Tagarchief: recherchekunde

Vidocq society

Leontine Leeuwenburgh deed in het kader van haar recherchekundige opleiding onderzoek naar de methodiek van de Vidocq Society uit Philadelphia en mogelijke implementatie bij de herziening van cold cases in Nederland. Hieronder de samenvatting en volledige scriptie en bijbehorende presentatie die ze gaf op de themadag bij de politieacademie van?tienjarig bestaan van de landelijke deskundigheidsmakelaar?(LDM) in de opsporing.

vidocq

Eug?ne Francois Vidocq (1775 – 1857) was een Franse crimineel uit de 18de eeuw die later politieagent werd.

Cold cases zijn door de jaren heen steeds ?hotter? geworden in Nederland. Anno 2014 heeft iedere politie eenheid zijn eigen cold case team en de workload is aanzienlijk. De cold case teams zijn in ontwikkeling en onderzoeken nieuwe methodieken om cold cases te herzien, zowel binnen als buiten de politieorganisatie. In Philadelphia bestaat een expertgroep, de Vidocq Society, waar meer dan 200 experts op allerlei vakgebieden bij zijn aangesloten. Zij bestaan reeds 25 jaar en komen eens per maand samen om zich over een door de politie ingebrachte cold case te buigen.

Bij aanvang van het onderzoek is de volgende probleemstelling geformuleerd:

In hoeverre is de gehanteerde methodiek van de Vidocq Society uit Philadelphia relevant als aanvulling op de huidige werkwijze met betrekking tot het inschakelen van externe expertise bij de herziening van cold cases in Nederland?

Om de methodiek van de Vidocq Society in kaart te brengen is een reis naar Philadelphia gemaakt alwaar een bijeenkomst van het genootschap is bijgewoond. Hier is door middel van observatie en het afnemen van interviews inzicht verkregen in de gehanteerde werkwijze alsmede in de succesfactoren en verbeterpunten van de methodiek. Er worden eisen gesteld aan de cold cases en de presentatie ervan alvorens deze plenair tijdens een bijeenkomst worden behandeld. De aangesloten experts stellen vragen naar aanleiding van de gegeven presentatie om te bekijken of ze vanuit hun expertise tot nieuwe inzichten en onderzoeksrichtingen kunnen komen. Indien de experts denken na de bijeenkomst nog een nuttige bijdrage aan het verdere onderzoek te kunnen leveren, bieden zij hun diensten belangeloos aan het onderzoeksteam aan. De sterke punten van de methodiek zijn gelegen in de wisselwerking tussen de experts onderling, de intrinsieke motivatie van de aangesloten experts en de directe verbinding die wordt gelegd tussen de politie en externe expertise.
Vervolgens is gekeken naar de Nederlandse situatie.

In Nederland krijgen de cold case teams steeds meer bestaansrecht en zijn er initiatieven ontstaan waarbij externe expertise wordt betrokken bij de herziening van cold cases. Door literatuuronderzoek en het afnemen van interviews met betrokkenen zijn een drietal initiatieven in kaart gebracht. Tevens is gekeken naar de huidige werkwijze van cold case teams in Nederland. Uit dit onderzoek bleek dat er in Nederland nog geen expertgroep gelijkend op de Vidocq Society bestaat; er wordt niet op structurele wijze door een breed samengestelde interdisciplinaire groep experts tegelijk gekeken naar cold cases.
Zou de gehanteerde werkwijze van de Vidocq Society een aanvulling of voorbeeld kunnen zijn voor het vormgeven van een dergelijk initiatief in Nederland? Deze vraag is voorgelegd tijdens een voor dit onderzoek georganiseerde expertmeeting waarbij acht deelnemers van zowel binnen als buiten de politieorganisatie aanwezig waren. Tijdens een discussie kwamen positieve, maar ook kritische reacties op de methodiek ter tafel. De algehele conclusie aan het einde van de bijeenkomst was dat men de methodiek relevant vond voor de Nederlandse opsporingspraktijk, hier verder vervolg in wilde zien en waar kon zelf aan bij wilde dragen. Een van de aanwezige deelnemers heeft aangeboden een eerste pilot van de methodiek in Nederland mogelijk te maken.
Naar aanleiding van het uitgevoerde onderzoek in Amerika en Nederland kan geconcludeerd worden dat de methodiek van de Vidocq Society relevant is als aanvulling op de huidige werkwijze met betrekking tot de herziening van cold cases in Nederland. Het draagvlak in Nederland is aanwezig, er bestaat hier nog niet een dergelijke expertgroep en het grote aantal cold cases maakt dat men openstaat voor nieuwe idee?n en methodieken om deze te gaan herzien. Het idee is positief ontvangen, waardoor er reeds over de realisatie van een eerste pilot gesproken wordt. Het valt aan te bevelen dat de pilot ook daadwerkelijk gerealiseerd en ge?valueerd gaat worden.

De methodiek van de Vidocq Society kan in vele opzichten een voorbeeld en bron van inspiratie zijn voor de Nederlandse opsporingspraktijk. Dat er daarnaast geen andere en betere methodieken zijn is niet gezegd. Het is aan te raden de methodiek niet als d? manier, maar een manier te zien en kritisch te blijven op het eigen werkproces.

Meer informatie:?

Een boek dat een aantal cases behandelt uit de Vidocq Society is: The Murder Room

De presentatie van?Leontine op de LDM themadag:

De volledige scriptie:

De laatste Vidocq journal:

Seminar cocreatie in de opsporing (verslag en presentaties)

Het lectoraat Criminaliteitsbeheersing & Recherchekunde organiseerde op 11 september jongstleden het seminar ?Cocreatie in de opsporing.? Een druk bezochte bijeenkomst met vertegenwoordigers uit de politiepraktijk, het politieonderwijs en ? inherent aan het thema ? burgemeesters, gemeenteraadsleden en vertegenwoordigers van andere partners in de veiligheidsketen. In de maandelijkse seminars van de Politieacademie delen lectoraten hun visie en onderzoeksresultaten met politiepraktijk en -onderwijs.?Conclusie van deze avond: cocreatie kan de politie veel brengen, maar vraagt ook veel. Kansen en risico?s, dilemma?s, opbrengsten, randvoorwaarden en succesvolle voorbeelden: het lectoraat zal een belangrijke bijdrage hebben door deze in kaart te brengen.?
?
Cocreatie is een van de speerpunten van het lectoraat, zo maakte lector Nicolien Kop al duidelijk in haar lectorale rede op 21 juni ?Van opsporing naar criminaliteitsbeheersing.? Volgens Kop moet de politie van een incidentgerichte, reactieve werkwijze naar een meer pro-actieve, op problemen gerichte aanpak van criminaliteit. De samenwerking met burgers en veiligheidspartners en publiek-private samenwerking is daarin onontbeerlijk. Kop: ?Het is niet effectief om de politie alleen verantwoordelijk te stellen voor het opsporen van daders van gepleegde misdrijven. Willen we echt wat doen aan de veiligheid in Nederland dan moeten we meer inzetten op het voorkomen van misdrijven en zowel burgers, bestuur als bedrijfsleven daarbij betrekken.? Nicolien verwees daarbij naar enkele actuele voorbeelden uit de praktijk, onder meer in Rotterdam-Rijnmond (zie?www.helpmonikavinden.nl).
Vermaatschappelijking
Na de inleiding van Nicolien Kop was het woord aan Pieter Tops, portefeuillehouder kennis en onderzoek binnen het College van Bestuur van de Politieacademie. Hij sprak over ?vermaatschappelijking van de opsporing? als verbijzondering van de vijfentwintig jaar geleden ingezette vermaatschappelijking van de politie als geheel. Tops sprak in navolging van Kop van een onvermijdelijke ontwikkeling, maar wees ook op de ?geboortepijnen? die ermee gepaard gaan. In dat kader benadrukte hij het belang van wederkerigheid. ?Cocreatie is niet een kwestie van over de schutting gooien van taken. Het vraagt van de politie dat zij ook informatie deelt en terugkoppelt wat zij doet met informatie. Om vrijblijvendheid te voorkomen is het van het grootste belang om betrouwbaar te zijn als politie, om afspraken na te komen. Dat vraagt om het nadrukkelijk uitspreken van verwachtingen tussen de samenwerkende partijen.? De Politieacademie gaat onderzoek uitvoeren naar de invoering van de Nationale Politie. Dat onderzoek zal zich onder meer toespitsen rondom de robuuste basisteams en de rechercheteams. Tops deed hierbij een oproep aan de aanwezige recherchechefs om zich hiervoor aan te melden.
?
Cultuurverandering
Albert Meijer van?de Universiteit Utrecht, ging vervolgens dieper in op de kenmerken en het ontstaan van cocreatie en het gebruik??van nieuwe media voor cocreatie in de opsporing. Ook hij benadrukte dat het veel verder gaat dan het benutten van de burger als informatiebron. De relatie moet wederkerig zijn en de burger is nadrukkelijk bezig met het bedenken van creatieve idee?n. Volgens Meijer past het versterken van burgerparticipatie bij een ?strong democracy? en zijn er indicaties voor positieve opbrengsten voor de politie. Wel zijn er ook ongewenste effecten, maar dat is geen reden om het niet te doen. Volgens Meijer vraagt cocreatie wel om een cultuurverandering bij de politie.
?
Opbrengsten en randvoorwaarden
De volgende spreker, Martin van Bochove van het Centrum Versterking Opsporing, gaf aan dat in zijn optiek cocreatie onvermijdelijk is en derhalve niet om een??cultuurverandering bij de politie vraagt maar die cultuurverandering zelf zal brengen. Hij ging verder in op cocreatie als een van de drie hefbomen die een dreigende crisis in de opsporing moet bezweren. Naast cocreatie zijn dat netwerkend werken en directe aanpak & afhandeling. Arnout de Vries van TNO ging vervolgens in op?Burgeropsporing?online: van crowdsourcing naar online cocreatie. Met een pakkende presentatie wist hij de aanwezigen mee te nemen in de nabije toekomst waar de politie in haar netwerken effectief is als gelijkwaardige partner in het proces naar criminaliteitsbe?nvloeding. De avond werd afgesloten met een paneldiscussie tussen de sprekers en het publiek.?Een van de aanwezige burgemeesters zei de politie in de praktijk als een ?gesloten bastillon? te ervaren, met weinig oog voor de verantwoordelijkheid voor veiligheid van het openbaar bestuur. Een tweede aanwezige burgemeester had daar weer heel andere ervaringen mee. Beiden erkenden het belang van cocreatie voor de politie. Er lijkt nog een wereld te winnen.
?
De presentaties van Albert Meijer en Arnout de Vries vind je hieronder:
En de lectorale rede van Nicolien Kop: