Tagarchief: virtual reality

Virtual reality als onderzoeksmethode om inbrekers te doorgronden

Het schrikt inbrekers af als er buurtwachten op straat lopen. Het plaatsen van waarschuwingsborden, zoals een WhatsApp-buurtpreventiebord, heeft veel minder effect. Dat blijkt uit een onderzoek in opdracht van het programma Politie en Wetenschap, waarbij het gedrag van inbrekers met virtual reality werd bestudeerd. Inzicht in de denkwijze van inbrekers en de keuze van hun doelwitten, kan helpen om woninginbraken te voorkomen.

Het onderzoek werd uitgevoerd door de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit van Twente. Zij gingen met 181 veroordeelde inbrekers en 123 niet-inbrekers aan de slag. Hierbij kregen de deelnemers een virtual reality-bril op, waarmee zij door twee virtuele wijken ‘liepen’. Via deze methode werd onderzocht wat inbrekers in een wijk afschrikt.

Sybren van der Velden, projectleider woninginbraken bij de politie, reageert op de onderzoeksresultaten. ‘We zijn natuurlijk geïnteresseerd in dit innovatieve onderzoek. De aanpak van woninginbraken is en blijft belangrijk. We zien een groei van de buurtwachten, die extra “ogen en oren” in de wijk vormen. Als politie werken we samen met deze buurtteams. Buurtwachten kunnen niet 24/7 zichtbaar zijn en dat geldt wel voor de buurtpreventieborden. In onze ogen versterken de buurtwacht en preventieborden elkaar dan ook. En dat geldt ook voor andere maatregelen zoals bijvoorbeeld goed hang- en sluitwerk en aandacht voor het afsluiten van ramen en deuren. Zeker in deze periode rond de feestdagen – waarin we een toename van het aantal inbraken zien – is het advies bij afwezigheid om ramen en deuren goed af te sluiten en een lamp aan te laten, bijvoorbeeld met een automatische tijdschakelaar. ‘

Buurtpreventie

Het plaatsen van waarschuwingsborden, zoals het WhatsApp buurtpreventiebord, schrikt inbrekers nauwelijks af. De zichtbare, fysieke aanwezigheid van buurtbewoners op straat doet dit wel.

181 veroordeelde inbrekers en 123 niet-inbrekers namen deel aan dit unieke onderzoek. Het onderzoek had twee doelen. Het eerste doel was om vast te stellen of virtual reality als onderzoeksmethode gebruikt kan worden om inbrekers te bestuderen. Het tweede doel was om te onderzoeken of en hoe de fysieke of symbolische aanwezigheid van buurtbewoners inbrekers afschrikt. Hiervoor werden twee virtuele wijken ontwikkeld. In de eerste wijk werden deelnemers blootgesteld aan verschillende afschrikkingsborden, zoals het WhatsApp buurtpreventiebord, in de tweede wijk werden zij virtual blootgesteld aan de aanwezigheid van een buurtbewoner. Aan deelnemers werd gevraagd beide wijken te scouten alsof zij een woninginbraak wilden plegen. Na dit scoutingsproces werden er verschillende vragenlijsten afgenomen over wat hen aantrok of afschrikte en werd een kort interview gehouden met de inbrekers.

Uit de reacties van de inbrekers bleek dat zij de virtuele wijken als realistisch ervoeren. Zij hadden veelal het gevoel daadwerkelijk in de virtuele omgeving te zijn. Dit wijst erop dat het gedrag in de virtuele wereld sterk lijkt op het gedrag dat deze inbrekers vertonen in de echte wereld. Hiermee wordt bevestigd dat virtual reality een effectieve onderzoeksmethode kan zijn om inbrekers te bestuderen.
De effectiviteit van het plaatsen van borden om inbrekers af te schrikken lijkt bescheiden te zijn. Vooral niet-inbrekers reageerden op afschrikkingsborden, waarbij zij bijvoorbeeld sociale cohesie in de buurt hoger achtten wanneer deze borden aanwezig waren. Dit laat zien dat, alhoewel een bord misschien voor de gewone burger een bepaalde impact heeft, dit voor inbrekers niet het geval is.

De aanwezigheid van buurtbewoners had wel een afschrikkend effect op inbrekers. Wanneer er een virtuele buurtbewoner in de wijk aanwezig was werd onder andere de waargenomen pakkans als hoger gezien, terwijl de aantrekkelijkheid van de wijk afnam. Hiermee wordt bevestigd dat de fysieke aanwezigheid van buurtbewoners een belangrijke factor is om inbraken te voorkomen.

Rapport

Het onderzoeksrapport ‘Virtual reality als onderzoeksmethode om inbrekers te doorgronden’ vindt u hier.

[slideshare id=207784342&doc=vr-191219153522&type=d]

Bommen, granaten en terroristen die katten aaien

bommen

Woorden en beelden zijn soms net zo krachtig als bommenwerpers. De strijd van overheden tegen de IS is daarom deels een communicatiewedloop. De technologische ontwikkelingen gaan snel. Hoe zorgen we ervoor dat we niet achterop raken?

Een mollige peuter richt trots een machinegeweer op ons, een kleuter onthoofdt haar knuffel en een tienjarig kind liquideert een militair: de beelden uit de Islamitische Staat missen hun doel nooit. Verspreid via social media zijn ze vaak minstens zo krachtig als vuurwapens. Ze nestelen zich in de hoofden van vriend en vijand om daar hun manipulerende, motiverende, of juist ontmoedigende werk te doen.

is cats

Een belangrijk verschil tussen de terroristen van Al Qaeda en van IS is dat de laatsten ?digital natives? zijn en de kracht van social media beter begrijpen. Of ze nu angst zaaien met afgehakte hoofden, of empathie oogsten met sympathieke strijders die katten aaien: de ?storytellers? van de IS doen niet onder voor de marketingstrategen van een multinational. Een goede ?internetstrijder? oogst bij IS dan ook evenveel waardering als een ervaren sluipschutter.

?de ?storytellers? van de IS doen niet onder voor de marketingstrategen van een multinational?

Social bots

Social media als Facebook en Twitter zijn voor terroristen belangrijke platformen om jongeren die vatbaar zijn voor radicale idee?n te manipuleren met eenzijdige informatie. Steeds vaker gebeurt dit met accounts die niet door mensen, maar door machines worden bestierd. Het betreft ?social bots?: computerprogramma?s, ontworpen om te communiceren met mensen.

Ze maken grootschalige manipulatie via social media veel gemakkelijker. De sociale platformen zouden een grotere rol kunnen spelen om radicalisering tegen te gaan, maar doen dit slechts mondjesmaat. Wel heeft de Europese Commissie onlangs met Microsoft, Facebook, YouTube en Twitter afgesproken dat haatzaaiende inhoud binnen 24 uur verwijderd wordt, mits burgers er melding van maken.

Ook gesloten platformen spelen een steeds grotere rol in de informatiewedloop tussen de IS en westerse overheden. Versleutelde apps als Signal of WhatsApp maken het mogelijk te communiceren buiten het zicht van informatiediensten. Games die onder jongeren populair zijn, zoals Grand Theft Auto (een spel waarin je agenten kunt aanrijden), bieden de IS de mogelijkheid om in besloten kring precies de juiste doelgroep aan te spreken. En het Dark Web, een versleuteld deel van internet, wordt onder meer gebruikt om ongezien aan uitreisdocumenten te komen en anoniem geld te storten aan het kalifaat.

Van wetenschap tot wapen

Veel goedbedoelde nieuwe-mediatechnologie?n veranderen in wapentuig, zodra misdadigers ze in handen krijgen. Dit zijn drie actuele voorbeelden.

Social Bots

Alan Turing ontwikkelde in 1950 de Turing test, die test of een machine te onderscheiden is van een mens. Sindsdien hebben wetenschappers grote stappen gezet in de ontwikkeling van computerprogramma?s die overtuigend communiceren met mensen. Social bots, gebruikt door zowel commerci?le bedrijven als misdadigers, komen hier uit voort. Bedrijven als Microsoft, Google en Amazon investeren miljarden in zelflerende varianten die steeds intelligenter worden.

Dark Web

Drugs, wapenhandel, kinderporno en identiteitsvervalsing: het dark web biedt alles wat het daglicht schuwt. Het is toegankelijk met speciale, door iedereen te downloaden software en gebruikers kunnen er anoniem doen wat ze goeddunkt. Het dark web is onderdeel van het ?deep web?, ooit begonnen als een internetvariant waar de Amerikaanse marine kon overleggen zonder pottenkijkers. Inmiddels maken ook terroristische organisaties als IS er dankbaar gebruik van.

Virtual reality

Technieken om de werkelijkheid te simuleren met behulp van software en eventueel een soort bril werden aanvankelijk vooral gebruikt voor het trainen van piloten, artsen en militairen. Vanaf de jaren negentig ging de gamingindustrie ermee aan de haal. De Oculus Rift is het meest actuele middel waarmee gebruikers zich in een andere context kunnen wanen. Experts vrezen dat terroristen dit soort apparatuur zullen inzetten voor het trainen van strijders. IS gebruikt oorlogsgames en gamification in hun uitingen nu al om strijders te recruteren.

Rol van de overheid

De overheid is zich bewust van de grote rol die deze technologie?n spelen in radicaliseringsprocessen. Gezien de snelle technologische ontwikkelingen op het gebied van versleuteling en kunstmatige intelligentie zal deze rol steeds groter worden.

Inlichtingendiensten, politie en politici missen echter zowel de expertise als wettelijke ruimte om in te grijpen. Goed bedoelde, Hollywoodachtige filmpjes met een alternatief verhaal vallen in het niets bij de enorme stroom ?reality TV? van IS. Twitterende politici missen de autoriteit om online serieuze invloed te hebben. Voor elke site die uit de lucht wordt gehaald, verschijnen tien nieuwe. En de inzet van afluistertechnologie?n en censuur door de overheid stuit op maatschappelijke en juridische weerstand.

TNO volgt deze ontwikkelingen nauwgezet en zoekt met overheden en private partijen naar best practices en maatregelen. Hoewel eenvoudige oplossingen niet voor het grijpen zijn, denkt TNO dat burgers een veel grotere rol kunnen spelen bij het produceren van tegengeluiden. En ouders, politie en scholen zouden zich actiever moeten bemoeien met het internetgedrag van jongeren om radicalisering op tijd te onderkennen.

De technologische ontwikkelingen gaan snel. Om niet achterop te raken, moet de overheid investeren in kennis en expertise op het gebied van nieuwe media, versleuteling en kunstmatige intelligentie. Alleen als overheid, industrie en kenniscentra als TNO op dit gebied samenwerken, kan Nederland terroristen in deze communicatiewedloop de pas afsnijden.

Dit artikel is gebaseerd op een gesprek met Arnout de Vries van TNO.

Bronnen: TNO Time