Een exploratief onderzoek naar de attitude van de Marokkaanse gemeenschappen in Culemborg en Ede ten opzichte van burgerparticipatie in de opsporing. – Auteur: Martin Boezen, 2015.

De probleemstelling van dit onderzoek was:
Wat is er bekend over de attitudes van de Marokkaanse gemeenschappen in Culemborg en Ede ten opzichte van burgerparticipatie in de opsporing en welke verklaringen zijn er voor deze attitudes?

Door het uitvoeren van het literatuuronderzoek en het spreken van verschillende respondenten met verschillende achtergronden is deze probleemstelling beantwoord. Bij het inzichtelijk maken van de cognitieve -, affectieve – en conatieve componenten is tevens oog en oor geweest voor mogelijke verklaringen hieromtrent. In het vorige hoofdstuk werd dit inzicht en deze verklaringen reeds uitgebreid beschreven, tevens werden hier enkele tussenconclusies beschreven.

Resumé
Uit dit onderzoek is dan ook gebleken dat de cognitieve component van de attitude van de Marokkaanse gemeenschappen in Culemborg en Ede bestaat uit verschillende aspecten. Zo is het kader waarin de kennis van de politie en burgerparticipatie in de opsporing wordt geplaatst gekleurd door culturele, historische en communicatieve factoren. Deze factoren verschillen tussen enerzijds het attitude-object en anderzijds de Marokkaanse gemeenschappen: de grofmazige – ten opzichte van de fijnmazige cultuur en de historische achtergrond van verzet en wantrouwen tegen de regering.

De affectieve component van de attitude van de Marokkaanse gemeenschappen in Culemborg en Ede bestaat uit gevoelens van wantrouwen en onbetrokkenheid uit schaamte en uit angst voor gezichtsverlies. Tot slot bestaat de conatieve component van de attitude van de Marokkaanse gemeenschappen in Culemborg en Ede uit onmacht, praktische overwegingen zoals angst voor de consequenties en de pragmatische overwegingen waarbij een keuze moet worden gemaakt tussen de gesloten binnenwereld en de kritische buitenwereld.

Conclusies
Er kan geconcludeerd worden dat de Marokkaanse gemeenschappen in Culemborg en Ede een sterke attitude bezitten ten opzichte van het attitude-object: burgerparticipatie in de opsporing. Deze attitude beïnvloedt het gedrag van de Marokkaanse gemeenschappen, met als resultaat dat de mate van burgerparticipatie in de opsporing van deze gemeenschappen zeer beperkt is. Holland, Verplanken en Van Knippenberg (2002) schreven dat een sterke attitude leidend is bij gedrag en dat sterke attitudes herkenbaar zijn en resistent zijn tegen tijd en verandering. Dit komt overeen met de resultaten uit dit onderzoek. Ook in dit onderzoek waren de attitudes herkenbaar en resistent tegen tijd en verandering. De attitude van de gemeenschappen is te omschrijven als negatief. Een positieve attitude hoeft echter ook niet te leiden tot bepaald gedrag. Zowel een positieve als een negatieve attitude hoeven niet te leiden tot bepaald gedrag.

De Marokkaanse gemeenschappen zijn te omschrijven als los zand, maar toch sluiten de gelederen zich wanneer zij slecht in het nieuws komen. Zo lang het besef er niet is dat er een criminaliteitsprobleem onder Marokkaanse jongens is of zo lang dit genegeerd wordt. Zo lang de slachtofferrol gehanteerd wordt, wordt het zeer moeilijk om de pragmatische overwegingen in gedrag om te zetten. De besloten binnenwereld dient opengebroken te worden, er dient vertrouwen gewonnen te worden door de kritische buitenwereld. Tot een oplossing hiervoor is echter niet eenvoudig te komen.

De ontwikkeling van inbraken binnen de eigen gemeenschappen doen wellicht overgaan tot burgerparticipatie in de opsporing. Zodoende kunnen de gemeenschappen hun gedragsintentie bijstellen en hun mate van burgerparticipatie in de opsporing verhogen, waarna een positieve houding kan volgen en de kennis kan worden bijgesteld. Echter, uit dit onderzoek blijkt dat de attitude zeer sterk is waardoor verandering erg moeilijk wordt, tevens is het culturele, fijnmazige kader zeer sterk bij de Marokkaanse gemeenschappen in Culemborg en Ede. Wanneer de huidige verhoudingen tussen de politie en de Marokkaanse gemeenschappen niet wijzigen zal de attitude van de Marokkaanse gemeenschappen eveneens niet wijzigen.

Het lijkt een vicieuze cirkel. De criminaliteit onder specifieke Marokkaanse jongens gaat gestaag door. De politie reageert door Marokkaanse jongens in de gaten te houden. De Marokkaanse jongen brieft dit door binnen de gemeenschappen. Dit levert angst voor schaamte op bij de Marokkaanse gemeenschappen, waardoor de gelederen van de besloten binnenwereld sluiten. Het onbegrip van de kritische buitenwereld over deze geslotenheid vergroot: het stigmata verhard en de partijen lijken lijnrecht tegenover elkaar te staan. De angst voor uitsluiting, schaamte, gezichtsverlies en andere repercussies is dusdanig groot binnen de Marokkaanse gemeenschappen dat een kritische, zelfreinigende blik uitblijft. Wellicht zijn de Marokkaanse gemeenschappen trots en hebben ze een groot gevoel voor onrecht. Zolang de façadecultuur gehandhaafd blijft zijn de Marokkaanse gemeenschappen moreel failliet zoals Ahmed Marcouch (2013) verwoordde in zijn roep de zwijgzame massa te doen spreken.

Aanbevelingen
Op basis van de bevindingen uit dit onderzoek kunnen diverse aanbevelingen gedaan worden. Zoals reeds werd beschreven bezitten de Marokkaanse gemeenschappen in Culemborg en Ede sterke attitudes ten opzichte van burgerparticipatie in de opsporing en de politie. De aanbevelingen die in dit hoofdstuk worden opgesomd zullen niet zorgen voor een acute verandering in de attitudes van de Marokkaanse gemeenschappen in Culemborg en Ede. Er mag ook niet verwacht worden dat de sterke attitudes met enkele aanpassingen veranderd kunnen worden, zoals reeds werd beschreven zijn sterke attitudes herkenbaar aan resistentie tegen verandering (Holland et al., 2002). De volgende aanbevelingen kunnen echter wel bijdragen aan een betere verstandhouding en kunnen wellicht op de lange termijn zorgen voor kleine, maar gestage veranderingen in de attitudes.

Aanbeveling 1:
Een goede basisopleiding voor politieambtenaren waarin veel aandacht besteed wordt aan multiculturele vraagstukken.

De politieorganisatie heeft talloze initiatieven ingesteld om huidige politieambtenaren te onderwijzen in multiculturele vraagstukken. Echter, zo blijkt uit dit onderzoek, is het de fase van aspirant waarin de eerste contacten tussen de Marokkaanse gemeenschappen en de politie tot stand komt. Er kan afgevraagd worden of het gewenst is om begrip te creëren en inzicht te geven in multiculturele vraagstukken wanneer er reeds een eerste indruk is bepaald. Met andere woorden: komen de huidige initiatieven wellicht te laat? Deze aanbeveling is vooral gericht aan de politieacademie en de ‘blauwe tak’ van de politieorganisatie.

Aanbeveling 2:
Wees bewust van het ‘spel’

Op straat wordt de houding ten opzichte van de politie vooral duidelijk tijdens het spel van de Marokkaanse jongen en de politieambtenaar. Door bewustwording van dit ‘spel’ kan er ingespeeld worden op de verstandhouding tussen politie en de gemeenschappen. Hierbij zijn enkele punten zeer belangrijk zo bleek uit de bevindingen van dit onderzoek: Wees bewust van niet willekeurigheid met betrekking tot staande houdingen van Marokkaanse jongens. En: Bij contact met personen van Marokkaanse herkomst: benadruk de gezaghebbende rol van de politie en leg beslist geen nadruk op de fictieve machthebbende rol. Deze aanbeveling geldt voor zowel de handhaving als de opsporing. De opsporingspraktijk dient rekening te houden met het spel dat Marokkaanse verdachten kunnen spelen tijdens het verhoor. Door bewustwording kan ingespeeld worden op dit spel. De verdere uitwerking van deze bewustwording valt echter buiten de
doelstelling van dit onderzoek.

Aanbeveling 3:
Doelgerichte communicatie: Verbeter de communicatie omtrent burgerparticipatie in de opsporing wanneer de Marokkaanse gemeenschappen de doelgroep zijn.

De bevindingen uit dit onderzoek logen er niet om. De communicatie van de politie voldoet niet aan de eisen van interculturele communicatie. De huidige opsporingscommunicatie kan omschreven worden als “iets over de schutting gooien”. De Nederlandse, grofmazige waarden zijn zeer duidelijk aanwezig in de communicatie van de politieorganisatie. Doelgroepgerichte communicatie is dan ook zeer aan te bevelen. Deze laatste aanbeveling geldt voor de opsporingspraktijk en specifieker voor de opsporingscommunicatie.

Aanbeveling 4:
Vervolgonderzoek

Er zijn tal van vervolgonderzoeken te formuleren. De meest belangrijke in de ogen van deze onderzoeker is het onderzoeken van verschillen in attitudes tussen verschillende Marokkaanse gemeenschappen in verschillende steden. Nu doet wellicht de vraag rijzen: is dat niet onderzocht tijdens dit onderzoek? De aanbeveling voor vervolgonderzoek richt zich met name op verschillen tussen attitudes. Met andere woorden: waarom hebben bepaalde Marokkaanse gemeenschappen in bepaalde steden of dorpen een andere attitude ten opzichte van burgerparticipatie in de opsporing en hoe valt dit te verklaren. Deze verklaringen kunnen bijdragen aan de verandering van de attitudes van de Marokkaanse gemeenschappen in bijvoorbeeld Culemborg en Ede. Door deze verklaringen te analyseren kunnen mogelijk inzichten verworven worden waarop de politieorganisatie kan inzetten.

Lees of download hier het onderzoeksrapport:


Bron: Politieacademie

Gerelateerde berichten:

Tagged with →  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *