Social media sites spelen steeds vaker een rol in de uitvoering van criminele activiteiten. De overheid moet het DNA van social media en de mogelijkheden leren begrijpen, maar ook weten hoe social media tools en middelen kunnen worden gebruikt om criminaliteit te voorkomen, te beperken, in te grijpen en criminele activiteiten op te sporen.

Social media sites zijn bijna onmisbare hulpmiddelen voor burgers, bedrijven en de overheid geworden, maar criminelen weten in toenemende mate ook hoe ze het voor onrechtmatige doeleinden kunnen gebruiken. Social media sites kunnen worden gebruikt om ??crimineel-gerelateerde flash mobs te co?rdineren, een overval te plannen en terroristische groepen maken steeds meer gebruik van sociale media sites om nieuwe leden te werven en criminele plannen tot uitvoer te brengen. Om de informatie die wordt verkregen uit social media bronnen voor opsporing in goede banen te leiden is rechtmatigheid van belang, en daarmee de bescherming van individuen en groepen, waaronder privacy, burgerrechten en burgerlijke vrijheden.

Daarom heeft de IACP (De International Association of Chiefs of Police)een handreiking voor social media beleid gemaakt. Hierin is samengewerkt met het Bureau of Justice Assistance (BJA), het Global Justice Information Sharing Initiative (Global) Advisory Committee (GAC), een Federaal Adviescomite (FAC) en de Criminele Inlichtingen Co?rdinerende Raad (CICC).

Het IACP definieert social media als “een verzameling van op internet gebaseerde middelen die user-generated content en gebruikersparticipatie? integreert. Dit omvat, maar is niet beperkt tot, sociale netwerksites (Facebook, MySpace), microblogging sites (Twitter), foto-en video-sharing sites (Flickr, YouTube), wiki’s (Wikipedia), blogs en nieuwssites (Digg, Reddit). ”

Police badge

Sociale media kan op een aantal manieren worden gebruikt waaronder:

  • Antecedenten onderzoeken
  • Bereik en betrokkenheid in de gemeenschap
  • Noodhulp alerteringen
  • Analyses
  • ?Situational awareness? rapporten
  • Opbouw intelligence
  • Strafrechtelijke onderzoeken

Analyses en situationeel bewustzijn rapportages verstrekken informatie over een bepaald onderwerp dat handhaving en openbare veiligheid ondersteund. Deze beoordelingen kunnen dienen als een graadmeter voor het bepalen van de aard van de criminele activiteit binnen een regio of bepalen of er dreigingen zijn in verband met een op handen zijnde openbaar evenement. Informatie uit sociale media bronnen kan worden gebruikt in analyses die het huidige niveau van criminele activiteiten in kaart brengen. Zo kan een eenheid in Twitter-feeds zoeken naar informatie over bende-gerelateerde activiteiten of in Flickr zoeken naar foto’s van bende-gerelateerde graffiti.

Volgens het IACP richt het document zich op “traditionele” sociale media, waaruit blijkt dat er al een gevestigde orde lijkt te zijn. Hoewel in veel gevallen social media ?informatie openbaar is en beschikbaar gesteld is voor iedereen met internettoegang, mag de overheid alleen gebruik maken van dit soort informatie bij een ?geldig rechtshandhavingsdoel.

De essentie van de social media beleid zou volgens de handreiking daarom moeten bestaan uit:
1. Het gebruik van sociale media middelen moeten in overeenstemming zijn met wetgeving, voorschriften, en andere beleid.
2. Bepalingen die duidelijk aangeven wanneer ?gebruik van sociale media sites of hulpmiddelen is toegestaan ??(evenals gebruik van de informatie uit deze bronnen op grond van de juiste juridische kaders).
3. Definieer de bevoegdheden per niveau die nodig zijn om informatie van sociale media bronnen te gebruiken.
4. Informatie afkomstig uit social media bronnen zal zorgvuldige moeten worden geevalueerd om betrouwbaarheidsniveaus te bepalen (waarbij betrouwbaarheid van de bron en inhoudsvaliditeit wordt meegenomen).
5. Specificeer hoe gedocumenteerd wordt.
6. Identificeer de redenen en het doel (ook voor agenten buiten hun dienst om) als social media-informatie gebruikt wordt in verband met een onderzoek, alsmede hoe en wanneer politie middelen gebruikt kunnen worden voor bepaalde geautoriseerde rechtshandhavingsdoeleinden.
7. Leg procedures vast over hoe intelligence wordt gedeeld en hoe opsporings-producten die verkregen zijn via social media bronnen. Het mag alleen gedeeld worden als “er een legitiem doel” is. ?In het geval van intelligence, mag de informatie niet worden verzameld of bijgehouden, tenzij er een redelijk vermoeden bestaat om aan te nemen dat het individu is of betrokken kan raken bij crimineel gedrag of – activiteiten en de informatie direct is te relateren aan strafbare gedragingen of activiteiten.

Amerika heeft natuurlijk iets andere wetgeving. In het stuk wordt daarom in het bijzonder ingegaan op het Fourth Amendment. Iedere persoon heeft het recht om vrij te zijn van “onredelijke huiszoekingen en inbeslagnemingen” van hun “personen, huizen en papieren.” Deze zelfde bescherming is ook toe te passen bij het gebruik van sociale media bronnen, zoals het uploaden van foto’s, het plaatsen van berichten, en zichtbare relaties tussen individuen en groepen. Met het toenemende gebruik van technologie en de vrije stroom van informatie op het internet kan het moeilijk zijn om te bepalen wanneer toegang onredelijk zou zijn onder het Vierde Amendement. Het social media beleid zou hierin duidelijk moeten zijn.

De Katz test is hierbij een methode die wordt aangereikt om te bepalen of informatie openbaar of priv? is op social media sites. Deze test is gebaseerd op een Supreme Court case Katz v. United States, 389 US 347 (1967), die privacyverwachtingen en de intentie om informatie priv? te maken adresseert. Deze methode kan helpen in het bepalen of een social media gebruiker van de site bepaalde informatie heeft vrijgegeven met bepaalde privacyverwachtingen die redelijk zouden zijn. Informatie op het internet (via een social media site) waarbij een gebruiker geen moeite heeft gedaan om deze priv?-of verborgen te maken, levert hoogstwaarschijnlijk op dat de informatie dus openbaar is.

Onderstaand plaatje geeft weer hoe richtlijnen onderscheiden kunnen worden voor diverse rollen:

  • Agent in uniform
  • Agent in burger
  • Undercover agent

IACPpolicy

Dan enige jurisprudentie, waarin duidelijk wordt wat het belang is van validatie van informatie die verkregen wordt via social media:

In Griffin v. Maryland, 2011 Md LEXIS 226 (Md 2011), oordeelde het hof dat MySpace-pagina’s ten onrechte werden toegelaten tot het bewijs, omdat ze niet goed geverifieerd waren. De rechtbank gaf wel toe dat de posts op MySpace bij de foto en het profiel behoorden van de vermeende eigenaar van die pagina (die overeenkomstige geboorteplaats en datum hadden als de verdachte). Maar de foto vormden niet voldoende “onderscheidende kenmerken” om het profiel en de postings daarmee onomstotelijk te verifi?ren en toe te kennen aan de verdachte, omdat de mogelijkheid bestond dat iemand anders het profiel kon hebben aangemaakt of toegang had kunnen hebben tot het account. De rechtbank verklaarde daarom dat er verschillende problemen waren bij de verificatie van de gebruikte sociale media sites die verder gaan dan slechts de authenticatie van e-mails, chats via internet, en SMS-berichten. Sommigen bepleitten daarom dat voor goede sociale media authenticatie van de gestelde profieleigenaar er een onderzoek nodig is van de computer van de verdachte waarbij onder andere de browsergeschiedenis, en eventueel het IP-adres, wordt onderzocht om met zekerheid vast te stellen dat de betreffende computer door betreffende persoon is gebruikt om informatie op social media te zetten.

Gebruik van sociale media buiten diensttijd

Bijvoorbeeld, een agent plaatst buiten diensttijd een update op zijn Twitter-pagina. Terwijl hij op Twitter zit, valt hem een trending topic op voor zijn stad waarin gesproken wordt over een overval op een juwelier. Het bureau waar hij werkt kan hierbij middels het social media beleid vereisen dat deze agent dit probleem netjes vermeld, voordat er verdere actie wordt ondernomen, waarbij hij dient te documenteren wat hij gezien heeft, waar, wanneer en welke actie hij heeft ondernomen gebaseerd op die informatie.

En als laatste een inlichtingenofficier die gespecialiseerd is in bende-gerelateerde misdrijven. Hij gebruikt zijn persoonlijke Twitter-account om een expert van een bedrijf te volgen op het gebied van de bende identificatie en trend. Het beleid van de eenheid staat hem toe om op persoonlijke titel actief te zijn op social media, waarbij de officier regelmatig zijn leidinggevende en inlichtingeneenheid informeert van trends zoals die door het bedrijf worden aangereikt en welke gevolgen dit kan hebben in het gebied.

Lees hier het hele document (Engels):

Social media investigative guidance from socialmediadna

En download of bekijk hieronder het beleidstemplate:

Social media policy from socialmediadna

Gerelateerde berichten:

Tagged with →  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *