Tagarchief: wetenschap

Politie & sociale media: Van hype naar onderbouwde keuzen

Meijer, A.J., S.G. Grimmelikhuijsen, D. Fictorie, M. Thaens & P. Siep (2012). Politie en sociale media. Van hype naar onderbouwde keuzen. Politie en Wetenschap, Apeldoorn.

De politie maakt veel gebruik van Twitter om zaken op te lossen. Niet in alleen de grote opsporingszaken die landelijk bekend worden, maar ook in kleinere lokale zaken leveren social media de politie veel op.

Dit blijkt uit onderzoek door de Universiteit Utrecht en het Center for Public Innovation. De onderzoekers analyseerden berichten, hielden enqu?tes onder burgers en agenten en interviewden agenten. Hieruit bleek dat honderden (wijk-) agenten via social media de banden met burgers aanhalen en informatie inwinnen over grote, maar ook vaak relatief kleine misdrijven.

Albert Meijer (Universiteit Utrecht): “Ze zijn zich er goed van bewust wat ze wel of niet kunnen doen”. Beluister hier het radio interview op BNR.?

Meedenkende burgers
“Het kan gaan om een pistool dat gevonden is, waarvan de politie niet weet van wie het is, het kan gaan om wietkwekerijen, het kan gaan om een auto die is doorgereden na een ongeluk. Het is interessant dat burgers bij al die kleine gevallen in hoge mate bereid zijn om mee te denken met de politie en relevante informatie door te sturen”, zegt onderzoeksleider Albert Meijer, als hoofddocent verbonden aan de Universiteit Utrecht.

Er zijn ook situaties waarin Twitter minder productief uitpakt. Meijer: “Je moet geen informatie geven over zaken die nog lopen en geen informatie over personen.” In enkele gevallen is dit volgens de onderzoeker gebeurd, maar “direct gecorrigeerd”.

Code Blauw
Volgens Meijer is het niet nodig om voorschriften te maken voor het gebruik van sociale media door agenten. “Wij zijn tot de conclusie gekomen dat dat eigenlijk nauwelijks nodig is.” Meijer wijst op het bestaan van een gedragscode, ‘Code Blauw’. “Diezelfde code, die gedachten over wat agenten wel en niet kunnen doen, kunnen ze ook heel goed toepassen op Twitter. Ze zijn zich er goed van bewust wat ze wel of niet kunnen doen.”

Uit het onderzoek blijkt dat de politie in totaal duizenden berichten per week verstuurt. Zelden zouden zulke berichten leiden tot problemen bij de opsporing of tot negatieve beeldvorming.

Bron: BNR, Universiteit Utrecht

Wat zegt het onderzoek ‘Recherchebazen’ over social media

Holmes

Torre, E.J. van der, Duin, M.J. en Bervoets, E. (2013). ?Recherchebazen. Een empirisch onderzoek naar justitieel leiderschap. Politie & Wetenschap, Apeldoorn.? Reed Business, Amsterdam.

Op woensdag 3 september 2013 verscheen een interessant onderzoek van de commissie Politie en Wetenschap. De titel luidt als volgt: Recherchebazen. Een empirisch onderzoek naar justitieel politieleiderschap. Deze blog gaat over de rol van social media in de opsporing die in het onderzoek wordt genoemd. Volgens de onderzoekers bieden social media kansen bij de opsporing. De recherchechefs geven toe dat ze een potenti?le schatting maken, omdat ze er vaak op bescheiden schaal ervaring mee hebben opgedaan.

Een wijkagent of rechercheur die twittert over strafbare feiten kan burgers attenderen op strafbare feiten. Dit kan burgers ertoe aanzetten om contact te zoeken met de politie. Recherchechefs benadrukken dat dit alleen een kans van slagen heeft als er ook een sociale relatie is of als de politie een goede lokale reputatie heeft. Bovendien zijn speurders bevreesd dat getwitter informatie oplevert voor criminelen: ?Die kunnen meelezen.? Sommige wijkagenten of teamchefs schrijven op een website over een wijk of dorp. Ze geven of vragen informatie. Recherchechefs vinden dat dienders voorzichtig moeten zijn om open en bloot informatie uit te wisselen over strafbare feiten. Digitale communicatie kan drempels wegnemen bij burgers om de (wijk)politie te informeren over criminelen of strafbare feiten. Toch zien recherchebazen Twitter, Facebook, YouTube en internetsites vooral als (open) bronnen waar ze informatie kunnen verzamelen. Hieronder enkele interessante quotes:

?Ik heb geen idee hoe je moet twitteren. We hebben hier al een paar keer gehad dat we, nou ja, ik dan niet h?, via Twitter konden achterhalen wie er op z?n minst getuige waren geweest van een delict.?
?Zolang mensen zo dom zijn om een foto met een gestolen auto op Facebook te zetten of om op YouTube een filmpje te plaatsen waarop een zelfgemaakte vuurwerkbom afgaat, dan heb ik er geen problemen mee om ze op te pakken. Ik bedoel, het loont om daar systematisch goed naar te kijken.?
?De wijkagent had meteen een twitterbericht gestuurd. Met de toon dat dit toch echt niet kon. Dat haalde de lokale krant. Bij het buurtonderzoek hadden mensen het daarover. Dat is toch een steun in de rug.?
?Indirect profiteren wij van goede informatiestromen tussen wijkpolitie en burgers. Een wijkagent kan houvast geven bij een TGO. Een wijkagent kan zeggen: ik zou maar eens met die en die gaan praten.?

Hieronder enkele aanbevelingen die uit het rapport naar voren komen die los staan van social media:

1: Er wordt nu nog te star gedacht over de inzet van Teams Grootschalige Opsporing (TGO?s). De onderzoekers raden aan om de doelstellingen en functies van TGO?s flexibeler te maken en te verbreden. Ze pleiten voor meer afstemming tussen projectmatige onderzoeken naar criminele netwerken en de moordonderzoeken, om uiteindelijk de criminele kopstukken achter een moord te kunnen bestraffen. Op die manier kan een criminele structuur ? waar de moord het bijproduct van is – het object van onderzoek worden. Zo wordt voorkomen dat ?alleen? de uitvoerder van de moord wordt bestraft (mogelijk een criminele loopjongen) en niet de opdrachtgever.

2: Er dient (meer) ruimte te worden gereserveerd voor projectmatige opsporing, waarbij de basispolitie samenwerkt met (gespecialiseerde) rechercheurs. Dit dient te worden gericht op vormen van (georganiseerde) criminaliteit die lokaal ontwrichtend werken en waarvoor geldt dat lokale observaties en bronnen aanknopingspunten bieden voor effectieve opsporing. Dit soort opsporing zal worden gewaardeerd door burgers, wijkagenten en burgemeesters.

3: Rechercheurs dienen meer de straat op te gaan bij onderzoek naar een zaak of fenomeen. Er zou zo meer ge?nvesteerd moeten worden in straatinformatie; op geijkte locaties (bijvoorbeeld sportvelden; hotels; maneges) kan veel criminele informatie verzameld worden die van toegevoegde waarde is op bij opsporing.

De lectorale rede Nicolien Kop: ‘Van opsporing naar criminaliteitsbeheersing’ die goed aansluit op dit onderwerp.

Hier de lectorale rede in beeld:

Tot slot nog een radio interview bij de wereld omroep waarin ik zelf aan het woord ben.