Op 16 april 2007 schoot de Zuid-Koreaan Cho Seung-Hui 33 mensen (waaronder zichzelf) dood op de Virginia Polytechnic Institute and State University in Amerikaanse stad Blacksburg. Er vielen daarnaast 29 gewonden. Het schietincident had op dat moment de meeste dodelijke slachtoffers door 1 schutter uit de Amerikaanse geschiedenis. De Koreaanse student bleek een mentale aandoening te hebben, wat leidde tot verscherping van de wet-en regelgeving om aan een wapen te kunnen komen. Ondanks de enorme angst en paniek gebeurde er iets opmerkelijks vlak na het incident: de mensen gingen verslag doen van wat er om hen heen gebeurde. Op 8 december 2011 vond er wederom een schietpartij plaats. Hierbij werden een aantal personen doodgeschoten. Onderstaande gaat over het grootste incident in 2007 waarin de social media revolutie nog maar net begonnen was, maar een zeer belangrijke rol kreeg.

Allereerst de informatiedeling en nieuwsgaring voor de rest van de wereld:

virginia1

Screenshot van www.wikinews.com

Nog tijdens de aanslag zetten studenten hun ervaringen op een speciale wikinieuwspagina. Daar kan de reguliere journalistiek bijna niet tegenop. Maar deze vorm van nieuwsgaring en verslaggeving zet ook de officiële getuigenverklaring onder druk. Stel dat Cho Seung-Hui was gevlucht en pas na drie maanden was gepakt, hoe zuiver zou zijn getuigenverklaring dan nog zijn? Hetzelfde geldt ook voor de getuigen: hebben ze zelf iets gezien of komt hun informatie van het web? Zeker als er daarna ook nog druk gecommuniceerd is op de social media.

virginia2

Screenshot www.trendmatcher.nl

Binnen 24 uur alle vermisten terecht via Facebook

Binnen twee uur na het schietincident van Virginia Tech startten studenten een Facebook-groep genaamd “I am OK at VT”, terwijl autoriteiten het terrein nog niet veilig hadden kunnen stellen ((Palen et al., 2007). Binnen 24 uur waren alle vermisten terecht waarbij ook e-mail en Instant Messaging gebruikt werd. Door simpelweg te zien dat iemand ‘online’ was (ingecheckt) of een bericht had achtergelaten, kon men zien dat mede studenten nog leefden. De Facebook pagina ‘liken’ met 1 druk op de knop was daarna eigenlijk voldoende. Autoriteiten hadden hier via klassieke methoden een stuk langer over gedaan. Het was mooi om te zien dat men er wel op wees dat het nog een onofficiële lijst was. Amateurs kunnen fouten maken (wat later niet zo bleek te zijn), maar het verbroederde, omdat men gezamenlijk een intens proces doorliep, en het verbond de direct betrokkenen met de buitenwereld die veel waardering kregen voor hun acties:

virginia6

De pagina werd ook gebruikt om aan ” self-policing” te doen, wat wil zeggen dat men feiten en media framing checkte die op het nieuws voorbij kwamen en zelf veel informatie produceerde.

virginia4virginia3

Ook de Prayers for VT Facebook groep trok wat later veel bezoekers en bijdragen. In deze groep probeerde men de lijst met slachtoffers op orde te krijgen. Hoewel het de autoriteiten 39 uur kostte om het aantal dodelijke slachtoffers vast te stellen op 33 (inclusief de schutter), werkte deze groep intussen aan de namen waarbij men diverse bronnen benutte (Vieweg et al., 2008).

Op Second Life werden gedenkstenen gecreëerd ene een plaats om de slachtoffers te herdenken en eren:

virginia5 virginia

Ook werd er geld ingezameld via een virtueel T-short dat mensen konden dragen in Second Life en waarvan de opbrengsten naar de slachtoffers gingen:

virginia7

Niet alleen computerspellen moeten het ontgelden na de schietpartij op de Virginia Tech universiteit, ook sociale netwerksites als Facebook en Digg krijgen kritiek. De kritiek op discussiesites en sociale netwerksites richt zich met name op de klopjacht op de dader die online ontstond na de schietpartij. Een student van de Virginia Tech universiteit die op zijn blog en Facebook-pagina foto’s van zijn vuurwapenverzameling toonde, werd al snel na het bloedbad aangemerkt als dader. Links naar zijn website werden razendsnel verspreid via sites als Digg.com, waarna diverse doodsbedreigingen op de pagina van de student werden achtergelaten. Een foto van de jongen werd zelfs op de nationale televisie vertoond, in het programma van Fox News-correspondent Geraldo Rivera. De jongen bleek niets met het schietincident te maken te hebben. De jongen plaatste een bericht op zijn profielpagina waarin hij verklaarde niet de schutter te kunnen zijn – aangezien de schutter zichzelf om het leven bracht na zijn moordpartij. Volgens de ten onrechte beschuldigde student bezochten 123.000 mensen zijn website, in de veronderstelling dat deze aan de dader toebehoorde.

Snelheid

Volgens analist Josh Bernoff van Forrester Research is de snelheid waarmee informatie op internet kan worden aangepast een belangrijk pluspunt vanwege de zelfcorrigerende werking. Anderzijds wijst hij op de valkuilen. Omdat ‘geruchten’ eerder doordringen op netwerksites dan op meer betrouwbare nieuwssites, is niet alle informatie even betrouwbaar. Ondanks de kritiek op het functioneren van sociale netwerksites, werden de online communities ook gebruikt voor het versturen van condoleances. Ook wisselden studenten maandag op de online gemeenschap Fark.com informatie uit om vast te stellen hoe gevaarlijk de situatie op de universiteit was.

Crisis Informatics: Studying Crisis in a Networked World (Palen e.a. 2007):

Site seeing in disaster: an examination of online social convergence, Jeannette Sutton e.o (2008)

Gerelateerde berichten:

Tagged with →  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *