Tagarchief: dna

Design to Disrupt

Designtodisrupt

Vroeger hadden visionairs het makkelijk. Neem Jules Verne. Het duurde ruim een eeuw voordat zijn voorspellingen over ruimtevaart getoetst konden worden. Vroeger kon je nauwelijks worden afgerekend op wat je had voorzien. Nu is dat wel anders. Technologische ontwikkelingen gaan zo snel en zijn zo verweven met het dagelijks leven, dat visionairs vooral moeten oppassen om niet achter de feiten aan te hollen.

Gelukkig is er ??n houvast, en die heet SMACT. SMACT ? in de betekenis van ?smacked? ? heeft alle basisingredi?nten bijeengebracht en is tegenwoordig een disruptieve klap van formaat. Het is d? beproefde basisformule voor disruptief design. Overal om ons heen zien we het gebeuren. Zelfverzekerde uitdagers halen de oude garde in en geven ze het nakijken.?Via het Internet of Things, de cloud, mobiele apps of een andere digitale technologie trekken?nieuwe spelers?massa?s mensen naar zich toe.

Hoe?
?Design to Disrupt? is een imperatief: denk er goed over na en doe het! Aan de slag dus, maar hoe precies? Deze hamvraag stelde VINT-visionair Sander Duivestein. Het begint natuurlijk met wat we ?awareness? noemen: met inzien dat de nieuwe mogelijkheden er zijn. Na een langzame start en een hoop deceptie in deze 21ste eeuw heeft iedereen nu wel het gevoel dat we het ?tipping point?, het kantelpunt, hebben bereikt. Vanaf nu gaan we echt in de versnelling. Eerder dit jaar kocht Facebook het immens populaire Whatsapp voor 19 miljard dollar en even later Oculus VR, de maker van de virtual-realitybril Oculus Rift voor 2 miljard. De echte media?sering gaat nu van start.

Voor het VINT-symposium 2014 ? het twintigste! ? had Sogeti vier visionairs opgelijnd: natuurlijk onze eigen Sander Duivestein, die op 17 juni in goed gezelschap was van Gerd Leonhard, Arnout de Vries en Daan Roosegaarde.

Samen met politiechef Frank Smilda schreef Arnout de Vries van TNO het boek?Social media: het nieuwe DNA ? revolutie in opsporing.?Dat gaat over een maatschappelijk uiterst relevante visie, die van Do It Yourself politie. Social media bieden het nieuwe platform waarop we samen aan opsporing kunnen doen: de opsporing democratiseert. Social media zitten in alle lagen van de moderne genetwerkte maatschappij. Ze zijn overal en voor iedereen beschikbaar en komen nu tot in de haarvaten van de politieorganisatie (het ?DNA? van elke agent).

Arnoud de Vries from VINTlabs – The Sogeti Trendlab on Vimeo.

Bekijk onderstaande presentatie bij het kijken van bovenstaand filmpje om de slides te volgen:

Command & Control in de oorlog van morgen

In?Carr??van deze maand een artikel over de toekomst van Command & Control (C2) in de oorlog van morgen. Cyberspace als de 5e dimensie in het militaire optreden, naast land, zee, lucht en space en zal dus ook het commandovoeringsproces be?nvloeden. Social Media en de genetwerkte maatschappij die daarin een plek hebben maakt ander optreden voor Defensie. Een nieuw ‘DNA’ is in op diverse lagen bij Defensie nodig om in de oorlog van morgen te kunnen opereren.

Door:?Mark Bastiaans, Marcel van Hekken, Marc de Jonge, Marcel van der Lee, Mike Schenk, Antoine Smallegange, Jan Willem Streefkerk en Arnout de Vries (TNO)

In de oorlog van morgen moet Defensie opereren als ??n genetwerkte, slagvaardige en flexibele organisatie. Niet langer uitsluitend kinetisch, maar comprehensive. En ook in cyberspace. Dan moet alle noodzakelijke informatie voor planning, voorbereiding en uitvoering van taken altijd beschikbaar zijn. Op tijd, op het juiste niveau en op maat. Dat vraagt om kwalitatief hoogwaardige C2-processen (Command & Control) en bijpassende systemen.?Een C2-systeem bestaat uit mensen, machines, procedures en organisatie-vormen die commandovoering mogelijk maken. De ICT erachter noemen we C2-ondersteunende systemen.

Op dit moment gebruikt Defensie allerlei verschillende operationele en operatie-ondersteunende informatiesystemen, die meestal eilandstructuren vormen. Voor de operaties van morgen is meer nodig. De C2-ondersteunende systemen van de toekomst moeten flexibel aanpasbaar zijn, zich richten op informatie-integratie, informatie op maat aanbieden, over voorspellend vermogen beschikken en collaboration building en effect assessment mogelijk maken.

Defensie denkt natuurlijk al na over een nieuw C2-ondersteunend systeem in het kader van iCommand. In onze visie zal dit systeem echter niet de problemen van de eindgebruikers oplossen als dit wordt aangestuurd op de traditionele wijze van planning en verwerving. Sowieso is het de vraag of iCommand wel ??n systeem moet worden of dat het beter een configuratie van samenwerkende systemen kan zijn, die elk op hun eigen wijze tot stand komen binnen een goed afgesproken kader.

TNO is als strategisch kennispartner voor Defensie bezig met het ontwikkelen van een visie op C2-ondersteunende systemen van de toekomst. In dit artikel geven we onze visie op de kenmerken van deze systemen, de benodigde functionaliteiten, de kwalitatieve eisen en de technische ontwikkelingen die hierbij een rol spelen. Maar eerst kijken we naar de basisfunctionaliteit, de stand van zaken en de belangrijkste ontwikkelingen, en ook de uitdagingen die Defensie in de toekomst zal tegenkomen.

Basisfunctionaliteit

C2-systemen ? gevoed door C2-ondersteunende systemen ? hebben drie hoofdfuncties:

  1. Situationeel begrip (Situational Awareness) cre?ren: weten wat er speelt op het gevechtsveld. Zonder dit geen goede planning, besluitvorming en bevelvoering. Die informatie moet kunnen worden verwerkt en gedeeld, zodat een Common Operational Picture (COP)? ontstaat, een gemeenschappelijk situationeel begrip door meerdere partijen.
  2. Planning en besluitvorming (Command) mogelijk maken: het beslisproces met betrekking tot de manier van optreden om een doel te bereiken dat door de hogere commandant is gesteld.
  3. Bevelvoering (Control) faciliteren: de commandant organiseert, dirigeert en co?rdineert de activiteiten van zijn eenheden.

De stand van zaken en de belangrijkste ontwikkelingen

In 1996 publiceerde het Amerikaanse ministerie van Defensie haar visie op het gebruik van geavanceerde C2-ondersteunende systemen: Joint Vision 2010 (Shalikashvili, 1996). In deze visie zorgt ICT voor real-time intelligence, beter situationeel begrip en een eenduidig operationeel beeld van het fysieke (slag)veld. In Nederland zijn C2-ondersteunende systemen ondertussen gemeengoed bij alle krijgsmachtdelen, net als bij de meeste coalitiepartners. Volgens een onderzoek door het CCRP (Command & Control Research Programme) presteren C2-organisaties vooral beter bij combat-operaties. Bij vredesoperaties, waarbij een mix van militaire eenheden en civiele partijen moet samenwerken, is verbetering mogelijk.

Wij zien drie trends die belangrijk zijn voor C2 in de toekomst. Ten eerste verschuift het traditionele kinetische optreden naar comprehensive optreden: samen met partners. Ten tweede is het optreden niet beperkt tot het fysieke slagveld, maar zal het zich uitstrekken tot in de digitale wereld: cyberoptreden. Tot slot zien we dat technologische trends en de bijbehorende maatschappelijke veran?deringen steeds meer invloed krijgen op organisaties (en dus op C2).

In de moderne, comprehensive oorlogsvoering zijn het begrip van culturele verhoudingen, het opbouwen van duurzame relaties, het inrichten van logistieke infrastructuur en een langere politieke adem belangrijker geworden (Leonard e.a., 2010). Operaties vinden steeds vaker plaats in coalitieverband, met nauwe interagency-relaties met andere landen en overheden, NGO?s en private partijen. De klassieke commandovoering alleen werkt hier niet meer.

Een tweede trend is de groei van cyberoperaties, het infiltreren van computers, netwerken, software en internet om informatie en inlichtingen te vergaren en vijandelijke systemen te be?nvloeden of uit te schakelen. Cyber is nu al de 5e dimensie in het militaire optreden, naast land, zee, lucht en space en zal dus ook het commandovoeringsproces be?nvloeden.

Dan de technologie. Smartphones, social media en apps zijn niet meer weg te denken. Mensen hebben de hele wereld beschikbaar in hun broekzak. Dat heeft ook invloed op de commandovoering. Militairen kunnen nu via apps ook zelf informatie verzamelen. Informatie en functionaliteiten worden nu al ge?ntegreerd en contextafhankelijk aangeboden. Technologie kan daarmee steeds meer beslissingsondersteuning op maat bieden. De militair op het gevechtsveld wordt hierdoor steeds meer zelfregulerend en zelfsturend. De vaak traditionele systemen van Defensie blijven achter in deze ontwikkeling.

De uitdagingen

Deze ontwikkelingen leiden in de nabije toekomst tot twee uitdagingen voor Defensie: de ondersteuning van comprehensive en cyber?optreden vraagt om passende C2-functionaliteit. Ook zal Defensie C2-functionaliteit sneller moeten adopteren, wil men flexibel en effectief kunnen blijven optreden.

Defensie heeft nu meer rollen dan ooit: van gewapende machine tot coalitiebouwer, van precisiebom tot wereldwijde contra-terrorismestrijder, enz. In samenwerking met andere partijen en in cyberspace. Dit stelt nieuwe eisen aan de toekomstige C2-ondersteunende systemen, zoals functionaliteit voor het (samen)werken met meerdere actoren en factoren, informatie-integratie, informatie op maat (personalisatie) en beslissingsondersteuning.

De ICT-visie van Defensie berust nog altijd op grootschalige, dure systemen die tientallen jaren in bedrijf blijven. Maar de ontwikkelingen in nieuwe technologie verlopen veel sneller (cycli van 1-2 jaar), net als de behoefte van Defensie aan nieuwe functionaliteit. Er is dus een veel flexibeler en kortcyclischer verwervings- en ontwikkelingsaanpak nodig. Verderop in dit artikel komen we hierop terug.

C2

De C2-ondersteunende systemen van de toekomst

We hebben nu gezien hoe de snelle ontwikkelingen in de technologie en de maatschappelijke adoptie ervan leiden tot de behoefte aan steeds nieuwe functionaliteit. Dat geldt zeker voor toekomstige operaties, die steeds vaker in continu wisselende samenwerkingsverbanden worden uitgevoerd.

H?t C2-ondersteunende systeem van de toekomst dat alle mogelijke commandovoeringsscenario?s ondersteunt is er nog niet. Bovendien kan een dergelijk systeem ten koste gaan van flexibiliteit en aanpassingsvermogen, beide essenti?le eisen voor Defensie. Wij zien meer in een verzameling functionaliteiten (diensten) ? gedreven door gebruikersbehoeften en specifieke situaties ? die flexibel kunnen worden gecombineerd tot grotere systemen. Samen kunnen deze een groot deel van de toekomstige commandovoeringsscenario?s (zowel comprehensive als cyber) ondersteunen.

In plaats van blijven steken op het niveau van de algemene vereisten voor C2-ondersteunende systemen van de toekomst gaan wij uit van de gewenste functionaliteiten. En de bijbehorende implicaties voor het ontwerp, de technologie, het proces en de organisatie zelf. Hiermee wordt een basis gelegd voor de C2-ondersteunende systemen van de toekomst. Wat zijn dan die functionaliteiten?

  • Nieuwe functionaliteiten voor comprehensive en cyberoptreden: deze relatief nieuwe vormen van optreden vereisen nieuwe functionaliteit, zoals ondersteuning van opdrachtgerichte commandovoering, personalisatie en voorspellende modellen voor beslissingsondersteuning. De koppeling met ISR moet sterker worden. Organisatie- en communicatieafspraken zullen echter altijd nodig blijven.
  • Flexibel: open innovatie en agile voor versnelde ontwikkeling van systemen met verregaande personalisatie per groep, persoon, situatie of taak. Functies moeten direct beschikbaar zijn op het moment dat ze nodig zijn, met maximale gebruikmaking van open bronnen en civiele applicaties. De informatiebeveiliging staat maximale persoonlijke vrijheid toe.
  • Integraal: het ontwerp van toekomstige C2-ondersteunende systemen is expliciet integraal, dus te gebruiken in wisselende contexten en organisaties. Dit aspect wordt hieronder verder verduidelijkt aan de hand van korte scenariofragmenten (in kaders), waarin we de toegevoegde waarde van een functionaliteit van het C2-ondersteunend systeem beschrijven.

Op dit punt in ons betoog brengen we nog even de drie hoofdfuncties van het ondersteunende C2-systeem in herinnering: het ondersteunen van situationeel begrip, planning en besluitvorming, en bevelvoering. Wat moeten de C2-ondersteunende systemen van morgen hier gaan brengen?

Situationeel begrip

De kern van een goed C2-systeem is de kwaliteit, vorm en tijdigheid van de informatie die het overbrengt. Het moet niet alleen informatie geven over eigen troepen, maar ook over andere actoren en factoren in en buiten de operatieomgeving, gevalideerd door de ISR-keten. Flexibiliteit en informatie-integratie zijn dan zeer actueel: de commandant moet zijn eigen set tools flexibel kunnen samenstellen, afhankelijk van de informatiebehoefte (Streefkerk e.a., 2013). De informatiestroom wordt alleen maar groter, complexer en diverser. Informatie-integratie moet zorgen dat voor, tijdens en na afloop van operaties meerdere informatiebronnen kunnen worden gecombineerd tot een nieuwe verrijkte informatiebron, al dan niet van hogere kwaliteit.

C2-ondersteunende systemen hebben voor situationeel begrip de volgende afgeleide functionaliteiten nodig:

  • Functionaliteit die breder inzicht geeft in andere dan alleen kinetische actoren en factoren, doelen en voortgang (de PMESCI-factoren: Politiek, Militair, Economisch, Sociaal, Cultuur, Infrastructuur). Dit is een veel bredere insteek dan een Common Operational Picture (COP) bij de klassieke, meer kinetische commandovoering.
  • Aanvullend op de bredere insteek van het COP dient dit COP ook cyber-aware te zijn. De commandant en zijn staf moeten zich bij hun afwegingen bewust zijn van cyberfactoren met een mogelijke impact op de missie. Er is een accuraat beeld van de huidige en toekomstige status van kritieke middelen (assets) in het cyberdomein.

Personalisatie: op maat gesneden visualisaties en interface-indelingen op basis van rol/expertise, missie, ervaring, enz. De diversiteit in het optreden en de toenemende specialisatie van troepen en samenwerking met partners op maat vragen hierom. Wel moeten het gedeelde begrip en de gedeelde SA overeind blijven of zelfs beter worden, ook al gebruiken actoren een andere applicatie of kijken ze naar andere visualisaties van dezelfde informatie.

(Uit: PROMISE-scenario)

De TACCP beschikt over een optimaal beeld van het gevechtsveld. Op zijn tablet, die bij de TACCP tot secure is beveiligd, ziet C-TACCP de bijtrekkende eenheden zich verplaatsen over de weg en door de lucht. Hij kan zelfs, als hij wil, ieder voertuig zien bewegen, maar hij weet dat hij daar voorzichtig mee moet zijn. De neiging bestaat maar al te makkelijk zich dan met de situatie te bemoeien, terwijl hij weet dat hij slechts een digitale afspiegeling ziet van de realiteit. Ook geven de systemen hem een goed beeld van de PMESCI-factoren.

De Joint Intelligence Surveillance Target Acquisition and Reconnaissence-module (JISTAR) van de TFC heeft een continue stroom aan digitale gegevens van UAV?s, HUMINT, EOV, satellietfoto?s, radargegevens, NAVO-inlichtingenbronnen en uit de interagency omgeving verwerkt en geanalyseerd. De resultaten worden visueel aangeboden op de diverse devices en continu ververst met nieuwe geanalyseerde gegevens uit de joint-combined intelligence database MAJIIC. De C-TACCP kan kiezen voor de gebruikelijke visualisatie op landkaarten of satellietfoto?s, maar kan nu ook de view kiezen van de waarnemers op de grond met 3D-projecties van de informatie op de gebouwen.

 

C2room

Planning en besluitvorming

Planning is het uitwerken van mogelijke courses of action om de doelen van de commandant te bereiken. Planning beslaat een zeer korte (uren/dagen) tot zeer lange termijn (maanden/jaren) en kent steeds wisselende actoren. Bij planning en besluitvorming is steeds de balans tussen snelheid en kwaliteit van belang (cf. Alberts, Huber & Moffat). De ondersteuning van het planningsproces vraagt om flexibiliteit en collaboration building. Flexibiliteit zorgt ervoor dat planningen op verschillende tijdshorizonten kunnen worden gesynchroniseerd, uitgevoerd en ge?valueerd. Courses of action moeten worden gebaseerd op betrouwbare informatie uit de intelligenceketen. Collaboration building zorgt dat de doelen, belangen en modus operandi van verschillende partijen in de planning tot hun recht komen.

C2-ondersteunende systemen hebben voor planning en besluitvorming de volgende afgeleide functionaliteiten nodig:

  • Bredere ondersteuning van het planningsproces: toekomstscenario?s, reality checks en? validatie van de implicaties van de voorgestelde courses of action (inclusief het cyberdomein en de effecten daarvan in het militaire domein en andersom). Mensen moeten hierbij niet te veel leunen op de berekeningen van systeemmodellen en zelf blijven denken.
  • Informatieanalysefuncties: courses of action kunnen flexibeler worden opgesteld als er een sterkere integratie is tussen de intel-keten en de C2-keten. Bijvoorbeeld door informatieanalyse?functies beschikbaar te maken voor commandanten.
  • Collaboration tools voor het ondersteunen van joint en comprehensive optreden ?n plannen. Deze geven partijen inzicht in andere partijen, elkaars doelen, belangen, perspectieven en manieren van optreden.
  • Beslissingsondersteuning: functionaliteit die helpt verschillende courses of action tegen elkaar af te wegen en het maken van een keuze ondersteunt. Deze functionaliteit zal in de toekomst steeds vaker geautomatiseerd zijn. Visualisaties van diverse doorsnijdingen van gefuseerde data kunnen de vorm aannemen van bijvoorbeeld statusoverzichten. Belangrijke aandachtspunten zijn graceful degradation (terugvalmogelijkheden als de beslissingsondersteuning niet functioneert) en vertrouwen van de eindgebruiker in de ondersteuning.

(Uit: PROMISE-scenario)

De vliegers en de grondtroepen hebben de avond tevoren de actie gezamenlijk op de multi-touch birdtables met 3D-terreinview geoefend. Door deze terreinview en het onderliggende Geographical Information System (GIS) hebben de eenheden die deelnemen aan de actie elke invalshoek, de ideale vuurposities, aanvliegroutes voor maximale dekking van het doel vanuit zowel het perspectief van de grondeenheid als vanuit de derde dimensie kunnen zien en bespreken. Ze zijn op de hoogte van elkaars mogelijkheden en zorgpunten. Deze birdtable maakt het doorlopen van de komende actie bijzonder realistisch, zodat iedereen veel beter van elkaar weet hoe hij bij incidenten moet reageren.

C2field

Bevelvoering

Bij de uitvoering van missies en de aansturing hiervan met het C2-systeem komen de drie hoofdtaken ? situationeel begrip, planning en besluitvorming, ?n bevelvoering ? bij elkaar. Radioverkeer, sensorinformatie, berichten, rapporten en waarnemingen zorgen dat de commandant weet of een missie volgens plan verloopt of dat bijsturing nodig is. Ook hier spelen flexibiliteit en informatie-integratie weer een rol. Met name voor commandanten van lagere echelons is het van belang dat zij hun C2-proces flexibel kunnen uitvoeren, ook tijdens verplaatsingen en onder vuur.

C2-ondersteunende systemen hebben voor bevelvoering de volgende afgeleide functionaliteiten nodig:

  • Functionaliteit ter ondersteuning van functionele ondersteunende ketens, zoals vuursteun, geneeskundige dienst, logistiek, intel. Idealiter moet er een betere integratie en harmonisatie zijn van de hoofdfuncties van C2 met deze ondersteunende ketens.
  • Benutting van open bronnen en gegevensuitwisseling met coalitie- en interagency-partners: tijdens het monitoren van een operatie zijn ook open digitale (cyber)bronnen essentieel. Crowdsourcing en wisdom of the crowd zijn niet alleen van belang voor informatieverzameling, maar ook voor be?nvloeding (PsyOps) via sociale netwerken. Deze informatie moet dan wel betrouwbaar genoeg zijn.
  • Verbeterde logging: automatische vastlegging van operatierelevante informatie, zoals automatische generatie van patrouillerapportages, logging van posities, acties, beelden en spraak. Belangrijk hier is de eigen verantwoordelijkheid (accountability).

(Uit: PROMISE-scenario)

De smartphones zijn nuttig bij de uitvoering. Verdwalen in het dorp lijkt onmogelijk met het GIS en de GPS-positiemeldingen in combinatie met een kompas en navigatieapp.

Onderweg heeft SGTMARNS de Bruin een goed beeld van zijn omgeving. Zijn tablet wordt gevoed door de positie-updates van de smartphones van zijn manschappen. Die verschijnen automatisch op de tablet van zijn pelotonscommandant (pc). Met een beperkt tijdsinterval wordt deze informatie weer doorgestuurd in de hi?rarchieke lijn via dataradio?s en satellietverbinding. Zo heeft ook de current cell van de bataljonsstaf een near-real-time geaggregeerd beeld. Verder ontvangt hij korte WhatsApp-berichtjes van andere groepen over hun status. De SGTMARNS is tevreden over het verloop van de patrouille. Er is al een aantal gesprekken op straat geweest en hij heeft enkele wensen van de bewoners genoteerd, die vooral gaan over constructiewerkzaamheden door de genie. Soldaten kunnen terugvallen op de translatorapp op hun smartphone om contacten te leggen. Ook de plaatselijke bevolking is gewend aan de smartphones en doet graag mee aan het communiceren via hun eigen vertaalapp.

C2CA

Wat zijn de implicaties van onze visie?

In het voorgaande hebben we de gewenste functionaliteiten van de C2-ondersteunende systemen ?van morgen beschreven. Die functionaliteiten vereisen ontwikkelingen op een aantal gebieden. De belangrijkste daarvan zijn de gewenste informatieverwerking, kwaliteit, het ontwerp, technologieontwikkelingen en proces- en organisatieontwikkelingen. Deze onderwerpen worden in de volgende subparagrafen in samenhang behandeld.

Informatieverwerking

Hierboven zijn de gewenste functionaliteiten geschetst onder de drie hoofdfuncties van C2-ondersteunende systemen: situationeel begrip, planning en besluitvorming, en bevelvoering. Om deze functionaliteiten mogelijk te maken worden steeds hogere eisen gesteld aan informatieverwerking:

  • Het ontsluiten van informatieopslag-, -verwerkings- en -distributiecapaciteit: de basisbouw?stenen van ICT. Deze functionaliteit wordt aangeboden door de netwerk- en informatie-infrastructuur (NII), die niet alleen maar toepasbaar is voor C2-ondersteunende systemen.
  • Informatie-integratie: het integreren van twee of meerdere, al dan niet open informatie-bronnen om tot een nieuwe informatiebron te komen. Fusie van data uit verschillende bronnen (gesloten bronnen, open bronnen, sensorinformatie) en organisaties voor beeld?vorming en up-to-date informatie.
  • Informatieanalyse: het analyseren van informatie om tot inzicht te komen. Hieronder vallen informatieanalysefuncties (planning) en voorspellende modellen (planning en besluitvorming). Deze functionaliteit is specifiek voor C2-ondersteunende systemen.
  • Informatiegebruik: het acteren op inzicht verkregen uit informatie.? Bijvoorbeeld inzicht in de voortgang op het gebied van kinetische en andere doelen (situationeel begrip), plannings?ondersteuning (planning), beslissingsondersteuning (besluitvorming) en ketenondersteuning (bevelvoering). Deze functionaliteit is specifiek voor C2-ondersteundende systemen.

Kwaliteit

Naast functionaliteit is in dit artikel regelmatig gesproken over kwaliteit. Om het hoofd te kunnen bieden aan ieder denkbaar operationeel scenario zullen de C2-ondersteunende systemen van de toekomst bovendien heel flexibel moeten zijn. Ze zijn aanpasbaar aan nieuwe hardware, software en andere operationele of gebruiksomgevingen. Ze zijn gemakkelijk onderhoudbaar door de aangewezen beheerders die ook zelf nieuwe functies kunnen ontwikkelen. Ze zijn toegankelijk voor de breedst mogelijke gebruikersgroep. En om te komen tot de gewenste informatie-integratie moeten systemen dus uitwisselbaar (interoperabel) zijn en koppelbaar om twee of meerdere ? vaak open ? informatiebronnen te kunnen integreren. Defensie heeft vanzelfsprekend ook eigen stringente kwaliteitseisen: de systemen zijn te beveiligen en volledig betrouwbaar.

Ontwerp

Op basis van de vereiste functionaliteit en kwaliteit pleiten wij voor de volgende ontwerpkeuzes:

  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst kent een hoge mate van context-afhankelijkheid. Dit betekent dat een gebruiker niet alleen in een willekeurige situatie een serie systemen of applicaties kan samenstellen en aanroepen naar behoefte, maar dat systemen zelf (semi-)automatisch worden gekoppeld tot een situatie-specifieke keten of dienst die aansluit bij de behoefte van die gebruiker op dat moment. Deze keuze komt flexibiliteit ten goede.
  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst is een federatief systeem. Dus niet ??n C2-ondersteunend systeem, maar een aantal onderdelen of (sub)systemen die generieke functionaliteit (bijvoorbeeld stafkaarten, weer) en specifiekere functionaliteit (zoals een specifieke C2-applicatie voor vuursteun) bevatten. Deze keuze komt flexibiliteit ook ten goede.
  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst is opgesplitst in een netwerk- en informatie-infrastructuur en informatie-integratielaag, en een informatieanalyse en -gebruikslaag. Deze laatste twee lagen zijn uniek voor C2-ondersteunende systemen. Deze separation-of-concerns tussen C2-specifieke applicatiefunctionaliteit en generieke informatie betekent dat in de praktijk de koppeling tussen C2-applicaties in de informatie-integratielaag kan plaatsvinden. Deze keuze komt koppelbaarheid ten goede.
  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst is een open systeem. Dit betekent dat alle systemen met een ICT-component die deel uitmaken van het C2-systeem van de toekomst (dus ook wapensystemen, sensoren, systemen van coalitiepartners en interagency-partners) koppelbaar/interoperabel moeten zijn.

Technologische ontwikkelingen

Om de beschreven ontwerpkeuzes te ondersteunen is ? naast een volwassen netwerk- en informatie-infrastructuur en mogelijkheden voor informatie-integratie ? een aantal bredere technologische ontwikkelingen nodig:

  • Battlefield Internet: in C2-systemen van de toekomst is infomatie overal beschikbaar. In de civiele wereld is internet in de broekzak al heel gewoon. Deze mate van connectiviteit is ook nodig voor toekomstige C2-systemen. Op dit moment zijn de netwerkmogelijkheden op het gevechtsveld zeer beperkt. Om informatie bij uitgestegen manschappen te krijgen ? en om ze informatie te kunnen laten verzamelen ? moeten er nieuwe communicatielijnen worden ontwikkeld.
  • Transient Services: het samenstellen van een op een persoon toegesneden dienst voor een bepaalde situatie is geen gegeven. De komende jaren moet Defensie kijken naar samenstelling van deze diensten en een goede beschrijving van de informatiebehoefte.
  • Agile Security: een bepaalde mate van koppelbaarheid en strikte informatiebeveiliging vereisen nieuwe technologie en maatregelen om de beveiliging van informatie beheersbaar te houden.
  • Big Data en Big Analysis: het ?open maken?, het combineren en analyseren van informatiebronnen uit verschillende domeinen en met verschillende kwaliteit staat nog in de kinderschoenen. Ook hier zijn nieuwe technieken en methodieken nodig om dit te realiseren.

Proces- en organisatieontwikkelingen

Bij ICT-middelen is sprake van korte productcycli. Hardware raakt snel verouderd, nieuwe apparatuur verschijnt op de markt. De behoefte aan functionaliteiten verandert ook snel, zowel door nieuwe vormen van optreden en nieuwe dreigingen, maar ook door nieuwe technische mogelijkheden. De traditionele verwervingsaanpak is niet langer geschikt voor de aanschaf van C2-ondersteunende middelen. Er zal een omslag moeten plaatsvinden van:

  • gedetailleerde (tijdrovende) specificatie van het gehele systeem naar (snelle) specificatie van onderdelen waar behoefte aan is.
  • het kopen van een compleet commercial-off-the-shelf product bij ??n leverancier naar een CD&E-aanpak (Concept Development & Experimentation) van kopen, testen en gefaseerd invoeren van losse (prototype)onderdelen van verschillende leveranciers.

Conclusies

In dit artikel hebben wij een visie geschetst van de C2-ondersteunende systemen voor de toekomst, en de uitdagingen en technologische ontwikkelingen die hierbij van belang zijn. De grootste uitdaging is de verschuiving van traditioneel kinetisch optreden naar comprehensive en cyberoptreden. die vraagt om nieuwe functionaliteiten. Specifiek moeten C2-ondersteunende systemen flexibel aanpasbaar zijn, zich richten op informatie-integratie, deze informatie over alle relevante factoren op maat aanbieden, over voorspellend vermogen beschikken, en collaboration building en effect assessment mogelijk maken. Op die manier kan een toekomstvaste ondersteuning worden geboden bij alle onderdelen van C2: situationeel begrip, planning en besluitvorming, en bevelvoering.

De huidige en toekomstige technologie biedt hiervoor kansen: consumerisation faciliteert nieuwe manieren om hardware, software en communicatiemiddelen in te zetten. Facebook en Google laten ?bijvoorbeeld eindgebruikers hun eigen functionaliteit bepalen (en maken). Battlefield Internet stelt informatie sneller en beter beschikbaar, terwijl informatie-integratie wordt gefaciliteerd door koppelbaarheid en interoperabiliteit van bronbestanden. Open innovaties op social media zouden een voorbeeld moeten zijn voor de mogelijkheden voor samenwerking van Defensie met andere partners. Defensie is aan zet om deze trends (nog) beter benutten.

Dit heeft natuurlijk implicaties voor processen, organisatie en houding van de organisatie. Belangrijkste enabler hiervoor is dat de innovatiecyclus van C2-ondersteunende systemen sneller moet worden doorlopen. Om van de meest recente technologie gebruik te maken moet kort cyclisch ge?nnoveerd worden, inclusief behoeftestelling vanuit operationele gebruikers. Agile ontwikkelen (open innovatie, benutting van civiele technologie) kan dit bewerkstelligen. Idealiter liggen behoeftestelling, innovatie en verwerving in elkaars verlengde in ge?ntegreerde CD&E-trajecten. Deze openheid en snelheid vragen om een andere aansturing: van risicomijdend naar risico?managend, van processen dicteren naar randvoorwaarden stellen. In onze visie kan op deze manier het enorme potentieel aan technologische innovaties constructief worden ingezet bij het ontwerp en de realisatie van toekomstige C2-ondersteunende systemen.

Referenties

Robert R. Leonhard, Thomas H. Buchanan, James L. Hillman, John M. Nolen, and Timothy J. Galpin (2010). A Concept for Command and Control. JOHNS HOPKINS APL TECHNICAL DIGEST, VOLUME 29, NUMBER 2. 157-170.

J.W. Streefkerk, N.J.J.M. Smets, M. Varkevisser & S. Hiemstra-van Mastrigt (2013). Support platoon commanders’ command and control : Commander Zone Management System. TNO Technical Report 2013 R10909. Soesterberg: TNO.

Lkol D.M. Brongers, NEC kennisdocument, versie 1.0, aug 2007

John M. Shalikashvili , Joint Vision 2010, 1996

David S. Alberts, Reiner K. Huber, and James Moffat, NATO NEC C2 maturity model, DoD CCRP, Feb 2010.

Visie NII (Netwerk en Informatie Infrastructuur) voor de doelfinancieringsprogramma?s V1125/1126) / de Visie II (Informatie Integratie) voor C2ISR (V1334) ? in ontwikkeling bij TNO; 2013

Bron:?Carr??

“Ik pleit voor betere ondersteuning burgeropsporing via Social Media”

“Grote veranderingen vinden plaats in de opsporing. Burgers mobiliseren elkaar via social media en lossen zaken op. Deze ‘do it yourself police’ verandert de tactische opsporing radicaal.” Dat vertelt TNO-onderzoeker Arnout de Vries. “Politie en justitie kunnen daar nog beter gebruik van maken. Daarom zet ik mij in voor een nieuwe balans tussen gesloten veiligheidsorganisaties en de open genetwerkte maatschappij die social media volop benut.”

sherlock-holmes_artikel-arnout_240“De kritieke massa is bereikt. De adoptie van social media is zo groot in Nederland, dat burgers elkaar weten te vinden en te mobiliseren. Daardoor neemt hun invloed toe en gaan dingen veranderen. Dat heeft een positieve uitwerking. Bijvoorbeeld als het gaat om samenwerking met de politie. Maar de negatieve kant hiervan is dat ook criminelen elkaar weten te vinden en te mobiliseren. Vanuit TNO help ik om de kracht van deze massa in goede banen te leiden. En de wereld veiliger te maken met behulp van social media. Dat doe ik vanuit een drang om alles beter te willen maken. Niet voor mezelf, maar voor anderen. Voor mijn kinderen bijvoorbeeld. Die komen op Facebook minder frisse figuren tegen en krijgen contactverzoeken van vreemden. Terwijl ik ze daarvoor zou beschermen in de fysieke wereld. Internet gooit alle bestaande structuren en werkwijzen overhoop. Het vraagt van veiligheidsorganisaties een volledig andere manier van denken en werken.

Doe-het-zelf-politie

De Nederlandse politie loopt wereldwijd voorop in het gebruik van social media. Toch zie ik dat politie en justitie graag vasthouden aan het oude en vertrouwde. Terwijl burgers social media omarmen en volop benutten om gezamenlijk een dader op te sporen. Veel waakzame dienders zouden het liefst deze burgeropsporing verbieden. Maar ik zie in de praktijk dat de tactische opsporing door de ‘do it yourself police’ gigantisch gaat veranderen. Het is een ?game changer? van jewelste. We leven niet in een tijdperk van veranderingen, maar in een verandering van tijdperk. Als de politie niet heel snel inspeelt op deze ontwikkeling, maakt zij zichzelf overbodig. Vanuit het klassieke denken moeten burgers nu nog wijken als de politie komt. Straks hebben diezelfde burgers via social media het voortouw. Zij hebben met elkaar een groot potentieel aan intelligentie en vaardigheden om zaken op te lossen of te voorkomen. En dat gaan ze ook doen. Met of zonder politie.

Verbeteren van kennis

Social media zijn nog een relatief nieuw fenomeen. Hoe mensen zich online gedragen en hoe de politie daar op kan inspelen, weten we nog niet precies. Daarom werk ik samen met techneuten, gedragswetenschappers en juristen om de kennis hierover te vergroten bij politie en justitie. In dat kader analyseren we als TNO de rol van social media bij incidenten. Bij ‘project X’ in Haren zien we bijvoorbeeld dat de Mobiele Eenheid wordt ingezet, maar online nauwelijks optreedt. En bij de vermissing van Ruben en Julian uit Zeist neemt de politie wel de regie over de burgerzoekacties, maar niet over de online burgerinitiatieven. Dat kan beter. Burgers willen graag helpen. De politie experimenteert daar dan ook mee. Ik help ze daarbij. Bijvoorbeeld met een social recherche game op Facebook. Maar ook met het online corrigeren van mensen die onacceptabel gedrag vertonen. En een nieuwe versie van Burgernet , die gebruikmaakt van ’the wisdom of the crowd’ via burger- en bedrijfsnetwerken.

Pak gericht de regie

Een aantal voorlopers binnen de politie begrijpen deze nieuwe tijd. Een daarvan is Frank Smilda, districtschef bij de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland. Hij had zeven jaar geleden al een virtuele plaats delict op Second Life om burgers bij het politiewerk te betrekken. Daarmee was hij zijn tijd ver vooruit. Binnenkort verschijnt ons boek ‘Social media: Het nieuwe DNA’. Het laat zien hoe de rechercheur en de amateur elkaar versterken met social media. De Sherlock Holmes’ van deze tijd kunnen veel voor de politie betekenen. Wereldwijd staan veel experts ter beschikking van de politie. Veel meer dan ze ooit zelf in huis kan hebben. Maak daar gebruik van. Burgers willen graag helpen. En ze mogen soms meer dan de politie. Bied ze een platform. En pak gericht de regie daar waar burgers tegen hun grenzen aanlopen. Uiteindelijk blijven politie en justitie nodig om een zaak rond te krijgen en daders op te pakken. Ik blijf mij inzetten om deze nieuwe balans te bereiken.”

Bron:?https://www.tno.nl/content.cfm?context=thema&content=thema_nieuwsbericht&laag1=893&item_id=2013-12-17%2010:04:03.0&Taal=1

Twitter

Twitter is een internetdienst waarmee gebruikers korte berichtjes van maximaal 140 tekens publiceren. Net als bij Facebook heb je hier een profiel (een digitaal personage). Een bericht via Twitter versturen heet twitteren (of tweeten), dat kwetteren betekent. Het logo van Twitter is dan ook een vogeltje. Twitteren is real-time communiceren via een microweblog op een pc, mobieltje, smartphone of andere mobiele apparaten met een internetaansluiting, vaak ook via een app zoals Tweetdeck of Hootsuite. Twitter wordt ook steeds vaker door bedrijven gebruikt voor marketing. In dit boek hebben we al kunnen lezen over het nut van de twitterende wijkagent waarvan er in Nederland nu al duizend zijn. Maar ook twitterende criminelen zijn nuttig. Die maken het de politie soms wel heel gemakkelijk.

In San Francisco stuurden bendeleden elkaar een waarschuwing via Twitter: ?Een van ons is een verklikker.? Het klinkt als een slecht sprookje, maar ze wisten dus niet dat hun tweets werden gevolgd door de politie. Vermoedelijk via een valse alias, want je gaat natuurlijk geen bende volgen onder de naam @SanFranciscoPolice. Twitter en Facebook zijn populair onder Amerikaanse bendes. Daardoor vormen ze een belangrijke informatiebron voor de politie. Volgens sommige berichten zetten criminele bendes zo veel materiaal op social media dat het soms verrassend eenvoudig is om hele netwerken op te rollen.

Uitleg Twitter door collega Marcel Nieuwenhuis

De twitterende wijkagent

De Twitterende wijkagent from De Indruk | Audiovisuele Product on Vimeo.

Hieronder enkele quotes van twitterende politiemensen:

‘Tweets kunnen reacties opleveren’. ,,Het is een extra manier, bovenop bestaande werkwijzes, om nog beter over en weer contact te krijgen met de burger, ook met mensen die je anders niet bereikt”
,,Over het algemeen leveren de tweets reacties op en kun je er bruikbare informatie aan over houden.”
,,Ik merk dat mensen die informatie niet zozeer naar mij tweeten, maar naar aanleiding van een tweet bellen of een mailtje sturen.”
,,Het is een mooi extra middel bovenop je bestaande contacten en werkwijze. Mensen zien met een foto direct waar het om gaat.”
,,Ik bent dan makkelijk aanspreekbaar over mogelijke ergernissen of voor zomaar een praatje. Maar ik kan natuurlijk niet overal tegelijk zijn. Ik merk dat in die zin twitteren ook wat toevoegt. Mensen ervaren twitter als een snelle, directe manier om persoonlijk contact te leggen met de wijkagent. En het is net even wat minder moeite dan een telefoontje of een emailtje.”

Achtergrondreportage over ?gebruik van Twitter op TV-Noord

En een grappig filmpje over het gebruik van Hashtags van Jimmy Fallon en Justin Timberlake:

Facebook

Facebook Logo

Wie kent het niet? Wereldwijd zijn er nu al een miljard gebruikers met eigen profielen. Een echte goudmijn aan data die kan helpen bij de opsporing. Facebook was een van de eerste virtual communities die een publieke web-API?aanbood, zodat ook derden in hun eigen (web)applicatie gebruik konden maken van Facebookdata. Facebook heeft niet alleen het grootste aantal Nederlandse gebruikers (7,3 miljoen), er zijn dagelijks 4,3 miljoen Nederlanders te vinden. Wat zij niet beseffen is dat Facebook ook heel erg eng is. Vraag het socialemediastrateeg Rick Mans: ?Het is het Hotel California onder de netwerken. Jij bent niet een gebruiker van Facebook, maar een product.? Alles wordt opgeslagen door Facebook. Facebook weet dus soms meer over je dan je eigen moeder. Toen de 24-jarige Oostenrijkse rechtenstudent, Max Schrems, bij Facebook informatie opvroeg over wat men allemaal over hem wist kreeg hij een document van 1200 paginas thuisgestuurd. Gmailadres kraken? De ?geheime? vragen die Google stelt als je je wachtwoord vergeten bent zijn bijna allemaal te beantwoorden met informatie uit je Facebookaccount. Wie was je beste vriend uit je jeugd? Wat was de naam van je eerste docent? Wat is de naam van je eerste baas? Wat is je eerste telefoonnummer? Facebook weet het. Of anders LinkedIn: ?Je moet je ervan bewust zijn dat het internet een eeuwigdurend geheugen heeft. Alles wat je publiceert zal er altijd blijven staan, en kan heel makkelijk uit z?n context worden getrokken. Dus zet niets online wat je ook niet tegen een collega, concurrent, analist of journalist zou zeggen.? Tot nu toe de meest beruchte case in Nederland? Die heet niet voor niets de Facebookmoord.

Facebook en politie

Vanwege het succes van Twitter is politie Haaglanden sinds enige tijd ook te?vinden op Facebook. ,,Het voordeel van Facebook is dat je daar meer tekst op kunt plaatsen en dat je veel foto’s in ??n keer kunt delen, bijvoorbeeld na een open dag. Maar dat betekent wel dat het meer werk kost om alles bij te houden.?Maar ook andere veiligheidsinstanties zitten op Facebook. Zo zit in de Verenigde Staten de FBI al langere tijd op Facebook en ze hebben al heel wat volgers.

FBI

In Groningen zitten zgn. studentagenten op Facebook om op deze manier contact te hebben met hun doelgroep:

facebookgroningenstudentagent

En het Landelijk Parket van het OM is op Facebook gegaan, om onder andere over mensenhandel meer informatie te verschaffen en duiding te ?geven aan acties op het gebied van mensenhandel, zoals op Baekelandplein in Eindhoven te 2012.

LPOM

Hoe misdaden middels Facebook worden opgelost laat onderstaande infographic zien??(bron)

20-cases-solved-by-facebook

Psychotische necrofiele moordenaar heeft fans op Facebook

Psychotic Necrophiliac Killer Has Fans on Facebook

Moderne technologie uit de 21e eeuw maakt het mogelijk om psychopaten te ” liken” op Facebook. Althans, zolang Facebook het zelf ook toestaat. Er is wellicht niets mis om Luka Rocco Magnotta aantrekkelijk te vinden, maar verliefd op hem zijn terwijl iedereen weet wat hij gedaan heeft is wel wat vreemd. Hij vermoorde een man, reet hem uiteen, had daarna sex met het verminkte lichaam voordat hij het slachtoffer aan zijn hond voerde. En hij nam het allemaal op video op.?Destiney St-Denis werd een groot fan van de video en keek deze meer dan 20 keer. Ze begin de?”Steun Magnotta” Facebook pagina, omdat (in haar woorden)?

I started the group because he needs our support. I like him. He must think that nobody likes him, but there are a lot of us who do.

Medelijden met de dader, in dit geval een psychotische necrofiele moordenaar. Magnotta maakte, zoals veel sociopaten, dieren dood. ?St-Denis probeerde hem al eerder te benaderen toen zij video’s zag waarin hij katten de nek omdraaide, waarna ze de?Huffington Post vertelde?dat hij “Een heel aardig persoon was.” Ze relativeert en zegt “Ik heb het erger gezien in horror films. En ik hou erg van horror films”. Facebook heeft enige tijd later haar fanpagina verwijders, maar haar ” fan-zijn” is niet voorbij. En het is niet alleen St-Denis: er is een hele horde mensendie deze zieke geest adoreren om zijn uiterlijk of daden, wie zal het zeggen. De Facebookpagina kende 1400 fans voordat het uit de lucht werd gehaald.

De psycholoog Pierre Faubert zegt er dit over “Magnotta’s internet allies may be deeply troubled, but let’s hope this isn’t indicative of any larger cultural trend ? the concept that horrible acts of violence, the murder of innocents, are somehow justifiable as entertainment.”

Facebook scant chats en posts op criminele activiteiten

Facebook’s monitoring software richt zich op gesprekken tussen gebruikers die geen of een losse relatie hebben op het sociale netwerk.?Facebook heeft de speurneus software toegevoegd aan het scala van data-mining mogelijkheden. Als het verdacht gedrag detecteert, markeert het de inhoud en bepaalt of verdere stappen, zoals het informeren van de politie nodig is. Dit blijkt uit een?Reuters?interview met de Chief Security Officer Joe Sullivan.?Een voorbeeld:

Een man, begin 30, vertelde over seks met een 13-jarig meisje uit Zuid-Florida?en was van plan om haar te ontmoeten na school de volgende dag. Automatisch werd dit gesprek gemarkeerd en door werknemers gelezen die de politie inlichtten. Agenten namen de de computer van het tienermeisje over en arresteerde de man de volgende dag.

De software detecteert bijvoorbeeld dat twee gebruikers in Facebook geen vrienden zijn, geen gemeenschappelijke vrienden hebben, nooit met elkaar gechat hebben en heel weinig overeenkomsten hebben zoals een aanzienlijk leeftijdsverschil.?Het progamma scant naar bepaalde zinnen uit eerder verkregen chats van criminelen, zoals pedofielen.

“We hebben nooit de opzet gehad om een omgeving te?cre?ren?waar onze medewerkers kijken naar?priv?-communicatie, dus het is echt belangrijk dat de technologie een zeer lage foutmarge kent,” legt Sullivan aan Reuters uit. Het is bekend dat Facebook samenwerkt met de politie, want elk bedrijf heeft zich te houden aan de wet. Slechts een paar maanden eerder moest Facebook voldoen aan een politie-dagvaarding voor het overhandigen van meer dan 62 pagina’s met foto’s, prikbordberichten, contacten en historische activiteit op de site van een verdachte van moord.

Voor meer informatie over houding van Facebook over het werken met de politie, ik ben ingecheckt op deze twee pagina’s: Rechtshandhaving en derden zaken, alsmede informatie voor de rechtshandhavingsinstanties. Het is vermeldenswaard dat geen van deze documenten de bovengenoemde gereedschap (een snelle zoektocht naar de woorden “monitor” en “scan” te brengen niets) bespreekt.

Meer informatie over de samenwerking van Facebook met de politie is te vinden op:?Law Enforcement and Third-Party Matters, en?Information for Law Enforcement Authorities.

En tot slot het IACP fact sheet:

IACP Safety factsheet:

Politie op Facebook: een zegen of een verschrikking? – door?Stoffel Heijsman (2016)

“Het antwoord is wat mij betreft glashelder. Als politie staan wij midden in de maatschappij en dat is niet alleen maar op straat, in de fysieke wereld. Ook online kunnen we niet achter blijven. Daarbij wil ik er zelfs nog wel een schepje bovenop doen; het is niet alleen dat we bij moeten blijven, we hebben er ook veel te winnen!

Ik durf best te stellen we nog geen tien jaar geleden, voor de komst van sociale media, vooral contact hadden met melders, aangevers en slachtoffers. Daarnaast legden wij contact met maatschappelijk relevante personen, opinieleiders en soms ook wel met een volstrekt willekeurige burger.

Dankzij Facebook staan wij meer dan ooit ook in verbinding met deze laatste categorie. Daarbij komt het initiatief niet alleen maar van ons. Burgers volgen ons actief, reageren, denken en doen zelfs mee. De voorbeelden waaruit blijkt dat we zelfs zaken oplossen dankzij deze middelen komen tegenwoordig zelfs dagelijks voorbij.

Vorige week vierden wij een bijzonder moment; in de laatste gemeente werd een Facebookpagina geopend. Binnen enkele uren telde de pagina al meer dan 1000 ‘likes’, en ik heb me laten vertellen dat dat best veel is. Het geeft in ieder geval aan dat er interesse en behoefte is vanuit het publiek.

Dat juist onze eenheid deze mijlpaal haalt is geweldig, want door ons hoge aantal gemeentes hebben wij hiermee een fijnmazig netwerk opgebouwd. Dat het werkt en helpt in ons werk is natuurlijk mooi maar wat ik geweldig vind is dat deze pagina’s worden beheerd door enthousiastelingen binnen de teams.

Vanuit hun enorme betrokkenheid om het publiek bij ons werk te betrekken, vullen zij de pagina’s en reageren zij op vragen en opmerkingen van burgers. Daarnaast komen er steeds weer creatieve vormen van burgerparticipatie uit voort. Deze collega’s maken het verschil voor onze organisatie door hierin net dat stapje extra te zetten en daar ben ik apetrots op.

Facebook is wat mij betreft dus absoluut een zegen voor onze organisatie. Een zegen dat vooral mogelijk gemaakt wordt door bevlogen politiemensen die precies dat doen waarin wij als politie goed willen zijn; ons nestelen midden in de maatschappij!”

Bronnen: Cnet,?Gawker,?Dagblad De Pers (8 november 2011),?Trouw (18 mei 2012, Kristel van Teeffelen, “?U bent geen klant, maar een product”)

Burgerparticipatie, al eeuwenoud

Burgerrechercheur mag meespeuren

De politie houdt informatie niet meer onder de pet. Steeds vaker wordt het publiek gevraagd te helpen: het tijdperk van de burgerrechercheur.

Billboards met foto’s van hooligans. Oproepen om filmpjes van rellen te uploaden. Burgernet. Opsporing Verzocht. Een rechercheteam dat een deel van een moordonderzoek online zet zodat iedereen mee kan puzzelen.??Voorbeelden van burgerparticipatie in opsporing. De politie, die jarenlang heeft geprobeerd opsporingsinformatie onder de pet te houden, beseft dat de massa veel kennis heeft waarmee misdrijven kunnen worden opgelost.

“Burgerparticipatie bestaat al sinds Sherlock Holmes”

Dit zegt criminoloog Henk Ferwerda. Bureau Beke in Arnhem, waar hij directeur is, heeft onderzoek gedaan naar burgerparticipatie in de opsporing.??”Een getuigenverhoor en buurtonderzoeken zijn klassieke vormen van burgerparticipatie. Door internet, Twitter en Facebook kan de politie veel gemakkelijker veel meer mensen bereiken en betrekken. De burger is niet enkel getuige. Er wordt zelfs gesproken van burgerrechercheurs.” ?Twee feiten spreken volgens Ferwerda in het voordeel van burgerparticipatie: “85 procent van alle aangehouden verdachten van misdrijven wordt op heterdaad betrapt en opgepakt. Zo’n 60 procent met hulp van burgers. Als tweede speelt de factor tijd een belangrijke rol. Het eerste uur na een misdrijf wordt het gouden uur genoemd. De uren daarna neemt de kans dat de zaak ooit wordt opgelost dramatisch af. Een getuigenoproep twee weken na een misdrijf heeft weinig zin. Het menselijke geheugen is een slechte bron, zeker als er veel tijd overheen gaat.”

Volgens Ferwerda moet het inzetten van het publiek een vaste plek krijgen in een onderzoek. “Net zo goed als dat je zoekt naar vingerafdrukken, zou je ook standaard direct het publiek om informatie moeten vragen.? Niet pas als je ten einde raad bent, veel eerder.”

Het gaat niet alleen om informatie van getuigen. “Ik weet dat in een onderzoek een slager nuttige informatie kon geven over met welk mes bepaalde verwondingen werden veroorzaakt. Het gezamenlijke publiek heeft onschatbaar veel informatie. Wisdom of crowds wordt dat genoemd, de wijsheid van de massa. Zeer ervaren rechercheurs zeggen dat de politie de schaarse middelen beter kan investeren in burgerparticipatie dan in recherchecapaciteit.” Natuurlijk zijn er valkuilen. “Je kunt niet onbeperkt een beroep doen op het publiek. Als je drie keer per dag een oproep krijgt van Burgernet, werkt het niet meer.”

Een andere valkuil is het gevaar dat burgers op eigen houtje aan de slag gaan. “Burgerrechercheurs moeten niet aan de slag gaan met burgeropsporing. De regie moet bij de politie liggen. Als je ziet hoe pedojagers zelf aan de slag gaan met namen en shamen. Of de hetze die Maurice de Hond voerde tegen de ‘Klusjesman’ in de Deventer moordzaak. Zo moet het dus niet. Ook niet op de manier van Alberto Stegeman: die spoort met een verborgen camera misstanden op en confronteert dan de politie.” Aldus Ferwerda.

Uit diverse onderzoeken blijkt dat de bereidheid van het publiek de politie te helpen groot is. “Niet iedereen wil politieagent zijn, maar burgers willen graag helpen. Kijk naar programma’s als Radar, Opgelicht?! en Vermist. Die behandelen zaken waar voor de politie te weinig opsporingsindicatie inzit. Daar gaan twee signalen vanuit: de politie doet zijn werk niet goed. Dan gaan mensen zelf aan de slag. Aan de andere kant laat het wel zien dat mensen graag samenwerken om criminelen te pakken.”

De politie kan volgens Ferwerda over veel extra ogen en oren beschikken. “Maar zorg dat je het snel doet, open bent en terugkoppelt wat je met de informatie hebt gedaan. Opsporing Verzocht zendt met regelmaat een blokje uit waarin wordt gemeld: ‘Deze zaken zijn met uw hulp opgelost’. Dat willen mensen horen.”

Er zijn destijds bij de verschillende korpsen veel initiatieven opgedoken. Ferwerda heeft in zijn onderzoek een zo compleet mogelijk beeld proberen te geven.

“Er zitten goede en minder goede initiatieven tussen. Probleem is dat er geen eenheid is. De politie is ??n organisatie. Maar toch wordt niet overal op dezelfde manier gewerkt. Initiatieven belanden op eigen websites, niet op http://politie.nl. Net of de Albert Heijn in Zeeland plots eigen ‘Hamsterweken’ heeft. Mogelijk dat het onder de Nationale Politie verbetert. Er ligt een taak voor de nationale korpschef.”

Volgens Ferwerda ontbrak het tot voor kort aan visie. “Het is goed dat overal proeftuinen zijn, maar er is behoefte aan professionalisering. Door alle wildgroei, sneuvelen mooie initiatieven. De innovatieve kracht is bij de politie lager in de organisatie groter dan in de top. Overal groeien bloemen, maar niemand maakt er een boeket van. Waarom gebeurt dat met dit soort projecten niet, maar wel bij de aanschaf van een nieuw dienstwapen? De terughoudendheid is ingegeven door de angst fouten te maken. Je moet fouten durven maken. Het enthousiasme is nu groot. Daar moet je gebruik van maken.”

Het ministerie van Veiligheid en Justitie probeert burgerparticipatie bij professionele hulpdiensten zo breed mogelijk in te zetten. Onderzocht wordt de mogelijkheid om ook commerci?le beveiligingsbureaus en vervoerders als bus- en taxichauffeurs bij de opsporing van verdachten in te zetten. Maar inzet van burgers bij de opsporing oogst ook nog steeds kritiek. ‘Je loopt het risico van persoonsverwisseling’, stelt GroenLinks-Kamerlid Arjan El Fassed, die vreest voor privacyschendingen. ‘Het inschakelen van burgers zou een laatste redmiddel moeten zijn, niet iets waarmee je begint.’

Bronnen: (15 dec 2011), Politieacademie.