Tagarchief: media

Amber Alert op Facebook

Facebook is een?samenwerking aangegaan met de organisatie achter de Amber Alerts. Binnenkort krijgen mensen in de omgeving van een vermissing allemaal een Amber Alert te zien op hun Facebook tijdlijn. In Nederland maakte Amber Alert natuurlijk zelf al gebruik van Twitter en Facebook en ook konden ze op een aantal grote publieke sites alerteringen plaatsen. Maar daarmee bereik je niet zomaar de gewenste Facebook gebruikers. Eerder lanceerde Facebook al Safety Check,? een programma waarmee je op een simpele manier vrienden en familie kunt laten weten of je veilig bent tijdens een ramp. Facebook biedt meer en meer diensten voor geliefden in nood, nu dus ook voor kinderen die vermist worden.

Bericht overal in de omgeving verspreid

Het werkt zo: op het moment dat een kind officieel vermist is en er een Amber Alert uitgestuurd wordt zal diezelfde informatie ook naar Facebook doorgestuurd worden. Het sociale netwerk maakt er dan een berichtje van met een foto van het kind en de kenmerken waaraan hij/zij te herkennen is. Dat berichtje komt dan op de tijdlijn van mensen in de omgeving van de vermissing. Het Amber Alert wordt zichtbaar op mobiel en desktop.

amber alert op je tijdlijn
Zo gaan de Amber Alerts er uit zien op je tijdlijn

De link van de vermissing kan ook gedeeld worden en zo worden nog meer mensen bereikt. De link zit zo in elkaar dat als er nieuwe informatie bekend wordt deze automatisch in alle andere berichtjes wordt aangepast. Hiermee worden er meer mensen bereikt als er een kind vermist is en kunnen ze helpen zoeken. Vooral de eerste uren van een kindvermissing zijn cruciaal.

Zodra er een Amber Alert op Facebook geplaatst wordt krijgen mensen daar geen melding van. Het komt gewoon op de tijdlijn te staan de eerstvolgende keer dat ze er op kijken.

amber alert op facebook
Het delen van een Amber Alert helpt ook heel erg bij het terugvinden van een vermist kind.

Tussen hulp en hype: de inzet van opsporingsberichtgeving in ontvoeringszaken

PK66

De veiligheid van het slachtoffer is de belangrijkste overweging voor OM en recherche bij de inzet van opsporingsberichtgeving bij ontvoeringszaken. Het opsporingsteam maakt voortdurend een moeilijke afweging van risico?s tegen opbrengsten van het via (sociale) media en andere openbare berichten de hulp van het publiek inroepen. Die risico?s maken recherche en OM soms terughoudend. Terugvinden van het slachtoffer is dan ook een belangrijk overgangsmoment in het gebruik van opsporingsberichtgeving; v??r en n? dat overgangsmoment wordt het met een ander doel en op andere wijze ingezet. Dat concluderen onderzoekers? Yvette Schoenmakers, Jennifer Doekhie en Jaap Knotter in een onderzoek naar ervaringen van de politie met het inzetten van opsporingsberichtgeving in ontvoeringszaken. Dit deden de onderzoekers door acht Nederlandse ontvoeringszaken te bestuderen en te spreken met dertig respondenten van politie en justitie.

Opsporingsberichtgeving is een opsporingsmiddel in strafvorderlijke zin, waarbij via de media en andere openbare berichten de hulp van het publiek wordt ingeroepen, om voor het opsporingsonderzoek relevante informatie te verkrijgen.
Een belangrijke vraag in het onderzoek was met welk doel de berichtgeving wordt ingezet en in welke fase van het opsporingsonderzoek dit gebeurt. Ook is er gekeken naar de mogelijke risico?s en wat het middel heeft opgeleverd. Voor de politie begint een ontvoeringszaak vaak met een melding van een persoonsvermissing. Dit kan later een ontvoering blijken te zijn. Bij ontvoeringen kan gedacht worden aan een losgeldontvoering met winstoogmerk, ontvoering met ideologisch motief, ontvoering in het criminele circuit, relationele ontvoering (schaking), een ouder-kind ontvoering en ontvoeringen met een seksueel motief.

De belangrijkste overweging bij het al dan niet inzetten van opsporingsberichtgeving is de veiligheid van het slachtoffer. Andere overwegingen om al dan niet tot inzet over te gaan zijn de snelheid en het bereik van opsporingsberichtgeving, de privacy van de betrokkenen (proportionaliteit), in hoeverre er alternatieve recherchemiddelen inzetbaar zijn (in plaats van of juist in combinatie met opsporingsberichtgeving), welke tactische informatie er beschikbaar is, de nieuwswaarde van het bericht, of de zaak al door de media belicht wordt en het voorkomen van negatieve beeldvorming over de politieaanpak. Een reden om van opsporingsberichtgeving af te zien is vooral het risico dat de daders het slachtoffer wat zullen aandoen als er berichten in de media komen.
Uit de interviews blijkt dat de recherche en OM met name vanwege het veronderstelde risico voor het slachtoffer soms terughoudend zijn in het inzetten van opsporingsberichtgeving. terugvinden van het slachtoffer vormt dan ook een belangrijke ?knip? in het politieonderzoek. Opsporingsberichtgeving wordt v??r en n? dat overgangsmoment met een ander doel en op andere wijze ingezet. In de eerste fase van het onderzoek zijn de doelstellingen vooral het zoeken naar getuigen en/of informatie over het gebeurde. Na het vinden van het slachtoffer zijn er weer andere tactische doelstellingen, zoals een specifieke informatievraag betreffende bewijsmateriaal.? Uit de acht bestudeerde ontvoeringszaken is overigens niet gebleken dat opsporingsberichtgeving inderdaad een gevaar voor het leven van het slachtoffer oplevert. In de zaken waarin het slachtoffer overleed, gebeurde dit al voordat opsporingsberichtgeving werd ingezet.

De waarde van opsporingsberichtgeving is vooral gelegen in de snelheid waarmee een grote groep bereikt kan worden, of dat juist een zeer specifieke doelgroep kan worden aangesproken. Er wordt vooral een combinatie van verschillende middelen aangeraden. Sociale media worden in de praktijk als belangrijk middel gezien, waar nog meer gebruik van gemaakt kan worden. Opsporingsberichtgeving staat niet op zichzelf: het zal worden opgevolgd of gecombineerd met andere recherchemiddelen. Uit het onderzoek blijkt dat de opsporingsberichtgeving het meeste opleverde wanneer er een zeer concrete informatievraag gedaan werd, zoals betreffende een specifiek type auto met een bepaald kenteken.

Bron: Politie en Wetenschap

Social Media als theater? – RT to Kill

De grap had zich moeten ontwikkelen aan de hand van drie getwitterde foto?s. Op de eerste was een geweer te zien, op de tweede een bloedend slachtoffer, en op de derde zat een jongen naast een politieauto op de grond.

Op 11 maart stond twitteraar @StillDMC ?s nachts voor een raam in de binnenstad van Los Angeles. Daar maakte hij een foto van zijn geweer. De loop stond gericht op ? wat leek ? een paar voorbijgangers die op een straathoek in de verte stonden. Om iets na middernacht twitterde hij bij de foto dat hij bij honderd retweets een voorbijganger neer zou schieten. Al snel had hij meer dan honderd retweets.
Een half uur later twitterde hij: ?Man down. Mission Completed.? Deze keer met een foto van een jongeman die op de grond lag, met zijn hand op zijn borst. Op de donkere, pixelige foto leek het alsof de man een wond op zijn borst had.
killDMC
De volgende dag werd de twintigjarige Dakkari McAnuff gearresteerd door de politie van Los Angeles. In het politierapport staat dat de rechercheurs afbeeldingen hebben gevonden van een onbekend soort geweer dat op verschillende straten in Los Angeles is gericht. @StillDMC?werd ontmaskerd als McAnuff en zijn verblijfplaats werd bevestigd. Rond het middaguur arriveerde de politie bij het appartementencomplex van de 22-jarige Zain Abbasi, waar McAnuff op dat moment over de vloer was.
Volgens Abbasi werd hij door de congi?rge van het gebouw naar diens kantoor geroepen, waar rechercheurs hem en een andere vriend in de boeien sloegen. Helikopters cirkelden boven het complex, sluipschutters stonden klaar op het gebouw aan de overkant en meerdere politiewagens blokkeerden de parkeerplaats.
De rechercheurs vroegen Abbasi om McAnuff naar beneden te roepen. Op het moment dat McAnuff het appartement uitkwam werd hij aangehouden door tien agenten, die met getrokken wapens op hem lagen te wachten. Ze doorzochten het appartement en vonden het wapen van de twitterfoto: een ongeladen luchtbuks.
De hele groep werd in de boeien geslagen en meegenomen. McAnuff werd gearresteerd ?op verdenking van criminele bedreigingen?. Zijn borgsom bedroeg 50.000 dollar (ongeveer 38.000 euro).
Het was allemaal bedoeld als grap, natuurlijk. Met hun vrienden Moe en RJ vormen McAnuff en Abbasi de groep MAD Pranksters. Het zijn jongens tussen de 19 en 22 jaar oud uit Houston, Texas. Ze zijn allemaal naar LA verhuisd om het te maken in de entertainmentindustrie. Dit was volgens Abbasi hun ontgroeningsstunt: een poging tot een ?social prank?.
Dat het allemaal een grapje was, had duidelijk moeten worden na drie tweets. De eerste tweet was een vage foto van een geweer en een dwingend verzoek. De tweede het bebloede slachtoffer en de laatste, elf uur na de tweede gepost ? een foto van McAnuff met zijn handen op zijn rug geboeid, naast een politiewagen en politieagent. De tekst bij de laatste tweet was:?Last night before I got arrested. SMH. Fuck whoever snitched. And Fuck LAPD!? The MAD Pranksters hoopten natuurlijk dat dit toneelstukje viral zou gaan. Wat dat betreft is ?100 RT?s and I?ll shoot? een hit. De grap werd duizend keer geretweet voordat Twitter McAnuff?s account blokkeerde. De tweets werden zelfs wereldnieuws.
In de media werd McAnuff afgeschilderd als een slapende moordenaar die elk moment kan kon toeslaan, ?f als een roekeloze klootzak. Maar overal werd het feit dat hij een speelgoedgeweer in zijn handen had nogal gebagatelliseerd. De tweet leek een blik op een verontrustende toekomst. Moordenaars in spe zouden worden aangestuurd door vreemden via social media. Moderne gladiatoren zouden strijden in een digitaal Colosseum met een voyeuristisch massapubliek.
De gamificatie van moord
De MAD Pranksters zijn ervan overtuigd dat hun stunt overduidelijk een grap was en dat de LAPD dat al wist voordat McAnuff werd gearresteerd. En als de politie dat niet wist, dan hadden ze dat volgens de Pranksters wel moeten weten. De LAPD beweert dat het de aanwijzingen dat het allemaal een grap was heeft bijgehouden.
?De LAPD heeft alles overdreven. Ze hebben het leven van mijn vrienden en mij in gevaar gebracht en ons dwarsgelegen om ervoor te zorgen dat we geen ?Fuck LAPD? konden twitteren,? schreef Abbasi in een e-mail. ?De politie heeft veel tijd en geld gestoken in deze hele operatie, alleen maar zodat de MAD Pranksters niet van dat recht gebruik konden maken? Ik probeerde mijn vragen over de operatie rondom de Pranksters aan wat rechercheurs van de LAPD te stellen, maar alleen het PRteam was bereid over de zaak te praten.?Het getwitterde plaatje werd gezien als een ernstige dreiging. Daarom werden agenten op onderzoek uitgestuurd,? vertelde een woordvoerster me. ?We hebben agenten die sociale media in de gaten houden. Tijdens hun ochtendroutine vonden ze deze tweet.?
Het verhaal van The MAD Pranksters roept vragen op over hoe de politie moet omgaan met onderzoeken naar dreigingen via internet. Het social media landschap is onbetrouwbaar, luidruchtig en groeit met de dag. Wat zouden politieagenten moeten weten voordat ze hun wapens mogen trekken?
?We hebben geen wetten overtreden, we maakten gewoon een grap,? vertelde McAnuff.
Dat is natuurlijk een behoorlijke juridische discussie. Op dit moment behandelt het Amerikaanse Hooggerechtshof de vraag of en wanneer online bedreigingen als crimineel moeten worden gezien, en wanneer ze onder de vrijheid van meningsuiting zouden moeten vallen. Anthony Elonis uit Pennsylvania schreef bijvoorbeeld een paar supergewelddadige raplyrics en zette ze op Facebook. In de teksten beschreef hij tot in gruwelijke details hoe hij zijn vrouw en vroegere collega?s zou vermoorden. Elonis bracht vervolgens een paar jaar in een cel door voor het schrijven van zijn facebookposts.
Ondertussen worden stunts als die van de Pranksters steeds populairder. De dubieuze online bedreigingen zijn nog steeds relatief nieuw voor justitie. Tot dusver hebben de autoriteiten geprobeerd een balans te zoeken tussen het toelaten van onvermijdelijk, dom en vooral onschadelijk gedrag en het aanpakken van werkelijk gevaar.
?Er is een categorie binnen vrije meningsuitingen, en dat zijn werkelijke bedreigingen? zegt Clay Calvert, een professor aan de Universiteit van Florida. Hij richt zich op media- en communicatievraagstukken. ?Normaal gesproken zou een redelijk persoon een uitspraak kunnen onderscheiden van dreiging of gevaar.? Dat klinkt een beetje dubbelzinnig, en dat is het ook. ?De definitie van een werkelijke dreiging is helaas
niet echt duidelijk,? zei Calvert.
De MAD Pranksters merken op dat ze de agent die die zijn auto aan hen leende als decorstuk voor hun laatste tweet, precies hebben uitgelegd wat ze van plan waren. Het geweer was overduidelijk nep en zo ook de schijnbare moord. In andere woorden: de LAPD had moeten weten dat nooit een echte dreiging is geweest.
Abbasi beweert dat een van de rechercheurs het kantoor binnenliep waar ze werden vastgehouden, vlak voordat zijn vriend McAnuff werd gearresteerd. Daar zag hij Moe, degene die de het lijk speelde, en zei: ?Oh kijk, daar hebben we de dode.? In het dossier van de Pranksters staat dat er meer dan zestien uur was verstreken tussen de eerste tweet en het arrest. Dat lijkt meer dan genoeg tijd om contact op te nemen met de agent die op de foto van de derde tweet staat en om een wapenexpert naar het wapen op de foto te laten kijken. Volgens een agent van de LAPD werd de tweet om half tien ?s ochtends ontdekt. Dus zelfs na het ontdekken van de tweet duurde het nog drie?nhalf uur voor er iemand werd gearresteerd, volgens Abbasi.
De LAPD zag zich blijkbaar wel genoodzaakt om genoeg agenten om een klein drugscartel op te rollen op de Pranksters af te sturen. Volgens Abbasi waren er zelfs helikopters en sluipschutters. Het meest opmerkelijke detail van de hele operatie was inderdaad dat de LAPD de jongens onder schot hield. Op het politiebureau zei een vrouwelijke agent tegen hem: ?Ik had je in mijn vizier. Als je dat balkon op was gelopen met dat speelgoedpistool had ik je kop eraf geknald.?
Deze jongen had dus gedood kunnen worden voor het twitteren van een foto van een luchtbuks.
De woordvoerster van de LAPD zei dat ze me geen details kon geven over de operatie die geleid heeft tot de arrestatie van McAnuff.
Grap of niet, de stunt toont een verontrustende blik op een toekomst waarin moordenaars sociale media gaan gebruiken. Twitter, Facebook en YouTube hebben wereldwijd nu al miljarden gebruikers. Die gebruikers schrikken er niet voor terug om de meest bizarre, verregaande acties te posten om likes en volgers voor zich te winnen. De 22-jarige Elliot Rodger, bijvoorbeeld, die in mei zes mensen doodschoot in Californi?. Ook hij had een behoorlijk publiek op sociale media.
Uit onderzoek is gebleken dat zeker jongeren vatbaar zijn voor online groepsdruk. Dat is waarschijnlijk de reden dat er een video bestaat van een meisje dat haar eigen tampon doorslikt. En een filmpje van een kind dat zijn eigen ontlasting eet met een ijsje. Door onze drang tot realtime zelfpromotie, zou het groeiende aantal mensen dat er alles aan doet om aandacht te krijgen ons niet moeten verbazen. Niemand van deze mensen zal een papiertje ondertekenen waarin staat dat niemand gewond raakt.
McAnuff en zijn vrienden hadden geluk, gezien de omstandigheden. Enkele dagen na zijn vrijlating kreeg hij bericht dat er geen aanklacht werd ingediend. Daarbij is er niemand neergeschoten door scherpschutters van de LAPD.
?Er zullen zeker meer ?chte bedreigingen komen waarbij sociale media zoals Facebook en YouTube een rol spelen,? vertelt Calvert. ?Dit is weer een voorbeeld van de rechtspraak die de technologie moet inhalen.? We moeten bepalen hoe we een grap van een bedreiging kunnen onderscheiden. Dat kost tijd, die nieuwsconsumenten niet altijd hebben. @StillDMC?s grap mag dan roekeloos en gevaarlijk zijn geweest, maar het is maar een voorbode van wat er komen gaat.

?Jurisprudentie

Vorig jaar werd een 20-jarige studente Caleb Clemmons gearresteerd voor het plaatsen van wat hij?experimentele fictie noemde op Tumblr. Hij schreef: “Hallo. mijn naam is irenigg en ik ben van plan op Georgia Southern kapot te schieten. Geef dit door om te zien of het invloed heeft. Om te zien of ik word gearresteerd. “Binnen enkele uren werd Clemmons inderdaad gearresteerd en bracht zes maanden in de gevangenis door voordat hij?zichzelf schuldig pleitte van terroristische dreigingen. De politie doorzocht zijn huis en vond geen wapens of enig verder bewijs van de intentie om kwaad te doen.

Slechts enkele maanden daarvoor, was er een Texaaanse tiener in de gevangenis gezet voor het maken van een (volgens hem) sarcastische opmerking op Facebook in een?discussie over een video game. ‘Oh ja, ik ben echt gek in mijn?hoofd: ik ga een?school vol kinderen kapotschieten en eet hun nog kloppende harten” met de toevoeging van een “LOL ” (Laughing Out Loud). In de gevangenis werd hij zo depressief dat hij op de zelfmoord risicoafdeling geplaatst werd.

Echte dreigingen zijn er natuurlijk ook veel. Zo zijn in het Verenigd Koninkrijk twee mannen gearresteerd voor het maken van herhaalde bedreigingen voor een vrouwelijke journalist op Twitter. Daarop paste Twitter haar eigen beleid aan en bood het meer mogelijkheden om misstanden ook te melden.

Bronnen: VICE, Motherboard, DeStandaard, Joop

GroupMe

groupme

GroupMe is een mobiele groep messaging app en?eigendom van Microsoft. Het is in?mei 2010 gelanceerd den in?augustus 2011, gingen er meer dan?100 miljoen berichten per maand doorheen. In juni 2012 was dat aantal gestegen tot 550 miljoen.

GroupMe heeft een webclient en er zijn?mobiele apps voor Android, iOS, and Windows Phone. Groepsberichten kun je ook per?SMS ontvangen als je wilt. Gebruikers beginnen met het cre?ren van een “groep” en het toevoegen van contacten. Wanneer iemand een bericht stuurt, kan iedereen in de groep dit zien en erop reageren. De app stelt gebruikers in staat om gemakkelijk te bestanden uit te wisselen waaronder foto’s. Gebruikers kunnen ook priv?berichten sturen, maar alleen aan gebruikers die ook de GroupMe app hebben.?GroupMe is veruit de meest gebruikte groep messaging-applicatie op Amerikaanse?universiteiten.

Maar vervelende dingen kunnen ook gebeuren. Zoals onderstaande?casus waarin het delen van foto’s verkeerd uitpakt:

Een begon met een naaktfoto van een meisje van de?middelbare school op Brookfield via Snapchat. Daarmee zijn berichten na 10 seconden weg. Maar de foto van ??n meisje is er nog steeds, en de politie probeert om degenen die het delen te stoppen. De politie denkt dat het om een ex-vriend gaat, een staaltje digitale wraak dus. Naast GroupMe kwam de foto ook op Instagram terecht.

“Als ze ervoor gekozen heeft om de foto te sturen dan is het niet echt de schuld van de ontvanger ervan,” zegt een student uit Brookfield-Oost.

De politie geeft aan dat dit een misdrijf kan zijn.?De politie geeft aan?dat veel kinderen zich hier niet bewust van zijn en dergelijk gedrag kan leiden tot misdrijven, zoals het bezit van kinderporno en seksuele uitbuiting.

Bronnen: WISN, Wikipedia, GroupMe,

Overzicht van gebruik social media door de politie in 2013

Twitter-agenten, opsporingsfacebook en YouTube-filmpjes: politiekorpsen gebruiken de social media steeds meer als opsporingsmiddel. Dat symboliseert de `z??r opvallende’ opmars van social media bij de politie afgelopen jaar. Veel politiemensen zijn te vinden op Twitter en ook de vele filmpjes die via Youtube online zijn gezet, missen hun doel niet. Deze filmpjes zijn al miljoenen keer bekeken. Dat maakt het gebruik van social media door de politie tot een krachtig middel waarvan steeds meer gebruik wordt gemaakt. Mede dankzij successen worden politiekorpsen enthousiast over het gebruik van social media en het betrekken van burgers bij het politie werk. Ze beginnen opsporingssites en verspreiden opsporingsberichten via eigen profielen op Facebook en Twitter. Daarnaast plaatst de politie op YouTube bewakingsbeelden van misdrijven. Vaak wordt daarin verwezen naar de traditionele media: opsporingsprogramma’s op de landelijke en regionale televisie.
Het jaar 2013 laat zien dat dit middel steeds vaker wordt ingezet door politiekorpsen over de gehele wereld. Hier een overzicht van filmpjes uit 2013 waarin het gebruik van social media door de politie wordt getoond.

WNEM TV 5

 

 

 

 

App: STOMP

360Interactivity_MobilePageGraphic_web_v2

STOMP (iOS,?Android), ofwel Straits Times Online Mobile Print, leidt burger-journalistiek middels een aziatische website met user-generated materiaal tot grote hoogte. De app is er al sinds 2010, maar sindsdien zijn smeuige verhalen van burgers over diverse misstanden in Singapore zeer populair geworden. Strikte handhaving van de politie en strenge regels zijn niet genoeg. Burgers besluiten STOMP steeds?vaker te gebruiken om misstanden te fotograferen of filmen en STOMP slingert ze vervolgens online. Een asbak uit het raam gooien? (iets waar een hoge boete op straat) Registratie daarvan door een burger kan uitlopen over vergaande consequenties. Deze vorm van naming & shaming of is dit nu eenmaal?burgerjournalistiek? Hoe het ook zij, het platform boet voorlopig nog niet in op populariteit.

stomp

Bronnen: STOMP

Boston bombings: politie accounts populairder dan nieuwsmedia

Terwijl het online publiek hun frustraties uit over de klassieke nieuwsmedia en de vele foute berichtgeving (zie ons blogitem hierover), werden op Twitter daardoor de accounts van de autoriteiten zeer populair.

Met name @BostonPolice en @EdDavis3 (commissaris van de Boston politie) werden belangrijk, en deze berichtgeving werd niet gedreven door sensatie of commerci?le doeleinden. De Twitterberichtgeving van de Boston Police sloeg na kwart voor 2 die middag ineens om van een foto van het ?1 Mile to Go? spandoek (met 50 k volgers) naar een offici?le bevestiging van de explosie twee uur later. Cheryl Fiandaca, persvoorlichtster bij de Boston Police had weinig idee wat haar te wachten stond. Met terrorisme en massale manhunts had ze nog nooit te maken gehad, maar een paar dagen later was ze genoodzaakt tweets eruit te gooien via haar smartphone terwijl ze ?off-duty? aan het shoppen. Die tweets (zoals?1?en?2) werden 8000 keer geretweet. Commissaris Ed Davis had social media als strategie bij de politie al eerder ingevoerd en was in dit geval ook overtuigd van de noodzaak en het nut. Het bleek een belangrijke ?lifeline? te zijn, aldus vele inwoners van Boston, om zin en onzin te scheiden en was een van de belangrijkste berichtgevers over de fysieke en digitale terreur die over de stad woedde.

Bekijk bijvoorbeeld de invloed van de ustreams?van politiescanners die gevolgd werden tijdens de massale ‘manhunt’ en de online chaos die er leek te zijn:

Het werd een 24-uurs ploegendienst voor de communicatie afdeling. Ze plaatsten kentekenplaatnummers en andere informatie zonder het opsporingsonderzoek te schaden en moesten tegelijkertijd social media en traditionele media te monitoren om geruchten te ontkrachtten daar waar nodig, zoals het CNN bericht over de aanhouding van de getinte verdachte. Maar ook sentimenten werden gewaardeerd zoals die vanuit het team werden geuit, die overuren draaide:

b31

Boston bombings: de online explosie, internet trollen en ontelbare mediafouten

Social media activiteit

Onderstaande kaart toont het Twitter verkeer met 200 berichten voorzien van locatie uit een set van 500.000 met hashtag #BostonMarathon van de tragische dag van de aanslag (een explosie van tweets op 1 dag dus!), gemaakt door een student van Syracuse University.

b29

Patrick Meier blogde over de?analyse van de eerste 1000 seconden van de aanslag, maar ook Todd Mostak?van MIT heeft met MapD een visualisatie gemaakt van het verkeer. Je kunt zelf nog grasduinen in die data via een tweetmap die hij online heeft geplaatst:

Twitter trollen

Tijdens de tijdens de klopjacht op Dzjochar Tsarnajev, ??n van de twee verdachte broers,? doken een stuk of acht nep-accounts op Twitter op. Sommige accounts zijn duidelijk als grap bedoeld, terwijl andere vooral lijken te zijn ontstaan uit sympathie voor de dader. Zo schreef @dzhokhartsarnae: ‘Ik word er zo moe van dat mensen mijn naam verkeerd spellen’, twitterde @DzhokaTsarnaev het bericht ‘ik onschuldig’ en liet @DzhokharTsarna1 weten: ‘Ik ben net 19 geworden en ik ga geen mensen vermoorden als ik ook feest kan vieren en plezier in mijn leven kan hebben.’

b28

Een nepaccount gaat op de po?tische toer met een citaat van Shakespeare

Ook waren er twitteraars die een?financieel slaatje?probeerden te slaan uit de emoties die kort na de aanslagen loskwamen, door bijvoorbeeld zogenaamd in naam van de organisatie van de Boston Marathon geld in te zamelen voor de slachtoffers. Bijvoorbeeld onder de naam @_BostonMarathon Het echte account van Boston Marathon is @BostonMarathon.

Na afloop kregen mensen tijdens Halloween ook veel kritiek die zich verkleedden als slachtoffers van de ramp, zoals onderstaande?Alicia Ann Lynch?hieronder die veel doodsbedreigingen kreeg. Maar de Halloween kostuums hielden daarmee niet op, en?het kan nog erger.

Alicia Ann Lynch, a 22-year-old from Michigan, tweeted and Instagrammed a photo of herself at work dressed as a Boston Marathon bombing victim for Halloween.

Media verslaggeving en de rol van social media

Alle traditionele media deden hun best om als eerste het ?breaking news?te brengen. Zo waren CNN en de Boston Globe er snel bij. Live blogs zoals van AP (Associated Press) en The New York Post probeerden alles bij te houden, maar het ging ze niet gemakkelijk af. ?Reuters ontsloeg zelfs een eigen social media verslaggever en The New York Post is al genomineerd voor de ?Wooden Spoon? award voor haar verslaggeving, door eerst een fout verslag uit te brengen over 12 doden van de explosie, daarna de voorpagina te vullen met een grote foto van twee onschuldige studenten met het label “bag men? zonder enige context daarbij, om vervolgens te eindigen met een bericht dat de recherche een Saudi Arabische verdachte vasthield op een niet nader te noemen ziekenhuis in Boston. Maar ook de NPR radio (US equivalent van de NOS of BBC) zat mis met een derde verdachte en zo heeft elke grote media partij fouten gemaakt in de hoop de eerste of uniek te zijn in de berichtgeving.

Hieronder zo’n blunder van CNN die meer dan 13.000 keer werd geretweet!:

b30

Wooden Spoon awards worden uitgereikt aan organisaties met de slechtste klantservice.

De heksenjacht door het leger aan burgerrechercheurs op Twitter en Reddit gaf veel foutieve informatie die klakkeloos werd overgenomen en vervolgens weer gecorrigeerd moest worden, zoals de speculaties over de verdachten. Maar ook ?conspiracy theories? over Saudische daders of Amerikaanse regering die erachter zouden zitten zorgde voor veel onrust en daar kwamen de schokkende beelden nog bij. Zo tweette? Marcus Schwarze, redacteur van de Rhein-Zeitung via Twitter kritiek op de klassieke media: “Grown-up media don’t show people with torn-off limbs”. “We should show nothing that my 10-year-old can’t sleep after. Describing it ‘graphic’ or ‘NSFW’ drives me nuts.” ?Waarin hij refereerde naar de waarschuwingen die foto?s kregen waarin gemutileerde slachtoffers zonder been bloederig op de foto stonden.

Ondanks de vele nieuwsmedia en sites, was het nieuws nog altijd het eerste en misschien wel het beste te volgen op Twitter. De kijker is tegenwoordig toch steeds vaker zelfredzaam in nieuwsgaring en bepaalt (voor zover mogelijk) zelf wat wel of niet te willen zien. De hoop dat nieuwsmedia een filter aanbrengen is aan het veranderen, doordat elke partij de online kijker naar zich toe wil trekken met unieke verslaglegging, maar dat is lastig als iedereen toch al dezelfde Twitteraars volgt. Ook Google en Bing proberen op de real-time nieuws trend in te spelen, maar ook met die diensten blijft het lastig een goed overzicht te krijgen van de laatste en volledige stand van zaken. Zo blijft fact checking voor de lezer bijzonder lastig, zoals bijvoorbeeld het gerucht dat de daders vlak voor hun daad nog een 7-11 supermarkt overvallen zouden hebben.

Enkel NBC’s Pete Williams?stak volgens sommigen met kop en schouders uit in de verslaggeving van nieuwsmedia, waarin hij enkel en alleen feite publiceerde en duidelijk aangaf als hij iets niet geverifieerd had.?The essence of journalism is the process of selection,??Williams noted in a National Journal profile.

 

Twitter bericht als eerste bij poldercrash Turkish Airlines (2009)

Turkish Airlines-vlucht TK1951?was een passagiersvlucht die op woensdag 25 februari 2009 neerstortte in de buurt van het Nederlandse vliegveld?Schiphol. Hierbij kwamen negen van de 135 inzittenden om het leven.

De eerste beelden vanuit het vliegtuig werden op YouTube geplaatst:

Het offici?le onderzoek van de?Onderzoeksraad Voor Veiligheid?wees inadequaat handelen van de?piloten?als hoofdoorzaak aan voor het ongeluk. Ondanks een defecte?hoogtemeter?en onvolledige instructies van de?luchtverkeersleiding?hadden de piloten het ongeluk kunnen voorkomen, aldus de Onderzoeksraad. Ook was de communicatie van hulpdiensten niet ideaal:

Eerste verslaggeving op Twitter

Op?iReport?een beknopte reportage die grotendeels van burgers afkomstig is.?CNN verwoord de rol van Twitter als volgt:

The social networking site Twitter again stole a march on traditional media when it was the first outlet to publish dramatic pictures of the Turkish Airlines crash.?Moments after the plane crashed at Amsterdam?s Schipol airport on Wednesday morning the news was appearing on Twitter, CNN?s Errol Barnett said.

?This is a story that broke on Twitter first and continued to unfold from there. Eyewitnesses were posting comments about the shock of seeing the plane ?dive? and amazement of passengers walking out of the wreckage,? Barnett said.

?It was a dramatic image of a fractured plane posted on Twitter.com that was the first worldwide view of the Turkish Airlines crash. It was snapped by an eyewitness driving on the nearby A-9 highway, just north of the crash site.?

Een Turkse passagier filmde met zijn telefoon na de crash:

Zelfredzaamheid Poldercrash

De publicatie?(Zelf)redzaamheid tijdens de Poldercrash?geeft een verhalende reconstructie van de handelingen die de passagiers en toegesnelde omstanders hebben uitgevoerd om zichzelf en anderen te redden, en de wijze waarop professionele hulpverleners met deze (zelf)redzaamheid zijn omgegaan. Aanvullend hierop geven de passagiers, omstanders en de professionele hulpverleners hun perceptie over en motivatie van hun handelingen. Dit onderzoek laat zien wat overheden en hulpdiensten kunnen leren van de Poldercrash als het gaat om het handelen van burgers mede in relatie tot het handelen van de professionele hulpverleners. Ook biedt het inzicht in de behoeften van burgers bij een dergelijk ongeval. Het geeft bovendien concrete aanknopingspunten om de zelfredzaamheid en redzaamheid van passagiers en omstanders bij een (gelijksoortig) vliegtuigongeval beter te kunnen benutten en te versterken.

Meer achtergronden:?

Bronnen: Wikipedia, CNN