Categoriearchief: Public

Publieke sector voorbeelden

#Neknomination

Neknomination binge drinking game

Skulling, downing, chugging, binging. Dat kennen we nu allemaal wel. Maar Neknomination is weer een nieuw drankspelletje onder jongeren, omdat het binging op social media brengt en men elkaar stimuleert met filmpjes om het steeds gekker te maken. Er is zelfs een website die filmpjes verzameld, waaruit blijkt dat het zeker niet zonder gevaar is. Zo werkt het: je post een video waarin je een halve liter bier (of een sterker drankje) in een keer achterover slaat. Daarna nomineer je een vriend die binnen 24 uur hetzelfde moet doen. En dat het liefst zo spectaculair mogelijk.

Of volgens het motto dat op internet rondgaat:?Neck your drink. Nominate another. Don’t break the chain, don’t be a dick. The social drinking game for social media! #neknominate. Drink Responsibly.

Vanuit Engeland #NekandNominate naar de andere kant van de aardbol (Australi?) en zo de hele wereld over met als hashtag #neknominate.?Op Facebook werd een neknomination pagina gesloten nadat een Ierse jongen Johny Byrne (19) zichzelf de dood in dronk. Mensen hadden hem na het spelen van een spelletje neknominate het water zien ingaan.?Zijn vader roept nu op?een einde?te maken aan het drankspel. “Ik vraag alle jongeren goed na te denken waar ze mee bezig zijn. Het heeft mijn zoon z’n leven gekost.”?Volgens de?Britse krant Metro?vertelde zijn broer Patrick aan de BBC dat het spelletje een soort pesten is geworden; als je niet meedoet, word je online belachelijk gemaakt. Een paar dagen geleden overleed ook een andere Ier. Zijn dood wordt ook in verband gebracht met het drankspel. Onderstaande Zuid-Afrikaan laat overigens zien dat het?ook anders kan: hij hoopt met neknominate armoede uit de wereld te helpen.

Op misdaad ABC staan voorbeelden?van hoe de politie social media gebruikt om op te treden tegen alcoholmisbruik.

Bronnen: NOS, Guardian, BBC, Metro, IrishMirror

Command & Control in de oorlog van morgen

In?Carr??van deze maand een artikel over de toekomst van Command & Control (C2) in de oorlog van morgen. Cyberspace als de 5e dimensie in het militaire optreden, naast land, zee, lucht en space en zal dus ook het commandovoeringsproces be?nvloeden. Social Media en de genetwerkte maatschappij die daarin een plek hebben maakt ander optreden voor Defensie. Een nieuw ‘DNA’ is in op diverse lagen bij Defensie nodig om in de oorlog van morgen te kunnen opereren.

Door:?Mark Bastiaans, Marcel van Hekken, Marc de Jonge, Marcel van der Lee, Mike Schenk, Antoine Smallegange, Jan Willem Streefkerk en Arnout de Vries (TNO)

In de oorlog van morgen moet Defensie opereren als ??n genetwerkte, slagvaardige en flexibele organisatie. Niet langer uitsluitend kinetisch, maar comprehensive. En ook in cyberspace. Dan moet alle noodzakelijke informatie voor planning, voorbereiding en uitvoering van taken altijd beschikbaar zijn. Op tijd, op het juiste niveau en op maat. Dat vraagt om kwalitatief hoogwaardige C2-processen (Command & Control) en bijpassende systemen.?Een C2-systeem bestaat uit mensen, machines, procedures en organisatie-vormen die commandovoering mogelijk maken. De ICT erachter noemen we C2-ondersteunende systemen.

Op dit moment gebruikt Defensie allerlei verschillende operationele en operatie-ondersteunende informatiesystemen, die meestal eilandstructuren vormen. Voor de operaties van morgen is meer nodig. De C2-ondersteunende systemen van de toekomst moeten flexibel aanpasbaar zijn, zich richten op informatie-integratie, informatie op maat aanbieden, over voorspellend vermogen beschikken en collaboration building en effect assessment mogelijk maken.

Defensie denkt natuurlijk al na over een nieuw C2-ondersteunend systeem in het kader van iCommand. In onze visie zal dit systeem echter niet de problemen van de eindgebruikers oplossen als dit wordt aangestuurd op de traditionele wijze van planning en verwerving. Sowieso is het de vraag of iCommand wel ??n systeem moet worden of dat het beter een configuratie van samenwerkende systemen kan zijn, die elk op hun eigen wijze tot stand komen binnen een goed afgesproken kader.

TNO is als strategisch kennispartner voor Defensie bezig met het ontwikkelen van een visie op C2-ondersteunende systemen van de toekomst. In dit artikel geven we onze visie op de kenmerken van deze systemen, de benodigde functionaliteiten, de kwalitatieve eisen en de technische ontwikkelingen die hierbij een rol spelen. Maar eerst kijken we naar de basisfunctionaliteit, de stand van zaken en de belangrijkste ontwikkelingen, en ook de uitdagingen die Defensie in de toekomst zal tegenkomen.

Basisfunctionaliteit

C2-systemen ? gevoed door C2-ondersteunende systemen ? hebben drie hoofdfuncties:

  1. Situationeel begrip (Situational Awareness) cre?ren: weten wat er speelt op het gevechtsveld. Zonder dit geen goede planning, besluitvorming en bevelvoering. Die informatie moet kunnen worden verwerkt en gedeeld, zodat een Common Operational Picture (COP)? ontstaat, een gemeenschappelijk situationeel begrip door meerdere partijen.
  2. Planning en besluitvorming (Command) mogelijk maken: het beslisproces met betrekking tot de manier van optreden om een doel te bereiken dat door de hogere commandant is gesteld.
  3. Bevelvoering (Control) faciliteren: de commandant organiseert, dirigeert en co?rdineert de activiteiten van zijn eenheden.

De stand van zaken en de belangrijkste ontwikkelingen

In 1996 publiceerde het Amerikaanse ministerie van Defensie haar visie op het gebruik van geavanceerde C2-ondersteunende systemen: Joint Vision 2010 (Shalikashvili, 1996). In deze visie zorgt ICT voor real-time intelligence, beter situationeel begrip en een eenduidig operationeel beeld van het fysieke (slag)veld. In Nederland zijn C2-ondersteunende systemen ondertussen gemeengoed bij alle krijgsmachtdelen, net als bij de meeste coalitiepartners. Volgens een onderzoek door het CCRP (Command & Control Research Programme) presteren C2-organisaties vooral beter bij combat-operaties. Bij vredesoperaties, waarbij een mix van militaire eenheden en civiele partijen moet samenwerken, is verbetering mogelijk.

Wij zien drie trends die belangrijk zijn voor C2 in de toekomst. Ten eerste verschuift het traditionele kinetische optreden naar comprehensive optreden: samen met partners. Ten tweede is het optreden niet beperkt tot het fysieke slagveld, maar zal het zich uitstrekken tot in de digitale wereld: cyberoptreden. Tot slot zien we dat technologische trends en de bijbehorende maatschappelijke veran?deringen steeds meer invloed krijgen op organisaties (en dus op C2).

In de moderne, comprehensive oorlogsvoering zijn het begrip van culturele verhoudingen, het opbouwen van duurzame relaties, het inrichten van logistieke infrastructuur en een langere politieke adem belangrijker geworden (Leonard e.a., 2010). Operaties vinden steeds vaker plaats in coalitieverband, met nauwe interagency-relaties met andere landen en overheden, NGO?s en private partijen. De klassieke commandovoering alleen werkt hier niet meer.

Een tweede trend is de groei van cyberoperaties, het infiltreren van computers, netwerken, software en internet om informatie en inlichtingen te vergaren en vijandelijke systemen te be?nvloeden of uit te schakelen. Cyber is nu al de 5e dimensie in het militaire optreden, naast land, zee, lucht en space en zal dus ook het commandovoeringsproces be?nvloeden.

Dan de technologie. Smartphones, social media en apps zijn niet meer weg te denken. Mensen hebben de hele wereld beschikbaar in hun broekzak. Dat heeft ook invloed op de commandovoering. Militairen kunnen nu via apps ook zelf informatie verzamelen. Informatie en functionaliteiten worden nu al ge?ntegreerd en contextafhankelijk aangeboden. Technologie kan daarmee steeds meer beslissingsondersteuning op maat bieden. De militair op het gevechtsveld wordt hierdoor steeds meer zelfregulerend en zelfsturend. De vaak traditionele systemen van Defensie blijven achter in deze ontwikkeling.

De uitdagingen

Deze ontwikkelingen leiden in de nabije toekomst tot twee uitdagingen voor Defensie: de ondersteuning van comprehensive en cyber?optreden vraagt om passende C2-functionaliteit. Ook zal Defensie C2-functionaliteit sneller moeten adopteren, wil men flexibel en effectief kunnen blijven optreden.

Defensie heeft nu meer rollen dan ooit: van gewapende machine tot coalitiebouwer, van precisiebom tot wereldwijde contra-terrorismestrijder, enz. In samenwerking met andere partijen en in cyberspace. Dit stelt nieuwe eisen aan de toekomstige C2-ondersteunende systemen, zoals functionaliteit voor het (samen)werken met meerdere actoren en factoren, informatie-integratie, informatie op maat (personalisatie) en beslissingsondersteuning.

De ICT-visie van Defensie berust nog altijd op grootschalige, dure systemen die tientallen jaren in bedrijf blijven. Maar de ontwikkelingen in nieuwe technologie verlopen veel sneller (cycli van 1-2 jaar), net als de behoefte van Defensie aan nieuwe functionaliteit. Er is dus een veel flexibeler en kortcyclischer verwervings- en ontwikkelingsaanpak nodig. Verderop in dit artikel komen we hierop terug.

C2

De C2-ondersteunende systemen van de toekomst

We hebben nu gezien hoe de snelle ontwikkelingen in de technologie en de maatschappelijke adoptie ervan leiden tot de behoefte aan steeds nieuwe functionaliteit. Dat geldt zeker voor toekomstige operaties, die steeds vaker in continu wisselende samenwerkingsverbanden worden uitgevoerd.

H?t C2-ondersteunende systeem van de toekomst dat alle mogelijke commandovoeringsscenario?s ondersteunt is er nog niet. Bovendien kan een dergelijk systeem ten koste gaan van flexibiliteit en aanpassingsvermogen, beide essenti?le eisen voor Defensie. Wij zien meer in een verzameling functionaliteiten (diensten) ? gedreven door gebruikersbehoeften en specifieke situaties ? die flexibel kunnen worden gecombineerd tot grotere systemen. Samen kunnen deze een groot deel van de toekomstige commandovoeringsscenario?s (zowel comprehensive als cyber) ondersteunen.

In plaats van blijven steken op het niveau van de algemene vereisten voor C2-ondersteunende systemen van de toekomst gaan wij uit van de gewenste functionaliteiten. En de bijbehorende implicaties voor het ontwerp, de technologie, het proces en de organisatie zelf. Hiermee wordt een basis gelegd voor de C2-ondersteunende systemen van de toekomst. Wat zijn dan die functionaliteiten?

  • Nieuwe functionaliteiten voor comprehensive en cyberoptreden: deze relatief nieuwe vormen van optreden vereisen nieuwe functionaliteit, zoals ondersteuning van opdrachtgerichte commandovoering, personalisatie en voorspellende modellen voor beslissingsondersteuning. De koppeling met ISR moet sterker worden. Organisatie- en communicatieafspraken zullen echter altijd nodig blijven.
  • Flexibel: open innovatie en agile voor versnelde ontwikkeling van systemen met verregaande personalisatie per groep, persoon, situatie of taak. Functies moeten direct beschikbaar zijn op het moment dat ze nodig zijn, met maximale gebruikmaking van open bronnen en civiele applicaties. De informatiebeveiliging staat maximale persoonlijke vrijheid toe.
  • Integraal: het ontwerp van toekomstige C2-ondersteunende systemen is expliciet integraal, dus te gebruiken in wisselende contexten en organisaties. Dit aspect wordt hieronder verder verduidelijkt aan de hand van korte scenariofragmenten (in kaders), waarin we de toegevoegde waarde van een functionaliteit van het C2-ondersteunend systeem beschrijven.

Op dit punt in ons betoog brengen we nog even de drie hoofdfuncties van het ondersteunende C2-systeem in herinnering: het ondersteunen van situationeel begrip, planning en besluitvorming, en bevelvoering. Wat moeten de C2-ondersteunende systemen van morgen hier gaan brengen?

Situationeel begrip

De kern van een goed C2-systeem is de kwaliteit, vorm en tijdigheid van de informatie die het overbrengt. Het moet niet alleen informatie geven over eigen troepen, maar ook over andere actoren en factoren in en buiten de operatieomgeving, gevalideerd door de ISR-keten. Flexibiliteit en informatie-integratie zijn dan zeer actueel: de commandant moet zijn eigen set tools flexibel kunnen samenstellen, afhankelijk van de informatiebehoefte (Streefkerk e.a., 2013). De informatiestroom wordt alleen maar groter, complexer en diverser. Informatie-integratie moet zorgen dat voor, tijdens en na afloop van operaties meerdere informatiebronnen kunnen worden gecombineerd tot een nieuwe verrijkte informatiebron, al dan niet van hogere kwaliteit.

C2-ondersteunende systemen hebben voor situationeel begrip de volgende afgeleide functionaliteiten nodig:

  • Functionaliteit die breder inzicht geeft in andere dan alleen kinetische actoren en factoren, doelen en voortgang (de PMESCI-factoren: Politiek, Militair, Economisch, Sociaal, Cultuur, Infrastructuur). Dit is een veel bredere insteek dan een Common Operational Picture (COP) bij de klassieke, meer kinetische commandovoering.
  • Aanvullend op de bredere insteek van het COP dient dit COP ook cyber-aware te zijn. De commandant en zijn staf moeten zich bij hun afwegingen bewust zijn van cyberfactoren met een mogelijke impact op de missie. Er is een accuraat beeld van de huidige en toekomstige status van kritieke middelen (assets) in het cyberdomein.

Personalisatie: op maat gesneden visualisaties en interface-indelingen op basis van rol/expertise, missie, ervaring, enz. De diversiteit in het optreden en de toenemende specialisatie van troepen en samenwerking met partners op maat vragen hierom. Wel moeten het gedeelde begrip en de gedeelde SA overeind blijven of zelfs beter worden, ook al gebruiken actoren een andere applicatie of kijken ze naar andere visualisaties van dezelfde informatie.

(Uit: PROMISE-scenario)

De TACCP beschikt over een optimaal beeld van het gevechtsveld. Op zijn tablet, die bij de TACCP tot secure is beveiligd, ziet C-TACCP de bijtrekkende eenheden zich verplaatsen over de weg en door de lucht. Hij kan zelfs, als hij wil, ieder voertuig zien bewegen, maar hij weet dat hij daar voorzichtig mee moet zijn. De neiging bestaat maar al te makkelijk zich dan met de situatie te bemoeien, terwijl hij weet dat hij slechts een digitale afspiegeling ziet van de realiteit. Ook geven de systemen hem een goed beeld van de PMESCI-factoren.

De Joint Intelligence Surveillance Target Acquisition and Reconnaissence-module (JISTAR) van de TFC heeft een continue stroom aan digitale gegevens van UAV?s, HUMINT, EOV, satellietfoto?s, radargegevens, NAVO-inlichtingenbronnen en uit de interagency omgeving verwerkt en geanalyseerd. De resultaten worden visueel aangeboden op de diverse devices en continu ververst met nieuwe geanalyseerde gegevens uit de joint-combined intelligence database MAJIIC. De C-TACCP kan kiezen voor de gebruikelijke visualisatie op landkaarten of satellietfoto?s, maar kan nu ook de view kiezen van de waarnemers op de grond met 3D-projecties van de informatie op de gebouwen.

 

C2room

Planning en besluitvorming

Planning is het uitwerken van mogelijke courses of action om de doelen van de commandant te bereiken. Planning beslaat een zeer korte (uren/dagen) tot zeer lange termijn (maanden/jaren) en kent steeds wisselende actoren. Bij planning en besluitvorming is steeds de balans tussen snelheid en kwaliteit van belang (cf. Alberts, Huber & Moffat). De ondersteuning van het planningsproces vraagt om flexibiliteit en collaboration building. Flexibiliteit zorgt ervoor dat planningen op verschillende tijdshorizonten kunnen worden gesynchroniseerd, uitgevoerd en ge?valueerd. Courses of action moeten worden gebaseerd op betrouwbare informatie uit de intelligenceketen. Collaboration building zorgt dat de doelen, belangen en modus operandi van verschillende partijen in de planning tot hun recht komen.

C2-ondersteunende systemen hebben voor planning en besluitvorming de volgende afgeleide functionaliteiten nodig:

  • Bredere ondersteuning van het planningsproces: toekomstscenario?s, reality checks en? validatie van de implicaties van de voorgestelde courses of action (inclusief het cyberdomein en de effecten daarvan in het militaire domein en andersom). Mensen moeten hierbij niet te veel leunen op de berekeningen van systeemmodellen en zelf blijven denken.
  • Informatieanalysefuncties: courses of action kunnen flexibeler worden opgesteld als er een sterkere integratie is tussen de intel-keten en de C2-keten. Bijvoorbeeld door informatieanalyse?functies beschikbaar te maken voor commandanten.
  • Collaboration tools voor het ondersteunen van joint en comprehensive optreden ?n plannen. Deze geven partijen inzicht in andere partijen, elkaars doelen, belangen, perspectieven en manieren van optreden.
  • Beslissingsondersteuning: functionaliteit die helpt verschillende courses of action tegen elkaar af te wegen en het maken van een keuze ondersteunt. Deze functionaliteit zal in de toekomst steeds vaker geautomatiseerd zijn. Visualisaties van diverse doorsnijdingen van gefuseerde data kunnen de vorm aannemen van bijvoorbeeld statusoverzichten. Belangrijke aandachtspunten zijn graceful degradation (terugvalmogelijkheden als de beslissingsondersteuning niet functioneert) en vertrouwen van de eindgebruiker in de ondersteuning.

(Uit: PROMISE-scenario)

De vliegers en de grondtroepen hebben de avond tevoren de actie gezamenlijk op de multi-touch birdtables met 3D-terreinview geoefend. Door deze terreinview en het onderliggende Geographical Information System (GIS) hebben de eenheden die deelnemen aan de actie elke invalshoek, de ideale vuurposities, aanvliegroutes voor maximale dekking van het doel vanuit zowel het perspectief van de grondeenheid als vanuit de derde dimensie kunnen zien en bespreken. Ze zijn op de hoogte van elkaars mogelijkheden en zorgpunten. Deze birdtable maakt het doorlopen van de komende actie bijzonder realistisch, zodat iedereen veel beter van elkaar weet hoe hij bij incidenten moet reageren.

C2field

Bevelvoering

Bij de uitvoering van missies en de aansturing hiervan met het C2-systeem komen de drie hoofdtaken ? situationeel begrip, planning en besluitvorming, ?n bevelvoering ? bij elkaar. Radioverkeer, sensorinformatie, berichten, rapporten en waarnemingen zorgen dat de commandant weet of een missie volgens plan verloopt of dat bijsturing nodig is. Ook hier spelen flexibiliteit en informatie-integratie weer een rol. Met name voor commandanten van lagere echelons is het van belang dat zij hun C2-proces flexibel kunnen uitvoeren, ook tijdens verplaatsingen en onder vuur.

C2-ondersteunende systemen hebben voor bevelvoering de volgende afgeleide functionaliteiten nodig:

  • Functionaliteit ter ondersteuning van functionele ondersteunende ketens, zoals vuursteun, geneeskundige dienst, logistiek, intel. Idealiter moet er een betere integratie en harmonisatie zijn van de hoofdfuncties van C2 met deze ondersteunende ketens.
  • Benutting van open bronnen en gegevensuitwisseling met coalitie- en interagency-partners: tijdens het monitoren van een operatie zijn ook open digitale (cyber)bronnen essentieel. Crowdsourcing en wisdom of the crowd zijn niet alleen van belang voor informatieverzameling, maar ook voor be?nvloeding (PsyOps) via sociale netwerken. Deze informatie moet dan wel betrouwbaar genoeg zijn.
  • Verbeterde logging: automatische vastlegging van operatierelevante informatie, zoals automatische generatie van patrouillerapportages, logging van posities, acties, beelden en spraak. Belangrijk hier is de eigen verantwoordelijkheid (accountability).

(Uit: PROMISE-scenario)

De smartphones zijn nuttig bij de uitvoering. Verdwalen in het dorp lijkt onmogelijk met het GIS en de GPS-positiemeldingen in combinatie met een kompas en navigatieapp.

Onderweg heeft SGTMARNS de Bruin een goed beeld van zijn omgeving. Zijn tablet wordt gevoed door de positie-updates van de smartphones van zijn manschappen. Die verschijnen automatisch op de tablet van zijn pelotonscommandant (pc). Met een beperkt tijdsinterval wordt deze informatie weer doorgestuurd in de hi?rarchieke lijn via dataradio?s en satellietverbinding. Zo heeft ook de current cell van de bataljonsstaf een near-real-time geaggregeerd beeld. Verder ontvangt hij korte WhatsApp-berichtjes van andere groepen over hun status. De SGTMARNS is tevreden over het verloop van de patrouille. Er is al een aantal gesprekken op straat geweest en hij heeft enkele wensen van de bewoners genoteerd, die vooral gaan over constructiewerkzaamheden door de genie. Soldaten kunnen terugvallen op de translatorapp op hun smartphone om contacten te leggen. Ook de plaatselijke bevolking is gewend aan de smartphones en doet graag mee aan het communiceren via hun eigen vertaalapp.

C2CA

Wat zijn de implicaties van onze visie?

In het voorgaande hebben we de gewenste functionaliteiten van de C2-ondersteunende systemen ?van morgen beschreven. Die functionaliteiten vereisen ontwikkelingen op een aantal gebieden. De belangrijkste daarvan zijn de gewenste informatieverwerking, kwaliteit, het ontwerp, technologieontwikkelingen en proces- en organisatieontwikkelingen. Deze onderwerpen worden in de volgende subparagrafen in samenhang behandeld.

Informatieverwerking

Hierboven zijn de gewenste functionaliteiten geschetst onder de drie hoofdfuncties van C2-ondersteunende systemen: situationeel begrip, planning en besluitvorming, en bevelvoering. Om deze functionaliteiten mogelijk te maken worden steeds hogere eisen gesteld aan informatieverwerking:

  • Het ontsluiten van informatieopslag-, -verwerkings- en -distributiecapaciteit: de basisbouw?stenen van ICT. Deze functionaliteit wordt aangeboden door de netwerk- en informatie-infrastructuur (NII), die niet alleen maar toepasbaar is voor C2-ondersteunende systemen.
  • Informatie-integratie: het integreren van twee of meerdere, al dan niet open informatie-bronnen om tot een nieuwe informatiebron te komen. Fusie van data uit verschillende bronnen (gesloten bronnen, open bronnen, sensorinformatie) en organisaties voor beeld?vorming en up-to-date informatie.
  • Informatieanalyse: het analyseren van informatie om tot inzicht te komen. Hieronder vallen informatieanalysefuncties (planning) en voorspellende modellen (planning en besluitvorming). Deze functionaliteit is specifiek voor C2-ondersteunende systemen.
  • Informatiegebruik: het acteren op inzicht verkregen uit informatie.? Bijvoorbeeld inzicht in de voortgang op het gebied van kinetische en andere doelen (situationeel begrip), plannings?ondersteuning (planning), beslissingsondersteuning (besluitvorming) en ketenondersteuning (bevelvoering). Deze functionaliteit is specifiek voor C2-ondersteundende systemen.

Kwaliteit

Naast functionaliteit is in dit artikel regelmatig gesproken over kwaliteit. Om het hoofd te kunnen bieden aan ieder denkbaar operationeel scenario zullen de C2-ondersteunende systemen van de toekomst bovendien heel flexibel moeten zijn. Ze zijn aanpasbaar aan nieuwe hardware, software en andere operationele of gebruiksomgevingen. Ze zijn gemakkelijk onderhoudbaar door de aangewezen beheerders die ook zelf nieuwe functies kunnen ontwikkelen. Ze zijn toegankelijk voor de breedst mogelijke gebruikersgroep. En om te komen tot de gewenste informatie-integratie moeten systemen dus uitwisselbaar (interoperabel) zijn en koppelbaar om twee of meerdere ? vaak open ? informatiebronnen te kunnen integreren. Defensie heeft vanzelfsprekend ook eigen stringente kwaliteitseisen: de systemen zijn te beveiligen en volledig betrouwbaar.

Ontwerp

Op basis van de vereiste functionaliteit en kwaliteit pleiten wij voor de volgende ontwerpkeuzes:

  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst kent een hoge mate van context-afhankelijkheid. Dit betekent dat een gebruiker niet alleen in een willekeurige situatie een serie systemen of applicaties kan samenstellen en aanroepen naar behoefte, maar dat systemen zelf (semi-)automatisch worden gekoppeld tot een situatie-specifieke keten of dienst die aansluit bij de behoefte van die gebruiker op dat moment. Deze keuze komt flexibiliteit ten goede.
  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst is een federatief systeem. Dus niet ??n C2-ondersteunend systeem, maar een aantal onderdelen of (sub)systemen die generieke functionaliteit (bijvoorbeeld stafkaarten, weer) en specifiekere functionaliteit (zoals een specifieke C2-applicatie voor vuursteun) bevatten. Deze keuze komt flexibiliteit ook ten goede.
  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst is opgesplitst in een netwerk- en informatie-infrastructuur en informatie-integratielaag, en een informatieanalyse en -gebruikslaag. Deze laatste twee lagen zijn uniek voor C2-ondersteunende systemen. Deze separation-of-concerns tussen C2-specifieke applicatiefunctionaliteit en generieke informatie betekent dat in de praktijk de koppeling tussen C2-applicaties in de informatie-integratielaag kan plaatsvinden. Deze keuze komt koppelbaarheid ten goede.
  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst is een open systeem. Dit betekent dat alle systemen met een ICT-component die deel uitmaken van het C2-systeem van de toekomst (dus ook wapensystemen, sensoren, systemen van coalitiepartners en interagency-partners) koppelbaar/interoperabel moeten zijn.

Technologische ontwikkelingen

Om de beschreven ontwerpkeuzes te ondersteunen is ? naast een volwassen netwerk- en informatie-infrastructuur en mogelijkheden voor informatie-integratie ? een aantal bredere technologische ontwikkelingen nodig:

  • Battlefield Internet: in C2-systemen van de toekomst is infomatie overal beschikbaar. In de civiele wereld is internet in de broekzak al heel gewoon. Deze mate van connectiviteit is ook nodig voor toekomstige C2-systemen. Op dit moment zijn de netwerkmogelijkheden op het gevechtsveld zeer beperkt. Om informatie bij uitgestegen manschappen te krijgen ? en om ze informatie te kunnen laten verzamelen ? moeten er nieuwe communicatielijnen worden ontwikkeld.
  • Transient Services: het samenstellen van een op een persoon toegesneden dienst voor een bepaalde situatie is geen gegeven. De komende jaren moet Defensie kijken naar samenstelling van deze diensten en een goede beschrijving van de informatiebehoefte.
  • Agile Security: een bepaalde mate van koppelbaarheid en strikte informatiebeveiliging vereisen nieuwe technologie en maatregelen om de beveiliging van informatie beheersbaar te houden.
  • Big Data en Big Analysis: het ?open maken?, het combineren en analyseren van informatiebronnen uit verschillende domeinen en met verschillende kwaliteit staat nog in de kinderschoenen. Ook hier zijn nieuwe technieken en methodieken nodig om dit te realiseren.

Proces- en organisatieontwikkelingen

Bij ICT-middelen is sprake van korte productcycli. Hardware raakt snel verouderd, nieuwe apparatuur verschijnt op de markt. De behoefte aan functionaliteiten verandert ook snel, zowel door nieuwe vormen van optreden en nieuwe dreigingen, maar ook door nieuwe technische mogelijkheden. De traditionele verwervingsaanpak is niet langer geschikt voor de aanschaf van C2-ondersteunende middelen. Er zal een omslag moeten plaatsvinden van:

  • gedetailleerde (tijdrovende) specificatie van het gehele systeem naar (snelle) specificatie van onderdelen waar behoefte aan is.
  • het kopen van een compleet commercial-off-the-shelf product bij ??n leverancier naar een CD&E-aanpak (Concept Development & Experimentation) van kopen, testen en gefaseerd invoeren van losse (prototype)onderdelen van verschillende leveranciers.

Conclusies

In dit artikel hebben wij een visie geschetst van de C2-ondersteunende systemen voor de toekomst, en de uitdagingen en technologische ontwikkelingen die hierbij van belang zijn. De grootste uitdaging is de verschuiving van traditioneel kinetisch optreden naar comprehensive en cyberoptreden. die vraagt om nieuwe functionaliteiten. Specifiek moeten C2-ondersteunende systemen flexibel aanpasbaar zijn, zich richten op informatie-integratie, deze informatie over alle relevante factoren op maat aanbieden, over voorspellend vermogen beschikken, en collaboration building en effect assessment mogelijk maken. Op die manier kan een toekomstvaste ondersteuning worden geboden bij alle onderdelen van C2: situationeel begrip, planning en besluitvorming, en bevelvoering.

De huidige en toekomstige technologie biedt hiervoor kansen: consumerisation faciliteert nieuwe manieren om hardware, software en communicatiemiddelen in te zetten. Facebook en Google laten ?bijvoorbeeld eindgebruikers hun eigen functionaliteit bepalen (en maken). Battlefield Internet stelt informatie sneller en beter beschikbaar, terwijl informatie-integratie wordt gefaciliteerd door koppelbaarheid en interoperabiliteit van bronbestanden. Open innovaties op social media zouden een voorbeeld moeten zijn voor de mogelijkheden voor samenwerking van Defensie met andere partners. Defensie is aan zet om deze trends (nog) beter benutten.

Dit heeft natuurlijk implicaties voor processen, organisatie en houding van de organisatie. Belangrijkste enabler hiervoor is dat de innovatiecyclus van C2-ondersteunende systemen sneller moet worden doorlopen. Om van de meest recente technologie gebruik te maken moet kort cyclisch ge?nnoveerd worden, inclusief behoeftestelling vanuit operationele gebruikers. Agile ontwikkelen (open innovatie, benutting van civiele technologie) kan dit bewerkstelligen. Idealiter liggen behoeftestelling, innovatie en verwerving in elkaars verlengde in ge?ntegreerde CD&E-trajecten. Deze openheid en snelheid vragen om een andere aansturing: van risicomijdend naar risico?managend, van processen dicteren naar randvoorwaarden stellen. In onze visie kan op deze manier het enorme potentieel aan technologische innovaties constructief worden ingezet bij het ontwerp en de realisatie van toekomstige C2-ondersteunende systemen.

Referenties

Robert R. Leonhard, Thomas H. Buchanan, James L. Hillman, John M. Nolen, and Timothy J. Galpin (2010). A Concept for Command and Control. JOHNS HOPKINS APL TECHNICAL DIGEST, VOLUME 29, NUMBER 2. 157-170.

J.W. Streefkerk, N.J.J.M. Smets, M. Varkevisser & S. Hiemstra-van Mastrigt (2013). Support platoon commanders’ command and control : Commander Zone Management System. TNO Technical Report 2013 R10909. Soesterberg: TNO.

Lkol D.M. Brongers, NEC kennisdocument, versie 1.0, aug 2007

John M. Shalikashvili , Joint Vision 2010, 1996

David S. Alberts, Reiner K. Huber, and James Moffat, NATO NEC C2 maturity model, DoD CCRP, Feb 2010.

Visie NII (Netwerk en Informatie Infrastructuur) voor de doelfinancieringsprogramma?s V1125/1126) / de Visie II (Informatie Integratie) voor C2ISR (V1334) ? in ontwikkeling bij TNO; 2013

Bron:?Carr??

Bestuurlijke digitale dilemma’s en digitaal leiderschap

TNO heeft in 2012 de ontwikkeling van de ?Burgemeestersgame?, om serious gaming te benutten in het veiligheidsdomein, afgerond waaraan samen met Thales/T-Xchange,?en de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht is gewerkt. Het NGB ondersteunt sinds 5 jaar burgemeesters bij crises. Op basis van deze ervaring heeft het NGB scenario?s geschreven, die gebruikt worden in de Burgemeestersgame, waarin de dilemma?s van een burgemeester in crisistijd worden nagebootst. Het belangrijkste doel van de game is burgemeesters (maar ook andere bestuurders) de mogelijkheid te bieden laagdrempelig te oefenen met bestuurlijke dilemma?s. Via een computer krijgen burgemeesters een dilemma voorgeschoteld dat zich tijdens incidenten en crises kan voordoen.

Bgame

In vijftien minuten moeten deelnemers individueel beslissingen nemen over acht dilemma?s. Net als in het echt kunnen de leden van het crisisteam worden gevraagd om advies. Deze leden zijn o.a. vertegenwoordigers van de politie, het OM, een veiligheidsambtenaar en een communicatie adviseur. Laverend door positieve en afwijzende adviezen zoekt de burgemeester zijn weg door het openbare orde incident of crisis.

AANLEIDING

Op verzoek van diverse bestuurders en ook vanuit het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft TNO besloten de game als middel te benutten om bij te dragen aan het verbeteren van de digitale leiderschapskwaliteiten die op bestuurlijk niveau gevraagd wordt. Halverwege 2013 is naar aanleiding van het onderzoeksrapport van Commissie Cohen naar het incident ?Project X Haren? onder andere ook een opleiding??Digitaal Leiderschap??(bron: Binnenlands Bestuur)? gestart door het aan de RUG gelieerde bedrijf AOG School of management met als kerndocent Jan van Dijk, hoogleraar communicatiewetenschappen en lid van de onderzoekscommissie Cohen. Er is in de pers veel commotie ontstaan over deze opleiding (onder andere de vorm en kosten). TNO heeft gemeend een aanvullende vorm aan te bieden voor bestuurders door een scenario te ontwikkelen voor de Burgemeestergame.

Door het spelen van het scenario wordt de deelnemer uitgedaagd zichzelf af te vragen wat hij/zij zou doen als dit dilemma werkelijk zou plaatsvinden. Hoewel het om een fictieve situatie gaat, dragen de game en de manier waarop het dilemma wordt voorgelegd bij aan het betrekken van de deelnemer in het scenario. Serious games worden ontwikkeld om deelnemers een ervaring te geven die (bijna) echt aan voelt. Anders dan na het horen van een presentatie of lezen van een document, spreek je na het spelen van de game over je eigen ervaring en wat er zich in je hoofd heeft afgespeeld toen je voor het dilemma werd gesteld. Omdat de dilemma?s re?el zijn, je kunt je goed voorstellen dat je zo?n dilemma op een dag echt op je bord krijgt, kun je wat je leert vertalen naar je dagelijkse praktijk. Het geeft je de gelegenheid zelf uit te vinden hoe jij denkt te handelen in zo?n situatie. Door de nabespreking aan de hand van de dilemma?s bespreek je niet alleen ?je eigen ervaring?, maar luister je ook naar ?ervaringen? van anderen. Omdat het relateert aan je eigen werkelijkheid, maak je dus gebruik van kennis die je al hebt, ervaring die je eerder hebt opgedaan ?en wordt je uitgedaagd om deze ervaring te ?toetsen in nieuwe situaties. Zo ontstaat de gelegenheid om ?iets? te leren van een game.

In de Burgemeestergame zitten sceanrio?s als ?een gezinsdrama, stroomstoring, terugkeer van een zedendelinquent, geruchtmakende moord en een neo-nazi bijeenkomst. Een scenario met dilemma?s die voortkomen uit een samensmelting van de online wereld en de offline wereld waarin de maatschappelijke veiligheid in het geding komt is ?echter nog niet ontwikkeld.

AANPAK

Er is in samenspraak met het NGB een scenario ontwikkeld dat dilemma?s voorlegt waarmee bestuurders te maken krijgen bij maatschappelijke onrust door misbruik van sociale media. Hoewel de toestanden in Haren natuurlijk meteen in gedachten springen, zijn er veel meer gebeurtenissen waaruit te putten is . Bij een ?dergelijk scenario moeten ?tot en met het bestuurlijke niveau vaak beslissingen gemaakt ?worden. Incidenten als de ?kopschoppers van Eindhoven? met dilemma?s ten aanzien van burgeropsporing via internet en het sluiten van de scholen in Leiden na een dreigbericht op 4Chan, zijn ook inspiratie geweest om een nieuw scenario samen te stellen.

Het scenario kan op aanvraag gespeeld worden door een groep van bestuurders die hierbij ?begeleid worden door een inhoudelijk deskundige die naast het stellen van de juiste vragen aan bestuurders ook meteen handelingsperspectief kan bieden.

KENNISOVERDRACHT VIA TRAIN- DE- TRAINER NAAR BESTUURDERS

Het Instituut ?Fysieke Veiligheid (IFV) heeft een train-de-trainer cursus ontwikkeld voor begeleiders samen met TNO en het NGB. Begeleiders leren hierin hoe ze Burgemeestersgame kunnen inzetten (voorbereiding, uitvoering, nabespreking) met het nieuwe scenario. Van de begeleiders wordt gevraagd dat zij kunnen omgaan met burgemeesters (vertrouwensrelatie), ervaring hebben met groepsdynamica en het geven van trainingen (cre?ren van een veilige leeromgeving en deelnemers laten reflecteren), kennis hebben over incidenten (en wat er in een dergelijk incident van een burgemeester verwacht wordt) en kennis hebben over de regio (regiospecifieke informatie).? Van hen wordt gevraagd deel te nemen in een community die zich richt op verdere competentieontwikkeling van bestuurders.

Via een ticketsysteem kan de game gespeeld worden. De ?ticketinkomsten worden gebruikt om de administratieve en technische kosten (onder meer helpdesk) te dekken. Vanaf 2014 komen er een ?aantal nieuwe scenario?s beschikbaar, waaronder het scenario ?digitale verstoring openbare orde? met ‘digitale dilemma’s’. De innovatieve aanpak wordt dus doorontwikkeld en de Burgemeestergame is nu een volwaardig operationeel middel dat al door vele bestuurders is gebruikt.

CONGRES

Op woensdagmiddag 16 april 2014 vindt bij het IFV een congres plaats met als thema ?digitale verstoring van de openbare orde?. Inhoudelijk zal op een aantal interessante thema?s worden ingegaan en het ?nieuw ontwikkelde scenario voor de Burgemeestergame worden toegelicht. Dit nieuwe scenario is grotendeels gebaseerd op ervaringen met ProjectX en de Facebookrellen in Haren, maar ook online ervaringen na de aanslagen op de marathon van Boston, internetpesten en online opsporing komen aan bod. Sprekers zoals Rob Bats, oud-burgemeester van Haren, delen ervaringen hierover met u. Binnenkort kunt u zich voor dit congres aanmelden op de website van het IFV. Meer informatie? Stuur een mail naar?Deborah Bakker

Bronnen:??Binnenlands Bestuur (16 augustus, 2013) ?13 Duizend Euro voor cursus ?Digitaal leiderschap?? ,??TNO (7 maart 2012),??Burgemeesters kunnen serieus aan de slag met gaming?,?NGB Burgemeestersgame:?acht dilemma?s in 15 minuten,?IFV (infopunt veiligheid), ?Train de trainerscursus Burgemeestersgame?,??COT ?Goed voorbereid op alle bestuurlijke rollen bij crisis?

Internet: vrijheid, anarchie of eigendom van grootmachten?

Enige tijd geleden was er weer een interessant artikel?in Gizmodo over de toekomst van netneutraliteit, waarin wederom duidelijk wordt dat het geen vanzelfsprekendheid is dat het internet zomaar ‘van iedereen’ en ‘niemand’ tegelijk is. Overheden en grote bedrijven maken het steeds moeilijker.

‘Als een bevolking kan beschikken over moderne media, dan maakt ze dit eerder passief dan opstandig’, zo zegt?Evgeny Morozov. Hij komt uit Wit-Rusland ? een land dat momenteel ook wel de enig overgebleven dictatuur in Europa wordt genoemd. En in Wit-Rusland is het niet heel anders dan indertijd in Oost-Duitsland; ondanks dat internet nu bestaat, en er ook massaal gebruikt wordt.?De Oost-Duitsers die de West-Duitse televisie konden ontvangen gingen daardoor niet ineens hun toestand vergelijken met wat ze op het beeld zagen. In plaats daarvan bleven ze juist opvallend veel passiever onder de wandaden van de politiestaat waarin ze leefden dan hun landgenoten die de West-Duitse TV niet ontvingen.

Wie de mogelijkheden heeft om het internet alle mogelijke vragen te stellen, zoekt veel eerder om tips om af te vallen, of hoe het met Justin Bieber is, dan om te vragen wat mensenrechten precies zijn.?Tegenwoordig komt daar nog het niet geringe voordeel van internet bij dat overheden daarmee nauwgezet het gedrag van hun onderdanen kunnen vastleggen. U betaalt uw internetprovider opdat deze voor de Staat vastlegt met welke adressen u mailt, en welke webadressen u bezocht heeft.

Wie iets wil, in een land met een restrictief regime, zal er wel voor waken dat anderen daar achter kunnen komen.?Bovendien, zo schrijft Morozov, drijft internetgebruik op het werk van grote bedrijven, die allereerst geld willen verdienen, en zich pas om moraal bekommeren als ze rechtstreeks op hun ethiek worden aangesproken. Google trok zich weliswaar ooit, even, met veel misbaar terug uit China vanwege de gedwongen filtering van zoekopdrachten door Chinese overheid. Tegelijk had het die filtering vier jaar daarvoor klakkeloos aanvaardt, om marktaandeel te kunnen veroveren in het land.

Facebook net zo goed als Google hebben allereerst ten doel hun omzet te laten groeien, of op zijn minst te laten voortbestaan. Zij zullen zich schikken naar welke eisen tot filtering of censuur ook, als dit betekent dat ze in een land kunnen blijven functioneren.

Overigens toonde alle gedoe?rond WikiLeaks?dit jaar niet anders aan. Hoewel er geen strafklacht tegen deze website geformuleerd is, en dit ook moeilijk kan, maken vele bedrijven, zoals PayPal, zoals de creditcardmaatschappijen, het onmogelijk aan sympathisanten om WikiLeaks financieel te ondersteunen.

Morozov biedt kortom een noodzakelijk tegenwicht voor alle overspannen verwachtingen die er de laatste twintig jaar over internet gegroeid zijn. Maar, hoewel dit boek me veel bood, vooral aan recente geschiedenis, en de invloed van technologie daarin, ben ik het toch niet met het pessimisme eens van de auteur.

Volgens Evgeny Morozov betekent die afwijzing dat ik denk dat heel de wereld als ik is. Kosmopolitisch, vrijdenkend, en progressief. En dat dit me blind zou maken voor de slechte kanten van het net, daar waar Nazi?s, pedofielen, en ander schoftentuig zich vinden en samenscholen. Alleen is dat bezwaar me veel te simpel.

Tot de kansen die mensen door internet, of betere communicatie krijgen, reken ik ook economische kansen. Voorbeelden genoeg in ontwikkelingslanden waar boeren, dank zij een beetje meer informatie over wat hun waren elders opbrachten, een beter bestaan kregen.

Vooruitgang, in sommige opzichten, blijft absoluut mogelijk. Net als oude gevaren groter kunnen groeien dan ze waren, en nieuwe problemen zullen ontstaan.

Het beeld is niet eenduidig. Maar, zwart-wit zijn alleen de wereldbeelden van religies.

Morozov maakt korte metten met cyberutopisten

Evgeny Morozov is kritisch over het gedrag van zo ongeveer alle spelers die bij zogenaamde internetrevoluties betrokken zijn: NGO?s, de leiders van de digitale revolutie, bedrijven en de media.?In zijn boek ‘The Net Delusion. The Dark Side of Internet Freedom’ (2011) krijgen ze er allemaal van langs. Morozov verdiept zich in opstanden zoals die in Iran in 2009. Zijn boek verscheen net voor de Arabische Lente en zijn commentaar daarop verscheen in verschillende artikelen en opiniestukken.

Morozov was vroeger overtuigd ?cyberutopist?: hij geloofde dat online communicatie een bevrijdende werking op mensen had, zonder dat hij hiervan de keerzijde onder ogen wilde zien. Zo werd hij leidinggevende van de nieuwe media afdeling vanTransition Online, een Westerse NGO. Deze organisatie probeerde met behulp van nieuwe media democratisering in de voormalige Sovjet-Unie te bevorderen. Na vele ontmoetingen met bloggers en activisten verloor Morozov uiteindelijk zijn enthousiasme voor de democratiserende werking van nieuwe media. Nu probeert hij de wereld te attenderen op het negatieve effect dat cyberutopisme heeft op democratisering.

Waarom is het volgens Morozov nodig om de wereld te waarschuwen en op welk gedrag spreekt hij NGO?s, de leiders van de digitale revoluties, internetbedrijven en de media aan?

Morozov doet een poging om NGO?s zoals zijn voormalige werkgever?Transition Online?te waarschuwen. Hij heeft het dan met name over NGO?s die internet als middel inzetten om hun democratische idealen te verwezenlijken. De gedachte dat?Internet freedom?leidt tot democratisering is met name populair in het Westen. Zo ondersteunt het Ministerie van Buitenlandse Zaken in de Verenigde Staten het?Global Network Initiative, een overkoepelend orgaan voor bedrijven en NGO?s die internetvrijheid bevorderen. Voorbeelden van NGO?s en non-profit organisaties in dit netwerk zijn?Human Rights in China,?Movements.org?en?Human Rights First.

Volgens Morozov gaan met name Westerse beleidsmakers er van uit dat democratisering onvermijdbaar is zolang er maar genoeg computers zijn die onderling met elkaar verbonden zijn. Door zo veel mogelijk landen online te krijgen en door de mensen te leren wat blogs en sociale netwerken zijn, zal de democratie zegevieren. Daarnaast is internet een relatief goedkoop middel en daarom een laagdrempelig medium om in te participeren. Er wordt vanuit gegaan dat als burgers uit deze landen internet gebruiken, zij zich gaan informeren over democratisering, mensenrechten en de beginselen van een rechtsstaat en dat zij deze kennis vervolgens delen binnen hun digitale netwerken.

Maar Morozov kwam erachter dat internet eerder voor amusement gebruikt wordt dan voor democratische doeleinden. Je kunt volgens hem niet alle autocratische regimes over ??n kam scheren en dus ook niet bij iedere dictatuur met dezelfde oplossing aankomen. Er zou rekening gehouden moeten worden met culturele identiteit en het politieke klimaat van het autoritaire land in kwestie.

Het achterliggende probleem is volgens Morozov dat we de huidige toepassing van internet verwarren met waar het oorspronkelijk voor bedoeld is. Als voorbeeld noemt hij de radio, ook een medium dat informatie kan verspreiden, zij het op eenzijdige manier. De radio heeft een positieve rol gespeeld bij het?uiteenvallen van de Sovjet-Unie, maar had een negatieve rol bij het ontstaan van de genocide in Rwanda. Zowel radio als internet zijn communicatiemiddelen, maar geen van beide zijn in staat om een revolutie tot stand te brengen.

?Zeggen dat mensen naar een revolutie verlangen als gevolg van ?sociale media? is vergelijkbaar met zeggen dat mensen naar een revolutie verlangen als gevolg van de telefoon.?-?Evgeny Morozov

Leiders van de digitale revolutie

Image Hillary Clinton legde in haar?Internet Freedom Speech?uit 2010 een causaal verband tussen internet en democratisering. De informatierevolutie zou een positief effect hebben op de democratisering van autoritaire landen.

?Het streven naar Internet vrijheid is geen onderdeel van de strategie die democratische ontwikkeling ondersteunt. Maar dat zou het wel moeten zijn?.-?Hillary Clinton

Morozov verzet zich tegen dit idee. Het zijn de cyberutopisten die geloven dat de jeugd zich heeft ontworsteld aan hersenspoeling door de dictatuur waarin zij leven en met hun mobiele telefoons en laptops democratische hervormingen tot stand willen brengen. Morozov noemt deze utopisten?Ipod liberalists. Hij laat in zijn boek zien hoe het Amerikaanse buitenlandbeleid ten aanzien vanInternet Freedom\op deze cyberutopische aannames berust. De Verenigde Staten kunnen soms goede intenties hebben, maar dat dat niets afdoet aan de ongunstige consequenties dat hun democratiseringsbeleid in het buitenland kan hebben, aldus Morozov. Morozov zegt dat na de ?Facebook-revoluties? Egypte en Tunesi? door een gebrek aan hi?rarchie in de revolutionaire bewegingen niet goed kunnen functioneren. Het machtsvacu?m dat is ontstaan zal opgevuld moeten worden, en volgens Morozov zijn de leiders van de digitale revolutie daartoe niet goed uitgerust.

Image Niet iedereen deelt deze mening. Internettechnoloog en journalist?Ben Hammersley?zegt dat bestaande hi?rarchische machtsstructuren het onderspit zullen delven, omdat ze niet bestand zijn tegen de kracht van online en offline netwerken. Generaties die zijn opgegroeid na het einde van de Koude Oorlog zijn al gewend aan meer horizontale structuren, vergelijkbaar met omgangsvormen in de sociale media.

Dat leiders van de digitale revolutie niet voorbereid zijn op de periode na de revolutie, meent Morozov waar te nemen in Tunesi? en Egypte. In Tunesi? worden opnieuw websites geblokkeerd. In Egypte is het leger nog steeds aan de macht en is de noodtoestand nog van kracht. De 32-jarige Esraa Abdel Fattah pleit ervoor, zolang de noodtoestand nog niet is opgeheven, dat de internationale aandacht voor haar land niet moet verdwijnen. Zij staat bekend als het ?Egyptische Facebookmeisje?: in 2008 bracht Abdel Fattah met behulp van haar Facebookpagina mensen op de been voor de eerste massale protestbijeenkomst. Zij verloor hierdoor haar baan, moest een tijd in de gevangenis zitten en werd uiteindelijk fulltime activiste. Zij denkt dat er misschien wel jaren voor nodig zijn om het corrupte systeem dat diep in de samenleving is geworteld, te hervormen. De toekomst zal uitwijzen of de jeugd in Egypte erin zal slagen om zonder de traditionele machtsstructuur een nieuwe samenleving op te bouwen.

Terwijl Morozov?s kritiek op de censuurwetgeving in Tunesi?, zijn daar momenteel ook andere ontwikkelingen gaande. Op 23 oktober 2011 gaan zeven bloggers deelnemen aan de?verkiezingen in Tunesi?. Sinds de val van het regime worden volksvertegenwoordigers gekozen die gaan meeschrijven aan een nieuwe grondwet. Een van de bloggers die zich verkiesbaar heeft gesteld is Yassine Ayari . Hij werd in mei 2010 samen met Slim Amamou – een voor westerse media bekende Tunesische dissidente blogger – nog vastgehouden en verhoord voor het plannen van protesten tegen de censuur van het regime van zijn land. In zijn eigen blog nuanceert hij het beeld dat mensen van hem hebben.

?Ik ben geen blogger, ik ben een jonge Tunesi?r, die denkt dat hij interessante dingen te zeggen heeft en wat wil doen en die actief wil deelnemen aan het opbouwen van een beter Tunesi?. […] Ik kijk er reikhalzend naar uit om een publiek persoon te worden die een blog heeft in plaats van een blogger te zijn die aan de politiek wil deelnemen.?-?Yassine Ayari

Volgens Morozov kan het internet geen revoluties veroorzaken maar ze alleen versnellen. En we moeten ons realiseren dat internet ook een keerzijde heeft en vaak precies het tegenovergestelde doet van wat de cyberutopisten veronderstellen. Het verschaft overheden meer controle over haar burgers, wiegt mensen in slaap met porno en amusement en het biedt een extra platform voor het maken van overheidspropaganda en voor slimme op de persoon toegespitste reclame.

Overheden

De bijdrage die digitale sociale netwerken hebben geleverd aan het bespoedigen van de revolutie in Tunesi? die vervolgens leidde tot het aftreden van de 23 jaar heersende dictator Zine el-Abidine Ben Ali, heeft de rest van de Arabische wereld ge?nspireerd. Het succes van Tunesi? bevestigde een opvatting die al langer populair was, namelijk dat internet een ware plaag is voor autoritaire regimes. Maar Morozov denkt hier duidelijk anders over: iedereen die er vanuit gaat dat internet en sociale netwerken een positieve invloed hebben op democratisering, vergist zich. Internet beperkt vaker wel dan niet democratische vrijheden. Volgens Morozov is het een mythe dat autoritaire leiders de ontwikkeling van internet vrezen. Veel autoritaire regimes tolereren juist het gebruik van internet omdat de bevolking hen daarmee vrijwillig informatie geeft over de problemen die zij op lokaal niveau ervaren. Door deze lokale problematiek aan te pakken versterken autoriteiten hun legitimiteit, wordt de onvrede gesust en het verlangen democratische hervormingen door burgers geremd.

Autocratische regimes zoals bijvoorbeeld China en Rusland hebben zich dit digitale trucje snel eigen weten te maken en gebruiken de sociale media in hun voordeel. Het zijn dezelfde redenen waarom sociale mediasites als Twitter en Facebook zo?n commercieel succes zijn en zo aantrekkelijk voor de veiligheidsdiensten van deze regimes. Veiligheidsdiensten kunnen er via deze weg snel en effectief achter komen wat dissidenten dagelijks bezighoudt, welke politieke ideologie?n zij aanhangen, wie hun bondgenoten zijn en in welke netwerken zij opereren. Morozov geeft aan dat dit informatie is waarvoor vroeger mensen gemarteld werden. Nu wordt er ingebroken in de computers van dissidenten, zonder dat ze dit doorhebben en worden websites met cyberattacks aangevallen.

Verder wijst Morozov erop dat autoritaire machthebbers zeer creatief zijn in het gebruikmaken van online instrumenten. Het Kremlin financiert pornosites om de Russen te vermaken en daarmee de groeiende onvrede af te remmen. In China bestaat een groep van bijna 300.000 bloggers die met elkaar politiek correcte discussies voeren en die voor elke reactie die zij ontvangen krijgen zij 50 cent van de staat krijgen. Met ironie worden zij de?Fifty Cent Party in China?genoemd. Met deze nieuwe vorm van propaganda probeert China haar burgers zoet te houden. Autoritaire regimes, zo stelt Morozov, gooien alles in de strijd om de bevolking met online middelen in hun internetvrijheid te belemmeren. Omdat de bevolking op de voorgrond met kleine zoethoudertjes wordt beziggehouden worden werkelijke democratische veranderingen aan de aandacht onttrokken.

Image

Morozov beschuldigt niet alleen autocratische regimes maar ook democratische overheden van het plegen van cyberaanvallen. Toen Hillary Clinton in haar Internet Freedom speech zei dat ?landen of individuen die zich bezighouden met cyberaanvallen de consequenties en de internationale veroordeling zouden moeten dragen,? vergat ze voor het gemak volgens Morozov te zeggen dat Amerikaanse hackers regelmatig cyberaanvallen op websites van andere overheden plegen. In 2008 dachten de Amerikanen dat een netwerk van jihadisten uit Saoedi-Arabi? het gemunt had op een Amerikaans doelwit in Irak. Dit leidde ertoe dat de Verenigde Staten een cyberaanval lanceerden op een islamitisch internetforum waar deze jihadisten regelmatig bijeen kwamen. Dit willen de Amerikanen volgens Morozov nog weleens achterwege laten.

Internetbedrijven

Een ander probleem dat Morozov signaleert is dat cyberutopisten – de mensen die geloven in de democratiserende werking van internet – de positieve bijdrage van internetbedrijven aan Internet freedom overschatten. Bedrijven als Google, Twitter en Facebook worden gezien als voorvechters van de rechten van de mens en als wapens tegen de autoritaire regimes in de wereld. Dit fenomeen wordt door MorozovThe Google Doctrine?genoemd.

Image

Toen Google China verliet werd dit niet gezien als een zakelijke beslissing, maar als een morele afweging tegen de opgelegde censuur. Twitter stelde haar updates uit op verzoek van de Amerikanen zodat de Iraanse twitteraars tijdens de Groene Revolutie ononderbroken konden twitteren. En Facebook wordt vaak gezien als een van meest effectieve middelen om democratisering te bevorderen. Het probleem is dat de utopisten in hun enthousiasme al deze bedrijven op een hoop gooien en als een groep beoordelen. Hierdoor vervagen de grenzen tussen individuele prestaties van bedrijven voor de rechten van de mens, en kunnen alle bedrijven van dit positieve imago meeprofiteren zonder daar verantwoording voor af te leggen. Twitter en Facebook kozen er volgens Morozov voor om niet te participeren in het?Global Network Initiative, een overkoepelend orgaan voor bedrijven en NGO?s dat internetvrijheid bevordert en de mensenrechten onderschrijft. Facebook gaf hiervoor als reden dat zij niet genoeg geld hadden om deel te nemen. ?Opmerkelijk?, aldus Morozov.

In autoritaire regimes zijn het niet alleen de overheden die ?webcontent? censureren. Internetbedrijven censureren vaak zonder dat dit specifiek door het autoritaire regime wordt opgelegd. Hoe meer vrijheid bedrijven krijgen in het interpreteren van censuurwetgeving , hoe onzekerder ze worden over wat wel of niet te censureren. Morozov meent dat dit kan leiden tot een strengere vorm van censuur.

Daarnaast maken internetbedrijven zich ook op een indirecte manier schuldig aan censuur. Westerse internetbedrijven leveren software aan autoritaire landen waarmee zij hun burgers censureren. De?Open Net Initiative, een organisatie die zich verdiept in internetcensuur, heeft een?rapport?geschreven waaruit naar voren komt dat autoritaire regimes software van westerse bedrijven aankopen om te bepalen welke informatie binnen de staatsgrenzen geschikt is voor hun burgers. Saudi Arabi?, de Verenigde Arabische Emiraten, Koeweit, Bahrain, Oman en Tunesi? gebruiken allemaal?Smartfilter. Met deze software is het mogelijk om websites te blokkeren. Smartfilter wordt gemaakt door Amerikaanse bedrijf McAfee, maar de virusscanners en firewall van McAfee wordt ook in het westen gebruikt, al is het niet om te censureren. Het is lastig om in dit geval een oordeel te vellen, omdat je McAfee niet kwalijk kunt nemen dat software voor andere doeleinden wordt gebruikt dan waarvoor het ontworpen is. Maar het leveren van software aan deze regimes, is wellicht wel kwalijk.

Ook maakt Morozov zich zorgen over de hoeveelheid persoonlijke informatie die internetbedrijven van individuele gebruikers krijgen. Van wie is deze informatie? Van de bedrijven of van de gebruikers? En wordt deze informatie wel voldoende beschermd? Bedrijven maken volgens Morozov gebruik van het groeiende sociale karakter van internet. Veel individuen, activisten, NGO?s en organisaties maken tegelijkertijd gebruik van meerdere toepassingen van Google. Google?s systeem, waar je met een account toegang krijgt tot email, documenten, agenda?s, budgetten en meer, wordt steeds meer gebruikt. De centralisatie van informatie onder ??n noemer, wat veel gebeurd bij Google, vergroot productiviteit en effici?ntie, maar heeft zijn weerslag op de veiligheid van informatie. Stel dat een wachtwoord van een dissident of NGO in een autoritair regime wordt gekraakt dan heeft dit consequenties voor zijn veiligheid.

Google kwam in juni 2011 naar buiten met het nieuws dat honderden Gmail?inlognamen en wachtwoorden van hoge Amerikaanse overheidsfunctionarissen, Chinese politieke activisten en journalisten niet meer veilig waren. De hack bleek uit China afkomstig te zijn. De accounts waren gehackt met een methode die?phishing?heet, een hack waarbij de slachtoffers worden verleid om informatie bloot te geven zonder dat ze daar erg in hebben.

Een paar maanden later, eind augustus 2011, werd bekend dat het Nederlandse Diginotar, verschaffer van digitale veiligheidscertificaat, gehackt was. Google moest aan?300.000 Irani?rs?mededelen dat deze hack ook de toegang had vrijgegeven tot hun Google accounts. Bedrijven als Google, Microsoft en Mozilla namen vrijwel meteen actie door veiligheidscertificaten van Diginotar te blokkeren. Apple wachtte af, waardoor individuele gebruikers uit eigen beweging een soort ?doe het zelf sites? uit de grond stampten om persoonlijke gegevens te beschermen. Uiteindelijk kwam ook Apple met een software update om Diginotar te blokkeren.

Morozov stoort zich eraan dat bedrijven zoals Google en Apple te weinig aan banden worden gelegd. Internetbedrijven worden door de politiek nauwelijks op hun verantwoordelijkheden gewezen, maar worden vaak wel onterecht de hemel in geprezen voor hun aandeel in het cre?ren van?Internet freedom?in autoritaire landen, aldus Morozov.

Media

Tenslotte heeft Morozov ook nog een appeltje te schillen met de westerse media: als het gaat over autoritaire regimes en het sentiment van de bevolking daarover rapporteren media zoals CNN en de BCC het liefst over de opkomende macht van een liberale bloggergemeenschap. Het is opvallend, volgens Morozov, dat het nieuws vooral bloggers laat zien die in goed verstaanbaar Engels vechten voor liberale en democratische waarden. Bloggers die hier anders over denken, zullen niet in de rij staan bij de meer liberale westerse media om hun verhaal te vertellen. Morozov geeft het voorbeeld van Iran, waar tijdens de Groene Revolutie in 2009 de revolutionaire bloggers en twitteraars in de westerse media centraal stonden. De media waren vergeten te vertellen dat het aantal conservatieve bloggers ook was toegenomen en dat zij inmiddels een machtige groep vormden binnen de bloggergemeenschap. Uit een?onderzoek van Harvard University?uit 2008 bleek al dat conservatieve bloggers uit Iran veel actiever waren dan aanvankelijk gedacht werd. Ook zouden conservatieve bloggers meestal links gebruiken die verwezen naar Iraanse websites, waar progressieve bloggers linken naar westerse mediasites. In feite, zegt Morozov, het beeld dat bij de kijker blijft hangen niet is representatief voor het werkelijke sentiment dat bij de bevolking van autoritaire regimes leeft.

Image

Toen in juni 2011 duidelijk werd dat een bij de media populaire Syrische lesbische blogger een 40-jarige getrouwde man uit Schotland bleek te zijn, stonden de westerse media even in hun hemd. Aanvankelijk leek het waarschijnlijk een prachtige vondst: een dappere lesbische die haar ervaringen onder de Syrische dictatuur met de rest van de wereld wilde delen. In de blog?A gay girl in Damascus, schreef de zogenaamde Amina, over hoe ze deelnam in straatprotesten en hoe ze in het geheim een lesbische romance had. Toen op 6 juni 2011 de ?nicht? van Amina op haar blog schreef dat zij door gewapende mannen was ontvoerd, werden meteen verschillende internetcampagnes opgezet om haar te vrij te krijgen.

Gelijktijdig begonnen Syrische activisten te twijfelen aan de authenticiteit van Amina. Het bleek dat er niemand was die ooit met de blogster had gesproken en dat belangrijke details over haar niet bevestigd konden worden. Uiteindelijk werden IP-adressen en e-mails getraceerd naar servers van de Universiteit van Edinburgh, waar de vrouw van de 40-jarige man werkte. Toen het bewijsmateriaal zich bleef opstapelen, besloot de man zelf met zijn verhaal naar de Britse krant?The Guardian?te stappen, die de hoax onthulde. In de krant zei hij: “Deze ervaring heeft jammer genoeg mijn gevoelens over de vaak oppervlakkige verslaggeving over het Midden Oosten en over de aanwezigheid van nieuwe vormen van liberaal Orientalisme, alleen maar bevestigd.?

Deze kritiek over de verslaggeving over het Midden Oosten sluit aan bij de kritiek die Morozov heeft over hoe westerse media verzuimen een representatief beeld te geven van bloggers. De informatie uit?A gay girl in Damascus?blog werd vrij klakkeloos overgenomen en verspreid. De media lijken zo graag te willen geloven dat deze bloggers bestaan dat ze verzuimen om de authenticiteit te checken.

Morozov lijkt pessimistisch te zijn over internet, maar ontkent niet dat internet ook een positief effect kan hebben op democratisering. Je moet je er alleen niet blind op staren. Hij doet een poging om cyberutopisten duidelijk te maken hoe zij autoritaire regimes in de hand spelen. Morozov wijst deze na?eve enthousiastelingen erop dat hun kokervisie op internetvrijheid onbedoeld kan leiden tot internetcensuur, propaganda en cyberaanvallen door autoritaire regimes. Zijn boodschap lijkt geland te zijn. Inmiddels is Europese wetgeving aangenomen die het doorverkopen van afluisterapparatuur een stuk lastiger maakt. Het is weliswaar nog maar een begin, maar het na?eve lijkt eraf te zijn.

Het Internet als bevrijdende kracht richting democratie. Evgeny Morozov, schrijver van ?The Net Delusion? vindt dit een valse voorstelling van zaken. Hij neemt plaats in een visuele arena met twaalf schermen, waarin hij wordt gebombardeerd met beelden en quotes.

Sinds de Arabische revoluties wordt aan de bevrijdende rol van het Internet een grote rol toegekend. Sociale media worden gezien als het nieuwe wapen bij het omverwerpen van dictaturen. Evgeny Morozov, de 27-jarige Wit-Russische schrijver van “The Net Delusion”, bestrijdt dit ongebreidelde cyber-utopisme en laat zien dat autoritaire regimes het Internet juist gebruiken om verzet de kop in te drukken.

Opmerkelijk is dat Morozov voorheen zelf het internet inzette ter verspreiding van democratische idealen, met name in de Oost-Europese landen. Maar hij raakte diep teleurgesteld en ontpopte zich als ??n van de meest vooraanstaande critici van de interneteuforie. Net als overal gebruiken de meeste mensen onder een dictatuur het internet niet om de samenleving te veranderen of om idee?n rond democratie te verspreiden, maar juist om hun moeilijke bestaan te ontvluchten en online spelletjes te spelen of porno te bekijken, aldus Morozov.

Tegenlicht geeft deze dwarse visie ruimte. We vroegen de jonge Wit-Rus om plaats te nemen in een arena waarin hij wordt omringd door videoschermen. In deze setting – die hij zelf omschrijft als een panopticum – wordt hij gebombardeerd met quotes en beelden uit eerdere uitzendingen. Er zijn onder meer fragmenten van de onlangs in China opgepakte en vrijgelaten kunstenaar Ai Weiwei, de toespraak over Internetvrijheid van Hillary Clinton, de jonge Egyptische activiste Farida Makar en WikiLeaks-voorman Julian Assange. Morozovs reactie op de aan hem gepresenteerde dilemma?s leidt tot een levendige dialoog tussen beeld en inhoud, waarin hij ons meeneemt in zijn strijd tegen het blinde cyber-utopisme.

Evgeny Morozov over “The End of Cyber Utopia” in VPRO’s Tegenlicht:

Het internet is an sich democratisch

Oud-collega Erik Huizer vertelt dat het internet gebaseerd is op open protocollen en open samenwerking tussen netwerken: ?Maar dat gaat niet vanzelf. Voordat TCP- en HTTP-protocollen ge?mplementeerd kunnen worden door partijen als Microsoft zijn er bottom-up organisaties die ze ontwikkelen en onderhouden. Zo ook Huizer, en met een goede reden: ?Ik ben ermee bevlogen dat het internet open en toegankelijk blijft, zodat iedereen met een website evenveel kans op succes heeft.?

Maar er zijn bedreigingen

Er liggen echter gevaren op de loer. Huizer noemt drie bedreigingen voor het democratische internet dat hij voor ogen heeft. Allereerst zijn dat de muziek- en entertainmentindustrie, die met hun filters en beperkingen een deel van het internet blokkeren. Ten tweede is er het sociale netwerk Facebook, een gesloten infrastructuur dat meer en meer terrein van het open internet wint. Hetzelfde geldt in zekere mate voor Google, dat veel goede dingen biedt maar ook een imperium aan het worden is, waar altijd duistere kanten aan zitten. Overheden van Rusland en Afrikaanse landen vormen samen de derde bedreiging. Zij zijn bezig controlecampagnes op te zetten die ten koste gaan van open telecommunicatie.

To do: het internet robuust maken

Om deze bedreigingen te overwinnen en het internet houdbaar te maken moet nog een hoop werk verricht worden. De grootste uitdaging daarbij is volgens Huizer het robuuster maken van de digitale infrastructuur: ?Wanneer een ADSL-verbinding nu uitvalt, ben je ontmand. De huidige enkele uitvoeringen zijn dan wel goedkoop voor de consument, maar we zijn er nu wel erg afhankelijk van. Het internet moet in de toekomst beschikbaarder en veiliger worden, zodat het vertrouwen erin groter wordt.?

Huizer werkt eraan: ?Ik ben nu bezig om samen met onder andere Google een andere infrastructuur te ontwerpen dat ?open flow? heet. In plaats van afzonderlijke datapakketjes die hun weg in het virtuele verkeer zoeken, kijken we hoe een flow van grote datastromen bijvoorbeeld voorrang kan krijgen boven afzonderlijke data.? En zo zal Huizer blijven strijden voor een open en eerlijk internet.

Ook Marleen Stikker, enthousiasteling van het eerste uur op De Digitale Stad (DDS) vindt dat het internet nu “kapot” is als ze het vergelijkt met de begintijd:

Bronnen: FastMovingTarget,?Boeklog,?VPRO Tegenlicht, Net Delusion, Gizmodo, FastMovingTargets

Cyberhacktivisme als dreiging nationale veiligheid

Afgelopen jaar publiceerde Albert Benschop eerder al zijn boek Cyberoorlog, dat ook op zijn site gratis te lezen is. Hierin schetst hij een cyberdoemscenario?waarin duidelijk wordt hoe een land platgelegd zou kunnen worden. Ook het NCTV plaatste een publieke rapportage met een dreigingsscenario dat onze nationale veiligheid pijn zou kunnen doen, als onderdeel van de Nationale Risico Beoordeling 2012?met daarin?de?scenario?s tegen dreigingen nationale veiligheid? (vanaf p10). Social Media speelt daarin een grote rol, die wat wegheeft Project X Haren en de Londense rellen, en het gaat hier hand-in-hand met cybercrime. ?Is het realistisch? Of kan het ook heel anders lopen? Wat kun je eraan doen? We zijn benieuwd naar je mening. Hopelijk zijn we op het ergste voorbereid…

Scenario Cyberhacktivisme

Dit scenario speelt in een wereld waarin regelmatig protestacties vanuit de hackerswereld worden gehouden door onder andere internationaal opererende hactivistische groepen als Ahackgroup. Er zijn politieke spanningen in Europa door teruglopende economie en een hoge (jeugd)werkloosheid. Gedreven door een teruglopende economie gaan bedrijven steeds vaker over op uitbesteding van informatie- en communicatietechnologie (ICT) tegen de laagst mogelijke kosten, gebruikmakend van cloudoplossingen. Eind 201X zijn enkele duizenden technisch hoogopgeleide ICT-beheerders en systeemprogrammeurs ?in between jobs?. Een aantal van hen organiseert onder de naam Ontevredenen maandelijks een denial-of-service protestactie. Het NCSC heeft van de AIVD gehoord dat de harde kern van Ontevredenen mogelijk aansluiting zoekt bij Ahackgroup, een internationaal bekende hacktivistische groepering.

De federale overheid van de Verenigde Staten is in maart 201X wederom overvallen door een golf van gelekte overheidsinformatie. De aan Ahackgroup gelieerde klokkenluiderssite Kickbacks toont gelekte documenten en heimelijk opgenomen filmpjes van omkopingen van senatoren en topambtenaren in de VS door zogenaamde lobbyisten uit Westerse en andere landen. Voordat de documenten op Kickbacks geplaatst zijn, zijn ze door een internationale groep van elkaar vertrouwende internetjournalisten en ex- hackers getoetst op echtheid en gescreend op veiligheidsaspecten. Dat laatste is noodzakelijk omdat een aantal omkoop-documenten over zwarte defensieprogramma?s van de Verenigde Staten en de Five Eyes landen gaat. Op deze wijze wil Kickbacks het lekken van staatsgeheimen voorkomen. Tot de internationale toetsgroep behoren drie prominent bekendstaande Nederlandse hackers van het eerste uur. Justitie ontvangt medio oktober 201X een rechtshulpverzoek met de vraag om uitlevering van dit drietal.

Zij worden verdacht van het verduisteren en publiek maken van Amerikaanse staatsgeheimen en andere gevoelige informatie. Justitie bestudeert het verzoek en gaat de mogelijke (inter)nationale juridische belemmeringen na.
In dezelfde periode kondigt salarisverwerker XSP aan dat zij per direct haar Nederlandse computercentra sluit. Van daaruit worden ruim 1,7 miljoen salarisstrookjes per maand voor vele duizenden Nederlandse bedrijven verstuurd. De werkgelegenheid van enkele honderden ICT-ers gaat daarmee verloren.
Dan volgt een aantal ontwikkelingen elkaar snel op. Op maandag 18 december, terwijl de temperaturen ver onder het nulpunt schieten en een Elfstedentocht in aantocht is, worden de drie verdachte hackers opgepakt door de politie. Nadat het OM de reden hiervan heeft toegelicht buitelen de nieuwsmedia over elkaar heen, maar worden ook de activistische groepen actief als tegenreactie. Burgers worden opgeroepen om de internetvrijheid te verdedigen door cyberaanvallen tegen de Nederlandse overheid en de rechtse media uit te voeren. Voor middelen wordt verwezen naar enkele underground sites. Diverse hackersgroepen vallen ongeco?rdineerd websites aan.
Nieuw is dat ook industri?le controlesystemen worden aangevallen. Zo worden printerbestanden voor melkproductverpakkingen gehackt en voorzien van de boodschap ?Laat ze vrij?. Ook wordt de verkaste salarisbetaler XSP aangevallen. De luchtbehandelingssystemen in diverse buitenlandse vestigingen worden tegelijk gesaboteerd. Apparatuur en schijfeenheden raken daardoor defect. Bij gebrek aan een businesscontinu?teitsplan zal het drie tot vijf dagen zal duren voordat de salarissen overgemaakt zullen worden.
Ahackgroup meldt dat Nederland zal worden gestraft voor de arrestaties. De drie gearresteerden moeten onmiddellijk vrijgelaten worden. Ahackgroup claimt dat een eerste slag aan Nederland is toegebracht. Er zullen er meer volgen. Terwijl de eerste kamervragen worden gesteld treedt de nationale crisisbesluitvormingsstructuur in werking. Op aangeven van de Nationaal Co?rdinator Terrorismebestrijding en Veiligheid wordt na ministerieel overleg de ministeri?le commissie Crisisbeheersing bijeengeroepen. De ICT Respons Board (IRB) wordt geactiveerd.
Terwijl het buiten steenkoud blijft, volgen de gebeurtenissen elkaar snel op. E- thermostaten worden gehackt. De stoomleiding in de Korte Hoogstraat te Rotterdam barst als gevolg van gehackte IACS waardoor tientallen slachtoffers vallen met ernstige brandwonden. Ahackgroup claimt de verantwoordelijkheid. Ook raken hydrofoorinstallaties en luchtbehandelingen in verschillende psychiatrische inrichtingen en ouden-van-dagen-tehuizen in Nederland van slag. Een combinatie van de gladheid, gebrek aan capaciteit zorgt voor een langdurige herstelperiode.
Binnen de IRB-structuur wordt de conclusie getrokken dat er nog steeds geen vitale infrastructuur geraakt is of in gevaar is. De cyberverstoringen zijn nog steeds beheersbare lokale incidenten dan wel in het buitenland. Uit voorzorg wordt wel een 24- uursbezetting van het NCSC ingesteld en schalen ook de bedrijven hun veiligheidsmaatregelen op.

Het NCSC constateert dat de internationale media-aandacht leidt tot een toename van geautomatiseerde cyberaanvallen (Distributed denial of service oftewel DDoS, en poortscanning) en meer professionele hackpogingen op zowel systemen van de overheid als de vitale infrastructuur. De bronnen van deze DDoS-aanvallen lijken in de Zuid- Europese landen te liggen. Ook krijgen de website en telefoonlijnen van het NCSC last van DoS-aanvallen. Zowel vitale als niet-vitale bedrijven komen onder vuur te liggen van hackersgroepen. Waar aanvallen op de goed beschermde vitale bedrijven mislukken, worden niet-vitale bedrijven hard geraakt. Een kleine chemische fabriek explodeert, waardoor twee woonwijken voor enkele dagen geheel ge?vacueerd moeten worden. De hackers dreigen met meer cyberaanvallen op Nederland, tenzij de drie onmiddellijk worden vrijgelaten. Voor drie multinationals die in het Amerikaanse omkoopschandaal genoemd worden, wordt ?hoge dreiging? voor door IACS bestuurde processen afgekondigd. De IRB adviseert extra alertheid voor de vitale infrastructuren. Ook voor niet-vitale systemen, die formeel gezien buiten de IRB scope vallen, wordt eenzelfde aanbeveling gedaan.
Het vertragen van de (kerst)salarisbetalingen zorgt voor onrust op straat (rellen, proletarisch winkelen), waardoor de ME moet optreden. Ondertussen blijven diverse groepen hun verstorende werkzaamheden doorzetten. Gehackte dynamische routepanelen boven de snelwegen zorgen voor een verkeersinfarct. In de hele Randstad worden metro- en tramsystemen door hackers gesaboteerd. De onrust op straat is inmiddels zo hoog opgelopen dat de burgemeesters van de grote vier steden een noodverordening instellen die tot 28 december zal gelden om verdere plunderingen te voorkomen. De onrust zorgt er zelfs voor dat de Elfstedentocht, die met veel enthousiasme is aangekondigd, wordt afgeblazen omdat de politie niet kan garanderen dat men voldoende personeel kan leveren.
Nederland ligt duidelijk breed onder vuur van de ervaren internationaal opererende hackers van Ahackgroup. Andere minder professionele groepen en/of eenlingen haken aan, maar verliezen na een aantal dagen hun focus en gaan weer over tot de orde van de dag.
Na deze serie incidenten wordt door veel verschillende partijen gewerkt aan herstelmaatregelen. Ook oefent de Tweede Kamer achteraf via moties veel druk uit op de ministeries van Buitenlandse Zaken en van Veiligheid en Justitie om onverwijld te zorgen voor internationale wetgeving en verdragen voor de aanpak van eventueel volgende cyber aanvallen op Nederland. De Kamerleden dringen er op aan dat Buitenlandse Zaken de landen waarvandaan Nederland is aangevallen, onder druk zet om handelend op te treden. Deze landen geven echter aan niet direct iets te kunnen doen aangezien het allerminst zeker is dat de aanvallers ook daadwerkelijk uit hun land komen. Mogelijk zijn ge?nfecteerde computers in hun land door aanvallers van elders misbruikt. Ook hebben niet alle landen een even goed functionerende overheidsCERT. Een langdurige onrust en een gevoel van onveiligheid na een ernstige periode van zwaar hacktivisme zorgen ervoor dat berichtgeving over een nieuwe hack ? of deze nu waar is of niet ? snel kan leiden tot een paniekreactie of nieuwe sociale onrusten bij burgers en het MKB.
Impact en waarschijnlijkheid Dit scenario wordt door de experts vanwege de combinatie van verschillende gebeurtenissen en de gebondenheid van het scenario aan een specifieke periode en specifieke weersomstandigheden als minder waarschijnlijk geacht. De afzonderlijke gebeurtenissen worden daarentegen wel bijna allemaal als re?el gezien. Van de vitale belangen wordt geen enkele echt aangetast in het scenario, wel ondervinden ze hinder van de gebeurtenissen, net als de net niet als vitaal aangemerkte organisaties en functies. De impact van het scenario wordt door de experts als aanzienlijk tot ernstig gekwalificeerd. Die impact wordt bepaald door de gevolgen van de grotendeels ongeco?rdineerde acties van hacktivisten waarmee het functioneren van onder meer nutsvoorzieningen, industri?le processen, betalingssystemen en informatiesystemen wordt verstoord. Doordat de acties plaatsvinden in een periode rond kerstmis, waarin het ook nog eens een tijd lang flink vriest, leidt de combinatie van sommige verstoringen tot uit de hand lopende situaties. Op diverse plaatsen ontstaan er rellen en plunderingen, het verkeer en openbaar vervoer ondervinden zware hinder, er doen zich vele (kleine en grotere) ongevallen voor en de met groot vertoon van enthousiasme aangekondigde Elfstedentocht wordt op het laatste moment afgelast. Dat alles veroorzaakt veel onrust, woede en een zekere mate van burgerlijke ongehoorzaamheid onder de bevolking. Er ontstaat een forse materi?le schade en ook de economische schade voor het bedrijfsleven is groot. De internationale positie van Nederland lijdt schade door acties van buitenlandse hacktivisten, boycot van Nederlandse producten en terugval van het toerisme. Gedurende ??n tot twee dagen is het dagelijkse leven aanzienlijk verstoord en door de druk op de hulpdiensten kunnen er ?onnodig? enkele doden en tientallen zwaargewonden vallen.

Bron: NCTV

Platform Politieonderzoeken.nl

www.politieonderzoeken.nl was een opsporingsblog dat werd opgezet door de politie Utrecht. De naam politieonderzoeken richt zich op de zogenaamde long tail van ernstige delicten. Op de site staat het opsporingsonderzoek – met foto?s en beschrijvingen – op een uitgebreide manier. Een mooi voorbeeld is het onderzoeksverslag van het TGO-team Sjaak Gerwig. Dit coldcase-team heeft een uitgebreid verslag geschreven inclusief luchtfoto?s en videobeelden van het plaats delict. Bezoekers van www.politieonderzoeken.nl kunnen op de onderzoeken reageren en vragen stellen over het onderzoek. Verder zijn bezoekers van harte welkom eigen tips, scenario?s en hypotheses in te sturen om zo een stuk onderzoekservaring te delen met anderen. Politieonderzoeken.nl is een medium om informatie, adviezen en tips te delen op een toegankelijke manier. Bijzondere en exclusieve politieonderzoeken kunnen onder de aandacht gebracht worden en het is een prima platform om nieuws en andere opsporingsgerelateerde berichten te publiceren.

Uitleg www.politieonderzoeken.nl op SBS 6:

Op politieonderzoeken.nl kan vooral gelezen worden en bestaat er de mogelijkheid een abonnement te nemen op een RSS-feed. Alle berichten, nieuwsitems en verslagen worden onder verschillende categorie?n ingedeeld.

Met de site zijn al de nodige successen behaald. Burgerrechercheurs hebben tips geleverd die een bijdrage hebben geleverd aan het moordonderzoek in Zwolle. Tevens is een scenario aangedragen in een cold case-onderzoek waar het rechercheteam niet aan had gedacht. Ook paragnosten doen volop mee en de politie krijgt technische aanwijzingen om de site te verbeteren.

In 2007 ontving dit initiatief de politie innovatie prijs ter waarde van 35.000 euro.
http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/toespraken/2007/03/29/toespraak-minister-ter-horst-bij-uitreiking-politie-innovatieprijs.html

Achtergrondartikel vanaf pagina 6 in Nyenrode NOW

Bron:
Volkskrant 1, Volkskrant 2, Volkskrant 3 NRC, AD, Stentor