Digitalisering politiewerk
Onderstaand artikel verscheen eerder in het magazine van IPA-Nederland:
De digitalisering van de samenleving is een gegeven. Een belangrijk onderdeel van deze ontwikkeling is de opkomst en het gebruik van internet. Een groot deel van de Nederlandse bevolking en van het Nederlandse bedrijfsleven is actief op internet. Omdat de politie als frontlinieorganisatie midden in de samenleving staat, is het noodzakelijk op de hoogte te zijn van de ontwikkelingen op het gebied van internet en in te spelen op de kansen die internet biedt. Aan alles merk je dat het ons als politie ernst is bij te blijven en onze medewerkers zodanig toe te rusten, dat ze de burger op een verantwoorde manier kunnen helpen bij zaken die op de digitale snelweg spelen. Verderop in het artikel zal ik ontwikkelingen benoemen, die ons daarbij helpen of moeten gaan helpen.
Social media: het nieuwe dna
Dit is het boek dat Frank Smilda, kwartiermaker van de Dienst Regionale lnformatie Organisatie van Noord-Nederland schreef met Arnout de Vries van TNO. Social media zorgen voor een nieuwe revolutie in de opsporing, zoals DNA dat dertig jaar geleden was. Maar social media spelen hierin een dubbelrol. Net als DNA is het een belangrijke informatiebron. Maar het is tevens het nieuwe platform waarop de ‘digitale’ rechercheur en de online Sherlock Holmes (samen) werken aan opsporing. Social media democratiseren de opsporing en maakt de rol van burgers hierin nog belangrijker. Dit vereist een verandering van het ‘DNA’ van iedere agent, een ‘gamechanger’ in alle facetten van het politiewerk.
ln ons personeelsblad 24/7 was al een artikel te lezen over het “Speuren op Social Media”. Daarin konden we lezen dat de korpsleiding heeft ingestemd met een meerjarig programma dat als doel heeft het gebruik van social media in te bedden in alle (operationele) politieprocessen. Dit is een nobel streven, want we kunnen als politie natuurlijk niet meer om de digitalisering van de samenleving heen. ln alle politieprocessen speelt de digitalisering een rol, of dat nu bij lntake, bij Handhaving of bij Opsporing is. Martine Vis van de Eenheidsleiding Rotterdam is landelijk verantwoordelijk voor de inbedding van social media binnen de politie.
Het programma zelf geeft aan dat social media niet meer weg te denken zijn uit onze maatschappij. Mensen gebruiken social media om elkaar te betrekken, te informeren en te beïnvloeden met in hun kielzog de reguliere media. De gevolgen hiervan kunnen groot zijn: voor bestuurders, politie, het Openbaar Ministerie, maar ook voor de burger zelf. Recente voorbeelden zijn de publieke verontwaardiging over de verdachten van uitgaansgeweld in Eindhoven (camerabeelden) en een ogenschijnlijk onschuldige Facebook-uitnodiging die leidde tot grote ongeregeldheden in Haren (Project X). Social media brengen nieuwe mogelijkheden met zich mee, maar ook vele (bestuurlijke) dilemma’s en vragen. Het proces lijkt soms ongrijpbaar en het is zelfs de vraag of ‘grip krijgen’ überhaupt nog aan de orde is. Veel overheidsorganisaties worstelen dan ook met de vraag hoe men moet omgaan met een verschijnsel dat zo snel, invloedrijk en schijnbaar stuurloos is.
Om de verbinding met de samenleving niet te verliezen, moet de politie mee gaan in deze ontwikkeling. Social media bieden de politie daarbij ook nieuwe mogelijkheden verbinding te maken in de haarvaten van de maatschappij met online gemeenschappen en individuele burgers. Korlom, de komst van social media heeft een nieuwe dimensie aan het politievak toegevoegd. Het gebruik van sociale media in het politiewerk is een steeds belangrijker rol gaan spelen. Onderzoek er naar staat nog slechts in de kinderschoenen. Tegelijkertijd kunnen we dus ook constateren dat er al veel in gang is gezet en dat er talloze praktische toepassingen zijn ontwikkeld. Belangrijk is het om deze initiatieven ook
met elkaar te delen. Ook hierbij kunnen sociale media een nuttige rol spelen. Met de komst van sociale media is een dimensie aan het politievak toegevoegd die niet genegeerd kan en mag worden , maar waar tegelijkertijd nog een wereld te winnen valt…
Als politie gebruiken we de social media steeds meer als opsporingsmiddel. Dat symboliseert de ‘zéér opvallende’ opmars van social media bij de politie afgelopen jaar. Veel politiemensen zijn te vinden op Twitter en ook de vele filmpjes die via Youtube online zijn gezet, missen hun doel niet. Deze filmpjes zijn al miljoenen keren
bekeken. Dat maakt het gebruik van social media door ons als politie tot een krachtig middel waarvan steeds meer gebruik wordt gemaakt. Mede dankzij successen worden politiekorpsen enthousiast over het gebruik van social media en het betrekken van burgers bij het politiewerk. We beginnen opsporingssites en verspreiden opsporingsberichten via eigen profielen op Faeebook en Twitter. Daarnaast plaatsen we op YouTube bewakingsbeelden van misdrijven. Vaak wordt daarin verwezen naar de traditionele media: opsporingsprogramma’s op de landelijke en regionale televisie. Het jaar 2013 liet zien dat dit middel steeds vaker wordt ingezet door politiekorpsen over de gehele wereld.
Ontwikkelingen
Buiten de sociale media moeten we als politie ook op andere gebieden binnen de digitale wereld thuis raken. Vanaf 2008 tot 2013 werkte het Programma Aanpak Cybercrime (PAC) samen met de toenmalige regio’s die op het gebied van digitalisering iets wilden ontwikkelen. Een greep uit wat er zoal is ontwikkeld en tot stand gebracht volgt hier onder.
E-learning lntake
Aanleiding
De burger doet steeds meer aangifte van cybercrime gerelateerde zaken (zoals hacken, internetfraude, zedendelicten via MSN). Het eerste aanspreekpunt van de burgers hierbij zijn de intakeorganisaties en de callcenters. Wanneer Service & lntake en de Callcenters niet bekend zijn met deze vormen van criminaliteit, niet bekend zijn met de terminologie of niet weten hoe de melding afgehandeld dient te worden heeft dit twee grote gevolgen:
- De burger voelt zich niet geholpen en blijft wellicht gedupeerd, een volgende keer zal de burger dan ook weinig vertrouwen hebben om weer aangifte te komen doen.
- Bepaalde (vormen van) criminaliteit en strafbare feiten worden niet aangepakt en blijven onopgemerkt.
Maar ook wanneer de melding geen strafbaar feit betreft zal aan de burger uitgelegd moeten worden waarom dat zo is. Burgers en bedrijven moeten met vragen of advies, op het gebied van cybercrime en cybersafety bij de politie terechtkunnen.
ln een onderzoek van het Lectoraat Cybersafety van de Noordelijke Hogeschool in Leeuwarden in 2009 blijkt dat de kennis over computer-en internetcriminaliteit op grote schaal ontbreekt bij Service & lntake eenheden en de Callcenters. Dit is onwenselijk omdat zij het eerste contact vormen met de burger (Politie en Cybercrime Intake en Eerste opvolging, Een onderzoek naar de intake van het werkaanbod cybercrime door de politie – Lectoraat cybersafety, Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, 20 maart 2009. Zie het volledige onderzoek onderaan dit blog).
Doelstelling
De doelstelling van dit project is om alle (toekomstige) medewerkers lntake en Service (baliemedewerkers, medewerkers callcenter, etc.) op te leiden en te voorzien van de kennis en kunde op het gebied van cybercrime die voor hun functie nodig is. Zodanig dat ook het vertrouwen van de burger en het bedrijfsleven groeien. ln het district Noord- en Oost- Gelderland is deze e-learning op grote schaal aan de medewerkers aangeboden.
Handreiking lntake
De handreiking intake cybercrime, “Alledaags Politiewerk in een gedigitaliseerde omgeving” is een praktische beschrijving van verschillende facetten die van belang zijn voor de intake van aangiften cybercrime door de politie. lntakers van de politie kunnen de handreiking gebruiken wanneer zij een aangifte cybercrime opnemen. De handreiking richt zicht op algemene kennis. Het is een informatief boekwerken niet normatief. Het boekwerk geeft geen procedurebeschrijvingen, schrijft dus niet voor volgens welke stappen de intake moet verlopen. De Handreiking is als boekwerk beschikbaar binnen de Eenheden, maar is ook te raadplegen op Politiekennisnet.
Open Bronnen
De training Gebruik Open Bronnen via lnternet (GOBI) stimuleert het gebruik van open bronnen en bevordert kennis op het gebied van een veilig gebruik van internet. Het is gericht op het opdoen van ervaringen delen van kennis van het zoeken binnen open bronnen op internet. Deze training is in opdracht van politie Haaglanden en in samenwerking
met het Programma Aanpak Cybercrime (PAC) ontwikkeld. Doel van de training is medewerkers binnen alle processen te faciliteren en te ondersteunen in hun werk door ze, op een veilige manier, gebruik te laten maken van informatie uit open bronnen op internet in de dagelijkse politiepraktijk. Tijdens de projectfase in Haaglanden heeft het project GOBI geleid tot belangrijke successen. Een van de successen is dat het gebruik van informatie uit open bronnen binnen de projectperiode aanmeer dan 460 zaken een positieve bijdrage heeft geleverd. De training is op dit moment beschikbaar voor het hele land en zal via het Programma Social Media verder worden uitgerold.
Vijfdaagse / e-Iearning tactisch rechercheurs
Vanaf 2009 tot 31 december 2012 is het Programma Aanpak Cybercrime actief met stimulering en organisatie van een opleidingsaanbod voor de algemene tactische recherche. Dit aanbod bestaat uit twee trainingen, namelijk
- een 5daagse training via contactonderwijs, die wordt verzorgd door de Politieacademie en
- een variant daarop die deels via elearning plaatsvindt en wordt verzorgd door de Deloitte Academy.
lnhoudelijk zijn de trainingen vrijwel gelijk.
Het vijfdaagse trainingsprogramma ‘Digitalisering in de Opsporingspraktijk’ van de Politieacademie komt voort uit het Landelijk Project Digitaal Opsporen (LPDO) en is sinds 2004 in uitvoering. ln opdracht van de Board Opsporing heeft het PAC in 2008 de training geëvalueerd. Daaruit bleek de behoefte van de korpsen aan een flexibele opleidingsvariant. Als antwoord heeft het PAC in opdracht van de Board Opsporing in 2009 een verkorte, deels via e-learning te volgen, opleiding voor tactische rechercheurs en leidinggevenden laten ontwikkelen. Sinds 1 januari 2010 worden beide opleidingen aan de korpsen aangeboden.
Compronet
ComProNet – het Community Protection Network – is een high-tech sensor- en social mediaproject om sneller hulp te bieden bij incidenten en te zorgen voor meer heterdaadjes. Het gaat uit van actieve wederkerigheid (tweerichtingsverkeer). Binnen ComProNet werken burgers, particuliere en publieke bedrijven, professionals, politie, brandweer, ambulance en sensoren samen om criminaliteit terug te dringen via de smartphone. De politie is hierin een hulpverlener of ondersteuner en daarmee nadrukkelijk (net als de burgers) onderdeel van ComProNet. Hierdoor werken burgers en overheid samen aan het veiliger maken van de maatschappij. Om de burger goed te informeren en te betrekken maakt ComProNet gebruik van slimme software om incidentmeldingen en aanvullende informatie te ontvangen, te verwerken en acties uit te zetten. Het systeem bekijkt de inzetmogelijkheden van deelnemers in de buurt van een incident, die kunnen bijdragen aan de oplossing van het incident en faciliteert de onderlinge communicatie tussen de deelnemers aan een incident.
De pilots, die gehouden werden in Groningen, Assen en op Schipholwaren een groot succes. Eind 2012 draaide een ComProNet pilot in Assen. Via de iPhone stonden ondernemers, politie, beveiliging en gemeente zes weken lang in contact met elkaar, en het werkte. Het aantal aanhoudingen en boetes steeg, het gevoel van veiligheid ook. De politie was meestal zeer snel ter plaatse, gewapend met de juiste informatie, tot aan foto’s toe. 85% van de heterdaadjes is te danken aan een burger. ComProNet is de ideale tool om de opvolging door de politie te versnellen en te verbeteren. Of ComProNet landelijk wordt uitgerold is een beslissing die nog door de nationale politie moet worden genomen. Het PAC heeft de portefeuillehouder Digitalisering en Cybercrime verzocht mogelijkheden te zoeken om de functionaliteit van ComProNet verder te omtwikkelen. Op dit moment doet de Nationale Politie er nog niets mee, terwijl het in de uitvoering erg kan helpen heterdaadkracht te verhogen. Het ligt “op de plank”. Mochten er vragen bij jullie leven over hetgeen ik in dit stuk heb uiteengezet dan kunnen jullie me altijd bellen.
Auteur: Bert Veltman, Ambtelijk secretaris Hoofden Digitale Expertise
Deze SlideShare-presentatie is niet meer beschikbaar.
Deze SlideShare-presentatie is niet meer beschikbaar.
International Police Association: artikel over social media DNA from socialmediadna Politie en Cybercrime Intake en Eerste Opvolging from socialmediadna
Vragen over dit artikel
Waarom is kennis van cybercrime bij de intake van de politie belangrijk?
Intakemedewerkers en callcenters zijn het eerste aanspreekpunt van burgers. Volgens een onderzoek van het Lectoraat Cybersafety in Leeuwarden uit 2009 ontbrak die kennis op grote schaal, waardoor burgers zich niet geholpen voelen en strafbare feiten onopgemerkt kunnen blijven.
Wat is de training GOBI?
GOBI staat voor Gebruik Open Bronnen via Internet. De training leert politiemedewerkers veilig informatie uit open bronnen op internet te gebruiken; tijdens de projectfase in Haaglanden leverde dat volgens het artikel een positieve bijdrage aan meer dan 460 zaken.
Wat is ComProNet?
ComProNet, het Community Protection Network, is een project met sensoren en sociale media waarin burgers, bedrijven, politie en andere hulpdiensten via de smartphone samenwerken. Bij de pilot in Assen eind 2012 stegen volgens het artikel het aantal aanhoudingen en boetes en het gevoel van veiligheid.
Wordt ComProNet landelijk ingevoerd?
Dat was ten tijde van het artikel nog niet besloten. Volgens de auteur deed de Nationale Politie er nog niets mee, hoewel het zou kunnen helpen meer verdachten op heterdaad te betrappen.
Vragen en antwoorden toegevoegd in 2026, op basis van het artikel hierboven.
