Rapmund, R., Geurts, A. (2011). Het ‘Internet der dingen’. Wanneer de fysieke en de virtuele wereld samenkomen. SURFnet, Utrecht.
Het Internet der Dingen is een grote belofte. In de toekomst zijn alledaagse objecten (tas, schoenen, koelkast) verbonden met het internet. Dit maakt het mogelijk dat de objecten elkaar herkennen en data uitwisselen. Technologie?n en ontwikkelingen die daarbij een grote rol spelen zijn onder andere?RFID, sensoren en IPv6 (internet protocol versie 6).
Fysieke en virtuele wereld die samenkomen
In ieders portemonnee zit minimaal ??n pas met een RFID-chip. Deze Radio Frequency Identification Technology (RFID) maakt veel toepassingen mogelijk: een chip in je schoenen registreert hoeveel stappen je op een dag hebt gezet en geeft dit door aan een website die de hoeveelheid lichaamsbeweging van jou bijhoudt. Deze website staat in contact met je iPhone, die je via een bericht laat weten dat je vandaag nog wat extra beweging nodig hebt?
Resultaten
De ontwikkelingen rondom Het Internet der Dingen gaan erg snel, sneller dan verwacht. Het SURFnet/Kennisnet Innovatieprogramma voerde in 2011 een technologieverkenning uit naar deze nieuwe ontwikkelingen en keek daarbij met name naar de mogelijkheden en toegevoegde waarde voor het onderwijs. Er werd een?expertsessie?georganiseerd met de aanwezigheid van onder andere Guido Crolla (HAN), Christian van ’t Hof (Rathenau Instituut), Henk Koopmans (Sensor Universe) en Rob van Kranenburg (Universiteit van Liepaja, Letland). Dit project resulteerde in het essay?‘Het Internet der Dingen: wanneer de fysieke en de virtuele wereld samenkomen.’
Gaat in op de toekomst van de politi?le opsporing. In het eerste deel staan de toestand en toekomst van de opsporing centraal. Vanuit vier invalshoeken wordt hier aandacht aan besteed: de wetenschap, de Board Opsporing, het Openbaar Ministerie en de School voor Recherche. Vervolgens is in het tweede deel de ‘visie op opsporing’ opgenomen van voormalig lector Criminaliteitsbeheersing & Recherchekunde, Peter Klerks. Het geeft een uitgebreid en samenhangend overzicht van grondbeginselen, aannamen en keuzes die binnen de opsporing worden (en kunnen worden) gemaakt. Het derde deel bevat bijdragen vanuit de vier lectoraten opsporing van de Politieacademie: het algemene lectoraat Criminaliteitsbeheersing & Recherchekunde en de bijzondere lectoraten gericht op Forensisch Onderzoek, Financieel Economische Criminaliteit en Intelligence.