twitterplan opgesteld voor het eindfeest, omdat gevreesd werd voor grote drukte. Het plan werd opgesteld door Marco Leeuwerink van de politie Hollands Midden en Koen de Lange van de gemeente Leiden. @Gemeenteleiden?heeft 3279 volgers.?Twitter werd ingezet om mensen die van buiten Leiden nog onderweg waren naar het feest snel op de hoogte te kunnen brengen. Grote drukte werd namelijk verwacht in het centrum en de vraag was of de pleinen de drukte zouden kunnen verwerken.
Samen met de 3FM organisatie en de Politie Hollands Midden is nagedacht over de thema?s en het afzenderschap. Gedurende de hele week zijn er door de gemeente Leiden tweets verstuurd over bijvoorbeeld fietsparkeren, wildplassen en gevaar van glas. Niet de makkelijkste onderwerpen om in 140 tekens te verwoorden. Ze wilden geen opgestoken vingertjes.

In het plan is opgenomen welke tweets verstuurd zouden worden, wanneer (afhankelijk van de drukte op de pleinen), door wie (politie, via het korpsaccount @politieHM), met welke hashtag (#sr11) en door wie de berichten geretweet worden (door de gemeente, Leidenmar-keting en 3FM). In de stad waren matrixborden aanwezig. Dit was het belangrijkste communi-catiemiddel met de aanwezige bezoekers. De inzet van Twitter was gericht op de bezoekers die nog onderweg waren. Via tweets werden mensen opgeroepen om in de stad op de matrix-borden te letten.
Er werd gewerkt met scenario?s omtrent de drukte op twee pleinen waar het evenement plaatsvond. Teksten voor tweets zijn vooraf geschreven en vooraf werd bepaald wanneer deze ingezet worden, afhankelijk van de drukte op het plein. De politie is leidend in het proces, ver-stuurt de tweets en stuurt indien nodig andere partijen aan om te retweeten. Uiteindelijk was het overigens niet nodig om de tweets te versturen: alles is rustig gebleven (Castelein, 2011).
Naast dit Twitterplan, dat was gericht op crowd management, is een deelplan geschreven om overlast door geparkeerde fietsen te voorkomen. Deze tweets waren gericht op de Leidena-ren. Ook hiervoor werden al voor het evenement tweets geschreven die om de paar uur ver-stuurd werden. Het verschil met het plan voor crowd control was dat de gemeente in deze si-tuatie leidend was: zij verstuurden de tweets, die werden geretweet door de politie en door Leiden Marketing op het speciale @srleiden account.

Enkele tweets:

  • Hoge nood tijdens #SR11? Respecteer de omwonende mama?s (en papa?s) van #GlazenHuisen gebruik de plaskruizen en Dixie toiletten!
  • Neem geen glas of flessen mee naar het #Glazenhuisen het eindfeest #SR11. Glas vormt een gevaar voor jezelf en anderen
  • Fietsend naar eindfeest #SR11in #Leiden? Hou de weg vrij voor hulpdiensten en zet je fiets op ruime afstand #GlazenHuis& Molen de Valk!

Voor de laatste dag was er ook een plan gemaakt. Twitterberichten stonden in concept klaar voor als Leiden te vol was of als er een calamiteit zou plaatsvinden. Dat was gelukkig niet nodig.?Op?1 incident?na is alles rustig. gebleven. Behalve op Twitter dan.?Daar was sprake van een?waar twittergeweld.

Bronnen: Twittergeweld, Twitter voor crowd control

Glazen Huis 2010: Eindhoven

De uitzending vanuit het Glazen Huis startte al op zaterdag om 15 uur met een “Warming Up”, gepresenteerd door?Bart Arens. Er werd teruggeblikt op de vorige edities van Serious Request, en vooruitgeblikt op wat er in de editie van 2010 zou gaan komen. De?dj’s kwamen om zes uur ’s middags het huis in, om te beginnen met het draaien van aangevraagde platen. Het Glazen Huis werd om 20.45 uur gesloten door?Prinses Margriet.

In Eindhoven werd ook een flash mob gehouden, dit keer een kussengevecht:

Glazen Huis 2009: Groningen

Prinses M?xima komt op bezoek in het Glazen Huis in Groningen, waarin drie dj’s van 3FM zes dagen zonder eten zullen verblijven in het kader van de actie Serious Request. Dit jaar halen ze geld op om de ziekte malaria te bestrijden.?In Groningen werden een aantal flash mobs gehouden bij het Glazen Huis (de eerste bij het Glazen Huis), zie hieronder een impressie: