Gestolen goederen
Waarmee is een ondernemer, wiens dure gereedschap is gestolen, blijer? Als de dader wordt gestraft of als zijn
spullen worden teruggevonden? Maarten van Grootheest, operationeel specialist, weet het wel en startte daarom een proef waarbij burgers meespeuren naar gestolen goederen.

Al zijn dure gereedschap was gejat. De ondernemer was niet goed verzekerd,?waardoor zijn werkzaamheden stil kwamen te liggen.? Toen Maarten in Zevenaar werkte, trof hij een ondernemer die slachtoffer was geworden van diefstal. Het ging de operationeel specialist aan het hart. Normaal gesproken zou Maarten nog een eenheid inschakelen om gezamenlijk een uur te besteden aan buurtonderzoek.
?In het beste geval blijkt uit zo?n buurtonderzoek dat de dader een blauwe jas aan had. Als iemand al wordt veroordeeld ? en die kans is klein ? dan krijgt de dader twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf. Een succes voor politie en OM, maar niet voor diegene die het aangaat. De ondernemer heeft daarmee zijn spullen niet terug.? Maarten besloot daarom om geen buurtonderzoek te doen, maar de vier manuren opsporingstijd die hij daarmee bespaarde, zelf te besteden aan speurwerk. De weken die volgden, zocht Maarten tussen de bedrijven door op internetmarktplaatsen naar het specifieke gereedschap, dat herkenbaar was aan serienummers en inscripties.
Na zes weken was het raak. In burgerkleding bezocht Maarten de aanbieder en constateerde dat het om de gestolen spullen ging. Hij maakte zich kenbaar als politieagent en nam de goederen in beslag. Uiteindelijke leidde het niet tot een veroordeling. ?Maar de ondernemer was z? blij; ik kreeg echt een kick van het politiewerk.?
?Kunnen we dit niet standaard doen??, vroeg Maarten zich al een tijdje af. Tijdens de themadag Herijking
Opsporing, waarbij OM en politie samen kijken hoe de opsporing en vervolging beter en effici?nter kan, deelde hij zijn ervaring. Dat vormde het startschot voor de proef met burgeropsporing, die hij nu in Basisteam IJsselwaarden uitvoert. Een oproep in De Gelderlander en Facebook leverde meer dan honderd bereidwillige burgers op uit de
omgeving van Doesburg, Dieren, Rheden en Velp.
Een onderzoeksbureau vroeg naar hun motivatie om een testpanel samen te stellen, dat zowel bestond uit gamers, gepensioneerden als slachtoffers. Op een januariavond kwamen twintig mensen naar een basisschool in Rheden, waar ze achter een computer mochten plaatsnemen om internet af te struinen. Ze kregen een lijst met goederen die in de tien weken daarvoor waren gestolen. Maarten: ?Aan alle aangevers was toestemming gevraagd. Zonder uitzondering vonden zij het goed dat burgers gingen meehelpen met zoeken.?

Snuffelhoekjes
Op de lijst stonden sieraden, een gouden horloge, een wapen, computertoebehoren, fietsen en twee aanhangers. Zonder de namen van de slachtoffers Mensen mochten zelf kiezen waarnaar ze op zoek gingen. Maarten: ?Mensen kozen een voorwerp uit waar ze zelf veel verstand van hadden. Zo was er een computerexpert die precies wist hoeveel
bepaalde videokaarten kosten. Daardoor vermoedde hij meteen welke advertenties verdacht zijn omdat ze een totaal verkeerde prijs vroegen.

Redenen waarom burgers helpen bij de opsporing
1. Sommigen willen iets voor de samenleving betekenen
2. Anderen zien het als waardevolle tijdsbesteding
3. Gamers zien het als spel: het geeft een kick als je iets vindt
4.Gepensioneerden hebben tijd genoeg
5. Slachtoffers weten hoe het voelt als waardevolle spullen worden gestolen
Bron: interviews door PwC

Omdat het ging om spullen uit de buurt, zochten de burgers ook in de buurt. Ze kenden allerlei snuffelhoekjes op Facebook waar tweedehand spullen worden aangeboden.? In twee maal 50 minuten zoeken, werd er twee keer een verdacht object aangetroffen. Bij het eerste artikel, een gouden horloge, bleek het toch niet om het gestolen exemplaar te gaan. Bij de gestolen tablet reageerde de verkoper niet toen Maarten interesse toonde. Uiteindelijk leidde de zoektocht niet tot aanhoudingen, maar stemde het wel positief: burgers zijn gemotiveerd om mee te helpen ?n in staat om zelf spullen te vinden.
In april vindt de tweede sessie plaats. Dan krijgt een andere groep van 25 burgers tien dagen de tijd om vanuit huis op internet te zoeken. Als ze iets vinden, kunnen ze dat doorgeven op internet via een webbased applicatie. ?Door gebruik te maken van deze applicatie kunnen we zien hoe mensen zoeken. Die input gebruiken we voor het ontwikkelen van een app. Alles wordt gebruikt voor de volgende stap.? Maartens schetst zijn ideale toekomstbeeld: ?Bij de aangifte kunnen mensen straks aanvinken of ze toestemming geven voor burgeropsporing. Burgers kunnen
straks via de app, als ze in de wachtkamer bij de tandarts zitten, even een kwartiertje meehelpen met speuren.?

Bronnen: Strafrechtketen.nl, OmroepGelderland, De Gelderlander

Gerelateerde berichten:

Tagged with →  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *