Auteurs: Roelof Benning en Job Nauta

Onveiligheid wordt in toenemende gezien als maatschappelijk probleem. Dit komt door de nieuwe opvattingen over de verhouding tussen burgers en de overheid sinds de jaren tachtig.
In het verleden werd de burger bij criminaliteit en overlast vooral om een passieve reactie gevraagd (politie bellen en niets doen), terwijl we nu zien dat er een actieve bijdrage wordt verwacht in de strijd tegen onveiligheid. We zien vandaag de dag dan ook steeds vaker allerlei vormen van samenwerking met de burger.

In het politiedistrict Oost-Utrecht hebben een aantal incidenten plaatsgevonden waarbij er sprake was van een grote maatschappelijke impact, grote burgerbetrokkenheid en ook samenwerking met de burger. Denk hierbij aan een serie autobranden in Den Dolder en de zaken Romy en Savannah en Anne Faber.

De omvang van deze zaken, de verwachting dat de intensiteit en frequentie van burgerparticipatie alleen maar toe zal nemen en het gebrek aan kennis over burgerparticipatie binnen het district, zijn aanleiding geweest voor dit onderzoek. De centrale vraag van dit onderzoek luidt:

Waar liggen volgens de literatuur, politiemensen en burgers de kansen voor district Oost- Utrecht met betrekking tot burgerparticipatie?

We hebben deze vraag door middel van een kwalitatief onderzoek beantwoord. Naast het bestuderen van literatuur, hebben wij een vragenlijst onder politiemensen uitgezet en een tweetal focusgroepinterviews uitgevoerd. Deze interviews voerden wij met burgerrechercheurs uit Den Dolder en buurtvaders in Amersfoort.

We hebben onderzocht wat het begrip burgerparticipatie inhoudt en hoe het wordt omschreven. Het begrip burgerparticipatie is geen zwart-wit-begrip. Hoe het wordt gedefinieerd, hangt vaak af van de context waarin het gebruikt wordt en het referentiekader van de betreffende persoon of instantie. De opbrengsten van burgerparticipatie zijn de toename van het veiligheidsgevoel, meer vertrouwen in de politie, een afschrikwekkende preventieve werking op criminaliteit en overlast, een grotere meldingsbereidheid en daarmee samenhangend, een betere informatiepositie.

Vervolgens zijn we in de literatuur op zoek gegaan naar succes- en faalfactoren, randvoorwaarden en aanbevelingen op het gebied van burgerparticipatie. Belangrijke factoren voor burgerparticipatie zijn betrokkenheid, vertrouwen, eigenaarschap, sociale kracht, zelfredzaamheid en respect voor burgers. Best persons, sleutelfiguren in participatienetwerken, hebben een belangrijk aandeel in de samenwerking met burgers.

Onze derde deelvraag richtte zich op hetgeen er binnen het district geregeld is met betrekking tot burgerparticipatie, hoe politiemensen de samenwerking met de burger ervaren en wat zij daarbij nodig hebben. In het Inrichtingsplan en Deelrealisatieplan Midden- Nederland wordt het belang van burgerparticipatie op landelijk en eenheidsniveau benadrukt. In het district is weinig vastgelegd of geborgd. Het is overigens niet zo dat er niets gebeurt.

Op één basisteam na, hebben alle basisteams en de districtelijke recherche een operationeel expert of specialist die burgerparticipatie in zijn portefeuille heeft. De activiteiten richten zich echter voornamelijk op social media en het beheren van WhatsAppgroepen. Daarnaast kent het district de bondgenotenaanpak. Politiemensen geven aan overwegend goede ervaringen met burgerparticipatie te hebben, maar zij missen wel tijd, middelen en kennis. Uit de resultaten van de focusgroepinterviews blijkt dat zij burgerparticipatie voornamelijk zien als het fungeren als ogen en oren voor de politie. Zij spreken overwegend positief over hun samenwerking met de politie. Communicatie en terugkoppeling worden

genoemd als belangrijke punten in de samenwerking. Daar waar de politie duidelijk uitleg gaf en het belang van de samenwerking benadrukte, was te zien dat er daadwerkelijk een gedragsverandering bij de burgers plaatsvond. De kracht van burgerparticipatie is door de samenwerking met burgerrechercheurs en buurtvaders duidelijk aangetoond.

Conclusie en aanbevelingen
Ons onderzoek laat het belang van burgerparticipatie zien. De twee kansen die wij voor het district Oost-Utrecht op het gebied van samenwerking zien, zijn het ontwikkelen en uitbreiden
van de vormen van burgerparticipatie die momenteel in het district worden uitgevoerd en het uitbreiden van de rol van portefeuillehouders burgerparticipatie.

De eerste kans voor ons district richt zich op het uitbreiden en borgen van burgerparticipatie in het district. Burgerparticipatie zou structureel in meer vormen moeten worden ontplooid. Met uitzondering van de coördinatie van WhatsAppgroepen, het verspreiden van informatie via social media (zoals burgerparticipatie in de meeste portefeuilles is vormgegeven) en de bondgenotenaanpak, kenmerkt burgerparticipatie in het district zich als incidenteel en gericht op improvisatie en ad-hocsituaties. Succesvolle voorbeelden van burgerparticipatie, zoals de samenwerking met burgerrechercheurs en buurtvaders, komen gefragmenteerd voor.

De tweede kans, het uitbreiden van de rol van de portefeuillehouders, ligt in het feit dat zij als best persons in de organisatie en in de samenwerking met burgers een sleutelrol kunnen vervullen in het ontwikkelen van burgerparticipatie. Op dit moment geven collega’s die met burgerparticipatie zijn belast aan, dat zij over onvoldoende tijd en kennis beschikken om burgerparticipatie te ontwikkelen. Dat resulteert momenteel in een beperkte benutting van het potentieel dat burgerparticipatie in zich heeft.

Aanbevelingen
De aanbevelingen richten zich op de twee ontwikkelingsmogelijkheden die in de conclusie zijn benoemd. De aanbevelingen per kans zijn:

1. De uitbreiding en borging van burgerparticipatie
– Formuleer een gezamenlijke visie op burgerparticipatie.
– Organiseer structurele en functionele samenwerking met burgers.
– Borg kennis en ervaring, maak portefeuillehouders daarvoor verantwoordelijk.
– Faciliteer participerende politiemensen in tijd.

2. De uitbreiding van de rol van portefeuillehouders burgerparticipatie
– Breid het aantal verantwoordelijken voor burgerparticipatie uit.
– Faciliteer portefeuillehouders in tijd en kennis.
– Breid de portefeuille burgerparticipatie uit.
– Organiseer een structureel (ontwikkelings)overleg tussen portefeuillehouders.

Tot slot hebben wij een denkkader opgesteld met onze belangrijkste bevindingen. Deze kan worden gebruikt bij de ontwikkeling van burgerparticipatie in het district en is in het hoofdstuk met conclusies en aanbevelingen te vinden.

Lees of download hier het onderzoeksrapport:


Bron: Politieacademie

Gerelateerde berichten:

Tagged with →  

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *