Airwars is een onderzoekscollectief bestaande uit journalisten, mensenrechtenactivisten en vluchtelingen. Airwars doet onderzoek naar luchtaanvallen uitgevoerd in Syri?, Irak en Libi?. Wegens een gebrek aan transparantie van alle partijen in deze conflictgebieden, doet dit elfkoppige team z?lf onderzoek naar exacte locaties en data van luchtaanvallen. Belangrijker nog; de burgerslachtoffers die hierbij vallen.

Deze worden namelijk vaak ‘over het hoofd gezien’. Zo claimt de Amerikaanse overheid – die aan hoofd staat van de Internationale Coalitie tegen IS – slechts twintig burgerdoden op haar geweten te hebben door bombardementen in 2015. Hoewel het lastig blijft om de exacte data te achterhalen, schat Airwars het aantal burgerslachtoffers in de honderden. De organisatie neemt ook luchtaanvallen van de Russische en Syrische regeringen onder de loep, die volgens bronnen van Airwars vaak met opzet?op burgers gericht zijn.

Fragment ‘Airwars’ uit digitale burgerdetectives van de VPRO:

Maar hoe komt Airwars aan haar informatie?

Het collectief maakt gebruik van een grote verscheidenheid aan bronnen: internationale, lokale en landelijke media worden in de gaten gehouden, samen met berichten op Facebook en Twitter. Ook YouTube en Google Maps worden gebruikt om een zo compleet mogelijk beeld te schetsen van gebeurtenissen. Soms wordt zelfs propagandamateriaal van IS aangehaald als bewijs, maar dan wordt dat wel als zodoende bestempeld. Omdat niet elke bron even betrouwbaar is, maakt Airwars gebruik van een?beoordelingssysteem. Dit, in combinatie met de brede vari?teit aan bronnen, heeft ertoe geleid dat Airwars gezien wordt als een van de meest betrouwbare bronnen voor westerse media, als het om de oorlogen in Syri? en Irak gaat.

Bronnen: Airwars, VPRO

Gerelateerde berichten:

Tagged with →  

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *