Kwartiermakers Nationale Politie (2012). ‘Inrichtingsplan Nationale Politie’. KNP, Den Haag.
Categoriearchief: Hoofdstuk 4
Van Strohalm tot strategie: een onderzoek naar ervaringen met opsporingsberichtgeving via elektronische media
Kuijvenhoven, A. (2005). Van strohalm tot strategie. Een onderzoek naar ervaringen met opsporingsberichtgeving via elektronische media. Bureau Kuijvenhoven, Vlaardingen.
Cocreatie 2.0. Strategische kansen voor de innovatieve politiepraktijk
Jeurissen, E. & R. Vriesde (2012). Co-creatie 2.0 : strategische kansen voor de innovatieve politiepraktijk. Warnsveld.
Social media for social order. De inzet van twitter ten behoeve van crowd control
Fictorie, D., (2013). Social media for social order. De inzet van Twitter ten behoeve van crowd control. Universiteit Utrecht.
Een sociale media strategie voor de politie (Gent)
De Smet, S. (2012). Een sociale media-strategie voor de politie. SDS.
Probleemgericht werken en de rol van criminaliteitsanalyse in 60 kleine stappen
Clarke, R.V. & J.E. van Eck (2010). Probleemgericht werken en de rol van criminaliteitsanalyse in 60 kleine stappen. Hogeschool INHolland, Rotterdam en Politieacademie, Apeldoorn. Vertaling van ‘Crime Analysis for Problem Solvers In 60 Small Steps’, oorspronkelijke uitgave van het U.S. Center for Problem Oriented Policing, Inc.
Voorziet criminaliteitsanalisten van basiskennis over probleemgericht politiewerk en verwante vakgebieden als omgevingscriminologie en situational crime prevention. De 60 stappen volgen logisch op elkaar, in lijn met het bekende SARA-model (Scanning, Analysis, Response, en Assessment), hoewel iedere stap op zichzelf staat en een specifiek onderwerp behandelt. Dit maakt het mogelijk om kriskras door de stappen heen te gaan. Er zijn voorbeelden gebruikt uit verschillende landen. Er is gekozen voor voorbeelden die het meest helpen om de essentie van waar het om gaat weer te geven. Dus ook al spelen de voorbeelden zich af in een buitenlandse context de uitgangspunten zijn universeel. Bij elke stap zijn belangrijke artikelen en boeken opgenomen; waar mogelijk is literatuur opgenomen die digitaal beschikbaar is.
Kennis-gestuurd politiewerk – Werken in een verrijkte werkelijkheid met respect voor privacy
Schakel, J., e.a. (2012). Kennis-gestuurd politiewerk. Werken in een verrijkte werkelijkheid met respect voor privacy. Korps Landelijke Politiediensten (KLPD), Driebergen.
Informatie-gestuurd politiewerk of IGP als concept is ontstaan in de jaren negentig in Engeland.Maguire noemt ?informatie-gestuurde misdaadbestrijding? (Lint 2006):
?een strategische, toekomst-geori?nteerde en gerichte aanpak van de misdaadbestrijding, gericht op de herkenning, analyse en ?beheersing? van aanhoudende en zich ontwikkelende ?problemen of ?risico?s?? (Maguire 2000:316).
Het Britse NIM geldt tot op de dag van vandaag als rolmodel voor het opzetten van een NIM in Nederland, waar IGP aan het begin van deze eeuw in zwang raakte (Abrio 2005, Hert e.a. 2005).?IGP is formeel opgenomen in het National Intelligence Model (NIM), het basismodel voor het politiewerk en heeft als doel: ?Het herkennen van criminele patronen en het mogelijk maken van een fundamentelere aanpak van probleemoplossingen waarin capaciteiten doelmatig kunnen worden toegewezen? (Centrex 2005:10).
De hieruit voortgekomen IGP-praktijken zijn, tenminste in Nederland, zeer sterk gericht op het scheppen van informatieproducten (grotendeels in tekstuele en numerieke vorm) om politieacties te sturen. Ze zijn gericht hetzij op individuele gevallen (rapporten), of ze worden gestuurd (en beperkt) door statistieken gebaseerd op vastgelegde gegevens, zoals criminele trends, hotspots, hot moments, en analyses van sociale netwerken.
Alhoewel deze cijfers en feiten zinvol kunnen zijn voor het stellen van prioriteiten (bijv. het kiezen van hotspots waaraan extra aandacht moet worden besteed) en als zodanig kunnen helpen bij het terugdringen van de misdaad (zie Makkai e.a. 2004), geven deze informatieproducten weinig in zicht in de structuur van criminele verschijnselen, het functioneren van criminele netwerken of typische signalen die wijzen op criminele activiteit (op heterdaad).
Binnen de hieruit voortvloeiende visie (solutionism) is de aandacht volledig gericht op de verwerking van
ge?xpliciteerde, gedecontextualiseerde (digitale) gegevens. In de praktijk gaat dit ten koste van de (sociale) rijkdom aan ‘zachte’ kennis van bijvoorbeeld rechercheurs (impliciete en onbewuste vormen van kennis) (Innes e.a. 2005). Dit heeft oa. te maken met werkverdeling: rechercheurs, werken veelal met ?oude? kennis (van geval-specifieke strafrechtelijke onderzoeken) terwijl analisten veelal met ?nieuwe? kennis werken (bijv. patroonanalyses) (Ratcliffe 2008).
Het hedendaagse informatie-gestuurde politiewerk (IGP), en trouwens ook het kennis-gestuurde?politiewerk (KGP), grotendeels beperkt blijft tot strategische en tactische informatie als overzichten van hot crimes, hot times, hotspots en hot shots. Tot nu toe is IGP er onvoldoende in geslaagd om echte?operationele meerwaarde in de actie op te leveren. Het gebruik van de mogelijkheden van deze ?nieuwe? vorm van kennis is bekend geworden als IGP, hetgeen zich in Nederland tot een doctrine heeft ontwikkeld (Kop en Klerks 2009).
Dit houdt in dat vormen van samenwerking tussen informatie-organisatie en uitvoeringsorganisatie moet worden gestimuleerd teneinde een proces in gang te zetten van wederzijds informeren (dialoog) en van elkaar leren en op elkaar inspelen, d.w.z. dat men leert om als ??n team samen te werken (ook bekend als parallelle samenwerking (Puonti 2007)).
En hij eindigt met een oplossingsrichting waarin hij de digitale wereld van de analist ‘ augmented’ zou willen gebruiken in de echte wereld van bijvoorbeeld de plaats delict waar de rechercheur werkt.?En ze geven het voorbeeld van ANPR als (augmented) techniek die ‘ nieuwe’ kennis oplevert, welke geintegreerd wordt met de ‘oude’ recherchekennis die realtime en dus virtueel wordt toegevoegd bij de aanpak van drugshandel.
Inzake opsporing
Traa, M. Van, e.a. (1996). Inzake opsporing. Enqu?te Commissie Opsporingsmethoden, Den Haag.
http://www.burojansen.nl/traa/
Hierin opgenomen relevante rapporten waaronder: Wieringa, de Wit, Veurink, Craemer, het rapport Tot de kern. Daarnaast relevante regelgeving waaronder: regeling deals met criminelen 1982, tip-, toon- en verkoopgeldregeling 1985, richtlijn infiltratie 1991, CID-regeling 1995, handleiding kijkoperaties. Ook zijn voorbeelden van documenten opgenomen zoals: informantendossier, inzet AT en inzet OT. In deze bijlage doet de commissie voorstellen omtrent de behandeling van haar archief en het archief van de externe onderzoeksgroep
Toekomst van de opsporing: Ontwikkelingen en scenario?s.
Heijsman, S. (2010). Toekomst van de opsporing: Ontwikkelingen en scenario?s. In: N. Kop & P. Tops (Eds). Toestand en toekomst van de opsporing, pp. 23-32. Politieacademie, Apeldoorn/Amsterdam.