SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
Op 5 november 2012 verscheen een advertentie in de Twentsche Courant Tubantia. Er werd hierin een ondubbelzinnig verband gelegd tussen de zelfmoord van de twintigjarige scholier Tim uit Tilligte en pesten (zie ons blog hierover). Nederland reageerde geschokt. De dood van Tim werd direct trending topic en onderwerp van een journalistiek onderzoek dat moest bewijzen dat hij helemaal niet werd gepest. Pesten kan dodelijk zijn en digitaal pesten dus ook. Amanda Todd was het slachtoffer van online pesten. Zij was ooit zo dom geweest om haar borsten op het web te laten zien. Daar was een foto van genomen waarmee ze werd gechanteerd. In een video vertelde Amanda haar verhaal over de pesterijen, die een jaar en twee verhuizingen voortduurden. Ze gaf er haar digitale lifestyle voor op, maar bleef vindbaar via de social media. Ook voor haar oud-klasgenoten. Op 10 oktober 2012 ? een maand na het posten van de video op YouTube ? pleegde ze zelfmoord. Een klein jaar later werd de veel geprezen documentaire Submit gemaakt dat op indringende wijze aandacht vraagt voor cyberpesten en het nieuwere fenomeen sexting.
Vier op de tien kinderen worden gepest via internet of mobiele telefoon.?Scholen en hulpverleners slaan alarm. Ouders weten vaak van niets.?Uit onderzoek van de Radboud Universiteit?Nijmegen in 2008 onder 13.000 jongeren blijkt dat 4 procent van alle kinderen zich zelf schuldig maakt aan cyberpesten.?De Millennials, de generatie tussen 12 en 25, drukt zich uit in 140 tekens op Twitter. Maar de digitale revolutie leidt ook tot sociaal (on)handige tieners.
Dit digitale- ofwel elektronisch pesten is harder en agressiever dan het traditionele ‘straatpesten’, licht de?Nijmeegse onderzoeker dr. Maerten Prins toe. Uit zijn studie ‘De deugd van tegenwoordig’ blijkt ook dat?jongeren, naast school, gemiddeld bijna drie uur per dag achter de computer zitten, waarvan 2,6 uur online.?Aan MSN besteden ze de meeste tijd: 2,3 uur. Meer dan 96,8 procent van alle jongeren tussen de 12 en 18?jaar ‘chat’ via MSN. Vooral daar gaat het mis. Het gaat er niet zachtzinnig aan toe. Een kwart van de?jongeren gebruikt grove taal, ruim 14 procent scheldt.?En 4 procent daarvan durft toe te geven echt te pesten.Ik vrees dat veel meer jongeren het doen, maar dit verzwijgen of het niet eens zo benoemen”.
Ook voor Truusje Diepenmaat, medewerkster gezondheidsbevordering bij de GGD Zuid-Limburg, is dat geen
reden om te denken dat het probleem wel meevalt. Vele onderzoeken produceren vele verschillende cijfers.” Diepenmaat twijfelt over de juistheid van de onlangs gepresenteerde cijfers.?Als ik de pesters vraag, dan zou dat cijfer hoger moeten liggen.?Maar al zou maar ??n op de 25 kinderen langdurig en systematisch worden gepest, dan nog vind ik dat het?alle aandacht verdient.”?Diepenbeek weet uit eigen studie dat lieve kleine meisjes achter een beeldscherm soms de grootste?monstertjes kunnen worden”. Het begint onschuldig. Kinderen realiseren zich niet wat ze typen. Ze hebben
weinig empathie voor hun slachtoffers en beseffen niet de impact als ze bijvoorbeeld schrijven: ik maak je?dood.”
Pesten is pubergedrag. Onderzoek wijst uit dat vooral jongeren tussen de tien en veertien jaar er een sport?van maken hun slachtoffers via de digitale snelweg te treiteren. Dat terwijl tussen de 60 tot 80 procent van de?kinderen het niet vertelt als ze slachtoffer zijn van (cyber)pesten.
Omdat dader en slachtoffer vaak enkel via de computer verbonden zijn, verschuiven hierdoor grenzen en is?het effect op slachtoffers vele malen groter. Ouders en leerkrachten hebben vaak veel moeite om te ?ontdekken dat hun kind slachtoffer is van pesterijen of zelf iemand pest. Men weet gewoon vaak niet wat?kinderen uitspoken achter de computer, en tegenwoordig ook achter hun mobieltje of iPad”, zegt?Diepenbeek.?Vooral meisjes zijn nogal eens slachtoffer van seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Door elkaars wachtwoorden te achterhalen, wordt in naam van andere kinderen vaak ook valse of?compromitterende compromitterende informatie doorgegeven. Kinderen moeten leren fietsen.
Ze zijn technisch heel vaardig, maar realiseren zich vaak nog niet wat ze anderen emotioneel kunnen?aandoen.” Diepenbeek pleit voor een harde aanpak van pesters, maar ook voor meer alertheid bij ouders en?leerkrachten. En goede voorlichting. Het gaat om vroegtijdig signaleren, het probleem in de kiem smoren.?Vaak zeggen ouders: mijn kind pest niet. Vaak weten ze echter niet wat zich achter het beeldscherm op de?kinderkamer afspeelt.?Ze zouden hun kind niet alleen moeten vragen: wat heb je vandaag op school gedaan, maar ook: wat heb je?op de computer gedaan?”
Een voorbeeld
Dat het met de ‘digitale kletsclub’ MSN behoorlijk mis kan gaan, ondervond Noor (15), vierdeklasser vwo. Zij?werd via een omweg slachtoffer van pesterij. Een van haar ‘beste vriendinnen’ hackte haar MSN-account en?de lijst met alle contacten. Noor kwam er pas achter dat er iets mis was, nadat ze dagen niet met haar eigen?wachtwoord kon inloggen. Het kwaad was geschied. De ‘vriendin’ was uit naam van Noor behoorlijk aan het?pesten en beledigen geslagen.?Klasgenoten negeerden vervolgens Noor. Een meisje vroeg me: ‘Waarom scheld je me op MSN zo uit voor?stomme hoer en trut en zeg je dat ik niet zo dom moet doen?’ Ze had de prints waar alles op stond al aan de?mentrix van onze klas laten zien.
Ik zei dat ik het echt niet had gedaan.”?Ook Noor’s neef belde. Of ze het wel normaal vond hem ‘lekker ding’ te noemen en hem te vragen om met?haar naar bed te gaan?”?Clara, de moeder van Noor, zag de ernst van de situatie in. Mijn man en ik zijn meteen ouders gaan bellen?om uit te leggen wat er aan de hand was, maar vooral om te vertellen dat het niet Noor was die zo pestte.We?hebben ook MSN hotmail ingeschakeld.?Zij werkten goed mee en zo achterhaalden we dat die vriendin het had gedaan.We vonden een mail van?haar waarin ze schreef: ‘Goed h?, ik heb haar gehackt’.”?Toen alles uitkwam, bood een medeplichtige vriendin excuses aan.?Clara: De hoofdschuldige niet.?Haar ouders wilden niet geloven dat hun dochter zoiets had gedaan.?Maar die snapten ook helemaal niet waar het over ging.”
Noors ouders deden aangifte bij de politie. Ze namen het heel serieus, maar wisten niet precies hoe ze het?moesten aanpakken, onder welk artikel van hetWetboek van Strafrecht cyberpesten viel. Jammer alleen dat?de politie er verder nooit meer iets mee heeft gedaan. Anderhalf jaar later kreeg ik een telefoontje of het?goed was dat het dossier werd gesloten??Ik heb maar ‘ja’ gezegd.”
Ondanks de nare ervaringen in het verleden, logt Noor nog steeds in op MSN en speelt ze virtuele spelletjes. Ze wil erbij blijven horen. Meestal is het ‘gezellig’, maar Noor, die vaak zwarte kleding draagt, wordt ook nog steeds ‘gewoon’ gepest. Ze schelden me uit voor ‘kutgothic’ en ‘zelfmoordje’. Daar word ik echt niet vrolijk van. Als het me echt te gek wordt, blok ik iemand gewoon af en dan praat die maar niet meer mee.”
Om privacyredenen zijn de namen van Noor en Clara gefingeerd.
Dat cyberpesten tot heftige consequenties kan leiden, is te zien in onderstaand filmpje (echt gebeurd):
Deskundigen
Bamber Delver, een van de belangrijkste cyberpest-deskundigen in ons?land. Hij is directeur van de stichting De Kinderconsument, die onder meer voorlichting geeft over?cyberpesten. Ook heeft Delver een gezinscoachingspraktijk op het gebied van jeugd en media.?Samen met Kinderconsument-collega Liesbeth Hop schreef hij het boek: “Pesten is Laf ! Cyberpesten is?laffer”. ?Delver: Cyberpesten is echt anders dan pesten op het schoolplein.?Het is veel harder. Degene die pest, is onzichtbaar. En kinderen en jongeren hebben nog nooit zoveel?privacy gehad als nu door de digitale technieken. Ouders weten niet wat er gaande is. Opvoeders bevinden?zich niet in de digitale wereld. Dat maakt de slachtoffers die nare verwensingen krijgen of zelfs met de dood?worden bedreigd, des te eenzamer.”?Niet alleen ouders, ook leerkrachten, hulpverleners, politie en justitie, weten zich volgens Delver met?cyberpesten vaak geen raad: Ze zitten met hun handen in het haar. Ze snappen het niet.”
Ondertussen grijpt het cyberpesten als een inktvis met zijn tentakels om zich heen.?Elektronisch pesten is?veel meer dan schelden via de pc en netiquette. Naaktfoto’s, gemaakt in kleedhokjes van de gymzaal, worden verspreid?per mobiele telefoon.
Scholen
Scholen zijn?cyberpestprojecten gestart , bijvoorbeeld met behulp van lespakketten die steeds?meer beschikbaar komen, maken protocols voor correct computergebruik en geven voorlichting aan ouders.?Schoolpedagoog: Marjoke Laan daarover: Wat wij op school zien, is soms te erg voor woorden. Meiden?hebben ’s nachts en ’s ochtends gechat op MSN en als dat uit de hand is gelopen, gaat het op school met?woorden door. Er is veel ruzie en onrust.”
Was een veilige school vroeger een school die brandveilig was en voldeed aan de arbo-wet, tegenwoordig?komt er veel meer bij kijken, zegt?Wim de?Luij, vertrouwenspersoon, orthopedagoog en veiligheidsco?rdinator van de Helicon vmbo Groen Eindhoven.?Er is veel meer aandacht voor de sociale veiligheid:?(cyber)pesten, agressie, geweld en seksuele intimidatie.
Docenten en ouders
Veel docenten en ouders onderschatten echter het probleem, vindt ook Marjoke Laan. Ze denken dat het?wel meevalt, maar vaak weten ze eigenlijk helemaal niet waar het over gaat.We vragen ouders ook wel of ze?zich realiseren hoeveel uren hun kind achter de computer zit? Ze weten het niet. Kinderen zijn z? vingervlug,?met ??n druk op de knop zitten ze op een andere site. Jongeren hebben een geheimtaal op internet.?De kloof tussen ouders en kinderen is echt heel groot.”
Deskundige Delver is het daar mee eens: Kinderen hebben recht op begeleiding en steun.?Maar ze staan op die drukke digitale snelweg helemaal alleen.”
Innovatie en wetenschap
Momenteel loopt er een?project?bij de Open universiteit op het gebied van cyberpesten, gefinancierd door het Ministerie van Onderwijs.?Het cyberpesten project is een project waarbij brugklassers van het VMBO drie online adviezen op maat ontvangen. Het doel van deze adviezen is om deze jongeren te leren zich beter te weren tegen de negatieve effecten van cyberpesten. Dit wordt gedaan door ze inzicht te geven in het 5G-schema, dat gebaseerd is op Rationeel Emotieve Gedrags Therapie.
Resulteert in passieve of provocatieve reacties (gedrag) naar de cyber-pester
Welke een escalatie van het pestgedrag laat plaatsnemen (gevolg)
De interventie richt zich vooral op de gedachtes, gevoelens en gedragingen van slachtoffers van cyberpesten. Een cyberpest gebeurtenis kan makkelijk lijden tot negatieve gedachtes over jezelf. Deze negatieve gedachtes veroorzaken een negatief gevoel, waardoor je op een bepaalde (vaak ongunstige) manier reageert (gedrag). Via het online advies op maat wordt gepoogd deze negatieve gedachtes om te zetten in behulpzame, positieve gedachtes. Ook worden emotieregulatie vaardigheden aangeleerd.
Het tweede advies bestaat uit het vervangen van ineffectieve coping strategie?n voor effectieve coping strategie?n. Uit onderzoek blijkt dat er twee types slachtoffers zijn, die ieder op hun eigen manier copen met cyberpesten. Deze twee types slachtoffers zijn; slachtoffers en pesters/slachtoffers.
Het derde advies is een booster interventie waarin de jongeren beloond worden voor positieve veranderingen (rationele/behulpzame gedachtes en effectieve coping strategie?n) die hen aanmoedigt om constructieve overtuigingen te internaliseren en om effectief te copen met cyberpesten. De interventie wordt volgens de Intervention Mapping benadering opgebouwd. Met behulp van gedragsdoelen voor de slachtoffers van cyberpesten en de determinanten van dit gedrag worden veranderdoelen gemaakt. Deze veranderdoelen worden met behulp van theorie?n en methodes uit de wetenschappelijke literatuur omgezet naar een praktische aanpak. Om de effectiviteit van de interventie te bepalen, wordt gekeken naar of onder andere zelfvertrouwen en self-efficacy toenemen, en of concentratie problemen en spijbelen afnemen.
Bronnen: “Van hoer tot dreigen met de dood” (Limburger).?”Draaiboek veilige school”(Eindhovens dagblad).
De fact sheet van IACP (USA) over cyberpesten vanuit de politie:
Er zijn heel veel onderzoeken op het gebied van cyberpesten, maar toch wordt er nog (te) weinig gedaan aan de diverse vormen, ook omdat die aan vari?teit toenemen. Hieronder een aantal van die onderzoeken:
Bezemen is een vorm van cyberpesten. Bezem is straattaal voor hoer. Bezemen is een meisje online afschilderen als een hoer. Meestal minderjarige jongeren halen foto?s van meisjes van social media, monteren die achter elkaar en zetten er vervolgens beledigende of bedreigende seksistische teksten bij in een filmpje. Soms staan naam en toenaam van het meisje in kwestie er ook bij. Een muziekje eronder, uploaden naar YouTube en klaar. De jongeren die dit doen zien er zelf meestal weinig kwaad in, maar voor het slachtoffer begint de ellende dan pas, want dergelijke filmpjes gaan een eigen leven leiden. Ze zijn ook moeilijk van het web te verwijderen. Uit onderzoek onder tieners en jong volwassenen blijkt dat jongeren het slechts zien als digitaal flirten, 39 procent geeft aan dat ze het wel eens gedaan hebben. Maar bezemen kan tot juridische stappen leiden, omdat er sprake kan zijn van smaad en/of laster, belediging en soms zelfs discriminatie of bedreiging. Met het programma Ghostbuster kunnen ouders een account koppelen aan de Twitter- en Facebookprofielen van hun kinderen en krijgen ze een waarschuwing als hun kind foto’s op het web zet of contact heeft met een verdacht profiel.
Op 5 november 2012 plaatst de Twentsche Courant Tubantia de enige?en algemene kennisgeving van het overlijden van Tim Ribberink.?Uit de rouwadvertentie blijkt dat Tim zichzelf van het leven heeft?beroofd, omdat hij slachtoffer was van pestgedrag. In eerste instantie?lijkt deze trieste gebeurtenis een persoonlijke aangelegenheid te zijn?van de ouders, familie en naasten van Tim. Echter, de vermoedelijke?aanleiding van Tims overlijden veroorzaakt de nodige beroering in de
samenleving.?In deze bijdrage staat de vraag centraal welke rol een gemeente bij gebeurtenissen?als deze heeft; gebeurtenissen met een vrijwel uitsluitend
persoonlijk karakter, die een maatschappelijke impact op de (lokale)?samenleving blijken te hebben. Heeft de gemeente in dezen ?berhaupt?een rol? En zo ja, wat is dan die rol? Wat doe je als gemeente wel en wat?doe je niet?
Feitenrelaas
Maandag 5 november 2012 verschijnt in de Twentsche Courant Tubantia?het overlijdensbericht van de 20-jarige Tim Ribberink die vier dagen?eerder zelfmoord heeft gepleegd. De ouders van Tim nemen in het?overlijdensbericht enkele regels op van de afscheidstekst die hij hen
achterliet:
Lieve pap en man, Ik ben mijn hele leven bespot, getreiterd, gepest en buitengesloten. Jullie zijn fantastisch. Ik hoop dat jullie niet boos zijn. Tot weerziens, Tim
Het overlijdensbericht heeft een grote maatschappelijke impact, ook?buiten Tilligte, het dorp in de gemeente Dinkelland waar Tim woonde.?Landelijke media reageren direct op het overlijdensbericht. Hart van?Nederland en Shownieuws besteden nog diezelfde dag aandacht aan het?overlijden van Tim en de aanleiding daarvan. De berichtgeving kent?meerdere invalshoeken. De directeur van de middelbare school waar?Tim op zat, vertelt dat er verslagenheid en afschuw heerst op de school.?Ook zegt hij dat bij de school geen signalen over pestgedrag bekend?zijn. Het pesten heeft volgens hem op een andere school plaatsgevonden.
Daarnaast komen andere slachtoffers van pesten aan het woord.?Zij vertellen dat pestgedrag ook hun leven in negatieve zin heeft be?nvloed.?Voor sommigen is het herkenbaar dat zelfmoord een re?le overweging?is als het pesten als zo heftig wordt ervaren. De impact van?pestgedrag wordt volgens hen onderschat. Bob van der Meer, psycholoog?en oprichter van www.pesten.net, vindt het om die reden ?voortreffelijk?dat de ouders dit afscheidsbriefje hebben gepubliceerd?. Hij hoopt dat deze advertentie een aanleiding is om pesten de aandacht te geven?die het verdient.
De bewondering voor de keuze van de ouders om het afscheidsbriefje?te publiceren, is een breder gedeeld gevoel. De ouders van Tim blijken?van alle media-aandacht ?geschrokken? te zijn, zo geven zij via hun?woordvoerder aan. Deze meldt ook dat de ouders de volgende dag tijdens?een persconferentie een toelichting zullen geven bij hun keuze?voor het plaatsen van de rouwadvertentie.?Op 6 november 2012 om 16.30 uur vindt op het gemeentehuis van?Dinkelland de persconferentie plaats. De woordvoerder die door de?familie is ingeschakeld, wijst bij aanvang de aanwezigen op een aantal?zaken voor een ordentelijk verloop van de persbijeenkomst. Daarna?komt rouwbegeleider en pastor Marinus van den Berg, die de ouders in?het rouwproces begeleidt, aan het woord. Hij leest namens de ouders?van Tim een korte verklaring voor. Uit die verklaring blijkt dat de ouders?van Tim, die enig kind was, bewust en weloverwogen de afscheidstekst
van Tim in zijn overlijdensbericht hebben opgenomen. Ook gaat hij in?op de keuze van de ouders voor een dergelijke rouwadvertentie:
?De ouders willen eer betonen aan hun zoon. Niet heimelijk de?doodsoorzaak wegstoppen, maar open en met een duidelijke boodschap.?(…) De ouders hopen dat er een discussie op gang komt, die?helpt voorkomen dat nog meer kinderen en jongeren het slachtoffer?zullen worden van pesten.?
?s Avonds vindt in de rooms-katholieke kerk een avondwake voor Tim?plaats; een afscheidsdienst op de avond voorafgaand aan de begrafenis?die bedoeld is om de overledene de laatste eer te bewijzen. De avondwake?wordt door ruim duizend mensen bijgewoond; de kerk is tot de?laatste stoel bezet (Zie:?Twente@actueel).
In diverse nieuwsuitzendingen wordt die avond verslag gedaan van?de afscheidsdienst. In Hart van Nederland vertelt de eigenaar van de?ijssalon waar Tim een bijbaan had, dat ook hij het overlijden van Tim?niet heeft zien aankomen en een grote impact op de lokale gemeenschap?ervaart. Tevens doet hij uit de doeken dat onder de naam van Tim??schunnige? berichten op internet zijn geplaatst. De ouders van Tim?hebben dat aan de politie gemeld, maar daarvan geen aangifte gedaan.?De politie gaat daarom niet over tot vervolgen.
In januari 2013 laait de aandacht in de media voor deze zaak nog een?keer op. Een VARA-verslaggever maakt een documentaire over de zelfmoord?van Tim. Hij reconstrueert de zaak en beweert onder andere dat?er helemaal geen afscheidsbrief is geweest. Hij suggereert dat niet het?pesten, maar een depressie, de oorzaak is geweest voor Tims keuze.?Deze beweringen kwetsen de familie diep. De ouders brengen daarom?het screenshot van de telefoon van Tim, met daarop de afscheidstekst?die hij schreef (inclusief datum en tijdstip), naar buiten.
De maker?van de documentaire, Bert Molenaar, is er daarna van overtuigt dat de?afscheidsboodschap?echt is. De VARA biedt de ouders een paar dagen
later haar excuses aan.
Bevolkingszorg, hoe ver reikt dat?
In het rapport ?Bevolkingszorg op orde? stelt de commissie-Bruinooge?dat gemeenten een algemene zorgplicht hebben voor hun bevolking.??In het bijzonder hebben zij dat tijdens rampen en crises?, aldus de commissie-Bruinooge (2012, p. 9). Maar wat betekent deze zorgplicht nu?precies? Wat wordt er van een gemeente in het kader van bevolkingszorg?verwacht bij een persoonlijke gebeurtenis die landelijk zoveel aandacht?krijgt?
Naast de zorg die parate hulpverleningsdiensten bieden, de brandweerzorg,?politiezorg en geneeskundige zorg (GHOR), hebben gemeenten?bij rampen en crises de verantwoordelijkheid de overige zorgtaken?te organiseren. Deze zorgtaken zijn onder meer uitgewerkt in het?Besluit veiligheidsregio?s (art. 2.3.1). Praktisch gezien, zijn gemeenten?vaak vanaf het eerste moment na een crisis uitvoerend betrokken, bijvoorbeeld?als het gaat om het informeren van verwanten en het opvangen
van betrokkenen. Als de hulpverleningsdiensten klaar zijn met?hun werkzaamheden, liggen er voor de gemeente vaak nog taken in het?verschiet, zoals het (laten) organiseren van een stille tocht of herdenkingsbijeenkomst,?het begeleiden van interne/externe onderzoeken of?het afhandelen van de schade (zie commissie-Bruinooge, 2012, p. 9).?Maar geldt dat ook in het geval van een zelfmoord van een scholier? In?welke mate dient de gemeente dan een rol op te pakken?
Voor de aard en omvang van (de organisatie van) bevolkingszorg?bestaan geen wettelijke richtlijnen; gemeenten dienen daar zelf invulling?aan te geven. Onduidelijk is echter wat onder adequate bevolkingszorg?moet worden verstaan, zo geeft de commissie-Bruinooge?aan. Dat is de reden geweest waarom de commissie, in opdracht van?het Veiligheidsberaad, in haar rapport richtinggevende prestatie-eisen?heeft benoemd, die duidelijk moeten maken wat (minimaal) wordt verstaan?onder adequate bevolkingszorg. In dit stuk wordt aan de?hand van die prestatie-eisen gekeken welke rol er in deze casus voor de?gemeente is weggelegd.
Analyse
Hoewel het overlijden van Tim door de betrokken autoriteiten niet als??crisis? is getypeerd, had de gebeurtenis uiteraard wel een impact op de?lokale gemeenschap. Op de ochtend van Tims overlijden werd burgemeester?Cazemier gebeld door de politie met de mededeling dat er een?su?cidegeval was in Tilligte. ?Naast het feit dat het overlijden van een jong iemand altijd al een?schok teweegbrengt, zorgde ook het aanvliegen van een traumahelikopter?voor beroering. Op dat moment heb je als burgemeester?een rol als burgervader?, aldus burgemeester Cazemier.
Op maandag 5 november 2012 veranderde echter de context van de situatie.?Waar eerst sprake was van een lokale impact door de su?cide van?een 20-jarige dorpsgenoot, zorgde de rouwadvertentie ervoor dat de?regio geschokt reageerde op het gebeurde. De rouwadvertentie bracht?via de (sociale) media ook de rest van het land in beweging. Tijdens?een regionaal college werd burgemeester Cazemier er door een collega?op gewezen dat er volop getwitterd werd over Tim Ribberink. Het was?zelfs al een trending topic. Door die veranderde context rijst de vraag:?Heeft de gemeente in dezen een rol en zo ja, op welke wijze geeft ze
daar invulling aan?
In de visie van de commissie-Bruinooge gaat adequate bevolkingszorg?uit van vier elementen (en binnen deze vier elementen vallen de taken: voorlichting geven, voorzien in opvang en?verzorging, verzorgen van nazorg en het registreren van slachtoffers en schadegevallen):
1 De overheid rekent erop dat de samenleving haar verantwoordelijkheid?(ook) tijdens en na een crisis neemt.
2 De overheid stemt haar bevolkingszorg af op de zelfredzaamheid?van de samenleving.
3 De overheid houdt rekening met en maakt gebruik van de spontane?hulp uit de samenleving.
4 De overheid bereidt zich daar waar het om verminderd zelfredzamen?gaat voor tot een vastgesteld zorgniveau, aangeduid als??voorbereide bevolkingszorg?. De ?restzorg? levert zij op basis van?veerkracht en improvisatie, wat wordt aangeduid als ?ge?mproviseerde?zorg?.
Het eerste en tweede element van adequate bevolkingszorg liggen in elkaars?verlengde. Burgers, bedrijven en instellingen zijn verantwoordelijk?voor het eigen welbevinden en die verantwoordelijkheid hebben zij?ook ten tijde van crises. De rol van de overheid is daarop afgestemd; zij gaat uit van de zelfredzaamheid van de bevolking. De zelfredzaamheid?van de bevolking is in essentie een spontaan fenomeen, dat door de?overheid kan worden ondersteund (gefaciliteerd en/of gestimuleerd).?Er is geen reden te veronderstellen waarom deze twee elementen?niet van toepassing zouden zijn in een geval als de onderhavige casus.
Het is in zo?n geval misschien zelfs eenvoudiger om de mate van zelfredzaamheid?te bepalen. De zelfredzaamheid van de samenleving kan?immers bij een crisis met vele verschillende betrokkenen moeilijker?eenduidig te defini?ren zijn. In dit geval was duidelijk dat de direct?betrokkenen de familie en naasten van Tim waren. Richtinggevend?voor de mate waarin de gemeente een rol zou kunnen of moeten vervullen,?was hun zelfredzaamheid en behoefte aan ondersteuning.
Burgemeester Cazemier besloot, nadat hij zich had ge?nformeerd?over de belangstelling in de (sociale) media voor het overlijden van?Tim, contact te zoeken met de familie. Na het overbrengen van de condoleances?heeft hij gevraagd wat zijn ondersteunende rol of die van de?gemeente richting de familie kon zijn. De familie had op dat moment?zelf al een woordvoerder aangesteld, hetgeen een gouden greep bleek?te zijn; zij ving veel mediadruk af voor de familie. Als zij er niet was
geweest en de familie had behoefte gehad aan ondersteuning op dit?vlak dan zou de gemeente daarvoor hebben gezorgd, aldus burgemeester?Cazemier: ?Als wij als gemeentelijke overheid wel een psycholoog?inschakelen voor de nazorg na een incident, waarom zouden we dan?ook niet een communicatieadviseur aanbieden als de pers opdringerig?wordt naar nabestaanden?? Ook is op dat moment de rouwbegeleider al?in beeld bij de familie.
In dit geval was er daarom geen rol voor de burgemeester of de?gemeente weggelegd, voor wat betreft voorlichting, opvang en verzorging of nazorg. De familie was daarin zelfvoorzienend en dus, met?andere woorden, zeer zelfredzaam. Dat betekende voor de burgemeester?overigens ook dat hij zich richting de pers stilhield. ?Geen commentaar?in de media. De verleiding was soms groot, maar ik heb alle?vragen afgehouden. Ook voor mijn oude werkgever Omrop Frysl?n niet, en zelfs in en op de lokale media niet.? Ook naar aanleiding van de?berichtgeving in januari 2013, waarin het bestaan van de afscheidsbrief?van Tim ter discussie werd gesteld, communiceerde de burgemeester?niet. ?Het hele verhaal van de VARA is te verschrikkelijk voor woorden.?De media zijn hier over de schreef gegaan. Vanwege mijn afspraak tot?afwezigheid in de media, heb ik mij dus ook niet gemeld in het debat?van de familie Ribberink.?
Het derde element van adequate bevolkingszorg is dat de overheid rekening?houdt met, en gebruikmaakt van spontane hulp uit de samenleving.?Ook dit element was in deze casus aan de orde. Naast ongetwijfeld?andere gevallen van spontane hulp, stelden twee caf?s en een?winkelier hun locaties beschikbaar voor het geval bij de afscheidsdienst?in de kerk sprake zou zijn van ruimtegebrek. Alles was klaar voor een?eventuele televisieverbinding naar de locaties. Uiteindelijk bleek dit
niet nodig te zijn.
Het vierde element van adequate bevolkingszorg gaat over de voorbereiding?op de zorg aan verminderd zelfredzamen (zgn. voorbereide bevolkingszorg). Daarnaast levert de overheid niet-voorbereide bevolkingszorg?(of ?restzorg?) op asis van veerkracht en improvisatie. Dit wordt?daarom ook wel aangeduid als ?ge?mproviseerde zorg?. Daarbij geldt dat?deze zorg in verhouding staat tot de omvang van de crisis en past bij?de situatie.
In de onderhavige casus lijkt dit vierde element van ondergeschikt?belang, aangezien de direct betrokkenen (ouders en familie van Tim)?zeer zelfredzaam bleken te zijn. De rol die de gemeente Dinkelland?vervulde, vertoonde evenwel kenmerken van ?niet-voorbereide? bevolkingszorg,?afgestemd op de behoeften van de betrokkenen. Op dinsdagochtend?6 november 2012, voorafgaand aan de persconferentie?en de avondwake die later die dag zouden plaatsvinden, vond op het
gemeentehuis een overleg plaats. Aanwezig waren onder andere de?burgemeester, de gemeentesecretaris, een communicatieadviseur?van de gemeente en de woordvoerder van de familie. Onderwerp van?gesprek was of er ? gelet op een mogelijke massale belangstelling voor?de afscheidsdienst van Tim ? scenario?s te bedenken waren die om een?bijdrage van de gemeente en/of een andere overheidspartner zouden?vragen. Vanwege de grote belangstelling voor (de reden van) Tims overlijden?was het voor geen van de aanwezigen bij het overleg op voorhand?duidelijk hoeveel mensen naar de afscheidsdienst zouden komen.?Daarom is ervoor gekozen om het optimale aan voorbereiding te doen.
?Het was net na de Facebookrellen in Haren, dus je gaat toch meer?nadenken over: wat kan er allemaal gebeuren??, aldus burgemeester?Cazemier. ?Niet dat we rellen verwachtten, maar wel verkeersperikelen?of mogelijk andere situaties. In Tilligte kennen ze nog het??noaberschap??dat betekent dat bij de begrafenis de noabers (buren)?alles regelen. Zij dragen de kist. Zij verzorgen de parkeerbegeleiding.?Vanuit de gemeente hebben we nagedacht welke maatregelen wij konden nemen om ze te ondersteunen. Dit betekende bijvoorbeeld?Tilligte afsluiten, waarbij het een groot voordeel was dat dit dorp?tussen?twee rotondes ligt.?
Tijdens het overleg is ook overeengekomen dat de gemeente, naast ondersteuning?bij de afscheidsdienst, ook een faciliterende rol zou vervullen?bij de persconferentie van 16.30 uur. De gemeente stelde het?gemeentehuis ter beschikking, omdat de raadszaal de nodige faciliteiten?bood voor een treffen met de media (spreekgestoelte, wifi en dergelijke).?De gemeente heeft op de persconferentie geen inhoudelijke rol?vervuld. De burgemeester was wel aanwezig, maar sprak niet met de?pers. De pers liet hem (opvallend genoeg) ook met rust.?De rol van de gemeente kende daarnaast een element dat door de commissie-
Bruinooge niet aan de orde is gesteld en verband houdt met het?gegeven dat de bevolking soms verwacht dat de burgemeester bij de?rouwverwerking een rol heeft. In Tilligte betrof dit bijvoorbeeld de aanwezigheid?van de burgemeester bij de afscheidsdienst en de begrafenis.??In een plattelandsgemeente wil de gemeenschap de burgemeester?zien. Daar ben ik bij. Niemand hoeft dit te vragen. In deze omgeving?wordt gewoon van je verwacht dat je er bent. Een burgemeester moet?meeleven met de familie. Dat voel ik ook zo. Ik voel mij persoonlijk?betrokken, maar ga daar niet het woord voeren. Het is de verwachting?van de maatschappij die legitimeert dat ik daar aanwezig ben.?
De betrokkenheid van de gemeente bij dit incident zou ten slotte in een?ander daglicht zijn komen te staan, als ze op de een of andere manier?weet zou hebben van het pesten. Na het overlijden van Tim was niet?direct duidelijk of de gemeente een rol had in de situatie die tot de zelfmoord?had geleid. Het scenario van de beschuldigende vinger richting?de gemeente is wel ter tafel gekomen, aldus de burgemeester. ?Als er?problemen bij ons bekend waren, dan verandert ook je rol in deze situatie.??Op het gemeentehuis zijn daarom de feiten langsgelopen. ?Waar?zat Tim op school? Op welke basisschool had hij gezeten?? Het bleken?allebei openbare scholen te zijn en bij de gemeente waren geen problemen?rond pesten bekend.
Afronding
De vraag die in dit stuk centraal stond was hoever de zorgplicht?van een gemeente reikt als er niet direct sprake is van een crisissituatie.?Wanneer ondersteunt een gemeente bij een afscheidsdienst?of een begrafenis, en wanneer niet? Wanneer biedt de gemeente een?communicatieadviseur aan, en wanneer niet? Wij denken dat het per?situatie verschilt of de gemeente een rol heeft en op welke wijze zij deze?invult. Soms is die rol evident; soms minder.
De gemeente Dinkelland heeft vanuit haar algemene zorgplicht?jegens haar inwoners bewust voor een ondersteunende rol richting de?nabestaanden gekozen. Daarmee werd aangesloten bij het feit dat vaak?de samenleving in het algemeen, maar ook de direct betrokkenen zelf??veerkracht? tonen om een crisis te boven te komen. Deze veerkracht is?voor de gemeente leidend om haar eventuele ondersteunende of faciliterende?rol te bepalen. De vier elementen uit het rapport van de commissie-Bruinooge kunnen helpen om ook bij kleinere incidenten die in?meer of mindere mate een maatschappelijke impact hebben de bevolkingszorg?nader in te vullen. In deze casus werd door de gemeente een?bijdrage geleverd op de momenten waarop en in de mate waarin daar?behoefte aan was. Het sleutelwoord was ?maatwerk?.
Voor dit stuk is dankbaar gebruikgemaakt van informatie die ons ter beschikking?is gesteld door de woordvoerder en communicatieadviseur van de familie en door burgemeester?Cazemier van gemeente Dinkelland.
Ontleend aan:?Lessen uit crises en mini-crises 2012, onderzoeksreeks Politieacademie (lectoraat crisisbeheersing i.s.m. NGB).?Auteurs: Roy Johannink, Annet Ponjee. redactie: Menno van Duin,?Vina Wijkhuijs,?Wouter Jong.
Op dinsdag 5 februari 2013 was de Dag tegen Pesten met een uitzending van BNN?die een jaar later De TV-beeld?prijs kreeg. Op 15 april 2014 is er weer een dag tegen het pesten met een nieuwe uitzending die aandacht en actie vraagt voor dit fenomeen.
Tim Ribberink: doodgepest of niet?
Op 5 november 2012 verschijnt onderstaande advertentie in de Twentsche Courant Tubantia. Er wordt ondubbelzinnig een verband gelegd tussen de zelfmoord van de 20-jarige Tim en pesterijen.? Nederland reageert geschokt. Op internet en social media?is de dood van Tim direct trending topic, iedereen heeft het erover en uit zijn afschuw. Tims dood wordt ook in het buitenland?nieuws.
Woede op social media over de VARA radiodocumentaire DeGids.fm?over de zelfmoord van Tim Ribberink. De jongen zou niet gepest zijn en hij zou ook geen afscheidsbrief hebben geschreven. Bert Molenaar heeft zich verdiept in de zaak.
Meisje is slachtoffer van online pesten en pleegt zelfmoord
Amanda Todd was een meisje dat het slachtoffer werd van online pesten. Een jaar geleden werd ze via de webcam verleid om haar borsten te laten zien. Van dit moment werd een foto genomen die een jaar later werd gebruikt om haar te chanteren. Het trieste verhaal resulteerde in een verpletterende video waarin Amanda haar verhaal vertelt. Vorige week ? een maand na het posten van de video op YouTube ? pleegde Amanda zelfmoord. RIP.
In Belgi? zijn de twee meisjes die dinsdag een 13-jarig meisje mishandelden en dat filmden, van school gestuurd. Dat heeft de school via Belgische media laten weten.?Het slachtoffer zat op een stoepje op de bus te wachten toen ??n van de pesters haar aan de haren trok en stompte. Ook werd ze in haar gezicht geslagen. Een ander meisje filmde dat.?De 13-jarige Kayleigh uit Tielt heeft aangifte gedaan bij de politie.
Facebook
De pesters hadden het filmpje op YouTube gezet, maar het videokanaal verwijderde de beelden. De moeder van Kayleigh kon de beelden nog net onderscheppen en plaatste ze op haar Facebook-pagina, met daarbij de tekst: ‘Kijk en oordeel. Kayleigh wil zelf dat dit filmpje openbaar wordt. Hiermee wil zij een actie tegen de pesters (en pesten) starten. Klik ‘vind ik leuk’ als je haar een hart onder de riem wil steken en deel het filmpje als je haar actie wil steunen. Bedankt aan iedereen die dit wil doen’.
Het filmpje werd bijna 70.000 keer gedeeld. Inmiddels is het ook op Facebook niet meer te vinden.?Op Facebook staat nu wel een pagina waar mensen hun mening kunnen geven over de pesterij. Kayleigh heeft veel steunbetuigingen gekregen. De meisjes die haar hebben gepest moeten het ontgelden, ook op Twitter.
Bewaking
Vorige week stond er een filmpje online van een Amerikaanse vrouw die in een bus door een groep 12-jarige scholieren uit New York werd gekleineerd en uitgescholden. Een inzamelingsacties om de 68-jarige oma een vakantie aan te bieden, leverde bijna een half miljoen dollar op. De pesters moesten door de politie?worden bewaakt.
Scholieren verhevigen hun leven met mobieletelefoonbeelden van happy slapping, seks en pesterijen
De camera in de mobiele telefoon is onder scholieren een wapen geworden. Je organiseert een afranseling, neemt die op en de hele school kijkt mee. Voor de grap, zegt een dader. Een ‘sociale kanker’, zegt een hoofdcommissaris. De school: “We hebben nu camera’s op de wc.”
De dertienjarige Richard Poot uit Schiedam praat erover alsof hij een mop vertelt.?Iemand loopt voorbij. Dat filmt een vriend met zijn gsm. En dan verkoop jij die voorbijganger een oplawaai. Knalhard.
Paaaf.
En dan
“Lachen.”
Anonieme slapstick in de publieke ruimte. Alleen is het nu echt. Kijk maar op zijn mobiele telefoon. Vrouw in winterjas, van achteren gefilmd, zit op bankje. Jongen komt aansluipen en slaat haar tegen het achterhoofd. Hoofd klapt voorover, vrouw grijpt haar nek en kijkt versuft om zich heen. Terwijl cameraman Richard Poot, holderdebolder, het park uitrent.
Oog in oog met andermans ontreddering ligt de vmbo’er weer in een stuip. Voor hem en zijn vriend is het een vermakelijk tijdverdrijf. Een duivels genoegen. Het idee hebben ze opgedaan van internet en MTV’s Dirty Sanchez, beproefd op afgelegen plekken langs de metrolijn Spijkenisse-Capelle aan den IJssel. Bij voorkeur met capuchon – “dan herkennen ze je niet”. En in de buurt van bosjes waar, let op, g??n beveiligingscamera’s staan.
“Anders ben je net zo’n homo als die gast in Amsterdam.”
Die jongen, vijftien jaar oud, werd afgelopen november door zijn moeder bij het politiebureau afgezet. Zij herkende haar zoon op beelden die het televisieprogramma Opsporing Verzocht uitzond. Op metrostation Bullewijk sloeg hij een vrouw een hersenschudding. Het slachtoffer dacht aan straatroof, maar het was “voor de grap”, vertelde de dader op het politiebureau. Vrienden filmden de actie met hun gsm en stuurden de beelden door naar weer andere vrienden. En ja, hij had het kunstje veel vaker uitgehaald. Slechts drie slachtoffers hadden aangifte gedaan.
Happy slapping, noemt de politie het. Het verwijst naar happy snapping (vrolijke kiekjes maken) en betekent, vrij vertaald, vrolijk meppen. De politiekorpsen van Amsterdam, Den Haag, Landsmeer, Almere en Amstelveen maakten er afgelopen jaar melding van. Typisch Hollands glorie is het niet. Ook in Ierland, Zweden, Duitsland de Verenigde Staten, Japan en vooral Groot-Brittanni? doken gevallen op. De voormalige hoofdcommissaris van de Londense politie, Lord Stevens, betitelde het zelfs als “een sociale kanker” onder jongeren.
In de metro van Londen signaleerden beveiligingscamera’s het voor het eerst in de herfst van 2004. Binnen een half jaar beschikte de British Transport Police in Londen over beelden van 200 ‘slaps’. De daders waren jongens ?n meisjes, van dertien, veertien, vijftien jaar oud. Aanvankelijk gaven ze argeloze voorbijgangers een klap in het gezicht of tegen het achterhoofd en filmden dat, soms deden ze het bij elkaar. En alras breidde het repertoire zich uit naar beelden van billenknijpen, upskirting, panty pulling tot enkele gewelddadige verkrachtingen die nog het meest doen denken aan de uitspattingen van Alex uit Clockwork Orange, de cultfilm van Stanley Kubrick naar het boek van Anthony Burgess. Op basis van onder meer de beelden die ze zelf hadden laten maken kregen de verkrachters zware gevangenisstraffen.
Een rage als in Londen is ‘happy slapping’ in Nederland nooit geworden, constateren woordvoerders bij politie en justitie. Ondanks de lokale media-aandacht en ondanks een oproep van Volkomenkut.com om filmpjes op te sturen.
We krijgen signalen dat het regelmatig gebeurt, zegt een politiewoordvoerder uit Landsmeer, maar het aantal aangiften blijft klein. Begin december arresteerde zijn korps drie “gassies, kinderen nog”. Onder hen ook een meisje van dertien. Ze mishandelden een jongen van vijftien en filmden dat met de gsm. Tot een passerende automobilist ingreep. Vergelijkbare incidenten melden ook de korpsen in Amsterdam en Den Haag. De politie in Utrecht “is ermee bekend”, vertelt een woordvoerder, maar aangifte heeft nog niemand gedaan. Alleen de politie van Rotterdam weet van niks. “En dat houden we graag zo”, zegt een woordvoerder. “Maar dan moet u er natuurlijk n?et over schrijven.”
Media-aandacht of niet, scholen en ook jongerenwerkers signaleren steeds vaker dat kattenkwaad met de nieuwste gsm-technologie wordt vereeuwigd. Van Bergen tot Eindhoven, van Venlo en Rijswijk tot Haren in de provincie Groningen. Pesterijen, roddelarijtjes, scheldpartijen en baldadigheden die voor het bestaan van de mobiele telefoon beperkt bleven tot de beslotenheid van een plek en een paar kinderen, staan nu ineens op beeld. Onuitwisbaar en levensecht. De beelden worden verstuurd naar vrienden, klasgenoten en andere bekenden, via gsm, msn en internet. Als bron voor leedvermaak en voyeurisme, om stoer te doen, of “gewoon om een ander te pesten”.
Dat kan hard aankomen. Met een mobiele cameratelefoon is een reputatie razendsnel geknakt. Neem een vijftienjarig meisje uit Venlo. Haar hele school heeft gezien hoe ze op een slaapfeestje aangeschoten lag te snurken in alleen een string. Of een zeventienjarig meisje van de Berger Scholengemeenschap; ze werd door een ex-vriendje en twee andere klasgenoten te koop gezet op een pornosite. En in Spijkenisse ging een leraar van osg de Eilanden in de klas tegen een paar leerlingen “uit zijn plaat”. Uit frustratie over slechte cijfers had een leerling daar opnamen van gemaakt, vertelt teamleider Rudolf Verheesen. “En bij toeval hoorden we dat die foto’s op internet stonden.”
Dat zijn overzichtelijke gevallen in vergelijking met incidenten die zich voordeden op scholen in Rijswijk en Amstelveen. Een 15-jarige scholier van het Rijswijkse Atlas College had seks met zijn vriendin, terwijl een vriend daarvan, met instemming van het vrijerspaar, live opnamen maakte. Het gsm-filmpje ging de klas rond. In Amstelveen liep een afgesproken vechtpartij tussen twee tweedeklassers uit op een gebroken kaak. Dertig medescholieren keken toe. Het enige dat ze deden: ‘de actie’ filmen met de gsm.
Zulke beelden hebben impact op de hele school, vertellen Koos van den IJssel, schoolleider in Rijswijk en Ton Liefaard, rector van het Hermann Wesselink College in Amstelveen. Slachtoffers lijden eronder, daders scheppen erover op, klasgenoten en medescholieren praten erover. En vaak nog voordat het schoolpersoneel een glimp van de beelden heeft gezien, staat de sfeer op scherp. In de woorden van rector Van den IJssel: “Vroeger gooide je een propje, nu film je met je telefoon. En de hele school kijkt mee.” “Wegkijken kan niet”, zegt schoolleider Liefaard: “En dan doet het er weinig toe of het kattenkwaad binnen of buiten de schoolmuren wordt uitgehaald.”
Op maandag 12 december vier uur ’s middags, de Amstelveense school was net uit, verzamelde zich een dertigtal leerlingen zevenhonderd meter van het gebouw. Twee jongens hadden daar met elkaar afgesproken. Ze zouden om de beurt een klap uitdelen, hadden ze ge-msn’t. Op buik of borst wilde een van hen nog weten, maar daarop kwam geen antwoord. De eerste klap was gelijk de laatste. Diezelfde avond zat het slachtoffer met een dubbele kaakbreuk op de eerste hulp.
Wat doet een school dan?
Meer dan achtenveertig uur later hoorde de Amstelveense school ervan. Een groep ouders vertelde het een teamleider op een ouderavond. De docenten bekeken direct de opnamen op internet. Liefaard: “Het was schokkend dat niemand van de omstanders zei: stop. Het was ook schokkend dat iedereen zolang had gezwegen. De school was niet ingelicht, niet door leerlingen, niet door de ouders. Alsof zich daar iets had afgespeeld wat niet van deze wereld was.”
Dat laatste ervoer ook rector Koos van den IJssel van het Rijswijkse Atlas College. Als de school niet had ingegrepen, was de seksfilm van zijn vrijende leerlingen ook op het internet beland. Het leek wel of de echtheid van de beelden niet tot de kinderen doordrong, vertelt hij. “Spielerei – alsof ze wat uitproberen in een nep-wereld en dat niet als echt ervaren.” Bovendien snapten ze het morele probleem niet. Hij moest uitleggen dat seksopnamen rondsturen sowieso niet kan, ook al hadden de gefilmden toestemming gegeven. “Dan neem ik de meest v?rstrekkende disciplinaire maatregelen.”
Daarin verschillen scholen nadrukkelijk van elkaar. De filmmakers van het Atlas College zijn van school gestuurd. Dat gebeurde ook met de vechtersbazen uit Amstelveen. Maar de leerlingen die beledigende beelden van een leraar en een klasgenoot op internet hadden gezet, mochten blijven. Na een goed gesprek “was het af”, vertelt Rudolf Verheesen over de jongen die zijn leraar fotografeerde. Datzelfde geldt voor de jongen die zijn ex-vriendin op een pornosite te koop had gezet. Zelfs al had schoolleider Peter Reenalda hem van de Berger Scholengemeenschap willen sturen, dan had dat nog niet gekund. Reden: het wangedrag was niet expliciet genoeg verboden in de schoolregels.
We hebben, vertelt de schooldirecteur, het probleem openlijk besproken in de klas waarin dader en slachtoffer zaten. “Dat werkte therapeutisch.” Het meisje vertelde dat ze om de haverklap werd gebeld door hoerenlopers. Dat ze nachtmerries had. Dat ze niet meer kon eten en drinken. Dat ze vriendinnen kwijt raakte. Daar had haar ex-vriend vooraf nooit bij stil gestaan, reageerde hij. Om stoer te zijn had hij de grap met twee vrienden gekopieerd van internet. Ze werden een paar dagen geschorst.
Incidentele maatregelen alleen volstaan niet, ervaren de scholen. Het digitaal pesten via mobiele telefoon, msn en internet wint terrein – een op de drie schoolkinderen is daar slachtoffer van. Maatschappelijke organisaties als stichting Halt, de kindertelefoon, het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum, stichting De Kinderconsument en Sire bedachten allemaal een eigen methode om het tegen te gaan. Terwijl Sire sinds donderdag ouders in radio- en tv-spotjes oproept te kijken wat kinderen op internet uithalen, gaan de stichting Halt en de Kinderconsument zelf de klas in. Halt-medewerkers vertellen leerlingen sinds deze maand in speciale lessen ‘digipesten’ dat ze strafbaar zijn als ze tegen een ander beginnen over ‘dood’ en ‘niet meer thuiskomen’. Stichting De Kinderconsument hamert al drie jaar op ouderavonden en trainingen voor scholen op de noodzaak van een internet- en pestprotocol.
Mobiel misbruik is dan ook niet nieuw voor algemeen directeur Bamber Delver van De Kinderconsument. Twee jaar geleden had hij een lerares Frans in de zaal zitten die door leerlingen op de wc was gefilmd. De laatste tijd hoorde hij verschillende keren dat kinderen elkaar onder de douche filmen. Delvers devies: de telefoon moet uit in school, ook op de gang. En dat moeten scholen opnemen in hun schoolregels. Leerlingen die zich daaraan niet houden, raken hun telefoon kwijt. Een school liet kinderen zelf met een dobbelsteen bepalen hoeveel dagen dat zouden worden. Maar dat vindt Delver “bespottelijk. Je moet zo duidelijk mogelijk zijn.”
Bijna alle betrokken scholen hebben het gebruik van mobiele telefoons in de klas verboden. Alleen de middelbare school in Spijkenisse doet dat niet. Een gsm is anno 2006 je beste maatje, zegt de teamleider, elke seconde van de dag. Bovendien: als iemand aantekeningen van het bord wil fotograferen, “wie ben ik dan om dat te verbieden” Verboden zijn sowieso, vindt hij, een laatste houvast. “Tieners proberen veel uit. Door de gsm-foto’s zien wij meer van die experimenten. Als je dat gaat verbieden, gaan ze het anoniemer doen. Dan verlies je elk grip, en kun je kinderen daarover niks meer leren.”
Dat vindt ook de school in Bergen. Om in contact met de leerlingen te blijven msn’t een aantal leraren en heeft de school een weblog in het leven geroepen. Dat gaat de middelbare school in Rijswijk te ver. “Praten is prima”, zegt rector Van den IJssel, “maar wel op basis van de schoolregels. Onze school is doordesemd van discipline”. Kinderen mogen niet ongevraagd filmen in school, nergens – niet in de klas, op de gang, in de douches of in de wc. Daarom heeft hij het toezicht uitgebreid. Niet met mensen, zegt de rector, maar met camera’s, in de kantine, op de gangen bij de lockers en ook op de wc. “Dat staat zwart op wit in de schoolgids.”
Je moet zo’n gsm-incident op school niet onderschatten, vertelt Ton Liefaard. Eerst is er het detectivewerk, dan de straf, en daarna komt de begeleiding. Twee maanden na dato hebben bij hem op school een medewerker van bureau Halt en een buurtagent met de betrokken groep gesproken. Tijdens een ‘verplichte bezinningsmiddag’. Wat bleek De kinderen bagatelliseerden het incident, vertelt Halt-medewerkster Maria Koolen. Veel leerlingen vonden het “flink overdreven” dat de jongens van school waren gestuurd. De vechtpartij speelde zich af na schooltijd en buiten school. De jongens hadden het zelf afgesproken. En het slachtoffer liep zelf weg, ‘alleen een draadje van zijn beugel zat los’.
Koolen: “We ontdekten dat sommige kinderen de morele intu?tie missen, dus dan moet je nadrukkelijk stelling nemen en zeggen: dat doen we niet.” Rector Liefaard knikt. Daar komt bij, zegt hij, dat in dit geval ook de afwachtende houding van justitie het gezag van de school ondermijnt. Op de aangifte die hij deed – uit angst voor represailles deden de moeder en haar zoon dat zelf niet – heeft hij nog niks gehoord. De krant wel. De politie stuurde direct een persbericht rond: ‘Happy slapping tussen scholieren op internet’, kopte het Amstelveens Nieuwsblad over de vechtpartij.
Eigenlijk, zeggen onderzoekers die zich verdiepen in kinderen en de virtuele wereld van internet, chatboxen en mobiele telefoons, is mobiel misbruik de hedendaagse variant van belletje trekken. Alleen: onderzoek is er nog niet naar gedaan. Los daarvan, zeggen de onderzoekers er stuk voor stuk bij, is mobiel misbruik natuurlijk niet hetzelfde als belletje trekken. Het bereik van de gsm is grenzeloos en razendsnel, beelden zijn tijdloos en eindeloos te manipuleren. En, niet onbelangrijk: kattenkwaad op beeld maakt indruk op kinderen die gevoelig zijn voor groepsdruk. Beelden maken emoties groter, heftiger, echter bijna. Bovendien kunnen er met de kleine apparaatjes ook in het geniep opnamen worden gemaakt.
Nooit eerder konden kinderen zo onbelemmerd met hun identiteit experimenteren, zegt Patti Valkenburg, hoogleraar kind en media aan de Universiteit van Amsterdam. Op internet, in chatboxen en door mobiele telefoons is de communicatie rechtstreeks, “er zit geen opvoeder meer tussen”. Tel daarbij op dat dertig procent van de kinderen vindt dat ze zich vrijer kunnen uiten op internet, en zie: daar ontwikkelt zich een universum waar ze ongeremd kunnen flamen. Zonder ingrijpen en sociale controle van ouders, leraren of welke andere opvoeder ook. Valkenburg: “Als je het zo bekijkt, hebben kinderen meer privacy dan vroeger. Ouders hebben te weinig controle omdat ze die wereld niet kennen. Maar dat beschouw ik als een tijdelijk probleem. Ouders lopen hun kennisachterstand in en deze kinderen worden ook weer ouders.”
Communicatiewetenschapper Jacob van Kokswijk promoveerde aan de Universiteit Twente op een onderzoek naar de leefwereld van jongeren. Hij spreekt over een hybride beleving, een ‘interrealiteit’. Dat is de optelsom van wat kinderen ervaren in de fysieke wereld, de virtuele wereld en in hun fantasie. Hoe de vermenging van die drie werelden doorwerkt op bijvoorbeeld de morele intu?tie van kinderen, is volgens Van Kokswijk nog een grote vraag.
Kinderen gebruiken de cyberwereld als oefenterrein, weet hij. Ze kunnen er een andere identiteit aannemen, doen na wat anderen hen voordoen en “proppen” andermans ervaringen naar binnen. Zien ze happy-slapfilmpjes, dan maken ze die na. In hoeverre die ervaringen tot hen doordringen, weet Van Kokswijk niet. Maar er zijn aanwijzingen dat de gevoelens minder diep doordringen dan wanneer kinderen het in de fysieke wereld meemaken. “Ook dat maakt het zo belangrijk dat ouders, leraren en andere opvoeders niet hun kop in het zand steken maar gaan vragen, zoeken en snappen wat hun pupillen in de cyberwereld beleven.”
Dat beaamt pedagoog Bas Levering, onderzoeker aan de Universiteit Utrecht. Maar, zegt hij, dat is niks om van te schrikken. Bij elke nieuwe technische ontwikkeling komen de ethische regels pas als gebruik gemeengoed is. En nieuw is die zogenoemde hybride beleving niet. Denk maar aan een kleuter die met een schaar de buik van een vriendje bewerkt. Die heeft het sprookje van Roodkapje te letterlijk genomen. Wordt hij daardoor een slechter mens Niet als de juf, meester of ouders hem hebben geholpen om het verschil tussen fantasie en werkelijkheid te ontdekken. Levering: “Voor ouders met pubers is het lastiger om contact te krijgen. Pubers zetten elkaar vaak onder druk om ouders buiten hun geheime wereld te houden.”
Het is vier uur als Richard Poot de metro neemt, terug naar huis. Een uur door verlaten bosjes struinen heeft hem en zijn vriend ??n nieuw filmpje opgeleverd. Jongen, bolle wangen en gestoken in een Feyenoordtrainingspak, krijgt een stomp in zijn zij. Razendsnel draait hij zich om en roept. “Richard, pisvlek: mijn vader gaat jou doodmaken.”
Richard Poot zet de beelden “jammer genoeg” niet op internet, vertelt hij. Voor je het weet loopt het slachtoffer ermee naar de politie. Dat overkwam een neef van hem. Maar hij vindt de actie “te vet” om alleen voor zichzelf te houden. Daarom hebben hij en zijn maat het filmpje naar drie jongens uit zijn klas gestuurd.
Als een vriend terug sms’t : nog 1tje F**king cool. Loser met pijn:-), barst Richard Poot in lachen uit.
Waarom
Eerlijk gezegd, zegt Richard Poot, vind ik het grappiger om onbekenden te pakken. “Die schrikken meer. Maar deze jongen zit bij ons op school. Die bolle heeft een vriend gepakt.”
Boontje komt om zijn loontje
“Zoiets. We pakken hem terug.”
En dat filmen, is dat geen probleem
Richard denkt na. “Ik vind van niet”, zegt hij. “Dat doet de politie ook. Overal hangen camera’s. En KPN adverteert ermee.” ‘Deel je speciale momenten met beeldbellen’, is de slogan van het concern.
Richard: “Wij gaan scoren. Morgen op school zijn wij de king .”
‘Een zeventienjarig meisje werd door haar ex-vriendje te koop gezet op een pornosite’
Pesten via internet wordt steeds populairder. Maar scholen zien er geen heil in leerlingen via hun Twitteraccount te volgen. “We willen geen politie spelen.” Ook de scholen van Het Hooghuis in Oss gaan ervan uit dat kwetsende tweets worden gemeld, en gaan niet actief op zoek. “Geen beginnen aan, daar zou ik een dagtaak aan hebben”, zegt techniekdocent en?contentbeheerder Susan Kuijk. Alle scholen spreken leerlingen die kwetsende berichten hebben verstuurd onmiddellijk aan op hun gedrag, zo ook het TBL. “Ik heb wel eens ingegrepen in een ruzie die via Twitter uit de hand liep. Ik heb toen een van die jongens een stapel printjes laten zien van tweets over die ruzie, die steeds maar doorgestuurd werden. Daar schrok hij toen wel van.” Het Mondriaan College gaat een protocol maken over hoe leerlingen met social media moeten omgaan. “Met fatsoen dus”, zegt rector Theo Bekker. “Leerlingen moeten ook op Twitter bepaalde mores in acht nemen.” De Leijgraaf heeft dergelijke richtlijnen al, zegt Van Summeren. “En we hebben net gisteren besloten volgend jaar mediawijsheid op te nemen in de lessen burgerschap.”
Dat het onderwerp leeft op de scholen, blijkt wel uit het feit dat het Maaslandcollege juist deze week besloot een docent van de Universiteit van Utrecht aan te stellen om de school te begeleiden bij de invoering van social media. “En wat de schadelijke kanten betreft”, meldt woordvoerder Hans van de Kraats, “is het zo dat ook wij geen politie willen spelen die alles natrekt. Zodra we iets merken of doorkrijgen dat op pesten via social media lijkt, halen we meteen de ouders van de betreffende leerling erbij. Wat dat betreft trekken we daar heel zwaar aan.”
Cyberpesten vooral via sociale media
Slachtoffers van cyberstalken en -pesten worden vooral belaagd via sociale netwerken. Veel vaker dan via bijvoorbeeld e-mail of telefoon.
Dat blijkt uit nieuw Brits onderzoek (pdf) uitgevoerd door de Universiteit van Bedfordshire. De onderzoekers ondervroegen 353 Britse slachtoffers van cyberpesten en concluderen dat zo?n 62 procent van de ondervraagden digitaal lastiggevallen is via sociale media. Dat percentage ligt veel hoger dan pesten en stalken via werkmail (23 procent), priv?mail (55,5 procent) en mobiel bellen (41,5 procent).
Gevolgen
De onderzoekers zijn naar eigen zeggen geschrokken van de gevolgen van digitaal stalken en pesten. Sommige respondenten hebben zelfmoordpogingen gedaan of durven niet meer over straat. De onderzoekers roepen sociale netwerken dan ook op maatregelen te nemen.
?Ze hebben een verantwoordelijkheid naar hun klanten?, stelt professor Carsten Maple tegenover de?BBC. ?Het moet duidelijk zijn waar een gebruiker de pesterijen kan aangeven en er zou een maximumperiode moeten zijn waarbinnen een sociaal netwerk moet reageren.?
Opvallend is volgens de onderzoekers dat het overgrote deel van stalken en pesten via sociale netwerken anoniem gebeurt en anders veel door onbekende personen. Juist het feit dat niet duidelijk is wie de dader is, kan voor slachtoffers grote gevolgen hebben.
Facebook
Facebook, met wereldwijd 750 miljoen leden, heeft naar aanleiding van het onderzoek aangegeven de procedures rond het melden van ongewenst gedrag te herzien. ?Niets is belangrijk voor ons dan de veiligheid van onze leden?, aldus een woordvoerder.
Netwerksites beschermen kinderen onvoldoende
Veel sociale netwerksites bieden kinderen te weinig bescherming tegen ongewenste contacten met vreemden.
Dat blijkt uit een onderzoek in opdracht van eurocommissaris Neelie Kroes (Digitale Agenda), dat dinsdag is gepresenteerd. Slechts twee sites, Bebo en MySpace, scoorden een voldoende.?De onderzoekers bekeken in totaal 14 sites, waaronder Facebook en Hyves. Dat gebeurde in december van vorig jaar en januari dit jaar. Kroes zei teleurgesteld te zijn dat de sites er niet voor zorgen dat profielen van minderjarige standaard alleen toegankelijk zijn voor de contactpersonen die ze hebben goedgekeurd. Ze gaat er bij de betrokken bedrijven op aandringen minderjarigen beter te beschermen.
Bronnen: Nu.nl (21 juni 2011), Nu.nl (11 juli 2011),?DeJoop,?RTL,?De Gelderlander (10 mei 2012) ‘Ook op Twitter mores in acht nemen’,?NRC Handelsblad (18 maart 2006),?NOS, Sander Duivestein.
Bekijk onderstaande rap track uit de VS dat is gemaakt om er aandacht voor te vragen (let op: beelden kunnen schokkend zijn):
“There’s a bully bully bully in my town, and this bully always bullying me around, why this bully always tryna put me down, i just wish i had the guts to lay em down. There’s a bully bully bully in my town, and this bully always bullying me around, why this bully always tryna put me down, i just wish i had the guts to lay em down. There’s a bully bully bully in my town, and this bully always bullying me around, why this bully always tryna put me down, i just wish i had the guts to lay em down”.