Tagarchief: boutellier

Weet wat je tweet

weettweet

Dick Roodenburg?is co?rdinator Integrale Veiligheid Gemeente De Ronde Venen en?schreef voor SocialMediaDNA en VDMMP deze gastblog over zijn masterthesis. Hij onderzocht daarin op welke wijze het gebruik van twitter een bijdrage kan leveren aan het vertrouwen van de burger in de politie aan de hand van een onderzoeksmodel voor vertrouwen, gemaakt door Jackson en Bradford?(hele paper). Hij deed dit onderzoek onder begeleiding van Hans Boutellier aan de Vrije Universiteit Amsterdam.?

De vraagstelling kwam voort uit de ambitie van de bestuurlijke werkgroep binnen de Politie-eenheid Midden Nederland om invulling te geven aan de strategische doelstelling ?Vergroten publiek vertrouwen?. De vraag daarbij was hoe hierbij slimmer en effectiever gebruik gemaakt kan worden van nieuwe sociale media. In het kader van dit onderzoek heeft Dick?zich beperkt tot het gebruik van Twitter door de wijkagent. Dit zou naar verwachting een haalbaar en nuttig object van onderzoek zijn, aangezien een aantal uitgangspunten helder was. De belangrijkste hier te noemen zijn de lokale verankering van de veiligheidszorg, wat het basisprincipe is van het politiewerk, de rol die de wijkagent daarin speelt, het opbouwen en onderhouden van relaties met de inwoners, communicatie die daarin een (hoofd)rol speelt en het toenemende gebruik van Twitter door de wijkagent.?

Presentatie nieuw politieuniform

Vertrouwen versterken via Twitter

We weten?dankzij?onderzoek?van Leon Veltman dat het gebruik van Twitter een positieve invloed kan hebben op het vertrouwen van de burger in de politie. Maar welke factoren zijn bepalend voor dit vertrouwen? En op welke wijze kan het gebruik van Twitter het vertrouwen versterken? In mijn bestuurskundig onderzoek ?Weet wat je tweet??is hier nader op ingegaan. Als uitgangspunt is hierbij gehanteerd dat het (algehele) vertrouwen van de burger in de politie (de wijkagent) wordt bepaald door drie factoren:

  • effectiviteit van de politie;
  • eerlijk, rechtvaardig en respectvol optreden door de politie;
  • betrokkenheid van de politie met de lokale gemeenschap en gedeelde waarden.

Veronderstelling: offline en online zelfde

Deze factoren staan direct en indirect met elkaar in verband. De veronderstelling is dat deze factoren niet alleen tot uitdrukking komen in het dagelijks werk op straat, maar dat deze factoren ook tot uitdrukking moeten komen in de tweets die de wijkagenten de wereld in sturen. Dit is verder onderzocht door drie twitterende wijkagenten en tien van hun volgers (dus totaal 30 volgers) te interviewen. Daarnaast zijn de tweets van de wijkagenten over een periode van een jaar (in totaal 3506 tweets) geanalyseerd en gecategoriseerd aan de hand van de drie genoemde factoren.

Drie factoren bepalen invloed op vertrouwen

Zowel de interviews als de data-analyse laten zien dat het tonen van betrokkenheid met de eigen omgeving de belangrijkste invloed hebben op het vertrouwen van de burger. Daarnaast zijn respectvolle bejegening (adequate beantwoording van vragen) en het terugkoppelen van informatie van groot belang voor het vertrouwen.

Tweets over effectiviteit (over aanhoudingen, boetes, resultaten en dergelijke) lijken het minst sterk van invloed op het vertrouwen. Verzoeken om een bijdrage te leveren (?wie heeft iets gezien??) doen het goed, mits over de afloop wel wordt teruggekoppeld.

Handvatten zodat de wijkagent ?weet wat hij tweet?

Het onderzoekt levert in elk geval aanbevelingen op voor het ?twitterbeleid? om de bijdrage van Twitter aan het vertrouwen van de burger in de politie te versterken. Daarnaast levert het onderzoek een indicatorenlijst (zie de lijst hieronder) om tweets eenvoudig te kunnen categoriseren naar soort (effectiviteit, eerlijkheid/respect, betrokkenheid of combinatie daarvan). Hiermee heeft de twitterende wijkagent een richtlijn in handen, zodat hij beter voor zichzelf ?weet wat hij tweet?. Nu wordt het tijd om deze lijst in de praktijk te testen. Ik hoor graag jullie ervaringen. Dat mag hieronder?middels de reacties of via e-mail.

De improvisatiemaatschappij

improvisatiemaatschappij_tcm30-269152Op 2 december 2013 presenteerde Hans Boutellier zijn nieuwe boek: ?De improvisatie- maatschappij. Over de sociale ordening van een onbegrensde wereld?.?De improvisatiemaatschappij?werpt een nieuw licht op de complexiteit van de huidige samenleving. Velen ervaren chaos en onoverzichtelijkheid. Er heerst onbehagen onder burgers en er is onzekerheid bij bestuurders. Het lijkt aan perspectief te ontbreken. Maar misschien zien we wel iets over het hoofd?! Hans Boutellier levert een realistische en inspirerende voorstelling van een nieuwe sociale orde. Het boek gaat over identiteit en woede, waarden en normen, participatie en integratie, en over recht en veiligheid. Het biedt een brede, onderbouwde en constructieve visie op de hedendaagse samenleving.
Hieronder twee fragmenten uit het eerste?hoofdstuk.???Het gaat om sociale orde als inrichting van de morele ruimte, vanuit een oogpunt van de continu?teit van de samenleving?.
In een digitaal onbegrensde wereld is identiteit eens temeer een kernopgave van staten, gemeenschappen, instituties en individuen. De ?power of identity? valt moeilijk te overschatten. Een saillant voorbeeld daarvan betreft een uitspraak van prinses Maxima in 2008 dat ze de Nederlandse identiteit had gezocht, maar niet had gevonden. Ze deed die bij de presentatie van een rapport dat, subtiel,?Identificatie met Nederland?(WRR 2007) is getiteld. We identificeren ons volgens dit rapport met vele posities en rollen, hetgeen het idee van een eenduidige nationale identiteit relativeert. Het leek de WRR dan ook aangewezen als overheid niet te veel te tamboereren op het vraagstuk van nationale identiteit.

Nationale identiteit
Deze enigszins voor de hand liggende stelling kwamen Maxima en de WRR op buitengemeen felle reacties te staan. Publicist Paul Scheffer sprak op de tv zelfs van een belediging van de Nederlanders. Waar de natiestaat op diverse fronten onder druk staat ? door de economische globalisering, door de informatiemaatschappij, door de Europese Unie, door de miljoenen nieuwe Nederlanders ? groeit de hoop op een nationale identiteit, die vervolgens niemand weet te defini?ren. Zo werd met veel poeha in 2006 besloten tot een nationaal historisch museum dat vervolgens (althans vooralsnog) naar de postmoderne ratsmodee is geholpen.

Cultuur, integratie, identiteit ? de grote sociale thema?s van alle tijden, zijn dat nu, in onbegrensde vorm, des te meer. Lange tijd hoopte men dat na de verzorgingsstaat ?de markt? als vanzelf de sociale orde zou regelen. Maar de neoliberale hoop staat ? onder meer door de economische crisis ? onder grote druk. De commercialisering van de jaren negentig werkte eerder ontwrichtend dan ordenend voor de sociale verhoudingen. Een onbegrensde wereld wordt als onleefbaar ervaren als aan haar alleen economische betekenis wordt toegekend ? al zal de kosmopolitische elite haar als probleemloos ervaren. De hiervoor gegeven voorbeelden van culturele disputen typeren de onbegrensde, ambivalente wereld aan het begin van de eenentwintigste eeuw. Zoals auteurs als Bauman en Giddens niet nalaten te benadrukken: onze tijd is er een van onzekerheid. En dat heeft zo zijn consequenties.

Morele kwaliteit
Meermaals is aangetoond dat mensen tevreden zijn met hun eigen leven, maar zich zorgen maken over de morele kwaliteit van de samenleving als geheel. Het is een uiting van een verlangen naar normatieve richting, maar dan vooral voor de ander. De meesten van ons cre?ren voor zichzelf klaarblijkelijk een bevredigende omgeving, maar kunnen deze moeilijk plaatsen ten opzichte van het grotere geheel. De verantwoordelijkheid voor ons handelen is volledig op onze eigen schouders beland, zegt Bauman. We staan voor de psychologisch gesproken niet geringe opgave ons te identificeren met een veelvoud aan rollen, posities en verbanden. Waar vanzelfsprekende identiteitsvormen ontbreken, moeten we zelf zoeken naar onderdak (zonder adres). In dat verband zouden we kunnen spreken van psychologischebricolages: we knutselen onze eigen coherentie in elkaar. Dat lijkt de meeste mensen individueel aardig te lukken, maar ze kunnen zich geen voorstelling maken van de samenleving die daarbij hoort.

De ambivalenties van deze tijd stellen hoge eisen aan gemeenschappen, staten, wijken, instituties, organisaties, families en individuele personen. De gevonden oplossingen voor de identiteitsonzekerheid zijn vaak extreem verschillend. Zo zien we aan de ene kant de hedonistische verheerlijking van het lichaam in sport, mode en cosmetische chirurgie, en aan de andere kant het verschuilen onder hoofddoekjes, in lichaamsbedekkende kleding of zelfs boerka?s. Het zijn voorbeelden van een caleidoscopisch beeld dat overstegen moet worden in een zekere gemeenschappelijke voorstelling. Er schuilt een enorme spanning tussen de fragmenterende krachten van de buitenwereld en het verlangen naar innerlijke coherentie. We weten de eigen omgeving redelijk te organiseren, maar begrijpen nauwelijks hoe die samenhangt met de rest van de onbegrensde wereld.
(?)

Sociale continu?teit
Om misverstanden te voorkomen: ??n enkele geruststellende gedachte zal ik met dit boek niet leveren, maar misschien wel een paar waarmee sociale orde kan worden gedacht. In deze conceptuele?framing?schuilt een wetenschapstheoretisch probleem. Zij is namelijk zowel beschrijvend als normatief. Sterker nog: ik lever commentaar, maar ook een sprankje hoop. Met de articulatie van het actuele sociale ordeningsproces formuleer ik een perspectief dat ik vind passen in de huidige context. Ik probeer tussen het befaamde?Sein?en?Sollen?een positie te vinden die zich laat omschrijven als?K?nnen: ?het zou kunnen zijn?. Daarbij beoog ik bij te dragen aan, wat ik zou willen noemen,?sociale continu?teit. Dat begrip verwijst naar een robuust samenlevingsverband dat zowel standvastig als flexibel is teneinde zijn voortbestaan in de toekomst te garanderen. Het gaat om sociale orde als inrichting van de morele ruimte, vanuit een oogpunt van de continu?teit van de samenleving. De samenleving opgevat als het geheel van betrekkingen tussen mensen die formeel en informeel zijn geregeld of als vanzelfsprekend gelden.

Sociale continu?teit vormt een motief om ordening te realiseren, maar het is nog geen richtinggevend begrip. In zijn toepassing kan het defensief werken, of juist te opdringerig. Het kan libertair zijn, en ook conservatief. Maar het wijst wel op het belang van de relatie tussen ordenende en chaotische krachten. Het gaat om de strijd tussen barbarij en beschaving, tussen lust en realiteit, tussen spontaniteit en veiligheid. Deze tweestrijd voltrekt zich steeds weer onder nieuwe condities. In een onbegrensde wereld ? geografisch en moreel ? neemt zij de vorm aan van een permanent proces van improvisaties. Dat is de centrale stelling van dit boek. Improvisaties die vari?ren van fanatiek structureren tot hopeloos geklungel en schitterende harmonie.

Georganiseerde vrijheid
Het begrip ?improvisatiemaatschappij? biedt een?frame?waarmee de morele incoherentie en de institutionele complexiteit van deze tijd beter begrepen kan worden. In normatieve zin beschouw ik improvisatie als de belofte van?georganiseerde vrijheid. Het gaat om een dynamiek die uitstijgt boven het beeld van chaos versus ordening. In het begrip ?vrijheid? ? zowel positief als negatief ? herkennen we de grandioze premisse van de rechtsstaat, op basis waarvan iedere burger op basis van gelijkwaardigheid en zonder willekeurige overheidsinterventies zijn eigen levensproject kan realiseren. En het woord ?georganiseerd? herinnert aan de onvolkomenheid van diezelfde mens; deze kan niet anders zijn dan in grote afhankelijkheid van medemensen en de ordening die daarvoor nodig zijn: in de gemeenschap, de maatschappij of netwerksamenleving.

Nieuwe omstandigheden vragen om nieuwe vormen van ordening. Na de gemeenschap (Gemeinschaft) met zijn mechanische orde, en de maatschappij (Gesellschaft) met zijn organische orde zouden we kunnen spreken van een?Netzschaftdie zijn ordening realiseert via improvisatie. In netwerkstructuren ontwikkelt zich een nieuwe vorm van samenleven, een sociale ordening van knooppunten en relaties daartussen. Deze kan iedere denkbare gedaante aannemen, afhankelijk van de bewegingen van de omliggende (horizontale en verticale) knooppunten. Over de kenmerken van dit nodale universum kom ik uitgebreid nog te spreken. Voor dit moment constateer ik dat netwerken zich niet aandienen als oorzaak maar als oplossing van complexiteit, mits zij normatief richting krijgen vanuit duidelijke identiteiten.

Hans Boutellier is directeur van het Verwey-Jonker Instituut en bijzonder hoogleraar veiligheid en burgerschap aan de Universiteit van Amsterdam. Eerder publiceerde hij ?De veiligheidsutopie, hedendaags onbehagen en verlangen rond misdaad en straf? waaraan in Tegenlicht ook een uitzending werd gewijd.??

Bronnen: Sociale vraagstukken